Kopie van `Stichting Menno van Coehoorn - historische verdedigingswerken`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.


Stichting Menno van Coehoorn - historische verdedigingswerken
Categorie: Geschiedenis en volkskunde > verdedigingswerken
Datum & Land: 15/02/2007, NL
Woorden: 110


agger
aanvalswerk in de vorm van een dam, aangelegd nabij een vestingmuur, welke gaandeweg werd opgehoogd om een stormaanval op de muur mogelijk te maken Agger en stormtoren (uit: `Histoire d`une forteresse` van Viollet-Le-Duc)

akerkloot
projectiel in de vorm van een aker (eikel); voorganger van de druif.

ambosaten
ijzeren pinnen op palissaden; zie ook scheurbroek

amorce (de mine)
voorbereid gedeelte van een tegenmijngang

ante-murale
vóór de hoofdmuur gelegen lagere muur

approche
naderingsloopgraaf bij het beleg van een vesting, in zigzagvorm aangelegd, met het doel de vesting te naderen en daarbij zo veel mogelijk gedekt te blijven tegen het vuur van de belegerden

approvisionnement
alle benodigdheden om een vesting in staat van verdediging te brengen, zoals krijgsbehoeften (armement), levens- en geneeskundige behoeften

aspergeversperring
populaire benaming voor een versperring tegen pantservoertuigen, bestaande uit in rijen geplaatste, naar voren gerichte, puntige en in beton gevatte profielstalen balken of spoorrails; in Nederland veelal uitgevoerd als snel aan te brengen wegversperring, die na plaatsing praktisch niet meer kon worden verwijderd Aspergeversperring

attaque
het geheel van aanvalswerken dat bij de belegering van een vesting op een bepaalde hoofdaanvalsas wordt aangelegd; doorgaans bestaande uit een sappe en bijbehorende aardwerken

buis
ontstekingsmiddel voor een bom of granaat; naar werkingsmechanisme te onderscheiden in schokbuis, tijdbuis, tijdschokbuis en nabijheidsbuis

buitengrachtsboord
ander woord voor contrescarp

buitenkruin
snijlijn van het plongée met het buitentalud; zie ook binnentalud

buitenpolygoon
zie polygoon

buitentalud
zie talud

buitenwerk
algemene benaming voor delen van een vesting welke vóór de hoofdwal doch binnen de bedekte weg respectievelijk het glacis zijn gelegen; bij voorbeeld: contregarde, couvre-face, halve maan, hoornwerk, kroonwerk, ravelijn, tenaille enz.; niet te verwarren met voorwerk

bunker
algemene, aan het Duits ontleende benaming voor gevechtsopstellingen, onderkomens e.d., doorgaans van gewapend beton; zie kazemat (betekenis 2)

burcht
versterkt kasteel of verdedigbaar bouwwerk

burgus
klein Romeins fort

burgwal (burchtwal)
wal om versterkte stad of burcht, aan de buitenzijde doorgaans voorzien van een gracht

bus
oude benaming voor (hand)vuurwapen; zie ook haakbus en dubbelhaak

bushuis
zie arsenaal

centrumhoek
hoek die twee kapitalen van nevenliggende bastions in het middelpunt van een veelhoek met elkaar maken

circumvallatielinie
door de belegeraar van een vesting rondom zijn belegeringswerken en kampementen aangelegde kring van loopgraven, schansen, batterijen en grachten, met het doel de bevoorrading en pogingen tot ontzet van de belegerde vesting tegen te gaan; zie ook contravallatielinie Circumvallatielinie (a) en contravallatielinie (b) rond een belegerde vesting

citadel
zelfstandig verdedigbaar vestingwerk binnen een open stad of vesting, met het doel: a) de inwoners van de stad onder bedwang te houden (dan ook wel genoemd dwangburcht of dwangkasteel), en/of b) weerstand te bieden na de val van het overige deel van de vesting; zie ook reduit Citadel (c) met voorgelegen esplanade (e) in Tournai, ± 1745 (uit: `Plans en Relief`, Musée des Beaux Arts, Lille)

clovenier
bedieningsman van een colover



culverin
oud soort kanon

cunette
geul in de lengterichting van een natte gracht, ter vergroting van de hinderniswaarde; ook wel een ijsvrij gehouden geul in een gracht

dwangburcht
versterkt bouwwerk binnen een vestingstad, met het doel de inwoners onder bedwang te kunnen houden; ook wel dwangkasteel of citadel

dwangkasteel
zie dwangburcht

dwarswal
zie traverse (betekenis 1)

dwingel
voor een vesting of burcht gelegen, aan beide zijden ommuurde terreinstrook; ook wel dienende als omheinde toegangsweg met een gebogen tracé, voerend naar een op een hoogte gelegen middeleeuwse burcht of vesting; was soms voorzien van hindernissen of verdedigende opstellingen

dwinger
Fries-Groningse naam voor bolwerk (betekenis 2)

eenheidsfort
fort waarin de functies van artillerie, infanterie enz. waren samengebracht; in tegenstelling tot van grotere verdedigingswerken met afzonderlijke functies; zie groepsbevestiging en ontleed fort

eenheidsprojectiel
brisantgranaatkartets, zoals ontwikkeld door de toenmalige kapitein Van Essen

eg(ge)
versperring tegen ruiterij, bestaande uit het zo genoemde landbouwwerktuig of een dergelijke constructie van balken en planken en voorzien van scherp gepunte pinnen

egel
1. verplaatsbare versperringsbalk, voorzien van naar alle zijden uitstekende ijzeren pinnen 2. versperringsmiddel tegen pantservoertuigen of vaartuigen, bestaande uit een al dan niet verplaatsbare constructie van drie kruislings verbonden profielstalen balken; veelal in rijen geplaatst; zie ook drakentandversperring Egels (betekenis 2)

embrasure
schietopening of -sleuf in een borstwering Bank (rechts) en bedding (links)

emplacement
voorbereide opstellingsplaats voor geschut; ook wel platform; zie ook bank

epaulement
1. terzijde van een infanterie- of artillerieopstelling gelegen flankdekking of gevechtsopstelling 2. vleugelvormige uitbouw, aangebracht aan de zijkant(en) van een verdedigingswerk

epaulementshoek
zie schouderhoek

erkel
zie spietoren

ernstvuurwerk
verzamelnaam voor pyrotechnische middelen voor militair gebruik; tegengesteld aan het voor vermaak bestemde lustvuurwerk

escarp
talud van een gracht, soms met muurwerk bekleed, gelegen aan de zijde van het vestingwerk; ook wel binnengrachtsboord

esplanade
open vlakte gelegen tussen citadel en stedelijke bebouwing Citadel (c) met voorgelegen esplanade (e) in Tournai, ± 1745 (uit: `Plans en Relief`, Musée des Beaux Arts, Lille)

estacade
zie staketsel

evenhoog
zie stormtoren

evenwijdig vuur
vuur van een kustbatterij op langsvarende schepen

evenwijdige batterij
kustbatterij bestemd voor het onder vuur nemen van langsvarende schepen

ezelsrug
bovenzijde van een beer, spits toelopend ter bemoeilijking van de overgang; ook wel dos d`âne of dodane Beer met twee monniken (foto: J. de Zee)

fort
zelfstandig, gesloten en naar alle zijden verdedigbaar werk; heeft als regel geen burgerbevolking Opmerking. Onderscheiden kunnen worden: eenheidsfort, gebastioneerd fort, gedetacheerd fort, kustfort, pantserfort, polygonaal fort, positiefort, sperfort en torenfort

fortificatie
1. verzamelnaam voor (permanente) verdedigingswerken 2. het aanleggen van (permanente) verdedigingswerken 3. kennis en kunde voor de bouw van verdedigingswerken; ook wel bevestiging

fougas(se)
zie aardmortier

gietstalen kazemat
kort voor de Tweede Wereldoorlog in Nederland toegepaste kazemat voor mitrailleur of pantserafweergeschut; de gietstalen koepel was doorgaans gevat in een betonlichaam

gordijn
zie courtine

ijsversperring
in een bevroren inundatie* of waterloop aangebrachte hindernis, bestaande uit een opengehakte sleuf en verticaal opgezette ijsschotsen IJsversperring (collectie J. de Zee)

klinket
kleine deur in de hoofddeur van een stadspoort, alleen geschikt voor het doorlaten van personen; ook wel winket

Nieuw-Nederlands stelsel
laat-zeventiende eeuws vestingbouwkundig stelsel, toegeschreven aan Menno van Coehoorn, voornamelijk gekenmerkt door grote bastions, met holgebogen flanken die niet haaks op de courtine staan, en door voor de courtines gelegen ravelijnen; voornamelijk te onderscheiden van het Oud-Nederlandse stelsel, waarbij rechte bastionflanken haaks staan op de courtines Schematische weergave van vestingfronten in enkele vestingbouwkundige stelsels Oud-Italiaans stelsel : 1. courtine; 2. (droge) gracht; 3. glacis; 4.bastion; 5. oreillon; 6. kat; 7. ravelijn; 8. flankerend vuur Oud-Nederlands stelsel : 1. courtine; 2. (natte) gracht; 3. glacis; 4. bastion; 5. ravelijn; 6. onderwal; 7. halve maan; 8. gedekte weg Frans stelsel (Vauban`s 2e methode) : 1. courtine; 2. gracht; 3. glacis; 4. gedetacheerd bastion; 5. ravelijn; 6. tenaille; 7. klein torenvormig bastion; 8. gedekte weg; 9. inspringende wapenplaats Nieuw-Nederlands stelsel : 1. courtine; 2. (natte) gracht; 3. glacis; 4. bastion; 5. ravelijn; 6. frontaal vuur Getenailleerd stelsel : 1. omwalling van tenaille-vormige vestingfronten; 2. doorlopende couvre-face; 3. inspringende wapenplaats Polygonaal stelsel : 1. contregarde/couvre-face; 2. caponnière Basisvormen van bastions. a. Oud-Italiaans; b. Nieuw-Italiaans; c. Oud-Nederlands; d. verbeterd Oud-Nederlands; e. Frans (Vauban, 2e methode); f. Nieuw-Nederlands (Coehoorn)

observatieleger
legermacht die in gereedheid wordt gehouden om direct op te treden, in het bijzonder tegen een ontzettingsleger

omtrekshoek
zie polygoonshoek

omwalling
zie enceinte

oreillon (orillon)
ronde uitbouw aan de schouderhoek van een bastion, dienende om op de bastionsflank opgesteld geschut tegen vijandelijk vuur te dekken; ook wel bolwerksoor of oor Basisvormen van bastions. a. Oud-Italiaans; b. Nieuw-Italiaans; c. Oud-Nederlands; d. verbeterd Oud-Nederlands; e. Frans (Vauban, 2e methode); f. Nieuw-Nederlands (Coehoorn)

orgel
valhek ter afsluiting van een poort, bestaande uit aan kettingen hangende, met puntige ijzers beslagen balken; deze konden soms afzonderlijk worden neergelaten, teneinde een kleine doorlaatopening vrij te houden

orgelwerk
zie valhek

Oud-Italiaans stelsel
vroege vorm van gebastioneerde versterkingskunst, naar oorspronkelijk Italiaans ontwerp, gekenmerkt door lange courtines en kleine bastions met sterk teruggetrokken flanken, waarin flankerende kazematten zijn aangebracht Schematische weergave van vestingfronten in enkele vestingbouwkundige stelsels Oud-Italiaans stelsel : 1. courtine; 2. (droge) gracht; 3. glacis; 4.bastion; 5. oreillon; 6. kat; 7. ravelijn; 8. flankerend vuur Oud-Nederlands stelsel : 1. courtine; 2. (natte) gracht; 3. glacis; 4. bastion; 5. ravelijn; 6. onderwal; 7. halve maan; 8. gedekte weg Frans stelsel (Vauban`s 2e methode) : 1. courtine; 2. gracht; 3. glacis; 4. gedetacheerd bastion; 5. ravelijn; 6. tenaille; 7. klein torenvormig bastion; 8. gedekte weg; 9. inspringende wapenplaats Nieuw-Nederlands stelsel : 1. courtine; 2. (natte) gracht; 3. glacis; 4. bastion; 5. ravelijn; 6. frontaal vuur Getenailleerd stelsel : 1. omwalling van tenaille-vormige vestingfronten; 2. doorlopende couvre-face; 3. inspringende wapenplaats Polygonaal stelsel : 1. contregarde/couvre-face; 2. caponnière Basisvormen van bastions. a. Oud-Italiaans; b. Nieuw-Italiaans; c. Oud-Nederlands; d. verbeterd Oud-Nederlands; e. Frans (Vauban, 2e methode); f. Nieuw-Nederlands (Coehoorn)

Oud-Nederlands stelsel
16e/17e-eeuws vestingbouwkundig stelsel*, voornamelijk ontwikkeld door Simon Stevin, gekenmerkt door aarden wallen, natte grachten en bastions met rechte flanken die haaks staan op de courtines; voor de hoofdwal is veelal een onderwal of fausse-braye gelegen; zie ook Nieuw-Nederlands stelsel Schematische weergave van vestingfronten in enkele vestingbouwkundige stelsels Oud-Italiaans stelsel : 1. courtine; 2. (droge) gracht; 3. glacis; 4.bastion; 5. oreillon; 6. kat; 7. ravelijn; 8. flankerend vuur Oud-Nederlands stelsel : 1. courtine; 2. (natte) gracht; 3. glacis; 4. bastion; 5. ravelijn; 6. onderwal; 7. halve maan; 8. gedekte weg Frans stelsel (Vauban`s 2e methode) : 1. courtine; 2. gracht; 3. glacis; 4. gedetacheerd bastion; 5. ravelijn; 6. tenaille; 7. klein torenvormig bastion; 8. gedekte weg; 9. inspringende wapenplaats Nieuw-Nederlands stelsel : 1. courtine; 2. (natte) gracht; 3. glacis; 4. bastion; 5. ravelijn; 6. frontaal vuur Getenailleerd stelsel : 1. omwalling van tenaille-vormige vestingfronten; 2. doorlopende couvre-face; 3. inspringende wapenplaats Polygonaal stelsel : 1. contregarde/couvre-face; 2. caponnière Basisvormen van bastions. a. Oud-Italiaans; b. Nieuw-Italiaans; c. Oud-Nederlands; d. verbeterd Oud-Nederlands; e. Frans (Vauban, 2e methode); f. Nieuw-Nederlands (Coehoorn)

overbanks
het vuur van geschut over de wal of borstwering, zonder gebruikmaking van embrasures; zie ook barbette

overladen mijn
ondiep ingegraven mijn (betekenis 1) met relatief zware lading voor het maken van wijde kraters; o.a. toegepast voor het gedekt aanleggen van aanvalsloopgraven

sentinel
zie spietoren; ook wel gebruikt in de betekenis van wachthuis

slang
vijftiende-eeuws kanon van gegoten brons

sledeaffuit
affuit uitgevoerd in de vorm van een slede, voor gebruik op sneeuw of ijs

slingerblijde
zie blijde

slingergeschut
vroeger soort geschut, waarvan de werking berustte op de kracht van onder spanning gebrachte veerkrachtige pezen of dergelijke; zie ook springaal

sluipwal
zie berm

sluisbeer
beer waarin een sluis is aangebracht

sluisbunker
bomvrij verdedigingswerk waarin een sluis is aangebracht (ZNed)

Spaanse ruiter
zie Friese ruiter

sperfort
zelfstandig fort voor de beheersing van een belangrijke doorgang naar of toegang tot een gebied

spiegel
metalen of houten schijf die in een mortier werd geplaatst om daarmee een aantal kleinere projectielen (stenen of spiegelgranaten) tegelijk te verschieten

spiegelgranaat
kleine granaat, waarvan een aantal tegelijk met behulp van een spiegel uit een mortier werd verschoten

spietoren
kleine uitkijk- of wachttoren, uitgekraagd op de hoek van een walmuur, de saillant van een bastion of versterkt huis; later ook uitsluitend als versiering toegepast; ook wel genaamd arkel, peperbus of sentinel Spietorens

spigotmortier
mortier van klein kaliber, waarbij de staart van het af te vuren (grotere) projectiel over een stang, de `spigot` (Eng), in een nauwe loop werd geplaatst

spouwmuurgang
zie lampgang; ook wel spouwgang

springaal
middeleeuws belegeringswerktuig, vervaardigd van een gespleten boomstam, waarvan de veerkracht werd gebruikt om een zware pijl weg te schieten

sprinkhaanaffuit
hoge gietijzeren affuit op raden; in ons land veelal gebruikt voor de kanonnen van de hoogwateralarmering aan de rivieren

uitlegger
met geschut bewapend platboomd vaartuig, bestemd voor de beweeglijke aanvulling van de verdediging van een linie of stelling Uitlegger (colectie J. de Zee)

V.I.S.-kazemat
kazemat van een der typen voorkomend in het Voorschrift Inrichten van Stellingen (1928 en later)

voetangel
1. klein stervormige ijzeren (stalen) hindernismiddel, veelal in een aantal tezamen geplaatst; tegenwoordig vaak kraaienpoot genoemd 2. aangepunte korte paal of staak, in de grond gedreven als hindernis; zie pikettering Voetangels Tamboer, samengesteld uit palissades, omgeven door wolfskuilen en voetangels (uit: `Handleiding ten gebruike bij het in staat van verdediging brengen van forten in Nederland` van kromhout, 1887)

vol bastion
zie bastion

volle sappe
zie sappe

voorburcht
bij een burcht behorend voorwerk

voorgracht
gracht gelegen vóór de hoofdgracht van een vestingwerk

voorkruin
vermoedelijk onjuiste schrijfwijze van vuurkruin; zie vuurlijn

voorpantser
rond een draaibare pantserkoepel in het beton aangebrachte ring van pantsermateriaal, ter dekking van de voet van de koepel tegen directe treffers; ook wel ringpantser genoemd Principe van een pantseraffuit Principe van een pantserkoepel Principe van eenhefkoepel

voorwal
op enige afstand voor de eigenlijke verdedigingslinie gelegen veldstelling, ter vertraging van een vijandelijke opmars en/of als opnamestelling; veelal gelegen voor een inundatie of op een droogblijvend terreingedeelte

voorwal
betimmerde mijnkamer, ook wel buskruitkist genoemd

voorwal
zie onderwal

voorwerk
verdedigingswerk, gelegen vóór het glacis van een vesting, maar binnen het bereik van het ondersteunende vuur daarvan; zie ook buitenwerk en gedetacheerd werk

vuur
een aantal uit een vuurwapen afgegeven schoten Opmerking. Voor de vestingoorlog zijn o.a. de volgende tactische vuren van belang: demonteervuur, echarpeervuur, enfileervuur, flankeervuur, plongerend vuur, raserend vuur, reversvuur, stormvuur. Artillerie-technisch te onderscheiden zijn onder andere: direct vuur, indirect vuur en salvovuur; voor verklaringen zie ook bij schot

vuurkam
zie vuurlijn

vuurlijn
bovenrand van het binnentalud van een borstwering, waar juist overheen kan worden gevuurd; ook wel binnenkruin, voorkruin, vuurkruin of vuurkam genoemd