Kopie van `KBC- Beleggingsvormen`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.


KBC- Beleggingsvormen
Categorie: Economie en financiën > Brochure beleggen
Datum & Land: 01/05/2007, BE
Woorden: 32


Aandeel
Een aandeel is een eigendomstitel die een deel van het maatschappelijk kapitaal van een onderneming vertegenwoordigt. Een aandeelhouder deelt met andere woorden in de risico’s van de onderneming, en dit in tegenstelling tot een obligatiehouder die een schuldvordering heeft op de vennootschap in kwestie.

Aandeel aan toonder
Een aandeel is aan toonder, op naam of gedematerialiseerd. De aandelen aan toonder kunnen (zoals een bankbiljet) door eenvoudige overdracht worden overgedragen aan derden. De aandelen op naam worden gekenmerkt door een inschrijving in het register van aandeelhouders van de vennootschap op naam van de houder. Als bewijs van deze inschrijving worden soms certificaten aan de aandeelhouders uitgereikt. De overdracht aan derden gebeurt hier door een inschrijving van de overdracht in het register van aandeelhouders.

Aandelenbevak, Privak
BEVAKS zijn Instellingen voor Collectieve Belegging van het statutaire type (beleggingsvennootschap) met vast kapitaal. Voor een algemene beschrijving: zie punt 5.4. Ze beleggen in aandelen van een bepaalde sector en-of een bepaald land. In België bestaat deze beleggingsvorm nog niet, maar in de VS en het VK wordt een grote verscheidenheid aan landen- en sectorfondsen gecommercialiseerd. Soms worden deze fondsen opgericht voor een beperkte duur. In dat geval hebben ze een eindvervaldag. Liquidatie gebeurt dan tegen inventariswaarde. Ze bieden geen kapitaalbescherming. In België bestaat wel een speciale vorm van een aandelenbevak: de PRIVAK. Dat is een aandelenbevak die in hoofdzaak belegt in niet-beursgenoteerd papier van vrij jonge ondernemingen die pas in een later stadium een beursgang overwegen. Het zijn venture-capitalfondsen, die vaak gespecialiseerd zijn in een specifieke (sub-)sector, zoals de biotechnologie of de informatietechnologie.

Achtergestelde certificaten
Achtergestelde certificaten zijn vastrentende beleggingen die worden uitgegeven door een kredietinstelling. Op de vastgestelde vervaldag zal de kredietinstelling het geleende bedrag terugbetalen. De uitgiftemunt is gewoonlijk de EUR. Naargelang het type wordt de verschuldigde rentevergoeding gegarandeerd terugbetaald op vaste rentevervaldagen of op eindvervaldag. Bij achtergestelde KBC-certificaten met uitkering, ontvangt de belegger een jaarlijkse renteuitkering. In het geval van achtergestelde KBC-certificaten met kapitalisatie, wordt de rente bij het belegde kapitaal gevoegd, zodat ze op haar beurt rente opbrengt.

Afgeleide producten of derivaten
Afgeleide producten of derivaten (‘derivatives’ in het Engels) zijn financiële instrumenten waarvan de waarde een afgeleide is van de waarde van de onderliggende activa. De waarde van het afgeleid product staat in relatie tot die van de onderliggende waarde, maar wordt ook bepaald door tal van andere factoren. We denken hier aan de renteontwikkeling, de looptijd en de volatiliteit van het onderliggend actief. De kracht van afgeleide producten in het portefeuillebeheer ligt in het hefboomeffect: met een fractie van een belegging in de onderliggende waarde kan dezelfde nominale opbrengst worden gerealiseerd als met een rechtstreekse belegging in het actief.

Bevak
Bevak is het letterwoord van BEleggingsvennootschap met VAst Kapitaal. Typerend voor een bevak is dat het kapitaal principieel vast is (het kan enkel verhoogd- verlaagd worden volgens de regels die gelden voor een gewone vennootschap) en dat de aandelen beursgenoteerd moeten zijn. Inschrijvers kunnen toeen uittreden via de beurs. Anders dan bij beveks, kan de beurskoers van een bevak sterk afwijken van haar intrinsieke waarde. De koers wordt immers bepaald door vraag en aanbod op de beurs. De marktstemmarktstemming en de interesse van het publiek spelen daarbij een belangrijke rol.

Bevek
Bevek staat voor BEleggingsvennootschap met VEranderlijk Kapitaal. Typerend is dat de belegger op elk ogenblik in of uit een bevek kan stappen: de bevek kan immers doorlopend en zonder formaliteiten haar kapitaal verhogen door nieuwe aandelen uit te geven (dit gebeurt wanneer een belegger in de bevek wil investeren of deelbewijzen aankoopt) of omgekeerd haar kapitaal verminderen door bestaande aandelen in te kopen (dit gebeurt wanneer een belegger zijn deelbewijzen verkoopt). Dat gebeurt telkens tegen de inventariswaarde van dat ogenblik. De inventariswaarde komt overeen met de marktwaarde van het nettoactief per aandeel. Deze inventariswaarde wordt periodiek, meestal dagelijks, berekend en gepubliceerd in de financiële pers.

calloptie
de calloptie geeft de houder het recht om gedurende een bepaalde periode (de looptijd) of op een precies ogenblik een bepaalde hoeveelheid (omvang van het contract) van een financieel actief (de onderliggende waarde) te kopen tegen een overeengekomen prijs. De tegenpartij, de verkoper, verbindt zich ertoe de overeengekomen hoeveelheid tegen de uitoefenprijs te leveren als de houder zijn recht uitoefent.

converteerbare obligatie
Een converteerbare obligatie is een obligatie die op verzoek van de houder binnen een bepaalde periode en tegen vooraf vastgestelde voorwaarden kan worden omgezet in aandelen van de betrokken onderneming. Wanneer er verschillende aandelencategorieën van de vennootschap zijn uitgegeven, moet worden bepaald in welk soort aandelen die obligaties kunnen worden geconverteerd.

debiteurenrisico
Het debiteurenrisico slaat op de kans dat een bedrijf of emittent zijn verplichtingen niet nakomt. Meestal heeft dat te maken met een slechte financiële positie of een nakend faillissement bij de debiteur in kwestie.

Euro-obligatie
Een Euro-obligatie is een obligatielening die wordt uitgegeven op de kapitaalmarkten van twee of meer landen tegelijk. De uitgiftemunt kan een andere zijn dan die van het land van de debiteur. De debiteur kan een nationale staat, een lokale overheid of een particuliere onderneming zijn. De emissie wordt overgenomen door een internationaal banksyndicaat en geplaatst bij beleggers die grotendeels buiten het land van de debiteur en dat van de emissiemunt wonen.

Future
Een futurescontract is een bilaterale overeenkomst tussen twee partijen met betrekking tot de levering van een gestandaardiseerde hoeveelheid van een - in het contract - bepaald actief (i.e. de onderliggende waarde) op een tijdstip en tegen een prijs overeengekomen op de tradingvloer of via een elektronisch tradingsysteem van een futuresbeurs. Als onderliggende waarde kan het gaan om: grondstoffen (commodity futures), financiële activa (obligaties, deposito’s-vooruitbetaling via de verkoop of aankoop van een FRA (Forward Rate Agreement), …), indexen en vreemde munten.

Gedematerialiseerde aandelen
Gedematerialiseerde aandelen worden vertegenwoordigd door een boeking op rekening op naam van de aandeelhouder bij een daartoe erkende instelling. Overdracht van gedematerialiseerde aandelen gebeurt door overschrijving van een rekening op een andere rekening.

Geldmarktfonds
Onder de term “fonds” verstaan we hier een Instelling voor Collectieve Belegging (ICB). Voor een algemene beschrijving: zie 5.2. (gemeenschappelijk beleggingsfonds) en 5.3. (bevek). De geldmarktfondsen doen hun beleggingen vooral in geldmarktinstrumenten op korte termijn (van 6 tot 18 maanden) en op zeer korte termijn (van enkele dagen tot 3 maanden), zoals termijndeposito's, schatkistcertificaten en commercial paper. De beleggingspolitiek wordt uiteengezet in het prospectus. Sommige geldmarktfondsen beleggen in EUR, andere in vreemde munten. Men kan ook kiezen voor beleggingen in meerdere munten: bijvoorbeeld sterke munten of hoogrentende munten. Geldmarktfondsen kunnen opgericht zijn naar Belgisch recht of naar Luxemburgs recht. Ze kunnen kapitalisatie- of uitkeringsaandelen uitgeven. Uitkeringsaandelen geven de belegger recht op een periodiek dividend.

gewoon aandeel
Gewone aandelen vertegenwoordigen een bepaald gedeelte van het maatschappelijk kapitaal. Daarnaast bestaan er bevoorrechte aandelen, waaraan speciale kenmerken zijn verbonden. Het is mogelijk dat zij een hoger dividend geven, of dubbel stemrecht, of voorrang bij liquidatie van de vennootschap.

Hedgefonds
Hedgefondsen is een verzamelnaam voor beleggingsinstellingen waarbij de beheerder een grote beleggingsvrijheid heeft (hij kan beleggen in om het even welke markt en in om het even welk beleggingsinstrument), zowel short- als longposities kan innemen (zie verder), die vaak resulteren in een significant hefboomeffect (zie 6.1.). Vaak heeft de beheerder zelf een participatie genomen of ontvangt hij een resultaatsverbonden vergoeding, wat zijn betrokkenheid en motivatie uiteraard vergroot. Streefdoel is een absolute return te behalen en te maximaliseren, onafhankelijk van de marktomstandigheden.

Kasbons
Kasbons zijn vastrentende effecten die worden uitgegeven door een kredietinstelling. Op de vastgestelde vervaldag zal de kredietinstelling het geleende bedrag terugbetalen. Naar gelang van het kasbontype wordt de verschuldigde rentevergoeding terugbetaald op vaste rentevervaldagen of op het ogenblik dat de cliënt dat zelf wenst. De uitgiftemunt is de EUR. Hun looptijd ligt gewoonlijk tussen 1 en 5 jaar en is hernieuwbaar. Ze worden doorlopend uitgegeven. De effecten zijn vaak aan toonder. De houder van het effect wordt verondersteld de eigenaar te zijn. De eigendom kan dan ook op elk ogenblik worden overgedragen door een onderhandse schenking of een verkoop.

Levensverzekering
De levensverzekering is een contract tussen een verzekeringsmaatschappij en een verzekeringnemer. De verzekeraar verbindt zich ertoe om aan een begunstigde bepaalde sommen te betalen afhankelijk van het al dan niet in leven zijn van de verzekerde op een bepaald tijdstip. De verzekeringnemer van zijn kant verbindt zich ertoe de overeengekomen premies te betalen.

Lineaire obligatie
Lineaire obligaties zijn vastrentende effecten. Ze zijn altijd gedematerialiseerd en worden meestal voor het eerste bod uitgegeven via syndicatie en vervolgens bij aanbesteding door de Belgische Schatkist. Lineaire obligaties zijn in hoofdzaak gericht op institutionele beleggers. Elke categorie obligaties met dezelfde rentevoet en dezelfde vervaldag vormt één lijn. OLO’s van eenzelfde lijn kunnen op verschillende tijdstippen zijn uitgegeven (dus met verschillende uitgifteprijzen), maar zijn onderling verwisselbaar in de handel op de secundaire markt. Door de uitgifte van obligaties van dezelfde lijn op verschillende tijdstippen wil de Staat de omvang van de schuld in elke lijn verhogen, wat de verhandelbaarheid en efficiënte prijsvorming ten goede komt.

liquiditeitsrisico
Het liquiditeitsrisico is het risico dat een effect moeilijk verhandelbaar is vóór de eindvervaldag.

marktrisico
Het marktrisico uit zich in grote tussentijdse koersschommelingen. Die kunnen te wijten zijn aan muntbewegingen (muntrisico), maar ook aan rentefluctuaties (renterisico). Een scherpe rentestijging doet de waarde van uw effecten dalen. Ook de fluctuaties op de beurs in het algemeen vallen hieronder (koersvolatiliteit).

obligaties met een equity link
Van obligaties met een equity link bestaan diverse vormen en naar gelang van de specificaties krijgt dit beleggingsinstrument meer het karakter van een indirecte aandelenbelegging dan van een vastrentende belegging. Het couponrendement ligt lager dan het marktrendement, vaak zelfs flink lager. In ruil daarvoor wordt de terugbetalingsprijs van de obligatie gekoppeld aan de ontwikkeling van een representatieve beursindex (bijvoorbeeld de BEL 20-index). De belegger geniet meestal kapitaalbescherming.

obligaties met warrant
obligaties met warrant houden het midden tussen obligaties en aandelen. Obligaties met warrant zijn obligaties waaraan een effect is verbonden dat aan de houder het recht geeft om binnen een vooraf bepaalde periode en tegen vooraf vastgestelde voorwaarden in te tekenen op één of meer aandelen van dezelfde onderneming. Obligatie en warrant worden op de beurs apart verhandeld en genoteerd. Dat is meteen het verschil met een converteerbare obligatie. Bij conversie houdt de converteerbare obligatie op een obligatie te zijn en wordt ze een aandeel. Bij de uitoefening van de warrant verwerft de houder een aandeel en blijft de obligatie doorlopen.

putoptie
de putoptie geeft de houder het recht om gedurende een bepaalde periode of op een precies ogenblik een bepaalde hoeveelheid van een financieel actief te verkopen tegen een overeengekomen prijs. De tegenpartij, de koper, verbindt zich ertoe de overeengekomen hoeveelheid tegen die uitoefenprijs te kopen als de houder zijn recht uitoefent.

reverse convertible schuldtitel
Een ‘reverse convertible’ schuldtitel ontleent zijn naam aan het feit dat de beleggingskenmerken tegengesteld zijn aan die van een gewone converteerbare obligatie (zie paragraaf 2.9). Niet de belegger, maar de emittent heeft de keuze op de eindvervaldag de lening terug te betalen in cash of in aandelen tegen de bij uitgifte afgesproken koers. Hij zal dus voor deze laatste optie kiezen als op de eindvervaldag de aandelen lager noteren dan de conversieprijs. In ruil voor dit risico van kapitaalverlies ontvangt de belegger een hoge jaarlijkse rentevergoeding (bij gewone converteerbare obligaties is dat een lage).

Schatkistcertificaten
Schatkistcertificaten zijn kortlopende schuldbewijzen van de Belgische Schatkist. Er bestaat een primaire en een secundaire markt voor schatkistcertificaten. De aanbesteding gebeurt tweewekelijks en heeft in principe betrekking op certificaten met een looptijd van 3 en 6 maanden of van 3 en 12 maanden. De belegging van schatkistcertificaten en de liquiditeit van de markt worden verzekerd door de primary dealers (waaronder KBC Bank) en de recognized dealers die alleen mogen deelnemen aan een aanbesteding of een emissie via syndicatie. De inschrijvingen op de primaire markt moeten minstens 1 miljoen EUR bedragen en de minimumcoupures zijn vastgelegd op 100 000 EUR. Bij de uitgifte zijn de looptijden beperkt tot 3, 6 en 12 maanden.

Termijndeposito
Een termijndeposito is een belegging op naam in EUR of in deviezen1. Gewoonlijk hebben termijndeposito’s een korte looptijd (over het algemeen tot 12 maanden), maar langere looptijden zijn niet uitgesloten. De cliënt zet voor een bepaalde (zelf gekozen) termijn een bedrag vast tegen een vooraf afgesproken rentevoet. Over het algemeen zijn dat standaardlooptijden van 7, 14 of 21 dagen of van een, twee of meerdere maanden. Het termijndeposito kan worden verlengd met een standaardlooptijd aan de rentevoet die op de dag van de verlenging van kracht is. De verworven rente op een termijnrekening is ten vroegste beschikbaar op de vervaldag. Ze kan worden uitgekeerd aan de cliënt (op een zichtrekening, een spaarrekening, …) of, in geval van verlenging, bij het kapitaal van het termijndeposito worden gevoegd (kapitalisatie).

Tracker/ETF
De tracker (ook wel Exchange Traded Fund of ETF genoemd) is een hybride product tussen aandelen en bevaks. Net als een indexmatig beheerde bevak is de tracker een passief financieel instrument dat de ontwikkeling van een onderliggende beursindex zo getrouw mogelijk volgt. Net zoals aandelen zijn de trackers doorlopend beursgenoteerd en keren zij ééntot tweemaal per jaar dividenden uit, na aftrek van het beheerloon. Die dividenden zijn in België onderworpen aan de bevrijdende roerende voorheffing.

Valutatermijncontract
In een termijncontract leggen twee partijen een verbintenis vast tot aankoop of verkoop van deviezen op een latere datum en tegen een koers die wordt vastgelegd bij het sluiten van het contract. De oorsprong van deze contracten ligt in de commerciële sfeer: het was een instrument om zich in te dekken tegen een wisselkoers- of een renterisico. Zo kan een Belgische exporteur, die over drie maanden een betaling in USD verwacht, deze dollars vandaag op termijn verkopen. Maar ook in het kader van het professioneel portefeuillebeheer hebben termijncontracten - net zoals opties en futures overigens - een vaste plaats verworven.

Vastgoedcertificaat
Vastgoedcertificaten worden uitgegeven ter financiering van commerciële gebouwen of kantoorgebouwen. Een belegger in een vastgoedcertificaten heeft een schuldvordering tegenover de emitterende vennootschap. De certificaathouder is dus geen medeeigenaar van het vastgoed. Het certificaat geeft recht op een deel van de netto-opbrengsten van de verhuring en, na het verstrijken van de looptijd van het certificaat, op een deel van de restwaarde bij de verkoop van het vastgoed. Bij uitgifte hebben vastgoedcertificaten een looptijd van doorgaans 15 tot 25 jaar. Op het einde van de termijn wordt het certificaat vereffend, niet verlengd.

Verzekeringsbon
Een Belgische verzekeringsbon is een contract op naam. Het contract wordt afgesloten bij een verzekeringsmaatschappij en is onderworpen aan de wettelijke bepalingen die gelden voor levensverzekeringscontracten. Dat betekent dat er een aantal contracterende partijen moet worden gedefinieerd: de verzekeringnemer: diegene die de verzekeringsbon koopt; De verzekerde: diegene op wiens hoofd het overlijdensrisico rust; De begunstigde: diegene die de uitkering van de verzekeringsbon ontvangt. Verzekeringsbons worden meestal aangeboden vanaf een minimuminleg van 2 500 EUR. De looptijd ligt doorgaans tussen 1 en 8 jaar, maar looptijden van meer dan 8 jaar zijn ook mogelijk.

Warrant
Een warrant is een financieel effect dat aan de houder het recht geeft om tijdens een bepaalde periode en tegen vooraf vastgestelde voorwaarden een onderliggende waarde te verwerven (de callwarrant, dit is de meest voorkomende vorm) of te verkopen (de putwarrant). Warrants kunnen worden uitgegeven naar aanleiding van een aandelen- of obligatie-emissie. De warrant kan vastgehecht blijven aan het aandeel of de obligatie. In dat geval spreken we van een aandeel of obligatie cum warrant. Meestal wordt de warrant echter onmiddellijk na de emissie gescheiden van het aandeel of de obligatie (dat daarna ex warrant noteert) en afzonderlijk genoteerd. Ten slotte kunnen warrants ook afzonderlijk worden uitgegeven (de naakte warrants).