Kopie van `Fontys - Syllabus Literaire Begrippen`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.


Fontys - Syllabus Literaire Begrippen
Categorie: Aardrijkskunde
Datum & Land: 15/05/2007, NL
Woorden: 223


toespeling
zie: allusie: ook: beginrijm. Rijm waarbij de klankovereenkomst aan het begin van de woorden zit:
En kranten waaien weg en zijn verouderd,
de dagen korten, nachten worden kouder,
maar over 't water komt zijn kleine stem.
(Ed. Hoornik)

toneel
de literaire vorm bij uitstek waarin het genre dramatiek gegoten kan worden. Het gaat hierbij dan om de uitgegeven toneeltekst en niet om de uitvoeringspraktijk. Uiteraard kun die praktijk wel in je studie van het genre betrekken, net zoals je een film kunt bekijken en niet alleen maar in het script hoeft te lezen. Let op: dramatiek kan ook in proza of poëzie voorkomen.

trocheus
tweelettergrepige versvoet van achtereenvolgens een beklemtoonde en een onbeklemtoonde syllabe.
Óp de gróte stílle héide dwáált de hérder éénzaam rónd

type
een (vrijwel) niet uitgewerkt personage in een roman of novelle. Ook wel: flat character.

understatement
stijlfiguur, waarbij iets op een verzachtende toon wordt gezegd, vaak met een humoristisch effect.
Hij kan een aardig balletje trappen (over een topvoetballer)
Understatements kunnen ook gebruikt worden om op een kalme, gewone toon over iets gruwelijks te vertellen. We spreken dan ook wel over een 'onderkoelde toon'.

vergelijking
zie: asyndetische vergelijking en als-vergelijking

versnelling
(van het verhaaltempo), vergroting van de informatiedichtheid, of verkorting van het tijdsverloop door samenvattingen of ellipsen (zie onder: tempowisseling)

verstandslyriek
vorm van lyriek die bedrieglijk veel op epiek-in-dichtvorm lijkt, maar waar een lyrische inhoud ('met het verstand') achter te vinden is. Bekijk zelf het volgende gedicht:
's Avonds gezeten op een hek
zag ik het naadren van een trek.
Op stille hoeven, zonder geluid,
draafden vier ezeltjes vooruit.
Een zwarte bok met lange baard
volgde slordig en bedaard
een troep verkleurde maagre geiten.
Het twee-wielig wagentje reed achteraan
- paarden bleven gedurig staan
om driftig achterom te bijten -
en op de wagen een zwarte vrouw
met twee stil-starende kleine zonen.
Hun hoofden draaiden om naar mij,
zo reden ze zwijgzaam en licht voorbij,
zo rustig, haveloos en vrij…
Ik keek hen na; ik dacht, ik wou
zo rustig zijn en nergens wonen.
(M. Vasalis: 'De trek')

versvoet
metrische eenheid in een dichtregel, bestaande uit één beklemtoonde en één of meer onbeklemtoonde lettergrepen. De bekendste zijn jambe, trocheus, dactylus en anapest.

vertelde tijd
tijd die er verloopt tussen het begin en het eind van de fabel (II.)

vertelsituatie
wijze waarop de auteur een verhaal vertelt. Het psychisch perspectief maakt deel uit van de vertelsituatie, maar bijvoorbeeld ook of het scènisch of panoramisch verteld wordt.

verteltijd
tijd die nodig is om een verhaal te vertellen (of te lezen). De verhouding tussen verteltijd en vertelde tijd is bepalend voor het vaststellen van anachronismen en tempowisselingen.

vertraging
(van het verhaaltempo), verkleining van de informatiedichtheid, of verlenging van het tijdsverloop bv door pauzes (zie onder: tempowisseling)

verwachtingshorizon
verwachting die bij een lezer leeft als hij in een literair werk begint te lezen. Het doorbreken van de verwachtingshorizon wordt in de receptie-esthetica (o.a. door Jauss) als een kenmerk van literaire waarde genoemd - net als het vóórkomen van open plekken (door Iser)

visueel rijm
rijm dat niet gebaseerd is op klank- maar op optische overeenkomst (bv in de spelling).
Een koe te Moskou sprak: Een koebel
kost hier anderhalve roebel.
En weet je wat ik heb ontdekt?
Een aardig klokkenspeleffect
bereikt men door met drie bellen
geweldig te gaan wiebelen.
(Kees Stip: 'Op een koe")

visuele poëzie
poëzie waarbij de schrijfwijze (of typografie) de inhoud van de tekst illustreert. Denk aan de "Zeppelin" van Paul van Ostaijen, of aan "revolutie" van Paul de Vree.

vitalisering
vorm van beeldspraak waarbij aan een levenloos object, eigenschappen van een leven wezen worden toegekend.
omdat er woorden stonden te blaten
onder het open raam waar ik lag.
(Guillaume van der Graft)
Een bijzondere vorm van vitalisering is de personificatie.

vrij vers
vorm van poëzie die niet gebonden is aan regels van metrum, rijm of regel- en strofelengte.

wending
in een sonnet (na de achtste regel) voorkomende overgang, meestal van inleiding of illustratie naar kerngedachte.
De arbeiders der fabriek aan de overkant
gaan, als de stoomfluit schaften heeft gefloten,
op een terrein, door muren ingesloten,
voetballen, vechten, eten. Onderhand
verzamelen de vogels langs de goten.
De hemel vraagt om kruimels van het land.
Reeds zwenkt de meeuw naar de uitgestoken hand,
en bij de schoen zijn mussen toegeschoten.
Andere volgels hebben het niet zo.
Ik heb hen vaak op de brug gâgeslagen,
zij haalden brood op het stempelbureau.
Als die om kruimels van de hemel vragen,
een bioscoop, een fiets, een radio,
komt de cavalerie de hoek om jagen.
(M. Nijhoff: 'De vogels')

woordspeling
overkoepelende term voor allerlei 'grappen' met betekenis, syntaxis of spelling.

zelfcorrectie
stijlfiguur waarbij de auteur zijn woorden lijkt terug te nemen, of te verbeteren.
De moerbijtoppen ruischten;
God ging voorbij;
Nee, niet voorbij, hij toefde;
(Nicolaas Beets)
Hij aarzelt - neen, hij aarzelt niet, -
Ten minste niet heel lang -
't Verloorne zoeken - da's geen werk
Voor zonen van den zang!
(Piet Paaltjens)

zender
bij literaire communicatie het geheel van schrijver, auteur en verteller, alsmede de (buiten)literaire invloeden die hierop inwerken.

zeugma
stijlfiguur. Onjuiste samentrekking. Twee substantieven zijn verbonden met één werkwoord dat eigenlijk maar bij één van de substantieven past. Een bekende is
Hier zet men koffie en over.
Soms gebruikt een auteur een zeugma om het (grappige) effect. In Kort Amerikaans schrijft Jan Wolkers.
'Riep u,' vroeg de portier.
Eric keek geschrokken om naar dat bleke hoofd met die pet met glimmende sleutels dat om de hoek van de deur vragend naar hem keek. Hij schudde zijn hoofd en toen verdween het.