Kopie van `Amnestie International - Encyclopedie van de mensenrechten`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.


Amnestie International - Encyclopedie van de mensenrechten
Categorie: Mens en samenleving > Mensenrechten
Datum & Land: 15/02/2007, NL
Woorden: 852


soros, george (1930)
Hij werd geboren in Hongarije en verhuisde in 1947 naar Engeland, waar hij economie studeerde. In 1957 emigreerde hij naar de VS. Hij werd miljardair door speculatie op de internationale wisselmarkten. Hij stichtte het `Open Society Institute`, een fonds dat grote bedragen ter beschikking stelt aan projecten voor ontwikkeling en mensenrechten in vooral Midden- en Oost-Europa, en later ook in andere delen van de wereld. Van dat fonds werd Aryeh Neier de directeur. Uit de fondsen werden ook universiteiten en onderzoeksinstellingen opgericht. Soros schreef een aantal boeken, waaronder over de globalisering die hij, mits onder goede voorwaarden en controle, als een groot goed voor de internationale ontwikkeling ziet.

soyinka, wole (1934)
Nigeriaanse schrijver en voorvechter van democratie. Begin jaren zestig verwierp hij in zijn geschriften het idee van négritude (trots op de Afrikaanse afkomst) als een valse trots om traditionele waarden die creatieve vernieuwing in de weg stond. In 1967-1969 zat hij gevangen vanwege vermeende steun aan de afscheidingsbeweging in Biafra. In 1986 kreeg hij de Nobelprijs voor Literatuur. Hij maakte zich sterk voor democratische ontwikkelingen in Afrika en bekritiseerde dictaturen en militaire regimes, waaronder die in zijn eigen land. Zie ook censuur

speciale rapporteurs
Bij de VN, deskundigen aangesteld om onderzoek te doen naar een bepaald onderwerp of land en daarvan verslag uit te brengen aan de secretaris-generaal van de VN, de VN-commissie voor mensenrechten of de VN-subcommissie. In 2004 waren er vanuit de VN speciale rapporteurs, experts en vertegenwoordigers voor Afghanistan, Burundi, Cuba, Cambodja, de Democratische Republiek Congo, Haïti, Liberia, Myanmar, Noord-Korea, Oezbekistan, Palestijnse gebieden, Somalië, Soedan, Tsjaad en Wit-Rusland. Ook op thema`s zijn er speciale rapporteurs, zoals voor marteling, buitengerechtelijke executies, kinderprostitutie, ontwikkeling, gezondheidsrechten, voedsel, mensenrechtenverdedigers, inheemse volken, onafhankelijkheid van rechters, vrijheid van godsdienst, ontheemden, migranten, armoede, rassendiscriminatie, geweld tegen vrouwen, kinderen, enz.. Er is sinds 1980 een werkgroep van vijf personen inzake verdwijningen. De rapporten van deze speciale rapporteurs zijn vaak uitstekende samenvattingen van de omvang en aard van een probleem, en zijn te vinden op de website van de mensenrechtenafdeling van de VN (www.unhchr.ch). De Nederlander Max van der Stoel was van 1991 tot 2000 speciale rapporteur voor Irak. Andere speciale rapporteurs en vertegenwoordigers zijn of waren o.m. Peter Kooijmans, Nigel Rodley en Theo van Boven (marteling), Asma Jahangir (buitengerechtelijke executies), Hinah Jilani (mensenrechtenverdedigers), Yakin Erturk (vrouwen) en Graça Machel (rechten van het kind).

spionage
Het verzamelen van vertrouwelijke inlichtingen voor militaire, politieke of economische doeleinden. Er is geen internationaal verdrag dat spionage verbiedt; het verzamelen van informatie is volgens het VN-verdrag (BuPo) niet gebonden aan grenzen. Alle nationale wetgevingen hebben echter bepalingen die informatieoverdracht aan banden leggen voor zover nationale en veiligheidsbelangen worden geschaad. De betekenis van de menselijke spion raakt steeds meer op de achtergrond bij de informatie verkregen via satellieten, het afluisteren van telecommunicatie e.d. Het optreden van bepaalde inlichtingendiensten zou hebben bijgedragen aan ernstige schendingen van mensenrechten. Zo wordt de CIA geacht een belangrijke rol te hebben gespeeld in de gewelddadige staatsgreep in Guatemala, 1954, en Chili, 1973. Inlichtingendiensten hebben aanslagen gepleegd en mensen vermoord. Ook het tegengaan van vermeende vormen van spionage heeft tot schendingen van mensenrechten geleid. Voorbeelden waren in communistische landen de vervolging van veel dissidenten op aanklachten van spionage. Een boek over Britse spionagedienst van Peter Wright uit 1987 werd verboden door de Britse regering, maar moest in 1991 op last van het Europese Hof voor Mensenrechten worden vrijgegeven omdat het al in andere landen was gepubliceerd.

srebrenica
Srebrenica (Bosnië) was in de dagen vanaf 11 juli 1995 het toneel van de deportatie van 7.500 tot 8.000 moslimmannen en jongens, die later bijna allen zijn vermoord door Servische troepen. Het wegvoeren gebeurde onder de ogen van Dutchbat, een Nederlands VN-bataljon. `Srebrenica` was de grootste massamoord in Europa na de Tweede Wereldoorlog (buitengerechtelijke executies). Forensisch onderzoek bracht in de jaren daarna steeds nieuwe massagraven aan het licht. Medio 2006 kwamen de eerste verdachten van deze massamoord voor het Joegoslavië-tribunaal. `Srebrenica` werd ook de meest besproken kwestie in het Nederlands beleid ten aanzien van internationale bescherming en vredesmachten. In april 2002 verscheen het omvangrijke NIOD-rapport waartoe de regering opdracht had gegeven. Hoewel Dutchbat geen rechtstreekse verantwoordelijkheid werd toegeregekend en niet uitdrukkelijk werd gesproken van Nederlandse regeringsverantwoordelijkheid voor de massamoord, zag het tweede kabinet-Kok in het rapport reden af treden. In 2005 constateerde Amnesty dat de schuldigen tien jaar na de massamoorden nog altijd niet waren berecht, dat veel weggevoerden nog altijd verdwenen waren en dat de nabestaanden geen compensatie was verleend. Lang onopgelost bleef de opvang van nabestaanden uit Srebrenica in Nederland. Honderden asielzoekers hebben jarenlang in onzekerheid verkeerd of ze zouden worden toegelaten. Amnesty heeft sterk aangedrongen op een goede regeling voor deze asielzoekers.

staat
Er zijn vele definities van het begrip staat. Over het algemeen wordt bedoeld een organisatievorm van de maatschappij waarbij sprake is van een grondgebied, ofwel een territoriale staat. De eerste stadsstaten ontstonden in Mesopotamië rond 3000 v.C. In Egypte ontstond toen een `territoriale` staat, met een sterk centraal gezag. Na de centraal geleide Romeinse staat was er tussen 700 en 1100 in het Westen nauwelijks sprake van staten, maar eerder van kleine politieke eenheden. Daarna ontstonden nationale staten met eigen legers en een administratief apparaat. De Italiaan Niccolò Machiavelli (1469-1527) wordt beschouwd als de filosoof van de moderne staat. Grotere staten werden mogelijk door ontwikkeling van vuurwapens en belastingstelsels. De strijd tussen kerk en staat woedde hevig in de middeleeuwen en pas sinds 19e eeuw zijn deze twee althans in het Westen goed gescheiden. In de 20e eeuw ontstond in het Westen de verzorgingsstaat. Ideeën van zelfbeschikkingsrecht werden pas wijdverbreid na de Eerste Wereldoorlog. Kwesties die de onafhankelijkheid van de staat betreffen zijn o.m. interventie, neutraliteit en soevereiniteit Zie ook kolonialisme; rechtsstaat; VN

stakingsrecht
Het stakingsrecht behoort tot de rechten op vereniging en vergadering. In het VN-verdrag (EcSoCu) staat het recht op staking, indien dat in overeenstemming met de wetten van het land wordt uitgeoefend. Men mag niet worden gedwongen tot staking, zoals ook lidmaatschap van een vakvereniging niet verplicht mag worden gesteld. Stakingen mogen worden beperkt op grond van overwegingen van openbare orde of van onevenredige schade. Het verbod op staking door spoorwegpersoneel en ambtenaren werd begin jaren tachtig uit het Nederlandse Wetboek van strafrecht geschrapt, maar in 1983 werd een staking bij de posterijen door de rechter verboden wegens de schade die deze zou toebrengen aan derden.

standrechtelijke executies
Executies die na een heel summier of geen proces worden voltrokken, bijvoorbeeld in geval van desertie op het strijdveld. Als niet aan alle voorwaarden voor een eerlijk proces is voldaan, gelden ze als buitengerechtelijke executies. Zie ook doodstraf

stapert, bart (1964)
Nederlandse jurist die verscheidene functies vervulde bij de Nederlandse afdeling van Amnesty International en die in 1989-2001 in de VS werkte als advocaat voor degenen die tot de doodstraf waren veroordeeld. Hij zette ook bureaus voor rechtshulp in arme wijken op. In 2001 werd hem door de universiteit van Utrecht een eredoctoraat verleend vanwege zijn werk voor de mensenrechten. In 2005 werd hij voorzitter van Amnesty International Nederland. Zie ook advocaten

statelozen
Personen die door geen staat als onderdaan worden beschouwd. Na de Tweede Wereldoorlog waren talloze Europeanen door de nationale herindelingen stateloos geworden. In 1954 namen de VN een Verdrag betreffende de status van statelozen aan, dat statelozen ongeveer dezelfde rechten biedt als erkende vluchtelingen. Een VN-verdrag over de beperking van statenloosheid (1961) beschrijft gedetailleerd hoe staten zich moeten inspannen om mensen een nationaliteit te geven of te voorkomen dat zij die verliezen.

statenklacht
Klacht tegen een staat ingediend door een andere staat of staten. Verscheidene internationale verdragen voorzien in de mogelijkheid van een statenklacht, in te dienen bij bijv. een comité van staatshoofden, het Internationale Hof van Justitie, het Europese Hof voor Mensenrechten of het Inter-Amerikaanse Hof (Amerikaans Verdrag). Vaak is het de mogelijkheid tot het indienen van een statenklacht gebonden aan een facultatief protocol. Naast het recht van de statenklacht bestaat een individueel klachtrecht.

statuut
1) Vertaling van de Engelse term bill, zoals in de Bill of Rights. 2) Benaming van een wet, zoals in Nederland het Statuut van het koninkrijk dat de verhouding tussen Nederland en de Nederlandse Antillen regelt. In Engels recht het geheel van vastgelegde regels, als onderscheiden van het gewoonterecht. 3) Statuut of statuten zijn de vastgestelde regels van een vereniging, op grond waarvan die als wettelijk erkende vereniging kan functioneren. Ook is het de benaming van de grondslag van een internationale instelling (meestal in de vorm van een verdrag), zoals het statuut van het Internationaal Hof van Justitie, van de UNHCR en van het Internationaal Strafhof (het Statuut van Rome).

stille diplomatie
Methode om zaken aan de orde te stellen in diplomatiek verkeer, zonder daaraan openbaarheid of ruchtbaarheid te geven. Stille diplomatie kan bijv. worden gepleegd in de `marge` van internationale vergaderingen, waarin diplomaten vertegenwoordigers van andere landen vertrouwelijk aanspreken over schendingen in hun land. Overheden bepleiten vaak stille diplomatie voor situaties waarin openbaarheid het standpunt van de betrokken regering slechts zou doen verharden. Mensenrechtenorganisaties zijn geen tegenstanders van stille diplomatie voor bepaalde gevallen, maar kritiek bestaat op de neiging om niet openlijk op te treden ter verbetering van situaties die volgens internationale normen een schending zijn. Bovendien is het effect van stille diplomatie, of zelfs het bestaan ervan, nauwelijks te controleren. De Nederlander Max van der Stoel gold als een kopstuk van de stille diplomatie, o.m. door zijn werk als Hoge Commissaris voor Minderheden bij de OVSE.

stoel, max van der (1924)
Nederlands politicus, nu Minister van Staat, voorheen tweemaal minister van Buitenlandse Zaken en werkzaam als ambassadeur bij de VN en in talloze andere internationale functies. O.m. door bezoeken aan Griekenland ten tijde van het kolonelsregime en aan dissidenten in Tsjecho-Slowakije kreeg hij internationale naam als voorvechter van de mensenrechten. In de jaren negentig was hij speciale rapporteur van de VN voor Irak, een land waarvan hij de mensenrechtensituatie beschreef als een van de ergste sinds de Tweede Wereldoorlog. Hij was ook Hoge Commissaris voor Minderheden van de OVSE, een functie die beoogt met stille diplomatie het uitbreken van conflicten (met name in de voormalige sovjetlanden) te voorkomen. Hij is geëerd met o.m. de Nederlandse Geuzenpenning (1993) en de Carnegie Wateler Vredesprijs (1995). De Universiteit van Tilburg hernoemde haar prijs voor mensenrechten (prijzen) in 2003 tot de Max van der Stoel Mensenrechtenprijs.

straatkinderen
Benaming voor kinderen zonder vaste verblijfplaats. Er zijn kleine aantallen straatkinderen in westerse landen, maar het probleem heeft grote omvang aangenomen in de derde wereld. Schattingen van aantallen wereldwijd bedragen 100-200 miljoen, maar lopen zeer uiteen. Het aantal is groot als men alle kinderen telt die een groot deel van de dag op straat doorbrengen, veel kleiner als alleen kinderen die werkelijk geen thuis hebben worden geteld. Zo wordt het aantal straatkinderen in Brazilië door sommigen geschat op zeven miljoen, door anderen enkele tienduizenden. Drugsverslaving, lijm snuiven en kleine criminaliteit is onder straatkinderen wijdverbreid, mede omdat veel straatkinderen moeten overleven door diensten voor drugshandelaars. Amnesty International maakte melding van moorden op en grof geweld tegen straatkinderen door politieagenten en doodseskaders in o.m. Brazilië, Guatemala, Kenia en Roemenië.

straf en straffeloosheid
De belangrijkste vormen van gerechtelijke opgelegde straf zijn: doodstraf; verminking, als door brandmerken of het uitsteken van de ogen; amputatie, die als straf wordt toegepast in landen van de islam; lijfstraffen; gevangenisstraf (gevangenen); verbanning; disciplinaire straffen. De term straffeloosheid (Eng: impunity) term duidt op het niet berechten en bestraffen van degenen die zich aan schendingen van mensenrechten schuldig hebben gemaakt. Dit kan geschieden door vrijspraak, het achterwege laten van justitiële vervolging of het niet meer dan symbolisch straffen van schenders. Straffeloosheid wordt o.m. door VN-commissies beschouwd als de belangrijkste factor in het voortduren van schendingen van mensenrechten. De Universele verklaring, de VN-verdragen van 1966 en het VN-verdrag tegen rassendiscriminatie schrijven berechting van schenders niet voor. Voor de VN maakte de Franse rechtsdeskundige Louis Joinet een belangrijk rapport over straffeloosheid – de `Joinet Principles` geven een opsomming van maatregelen die genomen moeten worden. Andere verdragen, zoals het Genocideverdrag en het Verdrag tegen marteling, bevatten die verplichting wel. Amnesty International stelt zich op het standpunt dat alle schenders van mensenrechten voor het gerecht moeten worden gebracht. Zij moeten vanzelfsprekend een eerlijk proces krijgen. Zij moeten in het eigen land worden berecht of eventueel in een ander land. Zie ook berechting; Internationaal Strafhof; internationale rechtspraak; internationale tribunalen; rechtbanken; universaliteit van jurisdictie

structurele aanpassingsprogramma`s
IMF

survival international
Wereldwijde organisatie die zich inzet voor inheemse volken door het voeren van publieke campagnes, het steunen van hulpprojecten en de geven van een stem aan bedreigde groepen. De organisatie is opgericht in 1969 nadat een artikel de aandacht vestigde op de bloedbaden, landroof en genocide die plaats vonden in het Braziliaanse Amazonegebied. Survival heeft aanhangers in 82 landen, die o.m. via brieven en lobby regeringen onder druk zetten Survival voerde ook campagne tegen projecten van de Wereldbank die de rechten van inheemse volken bedreigen.

taal
Het recht op het spreken van de eigen taal is een van de culturele rechten en is vastgelegd in het VN-verdrag (BuPo). Minderheden, bijv. de Koerden in Turkije, is soms het recht ontzegd hun eigen taal te spreken. Ook is schrijvers verboden boeken in hun eigen taal te publiceren. Het uitsterven van talen door het uitsterven van de sprekers ervan, of door stelselmatige onderdrukking van de taal, wordt wel linguïcide genoemd. Het aantal talen in de wereld wordt geschat op ten minste 5.000. Het verschil tussen wat een taal en een dialect is, is niet altijd aan te geven. Sommige deskundigen verwachten dat aan het eind van de 21ste eeuw nog maar zo`n duizend talen actief zullen worden gebruikt.

taylor, charles (1931)
Canadese filosoof die naam maakte met zijn theorie over een evenwicht tussen de belangen van het individu en die van de gemeenschap, o.m. uiteengezet in Sources of the Self (1989). Hij vindt individuele mensenrechten een belangrijk goed, maar stelt dat een functionerende democratie niet kan bestaan zonder de bereidheid van individuen om zich voor de samenleving in te zetten en daarvoor zo nodig individuele vrijheden op te geven. Als mensen beseffen hoezeer ze aan de samenleving zijn gebonden, zullen ze eerder geneigd zijn zich ook voor de democratische waarden en de solidariteit binnen die samenleving in te zetten. Opvattingen als die van Taylor worden wel aangeduid als `communitarisme` en zijn een reactie op het individugerichte liberale denken van filosofen als John Rawls. Critici van Taylor, onder wie Richard Rorty, stellen dat hij het liberale gedachtegoed te simpel weergeeft – het zijn vaak uitgesproken vrijzinnig denkende mensen die zich het meest inzetten voor maatschappelijke organisaties. Er is echter alom waardering voor het onderscheid dat Taylor maakt tussen `sterke` en `zwakke` waarderingen: mensen bepalen hun identiteit aan grote kwesties, zoals hun politieke overtuiging, maar ook aan kleine zaken, zoals hun lievelingseten. In het maatschappelijk leven is volgens Taylor essentieel dat de discussie gaat over de sterke en niet over de zwakke waarderingen. Voor de emancipatie van een minderheid is bijv. belangrijk dat religieuze waarden worden erkend, maar niet dat daaraan ook bepaalde kleding, voedsel of gebruiken noodzakelijk verbonden zijn.

teheran, proclamatie van
Verklaring van de VN, opgesteld in 1968, 20 jaar na de Universele verklaring. Aan de opstelling van deze verklaring namen veel derdewereldlanden deel die in 1948 nog niet vertegenwoordigd waren in de VN. De verklaring maakt voor het eerst, of meer expliciet dan eerder, melding van o.m. apartheid, analfabetisme, de rechten van vrouwen en het kind, geboorteregeling, ontwapening. De verklaring heeft in de jaren sindsdien weinig bekendheid verworven.

terechtstelling
doodstraf; executie

teresa, moeder (1910-1997)
Ze werd geboren in Macedonië en vertrok op haar achttiende naar India om als non voor de armen te gaan werken. In 1950 stichtte ze een eigen religieuze orde met de armenzorg als speciale opdracht. Vooral haar werk in Calcutta verwierf internationale bekendheid. Ze kreeg in 1979 de Nobelprijs voor de Vrede. Moeder Teresa is ook omstreden, vanwege haar conservatieve katholieke standpunten o.m. met betrekking tot abortus.

territoriaal asiel
Het verlenen van asiel op eigen grondgebied. Een VN Verklaring over territoriaal asiel uit 1967 stelt o.m. dat wanneer staten niet zelf asiel kunnen verlenen, zij gezamenlijk andere staten zullen helpen die dat wel doen. Zie ook diplomatiek asiel

territorium
In het internationaal recht, het grondgebied van een staat. Men mag volgens de Universele verklaring asiel vragen en genieten op vreemd territorium. Zie ook soevereiniteit



terrorisme
1) `Terreur` is de aanduiding van twee historische perioden. Het schrikbewind van de Jacobijnen tijdens de Franse Revolutie tussen juni 1793 en juni 1794 wordt de Terreur genoemd. Als de Grote Terreur wordt aangeduid de periode 1934-1948 in de Sovjet-Unie, onder partijleider Stalin. Bij deze terreur kwamen tientallen miljoenen mensen om, onder wie eenderde van alle partijleden en 78 van de 88 topofficieren. Sommigen van hen kregen een schijnproces, de meesten werden direct door de geheime dienst geëxecuteerd of naar werkkampen van de Goelag-archipel verbannen. 2) De meest gebruikelijke betekenis van terrorisme is die van gewelddadige aanslagen en andere daden van terreur gepleegd door gewelddadige oppositiegroepen met het oog op het zaaien van angst als middel tot politieke verandering.De kortste definitie van terrorisme komt van de terreurdeskundige Alex Schmid: `oorlogsmisdrijven in vredestijd`. Een VN-resolutie uit 1999 spreekt van `daden die bedoeld zijn om grote angst te zaaien onder het publiek, een groep personen of bepaalde personen, gepleegd uit politieke motieven`. Aanslagen van terroristische groepen krijgen naar verhouding veel aandacht, maar veel grotere aantallen slachtoffers worden gemaakt door overheden die terreurmethoden inzetten. Duizenden groepen hebben sinds 1945 terroristische activiteiten ontplooid. Hun namen werden symbolen van angst: de Baskische afscheidingsbeweging ETA, het Japanse Rode Leger, Hizballah in Libanon, Hamas en Islamitische Jihad in Israël-Palestina, FARC in Colombia, de IRA, Al-Qaida.

timerman, jacobo (1923)
Uitgever van een onafhankelijke krant in Argentinië tijdens de militaire dictatuur, die in 1976 aan de macht kwam. In 1977 werd hij opgepakt. Als een van de weinigen overleefde hij zijn verdwijning; in 1979 werd hij uitgewezen. In zijn boek Gevangene zonder naam, cel zonder nummer doet hij verslag van zijn detentie en van de vernederingen die hem o.m. als jood troffen. Hij schreef daarna boeken o.m. over de schendingen van mensenrechten in Israël.

toelating
In het vreemdelingen- en vluchtelingenrecht: het verlenen van vergunning tot verblijf. Een vluchteling die erkenning krijgt in de zin van het Vluchtelingenverdrag hoeft niet automatisch te worden toegelaten (hoewel dat in Nederland in de praktijk altijd het geval is). Omgekeerd zijn wel veel asielzoekers toegelaten op humanitaire gronden, zonder dat zij als vluchteling zijn erkend. Zie ook vluchtelingen; vreemdelingen

toer, pramoedja ananta (1925)
Indonesisch schrijver. Hij zat twee jaar gevangen onder het Nederlands koloniaal bewind, en meer dan tien jaar onder Indonesisch bewind, o.m. op het eiland Baru. Hij schreef vele romans over zijn gevangeniservaringen, het leven van de arme bevolking en de corruptie onder de Indonesische politieke en maatschappelijke elite. Zie ook censuur

tokio, verklaring van
Richtlijnen voor artsen betreffende marteling, aangenomen door de Wereld Medische Associatie in 1975 in Tokio. Directe aanleiding waren berichten over deelname van artsen aan marteling van IRA-verdachten in Noord-Ierland. De verklaring schrijft voor dat artsen marteling niet zullen goedkeuren noch eraan meewerken; geen kennis of instrumenten voor marteling beschikbaar zullen stellen; niet bij martelsessies aanwezig zullen zijn; geen dwangvoeding zullen geven. Zie ook medici

tolerantie
Ook: verdraagzaamheid. De erkenning dat naast de eigen denkbeelden, gewoonten en kenmerken, er andere zijn van gelijke waarde. Tolerantie betekent dat sancties uitblijven voor afwijkende meningen en gedragingen. Voltaire (1694-1778) bepleitte verdraagzaamheid vooral tegenover nieuwe ideeën: ` Wat is tolerantie? Ze is de consequentie van de menselijkheid. We worden allemaal gevormd door kwetsbaarheid en vergissing. Laten we elkaar onze dwaasheden vergeven – dat is de eerste wet van de natuur.` Tolerantie is een element van bijv. het recht op vrijheid van meningsuiting, maar volgens Thomas Paine (1737-1809) is tolerantie niet genoeg, omdat het evenzeer anderen een stempel opdrukt als intolerantie. Tolerantie heeft betrekking op geloofszaken en vrijheid van meningsuiting, maar ook op seksuele oriëntatie, levensstijl, enz. De grenzen van tolerantie worden bepaald door belangen van nationale veiligheid, openbare gezondheid, algemeen aanvaarde zedelijke standaarden, bescherming van andere leden van de maatschappij en ook door de gezondheid van betrokkenen zoals bij druggebruik. In de jaren zestig ontstond onder invloed van denkers als Herbert Marcuse het idee van de permissive society waarin grote verschillen in denkbeelden en zeden getolereerd konden worden. Vanaf de jaren tachtig was een verschuiving te zien naar minder vrijblijvendheid jegens ongewenst geachte ontwikkelingen, zoals druggebruik, racisme, seksuele uitwassen enz. De tolerantie werd ook inzet van discussie over de multiculturele samenleving: tolerantie voor ieders gebruiken en denkbeelden kan leiden tot het mislukken van intergratie.

tolk
Bijstand van een tolk, waar nodig, is voorgeschreven in asielprocedures door het UNHCR-Handboek. In Nederland worden asielzoekers bij het nader gehoor in de regel bijgestaan door een tolk. Vreemdelingen hebben recht op (eventueel gratis) bijstand van een tolk bij juridische procedures. Ook bijv. doven kunnen als voorziening op een tolk een beroep doen.

torres, camilo (1929-1966)
Colombiaans priester en revolutionair. Hij meende dat revolutie een christelijke opdracht was en dat alleen geweld een einde kon maken aan de onrechtvaardigheid in Latijns-Amerika. Hij verzocht in 1965 van zijn priesterschap te worden ontheven en sloot zich aan bij de guerrilla. Hij werd gedood in een gewapend treffen met het leger. Zie ook christendom

totaalweigeraar
gewetensbezwaarden

transitie
Aanduiding voor de overgang van een situatie van burgeroorlog of onderdrukking naar een rechtsstaat. Vooral in de jaren negentig belandde een groot aantal landen, in Oost- en Midden-Europa en in het Zuiden, in een politieke transitie. Een belangrijke kwestie is hoe rekenschap te geven van de schendingen van mensenrechten die in voorafgaande perioden zijn begaan. Deze rekenschap (Eng: transitional justice) kan de vorm krijgen van een waarheidscommissie, de berechting van daders, diverse vormen van verzoening, en vormen van herstel waaronder compensatie voor de slachtoffers en nabestaanden.

transparency international
Niet-gouvernementele organisatie (ngo`s) met hoofdkantoor in Duitsland, die rapporteert over corruptie. Elk jaar publiceert ze een `index van waargenomen corruptie`, die is gebaseerd op de ervaringen van zakenlieden, diplomaten e.d.

transseksuelen
seksuele minderheden

troostmeisjes
Aanduiding voor vrouwen en meisjes die tijdens de Tweede Wereldoorlog door de Japanse bezetter werden gedwongen tot prostitutie ten behoeve van Japanse soldaten, een vorm van slavernij. Hun aantal is wel geschat op 200.000, voornamelijk afkomstig uit Korea, China, Indonesië, Filippijnen en andere Aziatische landen. Onder hen waren ook honderden vrouwen van Nederlandse nationaliteit. Sinds begin jaren negentig is in internationale campagnes geprobeerd de Japanse overheid te dwingen tot het betalen van compensatie en het aanbieden van excuses. In 1998 deed een Japanse rechtbank een uitspraak in het voordeel van drie Zuid-Koreaanse vrouwen, die een klacht hadden ingediend tegen Japan. Het Hooggerechtshof in Hiroshima verwierp de beslissing echter met het argument van de Japanse regering dat ze geen compensatie hoeft te betalen aan de vrouwen omdat alle schadeloosstellingen waren afgelost door vredesverdragen die de oorlog officieel hadden beëindigd. Geen van de andere rechtszaken was succesvol.

tsunga, arnold
Mensenrechtenverdediger uit Zimbabwe, voorzitter van de nationale mensenrechtenorganisatie. Hij kreeg in 2006 de prijs genoemd naar Martin Ennals. Hij is vaak gearresteerd en lastiggevallen en kreeg ook doodsbedreigingen vanwege zijn activiteiten voor hervorming van het gevangenisstelsel, compensatie voor degenen die uit hun huizen zijn gezet en vrijlating van politieke tegenstanders. De regering van Zimbabwe maakt zich schuldig aan stelselmatige schendingen van het recht op voedsel, bewegingsvrijheid en bescherming door de wet. Honderdduizenden mensen zijn uit hun huis gezet, en hun huizen zijn vernietigd in het kader van de Operatie Herstel de Orde. Tienduizenden straatverkopers hebben hun stalletjes en koopwaar verloren. De regering heeft bemoeienis van de VN of particuliere organisaties afgewezen. Protesten heeft de regering onderdrukt door honderden mensen op te pakken. De regering zegde ook toe nieuwe huizen te zullen bouwen. Maar voor de meer dan 700.000 mensen die tot 2006 dakloos waren geworden, en die vaak aangewezen waren op provisorische hutjes aan de rand van de stad, was er nauwelijks huisvesting of geld beschikbaar. De inflatie bedroeg meerdere jaren meer dan 1000%.

turner, ted (1938)
Amerikaanse mediamagnaat en filantroop. In 1980 richtte hij CNN op, de eerste televisiezender die 24 uur per dag nieuws bracht. Hij heeft zich ook intensief beziggehouden met internationale projecten voor vrede, ontwikkeling en solidariteit. Zo startte hij in 1985 de `Goodwill Games`. Hij was oprichter van de Turner Foundation (1991), de United Nations Foundation (1997) en een organisatie tegen de dreiging van kernwapens (2001). In 1997 zegde hij de Verenigde Naties een bedrag van 1 miljard dollar toe. Tot 2003 was daarvan al 575 miljoen besteed. Zie ook Gates, Bill; Soros, George

tutu, desmond (1931)
Zuidafrikaans bisschop en activist tegen apartheid, in 1984 winnaar van de Nobelprijs voor de vrede. Sinds eind jaren zeventig heeft hij wereldwijd opgeroepen tot boycot van het apartheidsregime. In 1995-98 was hij, onder de regering van Nelson Mandela, voorzitter van de Zuid-Afrikaanse waarheidscommissie, die zo`n twintigduizend getuigen hoorde en die verantwoordelijken voor politieke misdaden amnestie kon verlenen op voorwaarde dat zij een volledige bekentenis aflegden. Hij wordt internationaal gezien als een van de toonaangevende persoonlijkheden in processen van verzoening.`

tuyuc velásquez, rosalina (1956)
Guatemalteekse activiste voor de opheldering van schendingen van mensenrechten onder de opeenvolgende regimes, van 1966 tot 1996. Voor haar werk met comités van familieleden die verantwoording eisen over verdwenen personen werd ze o.m. geëerd met de Nederlandse Geuzenpenning.

türk, danilo (1952)
Sloveense deskundige op het terrein van mensenrechten, auteur van talloze artikelen o.m. over het recht op interventie van de internationale gemeenschap. In 1980 werd hij lid van de VN-werkgroep voor ontwikkeling. In 1984-1992 was hij lid van de VN-subcommissie. Hij maakte voor de VN speciale rapporteur voor de vrijheid van meningsuiting. Hij pleit voor erkenning van de sociaal-economische rechten als mensenrechten: overheden hebben ten aanzien van bijv. garanties van voedsel, werk en huisvesting net zo`n verantwoordelijkheid als ten aanzien van de bescherming tegen willekeurige gevangenschap of marteling.

uitgenodigde vluchtelingen
quotumbeleid

uitgeprocedeerden
Aanduiding voor asielzoekers voor wie de juridische mogelijkheden in de asielprocedure zijn uitgeput. In Nederland krijgt minder dan de helft van alle asielzoekers toelating als vluchteling of een verblijfsvergunning. Uitgeprocedeerden moeten het land verlaten. Midden jaren negentig werd het aantal uitgeprocedeerde asielzoekers geschat op 8.000, onder de 30.000 personen in asielzoekerscentra. In 2004 oordeelde de minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie dat rond 26.000 asielzoekers wegens uitputting van hun procedure Nederland zouden moeten verlaten (uitzetting). De groep bestond evenwel lang niet alleen uitgeprocedeerden. Ongeveer 10.000 van hen zijn vervolgens alsnog tot Nederland toegelaten, maar de minister heeft het door haar vertekende beeld nooit rechtgezet. Er is weinig gepubliceerd over de aantallen uitgeprocedeerden die daadwerkelijk zijn verwijderd. Van degenen die niet werden uitgewezen maar ook niet toegelaten zijn waarschijnlijk velen op eigen gelegenheid uitgeweken naar andere Europese landen. Anderen bleven illegaal in Nederland. Een van oorsprong kerkelijke organisatie, INLIA, tracht soms uitzetting te voorkomen door o.m. kerkasiel. In afwachting van uitzetting kunnen uitgeprocedeerden worden gedetineerd; daarvoor richtte de Nederlandse overheid in 2004 vertrekcentra en uitzetcentra in.

uitkeringen
voorzieningen

uitlevering
Het uitwijzen naar een land dat daarom verzoekt van een persoon die verdacht wordt van een misdrijf. Volgens het VN-verdrag tegen marteling is hetzij uitlevering van een folteraar hetzij berechting in het land waar hij verblijft verplicht. Internationale normen verbieden uitlevering van personen die marteling of wrede behandeling te wachten staat; voor Nederland is dit o.m. aanleiding geweest geen personen uit te leveren die doodstraf zouden kunnen krijgen. Uitlevering van asielzoekers die vervolging te vrezen hebben is refoulement. Indien een verdachte wordt overgeleverd aan een internationaal tribunaal of het Internationaal Strafhof, heet dat niet uitlevering maar overdracht. In mei 2004 werd in Nederland een wet aangenomen die voorziet in een snellere `overleveringsprocedure` tussen landen van de Europese Unie Zie ook rechtshulpverzoek; uitzetting; universaliteit van jurisdictie

uitzetting
(Ook: uitwijzing) Het over de grens zetten van vreemdelingen die ongewenst zijn, inclusief asielzoekers die geen toelating is verleend (uitgeprocedeerden). De collectieve uitzetting van vreemdelingen is zowel in het Europees Verdrag als het Amerikaans Verdrag verboden. Uitzetting wordt onderscheiden van uitlevering. Deportatie is een technische term voor uitzetting, maar wordt in de regel gebruikt voor het aanduiden van gewelddadige verplaatsing van bevolkingsgroepen. Het uitzetten van vluchtelingen die in het land van herkomst vervolging te vrezen hebben heet refoulement en is volgens het Vluchtelingenverdrag verboden. In Nederland werden in 1998 volgens officiële opgave ruim 14.000 asielzoekers en 41.000 vreemdelingen uitgezet. Het is echter in de praktijk lang niet altijd duidelijk waar die uitzettingen toe leiden: veel uitgezette vreemdelingen keren al snel weer terug of zoeken hun heil in een ander West-Europees land. In 2004 begon de Nederlandse regering met de inrichting van vertrekcentra voor uitgeprocedeerde asielzoekers die vóór april 2001 waren gearriveerd; het maximaal verblijf in die centra is acht weken. Er zijn ook twee uitzetcentra (Schiphol en Zestienhoven) voor asielzoekers die op korte termijn terug kunnen naar hun herkomstland.

unesco
Organisatie van de VN voor educatieve, wetenschappelijke en culturele aangelegenheden, opgericht in 1946. De organisatie kent verschillende mogelijkheden voor toezicht op de mensenrechten. Bij een Verdrag over bestrijding van discriminatie in het onderwijs (1960) moeten verdragspartijen periodiek rapporteren. In het Facultatief protocol bij het verdrag is een klachtrecht van staten opgenomen. Een Commissie voor Verdragen en Aanbevelingen behandelt klachten, ook van individuen, over schendingen van mensenrechten in onderwijs, wetenschap, cultuur en informatie. Belangrijk werk van de Unesco ligt in de bescherming van het cultureel erfgoed. In 2001 werd Pierre Sané hoofd van de mensenrechtenafdeling van Unesco.

unhcr
Het instituut van de United Nations High Commissioner for Refugees (Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen van de Verenigde Naties) werd ingesteld in 1950. Zijn opdracht is de juridische bescherming van vluchtelingen en het zoeken van duurzame oplossingen voor hun bestaanszekerheid. Hij coördineert en stimuleert de materiële hulp van overheden en ngo`s. Aanvankelijk richtte de UNHCR zich op vluchtelingen in de zin van het Vluchtelingenverdrag. Later is de UNHCR zich krachtens haar statuut ook steeds meer gaan inzetten voor andere vluchtelingen, bijv. oorlogsvluchtelingen en binnenslands ontheemden. De UNHCR heeft een Uitvoerend Comité (ExCom) van 41 lidstaten, dat jaarlijks bijeenkomt in Genève. De fondsen van de UNHCR namen in de jaren tachtig nauwelijks toe, maar vanaf 1990 hebben verscheidene landen waaronder Nederland hun bijdrage sterk verhoogd. In de jaren negentig had de UNHCR een jaarbudget van gemiddeld ruim een miljard dollar. In 2006 had de UNHCR de zorg over ruim twintig miljoen vluchtelingen. Onder hen waren ruim 8,5 miljoen mensen die over de landsgrenzen waren gevlucht; 6,6 miljoen ontheemden die elders in eigen land een toevlucht hadden gezocht; en 3 miljoen statelozen. Ook bleef de UNHCR zorg dragen voor 2,5 miljoen mensen die naar hun land waren teruggekeerd. De UNHCR ijvert voor uitbreiding van de aantallen vluchtelingen die rijke landen op uitnodiging toelaten, het quotumbeleid. De Noorse ontdekkingsreiziger Fridtjof Nansen vervulde tussen de twee wereldoorlogen een rol als internationaal commissaris voor vluchtelingen.

unhcr handboek
Handboek opgesteld door de UNHCR in 1979 als aanvulling op de bepalingen van het Vluchtelingenverdrag. Dit Handboek, en de latere `conclusies` van het Uitvoerend Comité van de UNHCR, hebben geen bindende kracht maar gelden wel als standaard voor de behandeling van vluchtelingen en asielzoekers. Het Handboek noemt als gronden voor erkenning als vluchteling o.m. dienstweigering, vrees van anderen uit dezelfde groep als de asielzoeker, cumulatieve aspecten (d.i. een serie gebeurtenissen die tezamen leiden tot gegronde vrees voor vervolging). Een asielverzoek kan zowel op objectieve (de aanwezigheid van vervolging) als subjectieve (de individuele angst voor vervolging) worden gegrond. Het Handboek stelt dat de asielzoeker het vertrouwen van de ondervrager moet genieten en dat mensen in geestelijke nood (mentally disturbed persons) niet zonder meer kunnen worden gehoord. In de conclusies van het Uitvoerend Comité is ook gewezen op de speciale bescherming die vrouwelijke en minderjarige vluchtelingen (vluchtelingen) moeten genieten.

unicef
VN-organisatie voor hulp aan kinderen, opgericht in 1946. Ze werkt voor de naleving van de rechten van het kind. De organisatie houdt o.m. grote inzamelingsacties ten behoeve van noodhulp aan kinderen. In de praktijk wordt de hulp vaak gebruikt voor de hele bevolking, mede omdat Unicef door zijn goede reputatie relatief gemakkelijk toegang krijgt tot noodgebieden.

universaliteit van jurisdictie
Het idee dat bepaalde rechten over de hele wereld door rechterlijke uitspraken afdwingbaar moeten zijn; een onderdeel van het internationaal strafrecht. In diverse verdragen, zoals de Geneefse verdragen, het Genocideverdrag en het VN-verdrag tegen marteling is het principe van aut dedere aut judicare (Lat.) opgenomen, d.w.z. dat een staat die een verdachte op zijn grondgebied aantreft, moet overgaan tot uitlevering of berechting. De arrestatie van de Chileense ex-president Augusto Pinochet in Londen, oktober 1998, was een gevolg van een Spaans rechtshulpverzoek gebaseerd op de universele jurisdictie van het VN-verdrag tegen marteling (Pinochet zou medeverantwoordelijk zijn voor het martelen van Spaanse burgers in Chili). Andere praktijkgevallen zijn schaars gebleven. Een poging die eind jaren negentig werd ondernomen door o.m. Jacqueline Modeïna om de voormalige dictator van Tsjaad Hissène Habré te berechten in Senegal had geen resultaat. In België leidde actie van o.m. de onderzoeksrechter Damien Vandermeersch tot de berechting van oorlogsmisdadigers uit Rwanda. Het Internationaal Strafhof kent geen universele jurisdictie, want alleen staten die partij zijn bij het Statuut zijn tot berechting of overdracht aan het strafhof verplicht. Een uitzonderlijke Genocidewet (1993) in België voorzag in de universaliteit van jurisdictie en berechting van daders van genocide en (vanaf 1999) misdrijven tegen de menselijkheid en oorlogsmisdrijven waar zij zich ter wereld ook bevonden. Er werden klachten ingediend tegen presidenten en regeringsleiders, maar de reikwijdte van de wet werd in 2003 sterk beperkt.

universiteiten
Universitaire docenten, academici en studenten zijn veelvuldig slachtoffer van schendingen van mensenrechten. O.m. Unesco heeft een speciale afdeling voor de bescherming van deze groepen. De World University Service, gevestigd in Genève met afdelingen in 44 landen, voerde speciale programma`s voor de mensenrechten. In Nederland zet de organisatie UAF, die al in 1948 werd opgericht, zich in voor de ondersteuning van vluchtelingstudenten. Aan diverse Nederlandse universiteiten, o.m. in Utrecht, Amsterdam, Nijmegen, Tilburg en Maastricht, zijn speciale afdelingen voor mensenrechten, die met het T.M.C. Asser Instituut samenwerken in de Onderzoekschool Rechten van de Mens. Vooraanstaande Nederlandse academici voor mensenrechten en aanverwante terreinen zijn o.m. Nanci Adler, Afshin Elian, Ineke Boerefijn, Theo van Boven, Peter Baehr, Pieter van Dijk, Cees Flinterman, Bas de Gaay Fortman, Willem van Genugten, Jenny Goldschmidt, Frederik Grünfeld , Fried van Hoof, Johannes Houwink ten Cate, Menno Kamminga en Leo Zwaak.

unpo
Organisatie opgericht in 1991, met een secretariaat in Den Haag, ter vertegenwoordiging van volken en naties (minderheden) die niet in de VN vertegenwoordigd zijn. De UNPO telt ruim vijftig leden die zo`n honderd miljoen mensen vertegenwoordigen. De UNPO accepteert geen organisaties die zich schuldig maken aan terrorisme of die geweld propageren.

uribe muñoz, alirio
Colombiaanse activist voor mensenrechten, lid van het collectief José Alvear Restrepo. Hij waagde zijn leven met het aanklagen van ernstige schendingen van mensenrechten in zijn land, waar jaarlijks duizenden mensen het slachtoffer worden van buitengerechtelijke executies en verdwijningen en waar naar schatting 360.000 mensen zijn ontheemd. In 2003 kreeg hij de mensenrechtenprijs genoemd naar Martin Ennals.

vakbeweging, vakbonden
Organisaties van arbeiders, boeren en andere werknemers, ontstaan uit de 19e eeuwse arbeidersbeweging. Wereldwijd zijn nu ruim 160 miljoen mensen lid van een vakbond; samen vormen zij `s werelds grootste sociale beweging.De opkomst van de vakbeweging hing samen met de industriële ontwikkeling in de 19e eeuw. Tot 1850 was echter in de meeste landen een verbod op vakbonden van kracht. De Engelse `chartisten`, handwerkslieden die sociaal-democratische eisen stelden, kregen geen gehoor bij het parlement. In Nederland werd het Nederlands Verbond van Vakverenigingen (NVV) opgericht in 1905. Het Christelijk Nationaal Vakverbond (CNV) en het Rooms-Katholiek Vakbureau (RKV) ontstonden in 1909. Later fuseerden NVV en RKV tot de Federatie Nederlandse Vakbeweging (FNV). In België ontstonden dergelijke vakverenigingen in dezelfde tijd (ABVV; ACV). In internationaal verband stichtten niet-communistische vakbonden in 1949 het Internationaal Verbond van Vrije Vakverenigingen (IVVV) en organiseerden christelijke bonden zich in het Wereldverbond van de Arbeid (WVA). Eind 2006 fuseerden IVVV (150 miljoen leden) en WVA (25 miljoen) tot het Internationaal Verbond van Vakverenigingen IVV, Eng. ITUC). Dat heeft aangesloten bonden in bijna alle landen van de wereld, maar niet in China. Binnen de Europese Gemeenschap richtten de bonden het Europees Vakverbond (EVV) op. In Latijns Amerika is de grootste vakbeweging, van christelijke oorsprong, het Congreso Latino-Americano de Trabajadores (CLAT). IVVV en WVA nemen deel in de ILO, een organisatie van werkgevers, werknemers en overheden.

vandermeersch, damien (1958)
Belgische onderzoeksrechter. Hij droeg, met andere Europese juristen zoals Baltasar Garzón en Juan Garcés, belangrijk bij aan de verwezenlijking van de universaliteit van jurisdictie door inspanningen die in 2001 leidden tot de veroordeling, in Brussel, van vier Rwandezen vanwege hun betrokkenheid bij de genocide van 1994.

verbanning
(Eng: exile) Langdurig gedwongen verblijf buiten het eigen land of de eigen streek als strafmaatregel. Bij de Grieken werd verbanning opgelegd aan moordenaars, maar kon door ostracisme (een procedure waarin burgers namen van te verbannen personen op potscherven konden schrijven) ook voor politieke misdrijven worden opgelegd. In Rome kon een misdadiger aan de doodstraf ontkomen door verbanning. Later werd verbanning een algemene toegepaste straf voor de hogere klassen, waar leden van lagere klassen tot dwangarbeid werden veroordeeld. Deze toepassing was ook in de middeleeuwen algemeen. In de 18e eeuw verbanden Europese staten misdadigers naar strafkolonies, hetgeen vaak deportatie werd genoemd. De blanke Australische bevolking bestond aanvankelijk voor een groot deel uit verbannen misdadigers. In de moderne tijd paste de Sovjet-Unie binnenlandse verbanning naar strafkampen van de Goelagarchipel toe op criminelen en politieke misdadigers, vaak als vorm van massale deportatie. Ook werden dissidenten, onder wie Aleksandr Solzjenitsyn en Wei Jingsheng, naar het buitenland verbannen. Binnenlandse verbanning werd ook toegepast in o.m. Chili en sommige Afrikaanse landen. Zuid-Afrika kende onder het apartheidsregime een bijzondere vorm van vrijheidsbeperking bekend als banning.

verblijfsvergunning
In Nederland en België is voor vreemdelingen een vergunning nodig voor verblijf. Onderdanen van de Europese Unie kunnen binnen de Unie drie maanden zonder verblijfsvergunning in een ander land verblijven. Ook degenen die in de asielprocedure verkeren, behoeven geen verblijfsvergunning. Bij langer verblijf kan een vestigingsvergunning worden gevraagd.

verdedigers van mensenrechten
advocaten; mensenrechtenverdedigers

verdediging, recht op
Internationale mensenrechtenverdragen noemen het recht van de beklaagde op adequate tijd en middelen voor de voorbereiding van zijn verdediging en de bijstand van een advocaat. De verdachte mag zichzelf verdedigen en mag getuigen laten oproepen. zie ook advocaten; beklaagde, rechten van; rechtsbijstand

verdragen
Bindende overeenkomsten tussen staten. Benamingen als akte, akkoord, charter, convenant, conventie, handvest, protocol, statuut e.d. worden niet consequent voor verdragen van verschillende aard gebruikt. Een verdrag onderscheidt zich door zijn bindend karakter van een verklaring. De voorwaarden voor een verdrag zijn vastgelegd in het Weens Verdragenverdrag. Veel verdragen zijn gesloten binnen de VN. Voor een overzicht van belangrijke verdragen, zie internationaal recht. Zie ook gewoonterecht

verdwijningen
Gevangenneming van personen door, of met instemming van de overheid zonder een officiële erkenning van de detentie. Onder deze naam werd een vorm van vervolging bekend die zich vanaf midden jaren zestig manifesteerde in Guatemala en vanaf de jaren zeventig verbreidde in veel landen van Latijns Amerika, maar ook in o.m. de Filippijnen, Sri Lanka, Oeganda en Guinee. Vaak wordt de term tussen aanhalingstekens geschreven, omdat een `verdwijning` niet zomaar een vermissing is, maar een doelbewuste daad van een overheid. Verdwijningen worden vaak gevolgd door buitengerechtelijke executie. Verdwijningen zijn o.m. een schending van het internationaal recht op habeas corpus. In Argentinië zijn volgens een officiële onderzoekscommissie ten tijde van de militaire junta (1976-1983) ten minste 9.000 mensen verdwenen. De commissie openbaarde een uitgebreid stelsel van geheime martelcentra en van methoden om zich van de gevangenen te ontdoen, zoals door hen vanuit een vliegtuig in de zee te gooien. De verdwijningen in Argentinië waren eerder aan de kaak gesteld door o.m. de Dwaze Moeders en Adolfo Pérez Esquivel. Verdwijningen hebben een verschrikkelijk psychisch effect op familieleden, die jarenlang in onzekerheid verkeren of de betrokkenen nog leven. In de jaren tachtig leek het totaal aantal verdwijningen in de wereld te verminderen, hoewel ze in 2000 nog in dertig landen werden geconstateerd. In Europa werden vele duizenden `verdwijningen` gemeld in Bosnië, Kosovo en Tsjetsjenië. Er verdwenen veel mensen in gebieden waar veiligheidsdiensten optraden tegen gewapend verzet, als in Turkije, Sri Lanka, Peru en Colombia (AlirioUribe Muñoz).

verenigde naties
VN

vereniging en vergadering, recht op
(Eng: assembly and association) Dit recht is o.m. vastgelegd in het VN-verdrag (BuPo) en in verdragen van de ILO: men mag zich vrijelijk verenigen en bij vakbonden aansluiten, behoudens enkele beperkingen zoals die van de openbare orde en andere `die in een democratische samenleving nodig zijn`. In de praktijk geeft het internationaal recht ruime mogelijkheden tot die beperking. In Nederland is het recht in de loop der jaren steeds ruimer geïnterpreteerd. Zo werd het stakingsrecht voor ambtenaren geleidelijk door rechterlijke uitspraken erkend. Anderzijds is de demonstratievrijheid wel aan banden gelegd, nl. als demonstraties de openbare orde zouden verstoren. De vakverenigingsvrijheid geeft ook recht op collectieve onderhandelingen. Loonmaatregelen van de overheid kunnen daarmee in strijd zijn. De Nederlandse wetgeving kent geen bepalingen over de vrijheid van politieke partijen.

vergunning voor bepaalde tijd asiel
vluchtelingenstatus

verhoor
ondervraging

verjaring
(Eng: statute of limitations) Misdaden verjaren, d.w.z. de schuldige kan na een bepaalde periode niet meer voor het misdrijf worden berecht en bestraft. Voor bepaalde misdrijven geldt echter geen verjaring. Een Verdrag over de niet-toepasbaarheid van statutaire beperkingen voor oorlogsmisdrijven en misdrijven tegen de menselijkheid uit 1968 zondert deze misdrijven uit van verjaring.

verklaring
(Ook: declaratie) Een formele uitspraak over bepaalde rechten die, anders dan een verdrag, geen bindende werking heeft. Na de Universele verklaring zijn in de VN talloze andere verklaringen aangenomen. Het gezag van dergelijke verklaringen wordt versterkt wanneer ze door veel landen zijn aanvaard en er niet alleen in internationale organen maar ook door nationale rechters naar wordt verwezen (gewoonterecht).

verkrachting
Gedwongen seksueel verkeer, een vorm van seksueel geweld. In gevangenissen is verkrachting een veel voorkomende vorm van seksueel geweld tegen vrouwen. In welke mate ook mannen slachtoffer worden van verkrachting in detentie is erg moeilijk vast te stellen, want er rust een groot taboe op het onderwerp. Verkrachting tijdens detentie kan zonder meer worden beschouwd als een vorm van marteling, een misdaad die gedefinieerd is als het toebrengen van hevige pijn of lijden. Voor het misdrijf van verkrachting in oorlogstijd bestond lange tijd nauwelijks belangstelling, ook niet waar ze massaal was zoals bij de Russische inval in nazi-Duitsland (1945) en de oorlog om Bangladesh (1971). In de internationale tribunalen voor Joegoslavië en Rwanda werden voor het eerst door een internationaal strafhof aanklachten van verkrachting ingebracht. Ook het statuut van het Internationaal Strafhof noemt verkrachting uitdrukkelijk als een van de misdrijven waarover het kan rechtspreken. Zie ook vrouwen

verlichting
De Verlichting was een beweging in de filosofie en kunst die zich in de laat-17e en 18e eeuw over heel Europa verspreidde. De belangrijke denkers van de Verlichting hadden gemeen dat zij veronderstelden dat de mens zich kan verwezenlijken zonder tussenkomst van de kerk. De wet moest worden getoetst aan de rede en het natuurrecht. De wet was geen willekeurig bedenksel van mensen, maar kon worden ontdekt uit de natuurwetten door middel van de rede. Wetshervorming hield in dat oude wetten moesten worden aangepast aan de rede. David Hume (1711-76), een Schotse filosoof, was een uitgesproken sceptisch denker die hoge waarde hechtte aan gezond verstand. Zijn invloed werkt door op moderne ideeën over mensenrechten waarin rechten en vrijheden worden gezien als door de mens bepaald en niet van `natuurlijke` of goddelijke oorsprong. Hume geloofde niet in het natuurrecht, maar meende dat alleen mensen de wetten maakten. Die opvatting beïnvloedde de grondwetten van onder Pruisen, Oostenrijk en Frankrijk, en leidde in enkele landen tot afschaffing van de doodstraf. Andere belangrijke denkers van de Verlichting waren o.m. Baruch de Spinoza (1632-77), Voltaire (1694-1778), Jean-Jacques Rousseau (1712-78) en Immanuel Kant (1724-1804). Sporen van Kants denken zijn onder meer te vinden in de Universele verklaring (1948). Artikel 29 van die verklaring zegt dat `beperkingen uitsluitend kunnen worden opgelegd ter verzekering van de onmiskenbare erkenning en eerbieding van de rechten en vrijheden van anderen` (ethiek).

verslaggevers zonder grenzen
(www.rsf.org) VGZ (Reporters Without Borders, Reporters sans frontières) is een internationale niet-gouvernementele organisatie die onderzoek doet naar persvrijheid, censuur en de positie van journalisten. De organisatie baseert zich op artikel 19 van de Universele Verklaring, over het recht op vrijheid van mening en meningsuiting en het recht om ongeacht grenzen inlichtingen en denkbeelden op te sporen, te ontvangen en door te geven. In 2005 publiceerde de organisatie een Handboek voor bloggers and cyberdissidenten, met technische tips om de censuur te omzeilen. In 2005 kreeg de organisatie, samen met onder anderen de Nigeriaanse advocate Hauwa Ibrahim, de Sacharovprijs van het Europees Parlement. VGZ publiceert een jaarlijkse rangschikking van landen naar mate van persvrijheid en een lijst van vervolgde en vermoorde journalisten, en publiceert ook overzichten van internetcensuur.

verslaving
drugs

verstedelijking
Het proces waarin grote aantallen mensen op een beperkte oppervlakte komen te wonen. Ongeveer de helft van de wereldbevolking woont nu in steden; in 1800 was dat nog geen 3%. In de oudste samenlevingen was de verstedelijking vaak veel groter; zo woonde rond 3000 v.Chr. 90% van de bevolking van Soemerië in steden. Ook in de Europese oudheid bestonden al zeer grote steden, zoals Rome. Chang`an, de middeleeuwse hoofdstad van China, had rond het jaar 700 een miljoen inwoners. Een stad heeft voor de inwoners belangrijke voordelen boven het platteland: er zijn in de regel meer en betere voorzieningen, er is meer werk dat ook minder afhankelijk is van de seizoenen en er is een veel breder sociaal en cultureel leven. Er zijn ook nadelen, zoals vervuiling, vervreemding en vaak een hogere criminaliteit. Steden kennen ook vaak problemen met het milieu (luchtvervuiling, afval). Er is geen strikte definitie van wat een `stad` is: de VN gebruiken een ondergrens van 20.000 inwoners. De trek naar de stad is massaal in vooral de ontwikkelingslanden. In China, waar in de jaren zeventig nog 90% van de bevolking op het platteland woonde en van daaruit niet naar de stad mocht gaan, zijn er nu zo`n honderd steden met meer dan een miljoen inwoners.

vertrekcentra
uitzetting

vervuiling
milieu

verwey-jonker, hilda (1908-2004)
Socialistisch politica, voormalig lid van de Eerste Kamer. Na voltooiing van een dissertatie over lage inkomens (1945) werd zij Nederlands gedelegeerde bij de Internationale Vluchtelingenorganisatie, de latere UNHCR. Zij vertegenwoordigde Nederland ook bij de VN in 1948, ten tijde van de totstandkoming van de Universele verklaring. Zij schreef studies over minderheden, migranten en vluchtelingen.

verzet, recht op
Het recht van burgers tegen de overheid in verzet te komen. Tot in de 16e eeuw achtte men verzet in de regel ongeoorloofd. Heersers regeerden volgens het droit divin (van God gegeven recht) en waren dus onaantastbaar. Bij de Nederlandse rebellie tegen Spanje gingen opstandige edelen er echter van uit dat een vorst zijn recht op regeren kon verspelen, zoals geformuleerd in de Akte van Verlatinge (1581). Dat principe werd later onderdeel van het idee van het `sociaal contract`: de staat is gebaseerd op een vrijwillig aangegaan contract tussen burgers en overheid. Internationale verdragen hebben geen verzetsrecht geformuleerd. Wel spreekt de preambule van de Universele verklaring van de noodzaak van bescherming van mensenrechten door de wet, opdat `de mens zich niet als laatste toevlucht gedwongen ziet tot rebellie tegen tirannie en onderdrukking`.

verzoening
(Ook: conciliatie) Een proces om tot een vergelijk te komen, bijv. tussen werkgevers en werknemers, tussen staten of tussen bevolkingsgroepen. Conciliatie kan de vorm aannemen van informatie-uitwisseling, dialoog, bemiddeling door derden (deze vorm heet arbitrage) of de tussenkomst van een rechter. Het VN-handvest roept op tot conciliatie bij conflicten tussen staten. Diverse verdragen, bijv. het VN-verdrag (BuPo), voorzien in een ad hoc conciliatie commissie, maar deze is nooit verwezenlijkt. De diverse commissies en rapporteurs van de VN kunnen worden beschouwd als instrumenten van conciliatie. In het rapport over `Waarheid en verzoening` dat in 1991 werd uitgebracht door een officiële commissie in Chili worden talloze suggesties gedaan voor verzoening, waaronder compensatie, een nationaal monument en officiële rapporten. Sinds de jaren tachtig hebben in tientallen landen waarheidscommissies gefunctioneerd die vaak uitdrukkelijk het proces van verzoening tot doel hadden, zoals de Zuid-Afrikaanse Waarheids- en Verzoeningscommissie (1995-1998). Tot de bekende mensenrechtenverdedigers die zich voor verzoening hebben ingezet behoren Kofi Annan (VN), Hanan Ashrawi (Palestina), Tobias Asser (Nederland) Aung San Suu Kyi (Burma), Carlos Belo (Oost-Timor), Willy Brandt (Duitsland), Jimmy Carter (VS), de Dalai Lama (Tibet), Kim Dae-jung (Zuid-Korea), Felix Ermacora (Oostenrijk), John Lutuli (Zuid-Afrika), Séan MacBride (Ierland), Nelson Mandela, Adam Michnik (Polen), Martin Niemöller (Duitsland), David Owen (Verenigd Koninkrijk), Adolfo Pérez Esquivel (Argentinië), Oscar Romero (El Salvador), Samuel Ruíz García (Mexico), Max van der Stoel (Nederland), Desmond Tutu (Zuid-Afrika), Elie Wiesel (VS), Kofi Woods (Liberia) en José Zalaquett (Chili).

viaud, loune
Activiste voor armen en slachtoffers van aids in Haïti, in 2002 geëerd met de mensenrechtenprijs van het Amerikaanse Robert F. Kennedy Center. Ze geeft leiding aan opvangcentra en klinieken waar aids-patiënten in Haïti, het armste land van het westelijk halfrond, gratis hulp krijgen. Ze zette programma`s op om de verbreiding van tuberculose en andere epidemische ziektes tegen te gaan. De goede resultaten van deze programma`s bewezen dat de weerstand tegen aids inderdaad door andere ziektes wordt ondermijnd en dat de verbreiding van aids ook onder de armste groepen van de bevolking door preventie kan worden bestreden.

vieira de mello, sergio (1948-2003)
Braziliaanse VN-functionaris Hij was o.m. adviseur van de vredesmacht van de VN in Libanon, directeur bij de vluchtelingenorganisatie UNHCR, coördinator humanitaire zaken in Rwanda en vice-secretaris-generaal voor noodhulp. In september 2002 werd hij benoemd tot Hoge Commissaris voor de Mensenrechten van de VN, maar in mei 2003 werd hij wegens zijn uitzonderlijke kwaliteiten gevraagd als enige maanden als VN-vertegenwoordiger in het door geallieerde troepen bezette Irak te dienen. Daar overleed hij op 19 augustus als gevolg van een bomaanslag op het VN-kantoor. Hij werd in 2004 als Hoge Commissaris opgevolgd door Louise Arbour.

vier vrijheden
Een begrip gepresenteerd door de Amerikaanse president Franklin D. Roosevelt in 1941: vrijwaring van gebrek, vrijheid van religie, vrijheid van meningsuiting en vrijwaring van vrees. Hiernaar vernoemd is een van de prijzen voor verdedigers van mensenrechten, de Four Freedoms Award.

vietnamoorlog (1955-1975)
Oorlog die zonder succes beoogde te verhinderen dat Zuid-Vietnam werd verenigd met het noorden, onder leiding van de laatste, en het communisme in Oost-Azië zou oprukken. De schade die de oorlog toebracht was enorm. Tienduizenden, voor 90% Vietnamese burgers, vonden de dood. Het platteland werd het terrein van mijnenvelden, ontbladerde bossen en vergiftigde velden. De stedelijke infrastructuur, landbouw en industrie werden grotendeels vernietigd. De kosten van de oorlog, geschat op $ 200 miljard, droegen bij aan grote inflatie en werkloosheid in de VS. Er waren talloze aanklachten over oorlogsmisdrijven van beide kanten. In een proces dat werd gevoerd naar aanleiding van het doden van meer dan honderd Vietnamese burgers in het dorp My Lai in 1968, werd een Amerikaanse officier tot levenslange gevangenisstraf met dwangarbeid veroordeeld; hij werd echter na enkele jaren vrijgelaten.

vluchtelingen
Vluchtelingen zijn zij die vallen onder de definitie van het Vluchtelingenverdrag (zij hebben te vrezen voor vervolging), maar de benaming wordt ook gebruikt voor asielzoekers, ontheemden en degenen die vluchten om andere redenen dan vervolging (bijv. oorlog, natuurrampen). Volgens opgave van de UNHCR waren er in 2004 zo`n 12 miljoen vluchtelingen in de wereld. Daarnaast is er een groter aantal `displaced persons` (ontheemden), d.w.z. vluchtelingen die binnen de grenzen van het eigen land zijn gebleven. Het aantal vluchtelingen heeft in deze eeuw grote fluctuaties vertoond. Na de herverdeling van Duitsland in 1945 moesten zo`n 20 miljoen mensen een nieuwe woonplaats zoeken. De deling van India en Pakistan in 1947 leverde 18 miljoen vluchtelingen op. Azië telde in 2003 9,4 miljoen vluchtelingen, Europa 4,4 miljoen, Afrika 4,5 miljoen. Erkende vluchtelingen zijn zij die door de UNHCR of een regering als vluchteling in de zin van het Vluchtelingenverdrag zijn aangemerkt. In Nederland waren er in 2000 ongeveer 140.000 door de overheid toegelaten vluchtelingen. `Ballingschap` is een benaming die wordt gebruikt voor vluchtelingschap (vooral in Latijns Amerika), voor verbanning en voor vrijwillige emigratie op politieke gronden. Wereldwijd zijn vrouwen net de meerderheid onder de vluchtelingen, maar onder asielzoekers die het Westen bereiken zijn mannen oververtegenwoordigd. De positie van vrouwelijke vluchtelingen is vaak slechter, bijv. omdat hun asiel of verblijfsvergunning afhankelijk wordt gemaakt van de echtgenoot.

vluchtelingenhulp
Er bestaan verschillende vormen van vluchtelingenhulp: 1. Intergouvernementeel, zoals gegeven door de UNHCR en in Afrika door het bureau van de Afrikaanse Unie. 2. Gouvernementeel, de opvang van uitgenodigde vluchtelingen en asielzoekers. Nederland besteedde in 2001 naar schatting 4,2 miljard gulden aan het vluchtelingenbeleid (het grootste deel van dit geld ging niet rechtstreeks naar vluchtelingen en asielzoekers, maar naar Nederlandse bedrijven, projectontwikkelaars, ambtenaren, hulpverleners, enz.). 3. Niet-gouvernementeel. Er bestaan organisaties voor hulp aan vluchtelingen in de derde wereld (in Nederland bijv. Stichting Vluchteling), vluchtelingen en asielzoekers in eigen land (bijv. VluchtelingenWerk, Vereniging Vluchtelingenorganisaties in Nederland (VON), University Assistance Fund (UAF)) en uitgeprocedeerden (bijv. INLIA). In Nederland zijn alleen al bij VluchtelingenWerk duizenden vrijwilligers actief in de vluchtelingenopvang. Bijzondere vormen van hulp zijn het verlenen van kerkasiel, zoals in de VS door de Sanctuary-beweging en in Nederland door INLIA. Tot de internationaal bekendste activisten voor vluchtelingen behoorden en behoren Gerrit Jan van Heuven Goedhart (UNHCR), Sadruddin Aga Khan (UNHCR), Bernard Kouchner (Artsen zonder Grenzen), Ruud Lubbers (UNHCR), Fridtjof Nansen (Volkenbond), Sadako Ogata (UNHCR). Zie ook medische opvang van vluchtelingen

vluchtelingenstatus
(Nederland en België) In Nederland heette tot 2000 de vluchtelingenstatus `A-status`, de erkenning en toelating als vluchteling in de zin van het Vluchtelingenverdrag. Tussen 1974 en 1988 bestond daarnaast een B-status, een toelating op humanitaire gronden die verband hielden met de politieke situatie in het land van herkomst; die status werd door de Raad van State ongedaan gemaakt. Wie een A-status kreeg, kwam onmiddellijk in aanmerking voor uitkeringen, studiefinanciering e.d. In de nieuwe Vreemdelingenwet (2000) is er één vluchtelingenstatus, de `Vergunning voor bepaalde tijd asiel`, die na drie jaar kan worden omgezet in een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd. Voor bepaalde groepen, zoals ontheemden uit oorlogsgebieden, kan een `besluitmoratorium` worden afgekondigd - een periode van 1 jaar waarin de beslissing wordt uitgesteld. In België krijgen erkende vluchtelingen een verblijfsvergunning van een jaar die telkens kan worden verlengd en kunnen ze twee jaar na indiening van het asielverzoek de Belgische nationaliteit aanvragen. Zie ook asiel

vluchtelingenverdrag
Het Verdrag over de status van vluchtelingen is door de VN aangenomen in 1951 en van kracht sinds 1956. Het stelt dat vluchtelingen (degenen met gegronde vrees voor vervolging om redenen van ras, godsdienst, nationaliteit, het behoren tot een sociale groep of politieke overtuiging), niet mogen worden teruggestuurd naar een land waarin zij vervolging te vrezen hebben (verbod op refoulement). Degenen die ernstige misdrijven hebben begaan kunnen volgens artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag worden uitgesloten van asiel. Ruim 140 landen zijn partij bij het verdrag. Oorspronkelijk gold het verdrag slechts voor vluchtelingen in Europa wier achtergrond de Tweede Wereldoorlog was, maar deze beperkingen werden d.m.v. een Protocol uit 1967 opgeheven. Het verdrag is grondslag voor het werk van de UNHCR, maar deze organisatie werkt daarnaast voor oorlogsvluchtelingen die niet onder het verdrag vallen. Er bestaat ook een Afrikaans vluchtelingenverdrag met een bredere definitie van vluchtelingen.

vn
De Verenigde Naties als naam voor een nieuwe intergouvernementele organisatie werd bedacht door de Amerikaanse president Franklin D. Roosevelt en voor het eerst gebruikt in 1942. In 1943 tekenden de VS, Groot-Brittannië, de Sovjet-Unie en China er een gezamenlijke verklaring over. De Verenigde Naties Organisatie werd ingesteld door 50 staten in San Francisco, in 1945. Het Handvest, de grondslag van de VN-organisatie, werd van kracht op 24 oktober 1945. Zowel in de preambule als in een aantal artikelen wordt verwezen naar de rechten van de mens. Artikel 1 spreekt van het `bevorderen en stimuleren van eerbied voor de rechten van de mens`. Artikelen 55 en 56 verplichten alle lidstaten tot `universele eerbiediging en inachtneming van de rechten van de mens`. Artikel 68 geeft de Ecosoc de bevoegdheid tot het instellen van commissies inzake de mensenrechten. Andere artikelen gaan over interventie (Hoofdstuk VII) en verzoening. De toepassing van het Handvest is op de eerste plaats de verantwoordelijkheid van de VN Veiligheidsraad. De VN heeft zes hoofdorganen: de Algemene Vergadering, de Veiligheidsraad, de Ecosoc, de Mandaatsraad, het Internationale Hof van Justitie en het Secretariaat. Bovendien zijn verscheidene organisaties aan de VN geaffilieerd. Daaronder zijn de FAO, ILO, Unesco, Unicef, UNHCR, IMF en Wereldbank. De Algemene Vergadering omvat alle lidstaten van de VN, die elk een gelijke stem hebben. Zij komt eenmaal per jaar bijeen, in de regel van september tot december in New York.

vn-mensenrechtenprijs
Een onderscheiding die sinds 1986 elke vijf jaar wordt uitgereikt dor de secretaris-generaal van de VN. Ze is o.m. toegekend aan René Cassin en Eleanor Roosevelt (1968), Sadruddin Aga Khan en Amnesty International (1978), Nelson Mandela (1988), de Internationale Commissie van Juristen (1993), Jimmy Carter (1998) en Sergio Vieira de Mello (2003). Zie ook prijzen voor mensenrechten

vn-mensenrechtenraad
De VN-Commissie Mensenrechten was een commissie van de Ecosoc, ingesteld in 1946. Ze is in 2006 opgevolgd door de VN-Mensenrechtenraad. Niet-gouvernementele organisaties (ngo`s) met raadgevende bevoegdheid, waaronder Amnesty International, hebben spreektijd in de vergadering. De Mensenrechtenraad telt 47 landen, bij toerbeurt gekozen, waarvan 13 uit Afrika, 13 uit Azië, 6 uit Oost-Europa, 8 uit Latijns-Amerika, 7 uit `West-Europa en overige`. In 2006 werd o.m. Nederland gekozen; de VS zeiden vooralsnog geen zitting in de raad te willen nemen. Gekozen kunnen worden, in geheime stemming, de landen die `de hoogste normen van bevordering en bescherming van mensenrechten naleven`. Desondanks kwamen in 2006 ook landen als China, Cuba, Saudi-Arabië, Pakistan, Rusland en Guatemala in de raad. De Mensenrechtenraad bespreekt ontwerpteksten van verdragen en verklaringen. Zij kan speciale rapporteurs, deskundigen en werkgroepen aanstellen. Het Centrum voor Mensenrechten is het secretariaat, gevestigd in Genève (met enkele stafleden in New York), voor diverse VN-organen op het terrein van de mensenrechten. Het verzamelt gegevens, bijv. voor de speciale rapporteurs. Het heeft een eigen taak in het organiseren van seminars en cursussen. Van 1977 tot 1982 was de Nederlander Theo van Boven directeur, sinds 1997 heeft de voormalige Ierse president Mary Robinson de leiding van het centrum als Hoge Commissaris voor Mensenrechten. Het instituut van de Hoge Commissaris voor Mensenrechten werd ingesteld in 1993.

vn-normen voor bedrijven
maatschappelijk verantwoord ondernemen

vn-subcommissie
De `Subcommissie voor voorkoming van discriminatie en bescherming van minderheden` was onderdeel van de VN-commissie voor mensenrechten. De Subcommissie telde 26 leden, gekozen in hun individuele capaciteit. Zij vergaderden jaarlijks gedurende vier weken in augustus en september. De Subcommissie heeft een groot aantal studies uitgebracht, zoals over noodtoestand, administratieve detentie, inheemse volken, meningsuiting en mensenrechtenverdedigers. Vanaf 2007 gaat de Subcommissie op in de VN-Mensenrechtenraad.

voedsel
Het recht op adequate voeding is vastgelegd in het VN-verdrag (EcSoCu). De belangrijkste schending van dit recht is honger. Verwante schendingen zijn het ontbreken van schoon drinkwater, het niet garanderen van voldoende inkomen om voedsel te kopen, monopolievorming en hoge prijzen van zaden en mest, willekeurige landonteigening, slechte voeding in detentiecentra enz. De wereldvoedselproductie is sinds de jaren zeventig jaarlijks gemiddeld met 3% gestegen, ruim boven de groei van de wereldbevolking, maar hongersnoden zijn daarmee niet verdwenen. Wel is met het voorkómen van hongersnoden vooruitgang geboekt. Ze doen zich nu vooral nog voor in landen die in oorlog verkeren of die een sterk ondemocratisch bewind hebben. Er is veel `verborgen` hongersnood; zo zou in China wellicht 10% van de bevolking (vooral in afgelegen gebieden) onvoldoende te eten hebben. In Afrika bleef de voedselproductie tussen 1970 en 1985 achter bij de bevolkingsgroei, en hield in de jaren daarna ongeveer gelijke tred. De internationale voedselhulp van de FAO en de nationale hulporganisaties kwam vooral ten goede aan Afrika. Voedselproblemen zijn niet op de eerste plaats het gevolg van onvoldoende capaciteit (de wereld kan meer dan voldoende voedsel produceren), natuurrampen of inefficiënt gebruik van landbouwgrond. Ze zijn vooral het gevolg van armoede, gebrekkige organisatie, ongelijke handelsverhoudingen en het onderdrukken van vrij ondernemerschap. Een ernstige verstoring van de wereldvoedselproductie vormen de enorme subsidies die in het Westen aan landbouw en veeteelt worden gegeven: meer dan 300 miljard dollar per jaar.

volk
Groep met een gedeelde taal, cultuur en geschiedenis. Volken zijn formeel de basis van het internationaal recht (volkenrecht). De VN-verdragen van 1966 noemen het recht op zelfbeschikking van volken, het Afrikaans handvest voor de rechten van mens en volken stelt dit met nog meer nadruk. Dat zelfbeschikkingsrecht is daarmee onderdeel van de collectieve rechten geworden. In de praktijk echter wordt het internationaal recht beheerst door staten; een volk zonder staat kan zelden aanspraak maken op soevereiniteit. Het recht op zelfbeschikking maat pas serieus kans wanneer een volk door gewapende strijd (bijv. de Eritreeërs in Ethiopië), verzwakking van de centrale macht (bijv. de Baltische volken in de Sovjet-Unie) of internationale druk (bijv. Tibetanen in China) internationaal aandacht kan opeisen. Het aantal volken in de wereld is moeilijk te schatten, maar zou gelijk kunnen worden gesteld aan het aantal talen: ongeveer vijfduizend. De uitroeiing, of poging daartoe, van een volk heet genocide als het om een etnische groep gaat of wordt wel `democide` (buitengerechtelijke executies) genoemd als het een ander soort volk of (politieke) bevolkingsgroep betreft. Zie ook inheemse volken; minderheden; nationaliteit; ontwikkeling; staat

voorarrest
Voorarrest is volgens het Europees verdrag alleen mogelijk bij redelijk vermoeden van een strafbaar feit, voor het beletten van het plegen van of het vluchten na een strafbaar feit. De tijd dat de gevangene niet weet waar hij aan toe is moet kort zijn, hij moet `onverwijld` worden voorgeleid.

vooruitgang
ontwikkeling

voorzieningen
In het VN-verdrag (EcSoCu) is het recht op maatschappelijke voorzieningen en verzekeringen vastgelegd. Het verdrag is verder weinig specifiek op dit punt. Vastgelegd is de verplichting tot betaald verlof of uitkeringen voor moeders rond de bevalling. Het recht op een werkloosheidsuitkering, dat wel in de Universele verklaring staat, is niet terug te vinden in bindende verdragen. De andere voorzieningen van het EcSoCu-verdrag hebben o.m. betrekking op de bescherming van het gezin en van vrouwen tijdens zwangerschap, en bescherming tegen kinderarbeid. Diverse voorzieningen zijn ook opgenomen in de verdragen van de ILO. De Nederlandse grondwet spreekt alleen in algemene zin van een `recht op bijstand`.

vrede
Een van de collectieve rechten. In internationaal recht, de normale situatie van de verhoudingen tussen staten, gekenmerkt door afwezigheid van openlijke vijandigheden. De Duitse filosoof Immanuel Kant (1724-1804) stelde als vereiste voor vrede in Europa dat alle staten republieken zouden zijn en zich in een federatie van vrije staten aaneen zouden sluiten. De Haagse vredesconferenties van 1899 en 1907 legden een verdrag voor de vreedzame regeling van internationale geschillen vast, gepaard met een Permanent Hof van Arbitrage. Later werd het handhaven van de vrede de belangrijkste taak van Volkenbond en VN. Sinds de Tweede Wereldoorlog is volgens de principes van Neurenberg het veroorzaken van oorlog een `misdrijf tegen de vrede`, maar de betekenis van dat misdrijf is op de achtergrond geraakt door de formulering van de misdaad van agressie. Tot de activisten die zich speciaal voor vrede en tegen oorlog en oorlogsgeweld hebben ingezet behoren Kofi Annan (VN), Hanan Ashrawi (Palestina), Tobias Asser (Nederland), Andrej Babitski (Tsjetsjenië), Ingrid Betancourt (Colombia), Jimmy Carter (VS), René Cassin (Frankrijk), Noam Chomsky (VS), de Dalai Lama (Tibet), Mahatma Gandi (India), André Glucksman (Frankrijk), Michail Gorbatsjov (Rusland), Lida Joesoepova (Tsjetsjenië)., Natasa Kandic (Joegoslavië), Kim Dae Jung (Zuid-Korea), Bernard Kouchner (Frankrijk), Raphael Lemkin (Polen), Chiara Lubich (Italië), Séan MacBride (Ierland), Nelson Mandela (Zuid-Afrika), Martin Niemöller (Duitsland), David Owen (Verenigd Koninkrijk), Olaf Palme (Zweden), Johan Galtung (Noorwegen), Mary Robinson (Ierland), Bert Röling (Nederland), Franklin en Eleanor Roosevelt (VS), Bertrand Russell (Engeland), Andrej Sacharov (Rusland), Eyad El-Sarraj (Palestina), Jean-Paul Sartre (Frankrijk), Albert Schweitzer (Duitsland), Dorothee Sölle (Duitsland), Max van der Stoel (Nederland), Desmond Tutu (Zuid-Afrika), Elie Wiesel (VS), Jody Williams (VS).

vredesmachten
(Eng: peacekeeping forces) Troepen van buiten die krachtens een verdrag worden ingezet om de vrede te handhaven. De bekendste internationale vredesmachten zijn de `blauwhelmen` of `blauwe baretten` van de VN, die kunnen worden uitgezonden door de Veiligheidsraad. De VN heeft waarnemersgroepen en monitors gestuurd naar o.m. Palestina, Libanon, India en Midden-Amerika. Vredesmachten werden o.m. ingezet in Egypte-Israël (1956-1957 en 1973), Kongo (1960-1964), Nieuw-Guinea (1962-1963), Cyprus (1974-), Israël-Syrië (1974), Libanon (1978), Namibië (1989). Vanaf de jaren negentig groeide het aantal vredesmachten sterk, o.m. in Irak, voormalig Joegoslavië, Somalië, Mozambique, Cambodja, Ethiopië-Eritrea Democratische Republiek Congo, India-Pakistan, Westelijke Sahara, Kosovo, Sierra Leone en Libanon. Voorbeeld van een niet-VN vredesmacht die voortkwam uit een overeenkomst tussen twee staten was de Indiase vredesmacht die in 1987-1990 opereerde in het noorden van Sri Lanka, in een poging het geweld van en tegen Tamils tegen te gaan. In Liberia werd in 1990-1991 ingegrepen door een vredesmacht van de Organisatie van West-Afrikaanse Staten. Het inzetten van vredesmachten geldt als een vorm van humanitaire interventie.