Deze woordenlijst staat niet meer onlineDe woordenlijst waar dit woord in stond bestaat niet meer, of de website is niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.Pagina 0 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53 54 55 56 57 58 59 60 61 62 63 64 65 66 67 68 69 70 71 72 73 74 75 76 77 78 79 80 81 82 83 84 85 86 87 88 89 90 91 92 93 94
Nodus Let op: Spelling van 1858 knoop, een hard jichtgezwel aan de gewrichten. Nodus Gordius. Zie Gordiaansche knoop Noema Let op: Spelling van 1858 denkbeeld, begrip. Ook eene redekunstige figuur, waardoor een gezegde op een zeker persoon toegepast wordt. Noetianen Let op: Spelling van 1858 zekere sekte uit de 3de eeuw, leerende, dat er slechts één zelfstandig, goddelijk Wezen is, dat drie namen in zich bevat: in den hemel heet het Vader, op aarde Zoon en in de krachten der schepselen Heilige Geest Nolbroeders Let op: Spelling van 1858 Nolharden, Nolhards-broeders, eene soort van barrevoeters, die in geen klooster leven, maar rondtrekken, zieken oppassen en dooden begraven Nolens, volens Let op: Spelling van 1858 Lat., goed- of kwaadwillig, met of tegen zin Noli me tangere Let op: Spelling van 1858 Lat., raak mij niet aan; springkruid, welks rijpe zaadhuisjes zich, bij de geringste aanroering, openen; kruidje roer mij niet Nolis Let op: Spelling van 1858 nolissement, Fr., de huur of bevrachting van een schip. Noliseren, een schip huren, bevrachten Noma Let op: Spelling van 1858 eene booze, invretende zweer aan den mond, mondkanker Nomaden Let op: Spelling van 1858 herdervolken; de zoodanigen, die geen vast verblijf hebben, maar met hunne kudden altoos daarheen trekken en zich daar ophouden, waar zich de beste weiden bevinden. Nomadisch, omzwervend, rondtrekkend zonder vaderland of vast verblijf. Nomadiseren, zwervend rondtrekken Nomantie Let op: Spelling van 1858 Nomancie, de voorgewende kunst, om, uit de letters des voornaams van een' mensch, zijn lot te voorspellen Nomarchen Let op: Spelling van 1858 landvoogden, bevelhebbers over gansche landen of provinciën Nomen Let op: Spelling van 1858 naam, benaming. Nomen et omen habet, hij voert den naam met de daad. Iemand heet b.v. Vos, en is ook een sluwe vos. Nomen, in de spraakkunst, heet ook een naamwoord. Nomenclatuur, naamkundige, naamkenner; ook een woordenboek, naamregister, verzameling van woorden en namen. Nominaal, naar den naam, den naam betreffende; nominale waarde, van staatspapieren of geld sprekende, de waarde daarvan, zoo als deze bij de uitgifte door eenen Staat is bepaald Nomikos Let op: Spelling van 1858 bij de Grieken, een open-baar beambte, die de wetten en andere oorkonden in zijne bewaring had. Ook een kerkdienaar, die in de liturgie wel ervaren was, en anderen geestelijken voorschreef, wat zij dagelijks lezen of zingen moesten Nomina Let op: Spelling van 1858 Lat., schulden. Nomina activa, active schulden, die in te vorderen zijn. Nomina passiva, passive schulden, die betaald moeten worden Nominatie Let op: Spelling van 1858 nominatio, Lat., benoeming; ook het regt, om iemand tot eene waardigheid of een ambt te benoemen; nominatie-lijst, eene lijst van eenige personen, om daaruit, tot de eene of andere betrekking, eene keus te doen. Nominator, benoemer; hij die iemand tot eenen post voorstelt of benoemt. Nominatas, benoemde; genaamd. Nomineren, benoemen Nominativus Let op: Spelling van 1858 de 1ste naamval in de Latijnsche spraakkunst Nomion Let op: Spelling van 1858 Nomos, eene soort van minnezangen bij de oude Grieken; ook loflied op Apollo. Nomisch, eenen stijl hebbende, waarvan men zich in de lofliederen op Apollo bediende Nomocanon Let op: Spelling van 1858 eene wet, welke wereldlijke dingen betreft Nomodidactus Let op: Spelling van 1858 een wetgeleerde. Nomocratie, wetheerschappij. Nomologie, het derde deel der practische wijsbegeerte; deze wijst het rigtsnoer van ons begeeren en afkeer hebben aan; ook wetgevingskunst. Nomomachen, wetbestrijders, wetbestormers. Nomothetie, het regt van een bestuur, om wetten te geven Nomodietai Let op: Spelling van 1858 de regters, welke in de heilige spelen der Grieken beslisten, wie den prijs gewonnen had Nomophylax Let op: Spelling van 1858 Nomotheet, een overheidspersoon te Athene, die acht moest geven, dat de wetten nagekomen werden Nomos Let op: Spelling van 1858 bij de dichters, het noodlot, de wil der goden of het zinnebeeld der wetten Non (nec) plus ultra Let op: Spelling van 1858 het daar gaat niets boven; het toppunt, het onovertreffelijke van iets Non molto Let op: Spelling van 1858 (muz.), niet veel, niet zeer, b.v. allegro non molto, niet zeer vrolijk. Non tanto, niet zooveel. Allegro non tanto, niet zoo ras. Non troppo, niet al te veel Non omnibus dormio Let op: Spelling van 1858 ik slaap niet bij alles, d.i. ik zwijg niet op alles Non omnio possumus omnes Let op: Spelling van 1858 wij zijn niet allen tot alle dingen geschikt Non-valeur Let op: Spelling van 1858 Fr., onwaarde, nietig; eene oningevorderde schuld, een oninbare post, b.v. van belastingen enz Nona Let op: Spelling van 1858 het gezang of de horae, welke kloostergeestelijken op het 9de uur van den dag, dat is, des namiddags ten 3 ure, zingen Nonagiüm Let op: Spelling van 1858 in de middeleeuwen, het 9de deel der onroerende goederen van eenen overledene, waarop de geestelijkheid aanspraak maakte Nonchalance Let op: Spelling van 1858 Fr., nalatigheid, achteloosheid. Nonchalant, nalatig, traag Nonconformisten Let op: Spelling van 1858 in Engeland, die hervormde Christenen, welke met de bisschoppelijken, ten aanzien van de uiterlijke plegtigheden, niet overeenkomen; Dissenters. Zie Conform Nonens Let op: Spelling van 1858 Lat., een onding Nonins Let op: Spelling van 1858 wiskundig werktuig, bestaande gewoonlijk in eenen beweegbaren boog van quadranten, sectanten, astrolabiüms, enz., dienende om de graden in zeer kleine deelen te verdeelen Noninterventie Let op: Spelling van 1858 het niet tusschen-beiden treden b.v. in staatkundige geschillen enz Nonjurors Let op: Spelling van 1858 eedweigeraars, de Jacobiten in het Britsche rijk; dewijl zij aan de nieuwe koningen den eed weigerden, en alleen voor de Stuarts baden Nonodi Let op: Spelling van 1858 de negende dag eener Decade Nonpareille Let op: Spelling van 1858 Fr., onvergelijkelijk, wat zijns gelijken niet heeft. Nonpareille, in de boekdrukkunst, eene soort van kleine drukletters, welke in fijnheid slechts door het zoogenaamde parelschrift overtroffen wordt. Groot-nonpareille, eene der grootste soorten van schrift Nonsens Let op: Spelling van 1858 Lat., onzin, iets zonder beteekenis Nonäctiviteit Let op: Spelling van 1858 de toestand van eenen officier, die niet meer in werkelijke dienst is en dien ten gevolge verminderde soldij trekt: op nonäctiviteit gesteld Noordelijke teekens Let op: Spelling van 1858 die zes sterrebeelden van den dierenriem, welke zich in het Noordelijk halfrond bevinden Noordsche rijken Let op: Spelling van 1858 Rusland, Zweden en Denemarken Noordster-orde Let op: Spelling van 1858 eene orde, door den Zweedschen koning Frederik I, in 1748, opgerigt of liever hersteld Norimon Let op: Spelling van 1858 een prachtige, met eene tent voorziene, wagen, waarvan zich de voornaamste gemalin van den Dairo of opperpriester van Japan bedient Norki Let op: Spelling van 1858 dus wordt, in den Russischen handel, het pelswerk van jonge vossen genoemd Norm Let op: Spelling van 1858 norma, Lat., regel, voorschrift; bij de boekdrukkers, de verkorte titel, welken men onder de laatste regels der eerste bladzijde van ieder vel gewoon is te plaatsen. Normaal, naar den reregel, voorschriftmatig; Normaalscholen, modelscholen, heeten de beter ingerigte Duitsche scholen, welke, volgens de schoolverordening van 1774, in Oostenrijk aan anderen tot rigtsnoer dienen. Normaliteit, regelmatige, behoorlijke gesteldheid Nornen Let op: Spelling van 1858 vrouwelijke ondergodheden der oude Celten en Noordsche volken; zoo veel als schikgodinnen Nos poma natamus Let op: Spelling van 1858 Lat., (spreek-woord) wij zijn meer dan anderen; zoo als hoogmoedige, ingebeelde en tevens, in den hoogsten graad, onwetende lieden gewoon zijn te spreken Nosce te ipsum Let op: Spelling van 1858 Lat., ken u zelven Nosos Let op: Spelling van 1858 ziekte, gebrek. Nosocomie, de oppassing der zieken. Noso-comiüm, hospitaal, ziekenhuis. Nosographie, beschrijving der ziekten. Nosologie, ziektekunde of -leer. Nosonomina, de leer van de wetten der natuur, volgens welke de ziekten ontstaan. Nosopoeticus, nosopoeus, ziekte-verwekkend Nostalgie Let op: Spelling van 1858 Nostomanie, heimwee, de met zwaarmoedigheid gepaarde begeerte naar het vaderland Nostrates Let op: Spelling van 1858 (nostra aetate, ten onzen tijde), onze lieden, landslieden, tijdgenooten Not. publ. Let op: Spelling van 1858 notarius pablicus, openbaar notaris Nota Let op: Spelling van 1858 Lat., note, Fr., teeken, merkteeken; eene schriftelijke aanwijzing, aanmerking; ook rekening. Nota, merk op, geef acht, let op. Nota bene, (verk. NB.) merk wel op, geef wel acht! Ad notam nemen, opmerken, opletten. Notatu dignum, gedenkwaardig, merkwaardig. Notandum, hetgeen op te merken is. Notabel, aanzienlijk, merkwaardig, voornaam. Notabelen, de voornaamste, aanzienlijkste, geachtste burgers. Noteren, aanmerken; opteekenen, boeken. Notie, begrip; verstandsbegrip, dat is het zuivere begrip, in zoo verre het enkel van het verstand zijnen oorsprong heeft. Notificatie, aankondiging, bekendmaking. Voor notificatie (kennisgeving) aannemen. Notificeren, kond doen, melden, ter kennis brengen. Notitie, kennis, aanteekening, opgaaf; notitie van iets nemen, iets zijner opmerking waardig keuren Notalgie Let op: Spelling van 1858 ruggepijn Notaris Let op: Spelling van 1858 notarius, Lat., een open-baar ambtenaar, na voorafgegaan onderzoek naar zijne bekwaamheid, door de hooge overheid aangesteld en beëedigd, om in geschrift te brengen, naar den vorm, bij de wetten en ordonnantiën voorgeschreven, alle acten, overeenkomsten en uiterste willen, die onder de burgers en inwoners eener plaats worden gepasseerd; van daar de uitdrukking eene notariële acte of geloofwaardige oorkonde van iets opmaken. Notariaat, het ambt van notaris Notenplan Let op: Spelling van 1858 zie Gamme. Notenzetter, zie Phantasiemachine Nothia Let op: Spelling van 1858 datgene, wat de Nothi of natuurlijke kinderen uit de nalatenschap des vaders bekomen Notoor Let op: Spelling van 1858 Notorisch, openbaar, algemeen bekend. Notorieteit, notorieté, Fr., openbaarheid, zekerheid. Acte van notorieteit is zoodanig eene acte, waarbij men verklaart, met eenen bewusten persoon of eene bewuste zaak bekend te zijn Notre-dame Let op: Spelling van 1858 onze Lieve Vrouw, Maria; de grootste kathedraalkerk te Parijs Notturno Let op: Spelling van 1858 Ital., nachtmuzijk Notulen Let op: Spelling van 1858 aanteekeningen; schriftelijk verslag van het behandelde in eene vergadering Notus Let op: Spelling van 1858 de Zuidenwind Noumenon Let op: Spelling van 1858 verstandswezen, dat is, een ding, dat bloot door het verstand voorgesteld wordt, of een voorwerp, waarvan het denkbeeld niet door zintuigelijke aanschouwing verkregen wordt Nouveauté Let op: Spelling van 1858 Fr., nieuwheid; het nieuwe; ook iets nieuws en zeldzaams des nouveautés, mode-artikelen. Nouvelle, novelle, tijding, nieuwigheid; klein romantisch verhaal. Nouvellist, novellist, dagbladschrijver; schrijver van kleine verhalen of vertellingen; nieuwtjeskramer Nova zetweet Let op: Spelling van 1858 in Rusland een departement, waaronder de kabakken of openbare herbergen, welke eene keizerlijke monopolie zijn, behooren, en waar hare inkomsten ingeleverd moeten worden Novale landen Let op: Spelling van 1858 dit woord gebruikt men, om te beteekenen, landen nieuwelijks bebouwd, en die, van onheugelijke tijden, onbebouwd gelegen hebben Novatianen Let op: Spelling van 1858 eene sekte uit de 3de eeuw, welke den 2den echt voor ongeöorloofd hield, en hunne Christelijke proselyten nog eens doopten Novatie Let op: Spelling van 1858 novatio, Lat., vernieuwing, verandering. In de regts-praktijk verstaat men door dit woord de verandering eener vroegere obligatie of verbindtenis in eene latere, en alzoo eene vernietiging van de oude, door de nieuwe. Novator, iemand die nieuwigheden, inzonderheid in de godsdienst, invoert. Novellen, Lat., novellae, zijn de verordeningen die keizer Justinianus deed bekend maken, naar mate dat er geschillen ontstonden, of dat het noodig was het misbruik te beteugelen, hetwelk men van sommige wetten maakte: die verordeningen, op onderscheidene tijden ingesteld, noemde men novellae, bij ons novellen, om die van de oude verordeningen te kunnen onderscheiden. Genoemde verordeningen maken het vierde en laatste deel van het Romeinsche wetboek uit November Let op: Spelling van 1858 eigenlijk, de negende maand, wanneer men, gelijk de Romeinen, de maanden van Maart af begint te tellen. Karel de Groote gaf daaraan den naam van windmaaad; bij ons is November slagtmaand Novemole Let op: Spelling van 1858 Ital., (muz.) negen te zamengetrokkene noten Novensiles dii Let op: Spelling van 1858 de naam der godheden, welke Tatius, als Sabynsche goden mede naar Rome bragt Novice Let op: Spelling van 1858 een persoon van het mannelijke of vrouwelijke geslacht, die zich tot eene proef, in een klooster ophoudt, om den proeftijd door te staan, eer dezelve, door het aandoen der geestelijke kleederen, volkomen in de orde opgenomen wordt; ook een nieuw aangenomen scholier, hetzij jongen of meisje, een nieuweling. Noviciaat, proeftijd of -jaar in een klooster; figuurl., het begin, dat men in het aanleeren eener kunst of wetenschap maakt Nox Let op: Spelling van 1858 de Nacht, een vergood wezen der Ouden, hetwelk de oudste dichters tot 1ste grond-oorzaak van alle dingen maken. Noxa Let op: Spelling van 1858 in de regtspraktijk, alles wat een ander schade aangebragt heeft. Noxia, de schade of beschadiging zelve Noyade Let op: Spelling van 1858 het verdrinken van vele menschen tegelijk; een ten tijde van het schrikbewind, (1793) in Frankrijk dikwerf aangewend middel, om zich vele weldenkende menschen te gelijk van den hals te schuiven. Men plaatste die ongelukkigen, namelijk, in een vaartuig, en liet hen, door het openen van eene daarin gemaakte klep, in zee zinken! Noëls Let op: Spelling van 1858 gezangen die eertijds in Frankrijk op Kersmis, als straatdeuntjes, gezongen werden, om het gezang der herders te Bethlehem na te bootsen Noïsis Let op: Spelling van 1858 in de school van Plato en Pythagoras de hoogste graad van kennis onder de 4, welke zij aan de ziel toeschreven Noögonie Let op: Spelling van 1858 de grondkennis van het ontstaan der denkbeelden. Noölogie, volgens de oude wijsgeeren, het vermogen der ziel, om de verwantschap der dingen uit te vorschen. Volgens Kant, de leer, dat de kennis der zuivere rede onafhankelijk van de ervaring is. Noölogist, een aanhanger dezer leer Nto Let op: Spelling van 1858 netto, zuiver N.lb., nettopond Nuance Let op: Spelling van 1858 Fr., tint, schaduwing, schakering; zachte kleurmenging, onmerkbare ineensmelting der kleuren. Genuanceerd, geschakeerd, vermengd. Nuanceren, beschaduwen, schakeren, ineensmelten, zachte overgangen maken Nubecula Let op: Spelling van 1858 zie Nephelion Nubiel Let op: Spelling van 1858 manbaar, in staat om te huwen.Nubiliteit, manbaarheid, de bekwame staat, om te huwen Nudata Let op: Spelling van 1858 de naakte waarheid; zulke zaken, welke in een helder daglicht staan Nudi chirographarii Let op: Spelling van 1858 bloote handschrift-schuldeischers Nudis verbis Let op: Spelling van 1858 met naakte, bloote of dorre woorden Nuditeit Let op: Spelling van 1858 naaktheid, ontblootheid. Nuditeiten, zwakheden, vergrijpen; in de schilderk., naakte beelden; insgelijks ontuchtige verhalen. Nudipedaliën waren, bij de Romeinen, plegtige omgangen, die blootsvoets geschiedden. Nudipedalen waren dweepers van de zestiende eeuw, welke voorgaven; dat de godsdienst bestond in barrevoets te gaan, dewijl God aan Mozes en Jozua bevolen had, hunne schoenen uit te trekken Nugaciteit Let op: Spelling van 1858 praatzucht, beuzelachtigheid. Nugae, onnutte praat, beuzelpraat. Nugiparus, een mensch, uit wiens mond geen wezenlijk woord komt Nugatoriüm Let op: Spelling van 1858 onnut gesnap, zinneloos gebabbel Nul Let op: Spelling van 1858 figuur van een getal (0); fig. nietig, krachteloos, dat niet geldt. Hij is eene nul in het gezelschap, hij deugt tot niets. Nulliteit, nietigheid, ongeldigheid Numeraria Let op: Spelling van 1858 Numeria, eene Godin der Romeinen, welke over de getallen gesteld was Numerariën Let op: Spelling van 1858 Numeratoren, ten tijde der Grieksche keizers, zekere beambten, die bij onderscheidene kassen de rekening moesten houden, boekhouders Numeri Let op: Spelling van 1858 het vierde boek van Mozes Numismatiek Let op: Spelling van 1858 penning- of muntkunde. Numismatographie, beschrijving en kennis van oude munten. Numismaticus, een kenner van munten. Numismatisch, penningkundig Numophylaciüm Let op: Spelling van 1858 muntkabinet, muntverzameling Numérair Let op: Spelling van 1858 Fr., naar het getal. De numeraire waarde eener munt is de waarde, welke men daaraan in den handel en in de wandeling toekent, waarvoor men dezelve uitgeeft en aanneemt; ook het bare geld, inzonderheid, datgene, hetwelk in omloop is. Numeratie, het tellen, uitspreken van tezamengevoegde getallen; het becijferen. Numereren, tellen; nommeren, met cijfers teekenen of merken, (numeroteren). Numeriek, numerisch, wat door getallen kan uitgedrukt worden; numerieke waarde, getallenwaarde, waarde volgens getallen. Numero, onder het getal. Numerus, harmonie, overeenstemming; welluidendheid in eene geschikte afwisseling der lange en korte lettergrepen, in de schrijfwijze Nunciëren Let op: Spelling van 1858 aanzeggen, aankondigen; aanklagen. Nunciatie, aankondiging, aanzegging; aanklagt. Nunciator, nuntiator, aankondiger, aanzegger; aanklager Nuncupatie Let op: Spelling van 1858 bepaalde benoeming tot erfgenaam. Nuncupata voluntas, bepaalde verklaring van den wil. Nuncupatief, mondeling, zonder schriftelijke verzekering. Nuncupatief, in het Lat. noncupativum testamentum, een mondeling testament. Nuncuperen, bekend maken, in eenen geregtelijken vorm verklaren Nundina Let op: Spelling van 1858 eene Godin der Romeinen, welke zij het opzigt over de reiniging van pasgeboreu kinderen toeschreven Nuntius of nuncius Let op: Spelling van 1858 een bode, pedel; ook een Pauselijke afgezant bij een vreemd hof. Wanneer hij geen kardinaal is, wordt hij Nuntius Apostolicus genoemd; anders heet hij Legatus a latere Nupitaal Let op: Spelling van 1858 wat tot de bruiloft of den bruiloftsdag betrekking heeft Nur-mahal-ropijen Let op: Spelling van 1858 zijn Indische gouden en zilveren ropijen, welke onder den 9den Mongolischen sultan, Selim (1625), door zijne gemalin, Nur-mahal, geslagen werden Nur Let op: Spelling van 1858 hetwelk licht of glans beteekent, noemen de Turken de tempels, door de keizers gebouwd Nusul Let op: Spelling van 1858 zekere belasting in het Turksche rijk, welke voor iederen daarmede belasten 200 asper bedraagt Nutatie Let op: Spelling van 1858 het zwenken of nikken, zekere gering zwenkende beweging der aarde enz Nutreren Let op: Spelling van 1858 voeden, opkweeken. Nutriment, nultrimentum, Lat., voedsel. Nutritor, voeder, opkweeker. Nutritie, voeding. Nutritief, voedend, voedzaam. Nutrix, voedster, minne Nutriciüs Let op: Spelling van 1858 bij de Romeinen, een knecht, gewoonlijk een gesnedene, die de kinderen van zijnen meester verzorgde en opvoedde Nyctalopes Let op: Spelling van 1858 diegenen, welke bij nacht beter kunnen zien dan bij dag. Nyctalopie, onbekwaamheid, om bij dag te zien Nyctelcia Let op: Spelling van 1858 Nyctelia, het feest van Bacchus; dewijl het 's nachts gevierd werd. Bacchus heet van daar ook zelf Nycteliüs Nyctemeron Let op: Spelling van 1858 dag en nacht zamen, een tijd van 24 uren of etmaal Nyctobatesis Let op: Spelling van 1858 het nachtwandelen. Zie Somnambulismus Nympagoog Let op: Spelling van 1858 een ongehuwd jongman, die bij de Romeinen, wanneer iemand een tweede huwelijk voltrok, de bruid uit des vaders huis in het huis des bruidegoms bragt Nymphen Let op: Spelling van 1858 Zie Nimfen Nympheüm Let op: Spelling van 1858 in het algemeen een badhuis, bijzonder voor de vrouwelijke kunne, en aan de nimfen geheiligd; bij de Romeinen gewoonlijk prachtig ingerigt, om gastmalen te houden, als men daartoe in zijn eigen huis geene gelegenheid had. Ook een waterbekken, waarin de eerste Christenen vóór het gebed hunne handen wieschen Nympholeptisch Let op: Spelling van 1858 woordelijk nimfzuchtig, waanzinnig, dewijl de Ouden meenden, dat menschen, die toevallig nimfen zagen, gewoonlijk krankzinnig werden, maar ook tevens de gaaf der voorzegging ontvingen Nymphomanie Let op: Spelling van 1858 liefdewoede, mansdolheid. De zelfbevlekking bij het vrouwelijk geslacht Nymphoncus Let op: Spelling van 1858 ziekelijk gezwel der kleine schaamlippen, of klitoris Nymphotomie Let op: Spelling van 1858 het wegsnijden der waterlippen, als zij al te groot zijn Nyseïden Let op: Spelling van 1858 de nimfen, welke Bacchus opvoedden. Zie ook Hyaden Nystagmos Let op: Spelling van 1858 het knikken met het hoofd uit slaperigheid. Ook eene oogziekte, een krampachtig heen en weer bewegen van één of beide oogappels Nytophyten Let op: Spelling van 1858 nachtplanten, nachtgewassen Nytur Let op: Spelling van 1858 eene oude korenmaat te Valenciennes, omtrent 2 kan groot Négligé Let op: Spelling van 1858 Fr., nacht- of morgengewaad; ook huiskleed. Nêgligent, nalatig. Négligence, nalatigheid, verwaarloozing. Negligeren, négliger, Fr., veronachtzamen O benigna Let op: Spelling van 1858 o Gezegende! eerste woorden van den lofzang ter eere der Heilige Maagd O he! jam satis est! Let op: Spelling van 1858 (Latijnsch spreekwoord) Och! Och! het is nu al genoeg O tempora! Let op: Spelling van 1858 o Mores! o tijden! o zeden! O.M Let op: Spelling van 1858 beteekent het Openbaar Ministerie O.S Let op: Spelling van 1858 de verkorting van Oude Stijl O.T Let op: Spelling van 1858 beduidt het Oude Testament. % percent (pCt.), procentum, Lat., ten honderd Oanes Let op: Spelling van 1858 Oannes, Oes, een fabelachtig gedrocht met twee hoofden, menschelijke stem en voeten, maar voor het overige naar een visch gelijkende, en uit de Roode Zee naar Babylon gekomen, om de menschen in den landbouw, bouwen sterrekunde te onderwijzen Oarion Let op: Spelling van 1858 het eitje; ook de eijerstok (ovariüm) Oaristis Let op: Spelling van 1858 in de Grieksche dichtkunde, eene soort van vers, hetwelk als zamenspraak tusschen man en vrouw ingekleed is Oars Let op: Spelling van 1858 kleine Engelsche vaartuigen, welke op de Theems bij Londen, tot overvaren gebruikt worden Oase Let op: Spelling van 1858 vruchtbare streek te midden van de zandwoestijnen in Afrika en elders Obang Let op: Spelling van 1858 de grootste gouden munt in Japan, van eene eironde gedaante, iets meer dan 14 dukaten waard; eigenlijk eene medalje, waarvan zich de Rijksgrooten als eeregeschenken bedienen Obarator Let op: Spelling van 1858 een der Latijnsche veldgoden, die over het omploegen der akkers gesteld was Obas Let op: Spelling van 1858 de tenten der Krimsche Tartaren Obba Let op: Spelling van 1858 eene soort van bekers bij de Romeinen, van hout of mandewerk Obducent Let op: Spelling van 1858 arts, wondarts, die een dood ligchaam of lijk onderzoekt. Obduceren, lijken openen en bezigtigen. Obductie, geregtelijke bezigtiging van een lijk, lijkschouwing Obediéntie Let op: Spelling van 1858 obédience, Fr., obedientia, Lat., gehoorzaamheid, welke de ordesgeestelijken en monniken beloven; ook het schriftelijke verlof, om uit het eene klooster in het andere te gaan; ook het ambt van eenen ordesgeestelijke, in de huishouding des kloosters. Obediëren, gehoorzamen Obediëntiariüs Let op: Spelling van 1858 Obediëntier, een geestelijke, die eene kapel enz. in naam en ten voordeele van zijn klooster bedient Obelicolychneüm Let op: Spelling van 1858 bij de Ouden, een reisgereedschap der soldaten, naar eene braadspiets gelijkende, aan welker boveneind eene lantaren vast was Obelisk Let op: Spelling van 1858 obeliscus, Lat., eene spitse, vierhoekige piramide, vol hieroglyphische figuren; gedenkzuil, pronknaald Obex Let op: Spelling van 1858 al wat in den weg of hinderlijk is Obiter Let op: Spelling van 1858 Lat., in het voorbijgaan, ter loops, vlugtig Obituariüm Let op: Spelling van 1858 sterfregister, boek, waarin de namen der overledenen en hun begrafenisdag ingeschreven worden Obituariüs Let op: Spelling van 1858 een geestelijke, die eene, door den dood van een' ander vakant gewordene, plaats verkrijgt Obitum Let op: Spelling van 1858 eene zielmis, welke jaarlijks voor eenen overledene gelezen of gezongen wordt Obiït Let op: Spelling van 1858 (verkort ob.) hij of zij is gestorven Object Let op: Spelling van 1858 objectum, Lat., objet, Fr., het voorwerp, waarover men handelt, of waarmede men omgaat; eene zaak, welke onder de zinnen valt; het doel, het eindoogmerk van eene zaak. Het tegengestelde van object is subject, zie dit woord. Objecteren, objiciëren, tegenwerpen. Objectie, tegenwerping, tegenspraak. Objectief, voorwerpelijk, wat tot het voorwerp buiten ons behoort. Eene zaak objectief beschouwen heet: bij dezelve enkel op het voorwerp zien; subjectief, daarentegen, dezelve in betrekking tot hare bepalingen, dat is tot hare eigenschappen, beschouwen, ook buiten ons. Objective waarheid, de natuur en aard der zaak; subjective waarheid, de kennis der zaak of regte kennis van het wezen daarvan. Objectiviteit, voorwerpelijkheid; gesteldheid van eene buiten ons liggende zaak Oblaat Let op: Spelling van 1858 Oblate, een dun gebak van meel en water, dienende om brieven te verzegelen, ouwel; ook het misbrood, bij het gebruiken van het heilige avondmaal, in de Roomsch-Katholijke kerk Oblaten Let op: Spelling van 1858 voor het kloosterleven bestemde personen; aan kerken en kloosters vermaakte offers; vrouwen, welke hare goederen aan een klooster schenken, om levenslang daarin te kunnen blijven Oblatie Let op: Spelling van 1858 overreiking, aanbieding; geschenk; offerande, vrijwillige gift, liefdegift Oblationariüs Let op: Spelling van 1858 een geestelijke, die de offers, aan de kerk gedaan, in ontvangst neemt; ook hij, die den bisschop, bij zijne bediening, brood en wijn aanbrengt Oblie Let op: Spelling van 1858 eene soort van dunne wafel, welke van bloem, kaneel en boter wordt gebakken Obligaat Let op: Spelling van 1858 obligato, Ital., verbonden, verpligt; in de muzijk, heet het begeleidend; noodzakelijk, dat geen van de daarmede beteekende stukken uit het concert mag wegblijven; ook in het algemeen, iedere hoofdstem, als: obligaatviool, obligaatfluit, obligaatpartij, obligaat spelen enz. Obligatie, obligatio, Lat., verpligting; ook schuldbrief. Obligatoor, verbindend, verpligtend. Obligé, Fr., verpligt! ik dank u! Obligeant, verpligtend, beleefd, dienstvaardig. Obligeren, verbinden, verpligten; ook noodzaken, dwingen Oblique Let op: Spelling van 1858 Fr., scheef, schuins; slinks. Obliquiteit, scheefheid; arglistigheid Obliteratie Let op: Spelling van 1858 obliteratio, Lat., doorstrijking, doorhaling; ook verdelging, vernietiging, het uitwisschen uit de gedachten. Oblitereren, doorhalen, uitwisschen Oblongum Let op: Spelling van 1858 Lat., een lange vierhoek Obodes Let op: Spelling van 1858 eene Godheid der Ouden, eenigzins met de Venus der Romeinen overeenkomende Obole Let op: Spelling van 1858 voorheen, in Frankrijk, een halve denier Obolus Let op: Spelling van 1858 Obool, oudtijds, bij de Grieken en eenige andere volkeren, een gewigt van 10 grein. Ook eene Grieksche munt van 6 à 10 centen waarde Obsceen Let op: Spelling van 1858 onëerbaar, ontuchtig, aanstootelijk. Obsceniteit, morsigheid, onëerbaarheid, aanstootelijkheid in woorden en gezegden Obscuranten Let op: Spelling van 1858 verdonkeraars, verduisteraars, schertsenderwijze dompers; nachtverspreiders, duisterlingen, in tegenoverstelling van lichtverspreiders, verlichters. Obscuriteit, duisterheid; onverstaanbaarheid. Obscuur, donker; ook onbekend, onberoemd. Obscuratie, verdonkering, verduistering. Obscureren, verduisteren, verdonkeren Obsecraties Let op: Spelling van 1858 bij de oude Romeinen, openlijke gebeden, om de vertoornde goden te verzoenen, of een kwaad af te wenden; openlijke boetgebeden Obsederen Let op: Spelling van 1858 iemand niet van de zijde gaan, niet van hem wijken, op al zijne handelingen, redenen, enz., naauwkeurig acht geven, iemand met verzoeken bestormen, hem lastig vallen of kwellen; ook van den duivel bezeten zijn Obsequens Let op: Spelling van 1858 bijnaam van Fortuna, waaronder men haar als het gunstigste noodlot te Rome eerde Obsequiüm Let op: Spelling van 1858 Lat., toegeving, inwilliging, eerbied; ook in de Roomsche kerk het officiüm, voor de dooden; lijkdienst; ook eene plegtige lijkstatie. Obsequiüm amicos veritas odiüm parit, toegevendheid verwekt vrienden; maar waarheid baart haat Observabiliën Let op: Spelling van 1858 alle dingen, welke door middel der zinnen ondervonden worden Observant Let op: Spelling van 1858 een naar den onveranderlijken regel van Franciscus levende ordesgeestelijke. Observatie, opmerking, waarneming; bespieding. Observatie-leger, waardoor eene belegering gedekt, en ook de vijand in het oog gehouden wordt, opdat hij niet zoude kunnen binnenrukken en der vesting te hulp komen. Observateur, Fr., observator, Lat., waarnemer; sterrekijker. Observatoriüm, sterretoren of sterrewacht. Observeren, opmerken, waarnemen, gade slaan. Observantie, gebruik, gewoonte, regel Observantie-kloostervrouwen Let op: Spelling van 1858 eene nonnenorde, in Frankrijk, door Aeloy, ten jare 630 ingesteld Obsessie Let op: Spelling van 1858 de toestand van eenen mensch, van wien men gelooft, dat hij van den duivel bezeten is; ook figuurl, de toestand van iemand, die lastig gevallen, gekweld of bestorm wordt. Zie Obsederen Obsidianisch glas of steen Let op: Spelling van 1858 eene soort van steen, die voor een Vulcanisch glas gehouden, en van eene zwarte, blaauwe en groene kleur gevonden wordt Obsoleet Let op: Spelling van 1858 oud, buiten gebruik. Obsoleta privilegia, oude voorregeten, welke meer en meer buiten gebruik geraken. Obsoleren, verouderen, buiten gebruik geraken Obstakel Let op: Spelling van 1858 obstacle, Fr., obstaculum, Lat., hinderpaal, beletsel. Obsteren, tegenstaan, hinderlijk zijn Obstinaat Let op: Spelling van 1858 obstiné, Fr., hardnekkig, halsstarrig, onverzettelijk; volhardend. Obstinatie, halsstarrigheid, hardnekkigheid, koppigheid Obstipiteit Let op: Spelling van 1858 een kromme of scheve hals Obstitrisch Let op: Spelling van 1858 verloskundig Obstrigilator Let op: Spelling van 1858 een onverstandige berisper Obstructie Let op: Spelling van 1858 verstopping, hardlijvigheid; verhindering. Obstructief, verstoppend; belemmerend. Obstruëren, verstoppen; belemmeren; betimmeren, b.v. iemands licht betimmeren. Geöbstruëerd, verstopt; belemmerd Obstupefaciens Let op: Spelling van 1858 een verdoovend of slaapverwekkend middel Obtrectatie Let op: Spelling van 1858 schending (van eer), lastering. Obtrectator, lasteraar. Obtrecteren, smalen, lasteren, eer rooven Obtruderen Let op: Spelling van 1858 iemand iets tegen zijnen wil opdringen. Benificiüm nemini obtruditur, niemand wordt eene weldaad opgedrongen Obu-khirkai-sherif Let op: Spelling van 1858 het door den mantel van Mahomed gewijde water. Zie Khirkai-Sherif Obvolutie Let op: Spelling van 1858 de omwikkeling met heelkundige windsels Obvolventia Let op: Spelling van 1858 omwikkelende middelen, welke wonden met een genezend vlies overdekken Occasie Let op: Spelling van 1858 occasion, Fr., gelegenheid, aanleiding. Par occasion, bij gelegenheid, te gelegener tijd. Occasionalismus, of het systema causarum occasionaliüm, gevoelen van Descartes, volgens hetwelk God zelf tot de oorzaak van datgene gemaakt wordt, wat in het ligchaam en in de ziel overeenstemmend geschiedt. Occasioneel, occasionel, Fr., toevallig, bij gelegenheid. Occasioneren, gelegenheid geven; veroorzaken Occasio Let op: Spelling van 1858 de verpersoonlijkte gelegenheid, welke de Romeinen zlch als vrouw en de Grieken, die dezelve Kairos noemden, als man voorstelden Occator Let op: Spelling van 1858 een der Latijnsche veldgoden, die over het eggen gesteld was Occidens Let op: Spelling van 1858 Lat., het westen; de zonsondergang. Occidentaal. westelijk Occiput Let op: Spelling van 1858 het achterhoofd, achterste der hersenpan. Occipitaal, het achterhoofd betreffende Occoecatie Let op: Spelling van 1858 verblinding, misleiding der zinnen, bedrog Occult Let op: Spelling van 1858 heimelijk, verborgen. Occultatie, verschuiling, bedekking; wanneer het eene gestarnte voor het andere treedt en hetzelve bedekt. Occultator, hij, die eenen misdadiger verbergt. Occulteren, verbergen, geheim houden. Philosophia occulta, geheime wijsbegeerte; verborgene kunst, aan weinigen bekende wetenschap Occupatie Let op: Spelling van 1858 bezitneming; bezetting, bezigheid. Geöccupeerd, bezig, met zaken of bezigheden overladen; bezet. Occuperen, bezetten, innemen; bezig houden Oceaan Let op: Spelling van 1858 wereldzee; ook een aanmerkelijk gedeelte der algemeene wereldzee, hetwelk meer dan een werelddeel bespoelt. De Zuidelijke Oceaan, de groote Stille Zuidzee. De Noordelijke Oceaan, tusschen Amerika, Europa en Afr ka, tot aan de linie, De Ethiopische Oceaan, tusschen Afrika en Amerika, aan gene zijde der linie. De Indische Oceaan, tusschen Azië en Afrika; figuurl., in den verheven schrijftrant, eene groote menigte van dingen, welke bij eene volle zee kunnen vergeleken worden, b.v.: een oceaan van gewaarwordingen Oceanus Let op: Spelling van 1858 de God der wereldzee, een der oudste Goden van de Grieken en Romeinen, een zoon van Uranus en Gea of van Hemel en Aarde. Hij huwde zijne zuster Thetys en verwekte bij haar eene tallooze menigte kinderen. Oceaniden genoemd, de nimfen der overige wateren Oceaxie Let op: Spelling van 1858 naam, door sommige Fransche aardrijkskundigen, aan Australië of het 5de werelddeel gegeven Ochavo Let op: Spelling van 1858 (Calderilla), eene kleine Spaansche munt van gering zilver, twee koperen Maravedis geldende Ochema Let op: Spelling van 1858 een vocht, waarin zeer drooge of zeer sterke geneesmiddelen gemengd moeten worden, om dezelve gemakkelijk te kunnen innemen Ochlocratie Let op: Spelling van 1858 Gr., regeringsvorm, waarbij het gemeene volk den baas speelt, hetwelk zich daarbij meer door kwade begeerte, dan door verstand laat leiden; gepeupel-heerschappij. Ochlocratiten, aanvoerders van het graauw Ochropyra Let op: Spelling van 1858 de gele koorts | ZoekTyp een term en klik op `Zoek`.Online taaltestDe NTR, de VPRO, de Universiteit Gent en Canvas hebben een wetenschappelijk onderzoek naar Taal opgezet en doen dit door middel van een online taaltest. Hoeveel woorden ken jij?
Recent gezochtDe laatste zoekopdrachten. Tussen haakjes staan resp. de resultaten en verwante resultaten.• guur (6/4) • bevis (2/4) • Temnocerus cyanellus (1/0) • touche (7/12) • salaie (1/0) • overheersend (2/0) • louter (7/11) • wallen (4/25) • rijmschema (4/0) • idyllisch (4/0) • TOTEN (1/5) • objectief (24/5) • Bald Wyntin (1/0) • engagement (9/5) • buitensporig (3/3) • VV Volharding 32 (1/0) • ducdalf (5/0) • verruimen (3/0) • nieuwheid (2/2) • Standaardnederlands (2/0) • stagnatie (10/3) • etno (3/25) • Glycogenolyse (3/0) • buitensporig (3/3) |
|||||||||||||||||||||
| © Encyclo MMXII | Contact | Privacy | Woorden toevoegen | ||||||||||||||||||||||