Kopie van `Universiteit van Utrecht - Bouwstijlen`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.


Universiteit van Utrecht - Bouwstijlen
Categorie: Bouw en Constructie > Bouwstijlen
Datum & Land: 06/06/2007, NL
Woorden: 69


Acces
Weg of begaanbare strook land door onbegaanbaar of voor een aanval ongeschikt terrein, bijvoorbeeld door moerasgebieden of inundaties

Artillerie
Verzamelnaam voor geschut. Tevens aanduiding voor het onderdeel in het leger dat is belast met de bediening daarvan.

Ballistiek
Leer van de banen die projectielen in de lucht beschrijven.

Bastaardstelsel
Kruising van het polygonale en het gebastioneerde systeem (zie afbeelding links).

Bastion
Vijfhoekige uitbouw aan de muur of de wal van een versterking, uitgevoerd in steen of aarde. Elk vestingbouwsysteem kent een eigen type bastion. Het bestaat uit verschillende onderdelen, namelijk flanken, facen de saillant en de keel. Op de flanken van het bastion sluiten de courtines aan (zie afbeelding links).

Batterij
Bedding voor het opstellen van een aantal stukken geschut. * Onderdeel van een artillerie-eenheid.

Beer
Stenen dam in een gracht. Beren hadden een dubbele functie: zij hielden het water in de gracht op een constante hoogte en vormde tevens de schakel tussen de omwalling en dijken buiten de versterking.

Bekledingsmuur
Muur aan de voet van een verdedigingswerk. Het beschermde een aarden wal tegen afkalving door het water en maakte het tevens mogelijk het talud van de wal steiler uit te voeren (zie afbeelding links).

Bestrijken
Met geschut of infanteriewapens onder vuur nemen van een strook grond of een stuk water.

Bomvrij
Bestand tegen constante artilleriebeschieting.

Borstwering
Verhoogd gedeelte op een muur of een wal, dat de hier aanwezige manschappen bescherming biedt tegen vijandelijk vuur.

Brisantgranaat
Langwerpig projectiel met springlading, dat na het raken van het doel explodeert en een grote vernietigende kracht heeft. Het omhulsel van de granaat spat daarbij in een enorm aantal scherven uiteen.

Caponnière
Galerij van waaruit een droge gracht of een doorgang wordt bestreken. * In het polygonale stelsel: aan de voet van een wal gelegen uitbouw, van waaruit de gracht wordt bestreken.

Caponnière Stelsel
Verdedigingsstelsel dat gebruik maakt van caponnières.

Contrescarp
Talud aan de buitenzijde van de gracht, al of niet met een muur bekleed. Soms duidt deze term ook de buitenoever van de gracht aan, met inbegrip van de gedekte weg en het glacis.

Contrescarpgalerij
Andere benaming voor rugcaponnière.

Coupure
Doorsnijding van, of doorgang in een wal of muur.

Courtine
Gedeelte van de wal of muur tussen twee rondelen of bastions.

Couvre-face
Smal en langgerekt aarden werk voor de facen van bastions en ravelijnen, dat de bekledingsmuren daarvan moet beschermen tegen vijandelijk vuur.

Emplacement
Plaats die is ingericht voor het opstellen van een stuk geschut.

Enveloppe
Doorlopende beschermingswal rondom een versterking, meestal voorzien van een gedekte weg.

Face
Schuin, naar buiten gericht deel van bastion, lunet of ravelijn.

Fausse-braye
Onder aan de hoofdwal van een bastion of courtine gelegen wal. Deze moet voorkomen dat de aarde die bij een beschieting van de hoofdwal afbrokkelt, in de gracht terecht komt. De fausse-braye dient tevens als borstwering voor de infanterie.

Flank
Deel van het bastion dat aan de courtine grenst. Ook de naar achter gerichte delen van een lunet worden met deze term aangeduid.

Flankeren
Andere benaming voor bestrijken.



Fort
Naar alle zijden verdedigbaar, gesloten werk, dat zelfstandig kan worden verdedigd. Het is meestal kleiner dan een vesting, maar groter dan een schans. Anders dan in een vesting bevindt zich in een fort alleen militaire bezetting.

Gebastioneerd stelsel
Vestingbouwkundig systeem waarbij bastions zijn toegepast (zie afbeelding hiernaast).

Gedekte gemeenschapsweg
Door een aarden wal en een gracht beschermde weg tussen een aantal steunpunten en een linie. Hierover konden buiten het zicht van de vijand transporten plaatsvinden.

Gedekte weg
Doorlopende, door een aarden wal beschermde weg aan de buitenzijde van de gracht.

Getrokken geschut
Halverwege de negentiende eeuw ingevoerd geschut, waarvan in de binnenwand van de loop spiraalvormige gleuven zijn aangebracht. Een hiermee afgeschoten projectiel krijgt een roterende beweging, waardoor het een meer stabiele baan gaat afleggen.

Glacis
Buitentalud van de wal langs de gedekte weg of contrescarp, dat onder een kleine hoek naar het maaiveld loopt.

Halfbastion
Bastion dat voor de ene helft bestaat uit een flank en een face, en voor de andere helft uit een rechte wal, die de saillant rechtstreeks met de courtine verbindt.

Halve maan
Werk in de gracht dat de saillant van een bastion of een ravelijn dekt.

Hoofdwal
Doorlopende wal of muur die de versterking direct omsluit, bij vestingen ook wel de stadswal of stadsmuur genaamd.

Hoornwerk
Buitenwerk van een vesting, dat aan de frontzijde is voorzien van twee halfbastions en een tussenliggende courtine.

Infanterie
Voetvolk

Inundatie
Onderwaterzetting

Inundatiekade
Dijk die is aangelegd om te voorkomen dat het inundatiewater zich verder verspreidt dan gewenst.

Inundatiekom
Onderdeel van een inundatielinie, bestaande uit een afgerond gebied dat bij het inunderen komt blank te staan.

Inundatielinie
Ander woord voor een waterlinie.

Inundatiesluis
Sluis waarmee bij dreigend oorlogsgevaar het voor het inunderen benodigde water kan worden ingelaten.

Kanonkazemat
Kazemat waarin een kanon staat opgesteld.

Kanteel
Stuk muur op de borstwering van middeleeuwse versterkingen dat de verdedigers bescherming biedt tegen schoten van buitenaf. Soms waren kantelen voorzien van smalle schietspleten.

Kazemat
Gesloten bomvrije ruimte, uitgevoerd in steen of beton en ingericht voor het opstellen van geschut en-of andere vuurwapens. Kazematten zijn voorzien van een of meer schietgaten. Ze maken deel uit van een groter werk (rondeel, bastion, fort en dergelijke) of vormen een zelfstandig te verdedigen werk in een linie.

Keel
Open ruimte aan de achterkant van een verdedigingswerk, waarmee dit in verbinding staat met de rest van de versterking.

Kroonwerk
Buitenwerk van een vesting, dat aan de frontzijde is voorzien van één volledig bastion in het midden met aan weerskanten daarvan een halfbastion, onderling verbonden door courtines.

Linie
Een verdedigingslijn, bestaande uit een aaneengesloten geheel van versterkte punten in het terrein. Deze kunnen elkaar ondersteunen en zijn meestal onderling verbonden door een wal of een gedekte gemeenschapsweg. In een linie zijn soms terreingedeelten opgenomen die onbegaanbaar zijn of geïnundeerd kunnen worden.

Lunet
Klein werk met twee schuine, naar buiten gerichte zijden (facen) en twee naar achter gerichte zijden (flanken). De keel is open of op een eenvoudige wijze afgesloten door een borstwering of een muur met schietgaten. Lunetten kwamen voor als buitenwerken van een vesting of als onderdeel van een linie.

Onderwal
Andere benaming voor fausse-braye.

Polygonaal stelsel
Vestingbouwkundig systeem waarin de bastions zijn vervallen en de versterkingen een gelijkmatig en veelhoekig grondplan hebben. De grachten worden bestreken vanuit flankbatterijen op de hoekpunten en-of vanuit de caponniéres, die buiten de wal uitsteken.

Poterne
Overdekte doorgang door een muur of wal, via welke manschappen en materieel naar en van de gedekte weg en de ravelijnen kunnen worden vervoerd. De poterne kon aan weerskanten met deuren worden afgesloten. De term wordt ook gebruikt voor een overdekte gang tussen verschillende delen van een verdedigingswerk.

Ravelijn
Werk in de gracht dat een courtine dekt, alsmede de eventueel daarin gelegen toegang tot de versterking. Elk vestingbouwsysteem kent een eigen type ravelijn.

Redoute
Eenvoudig, vierhoekig, gesloten werk, omringd door een aarden wal. Een redoute fungeerde als buitenwerk van een versterking of maakte deel uit van een linie.

Reduit
Binnen een vesting of fort gelegen werk dat zelfstandig was te verdedigen en diende als laatste wijkplaats voor de bezetting. De term wordt ook in overdrachtelijke zin gebruikt voor vestingwerken die ten aanzien van een linie of het gehele territoir een soortgelijke functie hebben.

Remise
Overdekte, bomvrije schuilplaats voor geschut.

Rondeel
Lage, ronde toren die voor driekwart buiten de muur uitstak, van waaruit de ruimte voor de aangrenzende muurdelen wordt bestreken.

Rugcaponnière
Galerij in de muur van de contrescarp, van waaruit de droge gracht wordt bestreken.

Saillant
Hoek die de beide facen met elkaar maken. De term duidt ook het punt aan waarin de facen samenkomen.

Schans
Zelfstandig te verdedigen aarden verdedigingswerk, vaak voorzien van bastions en meestal kleiner dan een fort. Tijdelijk opgeworpen schansen maakten deel uit van linies waarmee bij een beleg een vesting werd ingesloten. Zij diende ook als bescherming van een legerkamp of bruggehoofd. Als duurzaam opgeworpen werken vormden schansen vaak een onderdeel van een verdedigingslinie.

Tenaille
Aarden wal onder de courtine en de aangrenzende flanken. Deze moest dit gedeelte van de omwalling beschermen tegen vijandelijk vuur. De tenaille komt voor bij versterkingen die volgens het verbeterd Oud-Nederlands stelsel zijn aangelegd.

Torenfort
Uit verschillende verdiepingen bestaande zware ronde toren, omgeven door wallen en een gracht. Dit type toren werd in de jaren 1840-1860 gebouwd, voornamelijk op enkele grote forten in de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Op de bovenste etages stond geschut opgesteld.

Traverse
Loodrecht op de hoofdwal staande aarden wal die het geschut en de met de bediening daarvan belaste militairen moest beschermen tegen zijdelings inslaande projectielen.

Vesting
Versterkte nederzetting

Voorwerk
Buiten de eigenlijke versterking gelegen werk

Wachthuis
Klein, meestal vierkant uit steen opgetrokken werk, voorzien van schietgaten en een aarden dekking. Rond 1850 is een groot aantal forten van wachthuizen voorzien.

Wal
Hoge, meestal van een borstwering voorziene aarden ophoging rond een versterking.

Wapenplaats
Plaatselijke verbreding van de gedekte weg, fungerend als verzamelplaats voor de verdedigers en als opstelplaats voor geschut. De wapenplaatsen bevonden zich in de hoeken van de gedekte weg.

Waterlinie
Linie, bestaande uit een aaneengesloten geheel van onder water te zetten terreinen en versterkingen op de tussenliggende accessen.

Weergang
Loopgang over de muur van een middeleeuwse versterking, aan de frontzijde beveiligd door een borstwering met kantelen. De weergang rustte op bogen in de muur en was soms overdekt.