Kopie van `Aquo-lex - het waterwoordenboek`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.


Aquo-lex - het waterwoordenboek
Categorie: Milieu > water
Datum & Land: 20/02/2012, NL
Woorden: 1655


aquo standaard
Def.: standaard voor de uitwisseling van waterinformatie. Bestaat uit een woordenboek (Aquo-Lex), domeintabellen, het LMA, IMWA en het UM Aquo.

associatie
Def.: basiseenheid in het systeem van plantengemeenschappen, gekenmerkt door een min of meer constante karakteristieke floristische samenstelling. Toelichting: Gemeenschap van verschillende plantensoorten die een ecologische samenhang vertonen en daardoor vaak bij elkaar voorkomen

assimilatiecapaciteit
Def.: de capaciteit van een natuurlijk waterlichaam voor het ontvangen van: i: Afvalwater zonder schadelijke effecten ; ii: giftige stoffen zonder schade te veroorzaken aan aquatisch leven of de mensen die het water consumeren ; iii: Biologisch zuurstof verbruik binnen de voorgeschreven limieten voor opgeloste zuurstof

aspiratielucht
Def.: afgezogen lucht

assetmanagement
Def.: beheren van bedrijfsmiddelen en objecten. Toelichting: De kern van assetmanagement is dat op elk gewenst moment kan worden beschikt over een actueel inzicht in de omvang, de aard en de onderhoudstoestand van de beheerde arealen en objecten.

asfaltmortel
Def.: een mengsel van bitumen met zand en vulstof als component van een asfaltmengsel

aspaardekrachten
Afk.: APK Def.: het vermogen dat door de motor aan de schroef wordt afgegeven.

asfaltkleefmiddel
Def.: een dunvloeibaar mengsel van bitumen en een vluchtig oplosmiddel

aselect
Def.: op basis van toeval, steekproef waarbij de keuze niet is bepaald door het te onderzoeken kenmerk

asfalt
Def.: een natuurlijk of kunstmatig mengsel van bitumen en minerale stoffen

asbest
Def.: een minerale vezel die water en lucht kan vervuilen en kanker of asbestose kan veroorzaken wanneer deze wordt ingeademd. Toelichting: Gebruik is verboden of beperkt in veel landen.

associatie
Def.: relatie tussen twee klassen

astronavigatie
Syn.: Astronomische plaatsbepaling Def.: verzamelnaam voor technieken in de scheepvaart om positie en richting van een schip te bepalen aan de hand van waarnemingen van de sterrenhemel. Toelichting: Tegenwoordig wordt steeds meer gebruik gemaakt van satellietnavigatie

astronomisch getij
Def.: getijbeweging als gevolg van de veranderlijke resultante van de aantrekkingskracht van de maan en de zon op de watermassa†™s op aarde, niet gestoord door weerkundige omstandigheden.

atroof
Syn.: voedselarm Def.: arm aan minerale voedingsstoffen

atropos pulsatorius
Syn.: Houtluis Def.: ongedierte Toelichting: Treft men dikwijls op oude houten vissersschepen aan. De houtluis voedt zich met doorweekt hout.

atoomgetal
Def.: en specifiek getal dat voor elk element anders is, gelijkwaardig aan het aantal protonen in de kern van ieder atoom.

atoom
Def.: het kleinste deeltje materie dat voor elk element uniek is. Toelichting: Het zijn de bouwstenen van alle materie.

atmotroof
Def.: met regenwater gevoed (neerslagafhankelijk).

atmosferische druk
Afk.: LUCHTDK Syn.: luchtdruk Def.: uitdrukking voor het gewicht van de aarde omringende gassen.

atmosferische depositie
Def.: droge en natte neerslag van (stof)deeltjes en stoffen uit de atmosfeer.

atmosfeer
Def.: het onderste deel van de dampkring

atlantikwall
Def.: deze kustverdedigingslinie is in van 1942 tot 1944 aangelegd door de Duitsers, ter bescherming van het westelijk zeefront. Toelichting: De Atlantikwall liep van de Spaanse grens tot Noorwegen, en omvatte in Nederland onder andere verdedigingswerken te Den Helder, IJmuiden, Hoek van Holland en Vlissingen.

atis-killer
Def.: apparaatje dat de korte pieptoon die gepaard gaat met het ATIS-signaal onderdrukt.

atterbergse grenzen
Syn.: consistentie grenzen ; plasticiteitgrenzen Def.: een serie getallen, bepaald uit proeven op Cohesieve grond, die het watergehalte aangeven waarbij de consistentie (vast, plastisch, vloeibaar) van een grond verandert.



attribuut
Def.: kenmerk van een object

attribuutwaarde
Def.: waarde die een attribuut aanneemt

attritie
Def.: het met veel energie roeren in een water/vaste stof-mengsel met als doel de aan het oppervlak van de deeltjes gehechte verontreinigende stoffen los te maken.

averij particulier
Syn.: Bijzondere averij Def.: de averij die niet het gevolg is van fouten of ingrepen van de bemanning of derden (act of men) Toelichting: bijvoorbeeld stormschade.

averij
Def.: schade aan schip, tuig of lading, opgelopen tijdens de reis.

averij grosse
Syn.: Gemene averij Def.: daarvan is sprake wanneer er opzettelijk en redelijkerwijs een buitengewone opoffering of uitgave wordt gedaan ter gezamenlijke beveiliging, met het doel de zaken voor gevaar te bewaren. Toelichting: In de praktijk betekent dit bijvoorbeeld dat (een deel van) de lading overboord wordt gezet om het schip en de opvarenden te redden.

avegaarboor
Def.: opgebouwd uit sterke stangen die zijn omwonden met een brede stalen spiraal. Toelichting: Al draaiend vijzelt de boor grond omhoog

avegaar
Def.: meestal een holle as waaromheen over de volle lengte een schroefblad is gelast

avilastic
Def.: kunststofweefsel dat geen water doorlaat en wordt gebruikt voor drysuits.

azimuttafels
Def.: boeken die de tafels en tabellen bevatten die nodig zijn om de coördinaten van een hemellichaam te vinden.

azimuth
Def.: de hoek die een richting van standplaats naar richtpunt maakt met het noorden (positief met de wijzers van de klok mee)

b-water
Def.: water van belang voor de waterkwantiteit in het beheersgebied van het waterschap.

bèta activiteit
Afk.: bèta Def.: mate van straling van elektronen uit een mengsel als gevolg van radioactief verval in het mengsel Toelichting: Bèta straling kan afhankelijk van de energie wel door de huid dringen. Een bekende hoog energetische bèta straler is strontium-90 welke zich in menselijke botten ophoopt.

bbp beleidsproduct
Syn.: beleidsproduct Def.: een beleidsproduct is een tussen waterschappen afgesproken taakveld. Over deze taakvelden wordt door waterschappen eenduidig gerapporteerd, zodat gerapporteerde gegevens onderling vergelijkbaar zijn. Binnen het BBP (Beheer en Beleid Product) speelt de financiële verantwoording van activiteiten een belangrijke rol.

bbp beheerproduct
Syn.: beheerproduct Def.: een beheerproduct is een nadere detaillering van een beleidsproduct waarbij de financiële verantwoording wordt gesplitst naar bouw en verwerving, naar bedieningsactiviteiten met betrekking tot het primair proces en naar activiteiten met betrekking tot onderhoud aan onderdelen.

buitenwater
Def.: het oppervlaktewater waarvan de waterstand direct invloed ondergaat bij hoge stormvloed, bij hoog opperwater van een van de grote rivieren, bij hoog water van het IJsselmeer of Markermeer of bij een combinatie daarvan.

buitenteen
Def.: onderrand van het dijklichaam aan de waterzijde van de dijk (buitendijks).

buitentalud
Def.: hellend vlak van het dijklichaam aan de kerende zijde.

buitenkruinlijn
Def.: lijn die de overgang markeert tussen de kruin en het buitentalud, waarlangs de toetsing op hoogte plaatsvindt.

buitenknik
Def.: knik tussen de berm en het benedenbeloop

buitenhuid
Syn.: huid Def.: bekleding van de romp aan de buitenkant.

buitengaats
Def.: op zee, buiten de haven.

buitengebied
Def.: het gebied buiten de bebouwde kom en buiten het gebied dat op grond van een vigerend ruimtelijk plan als toekomstig onderdeel van de bebouwde kom kan worden aangemerkt. Toelichting: Kleine kernen, gehuchten en buurtschappen waarvoor geen bebouwde kom is vastgesteld, worden tot het buitengebied gerekend.

buitendijks
Def.: gelegen tussen het buitenwater en de dijk die dat water keert. Toelichting: Bijvoorbeeld een uiterwaard. In tegenstelling tot het binnendijkse gebied is dit gebied niet beschermd tegen overstromingen.

buitendijk
Syn.: wakerdijk ; waker Def.: dijk die nog als waterkering dienst doet.

buitenboordmotor
Syn.: Aanhangmotor Def.: aanhangmotor voor kleinere vaartuigen, die aan de achtersteven wordt bevestigd.

buitenbeschermingszone
Def.: zone binnen het gebied dat onder werking van de keur of Wbr valt en die als zodanig in de legger is opgenomen Toelichting: stroken grond ter weerszijden van de beschermingszones, die verband houden met het voorkomen van schade door extreme mechanismen (zoals explosie of leidingbreuk).

buitenberm
Def.: extra verbreding aan de buitendijkse zijde van de dijk om het dijklichaam extra steun te bieden, om zandmeevoerende wellen te voorkomen en/of om de golfoploop te reduceren. Toelichting: De buitenberm is in de regel een gedeelte uit een dijkprofiel, gelegen tussen buitenteen en kruin, met een helling tussen 1:15 en horizontaal, een breedte van maximaal 0,25 L0p

buiten delta
Syn.: voordelta Def.: bankenstelsel in zee aansluitend op een rivier of zeearm.

buiswater
Def.: water dat tegen de boeg van het schip opgeslagen wordt en over het dek waait.

buistoot
Def.: afzonderlijk optredende vrij kort durende waterspiegelverheffing als gevolg van een zware bui of front.

buisbezinker
Def.: een apparaat dat bundels buisjes gebruikt om vaste stoffen in het water te laten bezinken zodat ze door middel van slib verwijderd kunnen worden.

bui-oscillaties
Def.: onregelmatige schommelingen van de waterspiegel met wisselende periode, die vooral bij zware storm optreden Toelichting: De periode ligt tussen die van wind- en getijgolven en houdt enkele uren tot dagen aan.

bui
Def.: korte periode van neerslag

bufferzone
Def.: afstand tussen de rand van een gebied waar de toepassing van (milieuvreemde) stoffen, zoals pesticiden, is toegestaan en een gebied dat gevoelig is voor deze stoffen, zoals bijvoorbeeld een waterloop.

bufferzone
Def.: gebied rondom een natuurgebied waar maatregelen noodzakelijk zijn, met het oog op de vereiste milieu- en wateromstandigheden in het natuurgebied.

buffertank
Def.: tank voor het bufferen van een stof

buffercapaciteit
Def.: mate waarin de pH constant blijft bij toevoegen van een kleine hoeveelheid sterke base of sterk zuur. Toelichting: De buffercapaciteit kan zowel berekend worden als experimenteel worden bepaald. Hierbij wordt nagegaan hoeveel (mol) sterk zuur of sterke base per liter oplossing moet worden toegevoegd om een kleine pH verandering te veroorzaken. De buffercapaciteit is dan de verhouding tussen het aantal mol sterk zuur of sterke base en de daardoor veroorzaakte pH-verandering. Eigenlijk moet een oneindig kleine hoeveelheid sterk zuur of sterke base worden toegevoegd

buffercapaciteit
Def.: de mate waarin het natuurlijke systeem in staat is invloeden van buitenaf op te vangen zonder dat dit gevolgen heeft voor flora en fauna

buffer
Def.: een stof die reageert met zuurstof of hydroxyl-ionen in een oplossing, om te voorkomen dat de pH verandert.

budgetaanvraag
Def.: de aanvraag voor de inzet van mensen, middelen en geld.

budget
Syn.: begroting Def.: geheel van personele, materiële en financiële middelen toegekend aan een plan of aan een organisatorische eenheid.

bubbelinstallatie
Def.: installatie die wordt aangelegd in meren en plassen waarin tijdens warm weer problemen ontstaan met blauwalgen.

buitenwater
Def.: water in de onmiddellijke gemeenschap met de zee.

bulbkiel
Def.: vin, bestaande uit een plaat, waar de ballast als een sigaar onderaan is bevestigd of gegoten.

bulbsteven
Syn.: Druppelsteven Def.: voorsteven met onder de lastlijn een druppelvorm, die als doel heeft de waterweerstand te verminderen.

bulk
Syn.: Massagoed Def.: onverpakte droge lading die in grote hoeveelheden tegelijk in het laadruim gestort wordt Toelichting: bijvoorbeeld graan, fosfaat, erts, chinaklei of suiker.

bulkcarrier
Def.: schip dat speciaal is gebouwd voor het vervoer van bulk en over veel ruimen beschikt, die elk hun eigen luikopening hebben, waardoor er sneller kan worden geladen en gelost. Toelichting: De meeste bulk carriers zijn niet groter dan 80.000 ton, omdat grotere schepen niet door het Panamakanaal kunnen.

bun
Def.: afgesloten deel van het ruim dat in open verbinding staat met het buitenwater Toelichting: Hierin kan de vangst levend bewaard kan worden.

bun
Def.: kist met gaatjes die men in het water hangt om de vis levend in te bewaren..

bunker
Def.: tank voor het opslaan van brandstof.

bunkeren
Def.: het laden van brandstof of drinkwater.

bunkerstation
Def.: een voorziening voor levering van brandstof en scheepvaartbenodigdheden

burcht
Def.: een ondergronds dierenverblijf met meerdere ingangen, die door kleine zoogdieren wordt gegraven Toelichting: Voor waterbeheerders is met name de beverburcht van belang

burgemeester
Def.: wettelijk burgerlijk hoofd en vertegenwoordiger van een gemeente => burgervader, de eerste burger Toelichting: De burgemeester heeft besloten tot evacuatie

burger
Def.: persoon die burgerrechten geniet Toelichting: inwoner van een gemeente of staat, gewoon lid van de bevolking <=> militair

bwo-kering
Afk.: BWO Def.: kering geplaatst en ontworpen ter bescherming van waterstaatswerken in oorlogstijd

byssusdraad
Syn.: baard Def.: stevige eiwitdraden, waarmee een mossel zich vasthecht aan het substraat

c-water
Def.: alle wateren in het beheersgebied van het waterschap niet vallend onder A-wateren of B-wateren, met uitzondering van solitaire wateren die zijn aangemerkt als vennen, poelen en kolken voorzover deze niet zijn gelegen in gebieden waaraan bijzondere waarden zijn toegekend.

cbs-indeling (vergunning)
Def.: een verzameling typeringen van vergunningen waarover door het CBS enquête vragen gesteld worden.

cbr test
Def.: een in Amerika ontwikkelde methode om de stijfheid van grond uit te drukken in de stijfheid van een standaardmateriaal. Toelichting: De methode omvat een gestandaardiseerde drukproef die zowel in het terrein als in het laboratorium kan worden uitgevoerd

centraal bureau voor de Rijn en binnenvaart
Afk.: CBB;CBRB Def.: Toelichting: Het CBRB is de grootste werkgevers- en ondernemersorganisatie in de binnenvaart in Nederland. De leden van het CBRB zijn prominent vertegenwoordigd in alle belangrijke deelsectoren van de binnenvaart, zowel op het niveau van de vervoerder als dat van vervoersorganisator. Ook kent het CBRB een omvangrijk netwerk van geassocieerde leden die betrokken zijn bij de bedrijfstak binnenvaart.

cemt-classificatie
Def.: indeling van binnenvaartschepen in een beperkt aantal standaardtypen Toelichting: Vastgesteld door de Conférence Européenne des Ministres des Transports - Conferentie van Europese Transport Ministers

ce-merk
Def.: europees keurmerk voor schepen, bestaande uit een code met een plaatje. Toelichting: Verplicht voor alle in Europa verkochte open- en kajuitboten met een romplengte tussen 2,5 en 24 meter. Uitzonderingen zijn boten voor speciale wedstrijden, kano's, kajaks, gondels, waterfietsen, zeilplanken, waterscooters, experimentele vaartuigen, casco's die door particulieren worden afgebouwd en niet binnen 5 jaar op de Europese markt worden verkocht, duikboten, luchtkussenvoertuigen, draagvleugelboten en originele historische vaartuigen (of eenmalige replica's) gebouwd van tekeningen van vóór 1950, die voornamelijk met de oorspronkelijke materialen zijn gebouwd.

celspanning
Def.: de spanning die heerst in de cel van een cel- of triaxiaalapparaat

cementatieproces
Def.: verhardingsproces van cement en cementachtige bindmiddelen.

CEFILT
Def.: waarde die aangeeft van welk type een waarde is. Toelichting: C = Character ; E = exponentieel, significant ; F = exponentieel, niet significant ; I = Integer ; L = Logical ; T = Table

centraal referentie punt
Afk.: CRP Def.: punt op het vaartuig ten opzichte waarvan het bootgeometrie stelsel gedefinieerd is

centrale commissie voor de rijnvaart
Afk.: CCR Def.: internationaal bestuursorgaan, dat ingevolge de akte van Mannheim (1868) de vrije en veilige vaart op de Rijn in stand moet houden Toelichting: Gevestigd in Straatsburg

centrifugaat
Def.: afgescheiden water ontstaan bij het centrifugeren

centrifugatie
Def.: een delingsproces, dat centrifugale kracht gebruikt om de versnelde bezinking van deeltjes in een vaste stof- / vloeistofmengsel te bevorderen.

centrifuge
Def.: machine voor het m.b.v. centrifugaalkrachten indikken of ontwateren van slib

centrum voor onderzoek van de economie van de lagere overheden
Afk.: COELO Def.: Toelichting: het coelo is een onafhankelijk onderzoeksinstituut verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen die zich richt op onderwerpen die verband houden met de decentrale overheden (gemeenten, provincies eb waterschappen) in de vorm van wetenschappelijk en toegepaste beleidsonderzoek

centrum voor regelgeving en onderzoek in de grond-, water- en wegenbouw en de verkeerstechniek.
Afk.: CROW Def.: Toelichting: CROW is een Nederlandse organisatie die kennis over verkeer en vervoer bundelt. CROW werkt daarbij met werkgroepen van deskundigen uit de verschillende vakgebieden, die samen aanbevelingen en richtlijnen opstellen over bijvoorbeeld vormgeving en maatvoering van verkeersinfrastructuur. De CROW-richtlijnen hebben geen wettelijke status. CROW geeft alleen adviezen voor bijvoorbeeld de wegbeheerder.

cerviduct
Syn.: wildviaduct Def.: viaduct ten behoeve van grote dieren (met name herten), zodat zij zonder risico gebiedsdoorsnijdende wegen kunnen oversteken. Toelichting: Wildviaduct