Kopie van `Gemeente Haarlem - Milieubegrippen`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.


Gemeente Haarlem - Milieubegrippen
Categorie: Milieu
Datum & Land: 27/01/2014, NL
Woorden: 5


Emissiespoor
Het emissiespoor houdt in dat aan de vuiluitworp van riooloverstorten op het oppervlaktewater een bepaald maximum wordt gesteld. Voor het voldoen aan het emissiespoor moet door de gemeente een bepaalde inspanning worden gedaan, deze inspanning wordt aangeduid met het begrip ‘basisinspanning’. Gemeenten moeten in principe voor 2005 aan de basisinspanning voldoen. Maatregelen die getroffen kunnen worden betreffen onder meer vergroting van de bergingscapaciteit (bergbezinkbassins) en afkoppelen van verharding.

Isoleren
Inrichtingsprincipe gericht op het realiseren van een goede waterkwaliteit met als karakteristiek dat gebieden met een bijzondere (positieve of negatieve) waterkwaliteit geheel van hun omgeving worden afgezonderd.

Seizoensberging
Het idee achter seizoensberging is dat het neerslagoverschot dat jaarlijks in Nederland valt, wordt bewaard en benut voor de droge perioden. De droge periode is het zomerhalfjaar (meer verdamping en gebruik van water dan neerslag) en het neerslagoverschot ontstaat in het winterhalfjaar (weinig verdamping, veel neerslag). Een locatie die in gebruik is ten behoeve van seizoensberging (=voorraadvorming) is altijd gevuld met water, soms meer (einde winter) en soms minder (einde zomer) (def. Hoogheemraadschap van Rijnland).

Voorraadbeheer
Het langer vasthouden van schoon grond-, kwel- en regenwater en dit tijdens droge perioden gebruiken in gebieden waar we schoon water willen hebben (def. Waterhuishoudingsplan Noord-Holland).

Zelfreinigend vermogen
Water- en oeverplanten hebben van nature het vermogen om nutriënten en slib uit het water te op te nemen of te filteren. Dit zorgt voor een verbetering van de waterkwaliteit en wordt het zelfreinigend vermogen van het watersysteem genoemd. Het zelfreinigend vermogen wordt vergroot door de aanleg van natuurvriendelijke oevers, diepteverschillen in het watersysteem (afwisseling van diepe en ondiepe plekken), het stimuleren van de groei van water- en oeverplanten door een goede uitgangssituatie te creëren (doorzicht, stevige en schone waterbodem) en natuurvriendelijk beheer en onderhoud (maaien in het najaar, maaisel afvoeren) et cetera.