Kopie van `Amnestie International - Encyclopedie van de mensenrechten`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.


Amnestie International - Encyclopedie van de mensenrechten
Categorie: Mens en samenleving > Mensenrechten
Datum & Land: 15/02/2007, NL
Woorden: 852


kim dae-jung (1925)
Zuid-Koreaanse politicus en activist voor mensenrechten. In 1973 werd hij door de Koreaanse geheime dienst gekidnapt uit een hotel in Tokio, kort nadat hij daar een bijeenkomst van de oppositie had geleid. De jaren zeventig bracht hij grotendeels in de gevangenis of onder huisarrest door. In 1980 werd hij ter dood veroordeeld omdat hij betrokken zou zijn geweest bij de studentendemonstraties, die door het leger zeer bloedig waren onderdrukt. Hij ging in ballingschap in de VS en werd meteen na terugkeer in 1985 onder huisarrest geplaatst. In 1987 en 1992 was hij de oppositiekandidaat voor het presidentschap, maar hij verloor in een klimaat van verdachtmakingen en corruptie. In 1997 won hij de verkiezingen wel; hij was vijf jaar president. Het meeste opzien baarde hij in de verzoening met Noord-Korea, de `zonneschijndiplomatie`. Hij kreeg in 2000 de Nobelprijs voor de Vrede.

kimberley-proces
conflictgrondstoffen

kind
De leeftijd waarop men nog als kind (minderjarige) geldt staat niet absoluut vast. Het recht om aan verkiezingen deel te nemen begint in veel landen met 18 jaar, het recht gekozen te worden met 21 jaar, maar er bestaan ook andere minimumleeftijden. Verscheidene internationale verdragen bevatten bepalingen over de rechten van het kind. Die zijn gebundeld in het Kinderverdrag (VN-verdrag over de rechten van het kind) uit 1989. Dit verdrag noemt o.m. het recht op ontwikkeling, zo mogelijk een leven bij de ouders, vrijwaring van ontvoering door ouders of anderen, het recht op privacy en een huis, bescherming tegen schadelijke praktijken van adoptie, vrijwaring van doodstraf of levenslange gevangenisstraf voor kinderen onder de 18 jaar, vrijwaring van militaire dienst voor kinderen onder de 15 jaar. Binnen enkele maanden was het verdrag door 20 landen bekrachtigd, zodat het in werking trad en een comité van tien onafhankelijke experts ging functioneren. Het verdrag sindsdien is door bijna alle landen bekrachtigd: alleen de VS (vanwege het verbod op terdoodveroordeling van kinderen) en Somalië deden dat nog niet. Nationale wetgevingen erkennen jonge kinderen over het algemeen niet als rechtspersoon. Kinderen mogen bijvoorbeeld niet stemmen en niet zelfstandig een contract aangaan. Ze zijn ook niet op dezelfde manier aansprakelijk, bijv. voor schade of letsel, als volwassenen. Als ze een misdrijf begaan moeten volgens speciaal kinderrecht worden veroordeeld. Wel kunnen in bijv. Nederland kinderen vanaf 12 jaar door de rechter gehoord worden over toewijzing van de ouderlijke macht na echtscheiding.

kinderarbeid
Kinderen mogen alleen werken als ze niet te jong zijn, het werk niet gevaarlijk, ongezond of gedwongen is, en er voldoende tijd overblijft voor onderwijs, spel en rust. Kinderarbeid is volgens ILO-verdragen en het VN-verdrag voor de rechten van het kind (1989) verboden als die `ongezond of schadelijk` is. In Nederland verbood het `kinderwetje van Van Houten`, genoemd naar het liberale Kamerlid Samuel van Houten, in 1874 fabrieksarbeid door kinderen beneden de tien jaar. Nu is arbeid onder zestien jaar verboden behoudens vergunning; jongere kinderen mogen naast hun school wel lichte arbeid verrichten bijv. als krantenbezorger. In België is er een verbod op arbeid door kinderen onder veertien jaar die nog leerplichtig zijn. Internationale gegevens over kinderarbeid worden o.m. verzameld door de VN-organisatie Unicef en door de vakbeweging. Wereldwijd werken ongeveer 250 miljoen kinderen jonger dan veertien jaar. In Afrika is dat eenderde van alle kinderen. In acties tegen kinderarbeid moet rekening worden gehouden met het feit dat die arbeid vaak nodig is om het gezin te laten overleven; er moet dus een alternatieve bron van inkomsten zijn. Er zijn succesvolle acties gevoerd, door de vakbeweging en organisaties als Defence for Children International, om internationale bedrijven te dwingen te breken met leveranciers die zich aan schadelijke kinderarbeid schuldig maakten. De Pakistaanse activist Iqbal Masih werd op 14-jarige leeftijd vermoord vanwege zijn strijd tegen kinderarbeid in de tapijtindustrie.

kindersterfte
gezondheidsrechten; levensverwachting

kindsoldaten
De internationale coalitie tegen het inzetten van kindsoldaten (leden zijn o.m. Amnesty International en Defence for Children International) schat dat in Afrika meer dan 120.000 kinderen van onder de 18 jaar deelnemen aan gewapende conflicten. Er zijn zelfs kinderen bij die niet ouder zijn dan zeven jaar. Human Rights Watch schatte in 2006 het aantal kindsoldaten wereldwijd op 200-300.000. Buiten Afrika vechten ze o.m. in Nepal en Sri Lanka. Talloze wreedheden worden begaan onder invloed van alcohol of drugs, die de kindsoldaten soms vrijwillig, soms gedwongen gebruiken. Meisjes worden vaak tot seks gedwongen. In het VN-verdrag over de rechten van het kind (1989) wordt de minimumleeftijd voor rekrutering en participatie in het leger op 15 jaar gesteld. In 2000 aanvaardden de VN een facultatief protocol bij het verdrag waarin de minimumleeftijd op 18 jaar wordt gesteld; in 2002 trad het in werking (klik hier voor volledige tekst). Het verdrag verbiedt deelnemende landen en rebellengroepen om minderjarigen in te zetten in militaire conflicten. Ook gedwongen rekrutering van minderjarigen is in het verdrag verboden. Westerse landen als Canada en Nieuw-Zeeland, maar ook oorlogslanden als Sri Lanka en Congo hebben het verdrag snel bekrachtigd. Nederland deed dat vooralsnog niet. Technisch gezien voldeed Nederland al aan de criteria voor toetreding tot het verdrag, dat vrijwillige werving toestaat vanaf zestien jaar en militaire inzet vanaf achttien jaar. Het beleid van de Nederlandse regering is dat minderjarige rekruten niet worden uitgezonden en betrokken in gevechtshandelingen.

king, martin luther (1929-1968)
Amerikaans activist voor de rechten van zwarten. Als predikant in de zuidelijke staat Alabama werd hij gekozen tot voorzitter van de Amerikaanse beweging voor burgerrechten, die uitgroeide tot de bindende kracht in het verzet tegen de achterstelling van de zwarte bevolking en de rassendiscriminatie in de VS. In 1956 werd hij voor het eerst gearresteerd. In de jaren zestig was hij tevens een van de leiders van het verzet tegen de Vietnam-oorlog. Bij een protestmars in Washington in 1963 hield hij zijn befaamde rede `Ik had een droom`. Met name onder de regeringen van president Kennedy (1960-1963) en zijn opvolger Johnson (1963-1968) werden enkele van de door hem geëiste rechten gerealiseerd. King werd in Memphis doodgeschoten, op 4 april 1968.

klachtrecht
In het internationaal recht: de mogelijkheid een klacht of petitie (Eng: communication, petition) in te dienen tegen schendingen van mensenrechten die door een staat zijn begaan. Een statenklacht heeft betrekking op een klacht van een of meerdere staten tegen een andere staat. Meestal wordt met klachtrecht echter geduid op de mogelijkheid voor een individu om tegen de eigen staat een klacht in te dienen. In het algemeen kan een individuele klacht slechts door een internationaal orgaan in behandeling worden genomen nadat de mogelijkheden in het rechtsstelsel van het eigen land zijn uitgeput. Door Nederland is dit individueel klachtrecht o.m. aanvaard bij het Facultatief protocol van de beide VN-verdragen (1966), bij het Europees Verdrag en bij het VN-verdrag tegen rassendiscriminatie. Het klachtrecht bestaat ook in nationale wetgevingen. In Nederland mogen volgens de grondwet verzoeken schriftelijk bij het bevoegd gezag worden ingediend, maar is er geen antwoordplicht.

klassieke mensenrechten
Een benaming voor de burgerlijke en politieke rechten, ook wel gelijkgesteld aan fundamentele rechten. Onder de klassieke mensenrechten vallen integriteitsrechten (zoals de vrijwaring van discriminatie en marteling), vrijheidsrechten (zoals het recht op vrije meningsuiting) en participatierechten voor het maatschappelijke en politieke leven (zoals kiesrecht). Deze rechten staan opgesomd in het VN-verdrag (BuPo) van 1966. Klassieke mensenrechten worden onderscheiden van sociaal-economische en van collectieve mensenrechten.

kleding
Het idee dat (vooral) vrouwen erecodes schenden of seksueel geweld uitlokken door de wijze waarop ze zich kleden is wijdverbreid. In sommige landen, vooral die van de islam, krijgen vrouwen wrede straffen opgelegd wanneer zij kledingcodes overtreden. In o.m. Saudi-Arabië worden de voorschriften afgedwongen door de religieuze staatspolitie. In andere landen proberen gewapende groeperingen hun gezag te laten gelden door richtlijnen uit te vaardigen voor `passende` kleding. Gewapende groeperingen in Colombia bijv. droegen vrouwen op geen truitjes te dragen die hun navel bloot laten. In Soedan worden bepalingen in enkele verordeningen, zoals bijvoorbeeld de kledingvoorschriften, dusdanig uitgelegd dat vooral vrouwen het slachtoffer worden van bestraffing zoals geseling. In landen van de islam klagen veel vrouwen over de dwang om de traditionele hoofddoek te dragen. Omgekeerd ijveren in o.m. Turkije groepen islamitische vrouwen voor het recht om hun hoofd te bedekken, in bijv. universiteitsgebouwen, hetgeen nu volgens de grondwet van 1923 is verboden. In Frankrijk nam het parlement in 2004 een wet aan die het dragen van `ostentatieve` religieuze symbolen, zoals hoofddoekjes of grote kruizen, verbiedt op scholen en in openbare functies. Amnesty sprak naar aanleiding van deze wet zorg uit dat het verbod een negatieve uitwerking kon hebben op mensenrechten, zoals de vrijheid van godsdienst en meningsuiting en het recht op onderwijs. Evenzo keurt Amnesty af dat hoofddoekjes verplicht worden gesteld.

kleine wapens
wapens, kleine

kolonialisme
Het opzetten door westerse, vooral Europese staten van nederzettingen in minder ontwikkelde delen van de wereld, met het doel de economische of militaire belangen van het moederland te dienen. De grootste koloniale mogendheden van de 20ste eeuw waren België (o.m. Congo), Frankrijk (o.m. Algerije), Nederland (Indonesië, Suriname, Antillen), Groot-Brittannië (o.m. India), Portugal (Brazilië, Angola, Mozambique, Oost-Timor). Door veel auteurs is het Europees kolonialisme aangewezen als hoofdoorzaak van onderdrukking en geweld in de Derde Wereld. Het zou een grove ongelijkheid in macht en inkomen tussen een elite en de rest van de bevolking hebben bevorderd. De ontmanteling van koloniën heet dekolonisering. De dekolonisering werd ingezet met de onafhankelijkheid van India (1947) en Indonesië (1949). Het proces kreeg een sterke impuls met de conferentie van Bandung in 1955, waar door 29 Afrikaanse en Aziatische landen het recht op onafhankelijkheid werd bevestigd. De VN hadden een Trustsschapsraad, die toezicht hield op landen die van koloniaal bestuur op onafhankelijkheid overgingen, tot 1994, toen Palau onafhankelijk werd. In 2004 waren er nog zestien landen die de VN `niet-zelfbesturende gebieden` noemt. Daaronder zijn de Falkland- eilanden, Gibraltar en de Britse Maagdeneilanden (onder Brits bestuur), en Samoa en de Amerikaanse Maagdeneilanden (onder Amerikaans bestuur). Het grootste en meest omstreden gebied is de Westelijke Sahara, onder bestuur van Marokko.

kooijmans, peter (1933)
Rechter van het Internationaal Hof van Justitie, eerder hoogleraar internationaal recht, speciale rapporteur van de VN voor marteling (1985-1992) en minister van Buitenlandse Zaken (1993-94). Hij heeft Nederland vertegenwoordigd op talrijke VN-conferenties over o.m. apartheid en internationaal recht, en was delegatieleider van de Nederlandse afvaardiging naar de VN-commissie voor mensenrechten; in 1984-85 zat hij die commissie voor.

kouchner, bernard (1939)
Franse arts. Hij studeerde medicijnen en deed veldwerk voor het Rode Kruis in Biafra (Nigeria) in 1968. In 1971 was hij medeoprichter van Artsen zonder Grenzen, een organisatie die hij in 1979 verliet. In 1988 richtte hij Médecins du Monde op, een organisatie voor onafhankelijke vrijwillige medische hulp bij rampen en oorlog. Hij organiseerde spectaculaire tv-evenementen, zoals in acties voor Vietnamese bootvluchtelingen en de slachtoffers van honger in Somalië (1992). Hij was lid van het Europees Parlement en diende in 1999-2001 als tijdelijk VN-bestuurder van Kosovo. In 2001-2002 was hij minister van Gezondheid in Frankrijk.

kovaljov, sergej (1930)
Russische dissident die in 1969 de Vereniging voor de Verdediging van de Mensenrechten in de Sovjet-Unie oprichtte. Hij was ook medewerker van het ondergrondse tijdschrift Kroniek van lopende gebeurtenissen, dat uitgebreid de lotgevallen en gevangenschap van dissidenten documenteerde. Hij werd in 1975 verbannen tot strafkamp en verbanning; in 1984 kwam hij vrij. In 1993 werd hij voorzitter van de presidentiële mensenrechtencommissie en ombudsman. In 1995 nam hij ontslag, uit protest tegen het Russische optreden in Tsjetsjenië. Daarna werd hij o.m. voorzitter van de Russische organisatie voor opheldering van het verleden en eerherstel voor slachtoffers van vervolging, Memorial. In 1998 kreeg hij de Nederlandse Geuzenpenning.

krankzinnigheid
Volgens het Europees Verdrag mag vrijheidsbeneming van persons of unsound mind slechts plaatsvinden volgens een wettelijke procedure. Krankzinnigheid moet dan zijn vastgesteld door een bevoegde autoriteit. In acute gevallen mogen minder hoge eisen worden gesteld. Een patiënt kan tegen de detentie in beroep gaan. In het Nederlands en Belgisch strafrecht kan de rechter een krankzinnige wegens ontoerekeningsvatbaarheid laten opnemen. De rechter kan ook delinquenten laten opnemen wegens ontoerekeningsvatbaarheid; in Nederland heet dat terbeschikkingstelling (tbs), in België internering. Bij onvrijwillige opneming is sprake van ontneming van fysieke vrijheid. Daarmee verliest de patiënt feitelijk zijn positie van vrije burger en heeft hij recht op de waarborgen die gelden voor gevangenen.

krijgsgevangenen
Militairen die in tijd van oorlog gevangen worden genomen door de vijand. In vroeger tijden werden krijgsgevangenen vaak tot slaaf gemaakt of gedood. Vooral vanaf de 17e eeuw kwam de gewoonte op krijgsgevangenen te ruilen. Krijgsgevangenen mogen volgens de Geneefse verdragen niet worden gestraft, tot dwangarbeid gedwongen of worden ingezet bij oorlogshandelingen. In een binnenlands gewapend conflict gelden gevangen leden van de andere partij niet als krijgsgevangenen, in een bevrijdingsoorlog (volgens het Eerste protocol bij de Geneefse verdragen) wel. Er is geen verplichting om krijgsgevangenen te berechten. Op die grond heeft de Amerikaanse regering vanaf 2001 verdachten van terrorisme vastgehouden in Guantánamo Bay; ze kregen geen proces, maar wel kon het Rode Kruis hen bezoeken. De Amerikaanse overheid bevestigde in 2004 dat ze deze gevangenen voor onbepaalde tijd en zonder een speciale status als die van krijgsgevangene wilde vasthouden. Na zijn arrestatie in december 2003 kreeg de Iraakse ex-dictator Saddam Hoessein wél de status van krijgsgevangene.

kyoto, verdrag van
broeikaseffect

laâbi, abdellatif (1942)
Geboren in Fes. Zijn eerste roman werd gepubliceerd in 1969. Het literaire tijdschrift Souffles dat hij had opgericht werd in 1972 verboden en hij werd zelf gearresteerd en gemarteld. Zijn vrijlating kwam in 1980 na intensieve internationale campagne. Hij verliet Marokko in 1985 en vestigde zich in Parijs. Hij heeft ook als een der Arabische mensenrechtenverdedigers veel activiteiten ontplooid. Hij kreeg het Poetry International Eregeld voor vervolgde schrijvers (Rotterdam, 1979). Zie ook censuur

land
Het recht om een land te verlaten en om het eigen land binnen te gaan is vastgelegd in het VN-verdrag (BuPo). Zie ook nationaliteit; staat

landmijnen
Landmijnen werden kort na de Eerste Wereldoorlog ontwikkeld. Sinds de Tweede Wereldoorlog werden er meer dan 400 miljoen gebruikt. In sommige landen, waaronder Nicaragua, Soedan, Afghanistan en Cambodja liggen nog miljoenen actieve mijnen. Landmijnen zijn een goedkope en eenvoudige manier om zich tegen vijanden te beschermen en daarom erg populair bij militaire strategen. Landmijnen werden verboden in het Wapenverdrag van 1981 (wapens). In 1997 tekenden 127 landen het Verdrag van Ottawa, dat een verbod inhoudt op gebruik, productie en overdracht van antipersoonsmijnen (bommen die gericht zijn tegen personen, eerder dan tegen voertuigen, gebouwen enz.) De Amerikaanse Jody Williams en de organisaties verenigd in de Internationale Campagne voor Uitbanning van Landmijnen (www.icbl.org) kregen in hetzelfde jaar voor hun acties de Nobelprijs voor de Vrede. Zie ook niet-onderscheidene wapens

lastigvallen en bedreigen
(Eng: harassment) Behalve door detentie, verbanning, marteling of moord, kan een oppositie ook worden onderdrukt door onwettige maatregelen die last veroorzaken of door dreiging met geweld. Veiligheidsdiensten gaan over tot o.m. intensieve bewaking, hinderlijk volgen, inbraken, telefonische en schriftelijke dreigingen, veelvuldige ondervraging, het belemmeren van beroepsuitoefening, en verspreiden van valse informatie onder of het onder druk zetten van vrienden, collega`s, enz.

leeftijd
Internationale mensenrechtenverdragen noemen leeftijd als beperking bijv. voor huwelijkssluiting, werk en het opleggen van de doodstraf. De tendens in internationaal recht is om voor het kind de leeftijdsgrens steeds hoger te leggen waar het gaat om bijv. arbeid en militaire dienst, steeds lager waar de vrijheid tot keuze en handelen betreft. Bij ouderen is er de tendens tot afschaffing van leeftijdsgrenzen bij vrijwillig aangegane arbeid. Er is toenemend belangstelling voor leeftijdsdiscriminatie, zoals het gegeven dat mensen uitsluitend vanwege hun (hoge) leeftijd niet of minder in aanmerking komen voor betaald werk, voorzieningen of een verantwoordelijke positie in het politiek en maatschappelijk leven. Zie ook levensstandaard en levensverwachting

lemkin, raphael (1901-1959)
Jurist, geboren in een joods gezin in Polen. In de Holocaust verloor hij 49 familieleden. Hij vocht in het Poolse verzet van 1939 en vluchtte vervolgens naar Zweden. Daar, en in de VS, zette hij een grootschalige documentatie van de nazi-misdaden op. In een boek dat verscheen in 1944 introduceerde hij de term genocide. In 1948 was hij een drijvende kracht achter de VN-onderhandelingen over het Genocideverdrag. Hij overleed in New York.

leven, recht op
Het VN-verdrag (BuPo) stelt dat iedereen het recht op leven heeft, dat dit recht door de wet moet worden beschermd en dat niemand naar willekeur van het leven mag worden beroofd. Deze formule laat volgens velen de mogelijkheid van wettig opgelegde doodstraf open. Het Europees Verdrag laat het doden ook toe ingeval van noodweer en stelt dat bij arrestatie zonodig dodelijk geweld mag worden gebruikt. Het recht op leven heeft feitelijk een weinig centrale plaats in de mensenrechten, omdat dit recht voor zaken als doodstraf, abortus en euthanasie geen duidelijke strekking vóór of tegen heeft. Tegenstanders van de doodstraf menen dat die straf een schending is van het recht op vrijwaring van marteling en wrede behandeling, omdat de doodstraf een uiterst wrede straf is. Genocide (massamoord onder leden van een etnische groep) is in een apart verdrag verboden.



levensbeschouwing
godsdienst; humanisme

levenslange gevangenisstraf
gevangenen

leveranties
bedrijven; maatschappelijk verantwoord ondernemen; overdrachten

lgbt
(Eng: Lesbian, Gay, Bisexual and Transgender) Een algemeen gebruikte aanduiding van diverse vormen van seksuele oriëntatie; in de omgangstaal vaak aangeduid als homoseksuelen. Amnesty International heeft in twintig landen een netwerk om LGBT-rechten te helpen beschermen.

lidmaatschap
Lidmaatschap van verenigingen mag volgens het VN-verdrag (BuPo) niet verplicht worden gesteld. Het fenomeen van de closed shop in het Verenigd Koninkrijk, waar bedrijven worden gedwongen alleen leden van een bepaalde vakbond in dienst te nemen, is dan ook in strijd met internationaal recht. In communistische landen is lidmaatschap van de Partij in de praktijk vaak voorwaarde voor een carrière.

liga voor de rechten van de mens
Internationale niet-gouvernementele organisatie (ngo`s) die vooral in Franssprekende landen sterk is (Féderation Internationale des Ligues des Droits de l`Homme, FIDH). Onderdeel van de federatie is een `observatorium` dat rapporteert over de dreigingen die mensenrechtenactivisten in de hele wereld te duchten hebben. In Nederland bestaat een kleine afdeling, België heeft een grotere afdeling.

lijfstraffen
Lijfstraffen als geseling, stokslagen, brandmerken, het in de boeien slaan waren tot in de twintigste eeuw algemeen. Zo werd gebruik gemaakt van de zevenknoop of negenknoop, een zweep met zeven of negen geknoopte touwen. De Russische zweep was doorvlochten met scherpe voorwerpen of haken. Het toedienen van zweepslagen bestond tot in de jaren vijftig in het Verenigd Koninkrijk (VK) als straf voor muiterij en geweld tegen gevangenbewaarders. In het VK werd het gebruik van het `rietje` op scholen formeel afgeschaft in de jaren zeventig, maar kwam in de praktijk daarna nog incidenteel voor. In de VS werden voor het laatst lijfstraffen opgelegd in 1952; in 1972 werd de praktijk er wettelijk verboden. Lijfstraffen worden in landen van de islam met een beroep op de Koran gerechtvaardigd. Amnesty International beschouwt lijfstraffen als vormen van wrede, vernederende en onmenselijke behandeling die vaak aan marteling gelijk kunnen worden gesteld en verzet zich er onvoorwaardelijk tegen.

limburgse beginselen
Een verklaring over de verwezenlijking van het VN-verdrag (EcSoCu) over de sociaal-economische en culturele rechten, opgesteld in 1988 in Maastricht door een groep mensenrechtendeskundigen. De beginselen hebben vooral betekenis voor het VN Comité voor Economische, Sociale en Culturele Rechten. De lijst van 103 beginselen geldt als de meest verregaande poging om de sociaal-economische rechten juridisch afdwingbaar te maken, zodat mensen rechten als die op voedsel, woning en werk voor de rechter kunnen opeisen.

linking solidarity
Organisatie die deel uitmaakt van het Humanistisch Overleg Mensenrechten (humanisme), gericht op het ondersteunen van comités van familieleden.

lomborg, bjorn (1965)
Deense wetenschapper, auteur van The Skeptical Environmentalist. In dit boek bestrijdt hij het idee dat het milieu steeds verder verslechtert. Hij probeert aan de hand van talloze statistieken aan te tonen dat het milieu in feite beter wordt en dat bijv. maatregelen om het broeikaseffect tegen te gaan grotendeels overbodig zijn of niet van het belang dat eraan wordt toegekend. Het boek bracht een storm van zowel uiterst positieve als negatieve kritieken teweeg. Lomborgs bevindingen worden o.m. verbreid door de Heidelberg Appeal, een organisatie van wetenschappers op het gebied van milieuvraagstukken. Tegen Lomborgs boeken zijn processen aangespannen en een Deens wetenschappelijk comité achtte hem schuldig aan `wetenschappelijke oneerlijkheid`, hetgeen ertoe leidde dat hij voor zijn onderzoek geen overheidsgelden meer kreeg. Andere wetenschappers betwistten de wetenschappelijke grondslag van die veroordeling.

loon, recht op
Het recht op een eerlijk loon is vastgelegd in o.m. de VN-verdragen van 1966 en het Europees sociaal handvest. Volgens het laatste moet de beloning voldoende zijn om een behoorlijke levensstandaard mogelijk te maken en bestaat er een recht op betaalde vakantie en extra beloning bij overwerk. Voor gelijk werk bestaat een recht op gelijke beloning. Zie ook inkomensongelijkheid

lubbers, ruud (1939)
Hoge Commissaris voor Vluchtelingen (UNHCR) 2001-2005. Studeerde economie, was politiek actief in de KVP (later CDA), was minister van Economische Zaken (1973-77) en premier (1982-94), daarna hoogleraar in globaliseringsvraagstukken (Tilburg). Hij kreeg verscheidene eredoctoraten en internationale onderscheidingen. Als Nederlands politicus stond hij in het algemeen een restrictief asielbeleid voor, maar hij werd als Hoge Commissaris benoemd vanwege zijn kwaliteiten als manager en zijn toegang tot vooral westerse regeringen die de belangrijkste donoren van het werk van de UNHCR zijn. Hij werd opgevolgd door de Portugees António Guterres. Lubbers werd in 2006 voorzitter van de Stichting Vluchtelingstudenten UAF.

lubich, chiara (1920)
Italiaanse activiste die in 1943 de Focolare-beweging stichtte, een organisatie die streeft naar vrede, mensenrechten en verbondenheid ongeacht grenzen en die nu leden heeft in 180 landen. De organisatie heeft een brede aanhang in alle leeftijdsgroepen en in uiteenlopende politieke stromingen. Lubich kreeg in 1998 de mensenrechtenprijs van de Raad van Europa.

lustratie
(v. Lat.: zuiveren door vuur) `Opheldering`: aanduiding voor een politiek proces, vooral in Midden- en Oost-Europa, waardoor de rol van iedereen die verantwoordelijk was voor of slachtoffer was van misdrijven van het voormalige communistische regime wordt opgehelderd. De term `lustrace` werd voor het eerst gebruikt in Tsjechië in 1990. Lustratie houdt in dat de archieven van de voormalige geheime dienst geheel of gedeeltelijk openbaar worden gemaakt. Slachtoffers kunnen daardoor achterhalen hoe ze zijn belasterd en bespioneerd. De verantwoordelijken kunnen door een rechtbank of administratieve instantie ter verantwoording worden geroepen. Vanaf begin jaren negentig was er vooral in Duitsland en Tsjechië een actief proces van lustratie, later volgden o.m. Hongarije, Polen, Bulgarije en Kroatië. Na 2000 ondernamen o.m. Slowakije en Servië lustratie. De vorm daarvan verschilde sterk van land tot land. Duitsland kent het veruit grootste systeem: daar functioneert sinds 1991 een ambtelijke instantie (BStU) die archieven van de geheime dienst onderzoekt. De rond 2000 medewerkers hebben meer dan 5 miljoen dossiers ter inzage kunnen voorleggen aan betrokkenen en onderzoekers. In Tsjechië zijn meer dan 420.000 mensen onderworpen aan lustratie, hetgeen leidde tot het ontslag van duizenden ambtenaren, rechters, leraren e.a. In beide landen zijn ook mensen door de rechter veroordeeld voor misdrijven die ze in overheidsdienst hadden gepleegd. In Polen daarentegen hebben slechts enkele honderden mensen toestemming gekregen hun dossiers in te zien en zijn er geen veroordelingen geweest.

lutuli, john albert (1898-1967)
Zwarte Zuid-Afrikaan die van 1952-1960 leider was het African National Congress (ANC) en de strijd tegen de apartheid leidde. Hij maakte door zijn redelijke, gematigde denkbeelden en zijn principiële keuze voor geweldloosheid ook op blanken veel indruk. In 1960 kreeg hij de Nobelprijs voor de vrede, maar door gewelddadig optreden van de politie in Sharpeville verloren zijn ideeën in eigen kring aan betekenis. Hij werd als ANC-leider opgevolgd door Nelson Mandela.

ma thida (1966)
Birmese arts, schrijfster en activiste voor democratie. Ze werkte vanaf 1991 als chirurg in een particulier ziekenhuis dat gratis medische hulp aan de armen gaf. In 1993 werd ze bij een demonstratie voor democratie, in protest tegen de militaire regering en tegen de gevangenhouding van Aung San Suu Kyi, opgepakt en vervolgens twee maanden in incommunicado-detentie gehouden. Daarna werd ze in een geheim proces tot twintig jaar gevangenisstraf veroordeeld. In 1999 werd ze `op humanitaire gronden` vrijgelaten. Ze is in 1995 geëerd met de Reebok Mensenrechtenprijs, die jaarlijks wordt uitgereikt aan jonge activisten (prijzen voor mensenrechten).

maathai, wangari (1940)
Activiste voor het milieu in Kenia. In de late jaren tachtig ontwikkelde ze de beweging Green Belt Movement, een nationaal project om bossen en het groen in en rondom steden te behouden. Dit bracht haar veelvuldig in conflict met landeigenaren en projectontwikkelaars. Ze werd geregeld door de politie mishandeld en gearresteerd, o.m. bij demonstraties van grote groepen aanhangers van de beweging. In 1997 nam ze het in de verkiezingen tevergeefs op tegen de zittende president. In 2004 kreeg ze de Nobelprijs voor de Vrede.

macbride, séan (1904-1988)
Iers politicus. In de jaren dertig was hij stafchef van de gewapende oppositiegroepering IRA, maar hij keerde die beweging wegens het gebruikte geweld de rug toe. Na de Tweede Wereldoorlog was hij enkele jaren minister van Buitenlandse Zaken en was actief betrokken bij de totstandkoming van de Geneefse verdragen en het Europees Verdrag over mensenrechten. In 1961 was hij een van de oprichters van Amnesty International en later voorzitter van de organisatie. Hij zette zich in verschillende hoedanigheden in voor kwesties van de mensenrechten overal ter wereld. Hij is de enige die zowel de Sovjetvredesprijs als de Nobelprijs voor de Vrede heeft gekregen.

machel, graça (1935)
Mozambikaanse activiste voor de rechten van het kind. Ze studeerde in Portugal en sloot zich na terugkeer in Mozambique aan bij het gewapend verzet. In 1975 trouwde ze de eerste president na de onafhankelijkheid, Samora Machel. Ze werd minister van Onderwijs en Cultuur. Nadat haar man was omgekomen in een vliegongeluk (1986) wijdde ze zich aan VN-werk voor kinderen in gewapend conflict. Ze schreef in 1994 een belangrijke VN-studie over kinderrechten en deed veel werk voor Unesco. In 1998 huwde ze de Zuid-Afrikaanse president Nelson Mandela.

mackinnon, catherine
Amerikaanse hoogleraar in de rechten, feministe en pionier op het gebied van juridische procedures om de rechten van vrouwen te beschermen. In de jaren zeventig diende ze de eerste klachten in over seksuele intimidatie. Het Amerikaanse Hooggerechtshof aanvaardde in 1986 haar theorie dat die intimidatie een vorm van discriminatie van vrouwen is. Ze boekte soortgelijke resultaten op het gebied van gelijke behandeling, pornografie en hate speech. In de jaren negentig spande ze namens christelijke en moslimvrouwen processen aan tegen Servische leiders die verantwoordelijk waren voor seksuele misdrijven begaan in Bosnië. Mede door haar inspanningen werden verscheidene vormen van geweld tegen vrouwen en schendingen van seksuele rechten erkend als misdrijven onder internationaal recht.

macwan, martin
Indiase activist voor dalits (kastelozen). Hij stichtte een organisatie voor de rechten van de ongeveer 160 miljoen `onaanraakbaren` en daklozen, en werd gekozen als hun voorzitter van hun nationale campagne. Macwan begon als heel jong kind te werken en was getuige van de moord op verscheidene van zijn medestanders. Hij kreeg in 2000 de mensenrechtenprijs van de Amerikaanse organisatie Robert F. Kennedy Memorial.

mandaat
Taak of bevoegdheid. De term wordt o.m. gebruikt door de VN: een opdracht verstrekt krachtens het VN Handvest of een bepaalde resolutie. Het mandaat van Amnesty International was de omschrijving van de doelstellingen van de organisatie (tegenwoordig spreekt de organisatie van haar `missie`). Die zijn: onvoorwaardelijke vrijlating van gewetensgevangenen; een eerlijk proces voor politieke gevangenen; uitbanning van doodstraf, marteling, buitengerechtelijke executies en verdwijningen. Daarnaast stelt het mandaat dat Amnesty International zich inzet voor de bewustwording van alle mensenrechten zoals opgenomen in de Universele verklaring. In 2001 besloot Amnesty International tot een uitbreiding van het mandaat met actie tegen ernstige vormen van discriminatie die bepaalde sociaal-economische rechten (zoals het recht van vrouwen op onderwijs) aantast.

mandela, nelson rolihlahla (1918)
Anti-apartheidsactivist. In 1952 organiseerde hij een campagne van ongehoorzaamheid aan de wetten van de apartheid en werd hij voorzitter van het African National Congress (ANC) als opvolger van John Lutuli. In 1961 organiseerde hij een grote nationale staking, waarna hij moest onderduiken. In 1962 werd hij gearresteerd en in 1964 tot levenslange gevangenisstraf veroordeeld. Hoewel zijn contacten met de buitenwereld zeer beperkt werden, bleef hij het symbool van de strijd tegen apartheid, mede door de inspanningen van zijn vrouw Winnie (geboren 1936). In 1989 kwam hij vrij. Daarop trad hij als vertegenwoordiger van ANC en de overkoepelende beweging United Democratic Front op bij de onderhandelingen met de regering over vrije verkiezingen. Hij kreeg de Nobelprijs voor de Vrede in 1993, samen met president W.F. de Klerk. Van 1994-1999 was hij de Zuid-Afrikaanse president. In 1998 huwde hij Graça Machel.

mapanje, jack (1944)
Schrijver uit Malawi. Hij studeerde taalkunde en begon gedichten te publiceren in 1965. Hij richtte een schrijversgroep op aan de Universiteit van Malawi. In 1987 werd hij gearresteerd en gevangen gehouden in de Mikuyu-gevangenis. Zijn poëzie, die toen al gold als behorende tot het beste van Afrika, werd in eigen land verboden. In 1988 kreeg hij een groetenkaart van een onbekend lid van Amnesty International uit Nederland, het enige dat hij bij zijn vrijlating in 1991 mee naar buiten wist te nemen. Hij vestigde zich vervolgens met zijn familie in Engeland. Zie ook censuur

marcuse, herbert (1898-1979)
Geboren in Berlijn, werd hij deelnemer aan de Frankfurter Schule, een groep waartoe later ook Jürgen Habermas behoorde. In 1934 week hij uit naar de VS. Zijn ideeëngoed is een radicale vorm van socialisme. Hij benadrukte de noodzaak van de `grote weigering`, dat is het totaal afwijzen van het bestaande maatschappelijke systeem. Revolutie is een zaak van individuen en van de fantasie, niet van maatschappelijke automatismen, en is daarom moeilijk te verwezenlijken. De consumptiemaatschappij heeft geleid tot de `eendimensionale mens`, de arbeidersklasse is ingekapseld door repressieve tolerantie. Marcuse meende dat hoop gloorde door de studentenrevoltes van 1968, omdat hun revolutionaire élan de arbeiders zou aansteken, maar die verwachting kwam niet uit.

marteling
Volgens het VN-verdrag tegen marteling is marteling iedere handeling waardoor opzettelijk hevige pijn of hevig leed, lichamelijk dan wel geestelijk, wordt toegebracht met zulke oogmerken als het verkrijgen van inlichtingen, bestraffing, intimidatie of dwang, wanneer zulke pijn wordt toegebracht door of met instemming van een overheidsfunctionaris. Volgens rapporten van Amnesty International komen marteling, ernstige vormen van mishandeling en wrede behandeling voor in 150 landen. In zo`n zeventig landen is sprake van stelselmatige marteling. Uit Europa en Noord-Amerika worden incidenteel gevallen van marteling gemeld, veelal als vorm van politiegeweld (zoals uit Noord-Ierland, Spanje en de VS), op grote schaal echter uit Turkije. Wel lijken steeds meer overheden bereid marteling expliciet te erkennen en te veroordelen. Zo begonnen juridische tijdschriften in China midden jaren tachtig uitgebreid over marteling te rapporteren en bracht de Chinese overheid haar uitdrukkelijke veroordeling van marteling via de media en in strafprocessen tot uitdrukking. De redenen waarom gemarteld wordt zijn door de eeuwen heen niet veranderd: 1) Om informatie of een bekentenis los te krijgen die iemand niet uit zichzelf geeft. Het komt op deze manier vaak voor dat mensen worden gedwongen iets te bekennen dat ze helemaal niet hebben gedaan. 2) Als straf. In verscheidene landen bestaan straffen als zweepslagen, stokslagen, of het amputeren van een hand of voet. 3) Als middel van controle tegen criminaliteit of politiek verzet.

marteling, geschiedenis
In de Griekse oudheid werd marteling alleen toegepast op slaven, maar vanaf het Romeinse keizerrijk werd marteling ook algemeen voor gearresteerde burgers. In het Germaanse gewoonterecht van de vroege middeleeuwen was marteling weinig verbreid. De praktijk leefde weer op toen het Romeins recht vanaf de 12e eeuw nieuwe belangstelling kreeg. In de 14e eeuw was marteling van verdachten in heel Europa een gebruikelijke praktijk, echter meer in de zuidelijke dan in de noordelijke landen. Marteling werd onderdeel van een procedure waarin de verdachte moest bekennen voordat hij kon worden veroordeeld. Een verdachte moest zijn bekentenis na de marteling bevestigen, maar als hij dat weigerde kon hij opnieuw worden gemarteld. Vooral de middeleeuwse inquisitie (13e tot 17e eeuw) ontwikkelde vele technieken van marteling op degenen die van ketterij of hekserij werden verdacht. In de Verlichting spraken verscheidene vooraanstaande denkers zich uit tegen marteling. De Italiaanse rechtsgeleerde Cesare Beccaria (1735-1794) werd beroemd door zijn sterke pleidooi voor onvoorwaardelijke afschaffing van marteling en doodstraf. In het begin van de 20e eeuw ging men ervan uit dat marteling in de westerse wereld zo goed als was uitgebannen. Nadat de gruwelen van de nazi`s bij het verhoren van gevangenen en in de concentratiekampen (holocaust) bekend waren geworden werd marteling opnieuw actueel. In de Algerijnse oorlog (1954-62) werd op grote schaal gemarteld door Franse soldaten, hetgeen scherpe protesten ontlokte van o.

marteling, internationaal recht
Het belangrijkste verdrag is het `VN-verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing`. Marteling behoorde in het VN-verdrag (BuPo) al tot de niet-opschortbare rechten, maar binnen de VN groeide de behoefte aan een apart verdrag om specifieke punten nader vast te leggen, o.m. de vervolging van folteraars. Het verdrag werd in 1984 aanvaard en trad in 1987 in werking. In 2004 waren 130 landen partij bij het verdrag. Het bepaalt o.m. dat een staat die een folteraar op zijn grondgebied aantreft deze hetzij uitlevert hetzij zelf berecht, volgens het beginsel van universaliteit van jurisdictie. Op grond van dit verdrag tegen marteling kon de Chileense ex-dictator Pinochet in 1998-2000 in Londen worden vastgehouden. Verdragstaten moeten voorzieningen treffen voor schadevergoeding aan slachtoffers. Het verdrag voorziet in een Comité tegen Foltering van tien onafhankelijke deskundigen. Dit comité hoort klachten, ook van individuele personen, en wint zelf informatie in. Een facultatief protocol dat voorziet in reguliere bezoeken door het comité aan detentiecentra is in voorbereiding. Met de instelling in 1984 van een speciale rapporteur over marteling (eerst Peter Kooijmans, opgevolgd door Nigel Rodley en Theo van Boven) ondernam de VN meer gericht actie tegen marteling. Bij het VN-verdrag is een Protocol (aanvullend verdrag) voorgesteld om een comité gevangenissen waar ook ter wereld te laten bezoeken. Er zijn daarnaast twee regionale verdragen tegen marteling.

marteling, methoden
Er bestaat een grote verscheidenheid van methoden van marteling. Zelden is marteling `wetenschappelijk`, d.w.z. gebaseerd op speciaal medisch of psychologisch onderzoek. Tot de meest gebruikte vormen van marteling behoren: slaan en schoppen; verhongering of het `zwarte dieet` (Afrika); gedwongen toediening van water, olie e.d.; ophangen aan de armen of benen (`papegaaienstok`, Latijns Amerika); bijna-verstikking door bijv. onderdompeling in vuil water, uitwerpselen e.d. (`submarino`, Latijns Amerika); toedienen van elektrische schokken; isolatiefolter; slaan op de voetzolen (falaka, Midden-Oosten); schijnexecutie; verkrachting en ander seksueel geweld. De overdrachten van martelwerktuigen en -technologie moeten door wetgeving en publieksacties worden tegengegaan.

marteling, opvang van slachtoffers
De gevolgen van marteling zijn vaak langdurig aanwezig en vertonen veel kenmerken van de posttraumatische stressstoornis, zoals slapeloosheid, gespannenheid, gebrek aan concentratie en seksuele stoornissen. In Kopenhagen werd begin jaren tachtig een speciaal centrum voor slachtoffers van marteling ingericht, waar gebruik wordt gemaakt van fysieke revalidatie en intensieve psychotherapie. In Nederland is men na experimenten met behandeling op speciale plaatsen, zoals in het Academisch Ziekenhuis in Leiden, de voorkeur gaan geven aan behandeling door algemeen ervaren artsen en therapeuten. Daarnaast zijn er gespecialiseerde centra, zoals Stichting De Vonk in Oegstgeest. Het hebben ondergaan of getuige zijn geweest van marteling is in de Nederlandse asielprocedure een grond voor toekenning van de vluchtelingenstatus.

marxisme
communisme

masih, iqbal (1982-1995)
Pakistaanse activist voor de rechten van het kind. Als vierjarige werd hij tewerkgesteld in een tapijtfabriek, om de schulden van zijn vader te helpen afbetalen - een bedrag waarvoor hij zes jaar lang twaalf uur per dag moest werken. Hij ontsnapte toen hij tien jaar was en sloot zich aan bij het `Bevrijdingsfront tegen Schuldslavernij`. In 1994 werd hij voor zijn werk tegen kinderarbeid en slavernij geëerd door de ILO. In 1995 werd hij doodgeschoten, waarschijnlijk in opdracht van de tapijtfabrikanten.

massa-arrestatie
Massa-arrestaties doen zich m.n. voor bij demonstraties, bij acties tegen verzetsgroepen en na pogingen tot staatsgreep. In Indonesië werden na de poging tot staatsgreep in 1965 enige honderdduizenden mensen gearresteerd. In China volgde op het bloedbad van 4 juni 1989 de arrestatie van tienduizenden. In Irak vonden sinds de jaren tachtig massa-arrestaties plaats. In bepaalde landen worden duizenden mensen meestal voor korte tijd opgepakt ter onderdrukking van politieke actie en geweld (Palestijnen in de door Israël bezette gebieden, demonstranten in Myanmar) of van religieuze oppositie (zoals in Egypte en Iran). Zie ook arrestatie; buitengerechtelijke executies; gewetensgevangenen; politieke gevangenen

massamoord
buitengerechtelijke executies

massavernietigingswapens
wapens, biologische en chemische; wapens, nucleaire

media
Letterlijk: middelen, maar gewoonlijk gebruikt voor communicatiemiddelen als krant, radio en tv. Het VN-verdrag (BuPo) erkent de vrijheid om informatie en ideeën te zoeken, te ontvangen en te verspreiden via alle media. In de Nederlandse grondwet is de vrijheid van drukpers gegarandeerd, maar wordt de positie van radio en tv overgedragen aan een aparte wet, de Mediawet. Zie ook informatietechnologie; journalisten; meningsuiting, vrijheid van

medici en medische ethiek
Artsen en andere gezondheidswerkers zijn gehouden aan de beginselen van medische ethiek, die in (niet-bindende) internationale verklaringen en gedragscodes is vastgelegd en gebaseerd is op bindende normen uit het internationaal recht. In de eed van Hippocrates, waarschijnlijk ontstaan in de 5e eeuw v.C., wordt artsen voorgeschreven alleen behandeling toe te passen die de patiënt tot voordeel is. In 1975 aanvaardde de Wereld Medische Associatie de verklaring van Tokio, die Britse artsen steunde in hun weigering om marteling in Noord-Ierland goed te keuren of daaraan mee te werken. In hetzelfde jaar aanvaardden de VN een Verklaring over de bescherming van alle personen tegen marteling, en bracht de Internationale Raad van Verpleegkundigen een verklaring uit over de rol van de verpleger bij de zorg om gedetineerden en gevangenen. In 1977 aanvaardde de Wereld Psychiatrische Organisatie in Hawaï een beroepscode tot preventie van misbruik van psychiatrische ideeën, vaardigheden en technieken. Zij verwierp het misbruik van psychiatrie in de Sovjet-Unie en stelde een commissie voor onderzoek naar klachten in. Nationale medische verenigingen hebben in verschillende landen, waaronder Turkije en Chili, beroepsgenoten die zich schuldig hadden gemaakt aan medewerking aan marteling uitgestoten. Het VN-verdrag (BuPo) schrijft uitdrukkelijk voor dat niemand zonder zijn in vrijheid gegeven toestemming mag worden onderworpen aan medische en wetenschappelijke experimenten. De rol van artsen bij kwesties van mensenrechten betreft o.

medicijnen
De toegang tot betaalbare medicijnen is essentieel voor het bestrijden van epidemische ziekten. Dat geldt bij uitstek voor het bestrijden van de gevolgen van HIV-besmetting. Farmaceutische bedrijven hebben antiretrovirusmedicijnen ontwikkeld, maar de merkmedicijnen zijn onbetaalbaar voor `s werelds armen. Er zijn harde onderhandelingen geweest binnen de Wereldhandelsorganisatie over een evenwicht tussen de productrechten van de ontwikkelaars van de geneesmiddelenbedrijven en het recht van armen op levensreddende medicijnen. Het resultaat hiervan was een beslissing in augustus 2003 die vrijere verkrijging van merkloze medicijnen mogelijk maakt. Enkele bedrijven zegden toe hun medicijnen tot tweederde goedkoper te zullen maken. De voormalige Amerikaanse president Bill Clinton heeft het initiatief genomen tot grootschalige inkoop van medicijnen om de kosten te drukken. Enkele landen hebben de regels van de farmaceutische bedrijven naast zich neergelegd en ontwikkelden eigen merkloze medicijnen. In 1990 begon Brazilië met zo`n programma; naar schatting van een nationaal onderzoeksinstituut zijn daarmee in zes jaar meer dan 60.000 gevallen van aids, 90.000 doden en 358.000 ziekenhuisopnames voorkomen.

medische neutraliteit
Het beginsel dat het verlenen van medische zorg aan bijvoorbeeld gewonden van diverse partijen in een conflict, een neutrale handeling is. Dit is uitgangspunt van organisaties zoals het Rode Kruis, Artsen zonder Grenzen en Physicians for Human Rights. Voor schendingen van medische neutraliteit, zoals door het bedreigen van gezondheidswerkers en het verhinderen van hun hulp in gewapende conflicten, is in recente jaren veel meer aandacht gekomen. Vooral in binnenlandse conflicten zou de medische neutraliteit steeds minder worden gerespecteerd. Diverse ngo`s hebben aangedrongen op het aanstellen van een speciale rapporteur van de VN voor dit onderwerp. Er wordt inmiddels door speciale rapporteurs, waaronder die voor gezondheidsrechten, wel veel over medische neutraliteit bericht.

medische opvang van vluchtelingen
Er zijn internationale richtlijnen voor medisch onderzoek van vluchtelingen opgesteld, zoals het Protocol van Istanbul (1999). In Nederland wordt elke vluchteling of asielzoeker medisch onderzocht door artsen die ook aanwezig zijn in asielzoekerscentra (asielprocedure). Waar sprake kan zijn van gevolgen van marteling kan een asielzoeker op aanvraag worden onderzocht door een arts van de medische onderzoeksgroep van Amnesty International. Deze arts legt een verklaring af die kan dienen als ondersteuning van de asielaanvraag. Sporen van marteling blijken veelal moeilijk aan te tonen. Het slaan op de voetzolen (falaka) laat vaak onmiskenbare sporen achter, maar andere tekenen van mishandeling, verbranding e.d. kunnen niet altijd met zekerheid worden teruggevoerd op marteling. Veel vormen van marteling, zoals verstikking, verkrachting, het slaan met zakken die met nat zand zijn gevuld e.d. laten geen of weinig sporen na. De geestelijke gevolgen van marteling zijn moeilijk te onderscheiden van de diagnose van sporen van andere traumatische belevenissen, zoals de posttraumatische stressstoornis (PTSS). Uit onderzoek bij vluchtelingen blijkt dat vluchtelingen, ook die niet direct aan geweld of gevangenisstraf onderworpen zijn geweest, klachten hebben als angst, slapeloosheid, overactief of juist depressief gedrag, seksuele stoornissen, rugklachten enz. In ernstige gevallen kan van een KZ-(concentratiekamp-)syndroom worden gesproken. De Nederlandse Vreemdelingenwet (2000) erkent zes nauw omschreven medische gronden die tot erkenning als vluchteling kunnen leiden, waaronder het zelf hebben ondergaan van marteling of het gezien hebben dat familieleden en naasten werden gemarteld.

menchú tum, rigoberta (1959)
Guatemalteekse activiste voor de rechten van inheemse volken. Haar vader kwam in 1980 toen militairen met geweld een einde maakten aan de bezetting van de Spaanse ambassade in Guatemala, een protest tegen de onderdrukking van de Maya-indianen in het land. In 1983 publiceerde ze haar autobiografie. In 1992 kreeg ze de Nobelprijs voor de Vrede. In 1995 werd ze speciale adviseur bij Unesco. Onderdelen van haar autobiografie, zoals dat haar broer door militairen in het openbaar zou zijn verbrand, werden later in twijfel getrokken. Haar betekenis voor de mensenrechten van inheemse volken is echter gebleven.

mendes, chico (1944-1988)
Rubbertapper uit het Braziliaanse Amazonegebied die zich ontwikkelde tot de meest prominente actievoerder voor het behoud van het milieu, zoals het behoud van de regenwouden, de natuurlijke habitat van inheemse volken en traditionele middelen van natuurbeheer. Hij voerde ook actie tegen de diefstal van land door grootgrondbezitters. Hij werd vermoord. Dit leidde tot een proces waarbij twee landeigenaren tot gevangenisstraf werden veroordeeld, maar het vonnis werd begin 1992 door een hogere rechtbank ongedaan gemaakt.

meningsuiting, vrijheid van
Het recht op vrijheid van meningsuiting wordt in het VN-verdrag (BuPo) beschreven als de vrijheid inlichtingen en denkbeelden van welke aard ook te vergaren, te ontvangen en door te geven, ongeacht grenzen en ongeacht de vorm. Wel kunnen beperkingen worden aangebracht door de wet, om bijv. de rechten van anderen of de openbare orde te beschermen. Een andere beperking kan ontstaan doordat andere rechten zich laten gelden. Oproepen tot rassengeweld en uitingen van hate speech bijv. zijn verboden volgens het Verdrag tegen rassendiscriminatie. In het VN-verdrag (BuPo) wordt artikel 19, dat de vrijheid garandeert om `zonder inmenging meningen te koesteren`, gevolgd door artikel 20 dat beperkingen stelt: oorlogspropaganda is verboden, en ook `het oproepen tot nationalistische, raciale of religieuze haat die aanzet tot discriminatie, vijandigheid of geweld`. De VN Subcommissie kent een speciale rapporteur over vrijheid van meningsuiting, een functie die o.m. is vervuld door de Joegoslavische jurist Danilo Türk.. zie ook censuur; godsdienst; informatietechnologie; media

menselijke waardigheid
Het idee van menselijke waardigheid is een fundament van de mensenrechtenidee. In het oude Griekenland (timia) en Rome (dignitas) beschermde dit begrip vrije burgers tegen bijv. marteling en `onwaardige` vormen van executie. In de preambules van de Universele verklaring en de VN-verdragen van 1966 wordt over de (inherente) waardigheid van de menselijke persoon gesproken. De Universele verklaring stelt ook dat het bestaan moet voldoen aan de menselijke waardigheid en dat mensen gelijk zijn in waardigheid en rechten. Volgens deze verklaring is de menselijke waardigheid een van de beginselen van de universaliteit van mensenrechten. Zie ook filosofie van de mensenrechten; geschiedenis van de mensenrechten; godsdienst

mensenhandel
mensensmokkel

mensenrechten
Ook genoemd rechten van de mens of fundamentele rechten. Rechten die ieder mens toekomen en die geacht worden de grondslag te zijn voor alle rechten die door wet en gewoonte worden gesteld. De kern van het vastgelegd internationaal recht van de mensenrechten wordt gevormd door de Universele verklaring, de VN-verdragen (1966) en het Verdrag tegen marteling. In deze documenten kunnen zo`n honderd verschillende rechten worden onderscheiden. Die worden vaak opgedeeld in klassieke, sociaal-economische en collectieve rechten. Ze kunnen nader worden onderverdeeld in integriteitsrechten (bescherming van de persoon), vrijheidsrechten (vrijheid van meningsuiting en vereniging), participatierechten (deelname aan bestuur), rechten van gevangenen, rechten voor bescherming van bepaalde groepen (vrouwen, kinderen, minderheden, inheemse volken), rechten van vreemdelingen en vluchtelingen, sociaal-economische rechten en culturele rechten. De collectieve rechten (voor ontwikkeling en bescherming van een volk) worden door sommigen tot de mensenrechten gerekend, maar anderen willen mensenrechten voorbehouden aan individuen. Er zijn pogingen gedaan om het grote aantal mensenrechten terug te brengen tot een korte reeks kernrechten, zoals in een Canadees voorstel voor monitors. Een belangrijke discussie binnen de mensenrechten is die van de universaliteit: de kwestie of mensenrechten zoals gedefinieerd in internationale verdragen overal en altijd, ongeacht traditie en cultuur geldig zijn. De mensenrechten vormen de grondslag van de democratie en worden het best gegarandeerd binnen een stelsel van sociaal-democratie.

mensenrechtenactivisten
mensenrechtenverdedigers

mensenrechtenambassadeur
De functie van mensenrechtenambassadeur is eind 1999 in het leven geroepen met als doel bij te dragen aan versterking van de mensenrechtencomponent in het buitenlands beleid. De functie is bekleed door Renée Jones-Bos (tot 2003), Piet de Klerk (tot 2007) en A.P. Hamburger (vanaf 2007). De taak van de mensenrechtenambassadeur bestaat uit: het integreren van mensenrechten in alle onderdelen van het buitenlands- en ontwikkelingssamenwerkingsbeleid; verkennende missies uitvoeren, mogelijkheden aftasten voor dialoog en deel uitmaken van de delegatie van de ministers van Buitenlandse Zaken en voor Ontwikkelingssamenwerking; het onderhouden en uitbouwen van de contacten met de Nederlandse samenleving (onder meer parlement, universiteiten, media, bedrijven en het brede publiek). Amnesty heeft geregeld contact met deze ambassadeur over verschillende aspecten van het mensenrechtenbeleid. Belangrijk onderwerp in die contacten is o.m. de bescherming en steun die Nederlandse ambassades kunnen bieden aan mensenrechtenverdedigers.

mensenrechtenbeleid
Beleid dat door een overheid wordt gevoerd t.a.v. mensenrechten, zowel in het binnenland als in het buitenland. Ook het vluchtelingenbeleid wordt ertoe gerekend. De term staat voor de manier waarop diplomatie, buitenlands beleid, ontwikkelingssamenwerking, internationaal economisch verkeer en zo nodig humanitaire interventie onderhevig worden gemaakt aan overwegingen m.b.t. naleving van de mensenrechten in de betrokken landen. In Nederland wordt het beleid getuige de Nota mensenrechten van 1979 gevoerd aan de hand van ijkpunten. Mensenrechten gelden in het buitenlands beleid als een `hoeksteen` of `pijler`. Het beleid wordt uitgevoerd door vooral het ministerie van Buitenlandse Zaken, o.m. geadviseerd door de Adviescommissie Internationale Vraagstukken. Nederland en België richten zich ook naar het mensenrechtenbeleid van de Europese Unie, Europees Parlement en andere Europese instellingen: bij vluchtelingenbeleid, bij beleid t.a.v. van multinationale bedrijven en in toenemende mate bij beslissingen van de Europese Politieke Samenwerking. Nederland kent een ambassadeur voor mensenrechten, die ervoor zorgt dat mensenrechten bij alle dossiers van Buitenlandse Zaken worden betrokken, op missie naar het buitenland gaat mensenrechten in de Nederlandse samenleving meer bekendheid geeft. De functie werd vervuld door Renée Jones-Bos (2000-2003), daarna door Piet de Klerk, vanaf 2007 door A.P. Hamburger. Amnesty`s aanbevelingen voor het Nederlands mensenrechtenbeleid staan o.m. in een brief die de organisatie in december 2006 richtte aan de informateur.

mensenrechteneducatie
Onderwijs in de mensenrechten, zowel in algemene zin (voorlichting aan publiek of op scholen) als voor bepaalde beroepsgroepen (politie, militairen, justitieel apparaat). Uitgangspunt van de mensenrechteneducatie is de Universele verklaring. Internationaal is vooral Unesco hierin actief. Steeds meer leggen mensenrechtenorganisaties de nadruk op educatie in landen van Oost-Europa en in de ontwikkelingslanden waar door onderdrukking voorheen geen breed gedragen bewustzijn van mensenrechten kon ontstaan. In West-Europa zijn door veel organisaties lespakketten ontwikkeld, die vooral bij lessen geschiedenis en maatschappijleer worden gebruikt. Amnesty International heeft mensenrechteneducatie, als middel tot bevordering van het bewustzijn van alle mensenrechten die in de Universele verklaring zijn opgenomen, opgenomen in haar missie.

mensenrechtenorganisaties
IGO`s; ngo`s; mensenrechtenverdedigers

mensenrechtenverdedigers
Aanduiding van degenen die, binnen een organisatie of als individu, opkomen voor fundamentele rechten en vrijheden. De individuen werden (vooral in communistische landen) ook vaak dissidenten genoemd. In 1998 aanvaardde de VN een Verklaring over mensenrechtenverdedigers. Die verklaring geeft geen definitie van de verdedigers. Algemeen wordt aangenomen dat het gaat om degenen het beginsel van geweldloze weerbaarheid respecteren; activistisch zijn (dus geen theoretici); en de beginselen van de Universele verklaring onderschrijven. Wereldwijd vallen honderdduizenden mensen onder deze definitie. De verklaring garandeert het recht op vrijheid van vereniging en communicatie met andere organisaties, het recht op informatie en het recht op effectieve rechtsmiddelen. Iedereen heeft het recht `nieuwe ideeën en beginselen ten aanzien van de mensenrechten te ontwikkelen en die uit te dragen` en `individueel of in vereniging met anderen, deel te nemen aan vreedzame acties tegen schendingen van mensenrechten en fundamentele vrijheden`. De verklaring waarborgt ook het recht om middelen en hulp te werven, ook van buiten de grenzen van het land. Als speciale rapporteur van de VN voor mensenrechtenverdedigers werd in 2000 de Pakistaanse advocate Hina Jilani benoemd. In deze encyclopedie zijn zo`n 175 korte biografieën opgenomen van mensenrechtenverdedigers en andere activisten uit de 20e eeuw, onder wie winnaars van de Nobelprijs voor de Vrede en andere prijzen voor mensenrechten.

mensensmokkel
Het illegaal begeleiden of vervoeren van mensen naar een ander land. Mensensmokkel geldt als een misdrijf met een internationaal karakter waarbij velen betrokken zijn, zoals voor het werven van `klanten`, begeleiding tijdens de reis, verlenen van vervoer en onderdak tijdens de reis, verzorging van valse documenten en opvang in het land van bestemming. Mensensmokkelaars die in Europa actief zijn, zijn vooral afkomstig uit China, Albanië en Nigeria. Mensensmokkelaars vragen voor vervoer naar Nederland enige duizenden tot enige tienduizenden euro per reis per persoon. Ongeveer 60% van de asielzoekers die zich in Nederland melden blijkt door iemand (een reisagent) tegen betaling geholpen te zijn bij de reis, voorzien van valse papieren enz.. Mensensmokkel wordt o.m. door het Nederlands ministerie van Justitie hard bestreden. Vluchtelingenorganisaties wijzen erop dat zonder reisagenten de meeste vluchtelingen, ook zij met gegronde vrees voor vervolging, Nederland niet zouden kunnen bereiken. Mensenhandel is een bijzondere categorie van mensensmokkel, gericht op uitbuiting vooral in de seksindustrie. De slachtoffers in Nederland zijn vooral afkomstig uit Midden- en Oost-Europa en uit Afrika. Voor slachtoffers bestaat de `B9-regeling`, die recht geeft om voor de duur van onderzoek en vervolging legaal in Nederland te verblijven. Sinds 1999 deden honderden mensen, bijna allen vrouwen, een beroep op die regeling. Zie ook vluchtelingen; vreemdelingen

michnik, adam (1946)
Poolse journalist en activist voor mensenrechten, die onder het communistisch bewind van de jaren tachtig lange tijd gevangen zat. Na de invoering van de democratie richtte hij een krant op, Verkiezingskrant geheten, die tot het meest gewaardeerde kwaliteitsblad van het land uitgroeide. Hij is een uitgesproken pleitbezorger van verzoening en was een van de eerste voormalige dissidenten die gesprekken ging voeren met de vroegere communistische leiders. Hij geldt ook als belangrijk theoreticus van het functioneren van de democratie, die volgens hem gebaseerd moet zijn op het verwerpen van elke vorm van censuur en een belangrijke rol voor mensenrechteneducatie in alle geledingen van de samenleving. Hij kreeg in 2001 de Erasmusprijs.

microkredieten
Voor steeds meer arme mensen, die doorgaans geen lening bij de reguliere banken kunnen krijgen, vormen microkredieten een weg uit de armoede. Dankzij microkredieten kunnen ze zichzelf aan het werk zetten, bijvoorbeeld door een zaak op te richten, of kunnen ze een reservepotje aanleggen voor slechte tijden. Naar schatting 30 miljoen mensen in ontwikkelingslanden maken gebruik van een formule voor kleinschalige leningen; 20 miljoen van hen behoren tot de allerlaagste inkomensklasse, met een inkomen van minder dan één dollar per dag. Het systeem van de microkredieten ontstond in Bangladesh, met een bank die de armen als doelgroep nam, de Grameen Bank (Bengaals voor `dorpsbank`). Aanvankelijk leende de bank kleine bedragen ter waarde van enkele tientallen euro`s, maar in de jaren tachtig en negentig groeide de Grameen Bank uit tot een miljoenenbedrijf met 2,3 miljoen leners in Bangladesh. De Wereldbank schat dat er nu wereldwijd 7.000 instellingen zijn die kleine leningen verschaffen aan miljoenen mensen in de ontwikkelingslanden. Het overgrote deel van de leners zijn vrouwen. In sommige landen waren de ervaringen met microkredieten negatief: er was vaak sprake van wanbetalingen en sommige leners belandden in een schuldenspiraal via een opeenvolging van kleine leningen. Zie ook armoede; banken; inkomensongelijkheid; Yunus, Muhammed

migranten, rechten van
Het Europees sociaal handvest gaat in op de rechten van migranten. Het stelt dat staten moeten streven naar o.m.: bijzondere bescherming, ook bij reizen van en naar het gastland; gezinshereniging; gelijke behandeling; overdracht van verdiensten naar het thuisland; bescherming tegen uitzetting, behalve als de betreffende migrant een gevaar voor de openbare orde of zedelijkheid is; en al deze bescherming ook voor migranten die zelfstandige ondernemers zijn. Ook wordt de staten opgedragen stappen te ondernemen tegen misleidende propaganda aangaande immigratie en emigratie. In de praktijk van West-Europa worden deze rechten vaak geschonden. In 1990 aanvaardden de VN een `Verdrag over de bescherming van de rechten van alle migrantenwerkers en hun familieleden`. Het trad in werking in 2003, toen twintig staten het hadden geratificeerd (België en Nederland deden dat nog niet).

milieu
Bedreigingen van het milieu, zoals ernstige verontreiniging, zijn vaak van internationale omvang. Toen in 1986 de nucleaire installatie van Tsjernobyl (Oekraïne) explodeerde sloeg er radioactief afval neer over een oppervlakte van 160,000 vierkante kilometer in heel het noorden van Europa. Minder direct zichtbaar, maar daarom niet altijd minder bedreigend, zijn kwesties als ontbossing, broeikaseffect, zure regen, afbraak van de ozonlaag, de vervuiling van lucht en water, de uitputting van niet-vervangbare energie; en de afname van de biodiversiteit. De milieubeweging ontstond rond 1850 in de VS, toen Henry David Thoreau (1817-1862) pleitte voor de bescherming van `maagdelijke wouden`. In 1872 werd Yellowstone het eerste officiële nationale park ter wereld. Pas rond 1970 eeuw kwam het onderwerp hoog op de internationale agenda. Na de milieuconferentie in Stockholm (1972) kwam een VN-programma voor het milieu (UNEP) tot stand. In 1981 ontstond officieel het streven naar duurzame ontwikkeling. In 1987 kwam het Verdrag van Montreal, ter terugdringing van CFKs (broeikaseffect) en andere middelen die de ozonlaag schaden. De milieuconferentie in Rio nam in 1992 een Handvest voor de aarde aan, en ook de `Agenda 21`, een omvangrijk programma voor duurzame ontwikkeling waarbij de ontwikkelingslanden werd toegezegd dat zij hulp zouden krijgen bij de verwezenlijking van de milieudoelstellingen. In het Kyoto-protocol van 1997 verplichtten de staten zich de uitstoot van vooral CO2 terug te dringen om aldus het broeikaseffect tegen te gaan.

milinkevitsj, aljaksandr (1947)
Wit-Russische politicus. Hij studeerde natuurkunde en werd in 2005 gekozen tot de kandidaat voor het presidentschap voor de Verenigde Democratische Krachten. Hij verloor van de zittende president Alexander Loekasjenko, in verkiezingen die veel onregelmatigheden vertoonden. Veel leden van de oppositie kwamen in de gevangenis, Milinkevitsj zat in april 2006 twee weken gevangen. In 2006 kreeg hij de Sacharovprijs van het Europees Parlement.

militairen, rechten van
Internationale verdragen, bijv. het VN-verdrag (BuPo), houden uitdrukkelijk de mogelijkheid open dat in een democratische samenleving de rechten van vereniging van militairen en politiek aan banden worden gelegd. Dit kan leiden tot het verbieden van vakbonden van militairen of dienstplichtigen. Behalve deze bepaling en die van de dienstplicht zijn er geen internationaal-rechtelijke beperkingen op de mensenrechten van militairen. Enkele nationale afdelingen van Amnesty International, waaronder de Nederlandse, kennen een beroepsgroep voor militairen. Zie ook gedragscodes

militarisering
Het proces waardoor groepen en staten zich op grote schaal bewapenen, en waarbij soms militaire leiders de regeringsmacht overnemen. Het aantal militaire regimes was vooral hoog in de jaren zeventig en tachtig, en liep daarna terug tot ongeveer tien. Wel zijn veel meer regeringen voor hun macht nauw verbonden met het leger. Volgens onderzoek van o.m. de Stichting `Programma van Onderzoek naar de Oorzaken van Mensenrechtenschendingen` (PIOOM) zijn de gevolgen van militarisering op grote schaal te zien. PIOOM bracht jaarlijks een overzicht uit van grote en middelgrote conflicten in de hele wereld (klik hier). In 2003 waren dat er zo`n 175. Daarvan werden ruim zestig conflicten uitgevochten in Afrika bezuiden de Sahara. De website van de universiteit van Uppsala in Zweden (www.pcr.uu.se) geeft een overzicht van de bevindingen van PIOOM en andere onderzoeksinstituten op het gebied van gewapend conflict. Volgens het Human Security Report (2005) zou het aantal gewapende conflicten wereldwijd tussen 1990 en 2005 met zo`n 40% zijn gedaald. Ook individuele mensenrechtenverdedigers deden onderzoek naar militarisering, zoals Munir in Indonesië en AlirioUribe Muñoz in Colombia. Sommige conflicten kregen grote internationale aandacht, zoals dat in Israël-Palestina. Andere plaatsen waar gewapend conflict miljoenen slachtoffers eiste, zoals de Democratische Republiek Congo, kregen die aandacht veel minder. Nog altijd blijkt de positie van de grootmachten van de wereld doorslaggevend: conflicten waarbij meerdere machten betrokken zijn staan in de schijnwerpers, conflicten binnen het domein van vooral Rusland en China ( Tsjetsjenië, Tibet) worden door de rest van de wereld grotendeels genegeerd.

millenniumdoelen
In 2000 hebben regeringsleiders van 189 landen afgesproken om vóór 2015 de belangrijkste wereldproblemen aan te pakken. De acht doelstellingen werden de Millennium Development Goals (MDO) gedoopt: 1) De armoede halveren. 2) Elk kind naar school. 3) Mannen en vrouwen gelijkwaardig. 4) Minder kindersterfte. 5) Verbetering van de gezondheid van moeders. 6) Bestrijding van hiv/>aids, malaria en andere dodelijke ziekten. 7) Bescherming van het milieu, schoon water voor iedereen. 8) Toegang tot betaalbare medicijnen, een eerlijk handelssysteem en minder schulden voor ontwikkelingslanden. Uitvoering daarvan zou jaarlijks 40 tot 60 miljard dollar kosten (de kosten van internationale bewapening zijn zeker twintig keer zo hoog). Elk jaar wordt de voortgang gemeten. Verscheidene doelstellingen worden hoogstwaarschijnlijk niet gehaald. Zo zal schoon water in Afrika naar verwachting pas in 2105 voor iedereen beschikbaar zijn, 90 jaar later dan de streefdatum. Amnesty constateerde in een evaluatie van die doelstellingen na 5 jaar: `De verplichtingen die de Millenniumdoelen met zich meebrengen zijn jammerlijk veronachtzaamd in de internationale fora. Dat bleek o.m. uit de trage vooruitgang die het VN-mensenrechtenapparaat boekte om een nieuw klachtenmechanisme in te voeren voor schendingen van het VN-Verdrag voor Economische, Sociale en Culturele Rechten en de weigering om te accepteren dat bedrijven een verantwoordelijkheid dragen voor mensenrechten.`

minderheden
Een minderheid is een groep die geringer van aantal is dan de rest van de bevolking van een staat, waarvan de leden andere etnische, religieuze of linguïstische kenmerken vertonen en een solidariteit tonen gericht op het voortbestaan van hun cultuur. Onder de minderheden die in meerdere landen worden vervolgd zijn Armeniërs, Baha`i, Basken, indianen, Hutu`s en Tutsi`s, Jehova`s getuigen, joden, Koerden, Palestijnen, Roma, Tibetanen en zwarten. De bescherming van etnische, nationale en politieke minderheden tegen discriminatie wordt beschouwd als een van de pijlers van de mensenrechten. Vele internationale verdragen hebben dan ook direct of indirect betrekking op die bescherming. Het VN-verdrag (BuPo) stelt dat minderheden niet het recht ontzegd mag worden om met andere leden van hun gemeenschap hun cultuur te genieten, hun religie uit te dragen en hun eigen taal te spreken. Idealiter ontstaat een multiculturele samenleving. In de praktijk is de vervolging van etnische, religieuze en andere minderheden of nationaliteiten een van de hardnekkigste vormen van schending van mensenrechten. Voor minderheden is er een aparte commissie van de VN, de VN Subcommissie voor de voorkoming van discriminatie en de bescherming van minderheden`. Deze commissie houdt zich in de praktijk met vele soorten schendingen van mensenrechten bezig. Er is daarnaast recentelijk veel gedaan in de ontwikkeling van normen voor de bescherming van inheemse volken, die in sommige landen (bijv. Guatemala) de getalsmatige meerderheid vormen.

misbruik van rechten
Het gebruik van een bepaald recht voor andere doeleinden dan waarvoor het bedoeld is. Misbruik van recht wordt erkend in de meeste Europese rechtsstelsels, maar zonder een strikte formulering. Een voorbeeld van misbruik is benutting van de vrijheid van meningsuiting om anderen opzettelijk te schaden. Misbruik van de asielprocedure is het vragen van asiel door iemand die ten onrechte voorwendt dat hij vervolging te vrezen heeft. Dergelijk misbruik treedt veel op in verband met mensensmokkel. In de Engelse betekenis (abuse) wordt de term ook gebruikt om de daden van oppositiegroepen te benoemen die schendingen van mensenrechten zouden zijn als ze waren gepleegd door een staat die gehouden is aan internationale verdragen.

misdaad
Een misdaad, of in juridisch taalgebruik misdrijf, is een strafbaar feit waarvoor een rechter gevangenisstraf kan opleggen. Internationale mensenrechtenverdragen zeggen betrekkelijk weinig over misdaad. Het Europees verdrag noemt het belang van preventie, het Vluchtelingenverdrag sluit degenen die ernstige niet-politieke misdrijven hebben gepleegd uit van de bescherming tegen terugzending. Elke vijf jaar wordt door de VN een congres gehouden over het voorkómen van misdaad en de behandeling van delinquenten. Het bureau van dit congres is gevestigd in Wenen en maakt o.m. studie van terrorisme. Uit het congres van 1955 kwamen de `Standaardminimumregels voor behandeling van gevangenen` voort. Een ander belang van het congres inzake mensenrechten lag in studies van de doodstraf en in de vaststelling van gedragscodes inzake politie en vuurwapens. De VN kent sinds 1950 een Comité ter Voorkoming en Beheersing van Misdaad, bestaande uit 27 leden, dat jaarlijks bijeenkomt. Wereldwijd zijn de belangrijkste vormen van criminaliteit de drugshandel en mensensmokkel. Tot de misdaden met een politiek karakter behoren genocide, misdrijven tegen de menselijkheid, oorlogsmisdrijven, marteling e.d.

misdrijven tegen de menselijkheid
Ernstige misdrijven, met name massamoord, tegen grote groepen van de eigen bevolking in of buiten oorlogstijd. Deze categorie is voor het eerst benoemd op de processen van Neurenberg (1945-46) en Tokio (1946-1948) om misdaden tegen de eigen bevolking aan te duiden. De uitroeiing van de joden kon namelijk niet worden bestraft volgens de andere categorieën misdaad die in Neurenberg werden berecht, oorlogsmisdrijven en misdrijven tegen de vrede. Er is een VN en een Europees verdrag over de niet-toepasbaarheid van verjaring bij oorlogsmisdrijven en misdrijven tegen de menselijkheid. In het Statuut van het Internationaal Strafhof zijn misdrijven tegen de menselijkheid gedefinieerd als `moord, uitroeiing, slavernij, deportatie, willekeurige gevangenneming, marteling, verkrachting, vervolging op politieke, raciale of religieuze gronden en andere onmenselijke daden, indien deel uitmakend van een wijdverbreid of stelselmatig patroon`. In Nederland kunnen degenen die verantwoordelijk zijn voor misdrijven tegen de menselijkheid worden vervolgd op grond van de Wet internationale misdrijven.

mishandeling
marteling; wrede behandeling

moederschap
Volgens de Universele verklaring hebben moeders recht op speciale zorg en bijstand. Het VN-verdrag (EcSoCu) noemt het recht op bijzondere bescherming van moeders en op betaald verlof bij zwangerschap. In de meeste derdewereldlanden zijn moeders echter kind van de rekening. Het geboortecijfer is in Afrikaanse landen gemiddeld bijna vier keer zo hoog als in Nederland. Het percentage vrouwen dat de beschikking heeft over anticonceptie is vijf tot twintig keer zo laag. Met name het hoge geboortecijfer geeft vrouwen grote achterstand in ontwikkeling en werk. In Afrika is het analfabetisme onder vrouwen gemiddeld anderhalf tot twee keer zo hoog als onder mannen; in westerse landen zijn de percentages ongeveer gelijk. Zie ook voorzieningen; vrouwen

monitoring en monitors
Monitors ( waarnemers) zijn mensen of organisaties die stelselmatig verslag doen van schendingen van mensenrechten. Ze zijn een belangrijk middel van onderzoek. Regeringen kunnen monitorsystemen opzetten bijv. via ambassades. Organisaties als de VN hebben monitors ingezet in samenwerking met de desbetreffende regeringen, bijvoorbeeld om te controleren of verkiezingen eerlijk verlopen, of in het kader van humanitaire interventies waar monitors voor mensenrechten worden toegevoegd aan vredesmachten. Ook de speciale rapporteurs van de VN dienen als monitors. Ngo`s zijn vaak aangewezen op plaatselijke informanten of missies, maar ook op bezoekende ontwikkelingswerkers, zakenlieden, toeristen e.d. Er bestaat geen algemeen aanvaard model van monitorsystemen. In 1987 stelde een Canadese regeringscommissie voor elke te monitoren situatie te meten aan vier `kernrechten`: vrijwaring van willekeurige detentie, vervulling van het recht op voedsel, vrijwaring van discriminatie en vrijheid van meningsuiting. Sommige organisaties verbinden het monitoren van schendingen aan het bieden van bescherming aan activisten, zoals Peace Brigades International.

morales trujillo, hilda (1943)
Guatemalteekse activiste voor de mensenrechten van vrouwen, in 2004 onderscheiden met de prijs Ambassadeur van het Geweten. Ze is oprichtster van een netwerk voor het tegengaan van geweld tegen vrouwen. Ze werkte als advocaat voor veel vrouwen die slachtoffer waren geworden van discriminatie, huiselijk geweld en seksuele intimidatie op de werkvloer. In 2005 werden in Guatemala 694 vrouwen vermoord, tussen 2000 en 2006 vonden in totaal circa 3000 vrouwen de dood. Slechts 14 zaken kwamen tot begin 2006 voor de rechter. Het is erg verontrustend dat de regering geen verantwoordelijkheid lijkt te willen nemen voor de gewelddaden die zich in de samenleving afspelen. Het is como matando moscas, als het doodslaan van muggen. Vrouwenlevens zijn onbelangrijk.`

moratorium
Opschorting, bijv. van voltrekkingen van de doodstraf. In het Verenigd Koninkrijk werd in 1965 een experimenteel moratorium van vijf jaar ingesteld. Sindsdien heeft het Lagerhuis verscheidene moties verworpen om de doodstraf weer in te voeren. In Zuid-Afrika werd een tweejarig moratorium op de doodstraf dat was afgekondigd in 1990, in 1992 verlengd; later werd de doodstraf in de grondwet afgeschaft. In de VS was er van eind jaren zestig tot 1976 een niet-officieel moratorium op de doodstraf, in afwachting van beslissingen van het Hooggerechtshof. Daarna, tussen 1976 en 2003, werden meer dan 880 executies voltrokken. Amnesty International en andere organisaties hebben gepleit voor een nieuw moratorium. In sommige staten van de VS zijn terechtstellingen opgeschort in afwachting van de resultaten van studies naar mogelijke discriminatie van veroordeelden naar huidskleur, geestelijke vermogens e.d. De term moratorium wordt ook gebruikt voor opschorting van bijv. de wapenwedloop. In Nederland kan in de asielprocedure tot een besluitmoratorium van 1 jaar worden besloten voor asielzoekers uit landen waar grootschalig geweld heerst.

moreno ocampo, luís (1953)
Argentijnse jurist, in 2003 benoemd tot eerste aanklager bij het Internationaal Strafhof. Hij werkte sinds 1985 aan vele zaken van corruptie en de vervolging van leden van het voormalige militaire bewind, onder wie politiechef Ramón Camps. In 1988 was hij de eerste aanklager in processen tegen militaire commandanten die zich in de Falklands-oorlog aan wanprestaties schuldig hadden gemaakt. Hij was actief in verscheidene organisaties tegen corruptie, waaronder Transparency International.

moslims
islam

moudeïna, jacqueline
Advocate uit Tsjaad, die in 2002 de mensenrechtenprijs genoemd naar Martin Ennals kreeg. Ze nam grote risico`s door officiële klachten in te dienen tegen de voormalige dictator van Tsjaad, Hissein Habré, die aan de macht was van 1982 tot 1990 en van wie veel handlangers nog steeds belangrijke posities bekleden. Ze nam deel aan demonstraties voor burgerrechten, o.m. om te protesteren tegen oneerlijke verkiezingen. Bij een van die demonstraties werd ze zwaar gewond toen er een handgranaat naar haar werd gegooid. Ze ging in ballingschap in Senegal, waar ze haar pogingen voortzette om Habré te doen berechten op grond van universele jurisdictie. Zie ook advocaten

multiculturele samenleving
Samenleving waarin verschillende bevolkingsgroepen, elk met een onderscheiden cultuur, naast elkaar bestaan. De multiculturele samenleving kenmerkt zich door tolerantie, door de afwezigheid van racisme en rassendiscriminatie, en door garanties van de vrijheid van geloof en godsdienst. Nederland wordt door sommigen als multiculturele samenleving beschouwd. Daar is tegenin te brengen dat niet-westerse allochtonen minder dan 10% van de bevolking uitmaken, naar verhouding weinig belangrijke posities bekleden en cultureel nauwelijks een tegenwicht bieden tegen de dominerende Nederlandse tradities. In een rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid van 1989 werd voorgesteld meer drastische maatregelen te nemen om de achterstand van minderheden weg te nemen. Minderheden volgens de Raad moeten niet zozeer als `zorgcategorieën` worden beschouwd, maar zonodig met enige dwang ertoe gebracht worden de taal van het nieuwe land te leren en op andere wijzen te integreren. Daarbij moet hun recht op behoud van eigen cultuur en gebruiken gewaarborgd zijn. De wet op de inburgering beoogt de multiculturele samenleving te versterken. Zie ook integratie

munir (1966-2004)
(Munir Said Thalib) Indonesische mensenrechtenverdediger. Hij stelde de `verdwijning` van activisten aan de kaak, ijverde voor de rechten van arbeiders en was actief in de rechtshulp voor slachtoffers van mensenrechten. Hij speelde vanaf 2000 ook een rol in het onderzoek naar schendingen die door het Indonesische leger waren begaan in Oost-Timor. Hij overleed op 7 september 2004 in een vliegtuig dat op weg was van Indonesië naar Nederland. Twee maanden later bleek uit een autopsierapport dat hij met arsenicum was vergiftigd. In december 2005 werd de dader veroordeeld tot 14 jaar gevangenisstraf. Hij werd echter in oktober 2006 in hoger beroep vrijgesproken wegens `gebrek aan bewijs`. De nabestaanden hebben aangedrongen op verder onderzoek, omdat er sterke aanwijzingen zijn dat de Indonesische veiligheidsdienst veiligheidsdienst opdracht heeft gegeven tot de moord op Munir en andere mensenrechtenverdedigers.