Kopie van `NIRAS - Glossarium radioactiviteit`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.


NIRAS - Glossarium radioactiviteit
Categorie: Chemie, chemische- en kernindustrie > Radioactiviteit
Datum & Land: 15/02/2007, NL
Woorden: 42


Atoom
Het kleinste deeltje van een chemisch element dat niet verder deelbaar is langs chemische weg. Elk atoom bestaat uit een kern van positief geladen protonen en neutrale neutronen, omgeven door een `wolk` of `sluier` van negatief geladen elektronen die om de kern cirkelen op één of meer banen. Atomen gedragen zich naar buiten toe elektrisch neutraal, omdat het aantal protonen in de kern en het aantal elektronen in de wolk gelijk is. Atomen zijn zeer klein: in een waterdruppel bevinden zich ongeveer 6.000 triljoen (21 nullen na de 6) atomen.

Atoomkern
Zie kern.

Atoomnummer
Nummer dat aan elk element wordt toegekend in het periodiek systeem der elementen. Het is gelijk aan het ladingsaantal, dit is het aantal protonen dat zich in de atoomkern bevindt (symbool Z).

Bq
Zie becquerel.

Ci
Zie Curie.

CILVA
Acroniem voor Centrale Infrastructuur voor Laagactief Vast Afval, een installatie voor de verwerking van vast laagactief afval op de site van Belgoprocess.

Curie (Ci)
Oude eenheid voor het meten van radioactiviteit. In 1985 officieel vervangen door de becquerel (Bq). Een curie komt overeen met de activiteit van 1 g radium en is even groot als 37 miljard becquerel.

Effectieve dosis
Sommige weefsels en organen zijn gevoeliger voor straling dan andere. Om rekening te houden met dit kenmerk wordt de equivalente dosis gewogen door een specifieke risicofactor voor elk weefsel of orgaan om de effectieve dosis te bekomen. Dit is de som van de gewogen equivalente doses waaraan de verschillende weefsels of organen onderhevig zijn. De eenheid die hiervoor gebruikt wordt, is de sievert.

Elektron
Negatief geladen elementair deeltje (behoudens tegenspecificatie) dat zich rond de positief geladen kern bevindt. De elektronen bepalen de chemische eigenschappen van het atoom.

Element
Stof die volledig bestaat uit atomen met hetzelfde atoomnummer en die niet verder ontbonden kan worden langs chemische weg. Er zijn momenteel 112 elementen bekend, waarvan 92 natuurlijke en 20 kunstmatige. Elk element heeft een specifiek aantal protonen, het zogenaamde atoomnummer Z, in zijn kern. Enkele voorbeelden hiervan zijn waterstof (Z = 1), koolstof (Z = 6), goud (Z = 79), lood (Z = 82) en uranium (Z = 92).

Equivalente dosis
Zie dosisequivalent.

Erkenning
Formele beslissing waarbij NIRAS erkent dat een procédé en een installatie voor verwerking/conditionering in staat is een type collo geconditioneerd afval te produceren dat aan de toepasbare acceptatiecriteria beantwoordt.

EUROCHEMIC
Proefinstallatie voor opwerking van bestraalde kernbrandstof, op de site van Belgoprocess.

FBFC International
Franco-belge de fabrication de combustibles International: fabrikant van kernbrandstof in Dessel.

Goedkeuring (of kwalificatie)
Formele beslissing waarbij NIRAS erkent dat een procédé en een installatie voor verwerking/conditionering in staat is een collo geconditioneerd afval te produceren dat aan de toepasbare acceptatiecriteria beantwoordt.

Gy
Zie gray.

IAEA
International Atomic Energy Agency: Internationaal Agentschap voor Kernenergie, een agentschap van de Verenigde Naties dat zetelt in Wenen, Oostenrijk.

ICRP
International Commission on Radiological Protection: Internationale Commissie voor Radiologische Bescherming.

Ion
Atoom, fragment van een molecule, molecule of groep van molecules die een totale elektrische lading dragen die niet gelijk is aan nul.

Ionisatie
Proces dat erin bestaat één of meer elektronen toe te voegen aan atomen of aan molecules of ze eruit te verwijderen, hetgeen leidt tot het ontstaan van ionen. Hoge temperaturen, elektrische ontladingen of radioactieve straling kunnen leiden tot ionisatie. Ionisatie is tevens de vorming van ionen door de ontbinding van molecules.

Ioniserende straling
Straling met voldoende energie om in materie ionisatie te veroorzaken. Voorbeelden hiervan zijn alfa-, bèta- en gammastraling en röntgenstralen.

IRE
Nationaal Instituut voor Radio-elementen, Fleurus, België.

Isotopen
Atomen van een chemisch element met hetzelfde aantal protonen en elektronen maar met een verschillend aantal neutronen. Ze hebben dus hetzelfde atoomnummer (Z), maar een verschillende massagetal (A). Men spreekt van de isotopen van een element. Zo zijn bijvoorbeeld koolstof-12, koolstof-13 en koolstof-14 isotopen van het element koolstof. Isotopen van een zelfde element hebben dezelfde chemische eigenschappen, maar hun fysische eigenschappen kunnen verschillend zijn. Koolstof-12 en koolstof-13 bijvoorbeeld, zijn stabiel, terwijl koolstof-14 radioactief is.

Klei
Zacht of licht gehard gesteente dat hoofdzakelijk bestaat uit zeer kleine deeltjes (kleiner dan 2 micron) van aluminium-silicaten. Klei bezit het vermogen om de verplaatsing van radionucleïden te vertragen en is zeer weinig waterdoorlatend. Bovendien is klei een gesteente dat min of meer plastisch is met een bijzonder helend vermogen: openingen die in de klei ontstaan (scheuren, breuken), hebben de neiging spontaan weer dicht te gaan.

Niet-geconditioneerd afval
Radioactief afval dat niet geconditioneerd werd.



Nucleïde
Algemene term voor een willekeurige isotoop X, zowel stabiel (279) als onstabiel (circa 5.000), van de chemische elementen, die gekenmerkt wordt door massagetal A en atoomnummer Z.

Nucleaire desintegratie
Zie desintegratie (nucleaire-).

Nucleaire installatie
Geheel van voorwerpen, apparaten, voorzieningen of gebouwen die binnen een inrichting een technische eenheid vormen waar beroepsactiviteiten of -praktijken worden uitgeoefend waarbij gebruik gemaakt wordt van ioniserende straling of van radioactieve stoffen.

Nucleaire transformatie
Transformatie van een radionucleïde in een andere nucleïde, bijvoorbeeld alfadesintegratie of bètadesintegratie.

Oxidatie
Reactie waarbij een atoom of een ion elektronen verliest.

Sievert (Sv)
Eenheid gebruikt in stralingsbescherming om, naargelang het geval, het dosisequivalent of de effectieve dosis te bepalen. Ze is gelijk aan 1 joule/kilo en geeft een maat voor de schadelijkheid van een hoeveelheid geabsorbeerde stralingsenergie of van het biologisch effect van straling op een levend wezen.

Specificaties
Zie acceptatiecriteria.

Splijtbaar (stof)
Die splijting kan ondergaan door absorptie van neutronen.

Splijtingsproducten
Nucleïden gevormd door kernsplijting, of dochterproducten van deze nucleïden.

Splijtstof
Zie kernbrandstof.

Splijtstofcyclus
De stappen die nodig zijn om uranium te gebruiken als kernbrandstof voor de productie van elektriciteit. Tot deze stappen behoren het delven en gebruiksklaar maken van uraniumerts, het verrijken van het uranium, het fabriceren van splijtstoftabletten en brandstofelementen en het gebruik ervan in een reactor, de eventuele chemische opwerking om het in de bestraalde brandstof achtergebleven uranium en het ontstane plutonium te recupereren, en het eventueel fabriceren van nieuwe brandstofelementen.

Sv
Zie sievert.

SYNATOM
Société Belge des Combustibles Nucléaires (Belgische Maatschappij voor Kernbrandstoffen).

Uranium
Natuurlijk radioactief element waarvan het atoomnummer gelijk is aan 92 (aantal protonen). Zijn belangrijkste natuurlijke isotopen zijn uranium-235 (0,72% van natuurlijk uranium), dat splijtbaar is, het vruchtbare uranium-238 (99,3% van natuurlijk uranium) en uranium-234 (0,0056%). Alle drie zijn alfastralers.

Vrijgave
Onttrekking aan iedere latere reglementaire radiologische controle, door de bevoegde overheid (Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle), van stoffen, materialen, installaties of sites omdat het risico voldoende klein geworden is. Het concept van de vrijgave houdt impliciet in dat, wanneer stoffen, materialen, installaties of sites worden vrijgegeven, zij niet meer onderworpen zijn aan beperkingen of latere radiologische controles. Bijgevolg kan vrijgegeven radioactief afval als gewone residu`s of effluenten worden behandeld, en mogen voor hergebruik of recyclage vrijgegeven stoffen, materialen, installaties of sites verkocht worden aan iedere persoon, onderneming of vereniging, die ze vrij kan gebruiken voor welke doeleinden ook.

Vrijgavecriteria
Voorwaarden die vervuld moeten zijn om radioactief afval vrij te geven, d.w.z. opdat de risico`s die aan dit afval verbonden zijn, als voldoende klein zouden worden beschouwd. De recentste officiële criteria zijn vastgelegd in het koninklijk besluit van 20 juli 2001 (gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 30/8/2001) houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking, van de werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van ioniserende stralingen.

Vrijstelling
Zie Vrijgave.