Kopie van `BTSG - Zelfzorg`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.


BTSG - Zelfzorg
Categorie: Medisch
Datum & Land: 04/05/2007, NL
Woorden: 2


Zelfzorg/Zelfzorgvermogen
Zelfzorg is niet iets dat aangeboren is. Zelfzorg is aangeleerd gedrag. In de loop van zijn leven leert de mens hoe belangrijk zelfzorg is voor een gezond bestaan. Omgeving en milieu spelen een belangrijke rol bij het aanleren van zelfzorgactiviteiten. Orem noemt het zelfzorgvermogen de verbindende schakel tussen zelfzorg en zelfzorggedrag. Met zelfzorgvermogen wordt bedoeld in hoeverre iemand in staat of bekwaam is tot het verrichten van zelfzorg. Er bestaan grote verschillen tussen mensen wat betreft de ontwikkeling van dit zelfzorgvermogen. Of iemand in staat is het zelfzorgvermogen te gebruiken hangt af van de situatie. Bijvoorbeeld iemand met reuma kan door hevige pijn zijn zelfzorgvermogen niet ten volle benutten, of de dokter heeft tijdelijk bedrust voorgeschreven en hierdoor is het niet mogelijk het zelfzorgvermogen volledig te gebruiken.Men kan spreken van verschillen in de mate waarin iemand gebruik kan maken van zijn zelfzorgvermogen: het kan volledig, gedeeltelijk (ziekte, handicap), of helemaal niet (coma, dementie) gebruikt worden. Het zelfzorgvermogen is dus per individu verschillend en moet ook per individu en situatie beoordeeld worden.

Zelfzorgtekort
Wanneer het zelfzorgvermogen en de zelfzorgbehoeften in evenwicht zijn, is sprake van een gezond bestaan. Als dit niet het geval is, is er sprake van een zelfzorgtekort. Bij een zelfzorgtekort is men tijdelijk of blijvend, niet in staat voor zichzelf te zorgen. Door het zelfzorgvermogen en het ontstane zelfzorgtekort juist in te schatten kan er zorg op maat worden geboden. Een goede manier om iemands zelfzorgvermogen te bepalen is het stellen van een drietal vragen: 'Wat kan iemand (lichamelijk, geestelijk, sociaal)'; 'Wat weet iemand (kennis, inzicht)' en 'Wat wil iemand (motivatie)'. Afhankelijk van het antwoord zal zorg verleend worden. Het zal duidelijk zijn dat deze drie terreinen elkaar kunnen overlappen en dat een combinatie van factoren een rol kan spelen. Iemand kan iets niet, omdat hij niet weet hoe, of iemand wil iets niet omdat hij daar geestelijk niet meer toe in staat is. Uitgaande van de zelfzorgtheorie betekent dit dat de zorgverlener soms motiverend soms informerend en soms daadwerkelijk hulpverlenend, dat wil zeggen de zorg overnemend met de bewoner bezig is.