Kopie van `Aquo-lex - het waterwoordenboek`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.


Aquo-lex - het waterwoordenboek
Categorie: Milieu > water
Datum & Land: 20/02/2012, NL
Woorden: 1655


gnss service
Def.: het uit de ruimte komende signaal zoals verzorgd door de ruimte en grond segmenten van het GNSS

gnomonische projectie
Def.: kaartprojectie met rechte meridianen en gebogen breedtegraden.

gnss systeem
Def.: systeem opgebouwd uit de GNSS service en de ontvanger

golfoverslag
Def.: hoeveelheid water die door golven per strekkende meter gemiddeld per tijdseenheid over de waterkering slaat

golfoverslag
Def.: het verschijnsel waarbij water over de kruin van de dijk het achterland in loopt waarbij de waterstand lager is dan de kruin, maar het water opgezwiept wordt door golven ten gevolge van wind of scheepvaart

golfopzet
Def.: een toename van de waterspiegel ten gevolge van windgolven

golfoploopzone
Def.: deel van het talud dat niet door golfklappen maar door golfoploop wordt belast, gelegen boven de stilwaterstand.

golfoploophoogte
Syn.: Golfoploopniveau Def.: hoogste niveau ten opzichte van de stilwaterlijn tot waar een golf het talud nat maakt.

golfneerloop
Def.: de verticaal gemeten diepte onder het stilwaterniveau, die door een langs het talud teruglopende golf bereikt wordt

golfoploop
Afk.: z Def.: de grootste hoogte boven het dan optredende gemiddeld peil, bereikt door een tegen een talud oplopende golftong. Toelichting: (de 2% golfoploop wordt door 2% van de golven overschreden)

golflengte
Def.: afstand tussen twee golftoppen, afstand waarover een golfbeweging zich in één periode voortplant

golflengte
Def.: frequentie van radiozender.

golfklimaattabel
Def.: tabel waarin de frequentie van voorkomen van een bepaalde combinatie van golfhoogte en golfperiode wordt weergegeven

golfklimaat
Def.: gemiddelde en variabiliteit van karakteristieken van golven die in een bepaald gebied kunnen voorkomen.

golfklapzone
Def.: deel van het talud dat door golfklappen wordt belast, gelegen onder de stilwaterstand.

golfklap
Def.: korte drukstoot op het talud die ontstaat doordat de watermassa van een brekende golf het talud met grote snelheid treft

golfinvalshoek
Def.: de hoek tussen de golfrichting en de normaal op de kering.

golfhoogte hm0
Afk.: Hm0 Def.: een schatter voor de significante golfhoogte. Toelichting: Berekend uit het energiedichtheidspectrum van 30-500 MHz.

golfhoogte h2 %
Afk.: H2 % Def.: golfhoogte die door 2% van de golven wordt overschreden

golfhoogte
Afk.: GOLFHTE Def.: de verticale afstand tussen dal en top van een golf.

golfgroeigrafiek
Def.: een grafiek waarin voor bepaalde voorwaarden (o.a. stormduur, windsnelheid, waterdiepte) de significante golfhoogte en de periode kan worden afgelezen

golfgenerator
Def.: installatie die golfbeweging in elektriciteit omzet. Toelichting: Bestaat bv uit tanks van tientallen meters hoog, waartussen de golfslag cilinders in beweging zet, die een generator aandrijven.

golffront
Def.: de min of meer verticale voorkant van gebroken golven.

golffrequentie
Def.: de reciproke waarde van de golfperiode

golfenergiedichtheid
Def.: golfenergie per frequentie interval Toelichting: Er wordt bijna altijd gesproken over energie of energiedichtheid. Formeel is dit niet juist. Wat energie wordt genoemd is feitelijk de variantie van het golfhoogtesignaal omdat de factor ?·g (dichtheid maal zwaartekrachtversnelling) meestal wordt weggelaten.



golfenergie
Def.: totaal arbeidsvermogen (van plaats en van beweging) dat aan en onder een golvend wateroppervlak per eenheid van oppervlak gemiddeld aanwezig is.

golfdal
Def.: dal tussen twee golftoppen

golfbrekingparameter
Syn.: brekerparameter Def.: de verhouding tussen de bodemhelling en de wortel uit de golfsteilheid - dit dimensieloze getal is bepalend voor het type brekergolf

golfbreking
Def.: het ineenstorten van een golf tengevolge van een verandering in de waterdiepte, of het op een obstakel lopen.

golfbreker
Syn.: havendam ; beschermingsdam bij vooroever Def.: een stenen hoofd of strekdam, dienende om de invloed van de golven op de kust te verminderen

golf
Def.: voortbewegende verstoring van de evenwichtsstand van de waterspiegel. Toelichting: Per definitie kenbaar als een daling, rijzing en daling vanaf de middenstand.

goedkope-vlagschepen
Def.: koopvaardijschepen die varen onder de vlag van landen waar de wetten en voorschriften ten aanzien van de scheepvaart zeer oppervlakkig zijn, Toelichting: bijvoorbeeld Panama, Liberia en Honduras. De vlaggen zelf noemt men Flags of Convenience (vlaggen van gemak).

goede toestand
Def.: toestand waarbij zowel de chemische als de ecologische toestand goed is. Toelichting: milieukwaliteitsnormen op grond van Bijlage IX KRW, de Richtlijn Prioritaire Stoffen en andere relevante Europese wetgeving met dergelijke normen.

goede oppervlaktewatertoestand
Def.: de toestand van een oppervlaktewaterlichaam waarvan zowel de ecologische als de chemische toestand ten minste goed zijn -

goede laboratorium praktijk
Afk.: GLP Def.: het geformaliseerde proces en de voorwaarden waaronder laboratoriumonderzoek wordt gepland, uitgevoerd en gemonitord. Toelichting: Hiervoor worden ondermeer de ISO-standaarden gebruikt.

goede kwantitatieve toestand
Def.: de in tabel 2.1.2 van bijlage V (Europese Kaderrichtlijn Water) gedefinieerde toestand -

goede grondwatertoestand
Def.: de toestand van een grondwaterlichaam waarvan zowel de kwantitatieve als de chemische toestand ten minste goed zijn -

goede ecologische toestand
Afk.: GET Def.: de toestand van een overeenkomstig bijlage V (Europese Kaderrichtlijn Water) als zodanig ingedeeld oppervlaktewaterlichaam

goede chemische toestand van oppervlaktewater
Def.: de chemische toestand die vereist is om te voldoen aan de milieudoelstellingen voor oppervlaktewater, vastgesteld in artikel 4, lid 1, onder a), d.w.z. de chemische toestand van een oppervlaktewaterlichaam waarin de concentraties van verontreinigende stoffen niet boven de milieukwaliteitsnormen liggen die zijn vastgesteld in bijlage IX en overeenkomstig artikel 16, lid 7, of in andere toepasselijke communautaire wetgeving waarbij op Gemeenschapsniveau milieukwaliteitsnormen zijn vastgelegd - (Europese Kaderrichtlijn Water)

goede chemische toestand van grondwater
Def.: de chemische toestand van een grondwaterlichaam dat aan alle in tabel 2.3.2 van bijlage V (Europese Kaderrichtlijn Water) genoemde voorwaarden voldoet -

Goede Chemische Toestand
Afk.: GCT Def.: toestand waarbij alle prioritaire en prioritair gevaarlijke stoffen voldoen aan de gestelde milieukwaliteitsnormen.

goed zeemanschap
Syn.: goed schippersgebruik Def.: varen met gebruik van het gezonde verstand, dat wil zeggen met kundigheid en vaardigheid, alsmede met overleg handelen en vooruitzien.

goed
Def.: van hoge kwaliteit

goed ecologisch potentieel
Afk.: GEP Def.: de toestand van een overeenkomstig de toepasselijke bepalingen van bijlage V (Europese Kaderrichtlijn Water) aldus ingedeeld sterk veranderd of kunstmatig waterlichaam

goed
Def.: resultaat van de toetsing als de waterkering op de peildatum minimaal ontwerpkwaliteit heeft: er wordt aan de ontwerpcriteria voldaan met gebruikmaking van toetsingsuitgangspunten en †“randvoorwaarden.

goed
Def.: juist, zoals het behoort, zoals verwacht wordt

golfperiode
Def.: tijdsduur tussen twee opeenvolgende neergaande passages van de middenstand van een golf.

golfperiode tmo2
Afk.: TmO2 Def.: een schatter voor de gemiddelde golfperiode. Toelichting: Berekend uit het energiedichtheidspectrum van 30-500 MHz.

golfreflectie
Def.: het weerkaatsen van golven, waardoor de golfhoogte verandert

golfribbel
Def.: een door golfwerking van het water ontstane ribbel op de bodem. Toelichting: Kleine, heel onregelmatige oneffenheden van de bodem, die zich in de stroomrichting bewegen en waarvan de hoogte onafhankelijk is van de waterdiepte.

golfrichting
Def.: de richting waaruit de beschouwde golf komt.

golfrichting tho
Afk.: ThO Def.: de hoofdrichting van de golf ten opzichte van het ware Noorden. Toelichting: Berekend uit energiedichtheidspectrum van 30-500 MHz. De hoofdrichting is een vectorieel gemiddelde.

golfslag
Def.: de op en neer gaande beweging van de golven.

golfslag
Def.: het slaan of botsen van de golven tegen iets, bijvoorbeeld het schip of de wal.

golfsnelheid
Def.: de vloeistofsnelheid die veroorzaakt wordt door een plotseling gebeuren in een leiding.

golfspanning
Def.: krachtenveld in het water, opgewekt door golven

golfspectrum
Syn.: Spectrum Def.: verdeling van de golfenergiedichtheid als functie van de periode (bij een breed spectrum zijn de golfperioden van de windgolven onderling sterk verschillend).

golfsteilheid
Def.: verhouding tussen de hoogte en de lengte van een golf.

golfstroom
Def.: relatief warme zeestroming. Toelichting: Voortkomend uit de Antillenstroom en de Floridastroom loopt deze stroom langs de oostelijke kust van Noord-Amerika tot aan Kaap Hatteras, om van daar in noordoostelijke richting de oceaan over te steken. Het eerste deel, van Straat Florida tot Kaap Hatteras, wordt ook wel Floridastroom genoemd. Het tweede deel, van Kaap Hatteras tot New Foundland, blijft dan Golfstroom heten en het derde deel, van New Foundland tot Noorwegen, noemt men ook wel de Noord-Atlantische stroom.

golftop
Syn.: golfberg ; golfkam Def.: het hoogste punt van een golf

golfveld
Def.: de verzameling golven met weliswaar verschillende golfhoogten en golfperioden, maar die wel met een enkel spectrum beschreven kan worden

golfvorm
Def.: de drie dimensionale vorm van het vloeistoflichaam dat zich door een bedding perst (soms ook met 4e dimensie tijd weergegeven) Toelichting: de golfvorm neemt kritieke waarden aan

goot
Syn.: afvoergoot Def.: een afvoergoot voert hemelwater bovengronds af over een relatief lange afstand naar bijvoorbeeld een infiltratievoorziening. Toelichting: In de meeste gevallen is het gootprofiel in de klinkerverharding gestraat. De prefab elementen die op de markt beschikbaar zijn bestaan uit: - lijnafwatering ; - open goot

gootborstel
Def.: borstel voor het reinigen van de goot van een voor- of nabezinktank

gouwzee
Def.: deel van het IJsselmeer, tussen het vasteland van Noord-Holland en het voormalige eiland Marken.

gunningscriterium
Def.: een bepaald criterium (bijvoorbeeld de prijs of kwaliteit van het werk of tijd/planning) dat tijdens de aanbesteding kan worden gebruikt om te bepalen aan welke partij een opdracht verleend moet worden.

guanotrofiëring
Def.: eutrofiëring van een voedselarm milieu door uitwerpselen van vogels.

guano
Def.: meststof bestaande uit de verdroogde mest en overblijfselen van zeevogels, die op onbewoonde eilanden en klippen in de loop der eeuwen tot dikke lagen is opgehoopt. Toelichting: Werd in de vorige eeuw en het begin van deze eeuw met hele scheepsladingen tegelijk uit Zuid-Amerika gehaald.

guts
Def.: half-cylindrische open boor met aan de onderkant een scherpe snijrand.

guyot
Def.: onderzeese berg met een vlakke top, oprijzend tot minstens een kilometer boven de oceaanbodem.

gyroscoop
Def.: zeer snel ronddraaiende tol die zijn stand in de ruimte behoud

gyrokompas
Syn.: gyro Def.: een instrument dat de hoek aangeeft van de langs-as van het vaartuig ten opzichte van het astronomische noorden (noordelijk deel van de as waar onze aarde om draait). Toelichting: Het instrument is gebaseerd op de gyroscoop

gyre
Def.: grote cirkelvormige beweging of werveling van oceaanwater Toelichting: Een gyre ontstaat door de oostenwinden aan de evenaar, die oceanisch oppervlaktewater westwaarts blaast, in combinatie met de westenwinden die dichterbij de polen opnieuw het water oostwaarts voeren. De Noordatlantische gyre bestaat uit de Golfstroom, de

gymnospermen
Syn.: naaktzadigen Def.: zaaddragende, terrestrische vaatplanten Toelichting: Coniferen (naaldbomen) en de Ginkgo zijn voorbeelden van naaktzadigen.

high density polyetheen
Afk.: HDPE Def.:

hijs/hefmateriaal
Syn.: hijs- en hefmiddelen Def.: werktuigen en hulpmiddelen om zware lasten op te hijsen

high cube container
Def.: container met een grotere hoogte dan de standaardcontainer Toelichting: Dus hoger dan 8.5 voet of 2.60 m

hieuwlijn
Def.: lijn waarmee lichte lasten aan boord gebracht worden of waarmee de tros aan de wal getrokken wordt. Toelichting: In het laatste geval spreekt men ook van werplijn.

hieuwen
Def.: met kracht binnenhalen

hieuwen
Def.: anker-op-gaan, anker lichten.

hiaatwaarde
Def.: verzonnen waarde die toegevoegd is aan een reeks waarden om de reeks in tijd of plaats compleet te maken. Toelichting: Hiaatwaarden hebben meestal een duidelijke irreële waarde, bijvoorbeeld 99999999

histografische grafiek
Def.: kaart van een stroombekken waarin een serie lijnen (isochronen) de looptijden weergeven benodigd voor water dat ontspringt aan de isochroon om de uitlaat van het bekken te bereiken.

historisch hoogwater
Def.: hoogst gemeten buitenpeil in het verleden.

historische data
Def.: hydrologische en meteorologische data van gebeurtenissen uit het verleden.

historische geografie
Def.: bestudeert o.a. de wijze waarop cultuurlandschap en de elementen en structuren daarin tot stand zijn gekomen onder invloed van menselijk handelen. Kenmerkend is het gebruik van historische bronnen en kaarten.

hydrometrisch netwerk
Def.: netwerk van stations waar faciliteiten aanwezig zijn voor het bepalen van hydrologische variabelen.

hydrometrisch meetpunt
Def.: meetpunt waar gegevens over het water in rivieren, meren of bassins worden verzameld ten aanzien van een of meer van de volgende zaken: - waterstand ; - stroming ; - sediment transport en bezinking ; - Water temperatuur en overige fysische eigenschappen van water ; - karakteristieken van het ijsdek ; - chemische eigenschappen van het water.

hydrometrie
Def.: Wetenschap die zich bezighoudt met het meten en analyseren van water, bodemhoogten, sedimenttransport, neerslag en verdamping inclusief methoden, technieken en de instrumentatie gebruikt in de hydrologie

hydro-meteo meting
Def.: een verzameling hydrologische en meteorologische waarden per meting.

hydrolyse
Def.: de ontbinding van organische mengsels door interactie met het water.

hydrologische topologie
Def.: een hydrologische type-indeling op basis van een afstromingdiagram. Toelichting: De typologie is indicatief voor een aantal hydrologische gebiedskenmerken, zoals: systeemverval, opbouw ondergrond, drainageweerstand en afvoer.

hydrologische kringloop
Syn.: kringloop van het water Def.: het doorlopen van een reeks processen en toestanden door het water (zoals neerslag, berging , afvoer, verdamping), waarbij telkens weer een andere toestand wordt bereikt.

hydrologische
Syn.: kleiner deelstroomgebied Def.: verdere opdeling van een regio - hanteerbaar hydrologisch begrensd gebied waarop analyses, beoordelingen en maatregelen kunnen worden geformuleerd, bijv. Vecht

hydrologisch vak
Def.: een virtuele aanduiding van de onderverdeling in de lengte- en, indien van toepassing, de dwarsrichting van objecten/infrastructuur op basis van hydrologische kenmerken

hydrologisch systeem
Syn.: watersysteem ; waterhuishoudkundig systeem Def.: een geografisch te onderscheiden, coherente, functionele eenheid van subsystemen van oppervlaktewater, bodemwater en grondwater, waterbodems, kusten en technische infrastructuur voor water, inclusief de biotische gemeenschappen en alle geassocieerde natuurlijke en kunstmatige fysische, chemische en biologische karakteristieken en processen. Toelichting: De grenzen van een dergelijk hydrologisch systeem worden in de eerste plaats bepaald op grond van morfologische, ecologische en functionele samenhang. De waterwet definieerd het watersysteem als een samenhangend geheel van een of meer oppervlaktewaterlichamen en grondwaterlichamen, met bijbehorende bergingsgebieden, waterkeringen en ondersteunende kunstwerken.

hydrologisch jaar
Syn.: stroomjaar Def.: de tijdsduur ter lengte van een jaar waarin gemiddeld gesproken de afvoerkarakteristiek van een rivier wordt doorlopen. Toelichting: Het hydrologisch jaar begint op een vaste datum, in de regel aan het eind van een periode met lage afvoer. Voor bv. Nederland loopt het hydrologisch jaar voor de Maas en de Rijn van 1 november tot en met 31 oktober. Voor België van 1 oktober tot en met 30 september voor de Maas en de Schelde.

hydrologie
Def.: de leer van het voorkomen, het gedrag en de chemische en fysische eigenschappen van water in al zijn verschijningsvormen op en beneden het aardoppervlak, uitgezonderd het water in de zeeën en oceanen. Toelichting: Opmerking: ook de invloed van menselijk handelen wordt hier dikwijls onder begrepen.

hydrogram
Def.: een grafiek die een bepaalde eigenschap van grondwater of oppervlaktewater als functie van de tijd weergeeft.

hydrografisch netwerk
Def.: het geheel van rivieren en andere permanenten of tijdelijke waterlopen alsmede meren en bekkens in een bepaald gebied.

hydrogeologie
Def.: de tak binnen de geologie die (het voorkomen van) grondwater onderzoekt.