Kopie van `Marc Verhoeven - Bijbel glossarium`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.


Marc Verhoeven - Bijbel glossarium
Categorie: Religie en filosofie > Christendom
Datum & Land: 15/02/2007, BE
Woorden: 219


Abacus
Een stenen dekplaat aan de top van een klassiek kapiteel, net onder de architraaf.

Absis
1. Een halfronde of veelhoekige nis ter afsluiting van een of beide zijden van het schip van een Romaanse basiliek. 7-20: Plattegrond van de Basilica
2.In een christelijke kerk meestal geplaatst aan het oostelijke uiteinde van het schip achter het transept of het koor: wordt soms ook gebruikt aan het eind van het dwarsschip. 19-22: Plattegrond van St. Paul’s Cathedral, Londen

Academie
Een plaats om te studeren: het woord is ontleend aan de Griekse naam van een tuin nabij Athene waar Plato en de latere platonische filosofen van de 5de eeuw v.o.t. tot de 6de eeuw hun wijsgerige discussies voerden. De eerste eigenlijke kunstacademie was de in 1563 door Giorgio Vasari te Firenze gestichte tekenacademie. Belangrijke latere academies waren l` Academie Royale de Sculpture et Peinture te Parijs, gesticht in 1648, en the Royal Academy of Arts te Londen, gesticht in 1769. Het doel hiervan was de kunst te bevorderen door systematisch onderwijs, tentoonstellingen, discussies en af en toe door financiële steun.

Acanthus
1. Een plant uit het Middellandse-Zeegebied met puntige of getande bladeren.
2. Een decoratief motief, naar de gestileerde vorm van de bladeren van deze plant, gebruikt in kroonlijsten, op friezen en corinthische zuilen. 5-37: Corinthisch kapiteel van de Tholos in Epidauros

Acropolis
Citadel van een Griekse stad, op het hoogste punt gebouwd; hier bevonden zich de voornaamste tempels en openbare gebouwen (Athene, Corinthe).

Agora
Open ruimte in een Griekse of Romeinse stad, gebruikt als marktplein of openbare vergaderplaats, omringd door colonnades, als op een forum.

All` antica
(Italiaans:) volgens de stijl van de antieken, dat wil zeggen naar (Grieks-) Romeins voorbeeld.

Alla Prima
Een schildertechniek waarbij de kleuren met één laag, met weinig of geen tempera (pigmenten vermengd met eigeel en water), worden aangebracht (nat-in-nat-techniek).

Altaar
1. Een al dan niet door mensenhand opgeworpen verhoging waarop ter ere van een godheid heilige handelingen worden verricht of offers worden gebracht.
2. Een op een tafel gelijkende constructie in een rooms-katholieke kerk gebruikt bij het celebreren van de mis

Altaarstuk
Een geschilderd of gebeeldhouwd kunstwerk, geplaatst achter en boven het altaar van een christelijke kerk. Het kan bestaan uit een enkel paneel (11-97: ‘De aanbidding der wijzen’ Gentile da Fabriano) of uit een triptiek of polyptiek (15-3: ‘Gents altaarstuk’ Hubert en Jan van Eyck)met scharnierende zijluiken die aan weerskanten beschilderd zijn. Wordt ook reredos of retabel genoemd.

Amfora
Een grote Griekse voorraadvaas met een ovale, naar onderen meestal taps toelopende vorm; met twee handvaten die van even onder de rand tot het wijdste punt lopen. 5-6: ‘Herakles wurgt de Nemeïsche leeuw’ Psiax

Andachtsbild
Duits voor bidprentje. Een soort afbeelding bestemd voor persoonlijke devotie, het eerst ontwikkeld in het noorden van Europa. 11-54: Roettgen Pietà

Apocalypse
De Openbaringen, het laatste boek van het Nieuwe Testament. Hierin beschrijft de evangelist Johannes op het eiland Patmos zijn visioenen onder het hemel, de toekomst van de mensheid en het Laatste Oordeel.

Apostel
Een van de twaalf discipelen door Jezus uitverkoren om hem tijdens zijn leven te vergezellen en na zijn dood het evangelie te verspreiden.

Arabesk
Sierlijk slingerend ornament, bestaand uit zuiver meetkundige lijncombinaties, of uit figuratieve motieven als stengels, bladeren, bloemen, dieren en monsterachtige wezens, die sedert de renaissance zeer geliefd waren. De vroegste voorbeelden zijn te vinden in moslimtradities en de Pompeijaanse schilderkunst. In de moderne kunst, vanaf Delacroix, wordt het begrip arabesk gebruikt om het abstracte spel van lijnen en kleuren, los van de voorstelling, aan te geven. Ook in de muziek wordt de abstractie aangeduid met dit begrip.

Arcade
Een rij bogen op zuilen of pijlers.
Bevestigd aan een muur of hier deel van uitmakend noemt men een blinde arcade. 10-19: Doopkapel van San Giovanni, Firenze

Architraaf
Het laagste deel van een klassiek entablement, d.w.z. een aantal steenblokken die direct op de zuilen rusten. 5-24: Dorische, ionische en corinthische orde

Archivolt
De omlijsting van een boog, of een aantal van dergelijke omlijstingen bij een timpaan, vaak met beeldhouwwerk versierd. 10-22: Romaanse en hoog-gotische portalen

Armatuur
Houten of ijzeren staketsel ter ondersteuning of versterking van bijvoorbeeld een kleiplastiek.

Atmosferisch perspectief
Schilderkunstige suggestie van diepte bewerkstelligd door het atmosferisch, d.w.z. minder scherp omlijnd weergeven van op afstand gelegen elementen. 15-2: ‘De kruisiging’ en ‘Het laatste oordeel’ Hubert en Jan van Eyck

Atrium
1. De door woonvertrekken omgeven ruimte in een Romeins huis, of de open voorhof. 7-21: Atrium in het ‘Huis van de zilveren bruiloft’, Pompeii
2. De open voorhof van een kerk, soms met zuilen of arcades. 10-15: San Ambrogio in Milaan

Attiek
Een balustrade boven de kroonlijst of het entablement, vaak versierd met ramen en pilasters (13-27: St. Pieters, Rome), die dient om het erachter liggende dak aan het oog te onttrekken.

Attika
Streek in Griekenland, schiereiland waarop Athene ligt.

Balustrade
Een leuning rustend op korte spijlen (of balusters). 13-23:Vestibule van de Laurentiaanse bibliotheek, Firenze
Wordt ook gebruikt om een lage borstwering aan te duiden. 11-8: Westelijke façade van de Notre Dame, Parijs

Baptisterium
Een gebouw of een deel van een kerk, vaak rond of achthoekig, waarin de doop wordt toegediend. Hierin staat een doopvont, een stenen of metalen bak waarin zich het doopwater bevindt (10-31: ‘Doopfont’ Renier van Huy). 10-19: Doopkapel van San Giovanni, Firenze



Basement
Onderste deel van een zuil, onder de schacht (5-24: Dorische, ionische en corinthische orde) of van een gebouw; in een enkel geval het stuk waar een beeld of schilderij op rust.

Basiliek
1. In de oude Romeinse bouwkunst een basilica: een groot, langwerpig gebouw gebruikt voor rechtspraak en samenkomsten, over het algemeen bestaande uit een schip, zijbeuken en één of meer apsissen. 7-20: Plattegrond van de Basilica
2. In de christelijke bouwkunst een langwerpige kerk afgeleid van de basilica, bestaande uit een schip, apsis, twee of vier zijbeuken of zijkapellen en soms een narthex. 12-14: Plattegrond van de San Lorenzo, Firenze
3. Een van de zeven hoofdkerken van Rome (St.-Pieter, St.-Paulus Buiten de Muren, St.-Jan van Lateranen etc.), of andere kerken met dezelfde godsdienstige voorrechten.

Benedictijner orde
In 529 gesticht te Subiaco bij Rome door Benedictus van Nursia (ca. 480-ca. 543). Minder streng dan andere vroegere orden verspreidde deze orde zich in de volgende twee eeuwen over een groot gedeelte van West-Europa.

Bladgoud
Goud uitgeslagen tot een heel dun laagje of `blad` en gebruikt voor verlichte handschriften en paneelschilderingen, op beeldhouwwerk of aan de achterzijde van de glazen tesserae gebruikt voor mozaïeken. 8-29: Keizer Justinianus en zijn gevolg

Boogveld
Vlak dat door een dichte, blinde boog besloten wordt.

Boom der kennis van goed en kwaad
De boom in de Tuin van Eden; hiervan aten Adam en Eva de verboden vrucht (appel) en verloren door het eten hiervan hun onschuld.

Boom des Levens
Een boom in de Tuin van Eden, waarvan de vruchten het eeuwige leven zouden schenken. In de middeleeuwse kunst werd de Boom des Levens vaak gebruikt als symbool voor Christus.

Calvarieberg
De oorspronkelijk buiten Jeruzalem gelegen heuvel waar Jezus gekruisigd werd. De naam komt van het Lat. calvaris dat schedel betekent (Golgotha is de Griekse vertaling van schedel uit het Aramees). De heuvel werd geacht de plaats te zijn waar Adam begraven was en stond derhalve bekend als de `plaats van de schedel`.

Campanile
Van het Italiaanse woord “campana”, dat klok betekent. Een klokkentoren, hetzij rond of vierkant, en soms vrij staand. 8-13: San Apollinare in Classe, Ravenna

Cannelure
De verticale groeven die ter versiering in de schacht van een zuil of pilaster (5-24: Dorische, ionische en corinthische orde) zijn aangebracht. De cannelures kunnen elkaar in scherpe graten raken zoals in de Dorische orde, of door een smalle bies gescheiden zijn zoals in de Ionische, Corinthische en Composietorde.

Cassette
1. Een klein kistje of (sier)doosje
2. Een verdiept liggend vlak van een plafond of gewelf. Een plafond met dergelijke panelen heet een cassetteplafond. 21-72: Interieur van Baltimore Cathedral

Catacomben
De ondergrondse begraafplaatsen van de vroege christenen, bestaande uit gangen met grafnissen en kleine grafkapellen

Cella
De voornaamste, afgesloten ruimte in een tempel, waarin een beeld stond. Wordt ook naos genoemd. 5-25: grondplan van een typische Griekse tempel
De tempel zelf, ter onderscheiding van het tempelcomplex.

Centraalbouw
Bouwstijl, vooral terug te vinden in kerken, waar het gebouw vier gelijke armen heeft, cirkelvormig of veelhoekig is.

Centraalperspectief
Systeem om te berekenen hoe driedimensionale voorwerpen `correct` op een plat vlak kunnen worden weergegeven, uitgaande van één enkel gezichtspunt. Het maakt gebruik van lijnen die op de horizon in één centraal verdwijningpunt samenkomen. 12-34: ‘Gevecht van San Romano’ Paolo Uccello

Chiaroscuro
Van het Italiaanse woord voor licht en donker. In de schilderkunst een methode om een vorm voornamelijk aan te geven door het gebruik van licht en schaduw. Meer gebruikelijk: clair-obscur. 17-2: ‘Roeping van St. Mattheus’ Caravaggio

Cire-perdu
Gietproces door middel van `verloren was`. Om het model van boetseerwas werd een laag klei aangebracht en verhit. Bij het verharden van de klei smolt de was weg. De op deze wijze verkregen gietvorm werd gevuld met gesmolten metaal of vloeibaar gips.

Cisterciënzer orde
In 1098 in Cîteaux gesticht door Robert de Molesme met het doel de benedictijner orde te hervormen en terug te leiden naar de oorspronkelijke opzet: een leven van gestrenge eenvoud.

Collage
Een compositie bestaande uit stukken uitgeknipt (of uitgesneden) materiaal die aan elkaar geplakt worden: soms voegt de kunstenaar hier lijmen of vormen aan toe. 24-15: ‘Stilleven op een stoelzitting’ Pablo Picasso

Colonette
De verticale zijden van een opening. In Romaanse en Gotische kerken lopen ze vaak schuin naar buiten toe zodat er een groter oppervlak is voor decoratie. 11-42: Colonettefiguren aan de westelijke portalen van de kathedraal, Chartres

Colonnade
Een zuilenrij, ter ondersteuning van een kroonlijst of een entablement. 13-7: ‘Het Tempietto’ Donato Bramante

Contrapposto
Italiaans woord voor tegenovergesteld. Een door de Grieken ontwikkelde methode om een figuur vrijheid van beweging te geven. De lichaamsdelen worden om een centrale as asymmetrisch tegenover elkaar geplaatst en aan de verdeling van het gewicht wordt grote aandacht geschonken. 12-6: ‘David’ Donatello

Contrareformatie
De zelfvernieuwing en hervorming in de rooms-katholieke Kerk, na de protestantse reformatie in het begin van 16de eeuw, waarmee gepoogd werd de invloed van het protestantisme te bestrijden. Ook bekend als de katholieke reformatie. De grondslagen hiervan werden geformuleerd en aangenomen op het Concilie van Trente (1545-1563).

Corintische orde
Een bouw- of zuilenorde in de architectuur slanker en rijker geornamenteerd dan de Ionische orde, die gekenmerkt wordt door kapitelen op de zuilen die bestaan uit omhoog krullende acanthusbladeren.

Dagkanten
De verticale vlakken aan weerszijden van de opening van een boog, een deurlijst of een venster.

Dakstoel
Kapconstructie, de constructie van het dak. Bij een open dakstoel is er onder de kapconstructie geen gewelf of plafond, zodat de kapconstructie van onder af zichtbaar is.

Deësis
Van het Griekse woord voor ‘smeekbede’. De voorstelling van Christus tronend tussen de Maagd Maria en Johannes de Doper, vaak voorkomend op Byzantijnse mozaïeken en afbeeldingen van het Laatste Oordeel (15-2: ‘Laatste Oordeel’ Hubert en Jan van Eyck). Dit heeft betrekking op de rol van Maria en Johannes de Doper als middelaars voor het mensdom.

Dierenriem (Zodiac)
Gordel aan de hemel waarin de vanouds bekende planeten zich bewegen; in het midden van deze gordel is de schijnbare zonnebaan of ecliptica. Sedert de tijden der Babyloniërs pleegt men de gordel te verdelen in twaalf `huizen`, elk met hun eigen symbool

Diptiek
1. Oorspronkelijk een uit twee helften bestaand en met scharnieren verbonden ‘tafeltje’ om op te schrijven.
2. Een tweeluik van gesneden ivoor of beschilderde panelen, meestal door de scharnieren verbonden. 8-22: Priesteres van Bacchus

Dipylonvaas
Een Griekse grafvaas met openingen in de bodem waardoor plengoffers voor de dode konden worden gegoten (5-2: De Dipylonvaas). Genoemd naar de Dipylonbegraafplaats bij Athene waar deze vazen gevonden zijn.

Divisionisme
Schildertechniek waarbij verftoetsen (later meestal stipjes - pointillisme -) in onvermengde kleuren zodanig naast elkaar worden opgebracht dat zij, van een afstand gezien, voor het oog in elkaar overvloeien. Reeds proefondervindelijk toegepast door Watteau, Delacroix en de impressionisten, werd het als systeem uitgewerkt door Paul Signac en onafhankelijk van hem door de Italiaanse post-impressionisten in de jaren 1880. 23-5: ‘Een zondagmiddag op La Grande Jatte’ Georges Seurat

Domus
Latijn voor huis. Een vrijstaand Romeins huis voor één gezin, waarbij de kamers gegroepeerd waren om een open binnenhof of vaak om twee dergelijke binnenhoven. De eerste, het atrium, werd gebruikt voor het ontvangen van gasten of voor het voeren van zaken. De tweede, gewoonlijk met een tuin en omgeven door een peristylium of colonnade, werd door het gezin zelf gebruikt. 7-21: Huis van de zilveren bruiloft, Pompeii

Dorische orde
Een bouw- of zuilenorde in de architectuur waarbij de zuilen in de oorspronkelijke vorm geen basis hebben en een eenvoudig glad bewerkt schuin afgewerkt kapiteel dragen; boven de zuilen loopt een onversierde architraaf, boven de architraaf loopt een fries bestaande uit afwisselend trigliefen en metopen.

Drager(s)
Term voor pijlers of stijlen die een bovenbouw dragen: in de 20ste-eeuwse bouwkunde zijn ze gewoonlijk van gewapend beton. Gedragen -zoals bij gedragen bogen- heeft betrekking op hoge steunende elementen van een bouwkundige constructie.

Echinus
In de dorische of Toscaanse orde, het ronde, kussenvormige element tussen de top van de schacht en de abacus. 5-26: Hoekpartij van de tempel van Hera

Eclectisch
Term, toegepast op kunstwerken, in het bijzonder op negentiende- en twintigste-eeuwse bouwkunst, waarbij elementen van twee of meer historische stijlen gecombineerd worden. (De term `eclecticisme` met betrekking tot de Bolognese schilderkunst van de zeventiende eeuw is nu in onbruik) .

En face
Positie van een geportretteerde waarin hij recht in het gezicht wordt afgebeeld.

En profil
Positie van een geportretteerde waarin hij van opzij wordt afgebeeld.

Encaustiek
Wasschilderkunst waarbij de kleuren worden ingebrand. 7-55: Portret van een jongen

Entablement
1. In de klassieke bouwkunst de gehele structuur boven de zuilen; gewoonlijk bestaand uit architraaf, fries en kroonlijst. 5-27: Tempel van Hera (‘Basilica’)
2. Deze zelfde structuur bij een bouwwerk in klassieke stijl. 21-15: ‘Tempel van Apollo’ Henry Flitcroft en Henry Hoare

Entasis
Een lichte zwelling van de klassieke zuilschacht. 5-30: ‘Parthenon’ Ictinus en Callicrates

Ets(en)
Een koperen plaat wordt bedekt met een zuurbestendige hars: daarna wordt hierin de tekening aangebracht met een scherp instrument, het etsijzer of etsnaald, waardoor het koper op deze lijnen bloot komt. Daarna wordt de plaat blootgesteld aan de inwerking van zuur dat in de lijnen bijt, dan wordt zij verwarmd om de hars te verwijderen, vervolgens geïnkt en ten slotte op papier afgedrukt. 18-17: ‘Prediking van Christus’ Rembrandt
2. De afdruk heet eveneens ets.


Eucharistie
1. H. Sacrament, plechtige herdenking van het Laatste Avondmaal.
2. Het gewijde brood en de gewijde wijn bij deze plechtigheid gebruikt.

Evangelisten
Mattheus, Marcus, Lucas en Johannes, volgens de traditie de schrijvers van de evangeliën, de eerste vier boeken van het Nieuwe Testament waarin het leven en de dood van Jezus beschreven worden. Gewoonlijk worden zij afgebeeld met hun symbolen, waarschijnlijk afgeleid van de vier beesten die de troon van het Lam Gods in het Boek de Openbaringen (Apoc. 4,7) of van die uit het visioen van Ezechiel (Ez. 1,4 -14): een gevleugelde man of engel voor Mattheus, een gevleugelde leeuw voor Marcus (9-17: St. Marcus uit het evangelarium van aartsbisschop Ebbo van Reims), een gevleugelde os voor Lucas (9-28: St. Lucas uit het evangelarium van Otto III) en een arend voor Johannes (10-38: St. Johannes de evangelist uit het evangelarium van abt Wedricus). Deze symbolen kunnen ook de evangelisten voorstellen (9-7: balustrade reliëf, doopkapel van de kathedraal in Cividale, Italië).

Filigraan
Edelsmeedwerk bestaand uit fijne draadjes en minuscule bolletjes, meestal van goud of zilver; een grotere gesneden decoratie die hetzelfde effect geeft, wordt ook wel zo genoemd.

Finaal
= kruisbloem. Een vrij klein, decoratief element op een gevelspits, pinakel e.d. 10-22: Romaanse en hoog-gotische portalen

Fresco-techniek
De techniek om met in water opgeloste verf op natte kalk te schilderen, zoadat de verf door de kalk wordt opgenomen en een deel van de muur zelf gaat vormen (11-78: Interieur Arena (Scrovegni) kapel, Padua). Fresco secco is de techniek om met dezelfde kleuren op droge kalk te schilderen.

Fries
1. Een horizontale strook versierd met schilder- of beeldhouwwerk. 7-32: De keizerlijke stoet
2. In de klassieke bouwkunst het deel van het entablement tussen de architraaf en de kroonlijst. Een dorisch fries bestaat afwisselend uit trigliefen en metopen, de laatste vaak van beeldhouwwerk voorzien (5-30: ‘Het Parthenon’ Ictinus en Callicrates). Een ionisch fries is gewoonlijk versierd met doorlopend reliëfwerk.

Fronton
1. In de klassieke bouwkunst een driehoekige bekroning, omlijst door een horizontale kroonlijst eronder en twee schuin oplopende kroonlijsten aan de zijkanten; vaak met een beeldhouwwerk versiert.
2. Een soortgelijke constructie, hetzij rond of driehoekig, boven een deur, raam of nis. Wanneer delen van de kroonlijst of hoekig gekeerd of onderbroken zijn, wordt gesproken over een gebroken fronton.

Galerij
Een verdieping geplaatst boven de zijbeuken van een kerk en onder de lichtbeuk (11-5: schip en koor van de Notre-Dame, Parijs), of, in een kerk met een vierzijdige opstand, onder het triforium en boven de arcade van het schip die de galerij aan de open zijde steunt.

Genrevoorstelling
Fr. voor `soort`. Genrestuk: een kunstwerk, over het algemeen een schilderij van klein formaat, voostellende een scène uit het dagelijks leven, ter wille van de eigen verdienste afgebeeld. 20-8: ‘Terug van de markt’ Jean-Baptiste-Siméon

Getijdenboek
Een privé gebedenboek dat de gebeden voor de acht canonieke uren van de rooms-katholieke kerk (metten, lauden, nonen enz.), liturgieën voor plaatselijke heiligen en soms een kalender bevat. Deze boeken werden vaak zeer fraai verlucht voor personen van hoge rang wier naam aan bepaalde, nog bestaande exemplaren verbonden is. 11-89: ‘Les très riches heures du Duc de Berry’ de Limbourg broers

Gisant
Van het Franse werkwoord gésir = hulpeloos of dood neerliggen. Een liggend beeld op een graftombe. 12-48: ‘Tombe van Leonardo Bruni’ Bernardo Rossellino

Glacis
Dunne, gladde, transparante verflaag. In de vestingbouw wordt met deze term de aardglooiing op het voorterrein van een vesting(stad) of fort bedoeld, die met oog op een vrij schootsveld geheel glad en, bij voorkeur, licht aflopend is.

Gloriool of Gloriekrans
De cirkel van stralend licht om het hoofd of de gehele figuur van God, Jezus, de maagd Maria of een heilige. Als de stralenkrans alleen het hoofd omgeeft, noemt men hem aureool of nimbus (11-90: ‘Dood van de Maagd’ Boheemse meester). Wanneer hij de hele figuur als en groot ovaal omringt ( 8-57: Anastasis), wordt de krans een mandorla (Italiaans voor amandel) genoemd. Het is een teken van goddelijkheid of heiligheid, ofschoon het oorspronkelijk als onderscheidingsteken om de hoofden van koningin en goden gezet werd.

Gouache
Dekkende waterverf, samengesteld door toevoeging van dekkend wit aan verfstoffen, opgelost in gom.

Grafiet
Zachte kool: de kleur is ijzergrijs met een metaalglans.

Gravure
Een middel om metalen oppervlakken of edelstenen te decoreren door er een patroon in te graveren
Een gravure wordt gemaakt door een motief in een metalen (gewoonlijk koperen) plaat te snijden met een puntig stalen werktuig dat burijn wordt genoemd. De braam aan weerskanten van de ingesneden lijn wordt verwijderd: in de V-vormige groeven wordt inkt gewreven en daarna van het oppervlak weggeveegd: vervolgens wordt de plaat, bedekt met een vochtig vel papier, onder een zware pers doorgehaald (15-23: ‘De bekoring van St. Anthonius’ Martin Schongauer). Het beeld op het papier is het omgekeerde van dat op de plaat (20-11 en 20-12: ‘De orgie’ William Hogarth). Wanneer in plaats van een burijn een fijne stalen naald wordt gebruikt, ontstaat een drogenaald-gravure: deze techniekkenmerkt zich door een zachtere lijn (15-24: ‘Heilige Familie bij de rozenstruik’).
Deze technieken heten respectievelijk graveren en graveren met de droge naald.

Grieks kruis
Kruis met vier gelijke armen.

Gronden
Het aanbrengen van plamuur of een andere (onder)grond op een drager; bij het vervaardigen van een ets het bedekken van de metalen plaat met was, de zogenaamde etsgrond. Linnen voor olieverfschildering wordt gewoonlijk behandeld met lijmwater (een dunne oplossing van een kleverige of harsachtige substantie) en daarna geprepareerd met loodwit.

Gulden sned
Verdeling in uiterste en middelste reden: de verdeling van een lijnstuk in twee delen, waarvan het kleinste zich verhoudt tot het grootste als het grootste tot het geheel (0,618:1 of ca. 5:8). De gulden snede speelde, vooral in de renaissance, een belangrijke rol in de beeldende kunst en architectuur als norm voor harmonische verhoudingen.

Guttae
Bij een dorisch entablement, kleine op pinnen lijkende koppen boven het fries, vermoedelijk afgeleid van de balkkoppen van de oorspronkelijke houtconstructies (5-24: Dorische, ionische en corintische orde).

Herme
In de Griekse oudheid een vrijstaand beeld van de god Hermes bestaande uit een rechthoekige pijler met kop, afgeknotte armen en geslachtsdeel. Sinds de renaissance komt de herme als beeldhouwwerk vrijstaand of aan een pilaster voor, maar kan in die vorm ook geschilderd zijn.

Hiëroglief
Een afbeelding van een figuur, dier of voorwerp, waarmee lettergreep of klank wordt uitgedrukt. Deze symbolen zijn gevonden op monumenten en handschriften van het Oude Egypte. 2-21: Het voeden van de Oryxes

Historiestuk
Een historische, mythologische of religieuze voorstelling geschilderd op groot formaat.

Hoofdgestel
Horizontaal lijstwerk in de klassieke bouwkunst bestaande uit architraaf, fries en kroonlijst.

Houtskool
Verkoold hout, gebruikt als tekenmedium, waarschijnlijk reeds in de prehistorie, hoewel de eerste vermelding ervan uit het oude Rome stamt.

Houtsnede
Een plaat gemaakt door een ontwerp uit te snijden uit een blok tegen de grein gaand hout. Daarna wordt op de verhoogde oppervlakken die overblijven inkt gesmeerd en daarna wordt de afdruk gemaakt. 15-21: St. Dorothea

Iconostase
Een koorhek is een scherm, vaak met beeldhouwwerk versierd, dat het koor van een kerk van het schip of transept (8-44: St. Marcus, interieur) afscheidt. In de orthodoxe (Grieks- en Russisch-katholieke) kerken is het met iconen versierd en heet daarom iconostase (8-42: Katholikon, interieur).

Icoon
Van het Griekse woord voor beeld. Een paneelschildering van één of meer religieuze figuren, zoals Jezus, de maagd Maria, een heilige enz., speciaal vereerd in de Grieks- (of Russisch-) orthodoxe kerk. 8-55: Getroonde Madonna

Impasto
Van het Ital. woord dat `in pasta` betekent. Verf, gewoonlijk olieverf, die zeer dik aangebracht wordt. 23-11: ‘Korenveld met cipressen’ Vincent Van Gogh

Insula
Latijn voor eiland 1. Een stadwijk (stratenblok) in het oude Rome.
2. Een ‘kazernehuis’ (appartementenhuis): een groot van beton en baksteen opgetrokken gebouw of serie gebouwen – tot vijf verdiepingen hoog – gelegen rondom een centrale binnenplaats. Op de begane grond waren winkels en daarboven woningen. 7-22: Insula van het Huis van Diana, Ostia

Ionische ore
Een bouw- en zuilorde in de architectuur waarbij de zuilen ranker zijn dan die van de Dorische orde, op een bewerkte basis staan en een kussenvormig kapiteel dragen voorzien van uitlopende voluten (krullen); boven de Ionische zuilenstelling loopt een architraaf bestaande uit drie onversierde banden boven elkaar waarboven zich het fries bevindt met een doorlopend reliëf.

Kabinetstukj
Klein schilderij, bedoeld om van nabij gekeken te worden als kostbaar voorwerp of curiositeit. De uitdrukking is afgeleid van de zeventiende-eeuwse kabinetten, waarin kostbaarheden werden bewaard en geëxposeerd.

Kansel (preekstoel)
Een kuipvormige verhoging in een kerk vanwaar de geestelijke zijn preek houdt of de dienst leidt. Het kanselhek of de ombouw kunnen fraai met houtsnijwerk versierd zijn. 11-57: ‘Marmeren spreekgestoelte’ Nicola Pisano