Kopie van `Vego`s encyclopedie van de elektronica`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.


Vego`s encyclopedie van de elektronica
Categorie: Elektrotechniek en Elektronica > Electronica
Datum & Land: 15/02/2007, NL
Woorden: 768


Aanpassing
Is het zo aansluiten van een belasting op een bron dat er een optimaal resultaat wordt verkregen. Dat optimaal resultaat hangt af van het soort apparatuur dat men met elkaar wil verbinden. Zo moet de antenne-ingang van een FM-tuner aangepast worden op maximale energie-overdracht, dat wil zeggen zo groot mogelijk signaal aan de ingang van de tuner. In dat geval moet de ingangsimpedantie van de antenne-ingang precies gelijk zijn aan de impedantie van de antenne. Soms is het de bedoeling dat zo weinig mogelijk spanning van de bron verloren gaat. Dan moet de belasting een zo hoog mogelijke ingangsimpedantie hebben. Een magnetodynamisch element daarentegen moet zo aan een versterker worden aangepast, dat er een juiste amplitude-frequentie karakteristiek ontstaat. Een eindversterker moet aan een luidspreker worden aangepast voor maximale energie-overdracht. In onderstaande figuur zijn deze voorbeelden wiskundig samengevat in een grafiek, die de spanning-aanpassing en de vermogen-aanpassing van een belasting RL op een bron met inwendige weerstand RI voorstelt.
Hieruit blijkt duidelijk dat er maximale vermogen-overdracht plaats vindt als RL = RI.

Aanpassingsimpedantie
Is een impedantie (een wisselstroomweerstand) die een juiste aanpassing verzekert. Als men in de gebruiksaanwijzing van een CD-speler leest, dat de aanpassingsimpedantie van het apparaat 47 kOhm is, dan wil dat zeggen dat men dit apparaat moet aansluiten op een voorversterker, die een ingangsimpedantie van 47 kOhm heeft. Alleen dan zal de CD-speler maximaal zijn aangepast aan de voorversterker.

Aanraakschakelaar
Is een elektronische schakelaar, die wordt `gesloten` door de schakelaar met de top van de vinger aan te raken. Er bestaan twee systemen. Bij het eerste systeem bestaat het aanraakvlak uit twee geëtste elektroden die op een afstand van 1 mm van elkaar liggen. Door het aanraken van deze contacten zal de weerstand ertussen kleiner worden, waarop een elektronische schakeling reageert. Bij het tweede systeem bestaat het contact uit slechts één elektrode, zie onderstaande figuur. Bij het aanraken hiervan zal er in die elektrode een kleine wisselspanning worden geïnduceerd als gevolg van het elektrische stoorveld dat in het menselijk lichaam aanwezig is.
Dit stoorveld ontstaat doordat in de moderne leefomgeving overal het 50 Hz elektromagnetisch veld van de netspanning aanwezig is. Deze kleine spanning kan dan verder worden versterkt. De werking van de schakeling is als volgt. De niet-inverterende ingang van de op-amp ligt via een vrij hoge weerstand R1 (4,7 MOhm) aan de massa. Deze weerstand is echter zeer klein ten opzichte van de inwendige weerstand van deze ingang. De ingang ligt dus op de massa. Raakt men de sensor, een plaatje metaal of een kopspijkertje, aan dan zal het 50 Hz veld in het menselijk lichaam een kleine spanning in de sensor genereren. Deze spanning wordt versterkt in de op-amp. De positieve halve sinussen op de uitgang worden door de diode D1 doorgelaten en laden de condensator C1 (een elco van 10 µF) op. Over de elco ontstaat dus een gelijkspanning met weliswaar een brom, maar deze spanning is goed in staat een andere schakeling te triggeren.

Aanspreekspanning
Is de laagste spanning, waarop een relais nog reageert door het sluiten van de contacten.

Aarding
Het verbinden van elektronische apparatuur of een bepaald punt van een schakeling net het referentie spanningsniveau van de aarde. Door het aarden van elektrische apparatuur wordt voorkomen dat delen ervan, bijvoorbeeld een metalen behuizing, op spanningen komen te staan die levensgevaarlijk zijn. Er kan nooit spanningsverschil optreden tussen de aarde waarop het menselijk lichaam staat en geaarde punten van een schakeling. Een goede aarding is dus een noodzakelijke beveiliging voor mens en apparaat. In onderstaande figuur is getekend wat er gebeurt als men een niet-geaard apparaat, waarin kortsluiting tussen de fase-draad en de metalen behuizing is ontstaan, aanraakt. Op de fase-draad staat een spanning van 230 Veffectief ten opzichte van de aarde. Als men met de andere hand een geaard voorwerp aanraakt, staat deze spanning over het lichaam, hetgeen dodelijk kan zijn!

AB-instelling
Is een schakelwijze van voornamelijk eindversterkers in geluidsweergave apparatuur, waarbij er door de eindtrappen van die versterker niet gedurende de volledige periode van het ingangssignaal stroom vloeit. Er zal slechts stroom lopen gedurende de positieve halve periode en gedurende een deel van de negatieve halve periode. In onderstaande figuur is dit weergegeven voor een transistorversterkertrap. Het punt P noemt men het instelpunt van de versterkertrap.

ABC
Afkorting van `Automatic Bias Control`, een systeem waarmee men de instelspanning van een transistor automatisch opwekt als gevolg van de speciale aard van de schakeling. Wordt vaak toegepast bij het instellen van FET-trappen.

Aberation
Engels, betekent afwijking, bijvoorbeeld de afwijking tussen de reële weergavekarakteristiek van een versterker en de ideale.

Absoluut eenhedensysteem
Het eenhedensysteem waarbij de vijf fundamentele grootheden van de natuur als volgt worden gedefinieerd: - Massa in kilogram (kg); - Lengte in meter (m); - Tijd in seconde (s); - Temperatuur in graden Kelvin (° K); - Elektrische stroom in ampère (A). Alle overige eenheden kunnen worden uitgedrukt als een verhouding tussen deze vijf fundamentele grootheden. Het internationale eenhedenstelsel dat van deze vijf basiseenheden is afgeleid noemt men dan ook het MKS-stelsel, naar de eerste letters van de drie oudste fundamentele eenheden meter, kilogram en seconde. In de techniek wordt hiervoor vaak het woord Giorgi-stelsel gebruikt. De ijkwaarden van de vijf basiseenheden worden tegenwoordig als volgt gedefinieerd: De seconde is de duur van 9.192.631 perioden van de straling die wordt uitgezonden tussen twee bepaalde energieniveaus van een atoom Cesium133. De meter is gelijk aan de afstand welke het licht aflegt in 1-299.792.458-ste deel van een seconde. De kilogram is de massa van een bepaalde cilinder, gemaakt van platina-irridium, die wordt bewaard te Sèvres in Frankrijk. De ampère is de stroom die door twee 1 m van elkaar verwijderde parallelle draden vloeit en die tussen de draden een aantrekkingskracht van 2*10-7 newton per meter lengte veroorzaakt. De graad kelvin is het 1-273,16-de deel van de tripel-temperatuur van zuiver water. Het valt op dat de vijf basis-eenheden nu niet precies op de allergemakkelijkste manier zijn gedefinieerd. Dat heeft historische achtergronden. De vijf fundamentele grootheden zijn al eeuwen lang bekend.

Absorptiekring
Is een netwerk, meestal opgebouwd uit parallel- en serie-kringen van condensatoren en spoelen, dat tot taak heeft bepaalde storende frequenties uit een signaal te verwijderen. Een absorptiekring wordt bijvoorbeeld gebruikt voor het uitfilteren van de 19 kHz piloottoon uit de uitgangsspanning van een stereo FM-tuner. Dit signaal kan namelijk een hinderlijke fluittoon veroorzaken, als men het stereosignaal van de tuner wil opnemen op band. In onderstaande figuur is een mooi voorbeeld gegeven van de steilheid die men met dergelijke `antieke` schakelingen toch kan verkrijgen.

AC
Engels, staat voor `Alternating Current`, wisselstroom. Is de internationaal gebruikte afkorting voor wisselspanning of -stroom, zoals in UAC of IAC.

AC flip-flop
Is een schakeling met twee stabiele toestanden: de uitgang heeft wel spanning of de uitgang heeft geen spanning. De schakeling springt van de ene in de andere toestand op commando van de voorflank of de achterflank van een puls, meestal klokpuls genoemd. In onderstaande figuur is de uitgangsspanning van zo`n schakeling getekend, die reageert op de voorflank van een puls.
Dit soort schakelingen wordt gekenmerkt door de maximale duur van de voor- of de achterflank, waarop de schakeling nog storingsvrij reageert. Uit de figuur volgt duidelijk dat deze flip-flop schakeling te gebruiken is als frequentiedeler. De puls op de uitgang heeft de halve frequentie van de puls op de klokingang.

AC-3
Een door Dolby Laboratories ontwikkeld systeem voor surround sound dat gebruik maakt van vijf of zes volledig gescheiden kanalen. Dolby Digital AC-3 is een systeem dat nu nog alleen werkt met een Laserdiskspeler (indien voorzien van RF-aansluiting) en een DVD-speler. In de toekomst zullen ook sateliet uitzendingen voorzien worden van Dolby Digital AC-3 geluid. Via de DIGITALE aansluiting (COAX of OPTISCH) word een volledig discreet signaal aan de versterker aangeboden. Het voordeel hiervan is dat de REAR kanalen stereo zijn en de en de FRONT en CENTER kanalen kompleet gescheiden zijn. DVD`s die in de Verenigde Staten op de markt komen zijn wat betreft audio gecodeerd met Dolby`s AC-3 digitale audio-track`s met ofwel twee gewone stereokanalen ofwel het surround sound systeem met 5.1 kanalen. Dit systeem voorziet de luisteraar van vijf volledig separaat gecodeerde kanalen: - links voor; - rechts voor; - midden voor; - links achter; - rechts achter. Bovendien wordt nog eens een extra subwoofer-signaal geleverd voor het veroorzaken van aardbevingen en soortgelijke sonische trillingservaringen die tegenwoordig vaak in speelfilms voorkomen.
Dit is dus een hele verbetering vergeleken met wat op Video-CD `s staat. Het daar gebruikte Dolby Pro Logic Surround Sound System moet gebruik maken van de twee bestaande stereokanalen om twee extra kanalen te coderen: achter en voor. Het AC-3 systeem van Dolby is tegenwoordig standaard in de meeste bioscopen en het publiek is er dus bekend mee.

Access-time
Engels voor toegangstijd. Is bijvoorbeeld de tijd die een computer nodig heeft voor het verplaatsen van digitale gegevens van zijn geheugen naar zijn rekeneenheid. Ook bij harde schijven spreekt men van access-time. Hierbij is het de tijd die verstrijkt tussen het aanvragen van een leesopdracht en het moment waarop de kop van de harde schijf de gevraagde gegevens kan leveren.

Accu
Afkorting van Accumulator. Een onderdeel dat gebruikt wordt voor het tijdelijk opslaan van elektrische energie. De meest bekende accumulator is de loodaccu, die in iedere auto wordt gebruikt voor het voeden van het elektrisch systeem. De uitvinding van de accumulator wordt toegeschreven aan de Franse natuurkundige Planté. In 1860 deed hij een proef die wordt toegelicht aan de hand van onderstaande figuur. In een glazen bak werden twee loden elektroden opgehangen in een bad met verdund zwavelzuur. Het zal duidelijk zijn dat een dergelijke opstelling nooit een elektrochemische cel kan vormen, omdat twee platen van hetzelfde metaal worden toegepast.
De twee loden platen kunnen via een ampèremeter en een omschakelaar S worden aangesloten op een primaire cel of op een weerstand. Als de schakelaar S in de stand A wordt gezet, wordt geconstateerd dat er een stroom uit de cel naar de opstelling vloeit. Na enige tijd wordt deze stroom steeds lager en zal tot nul afnemen. Als men nu de opstelling loskoppelt van de cel door de schakelaar om te schakelen van A naar B, stelt men vast dat er weer een stroom door de kring gaat vloeien, maar nu in tegengestelde richting. Als er een stroom vloeit, dan moet er ook een spanning zijn. Nu is het zeer onwaarschijnlijk dat die spanning ontstaat in de weerstand R of in de ampèremeter A! De voor de hand liggende conclusie is dat alleen de bak met loden platen en zwavelzuur verantwoordelijk kan zijn voor het ontstaan van een spanning in de kring. Men stelt vast dat de stroom na een tijdje kleiner wordt en naar nul afneemt.

Accumulator
Een register, waarin de processor van een computer berekeningen en logische bewerkingen uitvoert. Het gebruik van een accumulator heeft als voordeel dat de tussentijdse gegevens niet naar het trage hoofdgeheugen moeten worden getransporteerd, maar intern in de processor met zijn zeer snelle en zeer brede bus in een register kunnen worden opgeslagen. Moderne processoren hebben heel veel registers die in principe allemaal als accumulator kunnen worden gebruikt.

Accuracy
Engels voor nauwkeurigheid, wordt gebruikt om de nauwkeurigheid van elektrische onderdelen en systemen weer te geven. Een digitale voltmeter met een accuracy van 0,01 % die een spanning van exact 10,000 V meet, zal een aflezing mogen hebben die ergens ligt tussen 9,999 V en 10,001 V.

Achterflank
Is een deel van een puls, zie onderstaande figuur. Een puls is het plotseling ontstaan van spanning en het even plotseling weer verdwijnen van die spanning. Dat verdwijnen van de spanning noemt men de achterflank van de puls. Hoe steiler de achterflank, dat wil zeggen hoe minder tijd de puls er over doet om te verdwijnen, hoe beter de kwaliteit van de puls.

Achterstoep
Het deel van de lijnpuls van een kleuren videosignaal dat de burst afsluit. De burst bestaat uit een aantal sinussen (10 tot 12) met een frequentie van 4,43 MHz. Deze perioden worden afgesloten met een constant niveau dat gemoduleerd wordt met 75 % van het zwartniveau. Dit noemt men de achterstoep.

ACIA
Afkorting van `asynchronous communications interface adaptor`. Een schakeling die op de bus van een computer kan worden aangesloten en die alle noodzakelijke signalen genereert voor het aansturen van een modem. Als voorbeeld wordt de 65C52 in het kort besproken. Met de 65C52 dubbele asynchrone communicatie interface adapter (DACIA) kan op een eenvoudige manier een tweekanaals programma-bestuurde interface tussen een 8 bit microcomputer en een serieel communicatiesysteem of modem worden gebouwd. De 65C52 heeft een inwendige baud-rate generator. Hierdoor zijn, behalve een kristal, verder geen ondersteunende componenten nodig. De snelheid van de zender kan uit 15 mogelijkheden worden geprogrammeerd van 50 tot 38.400 baud (bit per seconde) of als 1-16 van de clock-snelheid. De snelheid van de ontvanger is ook programmeerbaar en kan gelijk zijn aan die van de zender of 1-16 van de clocksnelheid. De DACIA heeft programmeerbare woordlengten van 5, 6, 7 of 8 bit met even, oneven of geen pariteit en 1 of 2 stopbits. De DACIA is ontworpen voor maximale besturing vanuit de CPU zodat volstaan kan worden met eenvoudige hardware. Door de aanwezigheid van dubbele sets registers kan elk kanaal apart worden bestuurd en gecontroleerd. Tevens beschikt de DACIA over een unieke programmeerbare automatische adres-herkenningsmode voor gebruik in meer-punts omgevingen.
Korte beschrijving van de mogelijkheden: Door middel van het Control Register en het Status Register kan de CPU gemakkelijk de bedrijfsmodes van de 65C52 kiezen en de toestand daarvan bepalen.

ACK
Afkorting van ACKnowledge. De mnemonic voor ASCII-karakter 006. Dit karakter wordt uitgezonden door bijvoorbeeld een printer om aan te geven dat bepaalde gegevens correct zijn ontvangen. Als de zender na een bepaalde tijd geen ACK heeft ontvangen zullen de gegevens opnieuw worden verzonden.

Acoustiek
De wetenschap die zich bezig houdt met de generatie, de voortplanting en de ontvangst van geluidsgolven en alles dat hiermee te maken heeft. Geluidsgolven In de natuurkunde verstaat men onder geluidsgolven het in een bepaalde stof optreden van elastische drukgolven (een opeenvolging van gebieden met samengeperste moleculen en gebieden met uit elkaar gezogen moleculen) met frequenties tussen 16 Hz en 20 kHz. Dit frequentiegebied komt ongeveer overeen met het gevoeligheidsbereik van het menselijk gehoor en ook de meeste (niet elektronische) muziekinstrumenten wekken geluiden in dat frequentiebereik op. Als een bepaald lichaam, bijvoorbeeld een snaar van een viool of het membraan van een blaasinstrument, gaat trillen, dan zullen deze trillingen zich voortplanten in de lucht die het lichaam omgeeft. Het heen en weer bewegen van het lichaam veroorzaakt plaatselijk het samenpersen van de luchtmoleculen en nadien weer ontspannen van deze moleculen. Deze drukgolven planten zich voort door de lucht en breiden zich in alle richtingen uit (in de veronderstelling dat niets de uitbreiding in alle richtingen in de weg staat), zie onderstaande figuur.
Er bestaan bepaalde fysische verbanden tussen de drukverdeling van de moleculen in een luchtkolom en de snelheid waarmee deze deeltjes zich voortplanten. Als voorbeeld wordt de druk- en snelheidsverdeling in de gesloten luchtkolom in een luidsprekerbehuizing behandeld. Naast de golf met een periode die gelijk is aan de basisperiode van het geluidssignaal, treden er uiteraard een heleboel harmonische trillingen op.

Acoustisch filter
Een filter dat bepaalde frequenties uit een signaal kan verwijderen door gebruik te maken van de eigenschap dat acoustische golven zich over het oppervlak van speciale materialen voortplanten. Worden ook oppervlakte golven filters of SAW`s genoemd, de afkorting van `Surface Acoustic Waves`. Zie aldaar.

Acoustische koppelaar
Een apparaat uit de prille begintijd van de data-communicatie. Met een acoustische koppelaar kon men gegevens uitwisselen tussen een computer en een telefoon. Een acoustische koppelaar was een apparaat met een luidsprekertje en een microfoon, in een dusdanige vorm dat met er de hoorn van een telefoon op kon leggen. De luidspreker van de koppelaar zond gegevens uit die door de microfoon van de telefoonhoorn werden opgevangen, de luidspreker in de telefoonhoorn zond gegevens uit die door de microfoon in de koppelaar werden opgevangen.
De optische koppelaar was dus in feite de voorloper van het modem.

Acrobat
Een door Adobe ontwikkeld systeem voor bestandsuitwisseling van opgemaakte documenten tussen diverse computerplatformen. Het probleem Als iemand een document samenstelt in Word 2000 wordt dit bewaard als .DOC. Geen probleem als iedereen in de organisatie met Word 2000 werkt. Maar als men dat document mailt naar een relatie die met een oudere versie van Word of met WordPerfect werkt is de kans groot dat die relatie het document niet kan openen. Voor de grafische wereld, die het volledig moet hebben van documentuitwisseling, is zo`n situatie absoluut onaanvaardbaar. Vandaar dat deze wereld gebruik maakt van een platform voor documentuitwisseling: Postscript. Postscript Postscript is wat men noemt een `paginabeschrijvingstaal`. In deze taal wordt ieder object dat op een pagina van een document wordt opgenomen wiskundig beschreven. Dat betekent dat niet alleen de vorm van dat object (letter, illustratie, etc) ondubbelzinnig wordt vastgelegd, maar ook de coördinaten (de plaats) van het object op de pagina. De hele grafische wereld is ingericht in het verwerken van Postscript-bestanden. Opmaaksystemen, printers, elektronische drukpersen en moderne kopieersystemen verwerken allemaal Postscript-bestanden. Het voordeel van Postscript zal duidelijk zijn: PS (zo wordt deze taal afgekort) levert échte WYSIWYG, `What You See Is What You Get`. Als een document als Postscript-bestand naar een drukker wordt gestuurd is men er absoluut zeker van dat de geprinte of gedrukte versie van dat document er tot in de details uitziet zoals het op het scherm te bewonderen was.



Acroniemen
Acroniemen zijn afkortingen, die worden gebruikt bij het uitwisselen van elektronische post (e-mail). Dit bespaart niet alleen tijd en bytes, maar is ook bedoeld om de humor of de spitsvondigheid van de schrijver-ster te illustreren. De meeste afkortingen komen uit het Engels, hoewel er ook wel een handjevol Nederlandse bekend zijn. De afkortingen worden vaak tussen twee driehoekvormige haakjes in een elektronisch bericht opgenomen. Hoewel de afkortingen een normaal `onderdeel` van een zin vormen, zorgt het gebruik van de haakjes ervoor dat de acroniemen goed opvallen. Het zal duidelijk zijn dat er nogal wat verstuurders van elektronische post bestaan, die het de medemens moeilijk willen maken door heel veel moeilijke acroniemen in een bericht op te nemen. Wat te denken bijvoorbeeld van: [AWGTHTGTTA] hetgeen bljkt te staan voor de Engelse volzin `Are We Going To Have To Go Through This Again?`, oftewel vrij vertaald `Is het nu echt zo dat we dit alweer een keer moeten doen?`. Alfabetisch overzicht

ACT
Met ACT, `Automatic Code Timer`, hebben Blaupunkt en Panasonic een poging gewaagd het programmeren van een videorecorder zelfs voor absolute leken aantrekkelijk te maken. Het systeem werd ingevoerd op videorecorders vanaf bouwjaar 1987. Het systeem wordt geleverd met een optische leespen en een kaart met barcodes. De leespen wordt gevoed uit een batterijtje en is uitgerust met een infrarode LED. De pen werkt dus net zoals de afstandsbediening. Wil men nu de recorder instellen op een opname, dan volstaat het met de leespen bepaalde barcodes op de kaart af te strepen. Na het lezen van een barcode geeft de pen een piepje als de code goed is ingelezen. Op deze manier kan men dus een recorder in minder dan tien seconden volledig programmeren. Naast streepjescodes voor kanaalnummer, maand, datum, start- en stoptijd heeft de kaart ook barcodes voor zelden gebruikte functies van de recorder, zoals wekelijkse of maandelijkse programmering. De samenstelling van een streepjescode is geschetst in onderstaande figuur. De code bevat de volgende binaire gegevens: - C1-C2: het kanaalnummer; - M1-M2: de maand; - D1-D2: de dag; - S1-S4: de starttijd; - E1-E4: de stoptijd.
De in de tekening getoonde code is goed voor `kanaal 1, 5 augustus, van 16h00 tot en met 16h45`. In onderstaande figuur is de blokschematische opzet van de elektronica in de leespen getekend. De schakeling bestaat uit een processor IC1, een operationele versterker IC2, een spanningsstabilisator IC3 en een barcodesensor. Dit laatste onderdeel werkt reflecterend.

Actief filter
Een filter, waarbij de filtereigenschappen in eerste instantie worden bepaald door een passief netwerk, maar in even belangrijke mate door een actief onderdeel, zoals een versterker. De filtereigenschappen ontstaan doordat het passief netwerk wordt opgenomen in de terugkoppeling van het actief onderdeel. In onderstaande figuur is als voorbeeld een actief banddoorlaat filter getekend met een dubbel T-filter als passief element en een operationele versterker als actief element.

Actieve probe
Voor wie vaak moet meten in hoogfrequente schakelingen, zoals televisietoestellen of FM-tuners, is een goede HF-meetprobe een welhaast onmisbaar attribuut. Vaak zijn immers de te meten signalen erg klein en alleen beschikbaar op tamelijk hoogimpedante punten. Hetaansluiten van een afgeschermde meetkabel introduceert dan zoveel paracitaire capaciteit en dus extra signaalbelasting, dat er van het te meten signaal niets overblijft. Een tweede probleem is het meten in afgestemde kringen. Ook hier zorgt de impedantie van de meetkabel voor problemen, bijvoorbeeld door het veranderen van de doorlaatfrequentie van een afgestemde LC-kring. De enige oplossing is gebruik te maken van een HF-meetprobe. Deze heeft een zeer hoge ingangsimpedantie en zeer lage ingangscapaciteit, zodat de belasting van het meetpunt te verwaarlozen is. Het principeschema van een actieve meetprobe is getekend in onderstaande figuur. De spanningsversterking tussen drain en gate van een FET wordt gegeven door de formule: V = S * RD In deze formule stelt S de steilheid van de halfgeleider voor en RD de belastingsweerstand in de drain. Zoals uit de tekening volgt is de belastingsweerstand bij dergelijke schakelingen een zelfinductie met een aftakking. Deze transformator heeft een spanningsoverdracht van 2:1. Hieruit kan men afieiden dat de 50 ohm belasting van de schakeling (de afgeschermde meetkabel) wordt getransformeerd naar een primaire impedantie van 100 ohm. De eerder gestelde formule wordt: V = S * 100 ohm Bij een spanningsversterking van 1 is de factor V gelijk aan 1.

Actieve schakeling
Zijn schakelingen, die gebruik maken van transistoren, thyristoren, triac`s, tunneldioden of buizen. De voornaamste eigenschap van actieve schakelingen is dat zij het signaal aan de ingang op een of andere manier bewerken, zoals versterken, omvormen of gelijkrichten. Het tegengestelde zijn passieve schakelingen, die alleen uit weerstanden, condensatoren en spoelen bestaan.

ActiveMovie
ActiveMovie is de in Internet Explorer versie 3.0 geïntroduceerde afspeler voor media-stromen. ActiveMovie maakt afspelen mogelijk van populaire formaten zoals MPEG-audio, WAV-audio, MPEG-video, AVI-video en Apple QuickTime video. Door met de rechter muisknop op het bedieningspaneel te klikken, kan de gebruiker bepalen of het met of zonder display moet worden weergegeven. Het bedieningspaneel, zie onderstaande figuur, moet het in beide gevallen zonder geluidsregelaar doen en ook via het VOLUME-attribuut is de geluidssterkte niet te regelen.
In Microsoft Internet Explorer 3.0x ondersteunt ActiveMovie nog geen MID-bestanden. Indien ook Netscape Navigator 3.0 of hoger met LiveAudio geïnstalleerd is, maakt Microsoft Internet Explorer 3 automatisch gebruik van deze plug-in. Als dit niet het geval is, zal een aparte plug-in geïnstalleerd moeten worden. ActiveMovie in Microsoft Internet Explorer 4 ondersteunt wel MID-bestanden. ActiveMovie gebruikt een speciale downloadmethode waardoor clips tijdens het downloaden al kunnen worden bekeken of beluisterd. Lees ook ActiveX.

ActiveX
De ActiveX-technologie werd door Microsoft ontwikkeld om software applicaties via het internet te verdelen. Deze technologie is het antwoord van Microsoft op de Java-technologie van SUN Microsystems. Net zoals Java-applets kunnen ActiveX-objecten worden opgenomen in een webpagina. In tegenstelling tot Java-applets zijn ActiveX-objecten afhankelijk van het platform waarop ze draaien, hetgeen betekent dat ze opnieuw moeten worden gecompileerd om ze op een ander platform te kunnen gebruiken. ActiveX bestaat uit de onderdelen ActiveX Controls, ActiveX Server Pages en ActiveX Server. ActiveX Controls zijn kleine programma`s die een specifieke taak kunnen uitvoeren en worden aangeroepen door andere programma`s zoals een browser. Met zo`n Control kan men bijvoorbeeld een pop-up menu op een pagina laten openen. ActiveX Server Pages, beter bekend onder het letterwoord ASP, is een applicatie die is ontwikkeld met behulp van ActiveX Controls en HTML. Dergelijke applicaties worden door een moderne browser herkend en voegen bijvoorbeeld interactiviteit toe aan de statische HTML-codering van een pagina. Met de ActiveX Server kan men bijvoorbeeld een database koppelen aan internet. Pagina`s bevatten dan zowel statische gegevens (vaste teksten) als dynamische gegevens (de variërende inhoud van de database). ActiveX is gebaseerd op Microsofts OLE-techniek. OLE (Object Linking and Embedding) is van oudsher de techniek waardoor verschillende programma`s in een Windows-omgeving met elkaar kunnen communiceren.

ADAM7
Een interlacing-algoritme, ontwikkeld door Adam Costello, dat wordt toegepast bij het grafisch internet-formaat PNG. Bij de interlacing-techniek, reeds bekend van het GIF-formaat, wordt een beeld niet pixel per pixel in de logische volgorde van boven naar beneden en van links naar rechts verzonden. Het beeld wordt diverse keren gescand en bij iedere scan worden er nieuwe pixels van het beeld verzonden. De bedoeling is dat zelfs na één scan er al een groffe impressie ontstaat van hoe het uiteindelijke beeld er uit komt te zien. Bij dit algoritme wordt het beeld zeven keer gescand en bij iedere scan wordt een subset van de beeldpixels verzonden. De scan waarin ieder beeldpixel wordt verzonden wordt gedefinieerd door het onderstaande 8 * 8 bitpatroon op het gehele beeld toe te passen: 1 6 4 6 2 6 4 6 7 7 7 7 7 7 7 7 5 6 5 6 5 6 5 6 7 7 7 7 7 7 7 7 3 6 4 6 3 6 4 6 7 7 7 7 7 7 7 7 5 6 5 6 5 6 5 6 7 7 7 7 7 7 7 7

Adapter
Is een mechanisch hulpstuk, waarmee één soort connector verbonden kan worden met een ander soort connector.

Adaptive bit allocation
Een bij diverse digitale geluidsformaten, zoals PASC en MP3, toegepaste methode om de digitale datastroom te reduceren. Bij dergelijke systemen wordt er van uitgegaan dat alleen dat wat hoorbaar is moet worden gedigitaliseerd. Alles wat dus onder de gehoordrempel van het menselijke gehoor ligt wordt niet gedigitaliseerd. De `oude` systemen Audio-CD, DAT en WAV gebruiken een zogenoemde `lineaire quantisering`. Ieder monster wordt standaard omgezet in een 16 bit brede digitale code. Ieder monster bevat dus even veel geluidbits. PASC en MP3 werken met een zogenoemde `floating point quantisering`. Voor ieder monster staan in principe 19 bits ter beschikking. In principe, omdat dit een dynamisch proces is en PAC en PM3 alleen zoveel bits aan een monster toewijzen als nodig voor het quantiseren van het monster. Voor het ene monster kan dat noodzakelijke aantal bits inderdaad 19 bedragen, voor een volgens monster kan het echter best zijn dat 4 bits volstaan. De 19 bits worden ingedeeld in twee groepen. Zes bits bepalen een zogenoemde schaalfactor, de overige 15 bits staan ter beschikking voor de quantisering van het monster. Hoe dat gaat is toegelicht in onderstaande figuur.
In deze figuur worden tien monsters beschouwd, die in tien verschillende subbandjes liggen. De gestippeld getekend monsters worden niet gequantiseerd, omdat zij onder de drempels van het gehoor liggen. Blijven dus over de monsters A, B C en D. Men vindt dat het onzin is om de totale amplitude van deze monsters te quantiseren.

Jack
Ander woord voor sommige vrouwelijke connectoren. Een plug (mannelijke connector) wordt in een jack gestoken, waardoor de elektrische verbinding tot stand komt.

Jacket
Het papieren of plastic hoesje waarin diskettes bij de fabricage worden opgeborgen als bescherming tegen vuil en andere omgevingsinvloeden.

Jackson-methode
Een term uit de software engineering, waarmee een zeer gestructureerde methode wordt bedoeld om programma`s te ontwerpen die grote hoeveelheden data moeten manipuleren. Deze gestructureerde ontwerpmethode betekent dat er volgens vaste (van tevoren) gedefinieerde stappen gewerkt wordt. Stap een De eerste stap waar men altijd mee moet beginnen is het maken van een planning. In een planning hoort te staan wie wat wanneer uit moet voeren, hoelang dit duurt en welke materialen men daar voor nodig heeft. Stap twee Het tweede onderdeel dat men moet opstellen is de probleemstelling. Hierin dient men het probleem vast te stellen, wat er gedaan moet worden en hoe dit dient te gebeuren. Stap drie Vervolgens moet men een ontwerp voor de realisatie van de probleemstelling definiëren. Hier dient men de specificaties van het programma vast te leggen. De data structuren en de representatie van de verschillende gegevens worden hier bepaald. Stap vier In deze stap dient men alle voorgaande stappen te implementeren tot een werkend programma. Jackson is een methode die uitgaat van de data waarmee gewerkt moet worden, dit heet `Data Driven`. Hiernaast kent men nog een tweede principe, namelijk het `Function Driven`. Dit betekent dat de programmering uitgaat van de functie`s die het programma moet verrichten, dit in tegenstelling tot de data waarmee gewerkt moet worden. `Function Driven` vindt men vaak terug in de wiskundige hoek (want daar werkt men al met functie`s), terwijl men `Data Driven` vaak kan vinden in de administratieve hoek.

Jacob-wet
De wet die stelt dat een motor maximaal vermogen levert als de aan de motor aangelegde spanning precies gelijk is aan de tegen-emk die door de spoelen in de motor wordt opgewekt.

JADE
Letterwoord voor `Joint Audio Decoder Encoder`, een door Siemens ontwikkelde reeks geïntegreerde schakelingen die in digitale telecommunicatie wordt toegepast.

Jag
Een vervorming die veroorzaakt wordt door het tijdelijk uit synchronisatie raken van zendende fax en ontvangende fax. Uit zich meestal door zwarte strepen in de faxafdruk.

Jam
Ander woord voor `bandsalade`. Verschijnsel dat ontstaat als het transportmechanisme van een cassetterecorder defecten vertoont, waardoor de band wel uit de afrolspoel wordt gedraaid, maar niet op de oprolspoel wordt opgewikkeld, zodat de band in slierten uit de cassette puilt.

JAM-signaal
Een signaal in een Ethernet (een computernetwerk), dat op de bus wordt gezet als er een botsing optreedt, doordat twee stations op hetzelfde moment gegevens beginnen uit te zenden.

Jank
Naam voor hoorbare toonhoogtevariaties die ontstaan als gevolg van meer of minder periodiek optredende snelheidsvariaties in het aandrijfmechanisme van een bandrecorder of platenspeler. De voornaamste oorzaak van jank is een vervuilde aandrijfriem tussen de motor en het wieltje van de capstan-as. Voor dit verschijnsel gebruikt men ook de uitdrukkingen `jengel` en `flutter`.

JAVA
Een door SUN ontwikkelde programmeertaal voor pagina`s die via het WWW van het Internet verspreid worden. JAVA-code kan ingebed worden in HTML-codering en laat toe kleine applicaties vanuit de WWW-browser op te starten. Hierdoor ontstaat de mogelijkheid interactieve pagina`s te ontwerpen, hetgeen met de volledig statische omgeving van pure HTML-codering uiteraard niet mogelijk is.

JAVA-script
Een stuk programma-code, geschreven in JAVA.

JCL
Letterwoord voor `Job Control Language`, een procedure-taal voor het schrijven van taak-besturingen, te vergelijken met de manier waarop taken worden bestuurd in de .BAT-files van MS-DOS.

JEDEC
Letterwoord voor `Joint Electron Device Engineering Council`. Een internationale organisatie die zich bezig houdt met het standaardiseren van de eigenschappen van elektronische onderdelen. JEDEC is de organisatie die bijvoorbeeld de kleurcodering voor weerstanden verzonnen heeft, de gestandaardiseerde afmetingen van halfgeleider behuizingen en de `Pro Electron`-code voor halfgeleiders.

JEDEC-file
Een file, die onderdeel uitmaakt van een programmeer-systeem voor programmeerbare logische schakelingen PLD. Dit formaat werd oorspronkelijk ontwikkeld door de fabrikant DATA I-O voor eigen PLD-programmers, maar is een de-facto standaard geworden. De JEDEC-file, waarvan onderstaande figuur een voorbeeld geeft, wordt door de programmeersoftware via de seriële poort naar het programmeerapparaat gestuurd. De file bestaat uit een aantal commando`s, voorafgegaan door een `*`: : N: kommentaar; QF: totaal aantal zekeringen in het IC; QP: aantal pennen van het IC; QV: maximaal aantal testvectoren; F: default toestand van een zekering; C: genereren van een positieve flank; K: genereren van een negatieve flank; N: niet te testen pennen, zoals massa en voeding; H: hoog logisch niveau; L: laag logisch niveau; XL: logisch niveau is verder onbelangrijk; Z: testen op hoog-ohmige toestand van een uitgang. Nadien volgen de programmeergegevens voor de zekeringen van de PLD. Deze data zijn opgenomen tussen twee regels met de coderingen <> (start) en <> (einde). De programmeergegevens staan in lange regels, waarbij een `1` staat voor een te programmeren zekering en een `0` voor een niet te programmeren zekering. In onderstaande figuur is een voorbeeld gegeven van een JEDEC-file. Deze regels worden voorafgegaan door de basiscode van de zekeringen die in de regel geprogrammeerd worden. Dit getal wordt voorafgegaan door de codering *L.

Jengel
Hoorbare toonhoogtevariaties bij de weergave van platen en magnetische bandopnamen. De jengel ontstaat als gevolg van snelheidvariaties in het aandrijfmechanisme van plaat of band. De frequentie van dit verschijnsel is afhankelijk van het toerental van het aandrijfmechanisme en ligt bij platendraaiers tussen 0,56 Hz en 1,12 Hz en bij cassetterecorders tussen 25 Hz en 50 Hz. De waarneembaarheid van jengel is afhankelijk van de frequentie van het verschijnsel en van de frequentiezwaai van het verschijnsel. Dit verband wordt gegeven door de grafiek van onderstaande figuur. Hieruit blijkt dat het verschijnsel het best opgemerkt wordt als de jengel een frequentie heeft van ongeveer 7,5 Hz. Dan valt de gemiddelde luisteraar-ster een frequentie-afwijking van ongeveer 0,5 Hz rond de gemiddelde waarde al duidelijk op. Gelukkig treedt deze gevoeligste frequentie in de praktijk noch bij platenspelers, noch bij cassetterecorders op! Maatregelen om jengel te verminderen zijn het verhogen van de massa van het vliegwiel, dat aan de as van de motor gekoppeld is. Ook nauwkeurig en snel werkende elektronische snelheidsstabilisatoren dragen bij aan de minimalisering van jengel.

JETAG
Letterwoord van `Joint European Test Action Group`, de voorloper van de JTAG.

JFET
Afkorting van `Junction Field Effect Transistor`. Een FET waarbij het contactoppervlak tussen de gate en het stuk halfgeleidermateriaal dat de source-drain vormt, gereduceerd is tot een zo klein mogelijk oppervlak, bij benadering een punt. De symbolen voor een JFET zijn getekend in onderstaande figuur, links voor een n-type, rechts voor een p-type.

Jitter
Kleine variaties is het tijdsverschil tussen het verschijnen van zich herhalende impulsen, bijvoorbeeld als gevolg van onnauwkeurigheden in de werking van multivibratoren of trigger-schakelingen.

JK flip-flo
Een type flip-flop, waarvan de werking wordt bepaald door de combinatie van lage en hoge signalen op twee ingangen J en K. Zie ook Vego`s IC data-base. Het logische symbool van een JK flip-flop is getekend in onderstaande figuur. De schakeling reageert, zoals iedere flip-flop, op spanningssprongen op de clock-ingang. De manier waarop de schakeling op deze pulsen reageert is afhankelijk van de logische niveaus op J en K. Indien beide ingangen `L` zijn dan reageert de schakeling niet op de clock-impulsen. Is de J-ingang `H` en de K-ingang `L`, dan wordt de flip-flop bij de volgende clock-impuls geset, hetgeen wil zeggen dat de Q-uitgang `H` wordt. Was de flip-flop reeds in deze stand, dan reageert de schakeling niet op deze impuls. Zijn J en K `H`, dan klapt de schakeling bij iedere clock-puls om. In dit geval werkt de schakeling dus als een gewone D flip-flop. De waarheidstabel van een JK flip-flop is getekend in onderstaande figuur.

Job
De opdracht aan een computer om een bepaald computerprogramma uit te voeren, meestal bestaande uit verschillende run`s van hetzelfde programma, maar met verschillende invoerparameters.

Johnson-Lark-Horowitz effect
Het verschijnsel dat de soortelijke weerstand van een metaal toeneemt als gevolg van elektronen-scattering in atomen van onzuiverheden in het metaal.

Johnson-ruis
Andere benaming voor thermische ruis. Thermische ruis ontstaat doordat er in een elektrische geleider veel elektronen voorkomen, die een vrij losse binding met hun atomen hebben. Onder invloed van de temperatuur kunnen deze elektronen van atoom naar atoom springen. Hierdoor ontstaan tijdelijk ladingsverschillen in de geleider, die zich uiten onder de vorm van kleine spanningsverschillen over de geleider. Omdat deze atomaire verschijnselen volledig statistisch plaats vinden en dus zowel snel achter elkaar als ook vrij traag kunnen optreden, heeft deze thermische ruis spanning een heel breed frequentiebereik, van enige Hz tot vele MHz. In onderstaande figuur is het typisch uiterlijk van thermische ruis op het scherm van een oscilloscoop voorgesteld.

Johnson-teller
Andere benaming voor ring-teller. Een binaire teller die uit een aantal flip-flop`s bestaat en waarbij de uitgang van de laatste is doorverbonden met de ingang van de eerste. Alle flip-flop`s worden gestuurd uit een gemeenschappelijke clock. Injecteert men een puls in deze ring, dan zal deze op het ritme van de clock van flip-flop naar flip-flop worden overgedragen. Omdat de kring gesloten is, blijft de puls de keten doorlopen. Johnson-tellers worden in de praktijk gebruikt voor het tijdelijk bewaren van kleine bit-sequenties.

Joly-transformator
Een transformator die wordt gebruikt voor frequentievermenigvuldiging. De werking berust op de niet lineaire eigenschappen van de magnetisatie curve van een magnetisch materiaal. Stuurt men een HF-stroom door de primaire wikkeling, dan zal de magnetische kern door de primaire piekstroom in verzadiging worden gestuurd. De secundair opgewekte spanning is dus vervormd en bevat veel hoge harmonischen van de primaire frequentie. Door de Joly-transformator op te nemen in een afgestemde LC-kring, kan men er voor zorgen dat de secundaire wisselspanning voornamelijk uit de tweede of derde harmonische bestaat van de primaire spanning.

Josephson-effect
Het natuurkundige effect, voorspeld door Brian Josephson, dat als er een stroom vloeit door de spleet tussen twee supergeleidende puntvormige geleiders, er een HF-spanning wordt gegenereerd.

Josephson-junctie
Een onderdeel gebaseerd op het Josephson-effect. Deze junctie bestaat, zie onderstaande figuur, uit twee supergeleidende metalen, die gescheiden zijn door een heel dunne isolator (duizendsten van een millimeter). Legt men een gelijkspanning aan over de junctie, dan zal er een gelijkstroom door de junctie gaan vloeien, dus ook door de isolerende laag! Bovendien valt er geen spanning over de isolator, deze gedraagt zich dus ook als een supergeleider.

Joshi-effect
Het verschijnsel dat de stroom die door een gas vloeit van waarde verandert als het gas door ionisatie licht gaat uitstralen.

Joule
Zie J.

Joule-effect
Het verschijnsel dat stroom die door een weerstand vloeit warmte opwekt in die weerstand. Zie ook J. Soms wordt een nuttig gebruik gemaakt van dit effect zoals in verwarmingselementen. Vaak is het effect echter ongewenst en spreekt men van Joulse verliezen: vermogen dat door de voeding geleverd moet worden en dat volledig nutteloos verloren gaat onder de vorm van warmte. Deze Joulse warmte moet meestal afgevoerd worden door het toepassen van passieve of actieve koeling. In het eerste geval wordt gebruik gemaakt van koelplaten, in het tweede geval van ventilatoren of Peltier-elementen.

Joule, wet van
De wet die zegt dat als door een weerstand R een stroom I vloeit er per seconde in die weerstand een hoeveelheid vermogen wordt opgewekt van: P=I2*R. Dit vermogen wordt volledig in warmte omgezet. Deze belangrijke wet werd in 1840 experimenteel (empirisch) bepaald door James Joule, maar kan ook volledig wiskundig worden afgeleid uit de basiswetten van de elektrotechniek. Zie ook J en Joule-effect.

Joystick
Een stuurknuppel die aangesloten wordt op een uitbreidingskaart van een computer en waarmee men de cursor over het scherm kan bewegen. De standaard PC-interface is in staat twee stuurknuppels aan te sturen. De kaart is te benaderen via de functies IN en OUT en het poortadres 201h. De kaart wordt verbonden met de onderste acht bits van de data-bus, de tien laagste bits van de adres-bus en de besturingssignalen IOR en IOW. De kaart heeft een 15-polige connector, waarvan de aansluitingen zijn gegeven in de tabel van onderstaande figuur. Een joystick bevat twee potentiometers van 100 k-Ohm, die de X- en Y-positie van de stuurknuppel vertalen in twee weerstandswaarden. Iedere joystick bevat twee knoppen, die een normaal open schakelaar bedienen en waardoor de stuurleidingen op `H` worden gehouden. Drukken op een knop brengt de betreffende leiding naar `L`. De weerstandswaarden van de potentiometers worden door een monostabiele multivibrator omgezet in een puls met een breedte tussen 24,2 µs en 124 µs. Bij de start van deze puls gaan vier status-bits AY, AX, BY en BX naar `H`. Bij het einde van de puls gaat het betreffende bit naar `L`. Op deze manier wordt de weerstandswaarde van de potentiometer omgezet in een tijdsduur, die door de software geïnterpreteerd kan worden. De status van het status-byte kan opgevraagd worden via de BIOS-functie 84h van de INT 15h. In de tabel van onderstaande figuur is het formaat voor het oproepen van deze functie weergegeven.

JPEG
Zie J(E)PEG.

JPG
De standaard-extensie van grafische files die via het JPEG-algoritme zijn gecomprimeerd. Zie J(E)PEG.

JTAG
Letterwoord van `Joint Test Action Group`, een internationaal comité van onderdelenfabrikanten, die een gestandaardiseerde manier heeft beschreven voor het `in-circuit` testen van onderdelen, IC`s, functieblokken, printen en volledige apparatuur. Deze methode heet BST, Boundary Scan Testing.

Jump
Een processorinstructie, waarmee de uitvoering van een programma naar een andere instructie wordt geleid of naar een bepaald geheugenadres.

Jumper
Een klein geïsoleerd soepel draadje, aan weerszijden voorzien van een banaansteker, waarmee delen van een schakeling tijdelijk met elkaar verbonden kunnen worden.

Junctie
Het contactoppervlak tussen twee halfgeleiders van tegengestelde polariteit (n en p). Beide typen ontstaan door zuiver halfgeleidend materiaal te verontreinigen met bepaalde chemische stoffen. Daardoor zal het materiaal in het ene geval een teveel aan vrije elektronen krijgen en in het andere geval een tekort aan vrije elektronen. Brengt men beide verontreinigde halfgeleiders in innig contact met elkaar, dan ontstaat op de grensstrook een overgang, de junctie, zie onderstaande figuur. Zie ook meerderheidsladingsdragers.

Junctie-capaciteit
De capaciteit die staat over een in sper geschakelde junctie. Deze eigenschap bepaalt de hoogfrequent eigenschappen van de junctie in belangrijke mate en is bijvoorbeeld de reden dat dioden hun gelijkrichtende eigenschappen verliezen bij zeer hoogfrequente signalen. De impedantie van de junctiecapaciteit wordt dan zo laag, dat de diode als een impedantie gaat werken en de HF-stroom in beide richtingen doorlaat.

Junctie-diode
Een halfgeleider diode die ontstaat door een n-verontreinigde halfgeleider in contact te brengen met een p-verontreinigde halfgeleider. Zie ook Junctie.

Junctie-isolatie
Een techniek die gebruikt wordt bij de fabricage van IC`s. De onderdelen op de chip worden van elkaar geïsoleerd door gebruik te maken van in sper geschakelde pn-juncties. Zie ook Junctie.

Junctie-transistor
Een transistor waarbij de emitter en de collector zijn samengesteld uit juncties van n- en p-materiaal. Vergelijk met de punt-contact transistor.

Kabel
Een geïsoleerde draadvormige elektrische geleider, meestal gemaakt van koper en bedoeld voor het transport van elektrische energie of elektrische signalen. Kabels kunnen eenaderig zijn of samengesteld zijn uit meerdere aders. Kabels kunnen bovendien niet afgeschermd zijn of wél afgeschermd.

Kabelcapaciteit
Kabels vormen steeds een capacitieve belasting voor het signaal dat vervoerd wordt. De parallel lopende aders hebben immers een capaciteit, die uitgedrukt kan worden in een aantal pF-km, zie onderstaande figuur. Deze capaciteit vormt samen met de inwendige weerstand van de signaalbron een laagdoorlaat filter. Dit filter zal de bandbreedte van de kabel beperken, waardoor hoogfrequente signalen die door de kabel verstuurd worden meer verzwakt worden dan laagfrequente signalen. Bovendien zal de kabelcapaciteit opgeladen moeten worden als er opeens een signaal op de kabel wordt gezet. Deze oplading vraagt een stroom van de bron, zelfs als de kabel aan het andere uiteinde open is!

Kabeldemping
Doordat een kabel een bepaalde impedantie heeft, zal het signaal dat aan de `zender`-zijde wordt ingevoerd langzaam maar zeker kleiner worden naarmate het de kabel doorloopt. De kabel heeft immers een bepaalde soortelijke weerstand, die in serie met het signaal staat en een kabelcapaciteit, die parallel aan het signaal staat. De capaciteit vergt een stroom, hierdoor ontstaat een spanningsval over de soortelijke weerstand van de kabel. De kabeldemping wordt uitgedrukt in een aantal dB-km.

Kabelparameters
Noemt men de vier fundamentele eigenschappen van een kabel: R, de weerstand per lengte-eenheid, uitgedrukt in Ohm-km; C, de capaciteit per lengte-eenheid, uitgedrukt in nF-km; L, de zelfinductie per lengte-eenheid, uitgedrukt in mH-km; G, de geleiding per lengte-eenheid, uitgedrukt in µS-km. Deze parameters bepalen de demping en de fasedraaiing van een wisselspanningssignaal dat zich door de kabel voortplant.

Kabelschoen
Een koperen of messing verbindingsstuk, zie onderstaande figuur, tussen de ader van een kabel en de aansluitklem van een of andere elektrisch apparaat. De ader wordt meestal in de kabelschoen gesoldeerd, het oogje in de kabelschoen wordt met een boutje in de aansluitklem vastgeschroefd.

Kabeltelevisie
Een systeem waarbij televisieprogramma`s door middel van een kabel worden getransporteerd naar de TV-ontvangers van op het kabelnet geabonneerde kijkers. Naast eenvoudige nu reeds zeer verbreide systemen, waarmee alleen enkelrichtingsverkeer mogelijk is, worden nu een aantal experimenten opgezet met zogenoemde tweeweg systemen. De mogelijkheden van zo`n systeem zijn welhaast onbegrensd. De abonnee kan van de kabel gebruik maken voor uiteenlopende diensten als: - tele-bankieren; - goederen via de televisie bestellen; - het ontvangen van speciale educatieve of ontspanningsnetten waarbij de informatie gedecodeerd wordt uitgezonden en alleen te ontvangen door toestellen die zijn voorzien van een speciale decoder. Daarnaast wordt nu door diverse kabelmaatschappijen geëxperimenteerd met Internet via de kabel.

Kabeltypen bij SCART
Bij SCART-kabels, waarmee video-apparatuur onderling wordt verbonden, worden vier kabeltypen gedefinieerd: Type A: transporteert alleen de audio-kanalen, wordt gekenmerkt door een gele codering. Type C: transporteert audio en composite-video, de RGB-pennen van de connectoren zijn niet verbonden, wordt gekenmerkt door een grijze codering. Type U: deze kabel verbindt alle pennen van de SCART-connectoren, wordt gekenmerkt door een zwarte codering. Type V: transporteert alleen alle video-signalen, de audio-pennen van de connectoren worden niet doorverbonden, wordt gekenmerkt door een witte codering.

Kalibreren
Het vergelijken van de door een meetinstrument aangeduide waarde met een standaard en indien noodzakelijk het afregelen van het instrument, zodat de aflezing binnen de door de fabrikant gegeven meetfout valt. Voor het kalibreren van instrumenten staat een aantal kalibratoren ter beschikking, dat zijn generatoren en spanningsbronnen die een zeer nauwkeurige uitgangsspanning of frequentie opwekken en onder voortdurende controle van de fabrikant staan, zodat men er steeds van verzekerd kan zijn dat de apparatuur voldoet aan de specificaties.

Kanaal
Benaming voor een internationaal of nationaal vastgelegde frequentieband voor draadloze communicatie. De diverse frequenties van de kanalen liggen een bepaalde afgesproken afstand uit elkaar, zodat men van kanaal naar kanaal kan omschakelen en niet alle tussenliggende frequenties moet doorlopen. Door middel van deze kanaalindeling kan men afstemmen door middel van een schakelaar, waarbij iedere stand overeen komt met één kanaal. Bovendien kan men automatische elektronische systemen ontwerpen, zogenoemde scanners, die alle kanalen achtereenvolgens doorlopen en stoppen als er een kanaal wordt gevonden waarop een uitzending plaats vindt. Lees ook: Kanaalbreedte bij FM; Kanaalbreedte bij TV; Kanaalindeling bij FM; Kanaalindeling bij TV.

Kanaal-effect
Het verschijnsel dat er een stroom vloeit tussen de emitter en de collector van een junctie-transistor, die echter niet vloeit door het basis-gebied en veroorzaakt wordt door lekken lang het oppervlak van de halfgeleider.

Kanaalbreedte bij FM
De noodzakelijke frequentie bandbreedte om het stereogemoduleerde signaal van een FM-zender onvervormd te kunnen uitzenden en ontvangen. Zoals uit onderstaande figuur blijkt, bedraagt de kanaalbreedte bij FM 150 kHz, zodat in de toegewezen band van 87,5 MHz tot 104 MHz in totaal in principe 110 FM-zenders ondergebracht kunnen worden. Uit praktische overwegingen legt men de draaggolf frequenties van de zenders verder uit elkaar, zodat er ongeveer 60 zenders in de band passen.

Kanaalbreedte bij TV
De noodzakelijke frequentie bandbreedte om een VHF of UHF KTV-signaal onvervormd te kunnen uitzenden of ontvangen. Zoals uit onderstaande figuur blijkt, bedraagt de bandbreedte bij VHF-zenders 7 MHz en bij UHF-zenders 8 MHz.

Kanaalindeling bij FM
Het koppelen van de draaggolf frequentie van een FM-zender aan een bepaald kanaalnummer. In de tabel van onderstaande figuur is deze internationaal gestandaardiseerde koppeling weergegeven.

Kanaalindeling bij TV
De koppeling van de draaggolf frequenties voor beeld en geluid van een TV-zender aan een bepaald kanaalnummer. In de tabel van onderstaande figuur is deze internationaal door de CCIR gestandaardiseerde koppeling weergegeven.

Kanalenkiezer
Een zogenoemd `front-end` bij een TV-apparaat, waarmee men kan afstemmen op een TV-zender. Omdat bij TV een breed frequentiespectrum moet worden ontvangen (van lage VHF op 41 MHz tot hoge UHF op 855 MHz) is een kanalenkiezer steeds dubbel uitgevoerd. Een deel is verantwoordelijk voor het afstemmen op de VHF-kanalen, een tweede deel verzorgt de ontvangst van de UHF-kanalen. Het blokschema van een dergelijke `combi`-kiezer is weergegeven in onderstaande figuur.

Kansas City Standard
Een verouderde standaard voor het op een analoge cassette opnemen van digitale gegevens. De standaard gebruikte frequentiemodulatie, waarbij zowel de digitale `L` als de digitale `H` werden voorgesteld door een welbepaalde frequentie in het audiogebied.

Kanteelspanning
Is een oude benaming voor vierkantsgolf. Is een spanning die gekenmerkt wordt door slechts twee spanningswaarden. De spanning springt periodiek heen en weer tussen beide spanningsniveau`s. De in onderstaande figuur getekende kanteelspanning heeft als onderste niveau de massa en als bovenste de voedingsspanning van de schakeling, waardoor ze wordt opgewekt.

Kantelfrequentie
Ander woord voor `cross-over frequentie`. Een frequentie waarbij een amplitude-frequentie karakteristiek, die eenvoudigheidshalve uit rechte stukken wordt voorgesteld, van richting verandert. In onderstaande figuur wordt een dergelijke karakteristiek voorgesteld, met twee kantelfrequenties.

Karakter
Een symbool uit de beschikbare symbolenset van een computer. De symbolenset van een computer is opgebouwd uit alle letters, cijfers, leestekens en enige specifieke grafische tekens, zoals cirkeltjes, blokjes, etc. De karakters maken deel uit van de zogenoemde `karakter-tabel`. In de loop der tijden zijn diverse standaarden ontwikkkeld. 7 bit ASCII Lang geleden werd besloten tot een bepaalde vorm van standaardisatie. Dat was de 7 bit brede ASCII-code, afkorting van `American Standard Code of Information Interchange`. Omdat deze code uit slechts zeven bit bestaat, kunnen er maximaal 128 karakters gedefinieerd worden. Er worden 33 codes gebruikt voor het definiëren van besturingscodes, zoals: - BS: back space; - DEL: delete; - LF: line feed. Er is dus alleen ruimte voor de 26 kleine en grote letters van het alfabet, de cijfers en enige leestekens. Deze karakter-tabel voldoet uitstekend voor de Engelse taal, deze kent immers geen letters met accenten. Om de tabel bruikbaar te maken voor andere talen, heeft men tien codes niet star gedefinieerd. Deze kunnen in andere talen ingevuld worden door plaatselijk veel gebruikte karakters. ISO 8859-1 Een beter bruikbare gestandaardiseerde karakter-tabel heet officieel ISO 8859-1, maar gaat door het leven onder de populaire benaming Latin-1. Deze tabel gaat uit van 8 bit brede codes, zodat in totaal 256 verschillende karakters kunnen worden gedefinieerd. Als men er de noodzakelijke besturingstekens aftrekt, blijven er ongeveer 220 cijfercodes over.

Karakteristiek
De grafische weergave van het waardeverloop van één grootheid als functie van een andere, bijvoorbeeld stroom tegen spanning, amplitude tegen frequentie, lekstroom tegen temperatuur, etc. Deze voorstelling wordt gebruikt indien tussen deze grootheden geen eenvoudig wiskundig verband bestaat. De tekening van onderstaande figuur geeft bijvoorbeeld de karakteristiek van de spanning over en de stroom door een niet-lineaire weerstand. Als de stroom over deze weerstand stijgt, dan zal de spanning niet evenredig toenemen. Karakteristieken zijn zeer handige hulpmiddelen om in één oogopslag het verband tussen twee grootheden te kunnen begrijpen, wat met ingewikkelde formules voor de niet-wiskundig geschoolde nauwelijks mogelijk is.

Karakterset
Het geheel van symbolen (letters, cijfers, leestekens, etc.) die een computer op het beeldscherm kan zetten. Zie ook Karakter.

Karnaugh-map
Ook KV-diagram genoemd. Een tabel, waarin het verband wordt gegeven tussen een aantal logische ingangsvariabelen en één logische uitgangsvariabele. De rijen en de kolommen van de map staan, zie onderstaande figuur, voor alle mogelijke logische waarden van de ingangsgrootheden, dus A, A-invert, B, B- invert, C, C-invert, etc. In de hokjes van de map worden de uitgangstoestanden ingevuld, die horen bij de ingangstoestanden. In de rechter bovenhoek komt dus de uitgangstoestand die hoort bij de ingangstoestand A = `H`, B = `H` en C = `L`. Nadat men alle hokjes heeft ingevuld, kan men de map gaan vereenvoudigen. Twee of meer horizontaal of verticaal naast elkaar liggende blokjes met dezelfde logische waarde kunnen worden samengevoegd tot een blok. In zo`n blok zal de waarde van minstens één ingangsvariabele er niet toe doen. Of B =`L` of B = `H` zal geen enkele invloed hebben op de logische waarde van de uitgangsvariabele. Nadat alle blokken zijn gedefinieerd, kan men de Boolse vergelijking, die het verband tussen de in- en uitgangsgrootheden beschrijft, gemakkelijk opstellen. Ieder blok van `L`-en of `H`-en komt dan immers overeen met een `EN`- of `OF`-term in de vergelijking.

Kathode
Is de aanduiding voor een negatieve elektrode of een elektrode die elektronen uitzendt. Dat in tegenstelling tot de anode, ofwel positieve elektrode, die elektronen ontvangt. Bij het symbool voor de halfgeleiderdiode wordt de kathode voorgesteld door het streepje, de anode door een pijltje dat naar het streepje toewijst, zie onderstaande figuur.

Kathodestraal
Is een stroom van elektronen, uitgezonden door een negatieve elektrode (kathode) en versneld door een elektrostatisch of magnetisch veld. De kathodestraal kan ontstaan door: - thermische emissie: het metaal van de kathode wordt verwarmd; - secundaire emissie: de kathode wordt bestraald met snelle elektronen; - koude emissie: de kathode wordt blootgesteld aan een sterk elektrisch veld.