Kopie van `Collegenet - Biologie Begrippenlijst Hoofdstuk 5`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.


Collegenet - Biologie Begrippenlijst Hoofdstuk 5
Categorie: Medisch > Biologie
Datum & Land: 15/05/2007, NL
Woorden: 44


Acné
(= Jeugdpuistjes) Puistjes op het gezicht die ontstaan door overmatige talgproductie, waardoor talgklieren verstopt raken en zogenaamde ‘mee-eters’ ontstaan.

Adolescent
Fase tussen pubertijd en volwassenheid, lichamelijk al volwassen, maar geestelijk nog in een overgansfase.

Aorta
Grote lichaamsslagader die het (zuurstofrijke) bloed van de linker hartkamer naar de organen in het lichaam transporteert.

AOW
(= Algemene OuderdomsWet) Gaat in het 65e levensjaar, de officiële pensioensleefttijd, in. Net als vele andere ouderdomspensioenen.

Apoptose
Cellen die in zelfdoding over (kunnen) gaan.

Arteriosclerotische dementie
Hierbij vernauwen de bloedvaten in de hersenen door de vetafzetting in de vaatwanden.

Autoriteitsconflict
(= gezagscrisis) In de pubertijd afzetten tegen ouders, “invalouders” en leraren.

Bloedsomloop
Regelmatig rondstromen van bloed door hart en vaten.

Burn Out
Het gevoel het (werk) niet meer aan te kunnen, maar vooral een gevoel van nutteloosheid en machteloosheid.

Climacterium
(= overgang) De periode bij een vrouw tussen haar 47e en 51e levensjaar, waarin de productie van oestrogenen door de eierstokken langzaam afneemt, waardoor de menstruaties onregelmatiger worden en tenslotte ophouden.

Cognitieve informatie
Het proces van waarnemen, informatie verwerken, leren, denken, en problemen oplossen.

Doelorgaan
Orgaan waar het hormoon waar het om gaat invloed op heeft.

Ductus Arteriosus
Ook wel Ductus Botalli genoemd, Dit bloedvat zorgt ervoor dat voor de geboorte het bloed dat in de longslagader komt voor een deel niet naar de longen gaat, maar naar de aorta, bij de geboorte trekt de Ductus Arteriosus zich samen.

Ductus Venosus
Het punt waarop de onderste holle ader samenkomt met de navelstrengslagader.

Foetale Bloedsomloop
De bloedsomloop van een kind als deze nog aangesloten is aan de navelstreng.

FPU-regeling
(= Flexibel Pension en Uittreden) De opvolger van de VUT (vervroegd uittreden). Het doel van deze regeling, is de werkdruk voor oudere werknemers te verlagen.

GAAZ
(= Geriatrische Afdeling van een Algemeen Ziekenhuis) Een bepaalde afdeling in een ziekenhuis die speciaal op ouderen afgestemd is.

Geboortegang
Waar het kind doorheen moet om uit de baarmoeder naar buiten te komen.

Geriatrie
Een medisch specialisme, bedoelt voor ouderen.

Groeispurt
De groeiversnelling in de pubertijd.

Hormoon
Organisch product van een klier met een inwendige afscheiding aan de bloedstroom waarmee het wordt getransporteerd naar een ander voor het hormoon gevoelig weefsel of orgaan, waar het een specifieke werking uitoefent.

IQ
(= intelligentiequotiënt) Mate van intelligentie.

Jukbeen
Wangbeen onder het oog.

Kleuter
Een kind met de leeftijd tussen de 4 en 6 jaar.

Melkgebit
Het (eerste) gebit van kinderen, dat rond het zevende levensjaar vervangen wordt door het blijvende gebit.



Menopauze
Benaming voor de laatste menstruatie bij de vrouw die gewoonlijk tussen het 50e en 52e levensjaar plaats vindt.

Motoriek
Het geheel van bewegingen, welke door de hersenen worden bestuurd.

Navelstreng
Door de navelstreng staat het ongeboren en pasgeboren kind in contact met zijn moeder, door de navelstreng kan via de placenta zuurstof en voedingstoffen worden opgenomen, en kan het kind zijn afvalstoffen kwijt.

Normatief
Een norm vormend of stellend.

Oestrogenen
Oestrogenen stimuleren de ontwikkeling van de secundaire vrouwelijke geslachtskenmerken en hebben invloed op de menstruale cyclus.

Orgaan
Duidelijk onderscheidbaar deel van het organisme dat als taak heeft een bepaalde levensfunctie te verrichten, bijvoorbeeld het hart dat het bloed rondpompt.

Ouderdomsziekten
Typische ouderdomsziekten bestaan nauwelijks. Slechts enkele ziektes zijn aan een hoge leeftijd gebonden, bijvoorbeeld ouderdomsstaar. Verder zijn er wel bepaalde aandoeningen die op hogere leeftijd wel méér voorkomen. Voorbeelden hiervan zijn: arteriosclerose, osteoporose en (ouderdoms)suikerziekte.Men kan ook stellen dat oudere mensen simpelweg meer kans hebben op ziektes, die langzaam sterker worden.

Overgang
Zie climaterium.

Peer Group
De groep mensen waar je mee optrekt die soms net zoveel invloed op je gedrag hebben als je ouders.

Placenta
Ook wel moederkoek genoemd, plat en rond, week orgaan dat is vastgehecht aan de wand van de zwangere baarmoeder en door middel van de navelstreng met de vrucht samenhangt, bij de placenta neemt het ongeboren kind (zuurstofrijk) bloed en voedingsstoffen op en het kind kan zijn afvalstoffen kwijt.

Postnatale Bloedsomloop
De bloedsomloop van een kind als deze geboren is, en afgesloten is van de navelstreng.

Puberteit
Het woord puberteit is afgeleid van het Latijnse woord ‘pubes’ wat schaamhaar betekent, de Romeinen zagen het krijgen van schaamhaar als het begin van volwassenwording. Periode (12e tot 17e levensjaar) van geslachtelijke rijpwording van het individu.

Rationeel (wezen)
Een door middel van rede geschiedend (wezen).

Rolpatronen
Traditioneel vastgestelde rollen die bij jongens of meisjes horen.

Schoolkind
Een kind van de leeftijd tussen 6 en 12 jaar.

Secundaire Geslachtskenmerken
Man: lichaamsbouw, baardgroei, schaam- en lichaamsbeharing en stem. Vrouw: lichaamsbouw, schaambeharing, stem en borsten.

VidO
Vrouwen in de overgang. Een zelfhulpgroep.

Voorstellingsvermogen
Verbeeldingvermogen, fantasie.

VUT
(= vervroegd uittreden) Voorloper van de FPU-regeling, welke als doel heeft de werkdruk voor oudere werknemers te verminderen.