Kopie van `RSVZ Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.


RSVZ Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen
Categorie: Economie en financiën > Verzekeringen
Datum & Land: 15/02/2007, BE
Woorden: 89


Aansluitingsplicht
De aansluitingsplicht is, net zoals de bijdrageplicht, een onderdeel van de verzekeringsplicht. De zelfstandige is bij wet verplicht om zich aan te sluiten bij een socialeverzekeringsfonds naar keuze. Dit moet gebeuren binnen de opgelegde termijn van 90 dagen. Eens aangesloten is de zelfstandige ook onderworpen aan de medewerkingplicht.

Activiteit na pensioen(leeftijd)
Een activiteit na pensioen(leeftijd) is mogelijk voor de zelfstandige of helper die de pensioenleeftijd heeft bereikt en nog geen pensioen geiet de pensioenleeftijd heeft bereikt en een rustpensioen geniet een vervroegd pensioen geniet een overlevingspensioen geniet Gepensioneerden moeten rekening houden met bepaalde voorwaarden op het vlak van de toegelaten activiteit. Een van die voorwaarden is de begrenzing van de inkomsten.

Ambt, post, mandaat
Tot deze groep behoren alle beroepsactiviteiten die geen activiteiten zijn als zelfstandige, als werknemer en ook geen artistieke of wetenschappelijke activiteiten. Voorbeelden: activiteiten als helper die niet regelmatig worden uitgeoefend en die jaarlijks over minder dan 90 dagen gespreid zijn beroepsactiviteiten die geen onderwerping aan het sociaal statuut van de zelfstandigen inhoudenbv. journalisten, perscorrespondenten en personen die auteursrechten genieten terwijl ze nog een andere activiteit uitoefenen een mandaat uitgeoefend bij een openbare instelling, een instelling van openbaar nut of bij een vereniging van steden en gemeenten op voorwaarde dat deze mandaten niet (meer) toegelaten zijn zonder aangifte de functie van rechter in sociale zaken of raadsheer in sociale zaken bij de arbeidshoven

ARP
Het ARP of het Koninklijk Besluit van 22 december 1967 over het Algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen (Belgisch Staatsblad 10 januari 1968) is het uitvoerend besluit in de pensioenregeling voor zelfstandigen. In de tussentijd is het uiteraard al meermaals gewijzigd.

ARS
Het ARS is het Koninklijk Besluit van 19 december 1967 over het Algemeen reglement in uitvoering van het Koninklijk Besluit nr. 38 van 27 juli 1967 over de inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen (Belgisch Staatsblad 28 december 1967). Dit Koninklijk Besluit is een centraal uitvoerend besluit dat al meerdere keren gewijzigd is.

Artikel 37
Artikel 37 is vaktaal voor de mogelijkheid die artikel 37, §1 van het uitvoeringsbesluit bij het sociaal statuut biedt aan zelfstandigen in hoofdberoep met geringe inkomsten. Zij kunnen vragen om gelijkgeschakeld te worden met een bijberoep. Dit is het geval voor wie zich al op een andere manier gewaarborgd weet door sociale zekerheidsrechten die minstens gelijkwaardig zijn aan die van het zelfstandigenstatuut. Ook studenten en bepaalde politieke mandatarissen komen hiervoor in aanmerking komen.

Auteursrecht
Het auteursrecht in de zin van Artikel 5 van het Koninklijk Besluit nr. 38 heeft uitsluitend betrekking op de patrimoniale rechten die verbonden zijn aan de exploitatie van het oeuvre door derden. Het is de bijkomende vergoeding waarop de kunstenaar recht heeft zodra zijn creatie door de koper of een andere derde geëxploiteerd wordt door reproductie, publieke uitvoering, adaptatie of vertaling.Het auteursrecht verschilt van het honorarium of cachet dat aan de kunstenaar betaald wordt.

Begin van bezigheid
De beroepsactiviteit wordt als `begin van bezigheid` beschouwd wanneer er geen enkel zelfstandig beroep werd uitgeoefend in de loop van het voorafgaande burgerlijk kwartaal. Men spreekt ook van begin van bezigheid bij verandering van bijdragecategorie of wanneer een beroepsactiviteit wordt hervat nadat ze gedurende ten minste een volledig kalenderkwartaal was stopgezet. Dit laatste is niet het geval bij een seizoenactiviteit. Hiervoor blijft men het hele jaar door bijdrageplichtig.

Beheerskosten
De beheerskosten bestaan uit een vergoeding die elk socialeverzekeringsfonds mag aanrekenen voor het beheer van het dossier van zijn leden. Het bedrag van die vergoeding verschilt van fonds tot fonds. Het wordt tegelijk met de bijdragen geïnd.

Beroepsbezigheid
Een beroepsbezigheid is een bezigheid die winst nastreeft en die gewoonlijk wordt uitgeoefend. De wet zelf geeft geen omschrijving van het begrip `beroepsbezigheid`. De definitie ervan is geïnspireerd op de fiscale omschrijving van het begrip.

Beroepsinkomsten
De beroepsinkomsten zijn het uitgangspunt voor het berekenen van de bijdragen. De verschuldigde bijdrage is normaal een percentage van de nettoberoepsinkomsten. Dit zijn de brutoberoepsinkomsten, verminderd met de beroepsuitgaven, beroepslasten en eventuele beroepsverliezen, zoals vastgesteld overeenkomstig de wetgeving op de inkomensbelasting.

Bestuurder
Bestuurder is de persoon die een mandaat uitoefent in een vennootschap of vereniging die zich bezighoudt met een exploitatie of met verrichtingen van winstgevende aard. (art. 2 ARS) Bestuurder is de persoon die mandataris is in een vennootschap of vereniging die aan de Belgische vennootschapsbelasting of belasting der niet-inwoners onderworpen is. Het is een vennootschapsmandataris, geen mandataris in de burgerrechtelijke betekenis van het woord. (art. 3, §1, 4e lid KB nr. 38)

Bijberoep
Een bijberoep als zelfstandige is een beroepsactiviteit die gelijktijdig wordt uitgeoefend met een andere beroepsactiviteit die men gewoonlijk en hoofdzakelijk uitoefent onder het gezag van een werkgever. We spreken ook van een bijberoep wanneer de zelfstandige eveneens een loonvervangend inkomen geniet uit een andere, weggevallen beroepsactiviteit als werknemer of ambtenaar.

Bijslagtrekkende
De bijslagtrekkende is de persoon die de gezinsbijslag ontvangt. In de eerste plaats is dat de vader, maar het kan ook de moeder zijn of de persoon die het kind opvoedt in zijn gezin of die het hoofdzakelijk op zijn kosten laat opvoeden, die de bijslag ontvangt. Bij co-ouderschap en wanneer het kind niet hoofdzakelijk wordt opgevoed door een andere bijslagtrekkende, wordt de kinderbijslag uitbetaald aan de moeder. Betaling aan het rechtgevend kind zelf De gezinsbijslag kan aan het rechtgevend kind zelf betaald worden als het: gehuwd is ontvoogd is en op een afzonderlijk adres verblijft minstens 16 jaar oud is en op een afzonderlijk adres verblijft zelf bijslagtrekkende is voor eigen kinderen Verzet tegen uitbetaling aan bijslagtrekkende In het belang van het kind kunt u bij de kinderbijslagkas of het socialeverzekeringsfonds verzet aantekenen tegen de uitbetaling van de gezinsbijslag aan de normaal aangewezen bijslagtrekkende. U wordt dan prioritair bijslagtrekkende. Het verzet wordt aangetekend na machtiging van de vrederechter. Het heeft uitwerking vanaf de betekening ervan aan de instelling die bevoegd is voor de uitbetaling. Verandering van bijslagtrekkende Iedere verandering van een bijslagtrekkende heeft uitwerking vanaf de maand die volgt op die waarin de verandering plaatsvond. Voorbeeld: Een kind dat bij zijn vader woont, gaat op 2 juni terug bij zijn moeder wonen. De moeder vraagt de kinderbijslag voor de maand juni. Zij zal de kinderbijslag echter pas vanaf de maand juli ontvangen.

Brutering
Bruteren is een speciale techniek die wordt toegepast op de beroepsinkomsten die de basis vormen voor de eigenlijke bijdrageberekening. Met `brutering` bedoelt men een vermeerdering van de beroepsinkomsten met het product van de beroepsinkomsten met het bijdragepercentage dat voor het aanslagjaar van toepassing is. Vanaf 2003 wordt deze techniek niet meer toegepast bij de bijdrageberekening.

bvba
Bvba is de afkorting van besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid. In een bvba zijn de vennoten enkel aansprakelijk voor het vennootschappelijk vermogen. Het kapitaal is vastgelegd in geregistreerde en niet vrij verhandelbare aandelen. Op die manier wordt verhinderd dat aandelen zonder het akkoord van de medevennoten in vreemde handen zouden terecht komen en dat eventueel het familiaal karakter van de vennootschap verloren zou gaan. Een bvba wordt bij notariële akte opgericht en moet een aantal boekhoudkundige en administratieve verplichtingen nakomen.

Co-ouderschap
Co-ouderschap houdt in dat twee ouders die niet samen wonen, een regeling treffen om samen het ouderlijk gezag uit te oefenen over een kind dat bij één van hen wordt opgevoed.

cva
Cva is de afkorting van commanditaire vennootschap op aandelen. Een cva is een vennootschap tussen een of meer hoofdelijk aansprakelijke of beherende vennoten en een of meer geldschieters of stille vennoten. De stille vennoten brengen enkel kapitaal in. In ruil daarvoor krijgen ze aandelen aan toonder. Voor de oprichting van een cva is een notariële akte nodig.

cvba
Cvba is de afkorting van coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid. Een cvba wordt opgericht met een notariële akte. De vennoten zijn enkel aansprakelijk voor het bedrag van hun inbreng. Ze kunnen dus gemakkelijk in- en uittreden.

cvoa
Cvoa is de afkorting van coöperatieve vennootschap met onbeperkte aansprakelijkheid. Een cvoa kan opgericht worden bij onderhandse akte. Alle vennoten zijn hoofdelijk en onbeperkt aansprakelijk voor de schulden van de vennootschap.

Detachering
Detachering houdt in dat een werknemer of zelfstandige die in zijn eigen land sociaal verzekerd is, tijdelijk in het buitenland kan gaan werken zonder daar sociale bijdragen te moeten betalen.

Dienstencheque
De dienstencheque is een betalingsbewijs waarmee men erkende ondernemingen kan betalen voor huishoudelijke klussen verricht in België. Die klussen worden uitgevoerd door werknemers met een specifieke arbeidsovereenkomst voor dienstencheques. Vrouwelijke zelfstandigen hebben in het kader van de moederschapshulp recht op een uitkering onder de vorm van een aantal dienstencheques.

Eerste vestiging
Wie zich voor het eerst vestigt als zelfstandige in hoofdberoep heeft in het 4de volledige jaar dat hij zijn zelfstandige beroepsactiviteit uitvoert, recht op een korting op de definitieve bijdragen van dat jaar. Die korting bedraagt 15% (met een maximum van € 495,79 op jaarbasis) en hangt af van de omvang van de inkomsten van het 1ste volledige activiteitsjaar.

EESV
EESV is de afkorting van Europees Economisch Samenwerkingsverband. Net zoals het ESV is het een onderneming met onvolledige rechtspersoonlijkheid die aan ondernemingen de mogelijkheid biedt om een juridisch onafhankelijke samenwerkingsentiteit (voor een bepaalde of onbepaalde duur) op te richten die tot doel heeft de economische bedrijvigheid van haar leden te vergemakkelijken, te rationaliseren en te ontwikkelen. Het grootste verschil tussen die juridische vormen is dat het EESV de entiteiten van verschillende lidstaten verenigt, wat in principe niet het geval is van het ESV. Het EESV is fiscaal doorzichtig: wat betreft inkomstenbelastingen, wordt het geacht geen rechtspersoonlijkheid te bezitten zodat de resultaten van die samenwerkingsverbanden slechts belast worden als winsten of baten uit hoofde van de leden. Dit type vennootschap kan opgericht worden bij onderhandse akte.

ESV
ESV is de afkorting van Economisch Samenwerkingsverband. Het gaat over een onderneming met onvolledige rechtspersoonlijkheid die aan ondernemingen de mogelijkheid biedt om een juridisch onafhankelijke samenwerkingsentiteit op te richten (voor een bepaalde of onbepaalde duur) die tot doel heeft de economische bedrijvigheid van haar leden te vergemakkelijken, te rationaliseren en te ontwikkelen. Het ESV is fiscaal doorzichtig: wat betreft inkomstenbelastingen, wordt het geacht geen rechtspersoonlijkheid te bezitten zodat de resultaten van die samenwerkingsverbanden slechts belast worden als winsten of baten uit hoofde van de leden. Dit type vennootschap kan opgericht worden bij onderhandse akte.

Fiscaal criterium
Er bestaat een (weerlegbaar) vermoeden dat diegene die voor de fiscale administratie `zelfstandige` is, dit ook is voor het sociaal statuut. Van iedere persoon die in België een beroepsbezigheid uitoefent die inkomsten kan opleveren zoals beoogd in Artikel 23, §1, 1° of 2°, of in Artikel 30, 2° of 3° van het Wetboek van de Inkomensbelastingen 1992 wordt vermoed dat hij verzekeringsplichtig is.

gcv
Gcv is de afkorting van gewone commanditaire vennootschap. Een gewone commanditaire vennootschap is een vennootschap tussen een of meer hoofdelijk aansprakelijk of beherende vennoten en een of meer geldschieters of stille vennoten. De stille vennoten brengen enkel kapitaal in.

Gehandicapt kind
Voorwaarden om recht te hebben op verhoogde kinderbijslag tot 21 jaar Kind geboren voor of ten laatste op 1 januari 1996 minstens voor 66 % lichamelijk of geestelijk ongeschikt erkend worden die ongeschiktheid moet aanvangen op een ogenblik dat het kind nog rechtgevend is op kinderbijslag Voorbeeld: jonger dan 18, student, leercontract Kind geboren na 1 januari 1996 Er wordt niet meer uitsluitend rekening gehouden met de ziekte of de handicap op zich, maar ook met de gevolgen die de ziekte of de handicap heeft voor het kind en het gezin. De gevolgen van de aandoening van het kind worden in aanmerking genomen op drie vlakken: op het vlak van de lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van het kind (pijler 1) op het vlak van de activiteit en participatie van het kind (pijler 2) voor de familiale omgeving van het kind (pijler 3) Opmerking: een gehandicapt kind kan na de leeftijd van 21 jaar en uiterlijk tot 25 jaar recht hebben op de normale bedragen (kinderbijslag, wezenbijslag, enz.) als het verder aan de voorwaarden voldoet om rechtgevend te zijn.

Gelijkstelling
De gelijkstelling is een techniek waarbij personen die niet langer beroepsactief zijn of die hun beroepsbezigheid hebben moeten onderbreken of staken, hun recht op uitkeringen voor de toekomst kunnen vrijwaren, al dan niet door het betalen van een bijdrage.De gelijkstelling dekt bepaalde periodes van ziekte of invaliditeit, studie of leercontract, militaire dienst en periodes van voortgezette verzekering.

Grensonderneming
Een grensonderneming is een onderneming op de grens tussen twee of meer landen. Voorbeeld: een boerderij met akkers aan beide zijden van de Belgisch-Franse grens. Heeft u een grensonderneming, dan bent u verzekeringsplichtig in het land waar de maatschappelijke zetel van uw bedrijf gevestigd is. Voorbeeld: Ligt uw landbouwbedrijf in België, dan bent u verzekeringsplichtig in België.

Harmonisatiecoëfficiënt
De harmonisatiecoëfficiënt werd ingevoerd bij de wet van 15 mei 1984 houdende maatregelen tot harmonisering in de pensioenregelingen. De coëfficiënt geeft de verhouding weer tussen het percentage van de bijdrage die bestemd is voor het pensioenstelsel der zelfstandigen en het totaal van de percentages van de persoonlijke werknemersbijdrage en van de patronale bijdrage die verschuldigd zijn op de bezoldiging van de werknemers en bestemd voor hun pensioenstelsel.

Helper
Een helper is een natuurlijk persoon die in België een zelfstandige bijstaat of vervangt in de uitoefening van zijn beroep en dit zonder dat hij door een arbeidsovereenkomst met de zelfstandige verbonden is.

Honorarium
Het honorarium of cachet dat aan een kunstenaar betaald wordt, verschilt van het auteursrecht.Het honorarium slaat op de stoffelijke belichaming van het artistiek concept. Het vertegenwoordigt de inkomsten die verworven werden uit de realisatie zelf van het oeuvre of uit de verkoop of uitbetaling van het eigen werk. Het wordt door de bevoegde belastingdiensten op basis van Artikel 20, 3° van het oude WIB belast.

Hoofdberoep
Een hoofdberoep als zelfstandige is: ofwel een beroepsactiviteit die gelijktijdig wordt uitgeoefend met een “geringere” beroepsactiviteit in ondergeschikt werkverband ofwel een beroepsactiviteit die men combineert met een loonvervangend inkomen uit een vroegere, “geringere” beroepsactiviteit in ondergeschikt verband Een “geringere” beroepsactiviteit is een beroepsactiviteit waarvan het aantal uren per maand kleiner is dan de helft van het aantal uren nodig voor een fulltimejob.

Hoofdelijk aansprakelijk
Wanneer u voor iets hoofdelijk aansprakelijk bent, betekent dit dat u verplicht bent om de gehele schuld af te lossen en niet slechts een evenredig deel ervan.

Indexering
De indexering is een bewerking die wordt uitgevoerd op de beroepsinkomsten die als basis dienen voor de bijdrageberekening. Door de toepassing van een wettelijk voorziene herwaarderingscoëfficiënt worden de beroepsinkomsten aangepast aan de schommelingen van de kosten van levensonderhoud. Op die manier houden ook de bijdragen die op basis van de beroepsinkomsten berekend worden, gelijke tred met de evolutie van die kosten.

Inhaalbijdragen
Inhaalbijdragen zijn vrijwillige bijdragen die bepaalde meewerkende echtgenoten kunnen betalen om hun pensioenloopbaan aan te dikken. Het gaat om meewerkende echtgenoten die geboren zijn voor 1 december 1970 en die geen 2-3 loopbaan kunnen bewijzen in een of meerdere stelsels.

KB nr. 38
Het KB nr. 38 is het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 over de inrichting van het sociaal statuut van de zelfstandigen (Belgisch Staatsblad 29 juli 1967). Het kan worden beschouwd als het wettelijk raamwerk voor het sociaal statuut van de zelfstandigen. Sinds 1967 is het uiteraard al meerdere keren gewijzigd.

KB nr. 72
Het KB nr. 72 of het koninklijk besluit nr. 72 van 10 november 1967 over het rust- en overlevingspensioen van de zelfstandigen (B.S. 14 november 1967) vormt het wettelijk kader van de pensioenregeling voor zelfstandigen. Het is uiteraard al meerdere keren gewijzigd.

Kunstenaar
Een kunstenaar is een persoon die zich wijdt aan “de creatie en-of uitvoering of interpretatie van artistieke oeuvres in de audiovisuele en beeldende kunsten, in de muziek, de literatuur, het spektakel, het theater en de choreografie”.

Leerovereenkomst en leerverbintenis
Een leerovereenkomst is een overeenkomst van een bepaalde duur waarbij een ondernemingshoofd zich ertoe verbindt aan een leerling een algemene en technische opleiding te geven. Wanneer het ondernemingshoofd het ouderlijk gezag of de voogdij uitoefent (ouder-kind-relatie) over de leerling, spreekt we over een leerverbintenis. De ouders die met hun kinderen een leerverbintenis onderschrijven zijn niet verplicht een loon te betalen. Voorwaarden voor aanvaarding van de leerovereenkomst of leerverbintenis De leerovereenkomst of -verbintenis moet erkend en gereglementeerd zijn: conform de reglementering over de voortdurende vorming van de middenstand; door het Nationaal Paritair Comité voor de diamantnijverheid; overeenkomstig de wet over de sociale reclassering van de mindervaliden Weigering leerovereenkomst of leerverbintenis Wanneer de erkenning van de leerovereenkomst of leerverbintenis in de loop van het traject wordt geweigerd, kunt u voor de verstreken periode toch nog voor maximum 6 maanden kinderbijslag ontvangen. Ook na de weigering of intrekking van de erkenning of verbreking van de overeenkomst heeft u nog recht op kinderbijslag voor een periode van maximum 3 maanden. Voorwaarden tijdens die periode: het kind mag geen winstgevende activiteit uitoefenen het kind moet de leergangen van de basisopleiding in de leertijd blijven volgen de opleiding van het kind moet nog in aanmerking komen voor een latere erkenning

Letsels of functionele stoornissen
De termen “letsels” en “functionele stoornissen” worden gebruikt in het kader van arbeidsongeschiktheid . Beide begrippen kunnen makkelijkheidshalve worden samengevat als “gezondheidsschade”. Het is niet uitdrukkelijk bepaald dat uw arbeidsongeschiktheid het gevolg moet zijn van de intrede of het verergeren van letsels of functionele stoornissen. Toch wordt aangenomen dat het niet uitsluitend mag gaan om letsels of functionele stoornissen die u al had voor u als zelfstandige begon te werken .

Loopbaanbreuk
De loopbaanbreuk drukt de grootte uit van het pensioen dat toegekend wordt op grond van de loopbaan als zelfstandige. Deze breuk heeft als noemer: het aantal jaren dat overeenstemt met een volledige loopbaan. Bijvoorbeeld 45 jaar (en momenteel 44 jaar voor de vrouwen) voor het rustpensioen. teller: het aantal jaren en kwartalen van de loopbaan van zelfstandige die recht geven op pensioen en die voor het jaar liggen waarin het pensioen ingaat (rustpensioen) of voor het jaar liggen van overlijden van de zelfstandige (overlevingspensioen) of met de jaren overeenkomen waarin hij gehuwd was (pensioen van uit de echt gescheiden echtgenoot).

lv
Lv is de afkorting van landbouwvennootschap. De landbouwvennootschap is een zeer specifieke vennootschap en heeft de exploitatie van een land- of tuinbouwbedrijf tot doel. Een landbouwvennootschap is automatisch onderworpen aan de personenbelasting als: zij minder dan drie vennoten telt of als haar kapitaal minder dan € 30.950 bedraagt In het tegengestelde geval kan de vennootschap kiezen of zij belast wil worden in de personenbelasting of in de vennootschapsbelasting.

Maxistatuut
Sinds 1 juli 2005 bent u als meewerkende echtgeno(o)t(e) verplicht om aan te sluiten bij het maxistatuut. Uitzondering: Wanneer u voor 1956 geboren bent, kunt u vrijwillig aansluiten voor het maxistatuut. Het maxistatuut biedt een grotere dekking dan het ministatuut: pensioen, gezinsbijslagen, gezondheidszorg, arbeidsongeschiktheid, invaliditeit en moederschap (geen faillissementsverzekering).

Medewerkingsplicht
Eens aangesloten bij een socialeverzekeringsfonds is de zelfstandige verplicht om zijn socialeverzekeringsfonds tijdig te informeren over wijzigingen die een invloed zouden kunnen hebben op zijn rechten en plichten als zelfstandige.

Meewerkende echtgeno(o)t(e)
Een meewerkende echtgeno(o)t(e) is de wettige echtgeno(o)t(e) van een zelfstandige die deze laatste beroepshalve bijstaat of vervangt en die als zodanig diens helper is. Vanaf 2003 wordt deze notie uitgebreid naar de ongehuwde helper met wie de zelfstandige verbonden is door een verklaring van wettelijke samenwoning.

Minimumpensioen
Het minimumpensioen voor zelfstandigen is een vangnet dat gewaarborgd wordt wanneer een loopbaan van minstens 2-3 van een volledige loopbaan kan worden bewijzen. Ook werknemersjaren tellen hiervoor mee. Omdat het over een minimum gaat, wordt dit pensioen uiteindelijk maar toegekend indien het bedrag ervan hoger ligt dan het pensioen berekend op basis van de beroepsinkomsten. Het minimumpensioen mag niet verward worden met de Inkomensgarantie voor Ouderen, waarvoor geen loopbaanvereisten gelden.

Ministatuut
Het ministatuut is van toepassing op meewerkende echtgenoten die geboren zijn voor 1956. Het zorgt voor een wettelijke verzekering tegen arbeidsongeschiktheid (incl. moederschapsverzekering). Het ministatuut is verplicht sinds 2003.

nv
Nv is de afkorting van naamloze vennootschap. In een nv zijn de aandelen in principe aan toonder en dus in het openbaar verhandelbaar. Een nv wordt opgericht bij notariële akte en heeft boekhoudkundige en administratieve verplichtingen.

Onderwijs
Er wordt een onderscheid gemaakt tussen : het niet-hoger onderwijs het hoger onderwijs de combinatie niet-hoger en hoger onderwijs

Overlevingspensioen
Het overlevingspensioen is een pensioen dat kan worden toegekend aan de langstlevende echtgeno(o)t(e) op basis van de beroepsactiviteit die de overleden echtgenoot als zelfstandige of helper heeft uitgeoefend.

Pensioen als alleenstaande
Een pensioen als alleenstaande is een rustpensioen en is kleiner dan een gezinspensioen. Het kan worden toegekend aan: iemand die gehuwd is, op voorwaarde dat de echtgeno(o)t(e) een bepaalde inkomensvervangende uitkering geniet of een andere dan een toegelaten bezigheid uitoefent iemand die ongehuwd is een weduwe of weduwnaar iemand die uit de echt gescheiden of gescheiden is, op voorwaarde dat de echtgeno(o)t(e) geen aanspraak maakt op een gedeelte van het pensioen

Pensioen van gehuwde (gezin)
Een pensioen van gehuwde of een pensioen als gezin is een rustpensioen en wordt toegekend aan iemand die gehuwd is. Zijn of haar echtgeno(o)t(e): moet elke niet toegelaten beroepsactiviteit gestaakt hebben mag geen rust- of overlevingspensioen genieten als gevolg van de pensioenregeling van de zelfstandigen, als gevolg van een andere Belgische of Buitenlandse pensioenregeling of als gevolg van het statuut dat toepasselijk is op het personeel van een publiekrechtelijke internationale instelling mag geen uitkeringen ontvangen die toegekend werden wegens ziekte, invaliditeit, onvrijwillige werkloosheid of loopbaanonderbreking en op basis van een Belgische of buitenlandse wetgeving over de sociale zekerheid

Pensioeninstelling
Wanneer we spreken over het vrij aanvullend pensioen voor zelfstandigen, is de pensioeninstelling de instantie waarmee u een (vrije) pensioenovereenkomst kan afsluiten. Dat kan een verzekeraar zijn, een pensioenfonds, een pensioenkas, een bank, enz., die aan de gestelde kwaliteitsgaranties voldoen. Een socialeverzekeringsfonds is op zich geen pensioeninstelling, maar kan er in de praktijk mee geliëerd zijn. Wanneer we spreken over de wettelijke pensioenen, zijn de RVP (Rijksdienst voor Pensioenen) en het RSVZ (Rijksinstituut voor de sociale vezekeringen der zelfstandigen) pensioeninstellingen. Zij beheren de wettelijke pensioenen.

Pensioensupplement
Het pensioensupplement of de pensioenbijslag is een voordeel dat toegekend wordt bovenop het rustpensioen.

Publieke mandataris
Een publieke mandataris is belast met een mandaat in een openbare of private instelling, hetzij uit hoofde van de functie die deze uitoefent bij een administratie van het Rijk, van een gewest, van een gemeenschap, van een provincie, van een gemeente of van een openbare instelling, hetzij als vertegenwoordiger van een werknemers-, werkgevers- of zelfstandigenorganisatie, hetzij als vertegenwoordiger van het Rijk, van gewest, van een gemeenschap, van een provincie of van een gemeente De publieke mandataris valt als zodanig buiten het toepassingsgebied van het zelfstandigenstatuut.

Rechtgevend kind
De term `rechtgevend kind` is een van de centrale begrippen in de gezinsbijslagregeling. Een rechtgevend kind is een kind waarvoor het recht op gezinsbijslag zal worden geopend. Factoren die hierbij meespelen zijn onder andere de leeftijd van het kind, het al dan niet gehandicapt zijn en de persoon die het recht opent op basis van zijn arbeid. Een kind geeft recht op (verhoogde) kinderbijslag: tot 18 jaar: onvoorwaardelijk tot 21 jaar: gehandicapt kind tot 25 jaar: een kind dat onderwijs volgt verbonden is door een leerovereenkomst een verhandeling bij einde hogere studies voorbereidt een stage voor een openbaar ambt doormaakt ingeschreven is als werkzoekende een vorming doorloopt waarvoor in het bachelor-master systeem studiepunten worden toegekend Welke kinderen komen in aanmerking Student (+ 18) en beroepsactiviteit

Rechthebbende
De term `rechthebbende` is een van de centrale begrippen uit de gezinsbijslagregeling. De rechthebbende is de persoon die het recht op gezinsbijslag doet ontstaan. Kunnen onder bepaalde voorwaarden in aanmerking komen als rechthebbende: zelfstandigen in hoofdberoep (zelfstandigen in bijberoep komen enkel in aanmerking wanneer ze minstens dezelfde bijdragen als zelfstandigen in hoofdberoep verschuldigd zijn) zelfstandigen die arbeidsongeschikt zijn gewezen zelfstandigen (tot de laatste dag van het tweede kwartaal dat volgt op datgene in de loop waarvan de activiteit werd stopgezet) zelfstandigen met een voortgezette verzekering gefailleerde zelfstandigen zelfstandigen die van hun vrijheid beroofd zijn gepensioneerde zelfstandigen de overlevende echtgeno(o)t(e) van een zelfstandige weeskinderen Meerdere rechthebbenden Meerdere Belgische kinderbijslagregelingen Invloed buitenlandse kinderbijslagregeling

Reële beroepsinkomsten
De reële beroepsinkomsten zijn de beroepsinkomsten die als basis gediend hebben voor de berekening van de bijdragen die u of uw echtgeno(o)t(e) aan een socialeverzekeringsfonds betaalde.

Refertejaar
In de context van de bijdrageberekening is het refertejaar het jaar waarvan de beroepsinkomsten in aanmerking worden genomen voor de berekening van de bijdragen. Het is het derde kalenderjaar dat voorafgaat aan datgene waarvoor de bijdragen verschuldigd zijn. Opgelet! Dit geldt niet tijdens de periode van begin van activiteit. In de context van de verzekering tegen geneeskundige verzorging is het refertejaar het tweede kalenderjaar dat voorafgaat aan dit tijdens hetwelk de geneeskundige verstrekkingen worden uitgekeerd.

Regularisatie
De regularisatie van de bijdragen is het herzien van de bijdragen op grond van nieuwe, gekende beroepsinkomsten die als basis dienen van de eigenlijke bijdrageberekening. Bij begin van bezigheid zullen de voorlopige bijdragen die betrekking hebben op het 1ste kalenderjaar (dat 4 kwartalen onderwerping omvat en de kwartalen die daaraan voorafgaan) geregulariseerd worden op grond van de beroepsinkomsten van dat 1ste kalenderjaar onderwerping. De voorlopige bijdragen die betrekking hebben op de 2 volgende jaren zullen geregulariseerd worden op grond van respectievelijk het 2de en 3de jaar onderwerping.

Rustpensioen
Een rustpensioen is een pensioen dat wordt toegekend op grond van een persoonlijke beroepsloopbaan als zelfstandige of helper.

Schijnzelfstandige
Een schijnzelfstandige is een persoon die ten onrechte bij de socialezekerheidsadministratie aangemeld is als zelfstandige (op eigen initiatief, of op initiatief van de opdrachtgever) terwijl die - vanuit de invalshoek van de sociale zekerheid - eerder in het werknemersstelsel thuishoort. ook: pseudo-zelfstandige, valse zelfstandige

Schoolpremie
Een soort toeslag op de kinderbijslag om eind augustus - begin september de last van de schooluitgaven voor het jaar 2006-2007 wat lichter te maken.

Socialeverzekeringsfonds
Een socialeverzekeringsfonds is een instelling die meewerkt aan de administratie van het sociaal statuut van de zelfstandigen. Meestal is het een VZW. Een uitzondering op die regel is de Nationale Hulpkas. Een socialeverzekeringsfonds wordt in het jargon ook wel `kas` genoemd.

Sociologisch criterium
Het sociologisch criterium komt overeen met de definitie van een zelfstandige. Volgens dit criterium is een zelfstandige iemand die in België een beroepsactiviteit uitoefent zonder dat hij daarvoor gebonden is door een arbeidsovereenkomst of een statuut. Het sociologisch criterium gaat boven het fiscaal criterium.

Stage openbaar ambt
Een openbaar ambt is een ambt waarbij een burger op een permanente wijze aan de uitoefening van de openbare macht deelneemt. Toekenning kinderbijslag De kinderbijslag wordt toegekend tijdens de normale duur van de stage , zelfs als deze langer dan één jaar duurt. Voorwaarden De stage moet: ofwel rechtstreeks vereist zijn voor de benoeming Voorbeeld: kandidaat-gerechtsdeurwaarders, kandidaat-notarissen, enz. ofwel de benoemingskansen kunnen behouden Voorbeeld: kandidaat-meetkundige schatters van onroerende goederen, enz. Voor de toekenning van de kinderbijslag moeten tegelijkertijd twee voorwaarden vervuld zijn : Het kind mag voor de stage geen vergoeding of loon krijgen. Uitzondering : zuivere kostenvergoedingen. Het kind mag tijdens de stageperiode geen winstgevende activiteit van 80 uur of meer per kalendermaand uitoefenen. Opgelet! Lesuren gegeven in een onderwijsinstelling tellen dubbel. Combinatie met werken Is toegelaten: Een sociale uitkering die voortvloeit uit een toegelaten winstgevende activiteit Zijn niet toegelaten: Een werkloosheidsuitkering Een uitkering wegens beroepsloopbaanonderbreking

Stagiair
Een stagiair is een persoon die stage loopt om zich als een vrij beroep te kunnen vestigen. Voor 1 juli 2003 sprak men daarnaast ook nog van de “stagiair-zelfstandige”. Hiermee werd een persoon bedoeld die in het kader van de kmo-wet van 10 februari 1998 door een speciale stageovereenkomst aan de zelfstandige patroon verbonden was. De `stagiair-zelfstandige` zou voor het sociaal statuut als helper beschouwd worden. In de praktijk is de notie echter nooit geconcretiseerd. Dit is de reden waarom de speciale regeling van de “stagiair-zelfstandige” uiteindelijk opgeheven is vanaf 1 juli 2003.

Startersbonus
De startersbonus is de postieve intrest die een beginnende zelfstandige opstrijkt wanneer hij een extra inspanning levert voor de betaling van zijn voorlopige bijdrage. De bonus krijgt men als men zijn voorlopige bijdrage tijdig voorafbetaalt en wanneer men gewoon meer voorlopige bijdragen betaalt dan wat bij de regularisatie verschuldigd blijkt.

Stille vennoot
Een stille vennoot is een vennoot die zich ertoe beperkt de vruchten van het belegde kapitaal te plukken zonder een beroepsbezigheid uit te oefenen. Hij of zij is geen zelfstandige en is dus niet verzekeringsplichtig in het sociaal statuut van de zelfstandigen.

Student
Een student is een verzekeringsplichtige jonger dan 25 die cursussen volgt of een stage loopt om in een openbaar ambt te kunnen worden benoemd of die een verhandeling voorbereidt aan het einde van hogere studies zoals is besproken in de wetgeving over de gezinsbijslag voor zelfstandigen.Een beroepsactieve student met geringe beroepsinkomsten kan in bepaalde gevallen vragen om voor de betaling van de bijdragen gelijkgeschakeld te worden met een bijberoep.

Studiepunten (SP)
In het hoger onderwijs wordt de omvang van opleidingen niet meer uitgedrukt in lesuren of studiejaren, maar in studiepunten (SP). Zo bedraagt de studieomvang van een bachelor-opleiding minstens 180 SP (3 studiejaren) en die van een master-opleiding minstens 60 SP (1 studiejaar). De student die hoger onderwijs volgt, heeft recht op kinderbijslag wanneer hij ingeschreven is voor ten minste 27 SP, wat overeenstemt met een halftijds studieprogramma. Voor de berekening van het aantal SP wordt niet alleen rekening gehouden met hoorcolleges, maar ook met uren verwerkingstijd, examentijd, zelfstudie, stages, verhandelingen, e.d. Het aantal SP wordt in aanmerking genomen, ongeacht : de spreiding ervan per kwartaal - semester de inschrijving voor één of meer opleidingen de inschrijving in één of meer inrichtingen voor hoger onderwijs SP verworven aan een buitenlandse universiteit of hogeschool komen eveneens in aanmerking. Ook doctorandi moeten voor minstens 27 SP ingeschreven zijn. De punten voor de doctoraatsopleiding tellen mee, die voor de redactie van de doctoraatsverhandeling SP niet.

Stuiting
Een stuiting is een onderbreking van de verjaringstermijn. Het gedeelte van de verjaringstermijn dat al verstreken is, wordt niet meer in aanmerking genomen. Er begint onmiddellijk een nieuwe verjaringstermijn te lopen.

Toevallige helper
Een toevallige helper is iemand die niet regelmatig en minder dan 90 dagen per jaar als helper actief is.

Vaste vertegenwoordiger
Wanneer een vennootschap een bestuursmandaat heeft in een andere vennootschap, moet de besturende vennootschap hiervoor een natuurlijk persoon benoemen die dan handelt in naam en voor rekening van de bestuurder-rechtspersoon. De vaste vertegenwoordiger moet een band hebben met de bestuurder-rechtspersoon. Voorbeeld: bestuurder, zaakvoerder, (werkend) vennoot of werknemer.

Vennootschap met sociaal oogmerk
Een vennootschap die zichzelf een Vennootschap met sociaal oogmerk wenst te noemen (bv. bvba, so; nv, so; vof, so; ...) mag niet gericht zijn op de verrijking van haar vennoten en haar statuten moeten specifieke bepalingen opnemen: een bepaling volgens dewelke de vennoten geen of een beperkt vermogensvoordeel nastreven een nauwkeurige omschrijving van het sociaal oogmerk een jaarlijks verslag over de wijze waarop de vennootschap toezicht heeft uitgeoefend op het sociaal oogmerk dat zij zich gesteld heeft Een vennootschap met sociaal oogmerk kan kiezen voor de onderwerping aan de vennootschapsbelasting of aan de rechtspersonenbelasting.

Verdwenen kind
TermMet de term `verdwenen kind` wordt bedoeld: een kind dat onvrijwillig niet langer op zijn verblijfplaats is, en waarvan men geen nieuws heeft, behalve wanneer het kind hoogstwaarschijnlijk overleden is door een ongeval of een ramp, zelfs als het lichaam niet is teruggevonden. Periode toekenning kinderbijslagEr wordt nog kinderbijslag toegekend gedurende maximum 5 jaar, vanaf de eerste dag van de maand die volgt op de verdwijning tot de leeftijd van 25 jaar (21 jaar voor gehandicapt kind) bij het terugvinden, tot het einde van de maand waarin het werd gevonden

Verrichtingen van winstgevende aard
Met verrichtingen van winstgevende aard wordt bedoeld: zowel de activiteiten die winst nastreven als verrichtingen die de facto winst opleveren ook al wordt zulk doel niet nagestreefd U moet dus niet noodzakelijk winst nastreven. Het volstaat dat u beroepsmatig winsten of baten creëert. Het beslissend criterium is het statutair doel en niet de juridische vorm van de vereniging. Worden o.m. beoogd: Belgische handelsvennootschappen Over het algemeen houden zij zich ofwel met de exploitatie, ofwel met verrichtingen van winstgevende aard, of met allebei bezig. Vennootschappen of verenigingen onderworpen aan de vennootschapsbelasting Verenigingen zonder winstoogmerk die zich als zodanig met een exploitatie of verrichtingen van winstgevende aard bezighouden

Verzekeringsplichtige
Een verzekeringsplichtige is een natuurlijk persoon op wie het sociaal statuut van de zelfstandigen van toepassing is omdat hij een beroepsactiviteit als zelfstandige of helper uitoefent.Een verzekeringsplichtige kan, naast een natuurlijk persoon, ook een vennootschap zijn.

vof
Vof is de afkorting van vennootschap onder firma. Een vof is een vennootschap waarbij onder een gemeenschappelijke naam koophandel wordt gedreven. Een vof kan bij onderhandse akte worden opgericht. De aandelen in een vof zijn niet eenzijdig overdraagbaar. Wel zijn alle vennoten hoofdelijk en onbeperkt aansprakelijk voor de schulden van de vennootschap. Het faillissement van de vof impliceert dus ook het faillissement van de vennoten.

Voorlopige bijdragen
Voorlopige bijdragen zijn bijdragen die te voorlopige titel berekend worden omdat de definitieve berekeningsgrondslag nog niet bekend is. Dit is het geval wanneer u bijvoorbeeld: start als zelfstandige start als helper verandert van bijdragecategorie (hoofdberoep wordt bijberoep of omgekeerd)

Voortgezette verzekering
De voortgezette verzekering is een overbruggingstechniek waarbij een gewezen zelfstandige door de vrijwillige betaling van bijdragen bepaalde sociale zekerheidsrechten voor de toekomst kan vrijwaren. Voorwaarde is wel dat de zelfstandige gedurende minstens een jaar verzekerd is geweest en dat hij zijn zelfstandige bedrijvigheid heeft gestaakt. In principe kan men met de voortgezette verzekering maar 2 jaar overbruggen. Wanneer de zelfstandige activiteit minder dan 7 jaar voor de normale pensioenleeftijd werd stopgezet, kan de voortgezette verzekering echter doorlopen tot aan de pensioenleeftijd of tot aan de ingangsdatum van het vervroegd pensioen.

Vrij aanvullend pensioen
Het vrij aanvullend pensioen vult het wettelijk pensioen aan. Iedere zelfstandige ontvangt na pensionering een wettelijk pensioen, betaald door de overheid. Die wettelijke pensioenen worden o.a. gefinancierd met de sociale bijdragen die elke zelfstandige tijdens zijn loopbaan verplicht moet betalen. Wanneer u uw wettellijk pensioen te laag vindt, kunt u vrijwillig en op een fiscaal voordelige manier een bijkomend pensioen sparen. U bouwt het vrij aanvullend pensioen zelf op: u stort bijdragen aan een instelling die een aanvullend pensioen aanbiedt bij pensionering ontvangt u het gespaarde bedrag samen met de opbrengst ervan Sinds 1 januari 2004 is er voor zelfstandigen het “gewoon” en het “sociaal” vrij aanvullend pensioen.

vzw
Vzw is de afkorting van vereniging zonder winstoogmerk. Een vzw is een vereniging van personen (natuurlijke of rechtspersonen) die hun vakkennis, hun activiteiten en hun middelen verenigen met een doel dat geen winstbejag is. Een vzw is geen industriële of handelsonderneming en is niet gericht op winst voor haar leden. Zij kan een bijkomende handelsdaad stellen indien die vrijwillig is en niet het doel van de leden. Gewoonlijk zijn vzw`s onderworpen aan de rechtspersonenbelasting. Bepaalde vzw`s zijn niettemin onderworpen aan de vennootschapsbelasting. Aangezien het geen vennootschappen van nature zijn, zijn zij echter nooit onderworpen aan de vennootschapsbijdrage. Mandatarissen van vzw`s daarentegen, kunnen in bepaalde gevallen verplicht worden om zich aan te sluiten bij een socialeverzekeringsfonds.

Weeskinderen
In het kader van de gezinsbijslag slaat de term `wezen` op de vader- en-of moederloze kinderen waarvan een van de ouders voldeed aan de voorwaarden die bepaald worden door Artikel 9 van het Koninklijk Besluit van 8 april 1976 en waarvan de overlevende ouder bovendien niet hertrouwd is en ook geen gezin vormt.

Werkende vennoot
Een werkende vennoot is een vennoot die in een vennootschap een activiteit uitoefent om het kapitaal dat gedeeltelijk het zijne is te doen renderen. Die activiteit kan het kenmerk van een zaakvoering of van een beheer bezitten. Dit hoeft echter niet noodzakelijk het geval te zijn. De werkende vennoot hoeft niet noodzakelijk bestuurshandelingen te stellen. Vanaf 1 januari 1997 heeft de wetgever het fiscaal begrip `werkende vennoot` geschrapt en vervangen door de term `bedrijfsleider`. Hoewel de naamgeving gewijzigd is, blijft de verzekeringsplicht behouden.

Werkzoekend kind
Welke periode wordt in aanmerking genomen ? 270 kalenderdagen als het kind 18 is op het ogenblik van de aanvraag van een werkloosheidsuitkering 180 kalenderdagen als het kind op dat ogenblik geen 18 jaar is Wanneer vangt deze periode aan ? op 1 augustus na het laatste school- of academiejaar als het kind 18 is bij de inschrijving als werkzoekende op 1 juli na het laatste schooljaar als het kind op dat ogenblik geen 18 jaar is onder bepaalde voorwaarden, op de dag na het beëindigen of onderbreken van alle activiteiten i.v.m. studies, leercontract, opleidingsprogramma, eindverhandeling en stage voor openbaar ambt Voorwaarden als werkzoekende ingeschreven zijn bij de VDAB en eventueel een aanvraag om stage ingediend hebben geen passende betrekking of aangeboden stage weigeren Redenen van schorsing van de periode van werkzoekende inschrijving bij de VDAB geschrapt wegens ziekte een winstgevende activiteit uitgeoefend vanaf 1 augustus en waarvoor het loon een bepaald bedrag overschrijdt (andere dan studentencontract of tewerkstelling van minder dan 80 uur per kalendermaand) een sociale uitkering voortvloeiend uit een dergelijke activiteit

Zelfstandige
Een zelfstandige is een natuurlijk persoon die in België een beroepsbezigheid uitoefent zonder hiervoor door een arbeidsovereenkomst of statuut met een patroon verbonden te zijn.