Kopie van `Scholieren.be - Aardbevingen`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.


Scholieren.be - Aardbevingen
Categorie: Aardrijkskunde > Aardbevingen
Datum & Land: 29/04/2007, BE
Woorden: 43


aardbeving
Bij aardbevingen wordt er spanning in het gesteente opgebouwd . Wordt die spanning te groot dan schieten de platen na een tijdje plotseling met volle kracht langs elkaar. Dat veroorzaakt weer een aardbeving , meestal als de platen tegen elkaar botsen, zoals in Japan , Turkije en Griekenland. Ze liggen dus dicht bij de plaatgrenzen.

Aarde
De aarde bestaat uit verschillende concentrische lagen, die op basis van hun samenstelling ingedeeld worden. Daarom kunnen we het een beetje vergelijken met een steenvrucht. Zo spreekt men van de volgende delen :
*de aardkorst als de dunne opperhuid die de aarde omgeeft
*de aardmantel die verreweg het grootste gedeelte uitmaakt
*de aardkern als het centrale deel
De aardkorst is in tegenstelling tot de andere lagen een dunne schil die bestaat uit continentale en een oceanische gedeelte. De dikte van de continentale korst verschilt tussen 30 en 50 km en is opgebouwd uit een laag van gesteenten. De oceanische korst daarentegen is veel dunner , slechts 7 à 10 km en vertoont een ander samenstelling. Het bestaat voornamelijk uit basalt, een magmatische gesteente

Aardlagen
Hoewel de aarde niet in te delen is in exacte lagen , proberen wetenschappers toch een benaming op de lagen te plakken . Vroeger dacht men dat de aarde slechts alleen maar uit een korst, mantel en kern bestond. Moderne theorie’s en onderzoeken hebben echter bewezen dat het ingewikkelder is .

asthenosfeer
Onder de lithosfeer bevindt zich de asthenosfeer, tussen ongeveer 100 en 200 km diepte onder de oceaan en tussen 100 en 500 km diepte onder de vastelanden .Deze laag die door de hoge temperatuur minder hard is dan de lithosfeer, is een plastische laag. Zo kunnen de lithosfeerplaten over de asthensfeer glijden. Onder deze structuur en lagen bevindt zich tevens de binnenmantel .Deze vormt de dikste laag in de aarde. Men vindt ze terug op een diepte van 2650 km .

Continentenverschuiving
Rond het jaar 1620 kwam de geleerde en kaartenmaker Frances Bacon op een idee. Terwijl hij naar de kaart van de wereld keek, leek het er net op, alsof de grote continenten: Afrika, Noord- en Zuid-Amerika en Europa stukjes van een legpuzzel waren en dat ze bijna in elkaar pasten. Alle geleerden vonden zijn theorie maar niets en het idee werd weer snel vergeten. Totdat in het begin van de jaren 60 van deze eeuw deze theorie weer opnieuw gebruikt ging worden. Het werd een ware revolutie in de geschiedenis van de geologie. De schollen verplaatsen zich hoogstens 20 centimeter per jaar, toch is dat genoeg om de aarde in de loop van miljoenen jaren een totaal ander uiterlijk te geven.

convergentie
Bij een convergentie van twee platen met oceaanbodems aan het oppervlak, schuift de ene onder de andere, zoals al eerder gezegd is. De onder schuivende plaat vormt één van de twee wanden van een oceanische trog, die meestal naar de onderschuivende plaat is gekromd. Het patroon van aardbevingen laat zien dat de hoek waaronder de plaat onderschuift niet altijd dezelfde hoeft te zijn. Op de ene locatie is hij weer scherper dan een andere locatie. Sommige platen vallen uiteen, terwijl ze de mantel in dalen.

Convergerende platen
Bij een convergerende platen bewegen de platen naar elkaar toe. Het karakter van de platen hangt van de soort platen af. Het kan zijn dat beide platen bestaan uit oceanische lithosfeer, dan zal de ene plaat onder de andere duiken. Dat is dan het geval bij de subductie of onderschuiving. (Als de ene plaat continentaal is en de andere oceanisch, duikt de oceanische plaat onder de continentale plaat. Als beide platen uit continentale lithosfeer bestaat, treedt er helemaal geen subductie op. Beide continenten botsen op elkaar en worden intensief verfrommeld, zoals bij de Himalaya )

diepzeetrog
Botsing van een oceanische plaat met een continentale plaat:

discontinuïteit van Gutenberg
Een tweede discontinuïteitsoppervlak is deze van Gutenberg. Het vormt de grens tussen de binnenmantel en buitenkern. De aardkern wordt net zoals de mantel ingedeeld in een binnen - en buitenkern. Deze noodzakelijke indeling steunt op de complexe studie en samenstelling ervan. Terwijl de buitenkern uit vloeistoffen bestaat, is de binnenkern vast. Er is een onzekerheid over de stoffen in de kern , maar de temperatuur moet echter wel 4000°C bedragen.

Divergerende platen
Divergerende platen komen in het midden van een oceaan voor en midden op een continent. De platen bewegen uit elkaar. Hier kan het magma gemakkelijk uit de diepte omhoog komen, afkoelen en hard worden aan de rand van elk van de platen. Op die rand ontstaat een onderzeese bergrug of mid-oceanische rug. Een voorbeeld hiervan is de Mid-Atlantische Rug in de Atlantische Oceaan, die loopt van de Noordpool tot de Zuidpool. Oceaan ruggen zijn gebieden met een grote vulkanische activiteit en veel aardbevingen.

gebergtevorming
Botsing van 2 continentale platen:

Gondwana/Laurasia
200 miljoen jaar geleden: Het supercontinent Pangaea splitst zich in twee delen: Gondwana (het latere Zuid-Amerika en Europa) in het zuiden en Laurasia (later Noord-Amerika en Europa )in het noorden. Australië vormt nog één geheel met het zuidpoolcontinent Antarctica. India maakt zich los van deze combinatie.

hypocentrum/epicentrum
Seismische golven zijn energiegolven die bij een aardbeving vrijkomen. Het punt in de aarde waaruit deze trillingen ontstaan is het hypocentrum of de haard van een beving. Recht boven het hypocentrum ligt het epicentrum aan het aardoppervlak, waar het meeste schade wordt aangericht.

Instrument van Chang Heng
Dit instrument werd rond 130 uitgevonden door Chang Heng, een Chinese astronoom en wiskundige . Binnen de pot bevond zich een slinger , die in werking werd gesteld door trillingen van de aarde. De zwaaiende slinger zou dan een bronzen bal uit één van de drakenkoppen stoten. Vervolgens viel de bal in de bek van een pad. De positie van de betreffende pad gaf tevens de richting aan waaruit de beving afkomstig was. Volgens de overleveringen van Chang Heng, kon hij in 138 dankzij dit instrument en grote aardbeving op 600 km afstand aankondigen, lang voordat het nieuws te paard was overgebracht.

intensiteitschaal van Mercalli
De schaal van Mercalli is een intensiteitschaal, d.w.z. dat er aan de sterkte van de aardbeving een Romeins cijfer wordt toegekend, afhankelijk van de schade die wordt aangericht, de kenmerken, effecten op mensen, voorwerpen, gebouwen en het landschap. De intensiteitschaal van Mercalli is in 1902 ontworpen door de Italiaan Giuseppe Mercalli (1850-1914). De sterkte verschilt naargelang de afstand tot het epicentrum en van het soort ondergrond. Hoe groter de epicentrale afstand, hoe minder de grond zal bewegen en hoe kleiner de schade, dus hoe kleiner de intensiteit. De schaal is verdeeld in 12 delen, aangegeven met Romeinse cijfers van I tot XII. De intensiteit is meestal in de directe omgeving van het epicentrum groter dan op plaatsen verder daar vandaan. Als de intensiteit dicht bij het epicentrum van een aardbeving bijvoorbeeld VIII bedraagt, zal deze in relatie tot de afstand afnemen tot IV, III en tenslotte I. Daarom wordt het getroffen gebied in zones verdeeld, isoseisten genaamd. Vaak vormen de isoseisten een patroon van aan elkaar omsluitende ovalen.

Knossos
De stad Knossos was in de oudheid het centrum van de Minoïsche beschaving. Deze vooruitstrevende samenleving op Kreta dankt haar naam aan Minos, een legendarische Kretenzer koning. De Minoïsche bevolking was zeer bedreven op het gebied van techniek en architectuur en bouwde het paleis van Minos rond 1700 v. C. Rond 1400 v. C. werd het paleis verwoest door een ernstige brand die een voorbode bleek van het verdere verval van de stad.

Kobe
Kobe, Japan 1995: In januari werd Japan getroffen door een verwoestende aardbeving, de ergste sinds 1923. De beving veroorzaakte vuurstormen en enorme verwoestingen in Kobe. In totaal werden meer dan vijfduizend mensen gedood. Honderdduizenden werden dakloos.

Kunstmatige aardbeving
Kunstmatige aardbevingen zijn aardbevingen die door de mens veroorzaakt worden. Verschillende voorbeelden van kunstmatige aardbevingen zijn aardbevingen die worden veroorzaakt door dammen en ondergrondse kernproeven. De eerste aardbeving door een dam vond plaats in 1935, toen de Hooverdam in de rivier de Colorado klaarkwam. Er waren waarschijnlijk al lichte bevingen in dit gebied geweest maar toen de hoeveelheid water achter de dam toenam werden de bevingen sterker. Ze hadden de kracht van 5. Toen andere landen grote stuwdammen begonnen te bouwen kwamen er opnieuw aardbevingen. Een voorbeeld is Zambia waar een 140 meter hoge dam werd gebouwd achter het Karibameer en in de vijf jaar waarin het volliep vonden er meer dan 2000 schokken plaats. De ernstigste aardbeving die door een dam werd veroorzaakt was in 1967 bij de Indiase stad Koyna. Toen er een dam in 1962 klaar was en het stuwmeer vol begon te lopen, begonnen de aardbevingen. Ze kwamen elk jaar na de regentijd voor, en op 11 december bereikte de aardbeving de kracht van 6,5.

lithosfeer/steenschaal
De circa 100 km dikke buitenschil van de aardmantel vormt samen met de daarop liggende aardkorst de harde lithosfeer of steenschaal. Hierin komt een grote verscheidenheid van gesteenten en mineralen voor .

Love-golf/L-golven
De energie van deze oppervlaktegolven zit in het grondoppervlak opgesloten, anders zouden ze de aarde in worden teruggekaatst. De eenvoudigste oppervlaktegolven zijn de Love-golven. Ze zijn genoemd naar A.E.H Love, die ze in 1912 ontdekte en beschreef. Bij de beweging treedt geen verticale verplaatsing op. Het gesteente beweegt dus in een horizontaal vlak heen en weer. De Love-golf is soms één van de meest verwoestende aardbevingsgolf omdat ze vaak een grote amplitude (grootte uitwijking) hebben en horizontale schuifbewegingen veroorzaken bij funderingen van gebouwen.

Magma
gesmolten lava uit het binnenste van de aarde

Magnitudeschaal van Richter
De magnitudeschaal voor aardbevingen is in 1935 ontworpen door de Amerikaanse seismoloog Charles Richter (1900-1985) en is gebaseerd op de sterkte van de trillingen, zoals die gemeten worden op het seismogram. De sterkte, de magnitude, wordt berekend aan de hand van de maximale uitslag (amplitude) van de registratie van de horizontale component van de aardbeving (S-golf). Richter definieerde een aardbeving met magnitude 3 als een aardbeving die op een seismograaf een uitwijking van 1 mm opwekt op een epicentrale afstand van 100 km. De schaal is logaritmisch, wat betekent dat bij toename van 1 magnitude-eenheid de uitwijking op het seismogram tien keer zo groot is. Zo is een aardbeving die op 100 km afstand een uitwijking van 10 mm veroorzaakt een beving met magnitude 4. Op deze manier kon Richter verschillende aardbevingen met elkaar vergelijken. Er worden correcties toegepast om de invloed van de afstand tussen epicentrum en seismisch station in rekening te brengen. Met het toenemen van de afgelegde afstand verliezen de seismische golven door geometrische spreiding en absorptie een deel van hun trillingsamplitude.

Meervoudige vulkaan
ontstaan wanneer er bij een uitbarsting afwisselend lava en as uit de vulkaan wordt gespoten.

Microseismen
Strikt genomen is de aarde onophoudelijk in trilling. De zwakste vibraties, die alleen door gevoelige seismografen worden geregistreerd, zijn de microseismen. Het zijn trillingen met een amplitude van enkele micrometers en met een periode van enkele seconden. De natuurlijke ruis hangt in belangrijke mate samen met het weer op de oceaan. Diepe depressies, die gepaard gaan met hevige stormen op de oceaan, kunnen in onze streken aanleiding geven tot microseismen. In Nederland en België is de microseismische bodembeweging afkomstig uit de Noordzee of uit de Atlantische Oceaan; zij bestaat uit lange reeksen van min of meer regelmatige trillingen. Deze kunnen dagen achtereen voortduren, en er zijn maar weinig dagen waarop de zwakke trillingen van de microseismen geheel ontbreken.

momentmagnitude Mw
Dit is de meest recente magnitudeschaal (1977). Het is een schaal die duidelijk verschilt van de anderen. Deze wordt niet direct berekend aan de hand van de uitwijking in een seismogram, maar uit de maximale uitwijking van de laagste frequenties van het seismogram.



oppervlaktegolfmagnitude Ms
Deze schaal is ontworpen om het probleem van de verzadiging van de schaal van Richter op te lossen en om de magnitude van aardbevingen die verder weg zijn dan 500 km te berekenen. De magnitude wordt berekend aan de hand van de uitslag van de oppervlaktegolven met een periode van 20 seconden bij bevingen op een afstand groter dan 2000 kilometer. De berekening van deze magnitude is niet beperkt tot een afstand van 100 km, omdat er geen referentie aardbeving op een afstand van 100 km nodig is. Zo kunnen ook de magnitudes van aardbevingen die veel verder weg zijn berekend worden. De aardbevingen mogen niet dieper zijn dan 60 km, want dan ontstaan er nauwelijks oppervlaktegolven.

Pangaea
225 miljoen jaar geleden : Alle continenten vormden samen één groot supercontinent: Pangaea . Het omvatte alle hedendaagse continenten.

Poseidon
Poseidon was in de Griekse mythologie de god van de aardbevingen en later van de zee. De “Aardschokker” wordt meestal krachtig afgeschilderd, die veel bij oorlogen betrokken was. De Grieken zagen hem aan als de vertegenwoordiger van gewelddadige krachten van de natuur en zij offerden stieren ter ere van hem.

Rayleigh-oppervlaktegolven
Rayleigh-oppervlaktegolven hebben een totaal andere bodembeweging. Deze aardbevingsgolven zijn voor het eerst ontdekt in 1885 door Lord Rayleigh. Ze lijken het meest op watergolven. Rayleigh-golven worden gevormd door deeltjes van het gesteente die naar voren, naar achteren, omhoog en omlaag bewegen in een verticaal vlak, waarin ze zich ook voortplanten. De snelheid van de Love- en Rayleigh-golven is altijd kleiner dan die van de P-golven en gelijk of kleiner aan de S-golven. De verschillende golven komen altijd in een vaste tijdsvolgorde aan omdat ze allemaal verschillende snelheden hebben. Dit verklaart wat we voelen als de aarde onder onze voeten gaat beven.

ruimtegolfmagnitude Mb
Ook deze magnitude is bedoeld voor aardbevingen op grotere afstanden (groter dan 1600 km), en dan vooral voor de hele diepe bevingen, waarbij nauwelijks oppervlaktegolven zullen ontstaan. Deze magnitude wordt berekend aan de hand van de maximale amplitude van de ruimtegolven (golven die dwars door de aarde heen gaan, P-golven).Zowel deze magnitude als de oppervlaktegolf magnitude verzadigen als de magnitude groter is dan ongeveer 7.5.

Schollentektoniek
Schollentektoniek of platentektoniek houdt in dat de lithosfeer uit enkele grote en vrij stabiele platen bestaat, ook wel schollen of platen genoemd. Het zijn dus de continentale korsten en de oceaanbodems, waar er in totaal 13 van zijn: 6 grote platen: 1. Amerikaanse plaat 2. Afrikaanse plaat 3. Euraziatische plaat 4. Indisch-Australische plaat 5. Pacifische plaat 6. Antarctische plaat
7 kleinere platen: 7. Arabische plaat 8. Caribische plaat 9. Cocos plaat 10. Filippijnse plaat 11. Grieks-Turkse plaat 12. Iraanse plaat 13. Nazca plaat

Seismische golven
Om de magnitude te bepalen zijn er nog enkele andere zaken nodig: tijdsverschil tussen twee ondergrondse trillingsgolven of seismische golven, dat overeenkomt met een vaste epicentrale afstand (afstand tot de beving aan het aardoppervlak).Bij een aardbeving worden de trillingen, die ontstaan, ondergronds verspreid en worden door mensen en dieren gevoeld .Dat zijn de seismische golven. Seismische golven zijn energiegolven die bij een aardbeving vrijkomen. Het punt in de aarde waaruit deze trillingen ontstaan is het hypocentrum of de haard van een beving. Recht boven het hypocentrum ligt het epicentrum aan het aardoppervlak, waar het meeste schade wordt aangericht.

seismograaf van Milne
John Milne was een Britse seismoloog en mijningenieur, die in de 19de eeuw leefde. Hij begon aan het ontwerpen van zijn eigen seismograaf, die de bewegingen van een slinger vastlegde, eerst op een roterende rol, trommel, en later op fotografische film. Het was de eerste seismograaf die de horizontale en verticale bewegingen registreerde. Milne verzamelde de resultaten van meer dan 8000 aardbevingen alleen al in Japan, waar hij bij zijn eerste dag al geconfronteerd werd met een aardbeving. De Brit stichtte in 1880 de seismische dienst in Japan, beschikkend over bijna 1000 stations, en bevorderde het ontstaan van een net van aardbevingsposten over de wereld.

Seismograaf/seismogram
Seismografen of seismometers zijn instrumenten die een aardbeving meten, pennen en registreren . Daarvoor zit er een pen gemonteerd dat voortdurend de op en neer bewegende lijn op de draaiende rol papier, een trommel, tekent. Dit noemt men een seismogram. Seismogrammen kunnen naast de trommel ook op een computerscherm zichtbaar gemaakt worden, om het bijvoorbeeld af te printen of voor allerlei onderzoeken. Hoe groter de aardbeving, hoe groter de grondbewegingen en hoe groter de pieken die getrokken worden op het seismogram.

Seismografen van laser
In California, waar veel aardbevingen voorkomen, maakt men gebruik van lasertechnologie. De stralen worden vanuit een station uitgezonden en gericht op reflectoren aan de andere kant van de breuklijn. Gevoelige instrumenten meten de tijd die de stralen nodig hebben om de reflectoren te bereiken en weer terug, zodat elke zeer kleine verandering in afstand, veroorzaakt door bevingen, wordt waargenomen. Het is een zeer nauwkeurig systeem dat voortdurend gecontroleerd moet worden. Daarom is er een speciaal terrein aangelegd, Parkfield, in de Verenigde Staten. Laserapparaten in stations worden bijna dag en nacht bewaakt

Seismologie
Seismologisch onderzoek houdt zich bezig met aardbevingen, hun oorsprong en de voortplanting van de seismische golven in de aarde en richt zich dus ook op de werking van de platen en breuken. Meestal werken ze in seismologische stations, waar allerlei metingen worden gedaan. Aardbevingen kunnen natuurlijk ontstaan zijn of door een menselijke ingrijpen geactiveerde oorsprong hebben, wat we geïnduceerd noemen.

Subductie
Subductie is het proces waarbij de platen onder elkaar schuiven en waarbij er anderzijds nieuwe oceaanbodems worden aangelegd. In de “subductiezones” komen hevige aardbevingen voor en is er veel vulkanische activiteit, veroorzaakt door de bewegingen van de twee platen. Er zijn drie soorten plaatverschuivingen waarbij van subductie sprake is: oceanische tegen continentale, continentale tegen continentale en oceanische plaat tegen continentale plaat. Bij dergelijke gevallen ontstaan er altijd troggen (inzinking van oceanen), vulkanen (ontstaan uit ruggen ) en gebergtes.

subductiezone
In de subductiezone wordt wat water door de dalende lithosfeerplaat meegenomen. Door de stijgende temperatuur en de druk komt het water vrij en stijgt het langzaam naar de bovenliggende plaat. Dit water verlaagt het smeltpunt van het gesteente in deze plaat, waardoor het gedeeltelijk smelt. Hoe kouder de plaat is, hoe sneller hij zakt. De hoek waaronder de onderschuivende lithosfeer wegduikt, kan dus ook afhankelijk zijn van de ouderdom. Oude lithosfeer duikt steil de mantel in, jonge lithosfeer minder steil. De meeste convergerende grenzen zijn dan wel subductiezones langs diepzeetroggen

Sysmolarm
De sysmolarm is een enigszins commerciële toestel om aardbevingen te voorspellen(aan te kondigen) . Het maakt gebruik van de onvoelbare P- golven en geeft een signaal als er een aardbeving in aankomst is ,van magnitude 5 of meer, binnen 5 seconden. Op het display verschijnt dan de magnitude.

Thera
Het prachtige Griekse eiland Thera – het huidige Santorini - in de Egeïsche Zee werd 3500 jaar geleden door een hevige vulkaanuitbarsting verwoest. Het eiland was de bakermat van de Minoïsche cultuur, een zeer welvarende en ontwikkelde beschaving. De uitbarsting veroorzaakte grote tsoenami’s en asregen, die ook nabijgelegen eilanden als Kreta teisterden.

Transforme platen
In dit geval schuiven twee platen langs elkaar. Er verdwijnt geen gesteente, en er komen ook geen nieuwe bergen, maar hierdoor ontstaan wel aardbevingen. De platen schuiven langs breuken die transforme breuken heten. Een voorbeeld van een transforme breuk is de breuk langs de westkust van de Verenigde Staten, waar deze een spreidingszone rond Baja California verbindt met ten noordwesten van San Francisco. Deze breukzone is erg berucht door de San-Andreasbreuk die hier deel van uitmaakt. Transforme breuken worden gekenmerkt door ondiepe aardbevingen in een smalle zone langs de breuk, of in een brede zone, als er sprake is van meerdere, bij elkaar liggende breuken.

Tsoenami
Als er op zee een beving plaatsvindt, de zeebeving, kunnen er zeer grote en energierijke golven ontstaan in het water, vloedgolven of tsoenami’s . Omdat de getijden niks met deze golven te maken hebben, noemen we ze tsoenami's wat havengolf betekent. Gewoonlijk ontstaan tsoenami's bij zeebevingen van een magnitude van acht of hoger, maar ze ook bij onderzeese landverschuivingen en vulkanische explosies. Gedurende de op- en neerwaartse beweging van de zeebodem bij een zeebeving wordt al het water dat er recht boven zit in de beweging meegenomen. Zo ontstaat er een zeer lange en lage golf op het water. De voortplantingssnelheid is hoog. Tsoenami's zijn dan ook geen gewone golven op het water. Midden op de oceaan met een diepte van vijf kilometer is de snelheid 750 kilometer per uur, de golfhoogte is slechts 0.6 tot 2 meter en de golflengte is ongeveer 150 kilometer. Als de golf de kust nadert nemen de diepte van de zee en de golfsnelheid af, maar de golfhoogte neemt toe tot ongeveer 15 tot 30 meter. Als een baai de vorm heeft van een trechter en een flauw hellende bodem kunnen tsoemani's angstaanjagende hoogtes bereiken. De hoogste tot nu toe was 85 meter in 1971 op de Ryukyu Eilanden ten zuiden van Japan. Hoewel de snelheid van een tsoenami sterk vermindert bij de kust, kan de snelheid nog erg hoog zijn. Door de lange golflengte trekt een tsoenami zich niet zo snel terug als een gewone golf. Het water stijgt vijf à tien minuten, waardoor de enorme overstromingen veroorzaakt worden voordat het zich langzaam terugtrekt. Tegenwoordig kunnen mensen gewaarschuwd worden voor tsoenami's. Door het zogenaamde waarschuwingssysteem, wat in 1946 is opgezet, worden de mensen gewaarschuwd. Het zenuwcentrum is in Honoloeloe met computers, telexen en communicatiesatellieten, die 24 uur per dag de wacht houdt. Als een tsoenami dreigt, worden de snelheid en de richting berekend en wordt de kustbewaking ingesteld. Het aantal slachtoffers is enorm gedaald maar de schade blijft.

P-golf/S-golf/transversale golf
Als het gesteente een schok krijgt, ontstaan er twee soorten elastische golven.