Kopie van `Theater Castellum - Toneelwoordenboek`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.


Theater Castellum - Toneelwoordenboek
Categorie: Sport, welzijn en vrije tijd > Toneel
Datum & Land: 13/05/2007, NL
Woorden: 52


akoestiek
De geluidskwaliteit van een zaal. Als de spelers niet overal hoorbaar zijn of het galmt erg, is de akoestiek slecht.

Akte
(= Bedrijf) Zie bedrijf.

Amateurs
Liefhebbers, mensen die graag toneelspelen zonder dat het hun beroep is en zonder dat ze er geld voor krijgen.

Amfitheater
Een soort theater dat is uitgevonden door de Romeinen. Het lijkt wat op een stadion: beneden in het midden wordt gespeeld en de zitplaatsen eromheen lopen trapsgewijs op.

Antagonist
Een tegenspeler op toneel, tegenspeler van bv. de hoofdrolspeler.

Anticlimax
Opeenvolging van steeds zwakkere woorden of uitdrukkingen: schreeuwen - roepen - zeggen - fluisteren. In dramatisch werk wordt de anticlimax vaak toegepast om een zekere ontspanning te verkrijgen, waarna het hoogtepunt (de climax) des te meer indruk maakt.

Applaus halen
Als het publiek klapt, komen de spelers op het podium en buigen nederig als dank voor het kijken.

Applaus melken
De spelers komen weer naar voren als het publiek net wil ophouden met klappen. Zo zorgen ze ervoor dat het applaus langer duurt.

Avant-première
Voorstelling die plaatsvindt voor de eerste publieke voorstelling, vaak voor insiders.

Buiging
Als dank voor het applaus nemen de toneelspelers deze nederige houding aan.

Bühne
(= Podium) Het toneel, de plek waar je speelt.

Clacque
Personen die speciaal komen om voor iemand te klappen. Soms worden ze ervoor betaald.

Climax
Hoogtepunt wanneer de spanning tussen publiek en spel het hoogst is.

Cue
(Spreek uit als kjoe) Een medespeler wacht op een bepaald woord/gebeuren van een tegenspeler waarop je rekent om zelf te kunnen spreken (Helaas is dit niet een betrouwbaar middel).

Curriculum Vitae
Afkorting CV. Document waar uw personalia, opleidingen, workshops en stages en ervaring opstaan. Af te geven bij een auditie.

Edelfigurant
Personen die één of twee zinnen moet zeggen.

Een reclameboodschap.
Een flyer is meestal het zelfde als een affiche maar in een kleinere vorm om uit te delen.

Eenakter
Een toneelstuk in één bedrijf dat niet zo lang duurt. Ongeveer een klein uurtje.

Epiloog
Afsluiting, slotrede. Vaak gebruikt om een samenvatting te geven van wat je gezien en gehoord hebt.

Festival
Feestelijk veel verschillende voorstellingen achter elkaar.

Fond
(= Achterdoek).

Foyer
Plek waar je een drankje haalt tijdens de pauze of achter de voorstelling.

IJsberen
Wordt door acteurs gedaan als ze zich zenuwachtig beginnen maken net voor een voorstelling. Heen en weer lopen tussen twee punten.

Imitatie
Het nadoen van een persoon/dier/ding.

Improvisatie
Acteren zonder van te voren wat af te spreken en zonder een script. Meestal krijgen de acteurs suggesties van het publiek.



Jeugdtheater
Theater door kinderen gespeeld. Niet verwarren met Kindertheater dat door volwassenen wordt gespeeld maar voor een publiek dat uit kinderen bestaat.

Kleedkamers
Kamer dat meestal dicht bij het podium is waar de acteurs zich kunnen opkleden.

Kleinkunst
(= cabaret). Zie cabaret.

Kleurfilter
Plastic plaatje dat voor de lens van een spot(licht) gezet kan worden om de kleur van het licht te veranderen.

Klucht
(= blijspel = comedie)

Orkestbak
Soort van grote put net voor het podium waar alle muzikanten van het orkest in zitten.

Out faden
(Eng. Fade out) Wordt gezegd van muziek en licht. Een overgang van licht naar donker of van muziek naar stil.

Ovatie
Een zeer groot applaus op het einde van de voorstelling van een zeer tevreden publiek.

Overacting
Overdreven acteren.

Set
Vooral term die gebruikt wordt bij het maken van films. De set is de plaats waar er geacteerd word. Bij theater is dat het podium.

Sierdoek
Meestal rood doek die voor het podium hangt zodat het publiek het decor nog niet kan zien.

Sketch
Kort toneelstuk van meestal niet meer dan 10 minuten. Meestal luchtig van karakter. Komt vaak voor in een Revue.

Speltempo
De snelheid waarin een toneelstuk wordt gespeeld. Door gebrek van de tekstkennis kan het zijn dat het tempo moeizaam is en dus minder boeiend om naar te kijken. Soms kan het ook zijn dat het tempo te hoog ligt waardoor het publiek de tekst niet meer goed verstaat en/of heel moeilijk kan volgen.

Spot
Zo wordt een lamp die zijn licht werpt op het podium genoemd.

Spotlight
Lamp die op een speciaal/belangrijk voorwerp, plaats, acteur wordt gericht.

Synopsis
Samenvatting van de inhoud van een toneelstuk.

Theatercoup
Onverwachte wending.

Thriller
Toneelgenre; spannend verhaal.

Uit de rol vallen
Tijdens het spelen iets zeggen of doen wat niet bij de rol hoort.

Uitvoering
Hoort niet bij het toneel maar bij andere gezelschappen die iets aan het publiek willen laten zien. Vaak verward met voorstelling.

Volgspot
Schijnwerper die een persoon op toneel volgt.

Voorstelling
Vertoning van toneel/theaterkunsten aan het publiek.

Vrijkaartjes
Gratis kaartjes voor een voorstelling.

Zetstuk
Los decorstuk.

Zichtlijn
Plek in de zaal waar net nog goed/slecht zicht is op het podium.

Zijbrug
Loopbrug aan weerszijden van het podium.

Zijlicht
Lampen vanuit de zijkant van het toneel. Dit licht wordt veel gebruikt om bewegingsvormen te accentueren.