Deze woordenlijst staat niet meer online

De woordenlijst waar dit woord in stond bestaat niet meer, of de website is niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.

Pagina 0 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53 54 55 56 57 58 59 60 61 62 63 64 65 66 67 68 69 70 71 72 73 74 75 76 77 78 79 80 81 82 83 84 85 86 87 88 89 90 91 92 93 94

P. Weiland Kunstwoordenboek (1858)
Categorie: Algemeen of niet ingedeeld
Specifieker: Let op: oude spelling
Land & datum: NL, 27042007
Woorden: 18803

Eximeren
Let op: Spelling van 1858 uitzonderen, bevrijden. Exemtie, uitzondering. Zie exemt

Existence
Let op: Spelling van 1858 Fr., existentie, het wezen, aanzijn, bestaan. Existeren, bestaan, in wezen zijn

Existimatie
Let op: Spelling van 1858 schatting, waardering, meening. Existimeren, het daarvoor houden, schatten, waarderen

Exitat
Let op: Spelling van 1858 hij over wiens vermogen een concours geopend is, schuldenaar van gemeenschappelijke schuldeischers

Exmissie
Let op: Spelling van 1858 buiten bezitstelling. Exmitteren, uitwerpen, geregtelijk uit het bezit zetten

Exochas
Let op: Spelling van 1858 eene weeke achterbuil, eigenlijk een vooruitsteken, bijzonder uit eene diepte

Exociste
Let op: Spelling van 1858 Exocyste, blaasontsteking

Exod.
Let op: Spelling van 1858 Exodus, de uittogt, het tweede boek van Mozes

Exodesis
Let op: Spelling van 1858 uitzwelling, bijzonder van een enkel deel, zoodat hetzelve boven, de naastgelegene uitsteekt

Exodium
Let op: Spelling van 1858 uitgang, einde

Exodus
Let op: Spelling van 1858 het tweede boek van Mozes

Exoncoma
Let op: Spelling van 1858 Exoncosis, een sterk vooruitstekend, hard gezwel

Exoneirogmus
Let op: Spelling van 1858 Oxoneirogmus, nachtelijke zaaduitstorting. Het laatste beteekent meer de daad, het eerste het uitgestorte zaad

Exoneratie
Let op: Spelling van 1858 ontlediging, ontlasting. Exonereren, ontledigen, vrijspreken, ontlasten

Exophthalmie
Let op: Spelling van 1858 eene zoo sterke opzwelling van den oogappel, dat hij niet meer door de oogleden bedekt kan worden; ossenöog, elefantsoog

Exorabel
Let op: Spelling van 1858 exorable, Fr., verbiddelijk

Exorbitant
Let op: Spelling van 1858 buitensporig, overdreven, onordelijk. Exorbiteren, overschrijden, overtreden, van den regten weg afdwalen

Exorciseren
Let op: Spelling van 1858 (duivelen of booze geesten) bezweren of bannen. Exorcismus, duivelbezwering, of banning (bij den doop). Exorciste, bezweerder, duivelbanner

Exordium
Let op: Spelling van 1858 Lat., het begin, de inleiding eener rede

Exorterisch
Let op: Spelling van 1858 niet wetenschappelijk, niet naauwkeurig, wat iedereen weten kan, voor oningewijden

Exostosis
Let op: Spelling van 1858 beengewas, beenuitwas, beengezwel

Exoticudenia
Let op: Spelling van 1858 verachting van buitenlandsche dingen

Exotisch
Let op: Spelling van 1858 vreemd, uitheemsch

Expansie
Let op: Spelling van 1858 uitdijing, verwijding, uitzetting. Expansief, uitdijend.

Expansivekracht
Let op: Spelling van 1858 (natuurk.) kracht, die van het middelpunt naar den omtrek dringt

Expatriëren
Let op: Spelling van 1858 uit het vaderland of uitlandig gaan, vlugten

Expeantie
Let op: Spelling van 1858 uitlegging, opheldering

Expectance
Let op: Spelling van 1858 Fr., uitzigt op iets, verwachting. Expectant, die uitzigt op een ambt heeft. Expectatie, verwachting. Expecteren, verwachten

Expectoratie
Let op: Spelling van 1858 gemoedsuitstorting. Expectoreren, zijn hart uitstorten, ontlasten

Expediënt
Let op: Spelling van 1858 een middel, een middel tot redding, een ligt en spoedig werkend middel. Expediëren, uitvoeren, tot stand brengen, verzenden, afvaardigen, verderbrengen. Expediet, schielijk, spoedig. Expediteur, goederen-verzender, bevrachter. Expeditie, expeditio, Lat., afvaardiging, verzending, onderneming; de plaats waar handelszaken bezorgd worden; afschrift van een wettig geschrift; krijgstogt

Expelleren
Let op: Spelling van 1858 verdrijven, verjagen, ontërven

Expenderen
Let op: Spelling van 1858 overleggen; ook betalen, bekostigen

Expensarium
Let op: Spelling van 1858 Lat., de lijst van onkosten. Expensen, onkosten, uitgaven, geregtskosten; in expensas condemneren, in de kosten verwijzen. Expensief, duur, met zware uitgaven verbonden

Experiment
Let op: Spelling van 1858 proefneming. Experimentaal, proefnemend, proefondervindelijk. Experimenteren, beproeven, onderzoeken

Expert
Let op: Spelling van 1858 zaakkundige, gezworene. Experto crede Ruperto, geloof aan hetgeen een verstandig en ervaren man u zegt

Expiatie
Let op: Spelling van 1858 verzoening. Expiëren, verzoenen, ontzondigen; boeten

Expiratie
Let op: Spelling van 1858 onwillekeurige aandrang tot stoelgang, tot kinderbaren, tot braken; ook uitademing, uitblazing van den geest, dood; insgelijks eindiging; het verloop van een' termijn, vervaltijd (van eenen wissel, enz.). Expireren, uitademen, sterven; vervallen, ophouden, eindigen (van contracten enz.)

Expisceren
Let op: Spelling van 1858 uitvisschen; uitvragen, uithooren

Expletief
Let op: Spelling van 1858 uitvullend, Particula expletiva, een tusschenwoordje, stopwoord

Explicabel
Let op: Spelling van 1858 explicable, Fr., verklaarbaar. Explicatie, verklaring, uitlegging. Explicatief, verklarend, ophelderend. Expliceren of expliqueren, verklaren, uitleggen

Explicite
Let op: Spelling van 1858 Lat., uitdrukkelijk, duidelijk, bepaald. Zie implicite

Exploderen
Let op: Spelling van 1858 losgaan, ontploffen, metgeweld losbreken of losbarsten. Explosie, geweldige uitbarsting, als van kruid enz

Exploit
Let op: Spelling van 1858 Fr., groote daad, heldendaad; ook eene dagvaarding of exploot van eenen deurwaarder. Exploitatie, ontginning van landen; beteekening of kennisgeving van eenig stuk door eenen deurwaarder. Exploiteren, ontginnen (van landen, enz.) beteekenen (van deurwaarders)

Explorateur
Let op: Spelling van 1858 uitvorscher, bespieder. Exploratie, uitvorsching, bespieding, uitpluizing. Exploreren, bespieden, uitpluizen, navorschen

Exponent
Let op: Spelling van 1858 (wisk.) de aanwijzer, het getal, dat de magt van een ander getal of grootheid aanduidt. Exponeren, aanwijzen, bloot leggen, blootgeven, in gevaar stellen, zich aan gevaar blootstellen

Exportatie
Let op: Spelling van 1858 uitvoer. Exporten, waren, die buiten 's lands worden gevoerd. Exporteren, uitvoeren

Expost
Let op: Spelling van 1858 post factum, of ex post facto, achteraan, naderhand

Expostulatie
Let op: Spelling van 1858 hevige twist, woordenwisseling, kijverij; beklaging. Expostuleren, twisten, kijven, hard aanspreken, berispen, verwijten; zich beklagen

Exposé
Let op: Spelling van 1858 uiteenzetting, vertoog; ook de voordragt der klagten en hare uiteenzetting voor het geregt. Exposeren, uitleggen, ontvouwen; ook een kind te vondeling leggen. Expositie, uitlegging, verklaring, ontvouwing; ook tentoonspreiding; het omstandige verhaal van eene zaak; tekstverklaring; insgelijks tentoonstelling (van schilderijen en andere voorwerpen van kunst en nijverheid); openlegging, blootlegging; het te vondeling leggen van een kind

Expres
Let op: Spelling van 1858 exprès, Fr., uitdrukkelijk, voorbedachtelijk, willens, met opzet. Expresse, een eigen afgezondene bode. Expressie, expressio, Lat., het uitdrukken, uitpersen van sappen; (fig.) de uitdrukking zijner gevoelens, zijner gedachten. Expressief, nadrukkelijk, ter zaak, vol uitdrukking. Expressis verbis, met uitdrukkelijke woorden

Exprimeren
Let op: Spelling van 1858 de sappen uitpersen, uitdrukken; (fig.) zich uitdrukken

Expromissor
Let op: Spelling van 1858 Lat., borgvoorschuld. Expromitteren borg blijven, toezeggen, beloven

Expropriatie
Let op: Spelling van 1858 onteigening, uitkoop. Expropriëren, onteigenen, iemand van zijn eigendom berooven

Expulseren
Let op: Spelling van 1858 uit- of wegdrijven, Expulsie, expulsio, Lat., ver- wegof uitdrijving, verjaging, verbanning

Expungeren
Let op: Spelling van 1858 uitkrabben, uitstrijken, uitwrijven

Expérience
Let op: Spelling van 1858 Fr., experientia, Lat., experientie, ondervinding, ervaring: experienta docet, de ondervinding leert het

Exquis
Let op: Spelling van 1858 Fr., exquisiet, uitgelezen, uitgezocht, voortreffelijk

Exsiccantia
Let op: Spelling van 1858 uitdroogendemiddelen. Exsiccatie, uitdrooging

Exsolutie
Let op: Spelling van 1858 exsolvering, oplossing. Exsolveren, oplossen

Extend eren
Let op: Spelling van 1858 uitrekken, den behoorlijken vorm geven, verlengen, uitbreiden, uitstrekken. Extensibiliteit, rekbaarheid. Extensible, Fr., extensibel, rekbaar. Extensie, extensio, Lat., uitrekking. Extensief, vergrootbaar

Extenuatie
Let op: Spelling van 1858 langzaam verval van krachten, verzwakking; (fig.) verkleining, b.v. van eene misdaad; vermindering der waarde van iets. Extenueren, geringer maken, verzwakken, uitteren

Exteren
Let op: Spelling van 1858 (exsteren), bestaan, voorhanden zijn

Exterminatie
Let op: Spelling van 1858 verdelging; uitroeijing. Extermineren, verdelgen, vernielen, uitroeijen

Extern
Let op: Spelling van 1858 uiterlijk. Externen, niet gehuisveste, buitenwonende scholieren, daggaanders

Exterritoriaal
Let op: Spelling van 1858 buiten het gebied gelegen

Extersteenen
Let op: Spelling van 1858 zijn loodregt tegen elkander opstaande, tot aan den grond gescheurde rotsen, waarin men kamers, houtschuren en trappen uitgehouwen heeft. Men vindt dergelijke steenen in het graafschap Lippe in Westfalen, bij het stadje Horn

Extinctie
Let op: Spelling van 1858 het uitblusschen, verdelgen; afsterven. Extinguëren, uitblusschen, verdelgen

Extirperen
Let op: Spelling van 1858 (exstirperen), uitroeijen, verdelgen

Extorqueren
Let op: Spelling van 1858 afpersen. Extorsie, afpersing.

Extr.
Let op: Spelling van 1858 extractus, Lat., extract, uittreksel, aftreksel

Extra
Let op: Spelling van 1858 buiten, buitengewoon, bijder. Extra-duur, zeer duur; Extra-blad, bijblad; Extra-post, buitengewone of eigene post

Extract
Let op: Spelling van 1858 uittreksel, hetgeen uit iets getrokken is, (uit planten, boeken, enz.). Extractie, extractio, Lat., het uittrekken, de uittrekking, afscheiding der fijne deeltjes uit vermengde ligchamen

Extraderen
Let op: Spelling van 1858 overhandigen, uitleveren. Extraditie, de overgaaf, uitof overlevering

Extrahent
Let op: Spelling van 1858 die tot de beslissing eener zaak geregtelijke hulp vraagt. Extraheren, uittrekken, in het kort bevatten; sappen uit de kruiden halen; ook een geregtelijk bevel ligten

Extrajudiciëel
Let op: Spelling van 1858 buitengeregtelijk

Extramundaan
Let op: Spelling van 1858 buitenwereldsch, buiten de grenzen der wereld

Extraordinair
Let op: Spelling van 1858 buitengewoon

Extraterritoriaaljurisdictie
Let op: Spelling van 1858 het regt, volgens hetwelk een afgezant of zaakgelastigde niet onder den geregtsdwang der plaatsstaat, waar hij als afgezant zich bevindt

Extravagant
Let op: Spelling van 1858 Fr., buitensporig, uitspattend, ongerijmd. Extravageren, uitspatten, buiten den regel gaan

Extravasatie
Let op: Spelling van 1858 uitvloeijing, bijzonder van het bloed of andere sappen des menschelijken ligchaams, uit de vaten in het celweefsel of in de holten des ligchaams. Extravaseren, uitvloeijen of uitstorten

Extrême
Let op: Spelling van 1858 Fr., het uiterste. Extrêmes, overdrijvingen, tegenovergestelde of zeer strijdige zaken. Extremiteit, het uiterste einde; de laatste toevlugt; het hoogste levensgevaar; de grootste verlegenheid

Extérieur
Let op: Spelling van 1858 Fr., uiterlijk, uitwendig; ook het uiterlijke, uitwendige, uitzigt

Exuberant
Let op: Spelling van 1858 overvloedig, onnoodig. Exuberantie, overvloed, overdaad

Exulant
Let op: Spelling van 1858 een verdrevene, banneling. Exuleren, verdrijven, verbannen; in ballingschap leven

Exulceratie
Let op: Spelling van 1858 exulceratio, Lat.; de ettering, het zweren. Exulcereren, zweren, tot ettering brengen

Exultatie
Let op: Spelling van 1858 exultatio Lat., gejuich Exulteren, juichen

Exuviën
Let op: Spelling van 1858 afgestroopte huid of vel; hulsel; uitgetrokkene kleederen

Eyra
Let op: Spelling van 1858 de derde der Godinnen uit het Scandinavisch godengeslacht, Asen. Zie dit laatste woord

Ezan
Let op: Spelling van 1858 het in Turkije gewone roepen tot het gebed, van de torens der moskeën

Ezelshoofd
Let op: Spelling van 1858 een lang, sterk stuk hout, onder de mars van een schip, de steng met den mast zamenhoudende

F dur
Let op: Spelling van 1858 is een van onze vier en twintig toonsoorten, welke eene b tot teeken vooraan heeft

F. forte
Let op: Spelling van 1858 (muz.) sterk; F.F., nog sterker; F.F.F., fortissimo, het sterkste, met de grootste hevigheid

F.
Let op: Spelling van 1858 c. Formula concordiae

F.F.
Let op: Spelling van 1858 zeer of hoogst fijn; de, of het fijnste, b.v. F.F. kanaster, zeer fijne kanaster enz

Fa sol
Let op: Spelling van 1858 met beide deze syllaben werd in de solmisatie van Guido die verandering aangewezen, volgens welke op den toon c, niet fa maar sol gezongen moest worden

Fa ut
Let op: Spelling van 1858 geeft in de solmisatie te kennen de verandering dezer syllaben, naar welke op den toon c of f, in plaats der lettergreep fa, de syllabe ut gezongen werd

Fa-el
Let op: Spelling van 1858 Portugesche naam van de Chinesche munt Le-ang, omtrent 45 stuivers van ons geld waard

Fa
Let op: Spelling van 1858 (muz.) de vierde toon in den zangsleutel

Fabel
Let op: Spelling van 1858 verdichtsel, sprookje; ook, eene versierde vertelling, met een zedelijk doel. Zie fabula

Fabliau
Let op: Spelling van 1858 een oud sprookje, hetwelk eertijds door de Troubadours of dichters gezongen werd

Fabrica
Let op: Spelling van 1858 Lat., fabrijk of fabriek, werkplaats, alwaar goederen en waren, door arbeiders in het groot worden vervaardigd, het zij door werktuigen of menschenhanden. Fabricatie, vervaardiging der goederen in dusdanige werkplaatsen. Fabriceren, maken of vervaardigen, bijzondere stoffen in het groot vervaardigen. Fabrikaat, het vervaardigde kunstvoortbrengsel. Fabrikage, stadsbouwmeesterschap. Fabrikant, fabrijkant, de arbeider in eene fabrijk, voornamelijk de eigenaar of bestuurder daarvan

Fabricie
Let op: Spelling van 1858 eene bijzondere kas bij de stiften, welke zekere inkomsten en toevallige voordeelen had, waaruit de stiftsgebouwen onderhouden werden

Fabrijk
Let op: Spelling van 1858 zie fabrica

Fabrijkgoud
Let op: Spelling van 1858 de vierkante goudblaadjes, welke uit dukatengoud geslagen en tot het vergulden van zilveren stangen, tot gouddraadtrekken enz. gebruik wordt. Fabrijklood, het hangloodje, dat met een bijzonder merk voorzien en aan een stuk fabrijkgoed gehecht wordt, en waaraan men zien kan uit welke fabrijk het is

Fabula
Let op: Spelling van 1858 Lat., zie fabel. Lupus in fabula, Lat., de wolf in de fabel; als men van den wolf spreekt, is hij nabij. Fabulant, een sprookjesverteller. Fabuleren, beuzelen, fabelen verzinnen. Fabuleus, fabelachtig, beuzelachtig. Fabulist, een fabeldichter

Fabulus
Let op: Spelling van 1858 een God der Romeinen, die de kinderen leerde spreken

Fac-simile
Let op: Spelling van 1858 handschriftafdruk, schrift, waarin de hand des schrijvers zeer gelijkend nagemaakt is

Face
Let op: Spelling van 1858 Fr., facies, Lat., aangezigt, gezigt; aanschijn, de voorzijde; en face, in het gezigt, van voren; in de teekenkunde, het gansche gezigt van voren, in tegenoverstelling van en profil. Facen, de buitenste liniën en zijden vnn een bolwerk, ravelijn, enz. Faces, bij schilders en beeldhouwers, delengte van het gezigt

Facesseren
Let op: Spelling van 1858 iemand veel werk maken, veel moeite geven

Facetiae
Let op: Spelling van 1858 potsen in woorden en gebaren, vrolijke grappen, snaaksche redenen, geestige invallen

Facetten
Let op: Spelling van 1858 met ruiten of hoeken eeslepene steenen, als b.v. de diamanten enz.; ook de hoeklijsten aan de geslepene spiegelglazen

Faciel
Let op: Spelling van 1858 facile, Fr., facilis, Lat., ligt, gemakkelijk. Faciliteit, gemakkelijkheid, ligtheid, behendigheid. Faciliteren, gemakkelijk maken, verligten

Facies
Let op: Spelling van 1858 Lat., het aangezigt; in faciëm, in het gezigt, zonder schroom. Facies Hippocratica, een doodkleurig gezigt, wezenstrekken van eenen stervende, door Hippocrates het eerste beschreven

Facilet
Let op: Spelling van 1858 het bekken, hetwelk gekust wordt, als men in de Roomsche kerk bij de mis offert

Facinora
Let op: Spelling van 1858 Lat., schanddaden, boevenstukken

Facit
Let op: Spelling van 1858 Lat., som, bedrag, uitkomst

Facta
Let op: Spelling van 1858 Lat., daadzaken. Zie factum

Factie
Let op: Spelling van 1858 partij, aanhang. Factiëux, Fr., factiëus, oproerig, muitziek. Factisch, daadzakelijk, werkelijk, waar

Factische omstandigheden
Let op: Spelling van 1858 die op den loop eener zaak betrekking hebben; daadzaken

Factitium
Let op: Spelling van 1858 iets, dat door de kunst voortgebragt is

Factoor
Let op: Spelling van 1858 (rekenk.) een vermenigvuldiger; (kooph.) een opzigter, zaakgelastigde, boekhouder. Factorage, provisie, procenten, salaris voor zaakwaarneming. Factorij, de post van eenen factoor en de plaats, waar hij dien bekleedt; handelskantoor. Factuur, factura, koop-, inkoop- en verkoop-rekening

Factotum
Let op: Spelling van 1858 een man die alles doet, en tot alles bekwaam is

Factum
Let op: Spelling van 1858 Lat., daad, verrigting; de facto, dadelijk, zonder aanvraag, eigenmagtig. Speties facti, breedvoerig verhaal. Factum infectum fieri nequit, gedane dingen hebben geenen keer

Facturier
Let op: Spelling van 1858 wordt in eenige fabrijken voor fabriekant of wever gezegd

Faculteit
Let op: Spelling van 1858 facultas, Lat., kracht, vermogen; ook eene van de hoofdafdeelingen der gezamenlijke wetenschappen, als godgeleerdheid, wijsbegeerte, regtsgeleerdheid en geneeskunde; ook het collegie van professoren en doctoren der hoogeschool, tot een bijzonder wetenschappelijk vak behoorende. Facultist, iemand die in zoodanig collegie zitting heeft

Fadaises
Let op: Spelling van 1858 Fr., beuzelarijen, zotternijen, platheden, onnoozele gezegden

Fade
Let op: Spelling van 1858 Fr., smakeloos, laf, onbevallig

Fagot
Let op: Spelling van 1858 een muzijkinstrument; een uit twee of meer stukken zamengestelde basson, of basblaas-instrument. Fagotist, die dat instrument bespeelt

Fagotino
Let op: Spelling van 1858 eene kleinere soort van het bekende blaasinstrument Fagot, hetwelk eenen bastoon heeft, en deswege ook baspijp genoemd wordt

Fagots ardents
Let op: Spelling van 1858 (krijgsk.), in pik gedoopte rijsbundels, welke aangestoken en des nachts in de grachten geworpen worden, om door middel daarvan te kunnen zien

Failleren
Let op: Spelling van 1858 faljeren, missen; ophouden te betalen. Zie falliment

Fainéance
Let op: Spelling van 1858 zooveel als négligence. Fainéant, Fr., een nietsdoener, luiaard, ledigganger. Fainéantise, het niets doen, de lediggang, luiheid

Faisabel
Let op: Spelling van 1858 faisable, Fr., doenlijk, mogelijk om uit te voeren. Faiseurs, benaming der eigenmagtige ministers, aan het voormalige hof van Frankrijk

Fait
Let op: Spelling van 1858 Fr., eene daad, feit. Fait van iets maken, van iets veel werk maken. Au fait zijn, naauwkeurig verstaan, wel kennen

Fakir
Let op: Spelling van 1858 eene soort van Turksche monniken, die, van aalmoezen levende, rondreizen, zonder op eene vaste plaats te mogen vertoeven; Turksche bedelmonnik, anders derwisch

Falak
Let op: Spelling van 1858 eene bij de Turken gebruikelijke straf voor geringe misdaden, welke van de bastonnade slechts daarin onderscheiden is, dat hij, die de straf ondergaan moet, niet ligt, maar zit

Falbala
Let op: Spelling van 1858 valbala, ruim geplooide boordsels, afhangende versierde zoomen aan vrouwenkleederen en andere stofferingen, als glas- en bedgordijnen, enz. Falbaleren, of falbaliseren, kleedingstukken met plooisels beleggen

Falcade
Let op: Spelling van 1858 eene soort van courbette, daarin bestaande, dat het paard met de achterpooten eenige korte en snelle tempo's zoo nabij den grond maakt, dat het daarop schijnt te zitten. Het paard laten falkeren, is hetzelve plotseling aanhouden, zoodat het zijne achter- pooten buigen moet

Falchom
Let op: Spelling van 1858 eene Russische lengtemaat, iets meer dan een vadem lang

Falcidia
Let op: Spelling van 1858 Lat., quarta falcidia, het vierde gedeelte eener erfenis, hetwelk de erfgenaam, voor andere erfmakingen, vorderen kan

Falconet
Let op: Spelling van 1858 de kleinste soort van veldstukken. Falconetkogel, kogel voor zoodanig veldstuk geschikt

Falkir
Let op: Spelling van 1858 een Perziaansche waarzegger

Fallacia
Let op: Spelling van 1858 eigenlijk bedrog, valschheid, beteekent in de Logica alles, wat een' mensch van het inzien der waarheid kan terug houden; eene bedriegelijke sluitrede, om iemand te misleiden

Falliment
Let op: Spelling van 1858 fallimento, fallita, Ital., fallit, faillite, faillissement, Fr., het ophouden van betalen eens koopmans, door ongelukken; terwijl daarentegen bankroet hetzelfde beduidt, indien de koopman door eigene schuld in gebreke blijft. Fallit, falliet zijn, in gebreke blijven, ophouden met betalen, hetzelfde als failleren. Zie dit woord

Falsaris
Let op: Spelling van 1858 falsarius, Lat., in het algemeen, een bedrieger, echter meer bepaaldelijk diegene, welke door valsche schriften of handteekeningen bedriegt

Falsificatie
Let op: Spelling van 1858 vervalsching. Falsiloquium, valsche taal, leugen. Falsimonia, bedriegerij

Falso bordone
Let op: Spelling van 1858 (muz.), wanneer op eene maxima, noot van 8 slagen, verscheidene lettergrepen in éénen toon gezongen worden; ook die thema's eener compositie, waarbij de bovenstem tegen de lagere sexten, en de middelste tegen de lagere tersen, en tegen de hoogere quarten maakt

Falsum
Let op: Spelling van 1858 Lat., vervalsching, valsche daad, opzettelijk bedrog. Falsa, vervalschingen

Fama
Let op: Spelling van 1858 Lat., de faam, de Godin des roems; beruchtheid, vermaardheid gerucht, mare; een goede of kwade naam. Fameus, fameux, Fr., famosus, Lat., vermaard, berucht. Fameus libel, famosus libellus, Lat., een schotschrift

Fame
Let op: Spelling van 1858 eene Zweedsche lengtemaat, welke omtrent met den vadem overeenstemt

Familiariseren (zich)
Let op: Spelling van 1858 zich aan iemand vertrouwen, met iemand gemeenzaam zijn; ook zich wegwerpen, al te gemeenzaam maken. Familiarité, Fr., familiariteit, gemeenzaamheid, vertrouwelijkheid. Familiair, vertrouwelijk; door gewoonte eigen

Familie
Let op: Spelling van 1858 famille, Fr., bloedverwantschap, maagschap; huis, huisgezin, geslacht, stam. De heilige familie, een schilderstuk, of andere voorstelling van het kind Jezus met zijne ouders

Famulateur
Let op: Spelling van 1858 dienst, oppassing, hulpbetoon, bijzonder bij voorname geestelijken of professoren. Famuleren, dienst doen, hulp betoonen. Famulus, dienaar, oppasser

Fanal
Let op: Spelling van 1858 Fr., groote scheepslantaren; seinvuur op het kommandantschip; ook vuurbaak, seinvuur, vuurtoren, op de kusten of aan den ingang der havens

Fanam
Let op: Spelling van 1858 Oostindische zilveren munt, welke in verschillende provinciën ook verschillende waarde heeft, en omtrent 3 stuivers geldt

Fanatiek
Let op: Spelling van 1858 dweepachtig, dweepziek. Fanatique, Fr., fanaticus, Lat., een geestdrijver, religie-ijveraar, dweeper. Fanatismus, dweeperij, geestdrijverij. Wanneer het fanatismus de godsdienst alleen op innerlijk gevoel, en op gewaarwordingen van het gemoed toepasselijk maakt, heet dit mystiek; ontaardt de dweepzucht in bloote hersenschimmen, als dan noemt men dusdanigen dweeper een' fanatiek. Fanatiseren, een' ander' dweepzieke gevoelens inboezemen

Fandango
Let op: Spelling van 1858 een vlugge dans; de nationale dans der Spanjaarden

Fanega
Let op: Spelling van 1858 eene Spaansche koornmaat, van niet volkomen dezelfde grootte in de verschillende steden. Zij houdt omtrent 100 pond. Fanegos, Fanga, eene Portugesche koornmaat, iets meer dan 14 pond bevattende

Fanfare
Let op: Spelling van 1858 Fr., trompetgeschal; ook geraas; groote ophef. Fanfaron, windbuil, snoever, grootspreker. Fanfaronnade, zwetserij, snoeverij, grootspraak. Fanfaronneren, zwetsen, snoeven, pralen

Fanou
Let op: Spelling van 1858 eene Oostindische zilvermunt, omtrent 4 stuivers waard; ook een gewigt van 2 karaat, waarvan men zich in sommige Oostindische plaatsen bedient, om de robijnen te wegen

Fantaseren
Let op: Spelling van 1858 willekeurig, naar zijn gevoel en zijne invallen, voor de vuist spelen. Zie phantaseren en phantasie

Fanti
Let op: Spelling van 1858 in Venetië de geregtsdienaars, die, bij ieder geregtshof, de partijen indagen of dagvaarden, de uitgevaardigde edicten aflezen en andere soortgelijke werkzaamheden verrigten; ook de schrijvers of factors van een handelscollegie, door wie de kooplieden de protesten laten maken

Fantôme
Let op: Spelling van 1858 phantome, Fr., spook, hersenschim; ook een kunstligchaam, ter bestudering voor geneesheeren en accoucheurs

Faquin
Let op: Spelling van 1858 Fr., faschino, Ital., een slechte vent, schobbejak. Faquine, een slecht, gemeen wijf, eene slet. Faquinerie, een eerlooze streek, laagheid

Faramiten
Let op: Spelling van 1858 eene Mahomedaansche sekte, welke de leerstellingen van Ali volgt

Faratelle
Let op: Spelling van 1858 een in Oost-Indië gebruikelijk gewigt, omtrent 1¾ pond zwaar

Farce
Let op: Spelling van 1858 klein gehakt vleesch tot vulsel; oek kluchtspel, vrolijk nastukje; fig ieder koddig of snaaksch voorval, daad of zaak. Farceren, eenig wild of gevogelte opvullen, met gehakt vleesch enz.; ook visch, klein gehakt, met beschuit enz. vast zamengekneed, opstoven: gefarceerde snoek

Farcel
Let op: Spelling van 1858 Farcella, een Arabisch gewigt, in sommige streken omtrent 2½, in andere 3 centenaars zwaar

Fardel
Let op: Spelling van 1858 uit het Italiaansche Fardello, een pak, wordt in Ulm gebruikt als de maat van laken, die 46 barchet houdt, waarvan elk 24 el lang is

Farderen
Let op: Spelling van 1858 blanketten, oppronken; bemantelen

Farding
Let op: Spelling van 1858 Farthing, Eng., een oortje, eene Engelsche koperen munt, waarvan 2 ongeveer 3 centen doen

Fardnigbale
Let op: Spelling van 1858 Fardingland, Farundalesland, eene Engelsche veldmaat, 9574 vierkante voeten groot, en waarvan er vier een akker (acre) uitmaken

Fardo
Let op: Spelling van 1858 eene maat voor drooge waren in Spanje en Goa, welke omtrent 42 pond rijst bevat

Fardos
Let op: Spelling van 1858 eene zilvermunt in Bantam, omtrent 15 stuivers waard

Fargot
Let op: Spelling van 1858 Frangot, in de omstreken van Rijssel eene baal waren, die 100 à 150 pond zwaar is

Faribolen
Let op: Spelling van 1858 fariboles, zotternijen, wisjewasjes, praatjes voor de vaak

Farin
Let op: Spelling van 1858 eene grove suiker, die er uitziet als meel, en ontstaat, wanneer de Moscavade, of het tot droogte gekookte suikersap, nog eens opgelost en met loog en ossenbloed opgekookt wordt. Deze bewerking geeft de gele Farin, en lost men deze nogmaals op en kookt ze op de voormelde wijze, zoo verkrijgt men de witte farin of de Cassonade

Farineus
Let op: Spelling van 1858 melig; bij schilders, als de kleuren te dof of mat zijn

Farnesisch
Let op: Spelling van 1858 Men geeft dezen bijnaam aan verscheidene beroemde antieken, naar de plaats, alwaar zij zich bevinden, namelijk het Farnesisch paleis te Rome, hetwelk eertijds aan het huis Farnese behoorde. De voornaamste kunststukken dezer verzameling zijn naar Napels overgebragt

Farnus
Let op: Spelling van 1858 de God, die bij de Romeinen over de welsprekendheid gesteld was

Faro
Let op: Spelling van 1858 Farao, een kansspel, waarbij iemand de bank houdt, en de overigen (Pointeurs) op gekozene kaartenbladen geld zetten

Fas
Let op: Spelling van 1858 het regt, de billijkheid; per fas et nefas, Lat., met regt en onregt

Fasces
Let op: Spelling van 1858 Lat., de bijlbundels, welke, in het midden, van eene bijl voorzien waren, die de lictores bij de Romeinen, voor hunne koningen en consuls droegen, als een eereteeken van hun gezag

Fasciatie
Let op: Spelling van 1858 het omleggen of omwikkelen van chirurgische verbanden, van den Latijnschen naam Fascia

Fascikel
Let op: Spelling van 1858 fasciculus, Lat., een bundel, handvol, pak

Fascinatie
Let op: Spelling van 1858 begoocheling, betoovering; waardoor men de dingen in een verkeerd licht ziet

Fascinen
Let op: Spelling van 1858 fascines, Fr., takkenbosschen, welke in de krijgsbouwkunde gebruikt worden, tot demping van grachten enz

Fascinus
Let op: Spelling van 1858 een God der Romeinen, die tegen betoovering en hekserij beschermde. Bij zegepralende intogten werd zijn beeld aan den wagen gehangen, opdat de nijd der aanschouwers den zegepraler niet schaden zoude

Fashion
Let op: Spelling van 1858 Eng., mode; goede toon. Fashionable, man naar de wereld; modegek

Fastage
Let op: Spelling van 1858 Fr., invatting; alles waarin waren gekuipt en verzonden worden; fust

Faste
Let op: Spelling van 1858 Fr., pracht, pronk, zwier

Fasti
Let op: Spelling van 1858 de oud Romeinsche kalender, waarin de feesten, spelen, enz, aangeteekend waren; ook eene openbare lijst of opgave van groote en merkwaardige daden; jaarboeken

Fastidiëus
Let op: Spelling van 1858 fastidiëux, Fr., verdrietig, langwijlig

Fastoso
Let op: Spelling van 1858 prachtige of verhevene voordragt der muzijk

Fat
Let op: Spelling van 1858 Fr., zot, mal, laf, dom en vol verbeelding van zich zelven; onverdragelijk, ook een lafbek, een zotskap

Fata morgana
Let op: Spelling van 1858 Ital., benaming der zonderlinge verschijnsels, van torens, kasteelen, schepen, enz., welke in de zeeëngte van Sicilië, bij helder en stil weder, in de lucht uit zee opstijgen, en de zonderlingste dampvormen aannemen

Fataal
Let op: Spelling van 1858 ongelukkig, noodlottig. Fataliteit, wederwaardigheid, onheil. Fatalismus, leer van een onvermijdelijk, blind nootlot. Fatalist, een aanhanger dezer leer. Fatum, Lat., het onvermijdelijke noodlot

Fatale
Let op: Spelling van 1858 een zekere door de wetten bepaalde tijd, binnen welken iets verrigt of bijgebragt moet worden, wanneer er geen nadeel uit ontstaan zal. Nooduitstel, wettige dagvaarding. Van hier werd vroeger op zaken, die door de post spoedig bezorgd moesten worden, gesteld: fatalia, of fatalia specterende

Fathom
Let op: Spelling van 1858 vadem, eene Engelsche lengtemaat van iets meer dan 6 voet

Fatigant
Let op: Spelling van 1858 Fr., vermoeijend, afmattend. Fatigeren, vermoeijen, lastig vallen. Fatigues, vermoeidheid van het werken, reizen, enz.


Zoek

Typ een term en klik op `Zoek`.

Online taaltest

De NTR, de VPRO, de Universiteit Gent en Canvas hebben een wetenschappelijk onderzoek naar Taal opgezet en doen dit door middel van een online taaltest. Hoeveel woorden ken jij?

Handig
Woordenboek
Vertalen

Naar
Synoniemen
Google

Recent gezocht

De laatste zoekopdrachten. Tussen haakjes staan resp. de resultaten en verwante resultaten.
Golda Meir (3/0)
notabele (5/1)
zein (1/6)
Pacifisme (7/0)
complet (2/20)
Nb (5/25)
ceel (6/4)
Acute gewrichtsontsteking (1/0)
eerste (4/25)
georiënteerd (1/2)
beloont (1/0)
fluke (1/1)
Dyscalculie (13/0)
PRAMMEN (1/0)
wa casco (2/0)
Reformatie (17/2)
Timbaaltje (3/0)
concipieer (1/3)
voorgeven (1/0)
osteodystrofie, renale (1/0)
Actenodia yemenica (1/0)
Decime (3/10)
Spokaans (1/0)
abstract (15/25)
© Encyclo MMXII | Contact | Privacy | Woorden toevoegen