Kopie van `Gemeente Leuven - Definitief Vastgesteld Structuurplan`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.


Gemeente Leuven - Definitief Vastgesteld Structuurplan
Categorie: Bestuur en organisatie
Datum & Land: 15/05/2007, BE
Woorden: 295


Aansluiting op een hoofdweg
een weg die de stad verbindt met het hoofdwegennet. De inrichting van een hoofdweg is afgestemd op het optimaliseren van de doorstroming van het verkeer en op het versterken van zijn representatieve karakter. (Verkeersstructuur § 8.7.2)

Agglomeratie
de zone die vergroeid is met en rond een historische stadskern. Ze wordt gekenmerkt door aaneengesloten bebouwing, hoge dichtheid en de verweving tussen wonen en werken.

AGI
ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Administratie Gesubsidieerde Infrastructuur

Algemeen Plan van Aanleg
een algemeen plan van aanleg (APA) legt voor het grondgebied van een gemeente de bodembestemmingen vast, als verdere uitwerking van het gewestplan. De gemeente maakt zelf een APA op. Voor de fusiegemeente Leuven is nooit een APA opgemaakt, voor de vroegere gemeente Kessel-Lo wel. Dit APA is nog steeds van toepassing.

AMINAL
ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Administratie Milieu-, Natuur-, Land- en Waterbeheer.

Antropogeen
van menselijke oorsprong, door mensen teweeggebracht

APA
Algemeen Plan van Aanleg

AROHM
ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Administratie Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Monumentenzorg.

AWV
ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Administratie Wegen en Verkeer

Bacheloropleiding
de eerste fase van drie jaar in een hogere studie-opleiding. Ze kan (eventueel) gevolgd worden door een tweede masteropleiding en een derde doctoraatsopleiding. De opdeling bachelor-master kadert in de stroomlijning van het hoger onderwijs in Europa, waarvan de principes zijn vastgelegd in de Bolognaverklaring. Men wil de verschillende hogeschool- en universiteitsopleidingen opnemen in een universele basisstructuur, waardoor de complementareit van opleidingen verbetert.

Banlieue
het geheel van woonkernen net buiten de stedelijke agglomeratie. Ze zijn veelal ontstaan (of hebben een sterke groei gekend) tengevolge van suburbanisatie.

BB-net
afkorting voor het Brussel-Brabant Net, door de provincie Vlaams-Brabant uitgewerkt als alternatief voor het federale Gewestelijk Express Net (GEN). Het BB-net wil, bovenop een betere bediening van Brussel, ook kleinere tewerkstellingspolen in de provincie ontsluiten en tangentiële verbindingen rond Brussel. Zowel trein- als busverbindingen worden hiervoor voorgesteld. Onderstussen is het concept van het BB-net opgenomen in het principe ‘Regionet Brabant Brussel’.

Bedrijfsvervoerplan
een plan opgesteld door een bedrijf waarin een optimale organisatie van de door haar gegenereerde vervoersstromen wordt nagestreefd, rekening houdend met vooropgestelde doelstellingen voor mobiliteit. Het plan geeft minstens een inzicht in de beschikbare en de potentiële ontsluitingsmogelijkheden, de grootte en de frequentie van de verkeersstromen (van goederen en personen), de gewenste verdeling over de verschillende beschikbare vervoermodi en de maatregelen die nodig zijn om deze verdeling te realiseren.

Bedrijvenfragment
een gebied met een economische functie als enige hoofdbestemming, waar een economische activiteit kan worden in stand gehouden of uitgebouwd. Om de kwaliteit van de functies in de onmiddellijke omgeving (wonen, recreatie, open ruimte) te vrijwaren, is het noodzakelijk randvoorwaarden op te leggen aan de ontwikkelingsmogelijkheden van de economische functie. (Economische structuur §7.6.3)

Bedrijventerrein
een gebied met een economische functie als enige hoofdbestemming, waar een economische activiteit kan worden uitgebouwd. De inrichting van het bedrijventerrein is gericht op een optimale ruimtelijke ontwikkeling. In functie van de ligging en de omgevingsfactoren kunnen vestigingsvoorwaarden worden opgelegd die gericht zijn op de maximalisering van de economische meerwaarde van het gebied voor Leuven. (Economische structuur § 7.6.2)

Beeldbepalend
een landschappelijke waardering die wordt toegekend aan een ruimtelijk element dat door zijn voorkomen de landschappelijke kwaliteit, de specificiteit en de herkenbaarheid van zijn omgeving verhoogt. Het ruimtelijk beleid is erop gericht het beeldbepalend karakter van het element te behouden of te versterken. (Landschapsstructuur § 9.5.2.B)

Beeldkwaliteitsplan
een plan dat wordt opgemaakt om de beeldkwaliteit in landschappelijk coherente gebieden te behouden en te versterken. In het plan worden randvoorwaarden en ontwerprichtlijnen voor de inrichting van de publieke ruimte geformuleerd evenals uitspraken over de gewenste beeldwaarde van de bebouwing in relatie tot de publieke ruimte. (Beleidskader § 15.2.2.A)

Beeldwaarde
de waarde van de verschijningsvorm van een ruimtelijk element in functie van de mogelijkheden van het element om zijn omgeving een landschappelijke meerwaarde te verlenen.

Beemdengebied
een vlak en waterrijk weiland.

Beheerslandbouw
vorm van landbouwexploitatie waarbij door het gebruik van aangepaste productie- of beheerswijzen de ecologische en-of landschappelijke kwaliteit van een gebied in stand gehouden of verbeterd wordt.

Beleidskader
een onderdeel van het structuurplan waarin de acties worden opgesomd die wenselijk of nodig zijn om de gewenste ruimtelijke structuur te realiseren (zie hoofdstuk 15). Deze acties zijn door de stad of door andere actoren te ondernemen.

Belevingswaarde
de belevingswaarde van een ruimte heeft betrekking op de mate waarin de gebruiker het verblijf in, of het gebruik van die ruimte als kwalitatief ervaart. Het is dus een kwaliteitscriterium bij de beoordeling van een ruimte (bebouwd of open) of een ruimere omgeving.

Benedenstad
het gedeelte van de binnenstad dat in de Dijlevallei gelegen is. “Benedenstad” wordt in tegenstelling gebruikt met de hogergelegen delen van de binnenstad (Naamsestraat-Bondgenotenlaan, westkant).

Bereikbaarheidsprofiel
het bereikbaarheidsprofiel wordt bepaald op basis van de aanwezigheid van infrastructuren en het aanbod aan openbaar vervoer.

Bestemmingsverkeer
bestemmingsverkeer is het verkeer dat wordt aangetrokken door een bepaalde functie. De term wordt ook gebruikt om de gebruikers van een weg aan te duiden die een plaats langs of nabij die weg als reisbestemming hebben. Bestemmingsverkeer staat tegenover doorgaand verkeer.

Bijzonder plan van aanleg (BPA)
een juridisch document, bestaande uit een (grafisch) bestemmingsplan en uit voorschriften, waarmee de ruimtelijke ordening van een deel van het grondgebied van een gemeente wordt vastgelegd. Een BPA verfijnt de bepalingen van een APA of een Gewestplan en kan hier in uitzonderlijke gevallen van afwijken. Slechts een beperkt gedeelte van het grondgebied van Leuven is opgenomen in een BPA.

Bindende bepaling
de bindende bepalingen zijn de elementen van het ruimtelijk structuurplan die bindend zijn voor de overheid die het structuurplan opmaakt en de instellingen die eronder ressorteren. Van bindende bepalingen kan niet worden afgeweken. Ze zijn de spil tussen de gewenste ruimtelijke structuur - uitgewerkt in het richtinggevend gedeelte - en de realisatie ervan via uitvoerende acties en maatregelen.

Biodiversiteit
de verscheidenheid aan fauna en flora in een gebied.

Biotechnische technologie
de wetenschappelijke techniek die gebruik maakt van micro-organismen om een grote variatie van producten te maken. Biotechnologie wordt bijvoorbeeld geassocieerd met genetische manipulatie (het opwaarderen van gewassen door aanpassing van het dna), de ontwikkeling van pesticiden, …

Bodembestemming
de bestemming (wonen, recreatie, industrie…) waarvoor een bepaald deel van het grondgebied in aanmerking komt. In bodembestemmingsplannen zoals traditionele plannen van aanleg (gewestplan, BPA’s) worden de bodembestemmingen juridisch vastgelegd.

Bolognaverklaring
Europese verklaring tot toekomstige harmonisering van het ganse Europese hoger onderwijs, d.w.z. een eenvormige structuur en diplomabenaming voor zowel de universiteiten als voor de hogescholen. Het uiteindelijke doel is de bevordering van de mobiliteit van studenten en docenten en de wederzijdse erkenning van diploma’s. Deze structuur zal er voor het Vlaamse hoger onderwijs toe leiden dat het huidige eerste cyclus onderwijs zowel aan de hogescholen als aan de universiteiten drie jaar in beslag zal nemen en zal leiden tot de graad van ‘bachelor’. De huidige tweede cyclus zal zowel aan de universiteiten als in de hogeschoolopleidingen van twee cycli leiden tot de graad van ‘master’.

Bouwfysische toestand
bouwfysische toestand verwijst naar de kenmerken van een bouwconstructie zoals stabiliteit, akoestiek, licht, warmte-isolatie, ventilatie, … Een goede bouwfysische toestand betekent dat het gebouw goed aan deze vereisten terzake beantwoordt en kan (her)gebruikt worden zonder dat het ten gronde moet worden aangepast.

Bovenlokaal
de mogelijkheden of de bevoegdheden van het gemeentelijk niveau worden overschreden. Het bovenlokaal niveau komt dus boven het gemeentelijk niveau:in de praktijk het provinciaal niveau of het Vlaams niveau (maar bijvoorbeeld ook het niveau van een intercommunale).

BPA
Bijzonder Plan van Aanleg. (Gebied met) buffer als hoofdfunctie:een gebied dat deel uitmaakt van de open ruimte. Het moet zodanig ingericht en beheerd worden dat het de mogelijke overlast van één gebied of functie op een ander, kwetsbaarder gebied moet reduceren of opheffen. (openruimtestructuur §4.5.2)

Bussluis
een verkeerstechnische ingreep (slagboom of beweegbare paal) die door de bus kan worden bediend. Hierdoor krijgt enkel de bus doorgang. Meestal krijgen ook de fietsers en de hulpdiensten vrije doorgang aan een bussluis. (Verkeersstructuur § 8.7.9)

Centrumfunctie
een stedelijke functie (gemeenschaps-, commerciële, recreatieve of culturele voorziening…) die niet enkel inwoners aantrekt van het gebied waar de functie gelegen is, maar ook bezoekers van daarbuiten. Afhankelijk van het wervingsgebied worden verschillende niveaus van centrumfuncties onderscheiden (internationaal, regionaal, lokaal).

Centrumlijn
centrumlijnen zijn specifieke buslijnen die de binnenstad en (eventueel) de onmiddellijke omgeving bedienen. Ze dienen een dubbel doel. Enerzijds voorzien centrumlijnen in het natransport voor pendelaars die met de trein of (regionale) snelbuslijnen op het Martelarenplein Leuven toekomen en in de binnenstad hun eindbestemming hebben. Anderzijds dienen ze voor bewoners van de binnenstad die met de centrumlijnen over een hoogwaardig vervoermiddel beschikken en daardoor minder of niet op de auto zijn aangewezen. (Verkeersstructuur § 8.5.2)

Centrummanagement
een specifiek onderdeel van citymanagement, waarbij de aandacht uitgaat naar publieke en commerciële centrumfuncties en naar de centrumpositie van de stad.

Centrumparking
een parking die ingeplant en uitgerust is om het bestemmingsverkeer voor het centrum van de binnenstad optimaal op te vangen. Verschillende centrumfuncties liggen op loopafstand van de parking. De centrumparking moet bediend worden door een primaire verkeerslus. (Verkeersstructuur § 8.8.3)

Cirkelvormige stadslijn
buslijn die zorgen voor een rechtstreekse, onderlinge ontsluiting van de woonkernen rond de binnenstad, maar ook voor een relatie met de nieuwe ontwikkelingen buiten het centrum. Daarnaast geven zij op de verknopingspunten met de radiale stads- en streeklijnen, de regionale snelbuslijnen, de joblijnen uitstekende overstapsmogelijkheden. (Verkeersstructuur § 8.5.3.B)

Citymanagement
het proces van ontwerpen, coördineren, uitvoeren en evalueren van integrale strategieën voor de versterking van de stad, waarbij men rekening houdt met stedelijke doelgroepen en een beleidskader.

Clustering
clustering is het ruimtelijk samenbrengen van aanverwante activiteiten. Bij de universiteit bijvoorbeeld, het groeperen van de verschillende departementen en faculteiten die tot één groep behoren.

Compacte stedelijke structuur
een stedenbouwkundig principe waarbij de verschillende bebouwde onderdelen van een stad (bedrijventerreinen, woonkernen,…) zodanig vorm krijgen dat zo weinig mogelijk open ruimte moet worden ingenomen. Het principe werkt door op verschillende niveaus, gaande van volledige stadsdelen tot een individuele verkaveling.

Concept
een schets waarmee een beleidsvisie of een beleidsdoelstelling in een ruimtelijk principe worden omgezet en daarmee als het ware “ruimtelijk vertaald” wordt. Verschillende ruimtelijke concepten verbeelden samen de gewenste ruimtelijke structuur van een gebied.

Congestie
het verschijnsel waarbij het aantal voertuigen dat een weg wil gebruiken, de capaciteit van deze weg overschrijdt. Dit leidt tot files.

Conglomeraat
toevallige samenvoeging van ongelijke delen. De term ‘stedelijk conglomeraat’ wordt gebruikt om de gefragmenteerde en complexe verstedelijkte ruimte (die een groot deel van Vlaanderen bestrijkt) een naam te geven. In het ‘stedelijk conglomeraat’ bestaan verschillende ruimtelijke fragmenten (niet-hiërarchisch) naast elkaar :de historische steden, perifere verkavelingen en woonwijken, concentraties van grootschalige detailhandels en van productie- en distributiebedrijven langs belangrijke verbindingswegen, …

Conurbatie
complex van dicht bij elkaar gelegen stedelijke agglomeraties, stedengroep

Convention bureau
een organisatie waar informatie en kennis omtrent congressen gecentraliseerd wordt. Ze geeft logistieke ondersteuning bij de organisatie van congressen en staat in voor het optimale beheer van de beschikbare congresinfrastructuur.

Decreet ruimtelijke ordening
decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening. Dit decreet reorganiseert het ruimtelijke ordeningsbeleid in Vlaanderen. De opmaak van structuurplannen op Vlaams, provinciaal en gemeentelijk niveau vormt de inhoudelijke basis.

Deelruimte
een aaneengesloten gebied met specifieke morfologische en functionele kenmerken. Hiervoor wordt een samenhangend ruimtelijk beleid geformuleerd door middel van concepten en een gewenste ruimtelijke structuur. Meerdere deelruimtes samen vormen een stadsdeel.

Deelstructuur
het geheel van gebieden en ruimtelijke elementen met een sterke functionele overeenkomst waarvoor een samenhangend ruimtelijk beleid geformuleerd wordt. Voor Leuven worden zes thematische deelstructuren onderscheiden:de openruimtestructuur, de nederzettingsstructuur, de centrumstructuur, de economische structuur, de verkeersstructuur en de landschappelijke structuur.

Deelsysteem
een aaneengesloten gebied met specifieke morfologische kenmerken. Het is functioneel verbonden aan een belangrijk structuurbepalend element zoals een weg, spoorlijn of waterweg. Om de ruimtelijke samenhang van het gebied rond een structuurbepalend element te verbeteren, wordt voor het deelsysteem een samenhangend ruimtelijk beleid geformuleerd door middel van concepten en een gewenste ruimtelijke structuur.

Dens
met hoge dichtheid

Doorgaand verkeer
het verkeer op een weg dat geen bestemming heeft langs of nabij de weg die wordt gebruikt (ook toepasbaar op bv. een wijk). Doorgaand verkeer staat tegenover bestemmingsverkeer.

Doorstroming
de mate waarin het verkeer of een specifiek vervoermodus zich vlot kan verplaatsen over een infrastructuur. De doorstroming wordt onder meer bepaald door de verkeersintensiteit, de inrichting van de weg en het aantal conflicten met andere verkeersstromen.

Doortocht
een deel van een verbindingsweg of een aansluiting op de hoofdwegen, dat een intensieve langsbebouwing kent en daardoor naast een verkeersfunctie ook een verblijfsfunctie vervult. De inrichting van de doortocht moet hierop afgestemd worden, onder meer door verkeersvertragende maatregelen en de verbetering van de oversteekbaarheid. (Verkeersstructuur § 8.7.4)

Dries
verarmd bouwland dat als weide gebruikt wordt.

Duale samenleving
tweeledige samenleving. Meestal wordt hiermee verwezen naar een samenleving “op twee snelheden”,. Bijvoorbeeld waar een zeer rijke en een zeer arme groep naast elkaar bestaan en elk op een eigen leefwereld terugvallen.

Duurzame ontwikkeling
een ontwikkeling die voorziet in de behoeften van de huidige generatie zonder daarmee voor de toekomstige generaties de mogelijkheid in gevaar te brengen om ook in hun behoeften te voorzien (Agenda 21, Verenigde Naties).

Ecoduct
brug waarop vegetatie groeit en waarover diersoorten ongehinderd heen en weer kunnen migreren tussen de deelgebieden. Ecoducten worden vooral aangelegd voor grotere diersoorten.

Ecologische waarde
natuurwaarde, fauna en flora

Economische ruimte
de economische ruimte is het gebied dat bestemd is voor de vestiging van economische activiteiten:industriële of ambachtelijke bedrijven, onderzoekslaboratoria, instellingen en kleinschalige innoverende bedrijven en voor de zogenaamde kantoren en hoofdkwartierfuncties voor zakelijke dienstverlening.

Ensemble
een aaneengesloten ruimte die beleidsmatig als een landschappelijk geheel wordt beschouwd. Een ensemble bestaat uit verschillende fragmenten (zoals gebouwen, infrastructuur, reliëf, open ruimte, …) die door hun onderlinge relatie een zekere ruimtelijke samenhang vertonen. Dankzij deze ruimtelijke samenhang zijn ensembles herkenbaar en hebben ze als (potentieel) harmonisch geheel een zekere landschappelijke waarde. De ruimtelijke samenhang binnen het ensemble verhoogt de beeldwaarde van de samenstellende fragmenten. (Landschapsstructuur § 9.5.1.A)

Erffunctie
een weg heeft een erffunctie als hij toegang verleent tot (meestal private) functies die langs de weg gelegen zijn. Nast de erffunctie, wordt ook de verzamelfunctie van een weg onderscheiden.

Erfgoeddepot
een opslagplaats waar historisch waardevolle artefacten onder optimale omstandigheden geconserveerd worden.

Eutrofiëring
vergroting van de voedselrijkdom van bodem en-of oppervlaktewater, onder meer door fosfaten en nitraten.

Extensief weiland
een weiland dat door maximaal twee grootvee-eenheden per hectare begraasd mag worden. Door deze relatief lage bezettingsgraad ontstaan patronen in vegetatietypes en een grotere soortenrijkdom.

Flexibiliteit
het zich lenen tot verschillende vormen van gebruik.

FLOK
Faculteit Lichamelijke Opvoeding en Kinesitherapie, K.U. Leuven

Fragment
een afzonderlijk waarneembaar element in de ruimte, dat beleidsmatig als betekenisvol in het landschap wordt beschouwd en een intrinsieke landschappelijke waarde heeft. (Landschapsstructuur § 9.5.1.B)

Frictieleegstand
de leegstand die noodzakelijk is om de woningmarkt naar behoren te doen functioneren (RSV, integrale versie p 546). De frictieleegstand wordt gevormd door woningen die tijdelijk leegstaan als gevolg van verhuis, verkoop of verbouwing.

Functionele diversiteit
functionele diversiteit staat tegenover monofunctionaliteit. Het is het samen voorkomen van verschillende functies en activiteiten

Functionele relaties
functionele relaties zijn de relaties die tussen twee plaatsen bestaan doordat de activiteiten op deze plaatsen minstens gedeeltelijk door dezelfde mensen worden uitgevoerd. Hierdoor ontstaan stromen tussen beide plaatsen. Bijvoorbeeld:een woonbuurt en een bedrijventerrein, een parking en een winkelstraat, …

Fysisch systeem
het fysisch systeem is de natuurlijke omgeving:reliëf, bodemgesteldheid, hydrologie, fauna en flora, …

Gebiedsspecifiek bedrijf
een bedrijf dat zich in Leuven vestigt omwille van de specifieke troeven van de stad, zoals bijvoorbeeld de aanwezigheid van de universiteit of de rol van de stad als provinciehoofdplaats. Concreet gaat het bijvoorbeeld om kennisgeoriënteerde bedrijven en hoofdzetels van administraties en bedrijven.

Gebruikswaarde
de gebruikswaarde (van een openruimtegebied) wordt bepaald door het belang van het gebied voor de woonkwaliteit van de omgeving (als toegankelijke groene ruimte) en-of de economische waarde als landbouwgebied. (Openruimtestructuur, § 4.4.4)

GECORO
Gemeentelijke Commissie voor Ruimtelijke Ordening. Een gemeentelijk adviesorgaan, decretaal belast met een aantal vaste opdrachten. Het is daarnaast gerechtigd om advies te geven, opmerkingen te maken of voorstellen te doen over alle aangelegenheden met betrekking tot de gemeentelijke ruimtelijke ordening (Decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening, art.9).

Gedeconcentreerde bundeling
gedeconcentreerde bundeling is een ruimtelijk principe. ‘Bundeling’ staat voor het selectief concentreren van de groei en ‘gedeconcentreerd’ houdt rekening met het bestaande spreidingspatroon en met de gespreid voorkomende dynamiek van de functies in Vlaanderen. Het begrip werd geïntroduceerd in het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen. (Gebied met) geïntegreerde bebouwing:gebieden die morfologisch en functioneel een samenhangend geheel vormen met de daarin aanwezige bebouwing. Vaak gaat het om historische complexen, waarin de open ruimte rondom een grootschalig gebouw werd aangelegd en toegehecht aan de functie van het gebouw. (openruimtestructuur, § 4.5.5)

Geïntegreerde benadering
een geïntegreerde benadering van de ruimte vertrekt vanuit het standpunt of de belangen van verschillende relevante ruimtegebruikers. De ruimtebehoeften van de verschillende sectoren worden afgewogen tegen elkaar en tegen de ruimtelijke kwaliteit. Een geïntegreerde benadering staat tegenover een sectorale benadering, waar de ruimte vanuit één specifieke gebruiker wordt benaderd.

Geïsoleerde attractiepool
een geïsoleerde attractiepool maakt geen deel uit van een ruimtelijk samenhangend geheel van inplantingslocaties voor centrumfuncties, maar herbergt toch een centrumfunctie met een groot verkeersgenererend vermogen. De geïsoleerde attractiepolen zijn hoofdzakelijk op auto-bereikbaarheid georiënteerd. (Centrumfuncties §6.4.6)

Geïsoleerde woning
een bestaande woning die, buiten de woonkernen en de woonfragmenten, ligt in een gebied dat een andere hoofdbestemming dan wonen heeft. Vanuit de gewenste ruimtelijke structuur kunnen beperkingen opgelegd worden aan de ontwikkelingsmogelijkheden van de geïsoleerde woning. Bijkomende geïsoleerde woningen mogen niet gerealiseerd worden. (Nederzettingsstructuur § 5.4.4)

GEN
Gewestelijk Expres Net. Netwerk van snelle spoorverbindingen dat wordt uitgebouwd voor de betere voorstadsbediening van Brussel (in een straal van ca. 30 km rond de hoofdstad). Het verbindt de voornaamste herkomstlocaties (transferia, steden en grote gemeenten) rechtstreeks met de verschillende belangrijke tewerkstellingspolen in en rond de hoofdstad. In functie van het GEN wordt de bestaande spoorinfrastructuur uitgebreid en moeten nieuwe treinstellen worden ingezet, die voorzien zijn op korte reisafstanden en een grote passagierscapaciteit.

Generatiestudenten
studenten die zich voor de eerste maal inschrijven voor een hogere opleiding, meteen na het beëindigen van het middelbaar onderwijs. Voornamelijk leeftijdsgroep 18-19 jarigen.

Geomorfologie
de verklarende beschrijving van het uitzicht van het aardoppervlak.

Gestapelde woningen
het begrip gestapelde woning wordt gebruikt wanneer de private toegang tot de wooneenheid niet op de gelijkvloerse verdieping gelegen is, maar bijvoorbeeld ontsloten wordt via een centrale trappenhal die uitgeeft op een overloop (in het gebouw) of op een galerij (in open lucht). Ze kunnen desondanks beschikken over een private buitenruimte of een terras. Gestapelde woningen staan tegenover grondgebonden woningen.

Gesubsidieerde koopwoning
woning die met overheidssteun gekocht, gebouwd of gerenoveerd wordt door personen of gezinnen met een inkomen onder bepaalde grenzen. De overheidssteun kan diverse vormen aannemen:sociale verkoopprijs van de woning of de kavel, gunstige betalingsvoorwaarden (lagere registratierechten of rentetarieven, hogere fiscale aftrekbaarheid, renovatiepremies, …).

Gewestplan
gewestplannen vormen (in de oude stedenbouwwetgeving) het hoogste planniveau voor het ruimtelijk beleid in Vlaanderen. Zij leggen éénduidig de bodembestemmingen (gewestplanbestemming) vast. In Vlaanderen zijn er 25 gewestplannen die het volledige grondgebied bestrijken.

GIS
Geografisch Informatie Systeem:een databeheersysteem waarbij digitale databanken tijdelijk of permanent gekoppeld kunnen worden aan digitale topologische gegevens. Het vormt een geschikt instrument voor het ondersteunen van ruimtegebonden beleidsvoorbereidende en uitvoerende taken. Het GIS-systeem van de stad Leuven wordt ook wel G@lileo genoemd.

GNOP
Gemeentelijk Natuurontwikkelingsplan:een plan dat door de gemeente wordt opgemaakt, waarin acties worden uitgewerkt ter bescherming en ontwikkeling van de natuurlijke elementen in de gemeente.

GOM
Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij. Instantie die zich inzet voor de economische ontwikkeling van de provincie.

Graft
een steile aarden wal in een veelal hellend terrein, opgeworpen om de erosie te bestrijden en daarom begroeid met struikgewas.

Groencorridor
een aaneengesloten lijnvormig groenelement of een aaneenschakeling van opeenvolgende kleine groengebiedjes. Een groencorridor brengt een ecologische verbinding tot stand tussen twee of meerdere grote openruimtegebieden, waardoor migratie van fauna en flora mogelijk wordt. (openruimtestructuur § 4.4.5)

Grond-en pandenbeleid
het geheel van maatregelen voor het verwerven, het ter beschikking stellen en het beheren van grondeigendommen met het oog op het bevorderen van de doelstellingen van het ruimtelijk beleid (RSV, integrale versie, p.547).

Grondgebonden agrarisch bedrijf
een agrarisch bedrijf dat zijn landbouwproductie (plantaardig-dierlijk) geheel of gedeeltelijk voortbrengt via eigen uitbating van landbouwgronden (RSV, integrale versie, p 547).

Grondgebonden woning
woning die rechtstreeks toegankelijk is op het straatniveau en waarvan één van de bouwlagen aansluit op het maaiveld. Grondgebonden woningen hebben meestal een terras en-of een tuin. Ze staan tegenover gestapelde woningen.

Grondloos agrarisch bedrijf
een agrarisch bedrijf dat zijn landbouwproductie (plantaardig-dierlijk) uitsluitend in bedrijfsgebouwen voortbrengt. Deze bedrijven hebben slechts behoefte aan een bouwplaats voor de oprichting van hun bedrijf (RSV, integrale versie, p 548).

Grootschalige detailhandel
verkoop aan particulieren van goederen in kleine hoeveelheden maar op grote verkoopsoppervlakten. Hiertoe behoren zowel supermarkten als grote meubelzaken.

Grootschalige detailhandelszone
een gebied waar grootschalige detailhandelszaken zich kunnen vestigen, mits ze voldoen aan de stedenbouwkundige randvoorwaarden die voor dat gebied zijn uitgewerkt. (Centrumstructuur § 6.4.9 - Economische structuur § 7.4.8)

Habitat
natuurlijk woongebied van een organisme of een levensgemeenschap

Herkolonisatie
het opnieuw voorkomen van bepaalde dier- en plantensoorten in een gebied waaruit ze verdwenen waren.