Kopie van `Universiteit Utrecht - low density lipoprotein oxidation`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.


Universiteit Utrecht - low density lipoprotein oxidation
Categorie: Medisch > Hart- en vaatziekten
Datum & Land: 06/07/2007, NL
Woorden: 14


Apolipoproteïnen
Lipoproteïnen zijn bolvormige eiwitten die in hun kern cholesterol esters en triglyceriden vervoeren. De kern is omgeven door een laag van fosfolipiden en cholesterol. Deze laag bevat tevens zogenaamde apolipoproteïnen. Apolipoproteïnen hebben een belangrijke functie als stabilisator van een lipoproteïne en spelen ook een rol bij de herkenning van speciale eiwitten (receptoren) op cellen waaraan de lipoproteïnen kunnen binden. De cellen kunnen vervolgens het lipoproteïne opnemen of alleen een bestanddeel ervan.

atherosclerose
de verharding en verdikking van de bloedvatwand en een verminderde elasticiteit van het bloedvat waardoor vernauwing van het bloedvat optreedt. Een verstopt bloedvat kan een hartinfarct veroorzaken

Bloedplaatjes
Bloedplaatjes zijn kleine bloedcellen die worden geproduceerd door megakaryocyten.

Familiaire hypercholesterolemie
Familiaire hypercholesterolemie is een erfelijke aandoening die wordt veroorzaakt door mutaties in het gen voor de apoB-E receptor. In het algemeen leidt een dergelijke mutatie tot een verlaagd aantal LDL-bindende receptoren op een cel. Wanneer LDL niet snel genoeg door cellen kan worden opgenomen door een verlaagd aantal apoB-E receptoren op het celoppervlak, blijft het in de bloedbaan circuleren en wordt de concentratie LDL 2 tot 3 keer hoger dan normaal.

fibrine
Het eindproduct van bloedstolling is fibrine, een polymeer dat door het bloedplaatjesprop geweven wordt voor versteviging.

fibrinogeen
De interactie van bloedplaatjes onderling met als resultaat verklontering wordt bewerkstelligd door fibrinogeen dat tegelijkertijd kan binden aan de receptor alpha IIb beta 3 op verschillende bloedplaatjes.

Geoxideerd LDL (oxLDL)
Wanneer LDL niet snel genoeg door cellen kan worden opgenomen door een verlaagd aantal apoB-E receptoren op het celoppervlak, blijft het in de bloedbaan circuleren en wordt de concentratie LDL 2 tot 3 keer hoger dan normaal. Een verlenging van de verblijfsduur in de bloedbaan heeft tot gevolg dat LDL voldoende tijd heeft om zich in de bloedvatwand te nestelen waar het vervolgens geoxideerd kan worden. Geoxideerd LDL (oxLDL) is een gevaarlijke vorm van LDL en wordt door het lichaam als lichaamsvreemd beschouwd.

Hart- en vaatziekten
Hart- en vaatziekten zijn vandaag de dag een van de belangrijkste doodsoorzaken in de Westerse wereld. Deze ziekten ontwikkelen zich wanneer o.a. vet en kalk zich in de bloedvatwand afzetten. Het resultaat is de verharding en verdikking van de bloedvatwand en een verminderde elasticiteit van het bloedvat waardoor vernauwing van het bloedvat optreedt. Dit proces wordt atherosclerose genoemd.

HDL
HDL is een afkorting voor een cholesterol-vervoerend lipoproteine met een hoge dichtheid. Hoge concentraties HDL zijn geassocieerd met een verlaagd risico voor de ontwikkeling van hart- en vaatziekten.

Lipoproteïnen
Cholesterol is nodig voor de opbouw van celmembranen (de wand van een cel) en voor de aanmaak van hormonen, galzuren, en vitamines. Omdat cholesterol niet oplosbaar is in een waterige omgeving zoals de bloedbaan, wordt cholesterol verpakt in zogenaamde lipoproteïnen. De naam lipoproteïne is afgeleid van de woorden lipo (= vet) en proteïne (= eiwit). Lipoproteïnen zijn bolvormige eiwitten die in hun kern cholesterol esters en triglyceriden vervoeren. De kern is omgeven door een laag van fosfolipiden en cholesterol. Er zijn verschillende lipoproteïnen geïdentificeerd, namelijk chylomicronen, VLDL, IDL, LDL, en HDL. De identificatie is gebaseerd op dichtheid, grootte, en samenstelling.

Macrofagen
Macrofagen zijn cellen die lichaamsvreemde stoffen opruimen.

megakaryocyt
De naam megakaryocyt is afgeleid van de woorden mega (= groot) en karyos (= kern) en beschrijft een cel met een grote kern die een veelvoud aan DNA bevat. Bloedplaatjes zijn kleine bloedcellen die worden geproduceerd door megakaryocyten. Bloedplaatjes hebben geen kern en zijn in rustende toestand schijfvormig. Door activatie verandert de schijfvormige gedaante van het bloedplaatje in een stekelige vorm met uitsteeksels. Bloedplaatjes circuleren in de bloedbaan gedurende 8 tot 10 dagen. De cellen zijn belangrijk bij het stelpen van een bloeding na een beschadiging van een bloedvatwand. Onder normale omstandigheden circuleren bloedplaatjes in de bloedbaan zonder vast te plakken aan de cellen van de bloedvatwand. Wanneer een bloedvat beschadigd raakt, wordt de binnenkant van het bloedvat, het subendotheel, blootgesteld aan de bloedstroom. Bloedplaatjes hechten zich aan het subendotheel, raken in geactiveerde toestand, en kunnen vervolgens andere bloedplaatjes in het bloed aantrekken en binden. Dit leidt tot verklontering van de bloedplaatjes en resulteert in de vorming van een bloedplaatjesprop die de wond dicht en bloedverlies voorkomt.

Schuimcel
Macrofagen zijn cellen die lichaamsvreemde stoffen opruimen. Deze cellen nemen oxLDL op door middel van scavenger receptoren. In tegenstelling tot de apoB-E receptor wordt de hoeveelheid scavenger receptoren niet verlaagd wanneer een macrofaag voldoende oxLDL bevat. De opname van oxLDL door een macrofaag is dus `oneindig`. De ongeremde opname van oxLDL leidt tot een ophoping van vet in de cellen en verandert de macrofagen in zogenaamde `schuimcellen`. Schuimcellen zijn karakteristiek voor de eerste ontwikkeling van een atherosclerotische lesie.

subendotheel
de binnenkant van een bloedvat. Wanneer een bloedvat beschadigd raakt, wordt de binnenkant van het bloedvat, het subendotheel, blootgesteld aan de bloedstroom. Bloedplaatjes hechten zich aan het subendotheel, raken in geactiveerde toestand, en kunnen vervolgens andere bloedplaatjes in het bloed aantrekken en binden. Dit leidt tot verklontering van de bloedplaatjes en resulteert in de vorming van een bloedplaatjesprop die de wond dicht en bloedverlies voorkomt.