Kopie van `RU Nijmegen - Animal Ecology and Ecophysiology`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.


RU Nijmegen - Animal Ecology and Ecophysiology
Categorie: Planten en dieren > Ecologie
Datum & Land: 15/02/2007, NL
Woorden: 15


abiotiek
het totaal aan abiotische factoren (fysiche en chemische)

antropogeen
Door de mens gemaakt. Ontstaan door menselijke activiteit.

elementen
Storm, regen, hagel, sneeuw enzovoort.

epifyt
Plant die leeft op een ander organisme maar geen parasiet is.

estuarium
a. Een estuarium is een overgangsgebied tussen één of meerdere rivieren en de zee, waar naast de rivierafvoer het getij een meer of minder sterke invloed heeft op de waterbeweging, en zoet en zout water elkaar ontmoeten. Het getij is het belangrijkste fysische proces dat het getijdengebied vorm geeft en in stand houdt.`
Als overgangsgebied is het estuarium rijk aan gradiënten in processen en milieufactoren, en daarmee samenhangend gradiënten in en een grote variatie aan biotopen en levensgemeenschappen. Kenmerkende gradiënten zijn:
- de overgang in hydrologische en morfologische dynamiek, van rivierdynamiek naar zeedynamiek;
- de overgang van het zoete rivierwater naar het zoute zeewater;
- de overgang van riviersediment naar zeesediment;
- de overgang van zoetwaterorganismen naar brak- en vervolgens zoutwaterorganismen;
- een landschappelijke gradiënt. Aan zeezijde heeft het gebied een open karakter, met brede stroomgeulen, omzoomd door strand en duinen aan de kust en door brede slikken en gorzen meer landinwaarts. Stroomopwaarts verschijnt in toenemende mate opgaande begroeiing langs de oevers. Dit zet zich verder door tot in het rivierlandschap van ooibossen in het bovenrivierengebied.
b. Estuaria zijn overgangsgebieden tussen één (of meerdere) rivier(en) en de zee, waar de watermassa in beweging is onder invloed van de rivierwaterafvoer en het getij, bestaande uit 3 zones: 1) een zoetwatergetijdengebied, 2) een middengebied waar zoet rivierwater en zout zeewater zich mengen en 3) een kustzone (naar Day et al.

eulitorale zone
De zone tussen springtij-hoogwater en springtij-laagwater, de eulitorale zone, kan opgedeeld worden in 3 verschillende zones, de zone tussen springtij-hoogwater en gewoon hoogwater heet hoog-eulitoraal, de zone tussen gewoon hoogwater en gewoon laagwater heet midden-eulitoraal, en de zone tussen gewoon laagwater en springtij laagwater heet laag-eulitoraal.

fysiotoop
Een fysiotoop is een eenheid die homogeen is voor wat betreft de abiotische omstandigheden die van belang zijn voor de biotische aspecten. Bij gelijk beheer, een zelfde ontwikkelingsstadium, en zonder extreme omstandigheden in het recente verleden (storm, ijsgang, e.d.) zijn fysiotoop en ecotoop dezelfde ruimtelijke eenheid.

GIS
Geografische Informatie Systemen (GIS) behoren tot de Geografische Informatiekunde. Dat is dit de wetenschap die zich bezighoudt met het via computers laten werken van Geografische Informatie Systemen (GIS). Een GIS is een divers informatiesysteem, dat zich richt op geografische informatie en het genereren, het verwerken, het opslaan en en het manipuleren van deze gegevens. Er bestaan vele soorten van GIS. Het kan zich bijvoorbeeld toeleggen op cartografie (landkaarten), en/of statistiek van land, provincie, stad/dorp in diverse vormen als bijvoorbeeld bevolkingsdichtheid of toepassingen voor beroepssectoren.

gors
zie schor: Buitendijks gebied dat alleen bij uitzonderlijk hoog water overstroomt. Geheelbegroeide op- of aanwas. Elders in Nederland ook wel gors (met name Zuid-Holland) of kwelder (met name Friesland en Groningen) genoemd.

hydrodynamiek
Hydrodynamiek: fysische en chemische invloeden van water (duur, diepte en tijdstip van overstroming, stroming, golfslag alsook kwaliteit van het water)

orbitaalsnelheid
De orbitaalsnelheid is de stroomsnelheid aan de bodem van een golf. Een golf is in feite een rondgaande beweging, die onderaan op de bodem aangrijpt. Een maat voor de hoeveelheid energie waarmee een golf aangrijpt op de bodem is de snelheid waarmee die beweging langs de bodem gaat. De orbitaalsnelheid veroorzaakt evenals de lineaire stroomsnelheid een bodemschuifspanning en eventueel resuspensie. De orbitaalsnelheid is een functie van de golfhoogte en de diepte, waarbij in ondiep water de invloed op de bodem het grootst is.

sublitoraal
Het gebied onder de laagste laagwaterlijn dat nooit droogvalt.

successie
Progressieve vervanging van een levensgemeenschap door een volgend stadium.

supralitoraal
Gebied boven de hoogwaterlijn dat zelden wordt overspoeld. Wordt ook wel de spatzone genoemd.

zoutgehalte
zie saliniteit: Saliniteit wordt gedefinieerd als het totaal gewicht in gram van anorganische zouten in één kilogram water en het gehalte wordt aangegeven in gewichtspromilles ($) of grammen per kilogram (en is daardoor dimensieloos). De saliniteit van de Noordzee ligt tussen de 34 en 35 $. De chlorositeit, g Cl -/l, berekent men door de saliniteit te delen door 1,81.