Kopie van `Stichting HAARcentrum - begrippenlijst`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.


Stichting HAARcentrum - begrippenlijst
Categorie: Diverse industrieën en ambachten > Haar & haarverzorging
Datum & Land: 15/05/2007, NL
Woorden: 418


acné
Ontsteking van de talgkliertjes.

adstringerend
Samentrekkend (van de bloedvaten).

aërosol
Een verpakking waarin bijvoorbeeld een haarlak onder gasdruk wordt bewaard en gespoten.

alanine
Eén van de 18 aminozuren die nodig zijn voor de opbouw van haar.

albinisme
Aandoening waarbij het pigment in de huid, ogen en het haar ontbreekt. Te splitsen in personen met totaal geen pigment (komt bij circa. 1 op de miljoen mensen voor) en personen met enigszins pigment dat zich uit in licht rossig haar.

alkaliën
Stoffen met een basisch karakter (pH-zuurgraad tussen de 7 en 14) die de haarschubben openen zodat actieve stoffen beter in het haar kunnen trekken.

alkalisch
Ander woord voor basisch (pH-zuurgraad) tussen de 7 en 14.

allergie
Verhoogde gevoeligheid van de huid, ogen of luchtwegen voor een bepaalde stof, die tot ziekelijke reacties van het lichaam kan leiden.

alopecia
Kaalheid.

alopecia androgenetica
Mannelijke patroon van haaruitval, zowel bij mannen als bij vrouwen (Zie ook: klassieke mannelijke kaalheid).

alopecia areata
Kale plekken ziekte, de kale plekken zijn meestal rond van vorm.

alopecia cicatricialis
Kaalheid ten gevolge van een verlittekenend proces.

alopecia diffusa
Verspreide vorm van haaruitval.

alopecia traumatica
Kaalheid ten gevolge van externe factoren.

alpha helix (a-helix)
Bepaalde draaiing van een peptideketen structuur.

ammonia
Een base (NH4OH) die zorgt dat het haar gaat zwellen en de haarschubben zich openen.

ammoniumthioglycolaat
Een zout dat ontstaat door samenvoeging van thioglycolzuur en ammoniumbestanddelen.

ammoniumverbinding
Verzamelnaam voor ammoniumzouten, bijvoorbeeld ammoniumbicarbonaat. Zie verder bij bufferstof.

anagene fase van het haar
Groeiende fase van het haar.

androgeen
Mannelijk (leidend tot mannelijke ontwikkelingsvormen).

aniline
Basis voor kleurstoffen. Komt niet voor op een van de lijsten van het Cosmeticabesluit.

antistof
Een eiwit, gericht tegen cellen of stoffen; Stof die de werking van andere stoffen opheft.

arginine
Eén van de 18 aminozuren die nodig zijn voor de opbouw van haar.

Aspartic acid
Ned.: Asparaginezuur. Eén van de 18 aminozuren die nodig zijn voor de opbouw van het haar.

auto-immuun
Tegen het eigen lichaam gericht.

bacterie
Eéncellig micro-organisme; sommige zijn ziekteverwekkers, maar de meeste bacteriën zorgen voor een gezonde huidflora. Ook zijn bacteriën belangrijk voor het zelfreinigend vermogen van het milieu.

bandhaar
Sterk ovaal haar.

basaalcellenlaag
Medische term: ‘stratum basale’. Onderste, levende laag van de opperhuid, waarin nieuwe cellen worden gevormd (door celdeling).

basische vloeistof
Vloeistof met een pH-waarde (zuurgraad) variërend vanaf 7 tot en met 14.

beschadigd haar
Haar, dat niet meer de normale eigenschappen van haar bezit zoals glans, veerkracht, kleur of structuur. Dit kan worden veroorzaakt door zowel uitwendige factoren (voorbeelden: permanenten en verven) als inwendige factoren (voorbeeld: medicijnen). Zie ook: bubble haar, dof haar, futloos haar, poreus haar, slap haar.

bind- en steunweefsel
Weefsel dat alle hoekjes en gaatjes van ons lichaam opvult en alle organen omhult. Steunweefsel geeft het lichaam of orgaan stevigheid en bescherming.

binnenste haarwortelschede
Deel van de inwendige bekleding van de haarfollikel.

biopsie
Het verwijderen van een stukje weefsel voor microscopisch onderzoek.

biopt
Weefselstukje dat voor biopsie is verwijderd.

blondeerwassing
Oxidatiemiddel om een natuur- of kunstkleur lichter te maken. Ook wel blonderen genoemd.

blonderen
De natuurkleur of kunstmatige kleur uit het haar halen met behulp van een blondeerproduct.

blowen
Het haar losjes droogföhnen met een blaasföhn en je handen zodat het haar de natuurlijke valling houdt.

bomberen
Het maken van volume in het haar.

borstelbeslag
Haren of “stekels” van de borstel.

borstellichaam
Kop en steel-handvat van de borstel.

bouclé
Omvorming van het haar waarbij je het haar rond de vinger draait en met een clip vastzet.

boucleren
Omvormingstechniek. Met de vingers worden krullen gevormd die met een clip worden vastgezet.

brug (waterstof-)
Verbinding tussen waterstof en zuurstof. In het haar onder andere een verbinding tussen peptidespiralen in de vezellaag van het haar.

brug (zout-)
Zwakke electrostatische verbinding. In het haar onder andere een verbinding tussen peptidespiralen in de vezellaag van het haar.

brug (zwavel-)
Chemische zwavelverbinding. In het haar onder andere een verbinding tussen de zwavelatomen van de peptidespiralen in de vezellaag.

bufferstof
Stof die zorgt voor een gelijkmatig verloop van het chemische proces. Het zorgt er tevens voor dat een vloeistof qua zuurgraad (nagenoeg) stabiel blijft, zowel in de verpakking als tijdens de posetijd. Zoals ammoniumverbindingen.

buitenste haarwortelschede
Deel van de haarfollikel in het inwendige deel van het haar.

bulge area
Deel van de buitenste haarwortelschede ter hoogte van de talgklier in het inwendige haar aanwezig, deel van haarfollikel.

callus
Eelt, een verdikking van de huid, ontstaan door druk of wrijving.

capillariteit
Opzuigende eigenschap van onder andere het haar.

capwave
Permanentsysteem, waarbij extra warmte wordt toegevoegd met een warmtapparaat.

CARA
Afkorting van chronisch aspecifieke respiratoire aandoeningen. De verzamelnaam van ziekten van de luchtwegen, zoals astma en bronchitis.

CE-merk
Conformité Europeènne. Een markering die op een aantal producten is afgebeeld en die aangeeft dat het betreffende product in overeenstemming is met een Europese Richtlijn en daarmee met de Nationale Wetgeving (in Nederland: Warenwet). Het betreft minimale veiligheid- en gezondheideisen voor bijvoorbeeld electrische apparatuur. Zonder CE-markering mag een product niet verkocht worden.

cel
Kleine elementaire bouwsteen van het menselijk lichaam.

celluloid
Thermoplastische stof.

CFK’s
Chloorfluorkoolwaterstoffen. CFK’s kwamen vroeger voor in spuitbussen, schuimplastic en koelkasten, en kunnen de ozonlaag aantasten. Komen tegenwoordig niet meer in spuitbussen voor.

cholesteryl ester
Onder andere een epidermale lipide.

CI-nummer
Staat voor Color Indexnummer. Dit nummer wordt onder andere toegekend aan (oxidatieve) kleurstoffen die zijn opgenomen in de positieve lijst van het Cosmeticabesluit.

cignoline
Medicijn dat wordt gebruikt tegen alopecia areata.

cilindrische wikkel
Wikkel die over de gehele lengte even dik is, waardoor een gelijkmatige krul ontstaat.

citroenzuurcyclus
Biochemische cyclus dat op cellulair niveau de energiehuishouding verzorgt.

climazon
Warmtebron op basis van gloeispiraallampen. De climazon wordt gebruikt om de benodigde inwerktijd van chemische processen, zoals verven of permanenten tot circa de helft terug te brengen.

collagene vezel
Vezel in de lederhuid, die stevigheid aan de huid geeft.

complementaire kleuren
Bij het haar: Kleuren die samen het haar licht grijs tot bijna zwart doen kleuren.

conditioners
Conditieverbeteraars. Ingrediënten om de conditie van het haar te verbeteren, meestal verwerkt in verzorgende-conditionerende shampoos (zoals 2 in 1) en conditioners-cremespoelingen. Het haar wordt hiermee glanzender, handelbaarder, beter doorkambaar, soepeler en volumineuzer. Het kan tevens verdere beschadiging helpen te voorkomen.

confectie haarwerk
Standaardcollectie haarwerk; in massa geproduceerd volgens vaststaande maten.

congenitaal
Aangeboren, door overerving verkregen.

conische wikkel
Wikkel die in het midden dunner is dan aan de uiteinden, waardoor het haar aan de punten sterker krult dan de rest van het haar.

conserveermiddelen
Middelen die aan (cosmetica-)producten worden toegevoegd om microbiologische kwaliteit, houdbaarheid en stabiliteit te waarborgen.

contra-indicatie
Indicatie (bijvoorbeeld: een hoofdhuid- en-of haaraan-doening) waarbij je geen behandelingen mag toepassen.

corpusculum tactus
Ned.: tastlichaampje. Eindorgaan van het tastzintuig, zijnde warmte-, koude-,druk of pijnpunt.

cortex pili
Vezellaag. Dikste en sterkste laag van het haar, direct onder de schubbenlaag, die het haar sterkte en elasticiteit geeft.

corticosteroiden
Verzamelnaam van synthetische en organische stoffen die de hormonen van de bijnierschors kunnen nabootsen. Oók: medicijn, dat gebruikt wordt tegen alopecia areata en alopecia cicatricialis.

coup soleil
Blonde strepen in het haar aanbrengen.

coupeschaar
Een schaar met een scherp en een getand blad. Daarin onderscheidt de coupeschaar zich van de effileerschaar, die aan beide zijden een getand blad heeft. Net als van de effileerschaar bestaan ook van de coupeschaar verschillende modellen met verschillende afstanden tussen de tanden. De techniek van het knippen verschilt van die van de effileerschaar (glijdend door het haar).

craniaal
Aan de bovenzijde van de hoofdhuid.

cuticula pili
Schubbenlaag. Buitenste, beschermende laag van het haar.

cyclomethiconen
Polymeer gebaseerd op siliconen. Wordt veel gebruikt in conditioners en shampoos.

cyproteronacetaat
Medicijn dat wordt gebruikt tegen hirsutisme en alopecia androgenetica.

Cysteïne
Eén van de 18 aminozuren die nodig zijn voor de opbouw van haar.

Cystine (L-)
Twee door zwavelbruggen verbonden Cysteïnes. Menselijk haar bevat gemiddeld 5% Cystine.

dekweefsel
Medische term: ‘Epitheel’. Weefsel dat alle oppervlakken van het menselijk lichaam bedekt. Ook wel epitheelweefsel genoemd.

dermatoloog
Arts, gespecialiseerd in huid (en haar) ziekten.

dermis
Deel van de huid, grenzend aan de opperhuid, bestaande uit een lederhuid, papillen- en een netlaag.

desinfectant
Ontsmettingsmiddel dat door het College Toelating Bestrijdingsmiddelen is goedgekeurd.

detergent
Reinigende of wasactieve ingrediënt, bijvoorbeeld in shampoos.

diabolische wikkel
Wikkel die in het midden dunner is dan aan de uiteinden, waardoor het haar aan de punten sterker krult dan de rest van het haar.

diagnose stellen
Vaststellen van een toestand of conditie van onder andere het haar en-of de hoofdhuid.

diffuus haar
Haar met een lage haardichtheid (aantal haren per vierkante centimeter hoofdhuid).

dihydrotestosteron
Mannelijk hormoon.

dimethiconen
Polymeer gebaseerd op siliconen , wordt veel gebruikt in conditioners en shampoos.

diphenylcyclopropenon
Therapie, die wordt gebruikt tegen alopecia areata. Ook wel eczeem-therapie of sensibilisatie therapie genoemd.

DMDM hydantoin
Conserveermiddel, veel toegepast in shampoo’s en conditioners.

DNA
Desoxyribosnucleïnezuur. Grondstof van de celkernen die alle erfelijke informatie bevat.

DNA-synthese
De vorming van DNA (desoxyribose nucleïnezuur).

doorkambaarheid
Kracht die noodzakelijk is om een bepaalde hoeveelheid haar door te kammen. Conditionerende producten kunnen de doorkambaarheid van het haar verhogen. De doorkambaarheid kan worden gemeten door een zogenaamde “Frictietest”.

doorschijnende laag
Medische term: ‘stratum lucidum’. Laag in de opperhuid; dode laag tussen korrellaag en hoornlaag.

drijfgas
Gas onder druk dat wordt gebruikt om de inhoud van een spuitbus te vernevelen.

droog haar
Haar wat subjectief beoordeeld wordt als droger (zowel vochtgehalte als vetgehalte) dan normaal.

droogkap
Warmteapparaat, waarbij het warmte-element bestaat uit spiralen die de lucht verwarmen. De warme lucht wordt als een flinke luchtstroom om het hoofd rondgewerveld of geblazen.