Kopie van `Aquo-lex - het waterwoordenboek`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.


Aquo-lex - het waterwoordenboek
Categorie: Milieu > water
Datum & Land: 20/02/2012, NL
Woorden: 1655


cessionaris
Def.: verzekeraar die het recht op een scheepslading of scheepswrak heeft.

cirkel van mohr
Def.: spanningscirkel in het diagram van Mohr waarvan het middelpunt is gegeven door p=(sv+sh)/2 en de straal door q=(sv-sh)/2

circumnavigatie
Def.: het omzeilen van de wereld.

circulatiecellen
Def.: horizontale stromingscellen die ontstaan door een samenspel van langsstroom en retourstroom.

circular error probable
Afk.: CEP Syn.: waarschijnlijke cirkelvormige fout Def.: de straal van een cirkel, gecentreerd op de gemeten positie, waarbinnen de werkelijke positie met 50% betrouwbaarheid ligt.

ciguatera
Def.: toxische stoffen voorkomend in sommige vissen, die visvergiftiging veroorzaken.

civieltechnisch centrum uitvoering research en regelgeving
Afk.: CUR Def.:

classificeerder
Def.: die arbeiders die de tanks, dubbele bodems en piek van een schip schoonmaken en sauzen

classificeerder
Def.: controleur van de arbeiders die de tanks, dubbele bodems en piek van een schip schoonmaken en sauzen.

classificatieproef
Def.: proef ter karakterisering van grond, waartoe de volgende bepalingen kunnen horen: volumieke massa, soortelijke massa, natuurlijk watergehalte, Atterbergse grenzen, krimpgrens, korrelverdeling, korrelvorm en humusgehalte

classificatie verontreinigd slib
Def.: er worden vier soorten slib onderscheiden: - Klasse 1: voldoet aan de algemene milieukwaliteitsnorm: schoon tot licht verontreinigd. ; - Klasse 2: overschrijdt de algemene milieukwaliteit: licht tot matig verontreinigd. ; - Klasse 3: overschrijdt de toetsingswaarde: matig tot ernstig verontreinigd. ; - Klasse 4: overschrijdt de saneringswaarde: ernstig tot zeer ernstig verontreinigd. Toelichting: Vervuild slib kan ernstige gevolgen hebben voor het milieu. Effecten op planten en dieren zijn al merkbaar bij klasse 2 - slib. Vervuild slib kan zich door opwerveling makkelijk van de ene naar de andere plek verplaatsen en op een andere plaats schade aanrichten. Ook kan op langere termijn het grondwater verontreinigd raken.

cleaning in place
Afk.: CIP Def.: reinigingssysteem waarbij de te reinigen onderdelen binnen de procesconfiguratie, dus zonder uitbouw, kunnen worden gereinigd.

cleaning in place tank
Afk.: CIP Tank Def.: opslagvat voor permeaat om het spoelen van de membranen mogelijk te maken.

climax stadium
Def.: eindstadium van een natuurlijk verlopende successie.

clinometer
Def.: instrument dat wordt gebruikt om de overhelling (het aantal graden slagzij) van schepen te meten.

clostridium botulinum
Def.: splijtzwam (Schizomycetes) uit de familie van de Bacillaceae die door afscheiding van toxinen een belangrijke rol speelt bij voedselvergiftiging.

clupea sprattus
Syn.: sprot Def.: vissoort die in de Zuiderzee niet voorkwam, maar tegen de herfst op onze kusten verschijnt en dan in grote hoeveelheden gevangen en gerookt wordt.

cluster
Def.: een samengestelde groep doelvariabelen

cunet
Def.: een in natuurlijke ondergrond gemaakte ingraving Toelichting: Meestal gegraven om een betere ondergrond te kunnen aanbrengen

cumulatieve neerslagmeter
Def.: neerslagmeter die gebruikt wordt op meetpunten die slechts met grote tussenruimten in de tijd bezocht worden.

cultuurlandschap
Def.: door de mens aangelegd landschap

cumulatieve neerslagkromme
Def.: curve of an accumulatieve kwantiteit versus time.

cultuurhistorische (landschaps)waarden
Def.: landschappelijke structuren en elementen in een gebied die getuigen van een lange, nog herkenbare ontwikkelingsgeschiedenis, inclusief archeologische waarden.

cultuurhistorisch waardevol gebied
Def.: gebied met landschappelijke kenmerken of bebouwingsvormen die getuigen van het menselijk gebruik van het gebied

cultuurhistorie
Def.: beschavingsgeschiedenis Toelichting: De bestudering van het onroerend deel van het cultureel erfgoed, bestaande uit het bodemarchief (archeologie), de sporen van menselijk handelen in het landschap (historische geografie) en de gebouwde omgeving (bouw-/kunsthistorie)



cultuur
Def.: het verbouwen van gewassen - teelt

cultuur
Def.: kunst en wetenschap

cultuur
Def.: geheel van voortbrengselen van een gemeenschap

cultureel erfgoed
Def.: wat aan cultuur uit vroeger tijd is doorgegeven

culturele eutrofiëring
Def.: daling van het zuurstofgehalte in het water, dat ernstige gevolgen heeft voor het waterleven Toelichting: deze daling wordt veroorzaakt door mensen.

cutpoint
Def.: het scheidingspunt van een hydrocycloon. Toelichting: Bij scheiding komt 50% van de deeltjes van die diameter in de onderloop, 50% in de bovenloop van de hydrocycloon terecht.

cutterzuiger
Afk.: CSD Def.: een baggerwerktuig met een zuigbuis die voorzien is van een roterende snijschroef (de cutter). Voordat de grond wordt opgezogen wordt deze eerst stuk gesneden

cuwvo percentiel waarde
Def.: waarde uit een meetreeks waarvoor geldt dat x% van de waarden in die een bepaalde meetreeks een waarde heeft die kleiner dan of gelijk is aan deze waarde Toelichting: Als deze waarde tussen twee meetwaarden in valt, wordt op voorgeschreven wijze altijd één van deze twee waarden uit de reeks genomen. CUWVO-percentielen zijn eenvoudig te bepalen omdat de waarde altijd overeen komt met één van de meetwaarden uit de meetreeks.

d3
Afk.: D3 Def.: organisatie niveau binnen de Rijkswaterstaat welke gevormd wordt door de regionale en specialistische diensten

d2
Afk.: D2 Def.: organisatie niveau binnen de Rijkswaterstaat welke gevormd wordt door de beleidsdirectoraten en de DG-RWS

d15onder
Afk.: D15onder Def.: korrelgrootte die door 15 gewichtsprocenten wordt onderschreden van de laag onder een andere filterlaag

d15boven
Afk.: D15boven Def.: korrelgrootte die door 15 gewichtsprocenten wordt onderschreden van de laag boven een andere filterlaag.

d15a
Afk.: D15a Def.: steengrootte van de breuksteen toplaag die door 15 gewichtsprocenten wordt onderschreden.

d15
Afk.: D15 Def.: korrelgrootte van zand die door 15 gewichtsprocenten wordt onderschreden.

d1
Afk.: D1 Def.: hoogste organisatie niveau binnen de Rijkswaterstaat welke gevormd wordt door de Secretaris Generaal met zijn staf.

d4
Afk.: D4 Def.: organisatie niveau binnen de Rijkswaterstaat welke de dienstkringen en centrale apparaten van Rijkswaterstaat bevat.

d90
Afk.: D90 Def.: korrelgrootte die door 90 gewichtsprocenten wordt onderschreden

d-tocht
Syn.: droge tocht Def.: hoofdwatergang met een geringe breedte en met een bodemdiepte tot doorgaans maximaal een halve meter onder het plaatselijke waterpeil. Toelichting: D-tochten vormen de overgang van kavelsloot naar tocht en beginnen doorgaans daar waar overtollig water van meer dan 40 hectare landbouwgrond moet worden afgevoerd.

dwarsscheeps
Def.: in de richting dwars op de boot, gerekend vanaf het breedste gedeelte hiervan.

dwarsprofiel-segment
Def.: opdeling van een profiel in segmenten waarop een soort profielverdediging aanwezig is, met het oog op toetsing

dwarsprofiel waterkering
Def.: een denkbeeldige, haaks op de referentielijn staande doorsnijding van de waterkering Toelichting: Hier wordt zowel gedoeld op de locatie als de weergave van het dwarsprofiel. Voor de primaire waterkeringen is aangesloten bij de Uniemodel-Legger ten behoeve van primaire waterkeringen. Bij het gegevenselement 'weergave dwarsprofiel' zijn de elementen opgesomd die afgebeeld worden - daarbij is aangesloten bij het Uniemodel-legger/technisch beheerregister ten behoeve van de primaire waterkeringen (inclusief het supplement zandige kust). Deze lijst kan uiteraard vrijelijk worden aangevuld. Voor de niet-primaire waterkeringen geldt dat mogelijk niet alle genoemde elementen relevant zijn

dwarsprofiel
Def.: bodemprofiel in een dwarsdoorsnede van een kust, rivier of dijk.

dwarskuil
Def.: kuilnet waarmee dwars vooruit drijvende, dus zo dat de wind voorlijker dan dwars inkomt, gevist wordt.

dwarshelling
Def.: helling waar een schip dwars, dus evenwijdig aan het water, op staat.

dwarsdoorsnede
Def.: doorsnede van een waterloop loodrecht op de gemiddelde richting van de stroming.

dwangloods
Def.: verplichte loods.

dwangpunten
Def.: posities in de dwarsdoorsnede van een vaarweg die het minimaal vereiste vaarwegprofiel vastleggen

dwars
Def.: recht opzij Toelichting: Onder een hoek van 90° met de scheepsas.

dwang centrering
Def.: het proces van het maken van arbitraire wijzigingen aan een model zodat deze past bij de geobserveerde gegevens. Toelichting: Toepassen van dwang centrering is in het algemeen af te raden

dwaalgast
Def.: soorten kunnen in een bepaald gebied slechts enkele keren worden gesignaleerd, zonder dat ze daar een gevestigde populatie hebben. Toelichting: Voorbeelden voor het Belgisch / Zuid Nederlandse deel van de Noordzee zijn klapmuts (een zeehondensoort), potvis of maanvis.

dwarsschot
Def.: een schot dat op de dwarsrichting van de boot loopt en deze in verschillende compartimenten verdeelt.

dwarstransport
Def.: sedimenttransport loodrecht op kust, rivieras of oever.

dwarsverhang
Afk.: s Def.: verhang in de richting haaks op de richting van de waterloop.

dynamische bebording
Def.: signaleringsbord waarop, afhankelijk van de (verkeers)situatie, een (verkeers)teken of mededeling wordt getoond

dynamisch stabiel systeem
Def.: een dijkbekleding waarvan de elementen onder invloed van de golfbelasting verplaatsingen kunnen ondergaan - in de tijd gezien blijft de dikte van de bekleding constant (bv stortsteen)

dynamisch route informatie paneel
Afk.: DRIP Def.: een paneel dat de mogelijkheid biedt door middel van wisselende beelden de verkeersdeelnemer te informeren, te waarschuwen of the adviseren

dynamisch model
Syn.: niet-stationair model Def.: model waarbij de tijd een onafhankelijke variabele is.

dynamisch kustbeheer
Def.: het zodanig beheren van de zandige kust dat natuurlijke processen, al dan niet gestimuleerd, zoveel mogelijk ongestoord kunnen verlopen, waarbij de processen zodanig worden beheerd dat de veiligheid van het achterliggende gebied gewaarborgd blijft.

dynamisch evenwicht
Def.: voortdurende profielveranderingen als gevolg van voortdurend veranderende hydraulische omstandigheden zonder resulterend zandverlies.

dynamisch evenwicht
Def.: de toestand waarin de hoeveelheid aanvulling van het stroomsysteem gelijk is aan de hoeveelheid natuurlijke afvoer.

dynamisch
Def.: in beweging zijnde partij Toelichting: bijvoorbeeld transport van baggerspecie door middel van verpompen.

dynamiek
Def.: de krachten of eigenschappen die groei of verandering stimuleren binnen een systeem bijv. een ecosysteem of hydrologisch systeem.

dy
Def.: een soortgelijk materiaal als gyttja

dynamiek
Def.: wisselingen in leefomstandigheden Toelichting: Voorbeelden van dynamiek zijn jaarlijkse overstroming of droogte, tijdelijk verhoogde waterstand en stroomsnelheid na heftige regenval, het ontstaan en verdwijnen van zand- of grindbanken door meandering of golfslag ten gevolge van wind, waardoor de oever kaal blijft.

dynamische golf methode
Def.: een meer complexe manier voor het bepalen van de afvoer die het mogelijk maakt rekening te houden met een opzet en stagnatie en terugvloeiende stromen. Toelichting: Het kan daardoor rekening houden met cirkelvormige systemen.

dynamische verdichting
Def.: het verdichten van grond door het van grote hoogte te laten vallen van een zwaar gewicht

dynamische viscositeit
Def.: verhouding tussen de viscositeit ( en dichtheid ( van een stof.

dyneema
Def.: high Modulus Polyethyleenlijn.

dystrofische meren
Def.: zure wateren die veel planten maar weinig vis bevatten, vanwege de aanwezigheid van grote hoeveelheden organische materie.

ebvolume
Def.: de totale hoeveelheid water, die tussen de vloed- en de ebkentering van een getij door een zekere dwarsdoorsnede stroomt.

ebverval
Def.: een verval over een stormvloedkering waarbij de waterstand aan de rivierzijde hoger is dan de waterstand aan de zeezijde

ebschaar
Syn.: ebgeul Def.: een getijgeul, die voornamelijk open ligt voor de ebstroom en die aan het zee-einde een drempel heeft.

eboverschot
Def.: de totale hoeveelheid water, waarmee in een zekere dwarsdoorsnede het ebvolume het vloedvolume overtreft.

ebkentering
Def.: het veranderen van de ebstroom in de vloedstroom.

eb
Syn.: laagwater ; ebbe Def.: de toestand van laagwater. Toelichting: Gebruik van eb in deze betekenis wordt ontraden.

eb
Syn.: ebstroom ; ebbe Def.: stroom in de richting die overheerst bij zakkend water.

eb
Syn.: afgaand water ; ebbe Def.: het dalen van de waterspiegel na de vloedkentering.

eb
Syn.: afgaand water ; ebbe Def.: de toestand waarin de ebstroom overheerst.

eddy-correlatietechniek
Def.: de methode waarbij met hoge frequentie (meer dan 10 Hz) de verticale componenten van de windsnelheid en een scalair zoals de luchtvochtigheid wordt gemeten. Toelichting: Uit de turbulente fluctuaties rond het gemiddelde van de verticale windsnelheid en de luchtvochtigheid kan de verdamping worden berekend. Is de correlatie tussen deze twee grootheden positief dan treedt verdamping op, is deze negatief dan treedt dauw of rijp op.

edelman
Def.: handboorgereedschap met twee verticale schoepen om het bodemmonster vast te houden en schroefachtige punt.

eerste tapsel
Def.: het water dat uit de kraan komt wanneer deze voor het eerst geopend wordt. Toelichting: Het is waarschijnlijk dat dit water een hoog loodpeil bevat, omdat dit water de tijd heeft gehad om lood, dat vrijkomt bij de verwering van pijpleidingen,op te nemen.

eenvoudige toetsing
Def.: de eerste stappen in een beoordelingsschema, met relatief makkelijk toepasbare regels, uitgewerkt in het Voorschrift Toetsen op Veiligheid.

eenparige stroming
Def.: stroming in een open leiding met constante dwarsdoorsnede waarbij de waterdiepte gelijk is in alle dwarsdoorsneden ((/(s = 0).

eenling golf
Syn.: losse golf Def.: golf van betrekkelijk korte lengte die zich, zonder door andere soortgelijke golven te worden gevolgd, vrijwel onvervormd voortplant. Toelichting: N5043, nr..77 noemt het woord eenlinggolf gekunsteld en stelt losse golf voor (ook bij CHO 566 genoemd) In de literatuur (niet alleen Engelstalige) vindt men veelal de benaming soliton, vooral bij. wiskundige behandeling.

eenheidshydrogram
Syn.: eenheidsafvoergolf Def.: denkbeeldige afvoergolf als gevolg van in korte tijd op het gehele stroomgebied gelijkmatig vallende regen, die een totale oppervlakteafvoer teweegbrengt gelijk aan een over het stroomgebied uitgebreide laag water ter dikte van een gekozen lengte-eenheid.

eenheid
Def.: de dimensie van de grootheid waarin een parameter wordt uitgedrukt. Toelichting: Zo mogelijk wordt de dimensie in SI-eenheden volgens NEN-norm 1000 uitgedrukt.

eemskanaal
Def.: kanaal van Delfzijl naar Groningen, bevaarbaar voor zeeschepen tot 2000 BRT.

eemsmondgebied
Def.: zeehavenproject ten noordwesten van Delfzijl, toegankelijk voor zeer grote schepen.

efficiëntie factor
Def.: factor waarmee de verhouding tussen gerealiseerde en ontwerpcapaciteit aangegeven wordt.

effectieve spanning
Def.: korrelspanning.

efficiency van een bron
Def.: de hoeveelheid geïdealiseerde onttrekking van een put wanneer er geen verliezen zijn door het filter en zandpakket ten opzichte van de feitelijk gemeten onttrekking in de put.

effectieve snelheid
Afk.: e Syn.: poriënwater stroomsnelheid ; werkzame snelheid Def.: feitelijke snelheid van de waterdeeltjes. Toelichting: In de onverzadigde zone te berekenen als het quotiënt van de filtersnelheid en het watergehalte en in de verzadigde zone als het quotiënt van de filtersnelheid en de effectieve porositeit.

effectieve regenval (landbouw)
Def.: dat deel van de regenval die in de bodem achterblijft en bijdraagt aan de groei van gewassen.

effectieve porositeit
Afk.: ne Syn.: beschikbaar poriëngehalte Def.: het volume van de poriën, dat beschikbaar is voor transport van vloeistof, gedeeld door het totale volume van de grond (bodemdeeltjes en poriën).

effectgerichte maatregelen
Def.: maatregelen die erop zijn gericht de negatieve effecten in het milieu weg te nemen of terug te dringen zonder wijzigingen aan de te brengen in of aan de bronnen van emissie