Kopie van `AstroStart`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.


AstroStart
Categorie: Meteorologie en Astronomie > Sterrenkunde
Datum & Land: 15/02/2007, NL
Woorden: 33


Andromeda

Het sterrenbeeld Andromeda is een bekend sterrenbeeld. Het sterrenbeeld is
te zien vanaf Augustus tot en met December. Het sterrenbeeld staat pal naast Pegasus (het vliegende paard), ze worden samen ook wel eens opgemerkt als een ‘reuzenwagen’ aan de hemel.
→ De Andromeda en Pegasus bij elkaar
Natuurlijk hoort er bij Andromeda weer een mooie mythe. Andromeda was de dochter van Cassiopeia en Cepheus, de koning van Ethiopië. Ze waren altijd aan het pronken met hun dochter, vooral Cassiopeia. Ze pronkte ermee dat haar dochter veel mooier was dan de Nereïden, de zeenimfen zijn. Op een gegeven moment maakte Cassiopeia en Cepheus de zeegod Poseidon (bij de romeinen Neptunus) zo boos, dat hij er genoeg van had en de vooral ijdele moeder wel eens een lesje zou leren. De god Poseidon liet weten dat het zeemonster Cetus het land zou laten overstromen, en dat dat alleen voorkomen kon worden als Andromeda opgeofferd zou worden. Andromeda werd vastgeketend aan een rots vlak voor de afgrond, waar beneden Cetus wachtte.
← Andromeda vastgeketend voor de afgrond
Vlak voordat Cetus Andromeda ook echt kon verslinden kwam Perseus eraan. Deze had een oogje op Andromeda dus dat kwam goed uit, hij bevrijdde haar op één voorwaarde: dat hij met haar mocht trouwen. Cassiopeia en Cepheus waren daar blij mee want ze vonden het niet een geschikte schoonzoon maar het kon niet anders.

Apollo 1
Een gewone `test` op de grond loopt uit in een fataal ongeluk. Een ongeluk dat de Apollo-missie bijna doet beëindigen. Virgil Grissom, Edward White en Roger Chaffee komen bij het ongeluk om het leven. Hoe het precies is gegaan lees je in dit artikel.
Apollo 1 zou de eerste Apollo-missie worden van de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA. Maar voordat de NASA Apollo-capsules kon lanceren, moest het ontwerp getest worden. Zo ook op 27 januari 1967. Het leek een doodnormale test te worden. Er werd al steeds lakser gedaan over de testen op aarde, want daar kon toch niets mis gaan. Wetenschappers deelden het idee dat het pas echt moeilijk ging worden in de ruimte.
Het interieur werd nauwelijks gecontroleerd en ook aan andere zaken werd weinig aandacht besteed door NASA, want het zou toch wel goed zijn. Op de foto`s na het fatale ongeluk was te zien dat er gewoon nog een dopsleutel in de capsule lag! Deze was `gewoon` door iemand laten liggen. Naderhand bleek dat deze dopsleutel niets te maken had met de brand.
Maar wat was nu de precieze oorzaak, als het de dopsleutel niet was? We gaan terug in de tijd naar het moment dat de test bezig was.
De drie astronauten liggen in de capsule. Er wordt grondig getest. Tijdens de communicatie tussen de astronauten en de vluchtleiding blijkt dat er nog veel ruis aanwezig is op de lijn. Telkens wordt de verbinding op een andere lijn gezet, om zo betere communicatie te krijgen.

Apollo 13
Op 11 april 1970 vond de lancering plaats van de Apollo 13. Misschien wel de bekendste vlucht uit het Apollo-programma. Aan boord waren James Lovell (commandant), John Swigert (piloot van de commando module) en Fred Haise (piloot van de maanlander). Eigenlijk zou astronaut Mattingly meegaan met deze vlucht. Omdat hij echter mogelijk besmet was met de mazelen, werd hij kort voor de lancering vervangen. Deze vlucht was een echte rampvlucht, gezien er van alles mis ging tijdens de missie en de bemanningsleden ternauwernood aan de dood ontsnapt zijn.
Tijdens een test op Cape Canaveral al bleek een heliumtank in de daaltrap niet goed geïsoleerd te zijn. Er werd toen besloten dat de astronauten drie uur eerder zouden overstappen naar de maanlander. Later bleek dit hun redding, want hierdoor waren de vluchtleiders van de maanlander aanwezig toen zij dringend nodig waren.
Toch werd de Apollo op 11 april gelanceerd. Vijf en een halve minuut na de lancering voelden de astronauten opeens een schok. Na alle metertjes gecontroleerd te hebben bleek dat de belangrijkste motor was uitgevallen. Dit was nog geen reden tot echte paniek omdat de andere motoren het werk konden overnemen.
Even later begon er een live tv-uitzending waarin de astronauten lieten zien hoe ze in de ruimte werkten. Ze waren toen 56 uur onderweg. Zo’n negen minuten na de uitzending waarin Jim Lovell iedereen nog een rustige nacht toewenste ontplofte de zuurstoftank en sloeg een gat in de capsule waardoor deze onbestuurbaar werd.

Apollo 14
Apollo 14 was de derde missie van het Apollo programma waarbij op de maan werd geland. De landingsplaats was Fra Mauro, een locatie die eerst gepland stond voor de Apollo 13 maanlanding. De bemanning van deze Apollo missie bestond uit Alan Shepard (gezagvoerder), Ed Mitchell (maanlander piloot) en Stu Roosa (commandomodule piloot).
De missie is beroemd geworden door Alan Shepard, die besloot om te golfen op het oppervlak van de maan. Hij sloeg het balletje 200 tot 400 meter ver weg.
De lancering vond plaats op 31 januari 1971, waarna de bemanning op 5 februari 1971 landde op het oppervlak van de maan. Op 9 februari 1971 landde de bemanningsleden weer op aarde.


Apollo 9 missie
Apollo 9 was de derde bemande missie van het Apollo programma. De missie begon op 3 maart 1969 en duurde tien dagen. Het was de tweede bemande vlucht met de Saturn V raket en de eerste bemande vlucht met de maanlander (Lunar Module of LM).
De bemanning van de Apollo 9 bestond uit McDivitt, Scott en Schweickart. In de ruimte werd de koppeling tussen de maanlander en de besturingsmodule (Command Service Module of CSM) geoefend. Ook voerden de astronauten nog ruimtewandelingen uit en testten ze een nieuw ruimtepak. De bemanningsleden van de Apollo 9 gingen dus niet (in)direct naar de maan toe, zoals de astronauten van de Apollo 8 en de latere Apollo-missies.
De Apollo 9 capsule landde 290 km ten oosten van de Bahama`s in de Stille Oceaan en de bemanning werd met een helikopter opgepikt en vervoerd naar de U.S.S. Guadalcanal.
Het bemanningcompartiment van de maanlander (descend stage) stortte op 23 oktober 1981 neer, het lanceerplatform van de maanlander (ascend stage) op 22 maart 1969.


Asteroïde 2002 NT7
De asteroïde 2002 NT7 zorgde in 2002 voor veel opschudding. Deze asteroïde heeft een doorsnee van twee kilometer en zou dus veel ravage aanrichten. Als de asteroïde de aarde raakt dan kunnen we rekenen op klimaatsveranderingen en waarschijnlijk zal een gebied ter grootte van een werelddeel verwoest worden. Wat is de kans dat de asteroïde de aarde raakt? Hoe berekenen ze het? En wat als het object ons raakt?
Op 9 juli 2002 kwam het LINEAR team met een verassende mededeling. In 2019 kan een asteroïde de aarde raken. De kans was toen 1 op 200.000, want je moet ervan uitgaan dat een asteroïde door veel andere objecten, zoals planeten, een afwijkende baan kan krijgen. Botsingen met andere asteroïden, zwaartekracht van hemellichamen en door kleine afwijkingen in de baan veranderd een baan van een asteroïde voortdurend. Toch is de kans van 1 op 200.000 nog groot, want de kans bestaat dat je geraakt wordt, ook al is het minimaal. Later die maand, eind juli, ging men zich meer wenden tot de asteroïde en werden er nieuwe baanberekeningen gemaakt. De kans daalde naar 1 op 200.000. Sommige wetenschappers hadden zelfs uitgerekend dat er geen kans tot inslaan meer was!
Hoe hebben deze mensen dat uitgerekend? Ze hebben eerst de baan van de asteroïde berekend en dat kan gemakkelijk door verschillende meetapparatuur. Daarna is in dit bestandje de baan van de aarde gebracht. Ze hebben het bestandje geopend en laten draaien.

Atacama Large Millimeter Array
De Atacama Large Millimeter/submillimeter Array (ALMA) is een internationaal astronomisch project dat bestaat uit een astronomische interferometer, gevormd door een netwerk van radiotelescopen. Deze radiotelescopen bevinden zich in de Atacama woestijn (noord Chili). Dankzij dit netwerk van radiotelescopen hopen wetenschappers meer inzicht te krijgen in het stervormingsproces in het jonge universum en in het planeetvormingsproces.
Het project kost nu al meer dan een miljard dollar. In 2011 is het volledige netwerk klaar.


Buitenaardse beschavingen
Neem je alle zandkorreltjes bij elkaar over de hele wereld en je hebt nog lang niet alle sterren in ons heelal. Dit aantal is zo groot, dat wij het niet kunnen bevatten. Zelfs ons melkwegstelsel bevat tweehonderd miljard sterren! Zijn wij dan de enige intelligente beschaving tussen al die zandkorreltjes? Zijn wij hier alleen?
Na het lezen van enkele boeken en artikelen ben ik meer te weten te komen over buitenaards leven en ik heb zelf ook een mening over buitenaards leven. Hopelijk kan jij na het lezen van dit artikel ook zelf een mening vormen over deze discussie.
Al in de 17e eeuw werd er nagedacht over leven elders in het heelal. Toen Galileo zijn telescoop richtte op Jupiter zag hij kleine werelden om deze gasreus, die we nu kennen als Europa, Io, Ganymedes en Callisto. Tevens richtte hij zijn telescoop op de maan en daar zag hij vele bergen, dalen en vlakten. De vlakten noemde hij `zeeën.` Het leek heel erg op een tweede aarde, ondanks dat het één grijze vlakte was.
Maar gaan we nog verder terug in de tijd, dan zien we dat er toen al mensen dachten dat er meer moest zijn. In de vierde eeuw zei de Griek Metrodoros van Chios: `De opvatting dat de aarde de enige planeet is, is net zo onzinnig als de bewering dat in een uitgestrekt veld slechts een zaadje kan kiemen.` Giordano Bruno, een Italiaan uit de 16e eeuw die uiteindelijk op de brandstapel belandde, dacht dat er meerdere zonnen waren en dat er rond iedere zon planeten draaien die allemaal leven kennen.

Ceres
Op de eerste dag van januari 1801 ontdekte Giuseppe Piazzi een object, waarvan hij in eerste instantie dacht dat het een nieuwe komeet was. Nadat hij de baan beter had bekeken, was het duidelijk dat het geen komeet was, maar een kleine planeet. Piazzi ontdekte de dwergplaneet Ceres, vernoemd naar de Siciliaanse godin van het graan. In eerste instantie werd het object als een planeet beschouwd, maar in de jaren daarna werden andere asteroïden gevonden, zoals Pallas, Vesta en Juno. Aan het eind van de 19e eeuw waren er al enkele honderden ontdekt. Momenteel zijn er al honderdduizenden asteroïden gevonden en ieder jaar komen er een paar duizenden bij.
Er zijn 26 bekende asteroïden die een grotere diameter dan 200 kilometer hebben. Ceres hoort daarbij, maar is net weer iets groter dan de andere 25 objecten. Daarentegen is Ceres ook rond en hierdoor vertoont het object gelijkenissen met een planeet. Toch maakte Ceres altijd deel uit van de asteroïdengordel en werd het nooit gezien als een planeet. In 2006 kwam daar bijna verandering in. Tijdens de ledenvergadering van de Internationale Astronomische Unie beslisten wetenschappers over de toekomst van de asteroïde. Het leek er even op dat Ceres een planeet ging worden, maar uiteindelijk kreeg het object het predikaat `dwergplaneet.` Toch is Ceres geen asteroïde meer en is het wel degelijk anders dan de andere objecten in de asteroïdengordel.

Clusters
De aarde zorgt ervoor dat wij met onze benen op het oppervlak blijven staan. Dit komt door de zwaartekracht. De maan blijft ook netjes om de aarde draaien en maakt geen rare afwijking naar Mars. Ook besluit hij er niet vandoor te gaan naar Venus. Net zoals onze planeten ten opzichte van onze zon. Hebben we als planeet ooit de ster Proxima Centauri van dichtbij gezien? Het antwoord is nee, want dat kan niet. Je kunt het zonnestelsel en het melkwegstelsel goed vergelijken met een paar sporen naast elkaar. Op beide sporen rijden twee treinen in dezelfde richting. Natuurlijk zijn er onderlinge verschillen, want een trein zal vast iets sneller zijn dan de ander, maar over het algemeen blijft de afstand redelijk gelijk.
Zo zit dat ook met clusters: groepen melkwegstelsels bij elkaar. Door de zwaartekracht blijven ze bij elkaar. Zo zijn wij ook lid van een kleine cluster dat bestaat uit dertig melkwegstelsels. Ons cluster heet toepasselijk de `Lokale Groep`. Hieronder een voorbeeld van de nabije leefomgeving.
Je ziet hier links onze cluster. Rechts zie je een ander cluster. Je ziet dat een cluster een groep is. Zulke groepen komen niet dicht bij elkaar en gebeurt dat wel, dan vormen ze samen een groter cluster. Meestal blijven de clusters stabiel. Binnen clusters kan er wel sprake zijn van aantrekkingskracht. Ons melkwegstelsel en het Andromedastelsel kruisen elkaar in de verre toekomst hoogstwaarschijnlijk.

European Space Agency
ESA is een samenwerkingsverband tussen 17 landen in Europa. Deze landen zijn Nederland, België, Frankrijk, Spanje, Portugal, Duitsland, Zwitserland, Oostenrijk, Denemarken, Noorwegen, Zweden, Finland, het Verenigd Koninkrijk, Ierland, Italië, Griekenland en Luxemburg.
ESA’s projecten richten zich op onderzoek naar de aarde, de omliggende ruimte, het zonnestelsel en het heelal. Maar ook op de ontwikkeling van op satellietsystemen gebaseerde technologieën en de bevordering van de economie in Europa. Bovendien werkt ESA wereldwijd samen met internationale ruimtevaartorganisaties.
Ariane 5
Vestigingen
Het hoofdkwartier van ESA ligt in Parijs. De belangrijkste beslissingen over toekomstige projecten worden hier genomen. Verder heeft ESA vestigingen die over heel Europa verspreid zijn. Iedere vestiging heeft haar eigen verantwoordelijkheden.
Hieronder volgt een overzicht van de vestigingen van ESA.
ESTEC (European Space Research and Technology Centre) is gevestigd in Noordwijk (Nederland). Zij vormt de designafdeling voor de meeste ruimtevaartuigen van ESA.
ESOC (European Space Operations Centre) ligt in Darmstadt (Duitsland). Dit is het vluchtleidingcentrum voor de satellieten van ESA.
EAC (European Astronauts Centre) is gevestigd in Keulen (Duitsland). Hier wordt de training van astronauten voor toekomstige missies verzorgt.
ESRIN (European Space Research Institute) ligt in Frascati (Italië).

Feitjes van planeten
De titel van dit `artikel` zegt het al wel. Hieronder zie je de delen van deze pagina. Klik op een onderdeel om er naartoe te gaan.
- Uitleg
- Mercurius
- Venus
- Aarde
- Mars
- Jupiter
- Saturnus
- Uranus
- Neptunus
- Pluto

Uitleg
Aantal manen:
Het officiële aantal manen
Afstand tot de zon:
Het gemiddelde van het Aphelium en het Perihelium.
Aphelium:
Afstand waarop de planeet zich het verst van de zon heeft verwijderd.
Daglengte:
De tijd tussen de hoogste stand van de zon op een dag en de volgende hoogste stand, gezien vanaf de evenaar.
Diameter:
De diameter is de afstand van punt a op de evenaar van de planeet, dwars door de de planeet naar punt b, precies aan de andere kant
Dichtheid:
De gemiddelde dichtheid (Gewicht van een kubieke meter) van een planeet, de atmosfeer niet meegeteld voor normale planeten.
Gemiddelde temperatuur:
Gemiddelde temperatuur over de gehele planeet.
Globaal magnetisch veld?
Of de planeet een meetbaar globaal magnetisch veld heeft.
Massa:
Hier hetzelfde als gewicht. Technisch gesproken is gewicht en massa niet hetzelfde, maar we hebben het maar zo gehouden.
Omloopsexcentriciteit:
`Uitgerektheid` van de omloopsbaan. De excentriciteit van een perfecte circel is 0.
Omloopsinclinatie:
`Scheefheid` van de omloopsbaan van de planeet ten opzichte van de baan van de aarde.

Johan Dreyer
John Louis Emil Dreyer (geboren op 13 februari 1852, overleden op 14 september 1926) was een Deense-Ierse astronoom. Hij werd geboren in Kopenhagen. Toen hij 22 was, werd hij assistent van Lord Rosse (wiens vader de Leviathan of Parsontown telescoop heeft gebouwd). In 1878 ging hij naar het Dunsink observatorium en in 1882 naar het Armagh observatorium, waar hij tot 1916 directeur was.
Zijn grootste bijdrage was nog wel het opstellen van de New General Catalogue, een catalogus met heel veel astronomische objecten van nevels tot sterrenclusters.
Dreyer hield zich ook bezig met de geschiedenis van astronomie. Na zijn dood werd er een krater op de maan naar hem vernoemd.

John Herschel
Sir John Frederick William Herschel werd geboren op 7 maart 1792 en stierf kort na zijn 79ste verjaardag op 11 mei 1871. Hij was een Engelse wiskundige, astronoom en fotograaf. Hij was de zoon van de astronoom William Herschel en was de vader van 12 kinderen.
Herschel introduceerde het gebruik van het Juliaanse systeem in de astronomie. Het Juliaanse systeem is redelijk makkelijk in gebruik. Op woensdag 21 februari 2007 was het Juliaanse dagnummer 2454153. De dag erna was het JDN 2454154. JDN 0,1 staat gelijk aan een-tiende van een dag, oftewel 2,4 uur. 0,00001 staat gelijk aan een-honderdduizendste van een dag, oftewel 0,864 seconden.
Daarnaast benoemde Herschel zeven manen van Saturnus en vier manen van Uranus. Het gaat om de manen Mimas, Enceladus, Tethys, Dione, Rhea, Titan en Iapetus van Saturnus en om de manen Ariel, Umbriel, Titania en Oberon van Uranus.
Herschel in 1846.

Nicolaus Copernicus
Copernicus was een zeer belangrijk astronoom. Hij is bekend geworden door zijn ideeën over de structuur van ons zonnestelsel. Hieronder volgt een korte beschrijving over het stelsel van Copernicus.
Aristoteles dacht dat de aarde stilstond en het middelpunt van het heelal vormde. De zon, maan, sterren en planeten zouden in cirkelvormige banen om de aarde draaien. Later werd dit het stelsel van Ptolemaeus. Dit stelsel werd algemeen aanvaard. Ook de katholieke kerk aanvaarde het stelsel omdat dit nog meer dan genoeg ruimte bood voor hemel en hel.
Copernicus kwam later met een nieuw stelsel. Hij dacht dat de zon het middelpunt van het heelal vormde en de planeten om de zon draaiden. Copernicus was zelf priester en twijfelde lange tijd over zijn eigen opvattingen, omdat hij Aristoteles als genie beschouwde. Later twijfelde hij niet meer, maar nu was hij bang geworden om zijn theorie bekend te maken. Dit kwam doordat het stelsel van Ptolemaeus ook door de kerk aanvaard was. In de opvattingen van Copernicus was geen plaats meer voor hemel en hel en dat zou in strijd zijn met de bijbel. Hij was bang dat de kerk hem als ketter zou zien. Men dacht ook dat dit onmogelijk was, omdat door een draaiende beweging van de aarde alles en iedereen weggeslingerd zou worden.
Hij deelde zijn theorie echter wel met goede vrienden die hem overigens ook niet geloofden. Maar in zijn laatste levensjaar werd dan toch zijn boek `De Revolutionibus orbium coelestium` gepubliceerd.

Oerknal
We leven nu in een heelal met veel sterrenstelsels en nog meer sterren. Deze zijn allemaal ontstaan, nog beter, ze zijn allemaal uit een punt gekomen! Het heelal dijt namelijk uit, dus als je terugberekend komt het heelal uit een punt. Uit dat punt is het heelal ontstaan. Dat punt noemen we ook wel de oerknal.
Laten we een stap terug in de tijd maken. Ongeveer 14 miljard jaar was er niets. Volgens deskundigen was er slecht een heel klein punt dat heel warm was en vol zat met energie. Dat puntje, dat microscopisch klein was, kon de druk niet meer aan en op een gegeven moment flitste het lichtje op en zette het punt enorm uit. Materie en energie vlogen niet de ruimte in, want er was geen ruimte voor de oerknal en er was tevens geen tijd. De tijd begon pas toen het heelal ging uitdijen. Daarbij kreeg ook de energie de kans om af te koelen. Eigenlijk kun je de oerknal dus niet zien als een knal. Het was gewoon de explosieve uitdijing van dat ene microscopische puntje.
Hoe verliep de oerknal? Wel, het begon met een explosieve uitdijing. Een fractie naar de oerknal was het heelal zo groot als een grapefruit en het bestond uit zuivere, hete energie. Hoe warm het toen was, daar kunnen we nu nog geen voorstelling van maken.
Wel kunnen we een voorstelling van de eerste seconde na de oerknal maken. Toen was ons heelal even groot als ons zonnestelsel, alleen was het een miljoen keer warmen dan de kern van de zon! De kleine deeltjes (protonen, elektronen en neutronen, waaruit atomen bestaan) worden gevormd.

Olympus Mons
De Olympus Mons is waarschijnlijk de grootste vulkaan in ons zonnestelsel. Deze `dode` vulkaan laat alleen nog maar lavastromen over het rotsachtige oppervlakte van Mars stromen die honderden kilometers lang zijn, maar van uitbarstingen komt het niet meer.
De Olympus Mons ligt net iets boven de evenaar op het noordelijk halfrond van Mars. Met een professionele telescoop lijkt hij op een zwarte vlek die boven de roze wolken uitsteekt. Logisch dat hij er bovenuit steekt, want de Olympus Mons is 24 kilometer hoog. Dat is dus 3 Himalaya`s op elkaar, wat ongelooflijk hoog is. Verder is de Olympus Mons enorm breed. Hij zou bijna heel Nederland kunnen bedekken.
De Olympus Mons ligt samen met nog meer dode vulkanen in een bergachtig gebied rond de evenaar, genaamd het Tharsis en het Elysum. De andere vulkanen zijn een stuk kleiner is.
Het ziet ernaar uit dat de Olympus Mons altijd blijft bestaan. Het oppervlak van Mars evolueert niet zoveel, zodat het eeuwenlang hetzelfde kan blijven.
Auteur: Tim Kraayvanger

Orion
In de klassieke oudheid werd dit sterrenbeeld Orion genoemd, oftewel de Jager. Van Rigel naar Mintaka was het rechterbeen, van Saiph naar Alnitak was het linkerbeen. De 3 sterren Alnitak, Alnilam en Mintaka dienden als riem of als taille.
Orion is goed te zien op het zuidelijk halfrond en op het noordelijk halfrond, doordat Orion aan weerszijden uitgespreid is over de hemelequator. Zwaaiend met zijn machtige knots beheerst Orion de nachthemel als hij zich vroeg in het jaar opmaakt voor de strijd met Taurus. Achter zijn rug staat, Monoceros, de Eenhoorn, die gedeeltelijk verloren gaat in de band van de Melkweg.
Hieronder een kaart van Orion. Naderhand van deze kaart gaan we verschillende hoogtepunten uit Orion behandelen.
1. Betelgeuse
Betelgeuse is een grote rode superreus, magnitude 1. Deze ster heeft bijna al zijn waterstof opgebrand, en zal binnen enkele miljoenen jaren een supernova worden en dan (waarschijnlijk) een zwart gat. Nu zijn al enkele dingen aan Betelgeuse te herkennen, waaronder een betrekkelijk warme plek. Daar is de temperatuur iets warmer en daardoor is het oppervlak iets oranje-achtiger. Deze vlek is gemakkelijk te zien met de Hubble Space Telescope. Betelgeuse is ook de enige ster waarvan astronomen de oppervlakte kunnen bestuderen. Ook is Betelgeuse de helderste ster die schommelt in helderheid. Dit gebeurt in een periode van 6 jaar. Hij zwelt dan op van de omloopbaan van Mars tot de omloopbaan van Jupiter!
2.

Skylab
Skylab was het eerste Amerikaanse ruimtestation in een baan om de aarde en werd op 14 mei 1973 gelanceerd. Het ruimtestation bestond voornamelijk uit onderdelen die waren overgebleven uit het Apollo-tijdperk. Skylab werd gelanceerd met een Saturn V raket, wat de laatste lancering zou worden van deze mytische raket. De Saturn V raket had de jaren ervoor astronauten naar de maan mogen lanceren.
Na de lancering bleek hoeveel er mis was gegaan. Een zonnepaneel was volledig verloren gegaan, een ander bleef vastzitten en een hitteschild raakte ernstig beschadigd. Hierdoor werd Skylab tijdens de eerste missie op 25 mei 1973 zo geroteerd, dat de overgebleven zonnepanelen gericht werden op de zon. Hierdoor bleef de stroomvoorziening op een aanvaardbaar peil.
In totaal ontving het ruimtestation in een jaar tijd drie groepen astronauten, waarvan de laatste groep op 8 februari 1974 vertrok. Skylab cirkelde daarna nog een paar jaar onbemand om de aarde om in 1979 vervroegd terug te keren in de dampkring.


Space shuttle

In 1981 begon men met testen van spaceshuttles. Er zijn enorme krachten nodig om een spaceshuttle van de grond te krijgen. Een volgetankte spaceshuttle bevat 2 miljoen liter brandstof wat gelijk is aan een kleine kernbom!
Tijdens de lancering worden éérst de drie hoofdmotoren van de spaceshuttle ontstoken. De hoofdmotoren krijgen de brandstof van de externe brandstoftank (dat is de bruine tank die je op het plaatje ziet). Daarna worden ook de beide solid rocket boosters (SBR`s) ontstoken. De beide SBR’s doen in de eerste 2 minuten van de vlucht het meeste. Met een snelheid van 40973 km/uur brengen ze de Shuttle naar een hoogte van 45 km. Nadat de beide boosters zijn losgekoppeld blijven de drie hoofdmotoren aan de achterzijde van de spaceshuttle, nog 8 minuten branden. Zij brengen de spaceshuttle met een snelheid van 29.000km/uur in een baan om de aarde. De externe brandstoftank valt terug op aarde en verbrandt (gedeeltelijk) in de atmosfeer.
Het terughalen van een spaceshuttle vereist een enorme precisie; we moeten immers de snelheid van 29.000km/u terug dringen naar 0km/u om weer op aarde te staan. Bij deze terugkeer door de dampkring gaan we 25 keer sneller dan de geluidssnelheid. De hitte is enorm, het hete gas bij de spaceshuttle is 1600 graden Celsius!!
Vervolgens trekt de zwaartekracht van de aarde de spaceshuttle uit de dampkring. Je denkt vast dat de spaceshuttle door de dampkring gaat net als een vliegtuig landt.

Spaceshuttle Enterprise
De spaceshuttle Enterprise was de eerste shuttle die ooit werd gebouwd. De constructie was afgelopen op 17 september 1976, maar Enterprise is nooit de ruimte in geweest. De shuttle werd gebruikt om testen op uit te voeren. Columbia was in 1981 de eerste spaceshuttle in de ruimte.
Eigenlijk zou Enterprise de naam `Constitution` krijgen, maar door een protest van Star Trek fans besloot president Gerald Ford dat de shuttle de naam `Enterprise` moest dragen.
Enterprise werd tot 1985 gebruikt en staat momenteel tentoongesteld in het Smithsonian in Washington.


Spaceshuttleramp Columbia (2)
De Columbia wordt niet voor niets de `moeder der spaceshuttles` genoemd. Columbia hoort bij de eerste generatie en is al vanaf 1981 ingezet. Maar net zoals ieder ding kreeg ook Columbia ouderdomsgebreken. De laatste jaren werden missies steeds vaker uitgesteld door technische problemen, maar niemand kon voorspellen dat de 28ste vlucht fataal zou worden, ook al was Columbia een oudje.
Op 12 april 1981 steeg `s werelds eerste spaceshuttle Columbia op vanaf Cape Canaveral. De shuttle vloog een rondje om de aarde en landde daarna weer veilig op de thuisplaneet. De wereld was vol goede hoop over de spaceshuttle en het ging ook een tijdje goed met dit vervoersmiddel, tot in 1986. Op 28 januari 1986 verloor de wereld zeven astronauten. Onder deze zeven bevond zich een schoollerares. 73 seconden na de lancering ontplofte de spaceshuttle Challenger. Miljoenen mensen volgde de lancering live via televisie en zij zagen een gruwelijk drama. NASA beloofde dat het goed zou gaan in de toekomst. Spaceshuttlemissies moesten geen routine meer worden en met die woorden ontkwam NASA aan de kritiek.
De Challenger ontplofte enkele tientallen seconden na de lancering.
Begin jaren `90 had de spaceshuttle zijn tiende reis. De spaceshuttle had bijna 45 mensen de ruimte laten zien en alles verliep aardig, totdat het Congres en het Witte huis ermee begon te bemoeien. Steeds meer werd er van de ruimtevaartdienst verwacht, maar de geldkraan slibte dicht.

Supernova
Dit artikel gaat over wat er afspeelt in een kern van een ster die aan het einde van zijn levensweg staat en in een supernova veranderd. Verder zullen enkele typen supernova`s worden behandeld.
Een ster nadert het einde van zijn hoofdreeks. De druk binnenin de ster wordt groter. Daarbij worden waterstofelementen zo dicht op elkaar gedrukt dat er helium ontstaat. Er vormt zich in deze waterstofbol een heliumkern. De temperatuur in die heliumkern kan in deze periode oplopen van 40 miljoen graden naar 170 miljoen graden! Deze enorme hitte stroomt naar het oppervlak en de ster dijdt steeds verder uit, soms wel honderdmaal. De buitenkant wordt koeler en de ster wordt rood. Een rode reus is geboren. Soms zijn zulke rode reuzen 1.44 maal zo groot als onze zon of zelfs groter! Dan vind er een supernova plaats, aan het einde van zijn bestaan. Een supernova is een ontploffing van een ster. Dit straalt zo veel licht uit, dat een ster honderden tot duizenden malen helderder wordt! Maar hoe komt een ster in deze situatie?
De rode reus is dus geboren. De druk wordt nog groter in de kern en er vormt zich een nog zwaarder element: koolstof / zuurstof. Deze kern is ontzettend groot en er zit nog steeds een dikke schil helium erom heen. De waterstof is bijna helemaal verdwenen. De temperatuur in de kern komt boven de 170 miljoen graden. We zitten nu een miljoen jaar voor de daadwerkelijke supernova.

Supernova 1987A
De ster Sanduleak -690202 ontplofte op 23 februari 1987 in een naburig sterrenstelsel, de Grote Magelhaense Wolk. Deze supernova was alleen vanaf het zuidelijk halfrond zichtbaar.
Sindsdien dijt de omringende nevel continu uit. In 1987 was de supernova met het blote oog zichtbaar, maar tegenwoordig is het object nauwelijks zichtbaar.
De ster was een blauwe superreus en was ongeveer twintig keer zwaarder dan onze zon. Door de supernovaexplosie op 23 februari 1987 werd de ster plotseling 260 miljoen keer helderder dan onze zon.


Uranus
Algemene Informatie:
Uranus is een van de raarste planeten van het zonnestelsel. Dit komt omdat deze planeet gekanteld is, zijn rotatie-as is bijna horizontaal! Men is er nog steeds niet achter gekomen hoe dit komt. Eerst dacht men dat er een andere, grote planeet was die Uranus omver getrokken heeft. Deze planeet werd gevonden, Neptunus, maar Neptunus stond veel te ver weg om invloed te hebben op Uranus. Later ontdekte men Pluto, maar gezien dit de kleinste planeet is van het zonnestelsel is het dus ook weer ondenkbaar dat Pluto de oorzaker is. Een andere theorie is dat er ‘iets’ tegen Uranus opgebotst is en dit voor de omkanteling zorgde. Er zijn echter nooit sporen gevonden van zo’n crash en het Uranus-mysterie blijft bestaan.
De planeet die door William Herschel ontdekt werd was eerst gedoopt als Georgium Sidus, naar de toenmalige koning George III. Later werd de naam Uranus voorgesteld om de trend aan te houden de planeten te noemen naar mythologische figuren. Deze naam werd pas in 1850 geaccepteerd, 69 nadat de planeet ontdekt was.
Uranus ziet er van de buitenkant blauw en groen uit door het methaan-as dat als hoofdgas aanwezig is in de atmosfeer van de gasreus. Uranus heeft net zoals Jupiter en Saturnus (en Neptunus) geen vast oppervlak. Uranus heeft 11 ringen en een twintigtal grote manen. Er zijn hoogstwaarschijnlijk heel veel manen verborgen in de ringen, die de ringen bij elkaar houden.

Voeding in de ruimte
Veel mensen denken bij eten en drinken in de ruimte aan tubes gevuld met eten en vieze onsmakelijke gerechten. Tegenwoordig is er veel veranderd qua voeding in de ruimte en tubes worden niet meer gebruikt. Ook het voedingsprogramma is sterk veranderd sinds het Mercury-programma. Dit artikel gaat over de huidige voeding en hoe dit systeem in de loop der tijd is geevolueerd. Tevens kijken we even in de toekomst.
Historie
John Glenn, een van Amerika`s eerste astronauten, kreeg de eer om als eerste voeding in de ruimte te testen. De bijna-gewichtloze toestand buiten de aarde vereiste ander voedsel. Vloeistof kletst er niet op de grond als je het op de kop houdt, maar wordt kleine aparte druppeltjes die blijven rond zweven en in de apparatuur gaan zitten. Je begrijpt dat het eerste menu dus ook flink gelimiteerd was ten opzichte van aards eten. De eerste astronauten kregen samengeperste vierkante blokjes, bevroren en gedroogde poeder en drinken in aluminium tubes. Je kunt je wel voorstellen dat de eerste astronauten het eten niet lekker vonden en dat het niet fijn was om in de aluminium tubes te knijpen. Ook vonden ze dat de bevroren en gedroogde voeding erg kruimelde en dat was niet erg handig als het gaat om apparaten die daar gevoelig voor zijn.
Tijdens de Gemini missies werd het voedsel lichtelijk aangepast. De kleine blokjes voedsel werden nu omgeven door een gelatine laag om zo het kruimelen te voorkomen.

Vorming van de planeten
In de Orion-arm van het Melkwegstelstelsel, op 23.000 lichtjaar van het galactische centrum, zweefde geruisloos een reusachtige wolk van gas en stof door de ruimte. Het was inmiddels alweer minstens acht miljard jaar geleden dat het heelal, en alle materie daarin, was ontstaan na een gebeurtenis die de oerknal wordt genoemd. Kort daarna was de materie gaan samenklonteren tot sterren en melkwegstelsels. Het melkwegstelsel was dus al miljarden jaren oud en rijk aan sterren. Reuzensterren en kleinere sterren. Als een reuzenster sterft dan ondergaat hij een supernova-explosie. Zo`n explosie is dermate heftig dat er schokgolven van witheet plasma door naburige gaswolken gaan, waardoor het wankele evenwicht ter plaatse wordt verstoord en er nieuwe materieconcentraties beginnen te ontstaan. In een uithoek van die gaswolk in de Orion-arm van het melkwegstelsel moet 4,6 miljard jaar geleden zo`n schokgolf van een supernova zijn aangekomen. Met een snelheid van meer dan 32 miljoen kilometer per uur werd het gas in de wolk opgezweept. En vrijwel onmiddelijk begon een gasconcentratie samen te trekken en te roteren, al snel overgaand in een wervelende schijf van materiedeeltjes, met in het midden een nieuwe lichtbron: onze zon.
Volgens de achttiende-eeuwse Duitse filosoof Immanuel Kant waren de planeten, net zoals de zon, uit een wolk van gas en stof ontstaan. Hij had sterrenkundigen bovendien horen spreken over platte, grillige patronen van materie die her en der aan de hemel zouden staan.

Vosje - Vulpecula
Hoewel Vulpecula in feite Kleine Vos betekent, is de benaming Vosje toch wat populairder. Net als veel andere sterrenbeelden is Vulpecula een modern sterrenbeeld dat ontsproten is uit de geest van Johannes Hevelius in 1690. De volledige naam luidt echter Vulpecula cum Ansere, de Vos en de Gans in het Nederlands. Toen het sterrenbeeld nog niet zo oud was stelde Vulpecula een vos voor met een gans in zijn bek. Tegenwoordig is de gans echter verdwenen en staat de vos alleen aan de hemel. We kunnen echter nog een laatste restant terugvinden van de gans, namelijk in alfa Vulpeculae. Deze ster heet namelijk Anser.
Situering
Vulpecula ligt netjes in de Zomerdriehoek waardoor het, hoe kan het ook anders, een zomersterrenbeeld is. Met een oppervlak van 268 vierkante graden grenst het aan zes sterrenbeelden. Bijna het gehele noorden wordt ingenomen door Zwaan (Cygnus). Richting het westen komen we de Lier (Lyra) en Hercules tegen. Het zuiden is vervolgens eerlijk verdeeld onder Boogschutter (Sagittarius), Dolfijn (Delphinus) en Pegasus.
Sterren
Alfa Vulpeculae vormt samen met 8 Vulpeculae een duo. Anser zelf is van magnitude 4,44. De andere ster, 8 Vulpeculae, is echter van magnitude 5,82 en staat 13,7 boogseconden verder. De coördinaten van dit eerste paar zijn: RA 19h 28.7m DEC 24° 39.9’
16 Vulpeculae is al wat moeilijker om waar te nemen. Qua helderheid liggen beide sterren niet ver uiteen.

Voyager I & II
Het was een fraaie zomer in 1964. Gary Flandro werkte tijdens deze zomer op het JPL en hem werd gevraagd om bij de groep te komen die zich bezig hield met het berekenen van mogelijke trajecten voor ruimtesonden naar Jupiter. Op een dag merkte hij iets wat het legertje doorgewinterde sterrenkundigen was ontgaan. In een periode rond 1980 zouden alle vier buitenplaneten op een rechte lijn staan!
Direct verzond hij een bericht naar de NASA. Zo`n opstelling komt namelijk maar eenmaal per 180 jaar voor! De `Grote Rondreis` kon beginnen. Alhoewel dat dachten ze...
In de jaren zeventig waren ze druk bezig bij de NASA om de sonden te maken. Maar in 1972 had te NASA niet genoeg geld meer. Ze moesten dus inkrimpen op het budget. `We gaan niet, ik herhaal niet, naar Uranus en Neptunus,` aldus de hoofdbazen van de NASA. Gelukkig wilden de wetenschappers niet luisteren naar de bazen. Er werd een nieuwe instructie gegeven onder de wetenschappers zelf waar de bazen niets van wisten. Er werden toch grotere brandstoftanks ingebouwd. Alleen Pluto zouden ze niet halen. `Maar je moet toch nog wat overlaten voor de kinderen,` aldus Garry Hunt.
Men wist natuurlijk ook dat de Voyager`s uit het zonnestelsel zouden vliegen. `De onbekende ruimte` in. Daardoor hadden ze een vergulde plaat in de voyagers gebouwd. Op deze plaat staan de groeten van kinderen over de hele wereld, enkele liedjes waaronder Chuck Berry`s hit `Johnny B.

Vrouwen in de ruimte
Er zijn twee typen mensen. Mannen en vrouwen. De man was in de prehistorie de jager, de vrouw moest de kinderen verzorgen, vruchten en zaden verzamelen en zorgen voor de thuisbasis. Deze standaard bleef nog in de 20ste eeuw hetzelfde. De man was degene die iedere dag ging werken en de vrouwen waren voornamelijk thuis nodig. Gelukkig is dit al een tijdje aan het veranderen.
Tijdens de opkomst van de ruimtevaart werden eigenlijk ook altijd alleen maar mannen gebruikt. Astronauten waren voorheen vaak piloot van een straaljager. Dat beroep werd eigenlijk altijd door mannen volbracht. Tevens waren mannen fysiek sterker gebouwd en hadden ze geen maandelijkse problemen, zoals ongesteldheid. De man was altijd de leider en de jager en de man was dus degene die als eerste de ruimte in moest gaan.
Vrouwen vonden het vroeger niet erg om altijd naast de man te staan. Ze waren eraan gewend en kregen het mee van jongs af aan. Als er een televisieserie was waarin een vrouw een leidende rol speelde, dan werd dit vaak bekritiseerd door vrouwen. Een mooi voorbeeld daarvan is Star Trek. De donkere actrice Nichelle Nichols speelde Uhura. Volgens vrouwen uit de jaren 60 mocht ze alleen `ja, meneer` en `nee,meneer` zeggen. In de serie ging ze echter vaak in discussie met captain James T. Kirk. Dat konden vrouwen niet waarderen en dus werd de actrice bijna ontslagen.
Toch moesten de vrouwen ooit het luchtruim verkennen.

Zon
De zon bestaat uit een centrale kern, met daarom heen een stralingsgordel. En een convectieve zone, aan de buitenkant bestaande uit de fotosfeer en de gasachtige chromosfeer. In de kern wordt het ongeveer 15 miljoen °C.
In de kern wordt waterstof omgezet in helium. In de binnenste lagen wordt warmte van de kern doormiddel van straling verplaatst. De energie completeert zijn opwaartste reis door middel van enorme convectiecellen naar de bovenste laag, de fotosfeer, een gloeiende schil die de oppervlakte vormt. De temperatuur is daar 6.000°C.
Het observeren

Het is heel gevaarlijk om met een telescoop in de zon te kijken. Hierdoor kunnen mensen blind worden. Het gebruik van filters of fotonegatieve is niet veilig. De beste manier om de zon te observeren is het projecteren van het beeld door een telescoop en dan op een stuk karton te laten vallen. Een ander karton met een gat erin moet rondom het oculair van de telescoop. Het beeld wat u ziet is dat aan de rand het donkerde is dan in het midden.
Zonnevlekken
Zonnevlekken zijn donkere vlekken die in actieve gebieden verschijnen. Het centra van zeer sterke magnetische activiteit. Bij een paar vlekken is er een Noord en de andere zuid en er is een magnetisch veld tussen de vlekken. Ze zien er donker uit omdat daar de temperatuur lager is. Het centrum van zo`n vlek is ongeveer 4000°C. Om de 11 jaar herhaalt de activiteit zich.

Zonnevlekken
Zonnevlekken staan bekend als een fenomeen dat bij menig astronoom nog onduidelijk is. Vraag zo iemand maar eens: `Wat zijn zonnevlekken.` Het staat nu al bijna vast dat hij of zij je dit niet helemaal kan uitleggen. Daarom dit artikel.
Zonnevlekken werden voor het eerst waargenomen in China rond 28 voor Christus. De Chinezen keken met het blote oog naar de zon en zag zwarte vlekjes. Vele jaren later bevestigde Galilei deze theorie. Er zaten inderdaad vlekken op de zon. Tegelijkertijd was er ook nog een Christop Scheiner die dacht dat de vlekken kleine planeetjes waren die vlak boven het zonoppervlak draaiden.
In 1781 kwam William Herschel met zijn theorie. De zon is een planeet. Heel logisch? Misschien wel voor die tijd. Herschel dacht dat de zon een zwarte planeet was. De atmosfeer om deze planeet heen was heel helder. De atmosfeer zie je als je naar deze `planeet` kijkt, maar af en toe klaart de atmosfeer op en zie je de grond, het zwarte gedeelte. Dat waren de zonnevlekken; gaten in de atmosfeer van een planeet.
Natuurlijk geloofde veel mensen hem niet. Minder bekende astronomen hadden al een vermoeden dat de zonnevlekken bij de zon hoorden. Zo ook Heinrich Samuel. Hij ging uit van de theorie dat zonnevlekken bij de zon hoorden. Maar hij dacht dat er nog een planeet tussen Mercurius en de zon bevond, genaamd Vulcanos. In 1829 begon hij met zijn zoektocht. Hij bestudeerde de banen van de zonnevlekken goed en waren er duidelijke afwijkingen, dan was er misschien sprake van een nieuwe planeet! De planeet vond hij maar niet, maar toch vond hij in 1843 een conclusie.

Zonsverduistering
Een keer in de 70 jaar is er een totale zonsverduistering te zien. Met toeval is die ook te zien vanuit Nederland. Laten we er eens wat dieper op in gaan!
Vroeger werd een zonsverduistering gezien als iets ergs. Er is zelfs een keer een oorlog gestopt, doordat er toen toevallig een zonsverduistering optrad. De twee vechtende partijen waren zo onder de indruk dat ze spontaan vrede sloten. Tegenwoordig weten we wel beter. Een zonsverduistering treed op wanneer de maan tussen de zon en de aarde staat. Wel moet de maan niet te klein zijn, anders zie je een `gedeeltelijke` zonsverduistering. Hoe kan een maan nu kleiner worden of groter worden?
Zoals je weet draait de maan rond de aarde. Deze baan wijkt soms af. Af en toe is de baan verder verwijderd van de aarde en lijkt de maan kleiner en op een ander moment is de baan dicht bij de aarde en lijkt de maan groot. Ook de baan van de aarde om de zon wijkt af. Een baan dicht bij de zon zorgt voor een grote zon en een ver verwijderde baan zorgt voor een kleine zon. Dit zijn principes die belangrijk zijn voor een gedeeltelijke zonsverduistering of een hele. Is de baan van de aarde ver verwijderd van de zon, maar is de maan zeer dicht bij de aarde, dan is de maan groot en de zon klein en is er meestal sprake van een totale zonsverduistering die op een grote locatie te zien is. Is de zon gemiddeld verwijderd van de aarde en de maan ook dan is er een totale zonsverduistering op een kleine locatie te zien.