Kopie van `Konferentie Nederlandse Religieuzen - Kloosters`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.


Konferentie Nederlandse Religieuzen - Kloosters
Categorie: Religie en filosofie > Kloosters
Datum & Land: 27/01/2014, NL
Woorden: 17


Abdij
Klooster waar monniken, monialen of reguliere kannuniken leven onderleiding van een abt of abdis.

Evangelische raden
Naam van de raadgevingen die Jezus heeft gegeven om Hem na te volgen. Het zijn: de vrijwillige armoede, de volmaakte zuiverheid en de gehoorzaamheid. Religieuzen verplichten zich door geloften tot het onderhouden van de evangelische raden.

Klein Officie
Vorm van brevier, speciaal voor leden van zuster- en broedercongregaties van de Derde Orde. Iedere dag werden vrijwel dezelfde teksten gelezen, zij het met wijzigingen in bijv. vasten en advent. Na de invoering van het Kleinbrevier is het Klein Officie, ook wel Maria-officie genoemd, in onbruik geraakt.

Kleinbrevier
(Lat.) Vereenvoudigde uitgave van de officiële teksten van het koorgebed, samengesteld voor het gebruik door religieuzen en door leken.

Klooster
(Lat.) Gebouw waarin kloosterlingen van een bepaalde orde of congregatie een gemeenschappelijk leven leiden om aldus beter de evangelische volmaaktheid te kunnen bereiken.

Klooster
Gebouw waarin kloosterlingen van een bepaalde orde of congregatie een gemeenschappelijk leven leiden om aldus beter de evangelische volmaaktheid te kunnen bereiken.

Kloostergang
Overdekte, veelal gewelfde gang of galerij rond de binnenhof van kloosters en abdijen, meestal aansluitend bij de kerk. De kloostergang verbindt de verschillende kloostergebouwen.

Kloostergeloften
zie Evangelische raden.

Kloosterorde
Religieuze gemeenschappen die door de paus zijn erkend. De leden leggen de plechtige geloften af van armoede, gehoorzaamheid en kuisheid. Zij komen voor binnen de katholieke en angelicaanse kerk.

Obediëntie
(Lat.) 1.Gehoorzaamheid die een kloosterling verplicht is aan zijn overste. 2. Brief die een kloosterling op reis meekrijgt. Op vertoon hiervan wordt hem gastvrijheid in een ander klooster verleend.

Orde
(Lat.) Vereniging van personen die aan een bepaalde regel zijn gebonden: 1. Een geestelijke orde. De gemeenschap streeft naar volmaaktheid en leeft volgens de door de kerk goedgekeurde regel onder leiding van een overste in daartoe bestemde huizen (kloosters). 2. Een ridderorde: bepaalde vereniging van geestelijke of wereldlijke ridders. 3. De Tweede Orde. 4. De Derde Orde.

Overste
Degene die de leiding heeft in een klooster. Verder wordt gesproken van generaal-overste (van de totale orde of congregatie) en van provinciaal-overste van een land of een deel ervan, als er meer provincies zijn.

Seminarie, seminarium
(Lat.) 1. Opleidingsinstituut met internaat voor de opleiding tot katholiek geestelijke.
Men onderscheidt het klein-seminarie, waar de opleiding van 12-18 jarigen wordt verzorgd, en het groot-seminarie, waar de religieuze, wetenschappelijke en pastorale vorming tot priester plaatsvindt. Hier worden doorgaans twee jaar aan de studie van filosofische vakken en vier jaar aan de studie van theologische disiplines gewijd.
2. Opleidingsinstituut voor predikanten.

Slot
De ruimte van een klooster die is voorbehouden aan kloosterlingen en waarbinnen deze hun kloosterlijk leven leiden en waar anderen niet worden toegelaten.

Slotzuster
Kloosterzuster van een beschouwende orde die beloofd heeft haar leven in de enkel voor kloosterlingen bestemde ruimte te zullen leiden. Zie ook: Monialen.

Werken van Barmhartigheid
Benaming voor diensten die men de naaste in nood verleent uit liefde tot God. Men onderscheidt: lichamelijke werken en geestelijke werken. Onder de lichamelijke werken vallen, volgens Mt. 25:35-37: de hongerigen eten geven, aan hen die dorst lijden te drinken geven, naakten kleden, vreemdelingen gastvrijheid verlenen, zieken bezoeken, gevangenen verlossen. Het begraven van de doden wordt in Mt 25:35-37 niet genoemd. Dit goede werk, dat in de dagen van de pest in de Middeleeuwen bijzondere nadruk kreeg, wordt in verband gebracht met het boek Tobit, waar de zorg voor de overledenen speciale aandacht krijgt
(Tob 14:9, 11-13). Tot de geestelijke werken behoren: zondaars vermanen, omwetenden leren, raad geven in moeilijkheden, bedroefden troosten, onrecht ondergaan, beledigingen vergeven, voor elkander bidden.

Zuster
Algemene naam van vrouwelijke kloosterlingen van een orde of congregatie.