Kopie van `Aquo-lex - het waterwoordenboek`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.


Aquo-lex - het waterwoordenboek
Categorie: Milieu > water
Datum & Land: 20/02/2012, NL
Woorden: 1655


europese unie
Afk.: EU Def.:

europoort
Def.: groot zeehavenproject ten westen van Rotterdam, op het voormalig eiland Rozenburg, aansluitend aan de Botlek. Toelichting: In 1958 werd begonnen met de aanleg en in 1960 liep het eerste schip de Europoort binnen.

euryhalien
Def.: de mogelijkheid van zee organismen om een grote spreiding in zoutgehalte te tolereren.

eurythermisch
Def.: de mogelijkheid van zee organismen om een grote spreiding in temperatuur te tolereren.

eustatische schommelingen
Def.: stijging van de zeespiegel als gevolg van een toename van het volume. Toelichting: Bijvoorbeeld door smeltwater en uitzetting door temperatuurstijging maar niet door verandering in de capaciteit van de oceaanbekkens.

eutraphent
Def.: voorkeur hebbende voor eutrofe omstandigheden.

eutroof
Def.: rijkdom aan voedingsstoffen in het milieu (vooral kalk, nitraten en fosfaten) Toelichting: een hoge voedselrijkdom (- gehalte aan meststoffen -) leidt in de regel tot een ecologische nivellering, waarbij de soorten die zich hebben aangepast aan voedselarme milieus worden verdrongen door de generalistische, minder kritische soorten

eutroof water
Def.: een water dat rijk is aan voedingsstoffen en waarin weinig soorten aquatische organismen voorkomen, elk in betrekkelijk groot aantal. Toelichting: Dit water wordt gewoonlijk gekarakteriseerd door een geringe doorzichtdiepte en door bodemafzettingen die bijna zwart zijn ten gevolge van anaërobe omstandigheden en die veel organische materie bevatten.

evenwichtshelling
Def.: helling van het gesedimenteerde materiaal die van nature ontstaat tijdens het opspuiten van baggerspecie. Toelichting: De evenwichtshelling is afhankelijk van de korrelgrootteverdeling van het gesedimenteerde materiaal en de stroomsnelheid en viscositeit van de slurrystroom in het scheidingsbekken.

evenwichtsdraagvermogen
Def.: de funderingsdruk die de ondergrond maximaal kan dragen

evenwichtsfactor
Def.: een factor die de mate van stabiliteit aangeeft

evenwichtsdiepte
Afk.: yn Def.: waterdiepte bij eenparige stroming groter of kleiner dan de grensdiepte.

evenwichts vochtverdeling (na uitzakking)
Syn.: evenwicht waterverdeling Def.: het verloop met de diepte van het watergehalte verkregen door langdurig uitzakken van water in aanvankelijk natte grond, nadat het watertransport in de onverzadigde zone verwaarloosbaar klein is geworden.

evenwichts vochtverdeling (na capillaire opstijging)
Syn.: evenwicht waterverdeling Def.: het verloop met de diepte van het watergehalte verkregen door capillaire opstijging in een aanvankelijk droge grond, nadat het watertransport in de onverzadigde zone weer verwaarloosbaar klein is geworden.

evenstandlijn
Def.: een lijn die weergeeft hoe plaatselijk een bepaalde waterstand kan ontstaan onder invloed van combinaties van de rivierafvoer en de hoogwaterstand te Hoek van Holland

evenaar
Syn.: equator ; linie Def.: snijlijn van x,y-vlak met de ellipsoïde Toelichting: Dient als nullijn van de geografische breedte.

evapotranspiratie
Afk.: ET Syn.: totale verdamping Def.: de totale verdamping van een begroeid oppervlak. Toelichting: De som van de evaporatie (verdamping) uit de bodem en de transpiratie van de planten.

evaporiet
Def.: wateroplosbare minerale sedimenten of zoutafzettingen ontstaan door de evaporatie van zout water in zeeën of zoutwatermeren Toelichting: Haliet (keukenzout) en gips zijn enkele voorbeelden van evaporieten.

evaluaties
Syn.: nabeschouwing Def.: beoordeling, waardering Toelichting: er zijn enkele evaluaties uitgevoerd ten aanzien van het handelen van de brandweer

evaluatiemethode
Def.: geheel van activiteiten dat heeft geleid tot een evaluatie van basistechnieken en een inkadering van de prestatie van deze basistechnieken.

evacueren
Def.: proces van tijdelijk verplaatsen van personen en levende have/erfgoed en bedrijfsmiddelen uit een bedreigd gebied

evacuatiescenario's
Def.: scenario†™s van) Een door de overheid gelaste verplaatsing van groepen personen in Nederland met daaronder Toelichting: de voorbereiding daarvan en de nazorg

evacuatie
Def.: handeling van evacueren

evacuatie berekening
Def.: berekening van de tijd die het neemt om een evacuatie uit te voeren (afvoer van personen en levende have/erfgoed/-bedrijfsmiddelen uit het evacuatiegebied Toelichting: de berekening van de evacuatie neemt drie uur in beslag

evenwichtsprofiel
Def.: kustprofiel behorend bij gegeven constante hydraulische omstandigheden. Toelichting: De vorm van een rivierdal in de dwarsdoorsnede, die een rivier (theoretisch) tegenwerkt.



evertebraten
Syn.: ongewervelde dieren Def.: lagere dieren zonder wervelkolom. Toelichting: Dieren die niet in het bezit zijn van een inwendig skelet in de vorm van een wervelkolom en andere beenderen, bv slakken en insecten

f-klassen
Def.: dit is een indeling om aan te geven in hoeverre stoffen bij een bodemsanering tot een veiligheidsrisico (explosie) kunnen leiden. Toelichting: De stoffen worden op grond van hun vlampunt ingedeeld in klasse 1F (ontvlambaar) of 2F (licht/zeer licht ontvlambaar) Dit leidt tot een voorlopige klasse indeling. Bij het uitvoeren van de bodemsanering wordt in de veldsituatie bepaald hoe groot de kans op actuele aanwezigheid van een explosief mengsel of een ontsteking is. Afhankelijk hiervan wordt de voorlopige klasse gehandhaafd of met een klasse verlaagd. Dit leidt tot een definitieve klasse indeling die ieder een specifiek pakket van beschermende maatregelen vereisen. (zie ook T-klassen waarin het blootstellingrisico wordt uitgedrukt)

fenolindex
Def.: Maat voor de aanwezigheid van fenolen in een medium. Toelichting: De fenolindex wordt bepaald door aan een oplossing van het medium bepaalde stoffen toe te voegen waarmee fenolen gekleurde verbindingen maken. De extinctie bij een bepaalde golflengte geeft een maat voor de aanwezigheid van de fenolen in de oplossing.

fenolen
Def.: organische verbindingen die bijproducten zijn van olie raffinage, looien, textiel, verstof en hars productie. Toelichting: Lage concentraties kunnen smaak en geur problemen veroorzaken in water, hogere concentraties kunnen het waterleven doden.

feitenrelaas
Def.: (gesproken) logboek van gebeurtenissen gesteld in waargenomen feiten (geen percepties) Toelichting: de informatiedienst ontving een feitenrelaas

fecale pellets
Def.: compacte aggregaten van partikels die worden uitgescheiden door (mariene) organismen.

fecale coliforme bacteriën
Def.: bacteriën die zich in het spijsverteringskanaal van mensen en andere warmbloedige dieren bevinden. Toelichting: Komen voor en zijn een indicatie voor huishoudelijk afvalwater en een geven grote kans op ziekten indien ze niet gecontroleerd of uitgeroeid worden.

fermentatie
Def.: de omzetting van organisch materiaal in methaan, koolstofdioxide en andere moleculen door anaërobe bacteriën.

ferry
Def.: veerboot waarmee behalve passagiers ook vrachtwagens, personenwagens en soms treinstellen kunnen worden overgezet.

FHI-normen
Def.: europese normen voor oppervlaktewater, opgesteld door het Duitse Fraunhofer Institut (FHI).

fjord
Def.: langgerekt, diep gevormd dal, in zee lopend en begrensd door hoge bergwanden. Toelichting: Voornamelijk in Noorwegen, maar ook in Brits-Colombia, Chili, IJsland en Nieuw-Zeeland.

fosfor
Afk.: P Def.: scheikundig element uit de reeks niet-metalen van het periodiek systeem met atoomnummer 15 Toelichting: het element fosfor (P) komt in de natuur altijd voor als verbinding. De zuivere vorm van fosfor is tetrafosfor, P4.

fosfaatverbinding
Def.: Elke fosfaat bevattende stof. Toelichting: fosfaatverbindingen zijn belangrijke meststoffen dievoorkomen in menselijke en dierlijke uitwerpselen. In het oppervlaktewater zijn osfaatverbindingen samen met stikstofverbindingenverantwoordelijk voor de groei van algen.

fosfaat totaal
Def.: het totaal van fosfaat bevattende stoffen. Toelichting: som van orthofosfaten, hydrolyseerbare fosfaatverbindingen en organische fosfaatverbindingen.

fosfaat
Afk.: PO4 3- Syn.: fosfaat ion;orthofosfaat Def.: negatief geladen ion dat bestaat uit één fosforatoom en vier zuurstofatomen.

footprint
Def.: bodemgebied dat door een bundel is aangestraald. (beluid)

foraminiferen
Def.: grote groep amoebevormige protisten Toelichting: eencelligen met een celkern, die een typisch schelpje of skeletje ontwikkelen. Ze meten vaak minder dan 1 mm. De huidige foraminiferen zijn uitsluitend marien, maar overleven ook in brak water. De meeste soorten behoren tot het meiobenthos, slechts enkele

food and agriculture organization
Afk.: FAO Def.: voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties Toelichting: streeft naar de bestrijding van honger in de wereld. Het hoofdkwartier van de FAO is gevestigd in Rome.

fontein
Def.: een fontein is een natuurlijke of kunstmatige vloeistofstroom waarbij de vloeistof, meestal water, omhoog wordt gebracht/gestuwd. Toelichting: Bij kunstmatige installaties wordt het water opgepompt en wordt middels een spuit†“ of stroommechanisme het water in beweging gezet. Fonteinen worden voornamelijk vanwege hun sierwaarde aangeschaft, bijvoorbeeld in tuinvijvers of plantsoenen, maar kunnen ook als speelattractie in bijvoorbeeld zwembaden worden gebruikt.

fonds economische structuurversterking
Afk.: FES Def.: een Nederlands fonds met budget uit de aardgasbaten. Het geld is bestemd voor investeringen in de infrastructuur en sinds 2005 in de kenniseconomie van Nederland

foliesteektoestel
Def.: klein steektoestel met inlegfolie.

fosfor totaal
Def.: het totaal van fosfor uit fosforhoudende verbindingen. Toelichting: aangezien het element fosfor in de natuur niet in elementaire vorm voorkomt, wordt voor fosfor totaal vaak de afkorting P gebruikt. De hoeveelheid fosfor totaal wordt bepaald door zure en oxidatieve ontsluiting waarbij alle fosforverbindingen omgezet worden in orthofosfaat.

fosforescentie
Def.: het uitstralen van eerder op een molecuul gevallen licht, waarbij een golflengte verschuiving plaatsvindt. Toelichting: Het verschijnsel dat sommige stoffen licht uitzenden, nadat ze eerst aan licht zijn blootgesteld. Waar bij de fluorescentie de kleuren beperkt zijn gebleven tot geel en wit, vinden we bij fosforescentie een groot scala aan kleuren. Witte fosforescentie komt niet voor. In water zijn bepaalde algen en bacteriën bekende fosforescerende media / lichamen.

fosforverbinding
Def.: Elke fosfor bevattende stof.

fotoforen
Def.: lichtgevende orgaantjes die als oplichtende vlekken verschijnen op verschillende mariene organismen Toelichting: zoals vissen en koppotigen (inktvissen).

fotosynthese
Def.: synthese van organische stof uit koolstofdioxide en water door levende organismen onder invloed van licht met behulp van fotochemische reactieve pigmenten.

fout
Def.: het verschil tussen een gemeten/benaderde waarde en de echte waarde Toelichting: Omdat de echte waarde vaak niet bekend is, is ook de fout niet bekend (anders kon de fout worden verwijderd). Meestal is er wel aan te geven hoe groot de kans is dat de fout tussen bijvoorbeeld +2 en -2 cm in zit.

foutenboom
Def.: schematische weergave van combinaties van oorzaken die tot een bepaalde ongewenste gebeurtenissen, topgebeurtenissen genoemd, aanleiding kunnen geven.

foutieve aansluiting
Def.: meestal een aansluiting voor de lozing van afvalwater, die is aangesloten op een leidingsysteem voor de inzameling van schoon regenwater

foutvracht
Def.: de vergoeding die de bevrachter moet betalen wanneer hij de laadruimte die voor hem is gereserveerd niet gebruikt.

fungerend grensprofiel
Def.: grensprofiel dat direct aansluit aan de maatgevende afslagzone.

funderingsdruk
Def.: de kracht per oppervlakte-eenheid uitgeoefend door een fundering op staal op de grond onmiddellijk onder de aanlegdiepte

fundering op staal
Def.: een fundering die rechtstreeks op voldoende vaste bouwgrond is aangelegd

fundering op palen
Def.: een fundering waarbij de belasting van het gebouw of de constructie door middel van palen naar een dieper gelegen draagkrachtiger lagen wordt gebracht. De funderingskracht wordt ontleend aan puntweerstand en/of wrijvingskrachten langs de paal.

fundatie
Def.: die onderdelen van een object die een fundering vormen. Toelichting: Voorbeeld van gebruik: palen, stroken

functionaris
Def.: iemand die een functie vervult

fundamentele aquatische ecologie
Def.: toegespitst op het begrip van waargenomen fenomenen.

functionaliteit
Def.: handeling die een gebruiker kan uitvoeren met digitaal geleverde (geo)informatie, bijvoorbeeld inzoomen op een kaartgedeelte, gegevens opvragen op een locatie enzovoort

functieverlies
Def.: de grens (parameter + waarde) waarbij een onderdeel voor een bepaalde functie niet langer voldoet aan de eisen die noodzakelijk zijn om het bijbehorende object aan de functie-eisen te laten voldoen.

functiehomogeen vak
Def.: onderdeel van een watersysteemdeel dat functiehomogeen is en tot slechts één objectcategorie behoort. De grenzen van een dergelijk vak worden primair bepaald door de van toepassing zijnde functies en daarbinnen door de objectcategorie.

functie-eis
Def.: eisen, die aan de inrichting van een beheeronderdeel gesteld worden om te voldoen aan de gebruiksfuncties ervan en in kwaliteitseisen zijn om te zetten. Toelichting: Tot de kwaliteitseisen behoren technische eisen

functiecombinaties
Def.: een benadering gebaseerd op het combineren van verschillende grondgebruiksvormen die meerwaarde oplevert voor de afzonderlijke grondgebruiksvormen.

fulmar
Def.: noordse stormvogel.

functie
Def.: de bestemming en daarmee het gewenste gebruik, met het oog op de daarbij betrokken belangen. Toelichting: Functie oppervlaktewater. Bij BPN wordt onderscheid gemaakt in 17 functies (bijv. waterkeren,hoofdtransportas), WB kent één functie (bereikbaarheid).

fullerkromme
Def.: de grafiek die de korrelverdeling weergeeft van granulaire bodem met een dusdanige sortering dat het totale porinvolume minimaal is.

fuik
Def.: vangkooi ten behoeve van de muskusrattenbestrijding

fuik
Def.: langgerekt visnet in conische vorm, om hoepels gespannen en aan de binnenkant voorzien van enkels of kelen (trechtervormige stukken netwerk), die het terugzwemmen van de vis bemoeilijken.

fucus serratus
Syn.: Gezaagde zeeëik Def.: blaaswier

funiculaire zone
Def.: dat gedeelte van de grond waar door capillaire opstijging enkele poriën met water zijn gevuld. Dit water staat in verbinding met het grondwater

fuzzylogic model
Def.: model met beschrijvingen op basis van vage logica, bv. met tussenvormen tussen ja en nee (misschien).

fytoplankton
Def.: plankton bestaande uit plantaardige organismen. Toelichting: Omvat onder meer eencelligen, diatomeeën, groen-, goud-, pantser-, juk en blauwwieren. Sommige soorten kunnen zich onder bepaalde omstandigheden explosief vermeerderen waardoor algenbloei ontstaat

fytoextractie
Def.: extractie van verontreinigende stoffen door middel van (met behulp van) planten.

fyto
Def.: plantaardig.

fytobenthos
Def.: verzamelnaam voor wieren en algen die vastgehecht zijn aan de bodem of wanden van een waterlichaam Toelichting: Bv aangroeisel op stenen

fysische oceanografie
Def.: disipline binnen de oceanografie en bestudeert de fysische processen die de oceanen beïnvloeden en die door de oceanen gestuurd worden Toelichting: waarbij veel aandacht vooral gaat naar zeestromen, de interactie tussen de oceanen en het klimaat.

fysische en chemische behandeling
Def.: processen die algemeen gebruikt worden in afvalwaterbehandelinginstallaties. Toelichting: Filtratie is bijvoorbeeld een fysische proces. Coagulatie, chlorering, of ozonbehandeling zijn voorbeelden van chemische behandeling.

fysiotoop
Def.: ruimtelijk begrensde homogene eenheid met een karakteristieke combinatie van abiotische, onafhankelijke ecosysteemfactoren: moedermateriaal, topografie, klimaat en leeftijd. Toelichting: Vergelijkbaar met ecotoop, maar dan alleen abiotisch

fysieke standplaats
Def.: de abiotische factoren die tezamen de omgeving voor een organisme vormen.

fysieke systeemkenmerken
Def.: de kenmerken van het estuarium zoals het meergeulenstelsel, het getij en de zandhuishouding.

fysieke afscheiding
Def.: fysiek hulpmiddel die de toegang tot het wegonderdeel reguleert.

fylum
Def.: elk van de hoofdgroepen, waarin het dierenrijk verdeeld wordt. Toelichting: Bv het fylum der gewervelde dieren

fytostabilisatie
Def.: stabilisatie van verontreinigende stoffen door middel van (met behulp van) planten.

fytotoxine
Def.: vergif afkomstig van een plant

fytotransformatie
Def.: omzetting van verontreinigende stoffen in andere stoffen door middel van (met behulp van) planten.

ghyben-herzberg principe
Def.: een vergelijking die de diepte van de zoutgrens in een kust aquifer relateert aan de hoogte van zoetwaterlaag.

gierkabel
Def.: kabel over een rivier, waardoor een gierpont wordt overgebracht. Toelichting: Wordt meestal door vletten ondersteund en is in het midden van de rivier verankerd.

gierhoek
Def.: de hoek tussen de voorwaartse as van een multibeamstelsel en de langsas van het vaartuig.

gieren
Def.: onverwacht, als gevolg van uitwendige krachten, herhaaldelijk een zwenking maken van bakboord naar stuurboord of omgekeerd, waardoor de vaart vermindert. Toelichting: Een schip kan ook op het anker gieren en gaat dan door de stroom heen en weer.

giardiasis
Def.: buikgriep veroorzaakt door Giardia intestinalis Toelichting: Symptomen van Giardiasis zijn diarree, zwakte, gewichtsverlies en buikpijn. Mensen worden bij lage doses, van minder dan 10 cysten besmet met Giardia. Niet iedereen die besmet is, wordt daadwerkelijk ziek. Besmetting vindt voornamelijk plaats door het drinken van onbehandeld oppervlaktewater of grondwater dat besmet is door rioolwater of door wilde knaagdieren. Ook als het water alleen is gedesinfecteerd of de filtratie niet voldoende is geweest, kan besmetting plaatsvinden.

giardia
Def.: een zweepvormige protozoë parasiet dat gewoonlijk wordt gevonden in onbehandeld oppervlaktewater en via filtratie verwijderd kan worden. Het is resistent voor desinfecteerders als chloor. Toelichting: Bij mensen veroorzaakt de soort Giardia intestinalis buikgriep. Giardia parasieten kennen verschillende stadia. In de ontlasting van mensen hebben ze de vorm van cysten. Als cyste zijn ze beschermd tegen barre milieuomstandigheden (desinfecteerders zoals chloor). Ze kunnen zo lang overleven en zijn besmettelijk.

gierpont
Def.: een aan schuitjes verankerde pont. Toelichting: Het geankerd vaartuig werd door de stroom voortgestuwd en door middel van een kabel van de ene oever naar de andere gedreven. Tegenwoordig wordt er gebruik gemaakt van elektrische lieren aan de wal.

giertij
Def.: de getijden rond springtij.

gietasfalt
Def.: warm bereid asfalt met een mengsel van gegradeerd grind (of steenslag) en een overmaat aan asfaltmastiek, dat nagenoeg geen holle ruimte heeft

gistingsgas
Def.: (bio)gas dat bij het gisten van slib ontstaat

gistingstank
Syn.: slibgistingtank Def.: tank waarin door anaërobe micro-organismen verandering of ontleding van slib plaatsvindt