Kopie van `Infomil begrippen`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.


Infomil begrippen
Categorie: Milieu
Datum & Land: 06/08/2007, NL
Woorden: 75


Aaneengesloten gebied
Hiermee wordt bedoeld dat projecten niet kunnen worden gesplitst teneinde deelprojecten te creëren met een lager aantal woningen dan de drempelwaarde. Het heeft ook geen zin om dergelijke projecten in verschillende gemeentes te plannen. Bij de projecten hoort ook de infrastructuur die moet worden aangelegd ten behoeve van het bouwproject. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in de uitspraken van 9 juni 2004, nrs. 200303896-1, 200303897-1 en 200303898-1 aangegeven wat volgens haar onder de term ‘aaneengesloten gebied’ dient te worden verstaan: ‘Uit de Nota van Toelichting bij de wijziging van het Besluit milieu-effectrapportage 1994 (Stb. 1999, 224) volgt dat met de zinsnede "in een aaneengesloten gebied" bedoeld is aan te geven dat bij de beoordeling of voor een woningbouwproject voor een dergelijk gebied, dat de gestelde drempelwaarde overschrijdt een MER moet worden gemaakt, de deelprojecten waar dit woningbouwproject uit bestaat niet afzonderlijk maar in samenhang met elkaar moeten worden bezien. Gelet op het doel waartoe deze zinsnede in het Besluit m.e.r. 1994 is opgenomen, kan naar het oordeel van de Afdeling onder omstandigheden ook voldaan zijn aan het daarin gestelde vereiste indien plangebieden die deel uitmaken van één woningbouwproject niet direct aaneensluiten maar een zodanige geografische samenhang vormen dat de milieu-effecten van dit project worden gebundeld en elkaar versterken.’

aardgasequivalent
De hoeveelheid aardgas (in m3) die bij verbranding evenveel warmte oplevert als een gegeven hoeveelheid van een andere brandstof. De vergelijking wordt gemaakt op onderwaarde (dus exclusief de condensatiewarmte van waterdamp die bij verbranding ontstaat). Bijvoorbeeld: 1 liter huisbrandolie = 1,14 m3 aardgasequivalent.

AB
Afdeling Bestuursrechtspraak

Afvalpreventie
De zorg voor een doelmatig beheer van afvalstoffen en de zorg voor een zuinig gebruik van grondstoffen. Dit kan worden bereikt doorvoorkomen dan wel het beperken van het ontstaan van afvalstoffen (inclusief afvalwater) en het verminderen van de milieuschadelijkheid van afvalstoffen. Intern hergebruik wordt meegenomen, extern hergebruik niet.

Afvalscheiding
De zorg voor een doelmatig beheer van afvalstoffen. Dit kan worden bereikt doorzoveel mogelijk vanaf de bron scheiden, gescheiden houden en gescheiden afgeven van afvalstoffen.

afvalstoffen
Alle stoffen, preparaten of andere producten die behoren tot de categorieën die zijn genoemd in bijlage I bij richtlijn nr. 75-442-EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 15 juli 1975 betreffende afvalstoffen, waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen

agrarische bestemming
Onder `agrarische bestemming’ moeten gronden worden verstaan met een in het bestemmingsplan vastgelegde, uitsluitend agrarische bestemming. Gronden die daarnaast nog een andere bestemming hebben, zoals een natuurwetenschappelijke of landschappelijke bestemming, vallen er niet onder. Alle agrarische bestemmingen met een bepaalde toevoeging vallen dus niet onder het begrip `agrarische bestemming’.

autosnelweg
In de Europese Overeenkomst wordt een autosnelweg gedefinieerd als een weg die speciaal is ontworpen en aangelegd voor verkeer met motorvoertuigen, zonder uitwegen naar aanliggende percelen, en die
1 behalve op bepaalde plaatsen of tijdelijk is voorzien van gescheiden rijbanen voor beide verkeersrichtingen, welke rijbanen van elkaar gescheiden zijn hetzij door een strook die niet voor het verkeer is bestemd, hetzij, bij uitzondering, op andere wijze;
2 geen andere weg, geen spoor- of tramweg of voetpad gelijkvloers kruist; en
3 door speciale verkeerstekens als autosnelweg is aangeduid. Met het laatste vereiste worden de landelijke verkeerstekens bedoeld.

autoweg
een voor autoverkeer bestemde weg die alleen toegankelijk is via knooppunten of door verkeerslichten geregelde kruispunten en waarop het verboden is te stoppen of te parkeren of indien de weg is aangeduid door bord G3 van bijlage I van het Reglement verkeerstekens en verkeersregels (RVV 1990) (verder RVV).

Awb
Algemene wet bestuursrecht

Baggerspecie
Blijkens de toelichting bij het Besluit m.e.r. kent baggerspecie een eigen classificatie. De normering van baggerspecie is gebaseerd op een risicobenadering, waarbij klasse 4 het hoogste, potentiële risico verwoordt. Het storten van baggerspecie van de klasse 0, 1 of 2 is niet m.e.r.-plichtig. Indien baggerspecie een gevaarlijke afvalstof is als bedoeld in het Eural (de Europese afvalstoffenlijst), valt zij overigens in categorie 18.2 (gevaarlijke afvalstoffen).

BBT
Beste beschikbare technieken: Voor het bereiken van een hoog niveau van bescherming van het milieu meest doeltreffende technieken om de emissies en andere nadelige gevolgen voor het milieu, die een inrichting kan veroorzaken, te voorkomen of, indien dat niet mogelijk is, zoveel mogelijk te beperken, die – de kosten en baten in aanmerking genomen – economisch en technisch haalbaar in de bedrijfstak waartoe de inrichting behoort, kunnen worden toegepast, en die voor degene die de inrichting drijft, redelijkerwijs in Nederland of daarbuiten te verkrijgen zijn (artikel 1.1 lid 1 Wm). De BBT zijn vergelijkbaar met de stand der techniek. Voor IPPC-bedrijven zijn de BBT specifiek vastgelegd in de BREFs.

Bebouwde kom
Het begrip ‘bebouwde kom’ is in de m.e.r.-regelgeving niet nader toegelicht. Per gemeente wordt door de raad een kaart vastgesteld waarop de grenzen van de bebouwde kom worden ingetekend.

Bevestigingsbrief
Schriftelijke weerslag van de tussen het bevoegd gezag en het bedrijf gemaakte afspraken, bijvoorbeeld over nadere invulling van de voorschriften uit de 8.40-amvb.

BMP
Bedrijfsmilieuplan

BREF
BBT referentiedocument. Dit is een in Europees verband vastgesteld document waarin de BBT wordt beschreven die specifiek zijn voor een bepaalde branche of activiteit. Met dit document dient rekening te worden gehouden bij het bepalen van BBT voor installaties die vallen onder de IPPC-richtlijn.

Bruto-oppervlakte
de oppervlakte van het bedrijfsterrein, inclusief de oppervlakte van bijvoorbeeld de geluidszonering, de veiligheidszonering en de infrastructuur. - De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in haar uitspraak van 13 oktober 1998, nr. E01.95.0257, AB 1999- 71 (Rijderbos) aangegeven, dat in het geval van een drempelwaarde die een oppervlakte inhoudt, altijd dient te worden uitgegaan van de bruto oppervlakte, inclusief (geluids)zoneringen.

Buisleiding
Blijkens de toelichting bij het Besluit m.e.r. 1994 wordt in kader van de categorieën C 8 en D 8.1 t-m D 8.3 met het begrip buisleiding het volgende bedoeld: het gaat in deze categorieën om enerzijds de industriële installaties voor het transport van gas, olie of chemicaliën Anderzijds gaat het om de industriële installaties voor het transport van gas, olie, chemicaliën, aardgas, water, afvalwater of stroom. De categorie heeft dan ook betrekking op de leidingen en de bijbehorende pompgebouwen.

Chemische behandeling
Chemische behandeling wordt volgens de toelichting bedoeld als fysisch-chemische behandeling in categorie D 9 van Bijlage IIA van de EU Kaderrichtlijn Afvalstoffen.

coaten vs overspuiten
Overspuiten wordt buiten de fabriek of op een andere plaats dan de oorspronkelijke fabricagelijn uitgevoerd. Bij overspuiten gaat het vaak om herstelwerk, bij coaten om het aanbrengen van de eerste coatinglaag op een nieuw product.

Convenant
Afspraak tussen (in dit geval) overheid en bedrijfsleven met een zekere juridische binding. De binding hangt af van de inhoud en de bedoeling van de bij het convenant betrokken partijen.

dijkringgebied
een gebied dat door een stelsel van waterkeringen beveiligd moet zijn tegen overstroming, in het bijzonder bij hoge stormvloed, bij hoog opperwater van een van de grote rivieren, bij hoog water van het IJsselmeer of bij een combinatie ervan.

EBP
Energiebesparingsplan

EEP
Energie-efficiencyplan

EIA
Energie InvesteringsAftrek

Energiebesparing
De zorg voor een zuinig gebruik van energie. Dit kan worden bereikt door zo efficiënt mogelijk om te gaan met energie. De inzet van duurzame energie ter vervanging van primaire energie (opgewekt door fossiele brandstoffen), valt niet onder het begrip energiebesparing.

EPA
Energie Prestatie Advies

EPC
Energieprestatiecoëfficiënt - Coëfficiënt die de energieprestatie van een nieuwbouw woning of utiliteitsgebouw aangeeft. Deze coëfficiënt wordt berekend op basis van de gebouweigenschappen, de gebouwgebonden installaties en een gestandaardiseerd bewoners-gebruikersgedrag. De EPN geeft de normering aan volgens welke de EPC moet worden berekend.

EPN
Energieprestatienormering - Normering voor de berekening van de energieprestatie van een nieuw gebouw of nieuwe woning

EPS
Energie Potentieel Scan

Eural
Europese afvalstoffenlijst

Faciliteiten
De installaties binnen een inrichting waar niet een eind- of tussenproduct wordt bewerkt of vervaardigd en die geen onderdeel zijn van het gebouw. Voorbeelden zijn een stoomketel, een persluchtcompressor of een koelinstallatie. Let wel: deze definitie is ook van toepassing op installaties of activiteiten die niet gekoppeld zijn aan een industrieel of ambachtelijk productieproces (en geen onderdeel uitmaken van een gebouw). Voorbeelden zijn terreinverlichting, grootkeuken-apparatuur, een autowasstraat, een gemaal of een rwzi.

Gebouw
Een gebouw in de zin van de Woningwet inclusief de gebouwinstallatie zoals bedoeld in 2.1.9 van NEN 2580:1991 inclusief de warmtapwatervoorziening.

Gevaarlijke afvalstoffen
In de toelichting bij het Besluit m.e.r. 1994 wordt ten aanzien van ondermeer relevante begrippen verwezen naar het BAGA (Besluit aanwijzing gevaarlijke afvalstoffen). Sinds 8 mei 2002 is echter de Eural (de Europese Afvalstoffenlijst, is een ministeriële regeling) in plaats gekomen van drie Nederlandse regelingen: Het Besluit aanwijzing gevaarlijke afvalstoffen (BAGA), de Regeling aanwijzing gevaarlijke afvalstoffen (RAGA) en de Regeling aanvulling aanwijzing gevaarlijke afvalstoffen (RAAGA). Hiermee zijn de Europese beschikkingen met betrekking tot de Eural en hiermede de Europese definitie van ‘gevaarlijke afvalstoffen’ volledig omgezet in Nederland Recht. Blijkens artikel 3 van de Eural dient onder het begrip ‘gevaarlijke afvalstoffen’in dit verband te worden verstaan: Als gevaarlijke afvalstoffen in de zin van artikel 1.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer (bij ministeriële regeling als zodanig aangewezen afvalstoffen, met inachtneming van ter zake voor Nederland verbindende verdragen en van besluiten van volkenrechtelijke organisaties), worden in ieder geval aangewezen de afvalstoffen die in de afvalstoffenlijst met een asterisk worden aangeduid. Om na te gaan of in uw geval er sprake is van ‘gevaarlijke afvalstoffen’ kunt u contact opnemen met: 030 – 214 7979 (Helpdesk-afvalbeheer).

GFT
Groente-, fruit- en tuinafval

GRP
Gemeentelijk rioleringsplan

Hennen
Onder hennen worden in het Besluit m.e.r. de volgende dieren verstaan: Opfokhennen (Rav cat. E.1); Hanen van legrassen, jonger dan 18 weken (Rav cat. E.1); Legkippen en (groot)ouderdieren van legrassen (Rav cat. E.2).

Hoofdvaarweg
Een hoofdvaarwegis volgens de definitiebepalingen in onderdeel A van de bijlage van het Besluit m.e.r.: een waterweg, waarvoor een vaarverbinding is aangegeven op een kaart van indicatieve en limitatieve hoofdvaarwegverbindingen, die behoort tot een van kracht zijnde planologische kernbeslissing.

hoofdweg
een weg, waarvoor een verbinding is aangegeven op een kaart van indicatieve en limitatieve hoofdwegverbindingen, die behoort tot een van kracht zijnde planologische kernbeslissing

Inrichting
Elke door de mens bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, ondernomen bedrijvigheid die binnen een zekere begrenzing pleegt te worden verricht (artikel 1, lid 1 Wm).

Inwonersequivalent
Het begrip ‘inwonersequivalent’ is gedefinieerd in artikel 1.1, eerste lid van de Wm. Hier wordt onder verstaan: de gemiddelde verontreiniging via het afvalwater door één persoon per etmaal.

IPPC-richtlijn
Richtlijn 96-61-EG van de Raad van 24 september 1996 inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging (Publicatieblad nr L 257 van 10-10-1996)

Ivb
Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer

kWh
Kilo Watt uur

LAP
Landelijk afvalbeheersplan

Mesthoenders
Onder mesthoenders worden in het Besluit m.e.r. de volgende dieren verstaan: Vleeskuikens (Regeling Ammoniak en veehouderij (verder Rav) cat. E.5); Ouderdieren van vleeskuikens in opfok (Rav cat. E.3); Ouderdieren van vleeskuikens (Rav cat. E.4).

Mestvarkens
Onder mestvarkens worden in het Besluit m.e.r. de volgende dieren verstaan: Vleesvarkens.

MJA
Meerjarenafspraak energie-efficiency

Nadere eis
In Wm en 8.40-amvb´s vastgelegde bevoegdheid om amvb-voorschrift nader te concretiseren of aanvullende eisen te stellen in het belang van de bescherming van het milieu.

Netto-oppervlakte
de oppervlakte van het bedrijfsterrein-glastuinbouwgebied - De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in haar uitspraak van 13 oktober 1998, nr. E01.95.0257, AB 1999- 71 (Rijderbos) aangegeven, dat in het geval van een drempelwaarde die een oppervlakte inhoudt, altijd dient te worden uitgegaan van de bruto oppervlakte, inclusief (geluids)zoneringen.

Onzekere maatregelen
Redelijke maatregelen (zie definitie) die in het plan van aanpak als ‘onzeker’ zijn opgenomen. Dit zijn maatregelen waarvan de haalbaarheid nog nader onderzocht moet worden. Maatregelen mogen niet op grond van afwijkende bedrijfsinterne definities van rendabel (zoals het hanteren van een kortere termijn, bijvoorbeeld 2 jaar) als onzeker worden gekwalificeerd.

primaire waterkering
een waterkering, die beveiliging biedt tegen overstroming doordat deze ofwel behoort tot het stelsel dat een dijkringgebied - al dan niet met hoge gronden omsluit, ofwel vóór een dijkringgebied is gelegen.

Processen
Het samenstelsel van installaties binnen een inrichting die deel uitmaken van een industrieel of ambachtelijk productieproces en waar een eind- of tussenproduct wordt bewerkt of vervaardigd.

recreatieve voorziening
Onder het Besluit m.e.r. vallen zowel voorzieningen die door de overheid als door particulieren worden aangelegd. Gedacht kan worden aan omvangrijke projecten zoals: pretparken, themaparken, skibanen, vakantiedorpen, hotelcomplexen buiten stedelijke zones met bijbehorende voorzieningen, havens voor pleziervaart (hier is een aparte categorie voor namelijk C 10.3 en D 10.3), permanente kampeer- en caravanterreinen, grootschalige voorzieningen voor manifestaties, evenementen en tentoonstellingen.

Redelijke maatregelen
Maatregelen die zich in vijf jaar of minder terugverdienen, tenzij er (niet-financiële) redenen zijn waarom de maatregel niet inpasbaar is in de bedrijfsvoering of een onaanvaardbaar effect heeft op een ander milieucompartiment. Maatregelen die niet kostenbesparend zijn, maar wel kosteneffectief, kunnen ook redelijk zijn. De investering moet dan in redelijke verhouding staan tot de milieuwinst die met de maatregel te halen is.

Rivierdijk
In onderdeel A van de bijlage van het Besluit m.e.r. wordt een rivierdijk als volgt omschreven: een primaire waterkering in het benedenrivierengebied langs of in de Hollandsche IJssel, de Lek, de Boven Merwede, de Beneden Merwede, de Nieuwe Merwede, de Biesbosch, het Steurgat, De Bergsche Maas, de Amer, de Noord, de Dordtse Kil, het Wantij, de Oude Maas, de Nieuwe Maas of het Spui; een andere dan in onderdeel a genoemde primaire waterkering, met uitzondering van zee- of deltadijken Zowel in de formulering onder a als onder b betreft het een primaire waterkering als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de Waterkering (wet van 21 december 1995- Staatsblad 1999, 30). Voorts gaat het in a om primaire waterkeringen langs en in de in a specifiek genoemde rivieren en wateren en in b om primaire waterkeringen langs alle andere wateren, met uitzondering van zee- of deltadijken.

RvS
Raad van State

RWZI
Rioolwaterzuiveringsinstallatie

Stadsproject
Dit is een project waarbij naast de bouw van woningen ook andere stedelijke ontwikkelingen plaatsvinden zoals bijvoorbeeld de bouw van scholen, ziekenhuizen, parkeerterreinen en bedrijfsruimten (kantoren en winkelcentra). Indien het een stadsproject betreft waarbij het accent ligt op bedrijfsruimten is er een oppervlakte-eis opgenomen van 200.000m2 bedrijfsvloeroppervlakte, ofwel 20 hectare (zie kolom 2 van categorie D 11.2). Bij de bepaling van het oppervlakte moet worden uitgegaan van het bruto-bedrijfsvloeroppervlakte. Daarbij moet worden gedacht aan de totale som van het netto vloeroppervlakte en de bij deze bedrijven horende oppervlakte van, bijvoorbeeld: geluidszonering, veiligheidszonering en infrastructuur.

Storten
Blijkens de toelichting bij het Besluit m.e.r. dient onder het begrip ‘storten’ te worden verstaan: het op of in de bodem brengen van afvalstoffen om deze daar te laten.

Swill
Gekookt keukenafval en etensresten

Terugverdientijd
De verhouding tussen de (meer)investering voor de maatregel (na aftrek van eventuele subsidies en fiscale voordelen) en de jaarlijkse opbrengsten van de maatregel ten gevolge van de met de maatregel samenhangende besparingen. Hierbij dient gerekend te worden met de op het betreffende moment voor de betrokken inrichting geldende prijzen. Een terugverdientijd van vijf jaar of minder komt overeen met een positieve netto contante waarde bij een interne rentevoet van 15%.

toeristische voorziening
Onder het Besluit m.e.r. vallen zowel voorzieningen die door de overheid als door particulieren worden aangelegd. Gedacht kan worden aan omvangrijke projecten zoals: pretparken, themaparken, skibanen, vakantiedorpen, hotelcomplexen buiten stedelijke zones met bijbehorende voorzieningen, havens voor pleziervaart (hier is een aparte categorie voor namelijk C 10.3 en D 10.3), permanente kampeer- en caravanterreinen, grootschalige voorzieningen voor manifestaties, evenementen en tentoonstellingen.

Verbranden
Blijkens de toelichting bij het Besluit m.e.r. dient onder ‘verbranden’ te worden verstaan: de definitieve verwijdering bedoeld in bijlage IIA van richtlijn 75-442-EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 15 juli 1975 betreffende afvalstoffen (PbEG L 194-39) (kaderrichtlijn afvalstoffen).

Vervoermanagement
De zorg voor de beperking van de nadelige gevolgen van het verkeer van en naar de inrichting. Dit kan worden bereikt door eenefficiënte organisatie van het verkeer en vervoer van bedrijven, waarbij de gevolgen van het verkeer en vervoer van en naar de inrichting (van werknemers, bezoekers, zakelijke klanten en goederen) zodanig worden beïnvloed dat de milieubelasting wordt teruggedrongen.

Voorwaardelijke maatregelen
Redelijke maatregelen (zie definitie) die in het plan van aanpak als ‘voorwaardelijk’ zijn opgenomen. Dit zijn maatregelen waarvoor eerst duidelijk omschreven randvoorwaarden vervuld moeten worden, voordat ze kunnen worden uitgevoerd. Maatregelen mogen niet op grond van afwijkende bedrijfsinterne definities van rendabel (zoals het hanteren van een kortere termijn, bijvoorbeeld 2 jaar) als voorwaardelijk worden gekwalificeerd.

VOS
vluchtige organische stoffen (VOS) Een VOS is een organische verbinding van antropogene aard met uitzondering van methaan, die bij 293,15 K een dampspanning heeft van 0,01 kPa of meer of onder de specifieke gebruiksomstandigheden een vergelijkbare vluchtigheid heeft. Hierbij wordt onder een organische verbinding een verbinding verstaan die ten minste het element koolstof bevat en daarnaast nog één of meer van de volgende elementen: waterstof, halogenen, zuurstof, zwavel, fosfor, silicium of stikstof, met uitzondering van koolstofoxiden, anorganische carbonaten en bicarbonaten.

VOS
definitie van vluchtige organische stoffen volgens het Oplosmiddelenbesluit: Een organische verbinding die bij 293,15 K een dampspanning van 0,01 kPa of meer heeft of onder de specifieke gebruiksomstandigheden een vergelijkbare vluchtigheid heeft. Voor de toepassing van het Oplosmiddelenbesluit wordt de fractie creosoot die deze dampspanning overschrijdt bij 293,15 K beschouwd als VOS.http://www.infomil.nl/aspx-get.aspx?xdl=-views-infomil-xdl-page&ItmIdt=154500&SitIdt=111&VarIdt=82&popup=popupdossier

Waterbesparing
De zorg voor een doelmatig beheer van afvalwater. Dit kan worden bereikt dooreen zuinig gebruik van water en het voorkomen dan wel beperken van het ontstaan van afvalwater binnen de inrichting. Ook intern hergebruik valt onder waterbesparing.

Waterweg
Een waterweg is volgens de definitiebepalingen in onderdeel A van de bijlage van het Besluit m.e.r.: een voor vaarverbindingen bestemd oppervlaktewater.

Wm
Wet milieubeheer

Zeedijk of deltadijk
In onderdeel A van de bijlage van het besluit m.e.r. wordt een zee- of deltadijk beschreven als: de Afsluitdijk alsmede een primaire waterkering:
langs of in de Zeeuwse rijkswateren;
langs de kust van de provincies Zeeland, Zuid-Holland, Noord-Holland, Friesland of Groningen;
langs of in het Grevelingenmeer, Krammer-Volkerak, Hollandsch Diep of haringvliet;
in het benedenrivierengebied, voor zover niet genoemd in onderdeel a van de definitie van een "rivierdijk";
langs de Waddeneilanden;

Zekere maatregelen
Redelijke maatregelen (zie definitie) die in het plan van aanpak als ‘zeker’ zijn opgenomen. Maatregelen die aan het redelijkheidscriterium voldoen, mogen niet op grond van afwijkende bedrijfsinterne definities van rendabel (zoals het hanteren van een kortere termijn, bijvoorbeeld 2 jaar) als voorwaardelijk of als onzeker worden gekwalificeerd.

Zeugen
Onder zeugen worden in het Besluit m.e.r. de volgende dieren verstaan: Kraamzeugen (Rav cat. D.1.2); Guste en dragende zeugen (Rav cat. D.1.3).

Zuiveringsslib
Zuiveringsslib is ingedeeld in de categorie organische meststof omdat deze organische meststoffen bevat.