Kopie van `Sint Ursula - Algemene Natuurwetenschappen`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.


Sint Ursula - Algemene Natuurwetenschappen
Categorie: Natuurkunde
Datum & Land: 06/06/2007, NL
Woorden: 156


acupunctuur
Het met naalden beïnvloeden van de energiestromen door de meridianen van het lichaam.

afbraak ozon
Ozon wordt vooral afgebroken door CFK's (organische chloorverbindingen) die zich hechten aan ijskristallen in de hoge parelmoerwolken boven de zuidpool. CFK's werden veel gebruikt in spuitbussen en zijn nu verboden. Andere bronnen van ozon-afbraak zijn o.a. uitlaatgassen van vliegtuigen.

allopathie
Genezing door toediening van een antistof (contraria contrariis curantur). Onze gewone (reguliere) geneeskunde is overwegend allopathisch..

aminozuur
Organische, stikstof bevattende stof. Het is de bouwsteen waarvan eiwitten worden gemaakt.

animale zenuwstelsel
Dat deel van het zenuwstelsel dat de 'dierlijke' functies regelt. Dit zijn de functies waarvan je je bewust bent, bewust handelen.

anorganische stoffen
Energie-arme stoffen, waaruit de levenloze natuur is opgebouwd. Deze zijn nooit gemaakt door een organisme.

antibioticum
Een middel tegen infectieziekten dat de ziekteverwekker direct aantast. Gevaar: bacteriën kunnen resistentie ontwikkelen.

anticonceptie
Het voorkómen van zwangerschap

antigeen
Stof of vorm die lymfocyten aanzet tot het produceren van antilichamen

antilichaam
Molecuul dat aan antigenen hecht om ze herkenbaar en-of inactief te maken

antisepsis
Voorkomen van infectie door bestrijding van de ziekteverwekker.

Antropisch Principe
Dit principe stelt dat het vanzelfsprekend is dat ons heelal dicht bij het kritische model ligt omdat we er anders niet zouden zijn om het heelal waar te nemen. De mogelijkheid van leven hangt namelijk heel gevoelig af van de gemiddelde dichtheid van het heelal.

Aristoteles
Grieks filosoof (384-322 v. Chr.) Geocentrisch wereldbeeld: De aarde, het ondermaanse, wordt omgeven door de hemelse sferen, van binnen naar buiten: maan, mercurius, venus, zon, mars, jupiter, saturnus en de sterrensfeer. Deze sferen wentelen om de aarde en hebben een goddelijke natuur.

asepsis
Voorkomen van infectie door de aanwezigheid van ziekteverwekkers te voorkomen.

assimilatie
het opslaan van energie in het stofwisselingsproces door het vormen van complexe organische verbindingen.

atmosfeer
Gasvormig omhulsel van de aarde-een planeet; dampkring

begrip
uitleg

Big Bang
Oerknal die aan het begin staat van de uitdijing van het heelal. Dit moet ongeveer 15 miljard jaar geleden hebben plaatsgevonden.

bijsluiter
Schriftelijke informatie voor de gebruiker.

biosfeer
Schil rondom de aarde, waarbinnen nog levende organismen kunnen voorkomen, van ± -1m in de bodem (wortelzone) tot ± +10.000 m, inclusief (diep)zeeën.

broeikaseffect
Het aardoppervlak absorbeert zonnestraling en warmt daardoor op. Het aardoppervlak gaat hierdoor warmtestraling uitzenden. Deze infrarode straling wordt geabsorbeerd door gassen in onze atmosfeer (vooral kooldioxide en water, verder methaan en stikstofoxiden) die daardoor opwarmt. Hoe meer broeikasgassen hoe effectiever de absorptie, dus hoe warmer de atmosfeer wordt.

capillair
Haarvat. Het kleinste van de bloedvaten, waarin de uitwisseling van voedings- en afvalstoffen tussen bloed en weefsel plaatsvindt. Ieder mens heeft er ongeveer een miljard van.

Charles Darwin
Engels natuuronderzoeker (1809-1882). Hij legde de basis voor de moderne evolutietheorie. Hij ontwikkelde zijn ideeën tijdens de beroemde tocht met de Beagle naar Zuid-Amerika. Hij legde zijn theorie neer in het boek "On the origin of species" dat in 1859 verscheen.

Cluster
Een groep sterrenstelsels. Het heelal bestaat uit miljarden van deze clusters die op grotere schaal weer superclusters vormen.

coma
Toestand van sterk gedaald of zelfs opgeheven bewustzijn. Willekeurige (= aan de wil onderworpen) bewegingen zijn vrijwel niet mogelijk. Gevoelswaarneming is grotendeels niet mogelijk.



Copernicus
Poolse geleerde (1473-1543) Introduceert het heliocentrisch wereldbeeld. Hij is op zoek naar een eenvoudiger stelsel dan het epicykel-systeem van Ptolemaeus. Hij slaagt daar niet echt in.

CT
ComputerTomografie: Wijze van driedimensionaal weergeven van een voorwerp (orgaan, lichaam), in dit geval door het virtueel in plakjes te snijden (temnoo (gr)=snijden). De beeldvorming geschiedt met Röntgenstraling.

De opbouw van de aardbol
1. Binnenkern (straal 1300 km): vast
2. Buitenkern (2000 km dik): vloeibaar
3. Mantel (2900 km dik): plastisch gesteente
4. Korst (60 km dik): vast gesteente
Samenstelling van de bovenste bodemlaag
zand: grofkorrelig vast materiaal
klei: fijnkorrelig vast materiaal
water: vloeibaar
gassen: gasvormig
organisch materiaal: vast plantaardig en dierlijk afvalmateriaal
Scheikundige elementen in de bodem Silicium, Zuurstof, Waterstof, Calcium, Koolstof, Stikstof, Fosfor

Deductie
Het afleiden van het bijzondere uit het algemene. In de middeleeuwen gebruikelijke wijze van redeneren.

dissimilatie
het vrijmaken van energie uit organische stoffen in stofwisselingsprocessen (verbranding).

DNA
Een (reuzen)molecuul uit de kern van een cel dat de genetische informatie van het organisme bevat. Het DNA bevat de code voor de aanmaak van eiwitten.

donorcodicil
Verklaring van bereidheid tot het afstaan van organen ter transplantatie na overlijden.

draagmoeder
Een vrouwelijk organisme dat een embryo draagt dat ontstaan is uit een niet-lichaamseigen eicel. Deze eicel is buiten het lichaam bevrucht ('reageerbuisbaby') en als embryo in de baarmoeder van de draagmoeder geplaatst.

Drift der continenten
De beweging van de continentale platen over de aardmantel. Het uiteenvallen van Pangaea sedert 200 miljoen jaar geleden vind je in figuur 25-7 op blz 96 in het boek.

drijfveren voor wetenschap
(1) Nieuwsgierigheid, (2) Eigenwijsheid, Koppigheid, (3) Sociale betrokkenheid, (4) Erkenning en Prestige, (5) Broodwinning, (6) Winstbejag, de verlokking van het Grote Geld.

dubbelster
Twee sterren die om elkaar heen draaien onder invloed van hun onderlinge aantrekkingskracht. De meeste sterren in het heelal zijn deel van een dubbelster of meervoudig stersysteem. Onze zon is als eenling een uitzondering.

ECG
ElectroCardioGram: De registratie van de electrische activiteit van de hartspier. Registratie vindt plaats met behulp van electrodes op de buitenkant van het lichaam.

echoscopie
Inwendig onderzoek met behulp van geluidsgolven

ecliptica
De projectie van het baanvlak van de aarde op de hemelbol. Dit is de lijn waarlangs de zon, de maan en de planeten langs de hemelbol bewegen.

EEG
ElectroEncefaloGram: Weergave van de electrische activiteit van de hersenen. Registratie vindt plaats met behulp van electrodes op de buitenkant van het lichaam.

Einstein
Duits geleerde (1879 - 1955) Allround fysicus en geniaal vernieuwer van de moderne natuurkunde. Met zijn speciale en algemene relativiteitstheorie zet hij 200 jaar na Newton een nieuwe stap op de weg naar de ontraadseling van de zwaartekracht en de mechanica. In feite verdwijnt de zwaartekracht maar komt het begrip ruimte-kromming ervoor in de plaats. Einsteins theorieën hebben we nodig om het heelal op grote schaal te kunnen beschrijven.

eiwit
Een molecuul, waarvan de volgorde van de bouwstenen de functie bepaalt. De eiwitten zijn de chemische bestuurders van alle levensprocessen.

embryo
Eerste ontwikkelingsfase van de ongeboren vrucht (bij de mens tot 8 weken)

embryowet
Wet waarin de regels zijn opgenomen met betrekking tot wetenschappelijk onderzoek aan embryo's. In Nederland mag onder strikte voorwaarden onderzoek worden verricht aan embryo's die (1) overblijven van een IVF-behandeling, (2) speciaal voor dit onderzoek tot stand gebracht worden (dit laatste alleen als er geen embryo's volgens (1) beschikbaar zijn).

EMG
ElectroMyoGram: De weergave van de electrische activiteit van spieracties. Registratie vindt plaats met behulp van electrodes op de buitenkant van het lichaam.

epidemie
Besmettelijke ziekte die plotseling uitbreekt en een groot deel van de bevolking aantast.

Eratosthenes
Grieks geleerde te Alexandrië in de 3e eeuw voor Chr.

erytrocyt
Rode bloedcel. Deze cellen zijn verantwoordelijk voor het transport van zuurstof in het bloed.

ethiek
Het nadenken over wat wel en wat niet zou mogen, wat wel en niet goed of verantwoord is.

Evolutie
De geleidelijke ontwikkeling van soorten organismen in de loop van de tijd.

exobiologie
De wetenschap die zich bezighoudt met de studie van buitenaards leven.

Exosfeer
(gaat over in interplanetair medium): hieruit ontsnapt gas naar de ruimte. Het medium is te ijl om er een eigen temperatuur aan toe te kennen.

fagocyt
Soort leukocyt die buiten de bloedbaan kan treden en ziekteverwekkers opeten.

fagocyt
Een type witte bloedcel dat indringers opvreet. De fagocyt herkent de indringers aan de antilichamen.

foetus
Tweede ontwikkelingsfase van de ongeboren vrucht (bij de mens vanaf 8 weken tot de geboorte)

Francis Bacon
Engels filosoof (1561-1626) Hij ontwikkelde een duidelijke visie op de werkwijze van de natuurwetenschap. Hij formuleerde de empirische cyclus (zie bij Theorie)

fundamenteel onderzoek
Onderzoek dat in principe niet gericht is op toepassingen. Dit onderzoek vindt veelal plaats aan de Universiteiten.

Galenus
Grieks-Romeins Medicus (129-199)

Galileï
Italiaanse geleerde (1564-1642) Zorgt voor de doorbraak van het heliocentrisch wereldbeeld. Door drie waarnemingen wordt hij overtuigd:
1. De kraters op de maan: de maan is niet goddelijk perfect
2. De manen van Jupiter (een zonnestelsel in het klein)
3. De schijngestalten van Venus (alleen te verklaren door omloop om de zon)

gen
Een deel van de totale DNA-code, geschikt om één bepaald eiwit te maken (dus één bepaalde functie ten uitvoer te leggen).

Geocentrisch
Met de aarde in het centrum

gnomon
Een verticaal geplaatste stok die een schaduw werpt.

Gravitatie
Zwaartekracht. Dit is de aantrekkende kracht die massa's op elkaar uitoefenen. Deze kracht is onmerkbaar klein op menselijke schaal maar is de allesoverheersnede kracht op kosmische schaal. Ze bepaalt de beweging van sterren, planeten en sterrenstelsels. De wetten van de zwaartekracht zijn door Newton ontdekt.

gynaecoloog
Vrouwenarts

Heelalmodellen
1. Gesloten heelal: Het heelal bevat zoveel materie dat de zwaartekracht het uiteindelijk zal winnen van de uitdijing: het heelal stort weer in tot een zogenaamde eindkrak
2. Open heelal: De hoeveelheid materie is niet genoeg om de uitdijing helemaal te stoppen, het heelal blijft eeuwig uitdijen al neemt de snelheid steeds verder af.
3. Kritisch heelal: Dit model ligt op de grens van de twee bovenstaande. Ons eigen heelal wordt het best beschreven door een model dat dicht bij het kritische ligt. Aan welke kant van de grens is nog niet duidelijk.

Heliocentrisch
Met de zon in het centrum

hemelbol
De denkbeeldige bol waartegen we vanaf de aarde de hemellichamen geprojecteerd zien.

hemelequator
De projectie van de evenaar op de hemelbol.

hersendood
De normaal aanwezige hersengolfpatronen kunnen niet meer gemeten worden.

hersengolfpatroon
Electrische verschijnselen als gevolg van hersenactiviteit. Te meten met behulp van electroden die aan de buitenkant van de schedel worden aangebracht (EEG).

het electromagnetisch spectrum
Van kortgolvig (hoogfrequent, energierijk) naar langgolvig (laagfrequent, geringe energie):

Hippocrates
Grieks Geneesheer (460-377 v. Chr.)

holistisch
Kijken naar het geheel. Overwegende benadering van de alternatieve geneeswijzen zoals acupunctuur, homeopathie, voetreflexologie, enz.

homeopathie
Genezing door toedienen van een zeer kleine hoeveelheid van de ziekmakende stof (similia similibus curantur).

homeostase
Een stabiel evenwicht in het interne milieu, bereikt met behulp van regelmechanismen.

Immuniteit
Bescherming tegen een ziekte doordat het afweer systeem de ziekte 'onthouden' heeft. Er zijn nog ziekte-specifieke lymfocyten aanwezig.

Inductie
Het afleiden van het algemene uit het bijzondere. Wetenschappelijke methode sinds de renaissance.

infectie
Het binnendringen van een ziekteverwekker in een organisme.

IVF
In Vitro Fertilisatie = Reageerbuisbevruchting

Kepler
Duits geleerde (1571-1630) Stelt op grond van de zeer nauwkeurige waarnemingen van de Deen Tycho Brahe zijn drie bewegingswetten van de planeten op. Evenals Ptolemaeus is hij wiskundige. Keplers theorie is de eerste sinds Ptolemaeus die de waarnemingen beter verklaart. Kepler beweert dat de planeten in ellipsbanen om de zon bewegen, met de zon in een van de brandpunten.

kinderziekte
Een ziekte die je maar één keer krijgt omdat het afweersysteem de ziekte onthoudt.

klysma
Het toedienen van vloeistof via de anus.

Korte Koolstofkringloop
Kooldioxide komt in de atmosfeer door verbranding (uitademing levende wezens en verbranding fossiele brandstoffen). Kooldioxide verdwijnt uit de atmosfeer door fotosynthese (groene planten) en oplossing in oceanen. Koolstof (C) is het belangrijkste bouw-element van het leven. Dit is geen toeval, maar komt omdat je er gemakkelijk complexe moleculen mee kunt bouwen.

Lange Koolstofkringloop
Kooldioxide verdwijnt uit de atmosfeer doordat in de oceanen opgelost kooldioxide reageert met calcium en magnesium die vrijkomen door erosie. Het slaat neer op de oceaanbodem als calcium- en magnesiumcarbonaat. Kooldioxide wordt teruggebracht in de atmosfeer door bodemstijging, erosie en vulkanisme.

laparoscoop
Buis, waarmee licht en een kleine videocamera in lichaamsholtes wordt gebracht. Vaak wordt de te bekijken ruimte met CO2-gas gevuld om voldoende ruimte te scheppen om enige 'afstand' tot het te bekijken onderwerp te kunnen nemen.

laxeermiddel
Middel ter bevordering van een snelle lediging van de darmen.

leukocyt
Witte bloedcel. Deze cellen zijn betrokken bij de bestrijding van ziekteverwekkers.

Leven
De kenmerken van levende wezens (organismen) zijn:(1) stofwisseling (waaronder ademhaling en voedselopname), (2) handhaven stabiel inwendig milieu, (3) reageren op prikkels, (4) reproductie (groei en voortplanting) en (5) doodgaan.

licht
Licht is een vorm van electromagnetische straling. Zichtbaar licht heeft golflengten tussen 400 nm (violet) en 800 nm (rood). Onze ogen zijn alleen gevoelig binnen deze grenzen.

Lichtjaar
De afstand die het licht (snelheid = 300.000 km-sec) in 1 jaar aflegt. Dit is ongeveer 10 biljoen km. De afstand tot de dichtsbijzijnde ster (behalve de zon) bedraagt ruim 4 lichtjaar. Ter vergelijking: de zon staat op 8 lichtminuten.

lichtvervuiling
De diffuse verlichting van de nachthemel die ervoor zorgt dat lichtzwakke objecten onzichtbaar worden. Dit strooilicht wordt veroorzaakt door de verlichting van steden, dorpen, wegen en agrarische en industriele bedrijven.

lymfocyt
Een type witte bloedcel dat antilichamen produceert.

maanfasen
De schijngestalten van de maan in de loop van een maand (=omloopperiode van de maan rond de aarde). De belangrijkste zijn: nieuwe maan, eerste kwartier, volle maan, laatste kwartier.

maansverduistering
De maan beweegt door de schaduwkegel van de aarde. De aarde staat tussen de zon en de maan in, het is dus volle maan.

magnitude
Maat voor de helderheid van een hemelobject. Hoe groter het magnitude-getal des te zwakker het object. Per magnitude-eenheid wordt een object ongeveer 2,5 maal zo zwak. De zwakste objecten die met het blote oog zichtbaar zijn, hebben magnitude 5. De helderste sterren hebben magnitude -1.

Melkwegstelsel
Sterrenstelsel waartoe ons zonnestelsel behoort. Het bestaat uit 100 miljard sterren en verder uit stof en gas. De vorm is een afgeplatte schijf met spiraalarmen.

Mesosfeer
(tot 80 km): dalende temperatuur tot -90°C. De absorptie van ultraviolet zonlicht neemt steeds verder af waardoor de temperatuur weer verder daalt.

MRI
Magnetic Resonans Imaging: Beeldvorming met behulp van magnetische resonantie van protonen in waterstofatomen in het lichaam. Dit is de modernste techniek, is niet belastend voor het lichaam en levert de beste plaatjes op. Ze wordt zelfs al bij operaties ingezet.

nadir
Het punt op de hemelbol recht onder de waarnemer (dus niet zichtbaar).

natuurwetenschappen
Wetenschappen die zich bezig houden met de bestudering van de levenloze en levende natuur in al zijn facetten. Afhankelijk van de onderwerpen die bestudeerd worden spreken we van: Biologie, Natuurkunde, Scheikunde, Geologie, Astronomie (=Sterrenkunde).