Kopie van `AstroStart`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.


AstroStart
Categorie: Meteorologie en Astronomie > Sterrenkunde
Datum & Land: 15/02/2007, NL
Woorden: 11


Apollo 1
Een gewone `test` op de grond loopt uit in een fataal ongeluk. Een ongeluk dat de Apollo-missie bijna doet beëindigen. Virgil Grissom, Edward White en Roger Chaffee komen bij het ongeluk om het leven. Hoe het precies is gegaan lees je in dit artikel.
Apollo 1 zou de eerste Apollo-missie worden van de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA. Maar voordat de NASA Apollo-capsules kon lanceren, moest het ontwerp getest worden. Zo ook op 27 januari 1967. Het leek een doodnormale test te worden. Er werd al steeds lakser gedaan over de testen op aarde, want daar kon toch niets mis gaan. Wetenschappers deelden het idee dat het pas echt moeilijk ging worden in de ruimte.
Het interieur werd nauwelijks gecontroleerd en ook aan andere zaken werd weinig aandacht besteed door NASA, want het zou toch wel goed zijn. Op de foto`s na het fatale ongeluk was te zien dat er gewoon nog een dopsleutel in de capsule lag! Deze was `gewoon` door iemand laten liggen. Naderhand bleek dat deze dopsleutel niets te maken had met de brand.
Maar wat was nu de precieze oorzaak, als het de dopsleutel niet was? We gaan terug in de tijd naar het moment dat de test bezig was.
De drie astronauten liggen in de capsule. Er wordt grondig getest. Tijdens de communicatie tussen de astronauten en de vluchtleiding blijkt dat er nog veel ruis aanwezig is op de lijn. Telkens wordt de verbinding op een andere lijn gezet, om zo betere communicatie te krijgen.

Apollo 13
Op 11 april 1970 vond de lancering plaats van de Apollo 13. Misschien wel de bekendste vlucht uit het Apollo-programma. Aan boord waren James Lovell (commandant), John Swigert (piloot van de commando module) en Fred Haise (piloot van de maanlander). Eigenlijk zou astronaut Mattingly meegaan met deze vlucht. Omdat hij echter mogelijk besmet was met de mazelen, werd hij kort voor de lancering vervangen. Deze vlucht was een echte rampvlucht, gezien er van alles mis ging tijdens de missie en de bemanningsleden ternauwernood aan de dood ontsnapt zijn.
Tijdens een test op Cape Canaveral al bleek een heliumtank in de daaltrap niet goed geïsoleerd te zijn. Er werd toen besloten dat de astronauten drie uur eerder zouden overstappen naar de maanlander. Later bleek dit hun redding, want hierdoor waren de vluchtleiders van de maanlander aanwezig toen zij dringend nodig waren.
Toch werd de Apollo op 11 april gelanceerd. Vijf en een halve minuut na de lancering voelden de astronauten opeens een schok. Na alle metertjes gecontroleerd te hebben bleek dat de belangrijkste motor was uitgevallen. Dit was nog geen reden tot echte paniek omdat de andere motoren het werk konden overnemen.
Even later begon er een live tv-uitzending waarin de astronauten lieten zien hoe ze in de ruimte werkten. Ze waren toen 56 uur onderweg. Zo’n negen minuten na de uitzending waarin Jim Lovell iedereen nog een rustige nacht toewenste ontplofte de zuurstoftank en sloeg een gat in de capsule waardoor deze onbestuurbaar werd.

Apollo 14
Apollo 14 was de derde missie van het Apollo programma waarbij op de maan werd geland. De landingsplaats was Fra Mauro, een locatie die eerst gepland stond voor de Apollo 13 maanlanding. De bemanning van deze Apollo missie bestond uit Alan Shepard (gezagvoerder), Ed Mitchell (maanlander piloot) en Stu Roosa (commandomodule piloot).
De missie is beroemd geworden door Alan Shepard, die besloot om te golfen op het oppervlak van de maan. Hij sloeg het balletje 200 tot 400 meter ver weg.
De lancering vond plaats op 31 januari 1971, waarna de bemanning op 5 februari 1971 landde op het oppervlak van de maan. Op 9 februari 1971 landde de bemanningsleden weer op aarde.


Apollo 9 missie
Apollo 9 was de derde bemande missie van het Apollo programma. De missie begon op 3 maart 1969 en duurde tien dagen. Het was de tweede bemande vlucht met de Saturn V raket en de eerste bemande vlucht met de maanlander (Lunar Module of LM).
De bemanning van de Apollo 9 bestond uit McDivitt, Scott en Schweickart. In de ruimte werd de koppeling tussen de maanlander en de besturingsmodule (Command Service Module of CSM) geoefend. Ook voerden de astronauten nog ruimtewandelingen uit en testten ze een nieuw ruimtepak. De bemanningsleden van de Apollo 9 gingen dus niet (in)direct naar de maan toe, zoals de astronauten van de Apollo 8 en de latere Apollo-missies.
De Apollo 9 capsule landde 290 km ten oosten van de Bahama`s in de Stille Oceaan en de bemanning werd met een helikopter opgepikt en vervoerd naar de U.S.S. Guadalcanal.
Het bemanningcompartiment van de maanlander (descend stage) stortte op 23 oktober 1981 neer, het lanceerplatform van de maanlander (ascend stage) op 22 maart 1969.


Asteroïde 2002 NT7
De asteroïde 2002 NT7 zorgde in 2002 voor veel opschudding. Deze asteroïde heeft een doorsnee van twee kilometer en zou dus veel ravage aanrichten. Als de asteroïde de aarde raakt dan kunnen we rekenen op klimaatsveranderingen en waarschijnlijk zal een gebied ter grootte van een werelddeel verwoest worden. Wat is de kans dat de asteroïde de aarde raakt? Hoe berekenen ze het? En wat als het object ons raakt?
Op 9 juli 2002 kwam het LINEAR team met een verassende mededeling. In 2019 kan een asteroïde de aarde raken. De kans was toen 1 op 200.000, want je moet ervan uitgaan dat een asteroïde door veel andere objecten, zoals planeten, een afwijkende baan kan krijgen. Botsingen met andere asteroïden, zwaartekracht van hemellichamen en door kleine afwijkingen in de baan veranderd een baan van een asteroïde voortdurend. Toch is de kans van 1 op 200.000 nog groot, want de kans bestaat dat je geraakt wordt, ook al is het minimaal. Later die maand, eind juli, ging men zich meer wenden tot de asteroïde en werden er nieuwe baanberekeningen gemaakt. De kans daalde naar 1 op 200.000. Sommige wetenschappers hadden zelfs uitgerekend dat er geen kans tot inslaan meer was!
Hoe hebben deze mensen dat uitgerekend? Ze hebben eerst de baan van de asteroïde berekend en dat kan gemakkelijk door verschillende meetapparatuur. Daarna is in dit bestandje de baan van de aarde gebracht. Ze hebben het bestandje geopend en laten draaien.

Atacama Large Millimeter Array
De Atacama Large Millimeter-submillimeter Array (ALMA) is een internationaal astronomisch project dat bestaat uit een astronomische interferometer, gevormd door een netwerk van radiotelescopen. Deze radiotelescopen bevinden zich in de Atacama woestijn (noord Chili). Dankzij dit netwerk van radiotelescopen hopen wetenschappers meer inzicht te krijgen in het stervormingsproces in het jonge universum en in het planeetvormingsproces.
Het project kost nu al meer dan een miljard dollar. In 2011 is het volledige netwerk klaar.


Clusters
De aarde zorgt ervoor dat wij met onze benen op het oppervlak blijven staan. Dit komt door de zwaartekracht. De maan blijft ook netjes om de aarde draaien en maakt geen rare afwijking naar Mars. Ook besluit hij er niet vandoor te gaan naar Venus. Net zoals onze planeten ten opzichte van onze zon. Hebben we als planeet ooit de ster Proxima Centauri van dichtbij gezien? Het antwoord is nee, want dat kan niet. Je kunt het zonnestelsel en het melkwegstelsel goed vergelijken met een paar sporen naast elkaar. Op beide sporen rijden twee treinen in dezelfde richting. Natuurlijk zijn er onderlinge verschillen, want een trein zal vast iets sneller zijn dan de ander, maar over het algemeen blijft de afstand redelijk gelijk.
Zo zit dat ook met clusters: groepen melkwegstelsels bij elkaar. Door de zwaartekracht blijven ze bij elkaar. Zo zijn wij ook lid van een kleine cluster dat bestaat uit dertig melkwegstelsels. Ons cluster heet toepasselijk de `Lokale Groep`. Hieronder een voorbeeld van de nabije leefomgeving.
Je ziet hier links onze cluster. Rechts zie je een ander cluster. Je ziet dat een cluster een groep is. Zulke groepen komen niet dicht bij elkaar en gebeurt dat wel, dan vormen ze samen een groter cluster. Meestal blijven de clusters stabiel. Binnen clusters kan er wel sprake zijn van aantrekkingskracht. Ons melkwegstelsel en het Andromedastelsel kruisen elkaar in de verre toekomst hoogstwaarschijnlijk.

Oerknal
We leven nu in een heelal met veel sterrenstelsels en nog meer sterren. Deze zijn allemaal ontstaan, nog beter, ze zijn allemaal uit een punt gekomen! Het heelal dijt namelijk uit, dus als je terugberekend komt het heelal uit een punt. Uit dat punt is het heelal ontstaan. Dat punt noemen we ook wel de oerknal.
Laten we een stap terug in de tijd maken. Ongeveer 14 miljard jaar was er niets. Volgens deskundigen was er slecht een heel klein punt dat heel warm was en vol zat met energie. Dat puntje, dat microscopisch klein was, kon de druk niet meer aan en op een gegeven moment flitste het lichtje op en zette het punt enorm uit. Materie en energie vlogen niet de ruimte in, want er was geen ruimte voor de oerknal en er was tevens geen tijd. De tijd begon pas toen het heelal ging uitdijen. Daarbij kreeg ook de energie de kans om af te koelen. Eigenlijk kun je de oerknal dus niet zien als een knal. Het was gewoon de explosieve uitdijing van dat ene microscopische puntje.
Hoe verliep de oerknal? Wel, het begon met een explosieve uitdijing. Een fractie naar de oerknal was het heelal zo groot als een grapefruit en het bestond uit zuivere, hete energie. Hoe warm het toen was, daar kunnen we nu nog geen voorstelling van maken.
Wel kunnen we een voorstelling van de eerste seconde na de oerknal maken. Toen was ons heelal even groot als ons zonnestelsel, alleen was het een miljoen keer warmen dan de kern van de zon! De kleine deeltjes (protonen, elektronen en neutronen, waaruit atomen bestaan) worden gevormd.

Olympus Mons
De Olympus Mons is waarschijnlijk de grootste vulkaan in ons zonnestelsel. Deze `dode` vulkaan laat alleen nog maar lavastromen over het rotsachtige oppervlakte van Mars stromen die honderden kilometers lang zijn, maar van uitbarstingen komt het niet meer.
De Olympus Mons ligt net iets boven de evenaar op het noordelijk halfrond van Mars. Met een professionele telescoop lijkt hij op een zwarte vlek die boven de roze wolken uitsteekt. Logisch dat hij er bovenuit steekt, want de Olympus Mons is 24 kilometer hoog. Dat is dus 3 Himalaya`s op elkaar, wat ongelooflijk hoog is. Verder is de Olympus Mons enorm breed. Hij zou bijna heel Nederland kunnen bedekken.
De Olympus Mons ligt samen met nog meer dode vulkanen in een bergachtig gebied rond de evenaar, genaamd het Tharsis en het Elysum. De andere vulkanen zijn een stuk kleiner is.
Het ziet ernaar uit dat de Olympus Mons altijd blijft bestaan. Het oppervlak van Mars evolueert niet zoveel, zodat het eeuwenlang hetzelfde kan blijven.
Auteur: Tim Kraayvanger

Skylab
Skylab was het eerste Amerikaanse ruimtestation in een baan om de aarde en werd op 14 mei 1973 gelanceerd. Het ruimtestation bestond voornamelijk uit onderdelen die waren overgebleven uit het Apollo-tijdperk. Skylab werd gelanceerd met een Saturn V raket, wat de laatste lancering zou worden van deze mytische raket. De Saturn V raket had de jaren ervoor astronauten naar de maan mogen lanceren.
Na de lancering bleek hoeveel er mis was gegaan. Een zonnepaneel was volledig verloren gegaan, een ander bleef vastzitten en een hitteschild raakte ernstig beschadigd. Hierdoor werd Skylab tijdens de eerste missie op 25 mei 1973 zo geroteerd, dat de overgebleven zonnepanelen gericht werden op de zon. Hierdoor bleef de stroomvoorziening op een aanvaardbaar peil.
In totaal ontving het ruimtestation in een jaar tijd drie groepen astronauten, waarvan de laatste groep op 8 februari 1974 vertrok. Skylab cirkelde daarna nog een paar jaar onbemand om de aarde om in 1979 vervroegd terug te keren in de dampkring.


Uranus
Algemene Informatie:
Uranus is een van de raarste planeten van het zonnestelsel. Dit komt omdat deze planeet gekanteld is, zijn rotatie-as is bijna horizontaal! Men is er nog steeds niet achter gekomen hoe dit komt. Eerst dacht men dat er een andere, grote planeet was die Uranus omver getrokken heeft. Deze planeet werd gevonden, Neptunus, maar Neptunus stond veel te ver weg om invloed te hebben op Uranus. Later ontdekte men Pluto, maar gezien dit de kleinste planeet is van het zonnestelsel is het dus ook weer ondenkbaar dat Pluto de oorzaker is. Een andere theorie is dat er ‘iets’ tegen Uranus opgebotst is en dit voor de omkanteling zorgde. Er zijn echter nooit sporen gevonden van zo’n crash en het Uranus-mysterie blijft bestaan.
De planeet die door William Herschel ontdekt werd was eerst gedoopt als Georgium Sidus, naar de toenmalige koning George III. Later werd de naam Uranus voorgesteld om de trend aan te houden de planeten te noemen naar mythologische figuren. Deze naam werd pas in 1850 geaccepteerd, 69 nadat de planeet ontdekt was.
Uranus ziet er van de buitenkant blauw en groen uit door het methaan-as dat als hoofdgas aanwezig is in de atmosfeer van de gasreus. Uranus heeft net zoals Jupiter en Saturnus (en Neptunus) geen vast oppervlak. Uranus heeft 11 ringen en een twintigtal grote manen. Er zijn hoogstwaarschijnlijk heel veel manen verborgen in de ringen, die de ringen bij elkaar houden.