Kopie van `Wood-it - Lexicon van de houtsector`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.


Wood-it - Lexicon van de houtsector
Categorie: Bouw en Constructie > Hout
Datum & Land: 15/02/2007, BE
Woorden: 112


Afreien
vlak afwerken

Afschuren
door schuren de oneffenheden van de oppervlakte wegnemen en daardoor deze effen of glad maken - de vernislaag wordt als ze droog is met puimsteen afgeschuurd

Afstandhouder
staaf die dient om platen, schotten e.d. op een bep. afstand van elkaar te houden

Architraaf
(bouwkunde) hoofdbalk van het kroonwerk van een gebouw, die op de kapitelen van de zuilen rust en het verdere lijstwerk draagt

Bakeliet
1926-1950 genoemd naar de uitvinder, de Vlaamse chemicus Leo Hendrik Arthur Baekeland - harde kunsthars (als handelsnaam ‘bakelite’)

Balk
groot, langwerpig stuk hout, in vierzijdige prismavorm gezaagd, in ’t bijzonder dienende als dragend constructiedeel van een bouwwerk; dergelijk lichaam van staal of beton - de balken van de zoldering - balken onder het dak of hanenbalken - balken onder het dek van een schip - houten balken worden ook binten genoemd

Bandschaaf
timmermansgereedschap voor het schaven van platte banden en bossingen rondom panelen, wanden, beschotten en lambriseringen

Bankschroef
werktuig voor het vastzetten van werkstukken, bestaande uit twee wangen waarvan de ene aan de bank is bevestigd, terwijl de andere om een tap of scharnier draait, waartussen het te bewerken voorwerp vastgeklemd wordt

Beitel
stalen of verstaald gereedschap met wigvormige scherpe snede, al of niet in een heft bevestigd, van verschillende grootte, en dienende om hout, metaal, steen enz. te behakken -ronde beitel - synoniem: guts

Betimmering
timmerwerk dienende tot afwerking, belegging of bedekking - een kamer met eikenhouten betimmering -lambrisering

Bovenpan
dakpan die dient voor de aansluiting tussen gewone pannen en nokvorsten

Composietplaat
Bij een composietplaat worden de houten bestanddelen aan elkaar gebonden met een kunststof. De platen zijn minder gevoelig voor vocht dan houtachtige plaatmaterialen en reageren slechts in geringe mate op veranderingen in vochtgehalte en relatieve luchtvochtigheid. Er zijn nog weinig composietplaten op de markt. Op dit moment worden ze vooral toegepast als gevelbekleding.

Dakraam
raam in de helling van een dakvlak

Dakrib
schuins liggende balk in het dakgeraamte

Dimensionele Stabiliteit:
Deze term beschrijft of een stuk hout bij schommelingen in het vochtgehalte veranderingen in volume weerstaat (andere term: krimpen en zwellen).

Dorpel
(bouwkunde) onderste zowel als het bovenste horizontale deel van een kozijn

Dosse
Het snijden op dosse ( flat cut ) van het hart of bij éénvormige versnijding van het bool, vertoont een tekening van rechte lijnen aan de buitenzijde en vlammen in het hart van het vel. Dit is de meest voorkomende versnijdingsvorm van fineer

Draad:
De richting, afmeting, rangschikking, het uiterlijk of de kwaliteit van de vezels van gezaagd hout. Rechte draad wordt gebruikt om timmerhout te beschrijven waarvan de vezels en andere overlangse elementen parallel lopen aan de as van het stuk.

Draadsnijden
een schroefdraad aansnijden

Duurzaamheid:
De weerstand van hout tegen aantasting door houtaantastende schimmels, drooghoutboorders, termieten en houtaantastende organismen in zeewater.

Elasticiteitsmodulus:
Een denkbeeldige spanning die nodig is om een stuk materiaal tot tweemaal zijn lengte uit te rekken of tot de helft van zijn lengte samen te drukken. De waarden voor de individuele soorten worden gegeven in megapascal (MPa -equivalent aan N-mm2) en zijn gebaseerd op proeven op kleine elementen van droog hout. De op blz. 25 gegeven waarden zijn gebaseerd op proeven met elementen van groot formaat.

Fongicide
stof ter bestrijding van schimmels en paddestoelen

Formaldehyde
(chemie) giftig gas met doordringende, stekende geur, het eenvoudigste aldehyde, H2CO, geproduceerd door oxidatie van methanol en gebruikt voor de synthese van kunststoffen - synoniem: methanal - formaldehyde werkt desinfecterend

Formica
na 1950 van oorsprong een merknaam die niets te maken heeft met wriemelende mieren, waarmee het later in verband gebracht werd, vanwege het uiterlijk en Lat. formica (mier) . De chemische naam is melamine-formaldehyde harde, zuurvaste kunststof

Frees
(techniek) snel ronddraaiende stalen schijf of spil met inkervingen voor de bewerking van metalen, hout enz. door afslijping of uitholling



Gelamineerd fineerhout
Laminated Veneer Lumber is een houtachtig plaatmateriaal dat overeenkomst vertoont met triplex, maar waarbij de fineerlagen alle in dezelfde richting lopen. LVL wordt in Amerika gemaakt van southern yellow pine en in Europa van vuren. Bij de productie worden fineren van 3 à 4 mm dik en 2 meter breed voorzien van fenolformaldehydelijm en met de vezelrichting evenwijdig aan elkaar gelijmd. De naden in de fineren worden verspringend aangebracht. De platen worden opgezaagd tot stroken met breedten van 200 tot 900 mm, waardoor ze als dragende ligger zijn te gebruiken. Daarnaast dient LVL voor vloerplaten, steigerdelen en bekistingsschotten.

Gereedschapswisselaar
Er wordt onderscheid gemaakt tussen een `magazijn` en een `gereedschapswisselaar` in die zin dat een `magazijn` op een vaste plaats staat en de hoofdspindel zijn gereedschap daar gaat halen terwijl een `gereedschapswisselaar` meebeweegt met de hoofdspindel in de X-richting of in de X- en Y-richting

Geschoven
Eerder dan de vellen om te draaien om het spiegeleffect te bekomen worden de vellen eenvoudigweg het één naast het andere geschoven om het herhalingseffect te bekomen. Deze techniek is in een aantal gevallen nuttig. Het gebeurt meer dat, in het geval van op kwartier gesneden fineer, de klant het spiegeloffect niet wenst te hebben maar een eerder gelijkvormig opgebouwd paneel. Vandaar het belang van geschoven voegwerk. Een andere belangrijke reden is dat sommige bolen, om redenen van diverse aard, kleurverschillen kunnen vertonen of het licht op verschillende wijze weerkaatsen. Dit ie wel meer het geval met eik op kwartier gesneden. De methode van geschoven voegen zwakt deze verschillen af.

Gewicht:
Het gewicht van droog hout hangt af van de celruimte, d. w.z. de verhouding van houtsubstantie ten opzichte van luchtruimte. De waarden worden gegeven voor elke houtsoort in kg-mJ bij een vochtgehalte van 12%.

Gomholte:
Een plaatselijke ophoping van hars of gom in het hout.

Guillotine
machine voor het snijden van ruwe rubber of fineer

Guts
(bij timmerlieden) beitel die in de dwarsdoorsnede een gebogen vorm heeft, beitel met holle bek - synoniem: holijzer

Halfhouts
(bij timmerlieden) uitgekapt of reikende tot halverwege de dikte van het hout - een paar balken halfhouts verkepen - halfhouts over elkaar lippen - een halfhoutse verbinding

Hamer
werktuig dat bestaat uit een zwaar, langwerpig stuk hout of ijzer aan een steel, dat gebruikt wordt om te kloppen en te smeden

Handschaaf
(bij timmerlieden) kleine schaaf

Hardheid:
De weerstand van het hout tegen indrukking en schuring. De waarden worden gegeven in Newtons (N) en komen overeen met de belasting die nodig is om een stalen kogel met een diameter van 11,3 mm tot de helft van zijn doorsnede in het hout te drukken.

Hardhout
alg. ben. van harde houtsoorten zoals palm-, pok- en brazielhout antoniem: zachthout - (bij uitbreiding, handel) ben. van alle niet zeer zachte soorten loofhout en van enkele harde soorten naaldhout

Hengsel
scharnier, een ijzeren beslag met oor, waarin de deur enz. aan duimen of haken hangt - het hengsel van een deur, een luik, een venster

Houtdraadbout
bout die over een gedeelte van de lengte van een schroefdraad is voorzien - synoniem: houtbout

Jaarring
(bij de houtgroei) elk van de op de dwarsdoorsnede van een tak of stam te onderscheiden lagen hout die in één jaar gevormd zijn - synoniem: groeilaag, houtring, jaarkring, sapring

Kernhout:
De binnenste lagen van het hout in groeiende bomen die geen levende cellen meer bevatten. Kernhout is gewoonlijk donkerder dan spinthout, maar er is niet altijd een duidelijk onderscheid tussen de twee.

Kleefmiddel
middel om zaken door kleving aan elkaar te hechten

Koepel
halfbolvormige overwelving van een gebouw of een deel ervan, met een cirkelvormig of veelhoekig grondvlak, al of niet steunende op verticaal opgaande wanden of pilaren - de koepel van de St.-Pieterskerk te Rome - op het dak staat een open achthoekig koepeltje met een klok erin

Kozijn
getimmerd houten raamwerk, bestaande uit twee stijlen met een boven- en onderdorpel, waarin een deur of raam wordt aangebracht

Krasnaald
gereedschap dat men gebruikt voor het afschrijven van werkstukken

Krimp:
De samentrekking van houtvezels veroorzaakt door droging onder het vezelverzadigingspunt (gewoonlijk ongeveer 25-27% vochtgehalte). De waarden worden uitgedrukt als een percentage van de maten van vers hout.

Kromtrekken:
Vervorming van timmerhout dat afwijking van de oorspronkelijk vlakte veroorzaakt, ontstaat gewoonlijk tijdens het drogen. Kromtrekken kan overlangs of in de breedte plaatsvinden of de vorm aannemen van een verdraaiing (scheluwte).

Kwartier
Het snijden van fineer onder deze term geeft gelijnd fineer- De stamparten ( vierden, zesden of achtzten ) -worden haaks op de jaarringen gesneden

Lambrisering
meestal houten wandbekleding, beschot tegen het ondergedeelte van de wanden van een kamer of zaal - synoniem: betimmering

Laminaat
door lamineren verkregen product

Langsdrager
balk die in de lengte draagt -antoniem: dwarsdrager - stalen langsdragers van een spoorbrug

Leem
houtachtig deeltje van de vlas- of hennepstengel dat eruit gezwingeld wordt

Leubelmakerij
van het franse ` ebenisterie`.- De term bedoelt meubelen vervaardigd met ebbenhoutfineer ( uit de periode van FRANS I) Het betreft de kunst om meubelen te vervaardigen in hoofdzaak op basis van fineerhout. Het is vandaag bovendien de ruimere omschrijving voor verzorgd meubilair uit hout vervaardigd.

Lignine
houtstof

Lijmtang
klem waarmee te lijmen delen tegen elkaar worden gedrukt - synoniem: sergeant

Lultiplex
ben. voor hout dat bestaat uit meer dan drie lagen zeer dunne planken die hecht op elkaar gelijmd zijn

Mal
kaliber – a voorwerp waarmee afmetingen van werkstukken (de dikte van kogels, platen enz.) worden gecontroleerd

Mergvlekken:
Onregelmatig verkleurde strepen en vlekken in het houtweefsel veroorzaakt door aantasting van de groeiende boom door insecten.

Meubelplaat
Meubelplaat is een plaatmateriaal, opgebouwd uit een kern (ook wel vulling genoemd) van latten of staafjes hout, waarop aan weerszijden een laag fineer is gelijmd, zodanig dat de vezelrichting van de fineerlaag loodrecht staat op de lengterichting van de kern. De naam meubelplaat vindt zijn oorsprong in het feit dat aanvankelijk meubelmakers deze platen vervaardigden. Van een min of meer industriële vervaardiging was sprake vanaf het begin van de 19e eeuw. Door de opkomst van andere plaatmaterialen als triplex, spaanplaat, MDF en panelen van massief hout is de markt voor meubelplaat steeds kleiner geworden. De belangrijkste houtsoorten voor latten van meubelplaatkernen zijn vuren, okoumé, populieren en meranti. De staafjes bestaan uit fineren die eerst in pakketten zijn gelijmd en vervolgens zijn opgezaagd in stroken. Bij `crossbandmeubelplaat` worden aan een of twee zijden decoratieve fineren gelijmd, zoals eiken, essen en mahonie.

Nerf:
Bepaald door de relatieve afmeting en verdeling van de elementen waaruit het hout is opgebouwd. Beschreven als grof (brede elementen), fijn (dunne elementen) of egaal (gelijkmatige afmetingen van de elementen).

Open boek op de as
Het is dezelfde werkwijze dan de verwerking in `open boek`. Even-wel vertrekt men van een denkbeeldige as op het paneel en verdeelt men de vellen links en rechts van deze as op het paneel. In dit geval heeft men steeds een paar getal vellen per paneel.

Openboek
Eerder dan de vellen om te draaien om het spiegeleffect te bekomen worden de vellen eenvoudigweg het één naast het andere geschoven om het herhalingseffect te bekomen. Deze techniek is in een aantal gevallen nuttig. Het gebeurt meer dat, in het geval van op kwartier gesneden fineer, de klant het spiegeleffect niet wenst te hebben maar een eerder gelijkvormig opgebouwd paneel. Vandaar het belang van geschoven voegwerk. Een andere belangrijke reden is dat sommige bolen, om redenen van diverse aard, kleurverschillen kunnen vertonen of het licht op verschillende wijze weerkaatsen. Dit ie wel meer het geval met eik op kwartier gesneden. De methode van geschoven voegen zwakt deze verschillen af.

OSB
Oriented Strand Board is in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw ontwikkeld door enkele Canadese en Amerikaanse bedrijven. Het bestaat meestal uit drie lagen. De spanen (strands) hebben veelal een lengte van circa 75 mm, een breedte van + 20 mm en een dikte van 0,6 mm. De spaanafmetingen in de middenlaag kunnen kleiner zijn. In de buitenste lagen liggen de spanen meestal in de lengterichting en in de middenlaag in de breedterichting. OSB heeft mechanische eigenschappen die in de buurt van constructietriplex komen. Het gebruik heeft het laatste decennium een enorme vlucht genomen voornamelijk ten koste van constructietriplex. OSB-platen worden volgens NEN-EN 300 geclassificeerd naar toepassing, geschiktheid voor bepaalde klimaatcondities en mechanische eigenschappen. OSB wordt in vier typen geproduceerd.

Parketvloer
(in vaktaal) zulk een vloer van massief hout van ten minste 6 mm dikte synoniem: opgelegde vloer

Pen
houten nagel - synoniem: spie, pin - iets met pennen vastmaken - verbinding met pen en gat - de schoenmaker is bezig pennen in een zool te hameren

Plint
vlak belegstuk van hout, marmer enz. aan de voet der wanden in gangen en kamers

Raaklijn
(meetkunde) rechte lijn die met een kromme slechts één punt (het raakpunt) gemeen heeft - een raaklijn van een cirkel, een ellips, een parabool enz.

Raamsponning
sponning in een raamkozijn

Relatieve dichtheid:
Het relatieve gewicht van een substantie vergeleken met die van een gelijk volume water: De relatieve dichtheid van hout is hier gebaseerd op het volume van hout met een vochtgehalte van 12% en het ovendroge gewicht.

Rot
De ontbinding van houtsubstantie door schimmels en zwammen (andere term: houtaantasting).

Schaaf
gereedschap, bestaande uit een houten (later ook metalen) blok waarin een beitel in schuine stand zodanig bevestigd is dat het snijvlak aan de onderkant enigszins uitsteekt en dat dient om door stotend snijden het oppervlak van houten of metalen voorwerpen glad of effen te maken, of er een bep. vorm aan te geven

Scharnier
constructie om twee voorwerpen draaibaar ten opzichte van elkaar te verbinden, bestaande uit twee stukken metaal die in elkaar grijpen en met een doorlopende pen verenigd zijn, om welke de beide delen zich bewegen synoniem: knier

Schaven
de ruwe delen (van iets) wegnemen, het gladmaken door erover te strijken met een scherp voorwerp, vooral met een schaaf planken schaven

Scheurtjes:
Overlangse scheiding van de houtvezels die niet door de hele dwarsdoorsnede gaan. Scheurtjes ontstaan door trekspanning tijdens het droogproces.

Schietbeitel
dikke beitel met weinig breedte, om gaten in hout te hakken

Schimmel
:(in niet-techn. taal) ben. voor de verschijningsvormen van de onder 1 genoemde organismen die zich als donzige, pluizige of viltige plekken ontwikkelen op organische stoffen die geschikt en vochtig genoeg zijn om verteerd te worden, of, als parasieten, op andere levende organismen, vooral planten - er zit schimmel op die muur

Schors
buitenste laag van houtachtige delen van gewassen (onderscheiden van de bast, die er vlak onder ligt) - de schors van beukenbomen is glad, die van dennenbomen is zeer ruw

Schraag
draagconstructie tot ondersteuning, bestaande uit een draagbalk op twee paar elkaar kruisende, onderling verbonden benen - een behangerstafel op schragen - draagconstructie bestaande uit een ligger met twee rechte of schuine, van onderen verbonden benen, op voeten of in de bodem vast

Schraapijzer
langwerpig stalen gereedschap met een punt aan het vooreinde en driehoekig of vierhoekig in doorsnede, met scherpe kanten - (ook) stalen driehoek met scherpe kanten, met in het midden een handvat, dienende om iets glad te schrapen, b.v. houtwerk dat geolied of gepolitoerd moet worden; ook om oude verf af te krabben en bij het graveren om ongewenste lijnen weg te raderen - synoniem: schraapmes, schraapstaal, schrabijzer, schrapijzer, krabber, schrabber, schraper, schrapper, verfkrabber

Schrijnwerker
werker in fijn hout, maker van fijn kasten- en meubelwerk synoniem: meubelmaker

Schroefvijzel
vijzel bestaande in een verticale schroef die met handspaken wordt omgedraaid

Schuin
afwijkend van de loodrechte of horizontale richting, niet rechthoekig synoniem: scheef, hellend, diagonaal

Schuurmachine
Machine voor het gladschuren van ruwe oppervlakken, verflagen op het verwijderen van ouder verflagen

Slijpen
(m.betr.t. glas, steen, metaal e.d.) met een voorwerp dat een fijn-ruwe oppervlakte heeft, sterk schuren en wrijven langs de oppervlakte en daardoor effenen en gladmaken

Slijpschijf
schijf om te slijpen met amaril of slijppoeder, m.n. de schijf der diamantslijpers

Spaander
Bij meubelplaat, triplex en OSB is in meer of mindere mate de houtstructuur nog waar te nemen. Bij spaanplaat is nog te zien dat het materiaal van hout is gemaakt, de houtstructuur is echter geheel verloren gegaan. Spaanplaat is opgebouwd uit zeer kleine stukjes (spaanders) hout of andere lignocellulosehoudende materialen en een bindmiddel. Er bestaan ook cementgebonden spaanplaten waarbij de spanen met elkaar verbonden zijn met behulp van hydraulisch cement . Spaanplaat heeft, omdat de deeltjes in alle richtingen liggen, in de lengte en breedte ongeveer dezelfde eigenschappen. Het is nog steeds het meest toegepaste plaatmateriaal.

Spinthout
de buitenste, nog niet rijpe jaarringen van een boom - synoniem: xyleem

Splijten:
Scheiding van de vezels in een stuk hout van de ene zijde tot de andere.

Sponning
(bij timmerlieden) gleuf, groeve (waarin iets sluit)- verbinding met sponningen - de sponning van een schuifraam - de sponningen in de duigen van een vat

Steekmachine
machine, hetzij om sponningen en kerven, hetzij om gaten uit te steken

Stere
Een stère is een volumemaat voor gestapeld rondhout: het is voor te stellen als een kubieke meter die vol is gestapeld met stamstukken van 1 meter lengte. Vanzelfsprekend zit er dan zoveel loze ruimte tussen al die onregelmatig gevormde stamstukken dat er geen sprake is van een `vaste` kuub hout. Om te kunnen berekenen hoeveel vaste kubieke meter hout er in een stère gaat moet een ervaren deskundige een goede schatting maken van de conversiefactor. Die factor is afhankelijk van tal van aspecten zoals lengte, gemiddelde diameter, wijze van stapeling, rechtheid van het hout e.d. In de handel wordt soms gewerkt met gemiddelde conversiefactoren. Per rolstapel of vrachtwagen zullen afwijkingen van dit gemiddelde voorkomen. In onderstaand voorbeeld wordt duidelijk dat een prijs per stère lager is dan een prijs per m3 zonder dat dit voor het verkoopresultaat wat uitmaakt. Vaak wordt hout in stères gemeten omdat dat een snelle en goedkope manier van meten is.

Stijkbalk
(bouwkunde) balk die in de lengte tegen een muur aan ligt - synoniem: strijkbint

Suiknaad
naad gevormd door twee in lengteverband gelegde planken, balken, stenen dekstukken enz. De stuiknaden van de planken vallen midden boven de kespen-stuiknaad van gesoldeerde stukken - waar de einden tegen elkaar, niet over elkaar, zijn gesoldeerd

Tekening:
Het patroon dat wordt geproduceerd in het houtoppervlak door de jaarringen, houtstralen, kwasten, afwijkingen van de regelmatige draad, zoals kruisdraad en golvende draad en onregelmatige kleuring.

Timmeren
bouwen (thans uitsluitend van houten bouw gezegd) - een huis, een schip timmeren

Timmerman
iem. die het timmeren als beroep uitoefent, hetzij als baas, hetzij als knecht

Trekzwaluwstaart
(bij timmerlieden) (hout)verbinding waarbij het ene einde van een hout min of meer als de staart van een zwaluw is uitgesneden en in het einde van een ander gevoegd, zodat het eindelingshout aan beide zijden te zien is (ook in toepassing op zekere verbinding van koperen of messing platen)

Triplex
Triplex behoeft weinig introductie. Het betreft platen bestaande uit twee, maar gebruikelijk drie of meer op elkaar gelijmde fineerlagen, waarvan de vezelrichtingen van de opeenvolgende lagen gewoonlijk loodrecht op elkaar staan. Zo is het een product met alle unieke eigenschappen van hout, met daarbovenop een grotere stabiliteit en grotere afmetingen. Triplex wordt in het algemeen geclassificeerd naar de geschiktheid voor toepassing in bepaalde klimaatcondities (EN 636- serie) en naar de mogelijkheden voor afwerking (EN 635-4). Het in Nederland toegepaste triplex is voor een groot deel KOMO gecertificeerd volgens BRL 1705 `Triplex`.

Triplex
ben. voor hout in platen, gevormd door het kruiselings op elkaar lijmen van drie dunne lagen waardoor het niet kromtrekt of krimpt

Vacuüm-druk geïmpregneerd hout
Vacuüm-druk geïmpregneerd hout is hout dat door toepassing van een verduurzamingsmiddel vele jaren beschermd is tegen aantasting door schimmels en insekten. Hout wordt daarvoor in een gesloten horizontale cilinder -de autoclaaf- gebracht waarna de lucht uit de cilinder en uit de houtcellen wordt getrokken. Daarna wordt het verduurzamingsmiddel toegelaten en wordt de inhoud van de behandelingscylinder onder druk gebracht. Daardoor wordt het verduurzamingsmiddel diep in de houtcellen ingebracht. Vervolgens wordt opnieuw vacuüm gezogen om overtollig verduurzamingsmiddel af te voeren. De afronding van het proces bestaat uit een fixatiebehandeling zodat het ingebrachte middel ook echt in het hout blijft zitten door een chemische binding aan te gaan met het hout.