Kopie van `Eerste BAC Arts - Vergelijkende Biologie`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.


Eerste BAC Arts - Vergelijkende Biologie
Categorie: Medisch
Datum & Land: 03/01/2008, BE
Woorden: 175


Agonisten
drug die de NT faciliteert, waardoor deze langer in de synaptische spleet aanwezig blijft en dus een sterker effect heeft op het postsynaptische neuron.

Akinetisch mutisme
Een motorische stoornis gekenmerkt door een relatief gebrek aan beweging en spraak. Komt door beschadiging van de cingulate gyrus.

Amacrine cel
Een neuron in het retina dat een verbinding maakt tussen aangrenzende ganglioncellen en de binnenste processen van de bipolaire cellen.

Amfetamine
blokkeert de reuptake van dopamine (doen meestal DA ? en ACh ?)

AMP
Adenosie Mono Fosfaat (phosphate)

AMPA
stimuleert de ionotrope AMPA-receptor voor glutamaat - direct

AMPT
inactiveert het enzym tyrosine hydroxylase nodig bij de productie L-Dopa dat een precurser is van Dopamine (Catecholamines).

Ampulla
Een verbreding in een semicirculair kanaal. Bevat de cupula en de crista.

Androgen
Een mannelijk seks-sterid hormoon. Testosteron is het belangrijkste mannelijke androgen.

Androgen intensitivity syndroom
Ee toestand veroorzaakt door ee congenitaal gebrek aan functionerende androgenreceptoren. Dit veroorzaakt bij een persoon met XY-chromosomen een ontwikkeling tot een vrouw met testes, maar zonder interne geslachtsorganen.

Anemie (bloedarmoede)
Is een tekort aan rode bloedcellen of aan hemoglobine, zie ook Sikkelcelanemie.

Animalia
Dierenrijk

Annelida
Een fyla van wormen die hoort bij de triblastische protostomia, zoals regenwormen en bloedzuigers, dit zijn de eerste echte Schizo-coelomata, met typische metamerisatie.

Antagonisten
drug die de NT tegenwerkt, waardoor deze geen of minder effect heeft op het postsynaptisch neuron.

anterograad
de richting langsheen een axon die loopt vanaf het cellichaam tot de eindknoppen

Anterograde labeling methode
Een histologische (m.b.t. weefsel) methode die axonen en terminale knopen van neuronen labelt, waarvan de cellichamen zich in een bepaald gebied bevinden.

Anti-Mülleriaan hormoon
Een peptide gesecreteerd door de fœtale testes dat een inhiberend effect heeft op de ontwikkeling van het Mülleriaans systeem, dat anders de vrouwelijke voortplantingsorganen zouden worden.

Apomorfine
stimuleert - in hoge dosissen! - de D2-receptoren voor dopamine direct -.

Apomorfine
- lage dosis - inhibeert dopamine

Apperceptieve visuele agnosie
Falen om een object waar te nemen, zelfs als de visuele mogelijkheden relatief normaal zijn.

Aschelminthes
Een fyla van wormen die hoort bij triblastische protostomia, met als typedier de enteroparasiet Ascaris of spoelworm. Dit zijn pseudochoelomata en bezitten dus geen darmspieren.

Associatieve visuele agnosie
Onmogelijkheid om objecten te identificeren die visueel waargenomen worden, zelfs indien de vorm van een waargenomen object kan getekend of gematched worden met gelijkende objecten. (wel voorwerpen zien, maar ze niet kunnen benoemen)

astrocyt
soort gliacel; steuncel i/h CZS; voorziening van voedingsstoffen en andere substanties, reguleert de chemische samenstelling v/h extracellulair vocht

atonia
REM zonder verlamming van de spieren. Schenk (1986): een neurologische kwaal waarbij de patiënt niet verlamd raakt tijdens de REM slaap en dus zijn dromen zal uitbeelden.

ATP
Adenosine Tri Fosfaat (phosphate)



Atropine
blokkeert de muscarine-receptor waardoor ACh niet kan worden opgenomen (pupildilatatie).

Axon
zie Neuron

axon
dunne, lange, cylindrische structuur die info overbrengt v/h cellichaam v/e neuron naar haar eindknoppen

axoplasmatisch transport
actief proces waarbij substanties worden voortbewogen langs de microtubules over de lengte v/h axon

Bulbus olfactorius
Het uitsteeksel aan het einde van de tractus olfactorius. Ontvangt input van de olfactorische receptors.

Centraal Zenuwstelsel (CZS)
de hersenen en het ruggenmerg

Centrale nucleus
De regio van de amygdala die informatie ontvangt van de basolaterale nucleus, en zendt naar een grote variëteit aan hersengebieden ivm emotionele responses.

cerebrale hemisferen
de 2 symmetrische hersenhelften, vormen het hoofddeel v/h brein

Cilium
Een haarachtig aanhangsel van een cel, dat beweegt of zintuiglijke informatie transduceert. Bevindt zich op de receptoren van het auditief en vestibulair systeem.

circadiaanse ritmes
een dagelijkse ritmische verandering in gedrag of psychologisch proces (circa=rond, dies=dag->24 uur) Licht werkt als een Zeitgeber

cisterna
deel v/h Golgi-apparaat; via het proces van pinocytonis, ontvangt het deeltjes v/h presynaptische membraan en recycleert die tot nieuwe synap. vesikels.

Clonidine
inhibeert noradrenaline.

Clozapine
blokkeert de D4-receptor, waardoor dopamine niet kan worden opgenomen. (symptomen schizofrenie nemen af)

CNQX
blokkeert de AMPA- en kaïnereceptoren waardoor glutamaat niet kan worden opgenomen.

Cupula
Een gelatineachtige massa, in de ampulla van de semicirculaire kanalen. Beweegt ten gevolge van de stroom van de vloeistof in de kanalen.

Curare
blokkeert de nicotine-receptor waardoor ACh niet kan worden opgenomen (spierparalyse).

Cutaneous senses
Huidgevoeligheid, tast.

electro-oculogram (EOG)
apparaat dat oogbewegingen meet. Een elektrisch potentiaal van de ogen, opgemeten door elektroden op de huid rond de ogen

elektrode
een geleider waarmee een elektrische stimulatie wordt toegediend of waarmee het elektrisch vermogen wordt vastgelegd.

Elektroencephalogram (EEG)
De registratie van elektrische hersen-potentialen, via electrodes die op de schedel geplaatst worden.

elektroliet
ioniserende waterige oplossing (zuur, base, zout).

elektromyogram (EMG)
apparaat dat spieractiviteit meet. Een elektrisch potentiaal opgemeten door elektroden vastgemaakt in of aan de spieren

elektrostatische druk
de aantrekkingskracht tussen geladen atoompartikels met tegengestelde lading of de afstotingskracht tussen geladen atoompartikels met gelijke lading.

Elongatie
Verlenging

Emotional facial paresis
Gebrek aan beweging van de faciale spieren in antwoord op emoties bij mensen die geen moeilijkheid hebben om deze spieren vrijwillig te gebruiken. Wordt veroorzaakt door schade aan de insulaire prefrontale cortex, subcorticale witte stof van de frontale lob of delen van de thalamus.

Epitopen
de herkennigsplaatsen van een antilichaam op het antigeen. Er zijn sequentie-epitopen, die afhangen van de volgorde van aminozuren of suikerresten, en structuur-epitopen, die afhangen van de orientatie van sequenties.

Estradiol
Het belangrijkste oestrogeen voor vele zoogdieren, incl. de mens.

Estrous cyclus
De vrouwelijke reproductiecyclus van zoogdieren die geen primaten zijn.

Eubacteria
prokaryote levensvorm

Eukaryoot
Een celkern bevattend

Evenwichtsmembraanpotentiaal
Cellen verplaatsen steeds geladen ionen (Na, K en Cl met name) naar 1 kant van de cel waardoor er steeds een spanningsverschil is, het potentiaal wat over het membraan staat als het systeem in evenwicht is, heet het Evenwichtsmembraanpotentiaal.

evolutie
graduele verandering i/d structuren e/d fysiologie van plant- & dierspeciën - alg. complexere organisme produceren - als resultaat van nat. selectie.

Fenfleuramine
inhibeert de reuptake en stimuleert de vrijgave van serotonine (obesitas).

Feromonen
Een chemische stof die wordt vrijgemaakt door een dier en het gedrag of de psyche van een ander dier beïnvloed. Wordt meestal geroken of geproefd.

Fertilisatiemembraan
Om pelyspermie of het binnendringen van meerdere zaadcellen in dezelfde eicel te voorkomen wordt onmiddellijk na de bevruchting de vitellinemembraan omgevormd tot een ondoordringbare fertilisatiemembraan.

Formaline
Een waterachtige oplossing van formaldehydegas. Meest bekend weefselfixatief.

Fos
Een eiwit, onstaan in de nucleus van een neuron, als antwoord op synaptische stimulatie.

Fotopigment
Een proteïne kleurstof, gebonden aan de retina. Een substantie afgeleid van vitamine A, verantwoordelijk voor transductie van visuele informatie.

Fotoreceptor
1 van de receptorcellen van het retina, doet aan transductie van de lichtenergie in electrische potentialen.

Fovea
Regio van het retina die het meest acute zicht bekomt bij vogels en hogere zoogdieren. Kleurgevoelige kegels zijn het enige type van fotoreceptoren in de fovea. (er zitten dus geen staafjes in de fovea)

FSH (Fallicle-Stimulating Hormone)
Hormoon van de anterieure-hypofyse dat de ontwikkeling stimuleert van een ovarium (eierstok)-follikel en de volgroeiing van de oöcyte naar een eicel. (= Oögenese = eicelvorming)

Fudus
deel van de maag, bovenste bolle gedeelte van de maag.

Functionalisme
principe dat de beste manier om een biologisch fenomeen te begrijpen (een gedrag of een fysiol. structuur) is, te proberen om haar nuttige functies voor het organisme te begrijpen.

Functionele MRI (fMRI)
Een aanpassing aan de MRI procedure die toelaat om een plaatselijk metabolisme in de hersenen te meten.

Fundamentele frequentie
De laagste en meestal sterkste frequentie van een complex geluid, meestal waargenomen als de grondtoon ("basic pitch") van het geluid.

Funghi
De meeste schimmels

fylogenese
afstamming van organismen in al hun verscheidenheid

fysiologisch psycholoog (biopsycholoog)
wetenschapper die de fysiol. v/h gedrag bestudeert, in eerste instantie door fysiol. en gedragsexperimenten uit te voeren op labo-dieren.

Golgi-apparaat
complex van parallelle membranen in het celplasma dat de afscheidingsproducten inwikkeld (verpakt)

Gonaden
Eierstokken en testis

Gonadotropic hormoon
Hormoon van de anterieure-hypofyse dat een stimulerend effect heeft op de gonade-cellen.

Gonadotropin releasing hormoon
Hormoon in de hypothalamus dat de anterieure-hypofyse (voorkwab van de hypofyse) stimuleert tot secretie van het gonadotropic hormoon.

Gustducine
Een G-proteïne dat een vitale rol speelt in de transductie van zoetheid en bitterheid.

Hypercomplexe cellen
Een neuron in de visuele cortex dat reageert op de aanwezigheid van een lijnsegment met een bepaalde orientatie die eindigt op een bepaald punt in het receptieve veld van de cel.

hyperpolarisatie
verveelvoudiging v/h celmembraanpot.; relatief t.o.v. het norm. rustpot. (AP daalt)

Hypnagogische hallucinatie
symptoom van narcolepsie, dromen die voorkomen net voor de persoon in slaap valt, samengaand met slaapparalyse

Hyponeurii
Gezien de touwladderachtige structuur van het zenuwstelsel van een schizo coelomaat en gezien zijn ligging (met uitzondering van de hersenen en kopganglia) onder de darm worden schizo-coelomata ook aan geduid met Hyponeurii.

Immuniteit (humorale en cellulaire)
De humorale immuniteit is gebaseerd op het produceren van specifieke antilichamen. De T-cellen die bij aanraking met een celmembraanantigeen dan differentiëren zij tot specifieke geactiveerde lymfocyten, zij vertegenwoordigen de cellulaire immuniteit.

Immunocytochemische methode
Een histologische methode die radioactieve antilichamen gebruikt, ofwel antilichamen gebonden met een kleurstofmolecule, om de aanwezigheid van een bepaald peptideproteïnes aan te geven.

ion
geladen molecule; cationen zijn pos. geladen, anionen zijn neg. geladen.

ionotropische receptor
Receptor die een bindplaats bevat voor een NT en een ionkanaal dat zich opent als een NTmolecule zich hecht.

Je dacht toch niet dat 1 van de 10 woorden uit de Nederlandse taal die met een X beginnen hier tussen zou staan he.


Jejunum
deel van de darm.

Kieuwdarm
zie Farynx

Kinesthesia
Waarneming van de eigen bewegingen van het lichaam.

Kleurstandvastigheid
De relatieve constante verschijning van kleuren van objecten, gezien onder verschillende lichtcondities.

LH (Luteinizing Hormoon)
Hormoon van de anterieure-hypofyse dat zorgt voor de ovulatie en ontwikkeling van de follikel tot een corpus luteum (gele lichaampje = hormoonklier)

LSD
stimuleert de 5HT2A-receptor voor serotonine - direct .

Nicotine
stimuleert de ionotrope ACh-receptor.

Nierbekken
de pelvis van de nier. Een grote holte in de nier, hier begint de ureter.

NT afhankelijk ionkanaal
ionkanaal dat zich opent als een NTmolecule zich bindt met een postsynaptische receptor.

Nucleoli
kernlichaampjes binnen de celkern

nucleolus
structuur in de celnucleus die ribosomen aanmaakt

nucleus
structuur in het centrum v/d cel, bevat de nucleolus en de chromosomen

Nucleus paragigantocellularis (Pgi)
Een nucleus van de medulla die input ontvangt van de MPA en neuronen bevat waarvan de axonen synapsen vormen met motoneuronen in het ruggenmerg, die participeren in seksuele reflexen bij de man.