Kopie van `Eerste BAC Arts - Vergelijkende Biologie`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.


Eerste BAC Arts - Vergelijkende Biologie
Categorie: Medisch
Datum & Land: 03/01/2008, BE
Woorden: 82


Akinetisch mutisme
Een motorische stoornis gekenmerkt door een relatief gebrek aan beweging en spraak. Komt door beschadiging van de cingulate gyrus.

Amacrine cel
Een neuron in het retina dat een verbinding maakt tussen aangrenzende ganglioncellen en de binnenste processen van de bipolaire cellen.

Amfetamine
blokkeert de reuptake van dopamine (doen meestal DA ? en ACh ?)

AMP
Adenosie Mono Fosfaat (phosphate)

AMPA
stimuleert de ionotrope AMPA-receptor voor glutamaat - direct

AMPT
inactiveert het enzym tyrosine hydroxylase nodig bij de productie L-Dopa dat een precurser is van Dopamine (Catecholamines).

Ampulla
Een verbreding in een semicirculair kanaal. Bevat de cupula en de crista.

Apomorfine
stimuleert - in hoge dosissen! - de D2-receptoren voor dopamine direct -.

Apomorfine
- lage dosis - inhibeert dopamine

Apperceptieve visuele agnosie
Falen om een object waar te nemen, zelfs als de visuele mogelijkheden relatief normaal zijn.

Aschelminthes
Een fyla van wormen die hoort bij triblastische protostomia, met als typedier de enteroparasiet Ascaris of spoelworm. Dit zijn pseudochoelomata en bezitten dus geen darmspieren.

Associatieve visuele agnosie
Onmogelijkheid om objecten te identificeren die visueel waargenomen worden, zelfs indien de vorm van een waargenomen object kan getekend of gematched worden met gelijkende objecten. (wel voorwerpen zien, maar ze niet kunnen benoemen)

astrocyt
soort gliacel; steuncel i-h CZS; voorziening van voedingsstoffen en andere substanties, reguleert de chemische samenstelling v-h extracellulair vocht

atonia
REM zonder verlamming van de spieren. Schenk (1986): een neurologische kwaal waarbij de patiënt niet verlamd raakt tijdens de REM slaap en dus zijn dromen zal uitbeelden.

ATP
Adenosine Tri Fosfaat (phosphate)

Atropine
blokkeert de muscarine-receptor waardoor ACh niet kan worden opgenomen (pupildilatatie).

Axon
zie Neuron

axon
dunne, lange, cylindrische structuur die info overbrengt v-h cellichaam v-e neuron naar haar eindknoppen

axoplasmatisch transport
actief proces waarbij substanties worden voortbewogen langs de microtubules over de lengte v-h axon

Clonidine
inhibeert noradrenaline.

Clozapine
blokkeert de D4-receptor, waardoor dopamine niet kan worden opgenomen. (symptomen schizofrenie nemen af)

CNQX
blokkeert de AMPA- en kaïnereceptoren waardoor glutamaat niet kan worden opgenomen.

Cupula
Een gelatineachtige massa, in de ampulla van de semicirculaire kanalen. Beweegt ten gevolge van de stroom van de vloeistof in de kanalen.

Curare
blokkeert de nicotine-receptor waardoor ACh niet kan worden opgenomen (spierparalyse).

Cutaneous senses
Huidgevoeligheid, tast.



Emotional facial paresis
Gebrek aan beweging van de faciale spieren in antwoord op emoties bij mensen die geen moeilijkheid hebben om deze spieren vrijwillig te gebruiken. Wordt veroorzaakt door schade aan de insulaire prefrontale cortex, subcorticale witte stof van de frontale lob of delen van de thalamus.

Epitopen
de herkennigsplaatsen van een antilichaam op het antigeen. Er zijn sequentie-epitopen, die afhangen van de volgorde van aminozuren of suikerresten, en structuur-epitopen, die afhangen van de orientatie van sequenties.

Estradiol
Het belangrijkste oestrogeen voor vele zoogdieren, incl. de mens.

Estrous cyclus
De vrouwelijke reproductiecyclus van zoogdieren die geen primaten zijn.

FSH (Fallicle-Stimulating Hormone)
Hormoon van de anterieure-hypofyse dat de ontwikkeling stimuleert van een ovarium (eierstok)-follikel en de volgroeiing van de oöcyte naar een eicel. (= Oögenese = eicelvorming)

Fudus
deel van de maag, bovenste bolle gedeelte van de maag.

Functionalisme
principe dat de beste manier om een biologisch fenomeen te begrijpen (een gedrag of een fysiol. structuur) is, te proberen om haar nuttige functies voor het organisme te begrijpen.

Functionele MRI (fMRI)
Een aanpassing aan de MRI procedure die toelaat om een plaatselijk metabolisme in de hersenen te meten.

Fundamentele frequentie
De laagste en meestal sterkste frequentie van een complex geluid, meestal waargenomen als de grondtoon ("basic pitch") van het geluid.

Funghi
De meeste schimmels

fylogenese
afstamming van organismen in al hun verscheidenheid

fysiologisch psycholoog (biopsycholoog)
wetenschapper die de fysiol. v-h gedrag bestudeert, in eerste instantie door fysiol. en gedragsexperimenten uit te voeren op labo-dieren.

Gustducine
Een G-proteïne dat een vitale rol speelt in de transductie van zoetheid en bitterheid.

Hypercomplexe cellen
Een neuron in de visuele cortex dat reageert op de aanwezigheid van een lijnsegment met een bepaalde orientatie die eindigt op een bepaald punt in het receptieve veld van de cel.

hyperpolarisatie
verveelvoudiging v-h celmembraanpot.; relatief t.o.v. het norm. rustpot. (AP daalt)

Hypnagogische hallucinatie
symptoom van narcolepsie, dromen die voorkomen net voor de persoon in slaap valt, samengaand met slaapparalyse

Hyponeurii
Gezien de touwladderachtige structuur van het zenuwstelsel van een schizo coelomaat en gezien zijn ligging (met uitzondering van de hersenen en kopganglia) onder de darm worden schizo-coelomata ook aan geduid met Hyponeurii.

Immuniteit (humorale en cellulaire)
De humorale immuniteit is gebaseerd op het produceren van specifieke antilichamen. De T-cellen die bij aanraking met een celmembraanantigeen dan differentiëren zij tot specifieke geactiveerde lymfocyten, zij vertegenwoordigen de cellulaire immuniteit.

Immunocytochemische methode
Een histologische methode die radioactieve antilichamen gebruikt, ofwel antilichamen gebonden met een kleurstofmolecule, om de aanwezigheid van een bepaald peptideproteïnes aan te geven.

ion
geladen molecule; cationen zijn pos. geladen, anionen zijn neg. geladen.

ionotropische receptor
Receptor die een bindplaats bevat voor een NT en een ionkanaal dat zich opent als een NTmolecule zich hecht.

Kieuwdarm
zie Farynx

Kinesthesia
Waarneming van de eigen bewegingen van het lichaam.

LH (Luteinizing Hormoon)
Hormoon van de anterieure-hypofyse dat zorgt voor de ovulatie en ontwikkeling van de follikel tot een corpus luteum (gele lichaampje = hormoonklier)

LSD
stimuleert de 5HT2A-receptor voor serotonine - direct .

Mmultibarreled micropipet
Een groep van micropipetten, aan elkaar vast gemaakt, gebruikt om verschillende stoffen in te spuiten, via iontophorese, waarbij de activiteit van een enkel neuron gemeten wordt.

NT afhankelijk ionkanaal
ionkanaal dat zich opent als een NTmolecule zich bindt met een postsynaptische receptor.

Nucleoli
kernlichaampjes binnen de celkern

nucleolus
structuur in de celnucleus die ribosomen aanmaakt

nucleus
structuur in het centrum v-d cel, bevat de nucleolus en de chromosomen

Nucleus paragigantocellularis (Pgi)
Een nucleus van de medulla die input ontvangt van de MPA en neuronen bevat waarvan de axonen synapsen vormen met motoneuronen in het ruggenmerg, die participeren in seksuele reflexen bij de man.

Nucleus raphe magnus
raphekern die serotonine uitscheidende neuronen bevat, die projecteren naar de dorsale grijze materie van de ruggegraat, en die dient voor analgesia bij opiaten. (Sesam p. 108)

Nucleus tractus solitaris (nucleus gustatorius)
Een kern van de de medulla dat informatie ontvangt van viscerale (inwendige) organen en van het smaaksysteem. (Sesam p. 328)

Oculaire apraxia
Moeilijkheden in visuele scanning.

Oculaire dominantie
De omvang van het verschil, waarin een bepaald neuron meer input krijgt van het ene oog dan van het andere.

Oedeem
vochtophoping die ontstaat bij gebrekkige afvoer van lymfe.

Oesophagus
slokdarm.

Oestrogeen
Een klasse van geslachtshormonen dat volgroeiing (maturatie) veroorzaakt van de vrouwelijke genitalieën, groei van het borstweefsel en ontwikkeling van andere lichamelijke kenmerken van de vrouw.

oligodendrocyt
soort gliacel i-h CZS die een myelinekoker vormt

Oligodendrocyten
In het centraal zenuwstelsel, de hersenen en het ruggenmerg, zijn er geen schwann-cellen, maar vormen andere gliacellen, de oligodendrocyten, den myelineschede die de neuronen van elkaar isoleert en samenlijmt.

Olivocochleaire bundel
Een bundel van efferente axonen die reizen van het olivaire complex van de medulla naar de auditieve haarcellen op de cochlea.

oscilloscoop
labo-instrument om voltage-grafieken weer te geven als een tijdsfunctie.

Osmose
Sommige membranen zijn permeabel voor het oplosmiddel maar inpermeabel voor de opgeloste stof. Het verplaatsen van oplosmiddel om isotonische oplossingen te krijgen, in plaats van de opgeloste stof heet osmose.

Ossicle
Eén van de drie beenderen in het middenoor.

Ovaal venster
Een opening in het been rond de cochlea, dat een memebraan onthuld, waartegen de grondplaat van de beugel drukt, om geluidsvibraties door te geven in de vloeistof van de cochlea.

Ovarium follikel
(Follikel in de eierstok) Een cluster van epitheel-cellen rondom een oöcyte, die ontwikkelt tot een eicel.

Oxytocine
Een hormoon gesecreteerd door de adeno-hypofyse. Veroorzaakt contractie van de gladde spier van het melkkanaal, de baarmoeder en het mannelijke ejaculatie-systeem. Het is ook een neurotransmitter in de hersenen.

PCP
(hallucinogerende drug) blokkeert de NMDA-receptor waardoor glutamaat niet kan worden opgenomen - indirect

PCPA
inactiveert het enzym tryptophan hydroxylase nodig bij de productie van 5-HT = Serotonine.

PGO-golven (pons-geniculate-occipitaal) bij labodieren
uitbarstingen van fasische elektrische activiteit die zijn oorsprong vindt in de pons, gevolgd door activiteit in de laterale geniculate nucleus en de visuele cortex, een eigenschap van de REM SLAAP

Pylorus
Deel van de maag, hier zit de sluitspier van de maag die verbinding maakt met de twaalfvingerige darm.

Rhodopsin
Een specifieke opsin, gevonden in kegeltjes.

Umami
De smaakzin afkomstig van glutamaat.

Ureter
Een kanaaltje dat de in de nier gevormde urine naar de blaas voert.

Urethra
urineleider die de urine naar buiten het lichaam voert.

Utricel
Eén van de vestibulaire zakken.

Whitten effect
De syncronisatie van de menstruatie- of estrous cyclus bij een groep vrouwtjes, die enkel voorkomt bij aanwezigheid van een feromoon in de urine van een mannetje.