Kopie van `CMupdate - Begrippenlijst`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.


CMupdate - Begrippenlijst
Categorie: Automatisering
Datum & Land: 07/06/2007, NL
Woorden: 60


Accessibility
Accessibility of toegankelijkheid staat voor de mate waarin een website te gebruiken is door bezoekers met een of meerdere handicaps. De toegankelijkheid van een website kan worden verbeterd door bij de bouw aandacht te besteden aan zaken die voor gehandicapten van belang zijn, zoals bijvoorbeeld het invullen van alt-teksten. Het World Wide Web Consortium (W3C) heeft internationale richtlijnen opgesteld ter verbetering van de toegankelijkheid van websites. In Nederland is het Landelijk Bureau Toegankelijkheid met de website Drempels Weg (http://www.drempelsweg.nl) actief om webbouwers, bedrijven en organisaties bewust te maken van drempels die zij vaak onbewust opwerpen.

Administrator
De administrator van een applicatie of systeem heeft de hoogste privileges. Hij heeft toegang tot alle onderdelen van een systeem en bepaalt welke rechten aan andere personen worden uitgereikt.

Aggregatie
Het op één plaats verzamelen van content van meerdere bronnen.

API
Application Programming Interface.Interface waarmee door programmeurs geschreven software met standaard softwarepakketten kunnen communiceren.

ASP
Active Server Pages ofwel ASP is de naam van de webapplicatie ontwikkelomgeving van Microsoft. ASP maakt onderdeel uit van de Microsoft Internet Information Server (IIS) en is tegenwoordig ingebed in .NET onder de naam ASP.NET.

ASP model
Application Server Provider. Een aanbieder die zijn of andermans applicatie niet verkoopt maar verhuurt waarbij de aanbieder applicatiebeheer en onderhoud verzorgt.

Authenticatie
Er is sprake van authenticatie wanneer wordt gecontroleerd of een gebruiker die zich aanmeldt bij een systeem ook werkelijk degene is die hij zegt te zijn. Authenticatie gaat vaak samen met autorisatie bij het controleren van toegang tot systemen. Er zijn verschillende methoden van authenticatie. De meest gebruikte is de gebruikersnaam-wachtwoord combinatie. Een veiligere manier om vast te stellen of de juiste persoon toegang krijgt tot een systeem is bijvoorbeeld het gebruik van een digitaal certificaat of digitale handtekening. Traditionele authenticatiemethoden zijn gebaseerd op drie kenmerken: wat je weet, wat je hebt en wat je bent. Naast gebruikersnaam en wachtwoord gebruik worden gemaakt van pinpasnummers, smart cards, vingerafdruk- en irisscantechnologie. Het beheer van processen die te maken hebben met authenticatie en autorisatie noemt men identity management.

Authoring
Content productie, het toevoegen van nieuwe content aan het CMS.

Check in/check out
Het in- en uitchecken van content gebeurt om te voorkomen dat content gelijktijdig door verschillende personen kan worden bewerkt. Door content uit te checken wordt er een lock op het bestand geplaatst waardoor iemand anders daarin geen wijzgingen kan aanbrengen. Een goed locking mechanisme kan gebruikers informatie bieden over wie de content in gebruik heeft een middelen aanreiken om de huidige gebruiker te vragen de content vrij te geven.

Classificatie
Classificatie is het sorteren van zaken in voorgedefinieerde categorieën. Een voorbeeld van een systeem waar classificatie wordt toegepast is een supermarkt waar de producten op productsoort, producttype en merknaam staan uitgestald in vakken. Het doel van classificatie is om een vereenvoudigde structuur aan te brengen in de relatie tussen objecten ten opzichte van elkaar en ten opzichte van soortgelijke objecten. De vereenvoudigde structuur kan vervolgens worden gebruikt om business rules op te stellen.

COM
Component Object Model (COM en COM+), Software-architectuur die het mogelijk maakt om applicaties op basis van binaire software componenten te bouwen.

Content
Content ofwel heeft betrekking op alle objecten die een bezoeker van een website kan tegenkomen. Dat kan zijn tekst, (bewegend) beeld of geluid. Bij het gebruik van een CMS wordt vaak onderscheid gemaakt tussen statische en dynamische content.

Content repository
Een content repository heeft betrekking op de manier waarop content wordt opgeslagen. Dat kan zijn in XML of in een database.

CPU
Central Processing Unit. De processor van pc of server.

CSS
Cascading Style Sheets. Style sheets beschrijven hoe een document wordt getoond. Door gebruik van style sheets kan de presentatie van een document worden gewijzigd zonder de code van het document aan te passen.

CSV
Comma Separated Value. Tekstbestand (ASCII) waarin elke regel een record vertegenwoordigd, van elkaar gescheiden door een komma.

DHTML
Dynamic HTML. DHTML wordt gebruikt om de combinatie van HTML, stylesheets en scripts waarmee onderdelen van webpagina 's bewegelijk worden gemaakt aan te duiden.

DTD
Document Type Definition. In een DTD wordt de definitie van een XML-document vastgelegd.

Editor
De editor is de Engelse benaming voor de gebruikersinterface (GUI of Graphic User Interface) die redacteuren in staat stelt om content (en de structuur waarin de content wordt gepresenteerd) aan te passen. De meest gangbare cms'en hebben als interface zogenoemde webformulieren. Webformulieren hebben echter zo hun beperkingen en er zijn derhalve ook andere editors die maar WYSIWYG (What You See Is What You Get) functionaliteit bieden. In sommige CMS'en kan MS Word worden gebruikt als editor.

Flat file
Statische bestanden op een server. In tegenstelling tot bij een dynamisch gegenereerde site, wordt geen informatie uit een database opgevraagd.

FTP
File Transfer Protocol.Protocol voor bestandsoverdracht via internet.

Granulariteit
Begrip waarmee de mate detaillering van de componenten wordt aangeduid. Bij een te geringe granulariteit, is er sprake van onvoldoende differentiatie tussen de diverse componenten.

GUI
Graphical User Interface. Grafische gebruikers interface, het scherm waarmee de gebruiker werkt.

HTML
Hyper Text Markup Languange. Protocol voor de weergave van documenten op het WWW.

JavaScript (ECMA Script 262)
JavaScript is een client-side, objectgeoriënteerde scriptingtaal. JavaScript wordt voornamelijk gebruikt om objecten in een webpagina te manipuleren.

JDBC
Java Database Connectivity. Door Sun ontwikkelde interface voor koppeling tussen Java-applicaties en database management systemen.

LDAP
Lightweight Directory Access Protocol. Protocol voor toegang tot een database met bijvoorbeeld adresgegevens.

Load Balancing
Het verdelen van de belasting van één server over twee of meer servers.

Metadata
Metadata zijn gegevens die zijn toegevoegd aan een contentcomponent. Metadata geven extra informatie over content. Dat kan een samenvatting zijn of trefwoorden die gebruikt worden door zoekmachines, copyright informatie of informatie over de vervaldatum van de content enzovoort.

MIME-type
Multipurpose Internet Mail Extensions. Formaat voor e-mail berichten.

NewsML
News Markup Language. Speciaal voor de nieuwsindustrie ontwikkelde vorm van XML. Zie ook NITF.

NITF
News Industry Text Format.Speciaal voor de nieuwsindustrie ontwikkelde vorm van XML

ODBC
Open DataBase Connectivity. Een interface waarmee het mogelijk is om diverse databasesystemen met een gemeenschappelijke taal te benaderen.

ODMA
Open Document Management API.Standaard interface voor het beheren van documenten. Gebruikers kunnen met ODMA documenten beveiligd opslaan, terughalen en delen.

Open source
De term Open source wordt gebruikt voor software die kosteloos beschikbaar en te gebruiken is onder voorwaarden die garanderen dat het recht op vrij lezen, distribueren, wijzigen en gebruiken van de software blijft gehandhaafd. De ontwikkeling van open source software is afhankelijk van een kritische massa aan gebruikers. In de markt van CMS'en bestaan diverse open source oplossingen. Deze zijn met name ontstaan uit onvrede over de ondersteuning en versie compatibiliteit van andere oplossingen.

Personalisatie
Het begrip personalisatie wordt gebruikt wanneer er sprake is van op de specifieke bezoeker toegesneden content. Er bestaan verschillende vormen van personalisatie: (1) Op basis van een profiel. Op basis van het bezoekgedrag en de voorkeuren van een groep bezoekers worden profielen samengesteld. Bezoekers die vervolgens aan zo'n profiel beantwoorden krijgen de bij dat profiel behorende content voorgeschoteld. (2) Op basis van voorkeuren. Aan de hand van door de bezoeker expliciet opgegeven voorkeuren wordt bepaalde content getoond. (3) Op basis van gedrag. Aan de hand van individueel bezoekgedrag wordt het contentaanbod afgestemd op de interesses van de bezoeker. Personalisatie is lange tijd gezien als de heilige graal voor de marketeer, omdat immers de producten en diensten exact zouden kunnen worden afgestemd op de behoefte van de consument. De ervaring heeft echter geleerd dat de kosten en moeite die gepaard gaan met het fijnafstemmen van het aanbod op de vraag niet altijd in verhouding staan tot de opbrengsten. CMS-leveranciers leveren in de regel slechts beperkte functionaliteit op het gebied van personalisatie en laten dit over aan meer gespecialiseerde bedrijven.

PHP
Open source scriptingtaal. Zie ook ASP.

Productieserver
Server waarop de website staat die door bezoekers kan worden benaderd. Voor ontwikkel- en testdoeleinden wordt niet gebruik gemaakt van de productieserver, maar van de ontwikkel- c.q. testserver. Redacteuren maken veelal gebruik van een staging server. Op de staging server wordt de content bewerkt, voordat deze wordt doorgezet naar de productieserver.

RCS
Revision Control System. Software voor versiebeheer. Bij het publiceren van gewijzigde versies van een bestand worden alleen de wijzigingen opgeslagen en niet de gehele pagina, waardoor weinig schijfruimte gebruikt wordt.

Roll Back
Terugdraaien van een aangebrachte wijziging op de site door het opnieuw publiceren van een oude versie van een eerder document. Het principe kan ook worden toegepast bij wijzigingen in de vormgeving, templates en applicatie.

RSS
RSS (Rich Site Summary of Really Simple Syndication) is een door Netscape ontwikkelde methode om met XML als basis nieuws van verschillende bronnen tussen websites uit te wisselen. Zie ook Syndicatie.

RTF
Rich Text Format.Microsoft formaat voor tekstopmaakcodes, deels vergelijkbaar met HTML

Schaalbaarheid
Scalability of schaalbaarheid duidt op het vermogen van een softwareproduct om mee te groeien wanneer het gebruik en-of het aantal gebruikers van het product groeit. Een product is schaalbaar wanneer zonder aanpassingen aan de software in plaats van 10, 100 of 1000 gebruikers kunnen worden bediend.

Scheduling
Scheduling duidt op de mogelijkheid om een publiceer- en vervaldatum aan een publicatie mee te geven. Deze mogelijkheid is erg handig omdat het de mogelijkheid biedt om de site actueel te houden zonder dat je daarvoor op datum-tijdstip van publicatie aanwezig hoeft te zijn. Je kunt daardoor vooruit werken aan publicaties, terwijl publicaties waarvan de uiterste houdbaarheidsdatum is verstreken automatisch van de site verdwijnen.

SGML
Standard Generalized Markup Language. SGML is een internationaal geaccepteerde standaard die wordt gebruikt voor grote (veelal technische) documentatieprojecten.

Sitemap
Een sitemap is een vereenvoudigde (vaak) visuele weergave van de site. Een sitemap biedt de mogelijk om in een oogopslag de structuur van een site te doorgronden en door te klikken naar onderdelen van de site. Sommige CMS'en bieden de mogelijkheid om automatisch een sitemap te samen te stellen.

SMIL
Synchronized Multimedia Integration Language. Spreek uit als smile.HTML-achtige programmeertaal, gebruikt voor creëren van interactieve, audiovisuele presentaties.

SOAP
Simple Object Access Protocol. Netwerkprotocol van Microsoft waardoor softwareobjecten die in verschillende talen zijn ontworpen of op verschillende besturingssystemen draaien met elkaar kunnen communiceren.

SQL
Structured Query language. Taal waarmee toegang tot data in databases wordt verkregen.

SSL
Secure Sockets Layer. Door Netscape ontwikkeld protocol voor het verzenden van vertrouwelijke informatie via internet.

Staging server
In afgeschermde omgeving geplaatste server waarop content voor publicatie wordt geplaatst om inhoud en uiterlijk te testen en eventueel te wijzigen. Een staging server wordt gebruikt voor het bewerken van content voordat deze wordt gepubliceerd op de live server. Het scheiden van de productie- van de staging omgeving wordt gedaan om eventuele onderlinge afhankelijkheid tussen bezoekers en productiemedewerkers (redacteuren) te vermijden en zodoende kwaliteit van het publicatieproces te optimaliseren.

Statisch publiceren
Voordat er CMS'en bestonden was het alleen mogelijk om middels ftp of telnet bestanden op een webserver te plaatsen. Alle pagina's die door bezoekers werden opgevraagd stonden reeds kante n klaar op de server. Met de komst van CMS'en werd het mogelijk om (delen van de content) ook dynamisch te publiceren op het moment dat de bezoeker daarom vroeg. Alle content dynamisch publiceren is echter een methode die veel performance van de systemen vraagt. Het gebeurt om deze reden nog veelvuldig dat een website via een CMS dynamisch wordt gegenereerd, maar vervolgens wordt gekopieerd naar een statische omgeving. De mogelijkheden om personalisatie toe te passen zijn bij deze manier van publiceren beperkt.

Syndicatie
Het verspreiden van dezelfde content over meerdere websites. Outbound syndicatie is syndicatie naar naar publieke websites. Inbound syndicatie is syndicatie naar een intranet of extranet.

Tag
Een tag is een algemene term voor een code die wordt gebruikt om tekstelementen op eenduidige wijze te voorzien van extra informatie, die kan worden gebruikt voor automatische verwerking van die tekstelementen.

Template
Een template is een normaal HTML bestand,waarin markeringen zijn opgenomen om de plaats aan te geven waar informatie moet worden vervangen.

Versiebeheer
De term versiebeheer (versioning) wordt gebruikt voor een mechanisme dat er voor zorgt dat in een systeem wordt bijgehouden welke wijzingen er plaats hebben in de content en-of in de programmeercode. Een goed versiebeheersysteem biedt de mogelijkheid om terug te gaan naar eerdere versies (rollback). Versiebeheer maakt het ook mogelijk om gebruik te maken van scheduling waarbij een document meerdere versies kan hebben met een verschillende status (bijvoorbeeld de status "gepubliceerd" of de status "concept"). Ook als er sprake is van personalisatie dan kunnen er meerdere versies van een origineel bestaan.

Workflow
Workflow heeft betrekking op de content life cycle creatie, publicatie en archivering. In een typische CMS workflow worden de rollen en rechten van deelnemers aan publicatieproces (redacteuren, eindredacteuren, vormgevers, programmeurs) vastgelegd. In de workflow is vastgelegd wie wat in welk stadium mag doen. Vaak wordt middels e-mail een notificatie gestuurd wanneer een document een stap verder in de workflow is gebracht (of een stap terug). Het instellen van workflow zorgt ervoor dat verantwoordelijkheden bij de juiste personen wordt gelegd en publicatie volgens een georganiseerd proces plaats vindt.

WYSIWYG
What You See is What You Get. Weergave van gegevens op een dusdanige wijze dat het een natuurgetrouwe weergave is van de uiteindelijke (online) publicatie.

XML
eXtensible Markup Language.XML is een vereenvoudigde versie van een veel oudere opmaaktaal: SGML XML beschrijft documenten die gestructureerde informatie bevatten.

XSL
Extensible Stylesheet Language.Style Sheet scriptingtaal voor opmaak binnen XML.