Kopie van `Gemeente Leuven - Definitief Vastgesteld Structuurplan`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.


Gemeente Leuven - Definitief Vastgesteld Structuurplan
Categorie: Bestuur en organisatie
Datum & Land: 15/05/2007, BE
Woorden: 68


Agglomeratie
de zone die vergroeid is met en rond een historische stadskern. Ze wordt gekenmerkt door aaneengesloten bebouwing, hoge dichtheid en de verweving tussen wonen en werken.

AGI
ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Administratie Gesubsidieerde Infrastructuur

AMINAL
ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Administratie Milieu-, Natuur-, Land- en Waterbeheer.

Antropogeen
van menselijke oorsprong, door mensen teweeggebracht

APA
Algemeen Plan van Aanleg

AWV
ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Administratie Wegen en Verkeer

BB-net
afkorting voor het Brussel-Brabant Net, door de provincie Vlaams-Brabant uitgewerkt als alternatief voor het federale Gewestelijk Express Net (GEN). Het BB-net wil, bovenop een betere bediening van Brussel, ook kleinere tewerkstellingspolen in de provincie ontsluiten en tangentiële verbindingen rond Brussel. Zowel trein- als busverbindingen worden hiervoor voorgesteld. Onderstussen is het concept van het BB-net opgenomen in het principe ‘Regionet Brabant Brussel’.

BPA
Bijzonder Plan van Aanleg. (Gebied met) buffer als hoofdfunctie:een gebied dat deel uitmaakt van de open ruimte. Het moet zodanig ingericht en beheerd worden dat het de mogelijke overlast van één gebied of functie op een ander, kwetsbaarder gebied moet reduceren of opheffen. (openruimtestructuur §4.5.2)

Bussluis
een verkeerstechnische ingreep (slagboom of beweegbare paal) die door de bus kan worden bediend. Hierdoor krijgt enkel de bus doorgang. Meestal krijgen ook de fietsers en de hulpdiensten vrije doorgang aan een bussluis. (Verkeersstructuur § 8.7.9)

Centrumfunctie
een stedelijke functie (gemeenschaps-, commerciële, recreatieve of culturele voorziening…) die niet enkel inwoners aantrekt van het gebied waar de functie gelegen is, maar ook bezoekers van daarbuiten. Afhankelijk van het wervingsgebied worden verschillende niveaus van centrumfuncties onderscheiden (internationaal, regionaal, lokaal).

Centrumlijn
centrumlijnen zijn specifieke buslijnen die de binnenstad en (eventueel) de onmiddellijke omgeving bedienen. Ze dienen een dubbel doel. Enerzijds voorzien centrumlijnen in het natransport voor pendelaars die met de trein of (regionale) snelbuslijnen op het Martelarenplein Leuven toekomen en in de binnenstad hun eindbestemming hebben. Anderzijds dienen ze voor bewoners van de binnenstad die met de centrumlijnen over een hoogwaardig vervoermiddel beschikken en daardoor minder of niet op de auto zijn aangewezen. (Verkeersstructuur § 8.5.2)

Centrummanagement
een specifiek onderdeel van citymanagement, waarbij de aandacht uitgaat naar publieke en commerciële centrumfuncties en naar de centrumpositie van de stad.

Centrumparking
een parking die ingeplant en uitgerust is om het bestemmingsverkeer voor het centrum van de binnenstad optimaal op te vangen. Verschillende centrumfuncties liggen op loopafstand van de parking. De centrumparking moet bediend worden door een primaire verkeerslus. (Verkeersstructuur § 8.8.3)

Cirkelvormige stadslijn
buslijn die zorgen voor een rechtstreekse, onderlinge ontsluiting van de woonkernen rond de binnenstad, maar ook voor een relatie met de nieuwe ontwikkelingen buiten het centrum. Daarnaast geven zij op de verknopingspunten met de radiale stads- en streeklijnen, de regionale snelbuslijnen, de joblijnen uitstekende overstapsmogelijkheden. (Verkeersstructuur § 8.5.3.B)

Citymanagement
het proces van ontwerpen, coördineren, uitvoeren en evalueren van integrale strategieën voor de versterking van de stad, waarbij men rekening houdt met stedelijke doelgroepen en een beleidskader.

Clustering
clustering is het ruimtelijk samenbrengen van aanverwante activiteiten. Bij de universiteit bijvoorbeeld, het groeperen van de verschillende departementen en faculteiten die tot één groep behoren.

Erffunctie
een weg heeft een erffunctie als hij toegang verleent tot (meestal private) functies die langs de weg gelegen zijn. Nast de erffunctie, wordt ook de verzamelfunctie van een weg onderscheiden.

Erfgoeddepot
een opslagplaats waar historisch waardevolle artefacten onder optimale omstandigheden geconserveerd worden.

Eutrofiëring
vergroting van de voedselrijkdom van bodem en/of oppervlaktewater, onder meer door fosfaten en nitraten.

Functionele diversiteit
functionele diversiteit staat tegenover monofunctionaliteit. Het is het samen voorkomen van verschillende functies en activiteiten

Functionele relaties
functionele relaties zijn de relaties die tussen twee plaatsen bestaan doordat de activiteiten op deze plaatsen minstens gedeeltelijk door dezelfde mensen worden uitgevoerd. Hierdoor ontstaan stromen tussen beide plaatsen. Bijvoorbeeld:een woonbuurt en een bedrijventerrein, een parking en een winkelstraat, …

Fysisch systeem
het fysisch systeem is de natuurlijke omgeving:reliëf, bodemgesteldheid, hydrologie, fauna en flora, …

GIS
Geografisch Informatie Systeem:een databeheersysteem waarbij digitale databanken tijdelijk of permanent gekoppeld kunnen worden aan digitale topologische gegevens. Het vormt een geschikt instrument voor het ondersteunen van ruimtegebonden beleidsvoorbereidende en uitvoerende taken. Het GIS-systeem van de stad Leuven wordt ook wel G@lileo genoemd.

GNOP
Gemeentelijk Natuurontwikkelingsplan:een plan dat door de gemeente wordt opgemaakt, waarin acties worden uitgewerkt ter bescherming en ontwikkeling van de natuurlijke elementen in de gemeente.

GOM
Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij. Instantie die zich inzet voor de economische ontwikkeling van de provincie.



Hightech bedrijven
hoogtechnologische bedrijven

Hinterland
het hinterland of achterland is in de oorspronkelijke betekenis het gebied dat voor de aanvoer en de afvoer van goederen afhankelijk is van een haven of een industriecentrum (Van Dale). De term wordt in afgeleide betekenis ook gebruikt om het gebied aan te duiden waar een commerciële functie haar klanten recruteert. Zie ook wervingsgebied.

Historisch waardevol
een ensemble of fragment wordt als historisch waardevol beschouwd als het door zijn voorkomen een belangrijke getuige vormt van de wordingsgeschiedenis van de stad. (Landschapsstructuur § 9.5.2.A)

Hydrologisch systeem
het natuurlijk systeem dat instaat voor de aanvoer, de opslag en de afvoer van vloeibaar water in een bepaald gebied.

ICT
informatie- en communicatietechnologie:computers, software, internet, (data)communicatie, …

Isotroop
in alle richtingen dezelfde eigenschappen hebbend. Isotroop bebouwde omgevingen zijn omgevingen waar weinig onderscheid bestaat tussen de verschillende delen.

IVON
Integraal Verwevings- en Ondersteunend Netwerk. Het is een netwerk van gebieden waar natuur een nevenfunctie krijgt. Zo kan men de verweving van natuurontwikkeling in andere facetten van het beleid vorm geven

Joblijnen
commerciële benaming voor de stedelijke snelbuslijnen van De Lijn.

Niche producten
producten die door een specifieke doelgroep gekocht worden.

Niet-verhandelbare diensten
het gedeelte van de diensteneconomie dat niet tot doel heeft winst te maken. In principe gaat het om overheidsafhankelijke sectoren.

Objectieve (on)veiligheid
(on)veiligheid die objectief vaststelbaar is, bijvoorbeeld aan de hand van het aantal geregistreerde inbreuken.

Oeverwal
wal van afgezet puin langs een rivier ten gevolge van opeenvolgende overstromingen.

Omgevingsrapport
de neerslag van een onderzoek naar de impact van een gepland project op zijn omgeving. (Beleidskader § 15.2.2.B)

Omvormingsbeheer
beheer waarbij via selectieve kappingen en aanplantingen of spontane verjonging, stelselmatig en op lange termijn overgegaan wordt van een naaldhoutbestand naar een gemengd bosbestand of loofhoutbestand.

Overstaphaltes
zie knooppunt voor busvervoer

Sector
In het ruimtelijk beleid betekent sector: de groepering van gelijkaardige maatschappelijke functies die beleidsmatig als een geheel benaderd worden en een specifieke ruimtebehoefte genereren: economie, huisvesting, landbouw, welzijn, verkeer, …

Sector(aal)
een sectorale benadering van de ruimte vertrekt vanuit het standpunt of de belangen van één specifiek ruimtegebruik (economie, milieu) zonder daarbij grondig rekening te houden met andere sectoren (RSV, integrale versie, p563). Een sectorale benadering staat tegenover een geïntegreerde benadering, waar de ruimte vanuit verschillende gebruikers wordt benaderd.

Secundaire weg
zijn wegen met een verbindingsfunctie en verzamelfunctie op lokaal en bovenlokaal niveau (zie RSV, integrale versie p 480)
TYPE I verbindende functie maar functioneert niet als verbindende weg op Vlaams niveau.
TYPE II verzamelfunctie voor het kleinstedelijk gebied naar het hoofdwegennet
TYPE III deze weg heeft een verzamelfunctie voor wegverkeer en een verbindende functie voor openbaar vervoer
TYPE IV deze weg heeft een verbindings- en verzamelfunctie op (boven)lokaal niveau en vaak ook een toeganggevende functie

Selectiebeleid
een ruimtelijk beleid dat op een selectieve wijze, volgens de behoeften van en de meerwaarde voor de stad, nieuwe ontwikkelingen in Leuven mogelijk maakt (bijvoorbeeld bedrijven).

Singels
het noordwestelijk deel van de ring van Leuven, tussen de Tervuursepoort en het J.M. Artoisplein.

Sluipverkeer
doorgaand verkeer dat niet de wegen gebruikt die zijn afgestemd op de doorstroming, maar een andere route kiest die korter of sneller is, maar daar niet voor is uitgerust (vaak doorheen woonbuurten).

Spin-off (bedrijf)
in de Leuvense context is dit een bedrijf dat een belangrijk aandeel van zijn activiteiten baseert op wetenschappelijk onderzoek en om die reden nauw samenwerkt met de universitaire onderzoeksinstellingen. Zie ook hoogtechnologisch bedrijf.

Subjectieve (on)veiligheid
de mate waarin iemand zich (on)veilig voelt. Staat tegenover objectieve (on)veiligheid.

Subsidiariteit
het subsidiariteitsbeginsel houdt in dat elke, inzake ruimtelijke ordening bevoegde overheid, zich bezighoudt met de materies die zij op haar niveau (Vlaams, provinciaal of gemeentelijk) kan regelen. Beslissingen moeten genomen worden op het meest geschikte niveau. Een beslissing op een hoger niveau is te verantwoorden als het belang en/of de reikwijdte ervan het lagere niveau duidelijk overstijgt. Een hoger niveau treedt slechts op voor zover de doelstellingen van het overwogen optreden niet voldoende door het lager niveau kunnen worden verwezenlijkt (RSV, integrale versie, p 309)

Suburbaan
randstedelijk, aan de rand van de stadskern (zie ook perifeer).

Symptoom
symptoom is het verschijnsel waaraan men een probleem, dat nog enigszins verborgen is, herkent.

Synergie
de situatie waarbij het effect van twee of meer samenwerkende of gecombineerde functies groter is dan de som van de effecten die elk van de functies alleen zou kunnen opwekken.

Uitdovingsbeleid
een beleid dat erop gericht is een bepaalde activiteit of een bepaalde inrichting van de ruimte op lange termijn te doen ophouden, zonder deze activiteit actief op te heffen of de inrichting meteen te wijzigen. Uitdoving kan door beperkingen op te leggen inzake huidig of nieuw gebruik, door geen nieuwe (milieu-, stedenbouwkundige, of economische) vergunningen af te leveren, door verkoop te verhinderen…

Uitkernen
het slopen van achteringelegen constructies om in de binnenzijde van een bouwblok opnieuw open ruimte vrij te maken.

VHM
Vlaamse Huisvestingsmaatschappij

Voorstadsparking
een parking die ingericht en ingeplant is om het bestemmingsverkeer aan de rand van de stad op te vangen, nabij het hoofdwegennet, zodat de plaats van bestemming minder auto’s moet verwerken. Het natransport gebeurt in regel per openbaar vervoer. (Verkeersstructuur § 8.8.1)

Voorzieningenniveau
het aanbod aan diensten (privé én overheid), commerciële goederen en/of culturele activiteiten die een bepaald gebied (de regio, de stad, een woonkern of een bedrijventerrein) ondersteunen.

Voorzieningenpool
Uitgebreid aanbod aan diensten, commerciële goederen en culturele activiteiten.

Vragend ensemble/fragment
een ensemble of fragment waarvan de beeldwaarde onvoldoende is in verhouding tot zijn specifieke of strategische ligging in de stad. (Landschapsstructuur § 9.5.2.c)

Vrije bedding
een wegvak dat exclusief voor bussen en een aantal andere geprivilegieerde voertuigen (taxi's, hulpdiensten…) bestemd is.

Wegprofiel
de dwarse opbouw van de weg:de rijstroken, de stoepen, parkeerstroken, fietspaden, bermen, …

Werkvloer
werkvloeren zijn ruimten voor uitvoerend werk (ateliers, KMO’s, ambachten, productie, opslag, …). Bij werkvloeren hoort impliciet een beperkt aandeel kantoorachtige ruimte, in functie van de bedrijfsvoering

Wervingsgebied
gebied waarbinnen een bepaalde functie of activiteit het grootste gedeelte van zijn doelgroep aantrekt. Zie ook hinterland.

Wetenschapspark
een bedrijventerrein dat uitsluitend bedoeld is voor de vestiging van bedrijven met kennisintensieve activiteiten of een belangrijke component met wetenschappelijk onderzoek. Deze bedrijven zijn meestal afgestemd op (een samenwerking met) de universiteit. In de praktijk worden vooral biotechnische en ICT (informatie- en communicatietechnologie) bedrijven op een wetenschapspark gehuisvest. In het gewestplan van Leuven is wetenschapspark een specifieke gewestplanbestemming

Zicht
de mogelijke waarneming van een karakteristiek landschap vanaf een bepaalde standplaats. Van de geselecteerde zichten moet enerzijds de standplaats publiek toegankelijk worden of blijven, en moet anderzijds de waarneming van het waardevol landschap mogelijk blijven. (Landschapsstructuur § 9.5.1.C)

Ziekenhuissite
Met de ziekenhuissite bedoelen we het gebied tussen de Brusselsestraat, de Minderbroedersstraat, Kapucijnenvoer en Onze-Lievevrouwstraat waar nu de twee ziekenhuizen St.-Pieter en St.-Rafaël staan. Het eigenlijke projectgebied is uitgebreid met de parking van de universiteit tussen de Minderbroedersstraat en de Janseniusstraat.

Zonevreemd
een activiteit in, of een inrichting van de ruimte is zonevreemd wanneer een project zowel bij de juridische afweging (het al dan niet overeenstemmen met de bestaande bestemmings- en bouwvoorschriften,) als de planologische afweging (de draagkracht van de omgeving, of de (on)verenigbaarheid met verschillende activiteiten en functies) negatief scoort.

Zorghotels
het begrip zorghotel is een concept uit de ziekenhuissector waarbij daghospitalisatie wordt gecombineerd met overnachting in hotel. Concreet zijn het hotels waar tijdens het verblijf een bijzondere aandacht gaat naar begeleiding van de klant. In de context van een ziekenhuis gaat het om een hotel in de onmiddellijke nabijheid, waar patiënten in observatie, die meestal geen gespecialiseerde verzorging nodig hebben, buiten het ziekenhuis logeren om overdag op consultatie en onderzoek in de daghospitalisatie te komen. Dit is interessanter voor de patiënt (want hij hoeft niet in het ziekenhuis te overnachten), voor het ziekenhuis zelf (want er komen bedden vrij voor échte zorgbehoevenden) en voor de ziekteverzekering (want een zorghotel is veel goedkoper dan een ziekenhuis)