Kopie van `Percent Management en Organisatie - Samenvatting 4, 5 en 6`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.


Percent Management en Organisatie - Samenvatting 4, 5 en 6
Categorie: Economie en financiën
Datum & Land: 14/05/2007, NL
Woorden: 46


Afschrijvingsmethode
Er zijn vele afschrijvingsmethodes, maar twee vormen de basis:
Lineaire afschrijvingsmethode (afschrijven met een vast percentage van de aanschafprijs)
Afschrijven met een vast percentage van de boekwaarde
Formule voor de boekwaarde in jaar n.

Afzet
De afzet is de hoeveelheid goederen die in een bepaalde periode is verkocht

Balans
Een balans is een overzicht van de bezittingen, schulden en het eigen vermogen zoals die op een bepaald moment bestaan.
Aan de debetzijde van de balans vinden we de activa (bezittingen van een bedrijf). Aan de creditzijde staat hoe deze gefinancierd zijn (eigen vermogen & schulden)

Bezettingsgraad
De bezettingsgraad van een bedrijf is de mate waarin de beschikbare capaciteit gedurende een bepaalde periode wordt benut.

break-evenafzet
De break-evenafzet is de afzet waarbij de onderneming winst noch verlies maakt.
break-evenafzet = totale vaste kosten - dekkingsbijdrage per product . De veiligheidsmarge is het verschil tussen de werkgelijke afzet en de break-evenafzet, uitgedrukt in procenten van de werkelijke afzet.

Brutowinst
De brutowinst is het verschil tussen inkoopprijs en verkoopprijs. Het kan worden uitgedrukt in een percentage van de inkoopprijs (brutowinstopslag) of van de verkoopprijs (brutowinstmarge).

Capaciteitskosten
Capaciteitskosten zijn kosten die voortvloeien uit de investering in vaste activa. (deze zijn constant)

Cashflow
De cashflow is de nettowinst (na aftrek winstbelasting) plus afschrijvingen. De cashflow geeft een andere benadering van de winstgevendheid van een onderneming. Nettowinst wordt beïnvloed door de manier van afschrijven, de cashflow niet.

Current ratio
kengetal voor de liquiditeit, af te lezen uit de balans. De current ratio is de verhouding tussen de vlottende activa (incl. liquide middelen) en het kort vreemd vermogen. cr = vl act. - kort v.v.

Directe kosten
Directe kosten zijn kosten die rechtstreeks aan een bepaald product zijn toe te rekenen. Directe kosten kun je gemakkelijk aan een product toerekenen. Voor de indirecte kosten is dat moeilijker. Meestal wordt er een opslagmethode gebruikt:
primitief (indirecte kosten worden met één opslagpercentage gedekt)
verfijnd (bepaalde indirecte kosten worden gerelateerd aan bepaalde directe kosten; bijv. managementkosten aan arbeid en magazijnkosten aan grondstoffen).

dividendrendement
BEURSKENGETAL. Het dividendrendement is het dividend in procenten van het bedrag waarvoor het aandeel is aangekocht.

economische levensduur
De economische levensduur is de periode waarin een productiemiddel winstgevend kan worden gebruikt.

Fabricagekostprijs
De fabricagekostprijs bevat kosten die uitsluitend betrekking hebben op de vervaardiging van goederen.

Fifo-methode
De fifo-methode houdt in dat de producten die first in komen, ook first out gaan. Bij stijgende grondstofprijzen, zal de brutowinst nog niet gelijk kleiner worden. Hierdoor blijft er niet zoveel geld meer over om de voorraden aan te vullen. Een voordeel van de fifo-methode is echter dat de voorraadwaardering redelijk realistisch is.

formule van Camp
Q = ((2D*F)-I)
Q = optimale bestelhoeveelheid; D = jaarverbruik in eenheden; F = bestelkosten per bestelling; I = voorraadkosten per jaar per eenheid.

handelsonderneming
Een handelsonderneming is een bedrijf dat goederen in- en verkoopt zonder deze goederen een verder bewerking te geven. De handel heeft een collecterende functie (het bij elkaar brengen van verschillende goederen) en een distribuerende functie (grote hoeveelheden splitsen in kleinere hoeveelheden.

herwaarderen
Als de vervangingswaarde een duurzaam productiemiddel sterk toeneemt of afneemt, kan het nuttig zijn dat middel te herwaarderen. Hiervoor wordt een herwaarderingsreserve gecreëerd. Voorraden kunnen ook gewaardeerd worden op basis van het vervangingswaardestelsel (wat zou het kosten als ik vandaag een voorraad van deze grootte zou willen inkopen?).

Indirecte kosten
Indirecte kosten zijn kosten die niet zijn toe te rekenen aan één product, maar die ten behoeve van de hele productie worden gemaakt. Directe kosten kun je gemakkelijk aan een product toerekenen. Voor de indirecte kosten is dat moeilijker. Meestal wordt er een opslagmethode gebruikt:
primitief (indirecte kosten worden met één opslagpercentage gedekt)
verfijnd (bepaalde indirecte kosten worden gerelateerd aan bepaalde directe kosten; bijv. managementkosten aan arbeid en magazijnkosten aan grondstoffen).

Industriële onderneming
Industriële ondernemingen zijn commerciële organisaties die goederen vervaardigen uit halffabrikaten en grondstoffen met de inzet van personeel, duurzame productiemiddelen en hulpstoffen.

Input-financiering
Input-financiering is het financieren van niet-commerciële organisaties waarbij per uitgave vooraf wordt bepaald in welke mate er subsidie wordt verstrekt.

investeringsbegroting
Een investeringsbegroting bevat een raming van de kosten en uitgaven die in de komende jaren met de geplande investeringen samenhangen. Tevens bevat het een voorstel om de investering te financieren. Behalve de jaarlijkse afschrijvingen spelen ook overige kosten (onderhoud, verzekering) een rol bij de investeringsbeslissing.

Koers/winstverhouding
BEURSKENGETAL. De koers-winstverhouding is de beurskoers van een aantal gedeeld door de winst per aandeel. Het getal geeft aan in hoeveel jaar, bij gelijkblijvende winst, de investering is terugverdiend.

Lifo-methode
Men kan twee soorten lifo-methodes onderscheiden, die beide gebaseerde zijn op het principe first in, last out. Bij de individuele lifo-methode wordt voor elke uitgaande transactie de laatst ingekomen partij genomen. Men kan zich voorstellen dat dit nogal wat vergt van de boekhouding.
Bij de collectieve lifo-methode wordt aan het einde van de maand een verrekening gemaakt. De totale verkopen in die maand worden dan verrekend met de laatst ingekomen partijen. Bij stijgende grondstofprijzen, zal de brutowinst dus gelijk kleiner worden. Hierdoor blijft er meer geld over om de voorraden aan te vullen. Een nadeel van de lifo-methode is echter dat de voorraadwaardering niet echt realistisch is.

Liquide
Een onderneming is liquide, als ze de kortlopende schulden op het afgesproken tijdstip kan voldoen.

liquiditeitsbegroting
Een liquiditeitsbegroting is een prognose van de inkomsten en uitgaven van een organisatie voor een komende periode.

Logistiek
Logistiek omvat alle handelingen die nodig zijn om de juiste goederen op het juiste tijdstip op de juiste plaats te leveren tegen kosten die de onderneming een zo hoog mogelijk rendement opleveren.
Bij een ordergestuurd systeem is het de ontvangst van de order die het proces van levering in werking zet. De dealer bestelt pas een auto, als de klant de kooporder heeft ondertekend.
Een voorraadgestuurd systeem houdt in dat er besteld wordt zodra de voorraad onder een bepaald minimum zakt.
Plangestuurde logistieke systemen zijn gebaseerd op een productieplan.
Een voorbeeld hiervan is Just-in-Time-delivery
Reverse logistics betreft de goederenstroom die van afnemer naar leverancier loopt (bijvoorbeeld retourzending van verpakkingen of ondeugdelijke producten).

Lump-sum financiering
Lump-sum financiering is het financieren van niet-commerciële organisaties waarbij de subsidie afhangt van een bepaalde prestatie en (financiële en kwaliteits-) controle pas achteraf plaatsvindt. Lump-sum financiering geeft organisaties meer beleidsvrijheid.

Massaproductie
productie die niet gericht is op de specifieke wensen van de individuele afnemers, maar op de min of meer gestandaardiseerde wensen van de totale markt.
Homogene massaproductie wil zeggen dat de producten weinig gevarieerd zijn (bijv. water)
Heterogene massaproductie wil zeggen dat de producten wel gevarieerd zijn (bijv. auto's)

netto-werkkapitaalratio
Sommige bedrijven gebruiken naast de current ratio en de quick ratio nog een andere maatstaf voor de liquiditeit: De netto-werkkapitaalratio.
Het netto werkkapitaal is dat deel van de vlottende activa dat met lang vreemd vermogen en-of eigen vermogen is gefinancierd. netto-werkkapitaalratio = vlottende activa - kort vreemd vermogen
De netto-werkkapitaalratio is de verhouding tussen het netto-werkkapitaal en het kort vreemd vermogen.
Noot: Een groot netto-werkkapitaal is gunstig voor de liquiditeit, maar niet gunstig voor de rentabiliteit (lang vreemd vermogen is nl. relatief duur én eigen vermogen moet het liefst zo klein mogelijk zijn, i.v.m. het hefboomeffect)

Nettowinst
De nettowinst is de brutowinst minus de bedrijfskosten.

Omlooptijd
De omlooptijd is de tijd die verstrijkt tussen het moment dat het productiemiddel is aangeschaft en het moment dat het geheel is terugverdiend uit de verkopen. Vlottende activa kennen een omlooptijd die korter is dan een jaar. Vaste activa staan een bedrijf langer dan een jaar ter beschikking. Het in de vaste activa geïnvesteerde geld is in de regel pas na een aantal jaren terugverdiend.

Omzet
De omzet is de som van het aantal verkochte goederen vermenigvuldigt met de werkelijke verkoopprijs van ieder goed.

Onroerende-Zaakstichting
In een Onroerende-Zaakstichting worden de bezittingen van een vereniging ondergebracht, om de financiële positie minder rooskleurig voor te stellen (en zo meer subsidie op te strijken).

Productiecapaciteit
De productiecapaciteit van een bedrijf is de hoeveelheid goederen die een bedrijf onder normale omstandigheden kan voortbrengen.

Quick ratio
kengetal voor de liquiditeit, af te lezen uit de balans. De quick ratio is de verhouding tussen de vlottende activa exclusief voorraden en het kort vreemd vermogen. qr = (vl act. - voorraden) - kort v.v.
Bij de quick ratio wordt in gedachten gehouden dat de voorraden doorgaans veel minder liquide zijn dan bijv. debiteuren.

Rentabiliteit - RTV
De rentabiliteit van het totale in een onderneming geïnvesteerde vermogen (RTV) is de winst plus de betaalde rente in procenten van het gemiddeld geïnvesteerde totale vermogen. Let op! De winst in een bepaald boekjaar hoort voor de helft bij het gemiddeld totaal vermogen (en ook voor de helft tot het gemiddeld eigen vermogen, natuurlijk).
RTV = (winst + interest) - gemiddeld totaal vermogen
REV = winst - gemiddeld eigen vermogen
IVV = betaalde interest - gemiddeld vreemd vermogen
Het hefboomeffect is het verschijnsel dat als de kosten van vreemd vermogen lager zijn dan de rentabiliteit van het totale vermogen de rentabiliteit van het eigen vermogen groter wordt dan de rentabiliteit van het totaal vermogen.
Hieruit volgt: REV = RTV + (RTV - IVV) * (VV - EV)

Resultatenbegroting
Een resultatenbegroting is een overzicht van de verwachte opbrengsten en kosten in een bepaalde periode. Let goed op het verschil tussen opbrengsten-kosten en ontvangsten-uitgaven!

Slijtage
Slijtage is de waardedaling van duurzame productiemiddelen.

Solvabiliteit
kengetal voor de liquiditeit, af te lezen uit de balans. De solvabiliteit is de mate waarin een bedrijf -desnoods na liquidatie- alle schulden (zowel kortlopende als langlopende) kan terugbetalen. = EV - VV.

Stukproductie
Bedrijven met stukproductie: productie waarbij een bedrijf zijn product afstemt op de wensen van de individuele afnemers.

Variabele kosten
Variabele kosten zijn kosten waarvan de hoogte afhankelijk is van de bezettingsgraad.

Vaste kosten /constante kosten
Vaste of constante kosten zijn kosten die afhankelijk zijn van de gekozen productiecapaciteit en niet van de werkelijke productiegrootte.

Vaste verrekenprijs/VVP
Een bedrijf wil de schommelingen in de inkoopprijs niet altijd meteen doorrekenen aan de consument (zeker als de schommelingen erg klein zijn). Daarom wordt de Vaste Verrekenprijs (VVP) gebruikt. Deze bestaat uit de geschatte gemiddelde inkoopprijs plus een opslag voor de inkoopkosten.

Verkoopprijs
De gewenste verkoopprijs bestaat uit de inkoopprijs plus een brutowinstopslag voor de volgende kosten:
-Inkoopkosten (vertegenwoordiger, transport, telefoonkosten)
-Overheadkosten, oftewel Algemene- en Verkoopkosten. Een veel gebruikte methode om dit te verwezenlijken is de opslagmethode. Door een opslag voor de nettowinst te nemen (met als basis de kostprijs), vind je de gewenste verkoopprijs. De consumentenprijs wordt gevonden door daarbij de BTW op te tellen. Let op! Het werken met opslagpercentages gaat er vanuit dat er een evenredig verband is tussen inkoopprijs en inkoopkosten, VVP en overige kosten. Dat is niet altijd even waarschijnlijk. Het is echter wel heel eenvoudig. De opslagpercentages worden gebaseerd op vorige perioden. Daarom moet er rekening worden gehouden met bijvoorbeeld verwachte prijsstijgingen.

Verwachte brutowinst
De verwachte brutowinst wordt gevonden door de inkoopwaarde van de begrote omzet in mindering te brengen op de begrote omzet. Dit is een voorcalculatie, gebaseerd op schattingen. De nacalculatie kan achteraf worden gevonden door de gerealiseerde omzet te verminderen met de werkelijke inkoopwaarde van de gerealiseerde omzet.

voorraad
Redenen aanhouden voorraad:
Voorkomen NEE-verkopen
Profiteren van lage inkoopprijs, kan betekenen grote voorraad
Minder vaak bestellen geeft lagere bestelkosten
Onafhankelijkheid tegenover leverancier (veiligheidsvoorraad)
Pieken in afzet kunnen opvangen
Kosten voorraad:
Bestelkosten
Opslagkosten:
Ruimtekosten (magazijnen, koelhuizen, personeel)
Risicokosten (teloorgang, diefstal, economische veroudering, prijsrisico)
Rentekosten (er wordt geld in voorraden gestoken, dat anders rentedragend zou kunnen worden uitgezet)
De technische voorraad is de werkelijk aanwezige voorraad.
De economische voorraad is de voorraad waarover een onderneming prijsrisico loopt.
De omvang v-d technische voorraad verschilt van die van de economische voorraad i.v.m. voorverkopen en voorinkopen.