Kopie van `Theater Castellum - Toneelwoordenboek`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.


Theater Castellum - Toneelwoordenboek
Categorie: Sport, welzijn en vrije tijd > Toneel
Datum & Land: 13/05/2007, NL
Woorden: 21


akoestiek
De geluidskwaliteit van een zaal. Als de spelers niet overal hoorbaar zijn of het galmt erg, is de akoestiek slecht.

Akte
(= Bedrijf) Zie bedrijf.

Amateurs
Liefhebbers, mensen die graag toneelspelen zonder dat het hun beroep is en zonder dat ze er geld voor krijgen.

Amfitheater
Een soort theater dat is uitgevonden door de Romeinen. Het lijkt wat op een stadion: beneden in het midden wordt gespeeld en de zitplaatsen eromheen lopen trapsgewijs op.

Applaus halen
Als het publiek klapt, komen de spelers op het podium en buigen nederig als dank voor het kijken.

Applaus melken
De spelers komen weer naar voren als het publiek net wil ophouden met klappen. Zo zorgen ze ervoor dat het applaus langer duurt.

Avant-première
Voorstelling die plaatsvindt voor de eerste publieke voorstelling, vaak voor insiders.

Bühne
(= Podium) Het toneel, de plek waar je speelt.

Clacque
Personen die speciaal komen om voor iemand te klappen. Soms worden ze ervoor betaald.

Climax
Hoogtepunt wanneer de spanning tussen publiek en spel het hoogst is.

Cue
(Spreek uit als kjoe) Een medespeler wacht op een bepaald woord-gebeuren van een tegenspeler waarop je rekent om zelf te kunnen spreken (Helaas is dit niet een betrouwbaar middel).

Curriculum Vitae
Afkorting CV. Document waar uw personalia, opleidingen, workshops en stages en ervaring opstaan. Af te geven bij een auditie.

Edelfigurant
Personen die één of twee zinnen moet zeggen.

Een reclameboodschap.
Een flyer is meestal het zelfde als een affiche maar in een kleinere vorm om uit te delen.

Eenakter
Een toneelstuk in één bedrijf dat niet zo lang duurt. Ongeveer een klein uurtje.

Epiloog
Afsluiting, slotrede. Vaak gebruikt om een samenvatting te geven van wat je gezien en gehoord hebt.

Imitatie
Het nadoen van een persoon-dier-ding.

Improvisatie
Acteren zonder van te voren wat af te spreken en zonder een script. Meestal krijgen de acteurs suggesties van het publiek.

Ovatie
Een zeer groot applaus op het einde van de voorstelling van een zeer tevreden publiek.

Overacting
Overdreven acteren.

Sketch
Kort toneelstuk van meestal niet meer dan 10 minuten. Meestal luchtig van karakter. Komt vaak voor in een Revue.