Kopie van `Gemeente Haarlem - Milieubegrippen`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.


Gemeente Haarlem - Milieubegrippen
Categorie: Milieu
Datum & Land: 27/01/2014, NL
Woorden: 58


Actief peilbeheer
Peilaanpassing t.g.v. peilbesluit actief realiseren, niet wachten totdat gewenste drooglegging door maaivelddaling ontstaat (def. Waterbeheersplan Hoogheemraadschap van Rijnland).

Afkoppelen
Afkoppelen van verharding van het rioolstelsel. Doel is om schoon hemelwater niet langer via een gemengd rioolstelsel naar de zuivering te voeren, maar dit hemelwater te gebruiken (bijvoorbeeld als huishoudwater) of ter plekke te infiltreren of naar oppervlaktewater te voeren.

Afvoeren
Het verwijderen van water uit een gebied.

Basisinspanning
Zie emissiespoor.

Bergbezinkbasins
Vuilreducerende randvoorziening in de riolering met zowel een bergings- als een bezinkfunctie in de vorm van een bak.

Bergen, berging
Het (tijdelijk) opslaan van water in een gebied. Reguliere berging vindt plaats in oppervlaktewater en in de bodem.

Bodemdaling
Daling van het maaiveld ten opzichte van N.A.P., ten gevolge van vooral zetting of klink van het bodemmateriaal door oxidatie (veen) en - of verdichting (klei). De grondsoort (veen veel, klei weinig, zand niet) en de mate van ontwatering spelen hierin een voorname rol.

Boezem
Stelsel van grote wateren en kanalen waarop het water van lager gelegen polders wordt uitgemalen en van waaruit water wordt ingelaten, voor waterberging en –transport.

Botulisme
Vorm van voedselvergiftiging waaraan vooral watervogels en vissen doodgaan. De vergiftiging wordt veroorzaakt door een bacterie die een gif produceert, waardoor bij besmette dieren verlammingsverschijnselen optreden.

Calamiteitenberging
Een situatie waarin calamiteitenberging nodig is komt statistisch gezien slechts een maal per 100 jaar voor. In zo’n situatie stijgt de boezemstand zodanig dat er belangrijke functies (wonen en werken) in gevaar dreigen te komen. Maatregelen zoals maalstops (polders die niet meer mogen uitslaan op de boezem) en het benutten van de piekberging is dan niet meer voldoende. Binnen het beheersgebied van Rijnland zijn een aantal polders aangewezen die aangewezen zijn om te laten inunderen (onder water te laten lopen).

Compenserende maatregelen
Compensatie is het creeren van nieuwe waarden die gelijk zijn aan de waarden die verloren (dreigen te) gaan. Indien die waarden onvervangbaar zijn, heeft de compensatie betrekking op het creeren van zo gelijk mogelijke waarden. Compensatie vindt plaats buiten het plangebied, maar nog wel binnen het zelfde stroomgebied of watersysteem (zie ook mitigerende maatregelen) (def. Checklijst water & ruimte voor plannen van regio en gemeente, provincie Gelderland)

Doorspoelwater
Water dat in een bemalingsgebied wordt ingelaten vanwege de kwaliteit van het oppervlaktewater. De kwaliteit van het water is dan zodanig, dat het de voorkeur heeft dit water ‘te vervangen’ door gebiedsvreemd water.

Droogweerafvoer (dwa) stelsel
Rioolstelsel via welke uitsluitend afvalwater wordt ingezameld en afgevoerd.

Duinrel
Natuurlijke afwatering van grond- en regenwater uit de duinen.

Duurzaam bouwen
Duurzaam bouwen richt zich op het voorkomen van milieuproblemen bij bouw, gebruik en sloop van gebouwen en de gebouwde omgeving, nu en in de toekomst.

Emissiespoor
Het emissiespoor houdt in dat aan de vuiluitworp van riooloverstorten op het oppervlaktewater een bepaald maximum wordt gesteld. Voor het voldoen aan het emissiespoor moet door de gemeente een bepaalde inspanning worden gedaan, deze inspanning wordt aangeduid met het begrip ‘basisinspanning’. Gemeenten moeten in principe voor 2005 aan de basisinspanning voldoen. Maatregelen die getroffen kunnen worden betreffen onder meer vergroting van de bergingscapaciteit (bergbezinkbassins) en afkoppelen van verharding.

Flexibel peilbeheer
Peilbeheer, waarbij het waterpeil zich zoveel mogelijk beweegt tussen bepaalde boven- en ondergrenzen. Komt het peil boven de bovengrens, dan wordt water afgevoerd, komt het onder de ondergrens, dan wordt water aangevoerd. Het doel is de inlaat van 'gebiedsvreemd' water met een ongewenste waterkwaliteit zo veel mogelijk te voorkomen. Peilfluctuatie en bodemgebruik dienen wel op elkaar afgestemd te zijn. Flexibel peilbeheer beperkt de vraag naar inlaatwater in droge tijden; het vermindert het tempo van bodemdaling (als de grondwaterstand gemiddeld hoger is) en het kan de gebiedseigen waterkwaliteit helpen beschermen. Een dergelijk peilbeheer kan strijdig zijn met de wens, een zo ruim mogelijke berging voor extreme regenval in een gebied te realiseren.

Gebiedseigen water
Water met de kwaliteit die van nature voorkomt in een gebied. Altijd een mengsel van verschillende herkomsten: regenwater, grondwater (w.o. kwelwater van uiteenlopende leeftijd en samenstelling), rivierwater (in gebieden die ooit aan de natuurlijke overstromingsdynamiek van rivieren blootstonden, denk aan oeverwallen). De kwaliteit en samenstelling van het gebiedseigen water is voor een belangrijk deel bepalend voor de soort natuur en vegetatie die er voor kan komen. In het westen van Nederland is, door het netwerk van boezemwateren en de praktijk van het inlaten van rivierwater in droge tijden, de differentiatie in gebiedseigen waterkwaliteiten gering. Ook antropogene factoren, zoals vermesting door landbouw en eutrofiëring door veenmineralisatie dragen bij aan deze achteruitgang. Op enkele, geïsoleerde plekken komen nog bijzondere kwaliteiten voor. De inrichtingsprincipes isoleren en positioneren en flexibel peilbeheer helpen om die plekken te beschermen. Het inrichtingsprincipe zoneren kan behulpzaam zijn bij het herstel van die differentiatie. Voorraadvorming kan strijdig zijn met de wens, gebiedseigen waterkwaliteit te behouden of verbeteren, omdat hiermee de hoeveelheid regenwater in het oppervlakte- en grondwater verhoudingsgewijze toeneemt (er vormt zich een “neerslaglens”), waardoor een bijzonder kwelmilieu bijvoorbeeld zou worden weggedrukt. Een lokale afweging tussen (potentiële) natuurwaarden en de wens om aan de eigen watervraag te voldoen is in dergelijke gevallen nodig.

Gebiedsvreemd water
Water met een kwaliteit die niet van nature voorkomt in een gebied. Meestal wordt boezemwater bedoeld, dat een vrij homogene kwaliteit heeft (uitzonderingen daargelaten) van IJsselmeer- en Rijnwater.

Gemengd rioolstelsel
Rioolstelsel waarbij afvalwater en regenwater door hetzelfde buizenstelsel worden ingezameld en afgevoerd.

Gescheiden rioolstelsel
Rioolstelsel, waarbij afvalwater en regenwater door afzonderlijk buizenstelsel worden ingezameld. Het afvalwater wordt afgevoerd naar een RWZI, het regenwater wordt rechtstreeks afgevoerd naar het oppervlaktewater dan wel geinfiltreerd in de bodem.

Grijs water
Huishoudelijk afvalwater afkomstig van keuken, bad en douche. Grijs water kan na zuivering gebruikt worden voor toiletspoeling en eventueel de wasmaschine.

Grondwaterneutraal bouwen
Manier van bouwen, waarbij de oorspronkelijke grondwaterstanden (inclusief natuurlijke fluctuaties) gehandhaafd kunnen blijven.

Horizontale berging
Bij horizontale berging wordt waterberging gecreëerd door een groter areaal voor oppervlaktewater te reserveren. In oppervlaktewater kan per ha circa 10 maal zoveel water worden geborgen als in grondwater.

Huishoudwater
Huishoudwater is in zoverre gezuiverd water, dat het geschikt is voor huishoudelijke toepassingen waarbij drinkwaterkwaliteit niet noodzakelijk is (wassen, tuin sproeien, etc.).

Infiltratie
Het wegzakken van (regen)water in de bodem.

Inlaten
Het in een gebied laten stromen van water, meestal met de bedoeling de waterstand in een gebied op peil te houden, soms ook met de bedoeling om de waterkwaliteit te verbeteren of aan te passen aan gewenste productieomstandigheden, bijvoorbeeld in geval van zoute kwel in een landbouwgebied (doorspoelwater).

Inunderen
Het tijdelijk onderwater zetten van laag gelegen land.

Isoleren
Inrichtingsprincipe gericht op het realiseren van een goede waterkwaliteit met als karakteristiek dat gebieden met een bijzondere (positieve of negatieve) waterkwaliteit geheel van hun omgeving worden afgezonderd.

Keur
Een verordening van de waterbeheerder, waarin een verzameling van geboden en verboden ten aanzien van het waterbeheer is opgenomen, bij overtreding waarvan bestuursdwang of strafbepalingen kunnen worden toegepast.

Kwel
Grondwater, dat omhooggestuwd wordt als gevolg van potentiaalverschil of stijghoogteverschil (˜drukverschil) tussen het gebied waar het grondwater inzijgt en waar het omhoog komt. Kwelwater kan zeer verschillende kwaliteiten hebben, en niet allemaal zijn ze gewenst.

Landschappelijke oevers
Oever waarvan de beplanting, inrichting en beheer is afgestemd op beleving en oever recreatie.

Legger
Een bij besluit van de waterbeheerder vastgesteld register van waterstaatswerken (bijvoorbeeld boezemwateren) met daarin per waterstaatswerk de vereiste afmetingen, de onderhoudsplichtigen en onderhoudsverplichtingen.

Milieuvriendelijke oever
Een milieuvriendelijke oever is een oever waarvoor materialen zijn gebruikt, die zo min mogelijk nadelige gevolgen hebben voor de kwaliteit van water, bodem en lucht. Bij de materiaalkeus wordt ook de mate van milieubelasting van het productieproces van de verschillende materialen betrokken. Op een milieuvriendelijke oever worden geen bestrijdingsmiddelen en meststoffen gebruikt.

Mitigerende maatregelen
Onder mitigatie wordt verstaan het voorkomen of reduceren van de negatieve effecten van een besluit of feitelijk handelen door het treffen van maatregelen. Mitigatie heeft enkel en alleen betrekking op maatregelen en effecten binnen het gebied van het ruimtelijk plan. Er is altijd sprake van mitigatie in het kader van de activiteit zelf, vervolgens kan er pas sprake zijn van compensatie (zie ook compenserende maatregelen) (def. Checklijst water & ruimte voor plannen van regio en gemeente, provincie Gelderland).

Natuurlijk peilbeheer
Peilbeheer, waarbij het waterpeil het natuurlijk seizoensverloop volgt, dwz. dat het zomerpeil lager is dan het winterpeil. In polders wordt er wel een maximum gesteld aan de peilstijging omdat anders de polder onder water komt te staan. Er wordt geen ondergrens aan het peil gesteld. Natuurlijk peilbeheer beperkt de vraag naar inlaatwater in droge tijden; het vermindert het tempo van bodemdaling (als de grondwaterstand gemiddeld hoger is) en het kan de gebiedseigen waterkwaliteit helpen beschermen. Een dergelijk peilbeheer kan strijdig zijn met de wens, een zo ruim mogelijke berging voor extreme regenval in een gebied te realiseren.

Natuurvriendelijke oever
Oever die op natuurlijke wijze is ingericht of ontstaan met als doel een geleidelijke en brede overgang van nat naar droog zodat deze interessant is voor flora en fauna. Hierdoor kan tevens de waterkwaliteit verbeterd worden.

Nautisch Beheer
De zorg voor een vlotte en veilige afwikkeling van het scheepvaartverkeer, door het treffen van verkeersmaatregelen te water, conform de scheepvaartverkeerswet.

Piekberging
Piekberging wordt gebruikt om pieken die ontstaan door hevige regenbuien op te vangen (bergen) en daarna af te voeren naar de gemalen. De situaties waarin een piekberging wordt gevuld zou zo’n eenmaal per 10-25 jaar voorkomen. Locaties voor piekberging moeten dus zoveel mogelijk leeg zijn zodat ze zodra het nodig is gevuld kunnen worden. (def. Hoogheemraadschap van Rijnland). Koppeling van seizoensberging en piekberging is waarschijnlijk wel mogelijk.

Regenwaterafvoer (rwa) stelsel
Rioolstelsel via welke uitsluitend hemelwater wordt afgevoerd.

Retentie
Vasthouden; het vertragen en-of verminderen van de afvoer van water.

Riooloverstort
Voorziening door middel waarvan bij regen een teveel aan rioolwater dat niet in het stelsel wordt geborgen, kan worden geloosd op het oppervlaktewater.

Schouw
Bij het schouwen controleert de waterbeheerder of aan de onderhoudsverplichtingen uit de keur en legger wordt voldaan.

Seizoensberging
Het idee achter seizoensberging is dat het neerslagoverschot dat jaarlijks in Nederland valt, wordt bewaard en benut voor de droge perioden. De droge periode is het zomerhalfjaar (meer verdamping en gebruik van water dan neerslag) en het neerslagoverschot ontstaat in het winterhalfjaar (weinig verdamping, veel neerslag). Een locatie die in gebruik is ten behoeve van seizoensberging (=voorraadvorming) is altijd gevuld met water, soms meer (einde winter) en soms minder (einde zomer) (def. Hoogheemraadschap van Rijnland).

Vaarwegbeheer
De zorg voor het in stand houden van de scheepvaartwegen, de daartoe behorende kunstwerken en de daarlangs gelegen oevers en oeverwerken, zoals geregeld in de provinciale scheepvaartwegenverordening.

Vasthouden
In de trits van WB 21 (‘vasthouden, bergen, afvoeren’) is dit het begrip dat doelt op het op lokaal niveau zorgen voor voldoende ruimte in het watersysteem om in droge tijden aan de watervraag te voldoen zonder gebiedsvreemd water in te laten. ‘Vasthouden van gebiedseigen water’.

Verbeterd gescheiden rioolstelsel
Gescheiden rioolstelsel waarbij middels een koppeling tussen het regenwaterafvoer (rwa) stelsel en het droogweerafvoer (dwa) stelsel wordt bewerkstelligd dat het eerst afstromende en verontreinigde regenwater naar het dwa stelsel wordt afgevoerd. Pas na vulling van het rwa riool stort het in het rwa stelsel aanwezige relatief schone rioolwater (regenwater) over op het oppervlaktewater.

Verticale berging
Bij verticale berging wordt waterberging gecreëerd door meer peilvariatie toe te laten. Hierdoor kunnen op 1 ha meer kubieke meters water worden geborgen.

Voorraadbeheer
Het langer vasthouden van schoon grond-, kwel- en regenwater en dit tijdens droge perioden gebruiken in gebieden waar we schoon water willen hebben (def. Waterhuishoudingsplan Noord-Holland).

Waterketen
Infrastructuur voor het winnen, de productie en de distributie van drinkwater en vervolgens het transport, de zuivering en de lozing van gezuiverd afvalwater op het oppervlaktewater.

Waterkwaliteitsbeheer
De zorg voor de waterkwaliteit van het oppervlaktewater.

Waterkwaliteitsspoor
Voor het waterkwaliteitsspoor geldt dat na het bereiken van de basisinspanning (zie emissiespoor) de resterende vuiluitworp uit het rioolstelsel op het oppervlaktewater geen belemmering mag zijn voor het bereiken van de gewenste waterkwaliteit. Is dit toch het geval, dan moeten boven op de basisinspanning nog aanvullende maatregelen worden getroffen.

Waterkwantiteitsbeheer
De zorg voor het op peil houden van het oppervlaktewater.

Waterneutraal bouwen
Vinden er in een plangebied ruimtelijke ontwikkelingen plaats, waarbij het verhard oppervlak toeneemt en-of het waterbergend vermogen afneemt, dan moeten er maatregelen genomen worden om de negatieve effecten van deze ruimtelijke ontwikkelingen op de waterhuishouding te voorkomen. Uitgangspunt is dat deze maatregelen in het plangebied zelf plaatsvinden.

Wateroverlast
Verzamelterm voor schade, ongemak en ontreddering door hoge waterstanden ten gevolge van overvloedige neerslag en-of onvoldoende ontwatering (Normen voor waterbeheer, geciteerd door de commissie waterbeheer 21e eeuw).

Watersysteem
Het watersysteem bestaat uit het oppervlaktewater, het grondwater en de daarmee samenhangende waterbodems, oevers en kunstwerken alsmede de daarin levende organismen.

Zelfreinigend vermogen
Water- en oeverplanten hebben van nature het vermogen om nutriënten en slib uit het water te op te nemen of te filteren. Dit zorgt voor een verbetering van de waterkwaliteit en wordt het zelfreinigend vermogen van het watersysteem genoemd. Het zelfreinigend vermogen wordt vergroot door de aanleg van natuurvriendelijke oevers, diepteverschillen in het watersysteem (afwisseling van diepe en ondiepe plekken), het stimuleren van de groei van water- en oeverplanten door een goede uitgangssituatie te creëren (doorzicht, stevige en schone waterbodem) en natuurvriendelijk beheer en onderhoud (maaien in het najaar, maaisel afvoeren) et cetera.

Zwartwater
Huishoudelijk afvalwater afkomstig van keuken, bad , douche en toilet. Zwart water moet op het riool worden geloosd.