Kopie van `Aquo-lex - het waterwoordenboek`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.


Aquo-lex - het waterwoordenboek
Categorie: Milieu > water
Datum & Land: 20/02/2012, NL
Woorden: 1655


hydrografie
Def.: zeemeetkunde

hydrofoob
Def.: een aversie voor water hebbend. Toelichting: Tegengestelde van hydrofiel.

hydrofiel
Def.: een affiniteit hebbend voor water. Toelichting: Tegengestelde van hydrofoob.

hydro-ecologie
Def.: de studie van de interactie tussen ecologische en hydrologische / hydraulische processen in rivieren en uiterwaarden. Toelichting: In een nauwere betekenis dan eco-hydrologie.

hydrodynamisch model
Def.: model waarmee de stroming in open en gesloten waterlopen berekend kan worden.

hydrodynamische periode
Syn.: aanpassingstijd Def.: de tijd die nodig is om vanaf het aanbrengen van een belasting, de wateroverspanning te laten afnemen tot deze (vrijwel) geheel is verdwenen.

hydrocycloon
Def.: scheidingsapparaat voor erts, zand, en andere korrelvormige materialen, waarin deze (gemengd met water) met sterke middelpuntvliedende kracht worden gescheiden in een grovere en een fijne fractie.

hydroblock
Def.: type betonzuilen.

hydrobiologie
Def.: studie van het leven in watersystemen.

hydraulische weerstand
Afk.: c Syn.: weerstand tegen verticale stroming ; c-waarde Def.: weerstand die een bepaalde laag biedt tegen (meestal verticale) grondwaterstroming. Toelichting: Bij een homogene laag is deze grootheid gelijk te stellen aan het quotiënt van laagdikte D en (verticale) doorlaatcoëfficiënt K, wat overeenkomt met de reciproke van het lekvermogen (.

hydraulische unit
Def.: krachtbron voor hydraulisch aangedreven apparaten en werktuigen

hydraulische straal
Afk.: R Def.: verhouding tussen natte oppervlakte A en natte omtrek van een leiding P Toelichting: Een waterloop is een open leiding

hydraulische ruwheid
Def.: maat voor de weerstand die stromend water ondervindt van de begrenzing van een waterloop. Toelichting: men onderscheidt wandruwheid en bodemruwheid.

hydraulische randvoorwaarden
Syn.: Randvoorwaarden Def.: hydraulische Randvoorwaarden voor het jaar xxxx voor het toetsen van primaire waterkeringen

hydraulische potentiaal
Def.: de som van de zwaartekrachtpotentiaal en de tensiometerdrukpotentiaal.

hydraulische grondbreuk
Syn.: Grondbreuk Def.: het verlies van korrelcontact in de grond als gevolg van te hoge wateroverspanningen - in geval van een cohesieve afdekkende grondlaag leidt dit tot opdrijven en opbarsten, in geval van een niet-cohesieve grondlaag tot heave.

hydraulische generator
Syn.: hydroaggregaat Def.: werktuig dat hydraulische energie opwekt

hydraulische getijstroom
Def.: getijstroom die ontstaat door niveauverschillen Toelichting: veroorzaakt door verschillen in getijhoogte of hoogwater aan de twee uiteinden van een zeestraat.

hydraulische geleiding
Def.: combinatie van de model geometrie en de hydraulische geleidbaarheid in een enkele waarde met als doel vereenvoudiging. Toelichting: Hiermee wordt het debiet in of uit een gegeven model cel, riviervak etc bepaald.

hydraulische diffusiviteit
Def.: een eigenschap van een aquifer of insluitinglaag die gedefinieerd is als de verhouding van het hydraulisch geleidingsvermogen ten opzichte van de specifieke berging.

hydraulische diepte
Afk.: D Def.: verhouding tussen natte oppervlakte A en de breedte van een leiding op de waterspiegel B

hydraulische capaciteit
Def.: de maximale aanvoer van afvalwater voor de rioolwaterzuiveringsinstallatie

hydraulisch transport
Def.: transport van een mengsel van baggerspecie en water door een pijpleiding waarbij gebruik wordt gemaakt van een pomp.

hydraulisch model
Def.: model wat de eigenschappen van een vloeistofstroom in ruimte en tijd beschrijft. Toelichting: Bijvoorbeeld diepte, snelheid en druk.

hydraulisch model
Def.: model gebaseerd op de theoretische regels die het gedrag van een vloeistof bepalen.



hydraulisch materiaal
Def.: granulair materiaal dat kan samenkitten.

hydraulisch dicht
Def.: criterium voor gronddichtheid van een filter, waarbij materiaaltransport onmogelijk is doordat de weerstand tegen uitspoeling voldoende groot is bij de maatgevende belasting.

hydraulica
Def.: betrekking hebbend op de leer van de vloeistoffen, omvattende de hydrostatica en de hydrodynamica, of de toepassing er van

hydraulisch baggeren
Def.: het gebruik maken van de mechanische actie van een graafelement voor het ontgraven van de grond en het als gevolg van de werking van het graafelement ontstane grond-watermengsel verpompen via een zuig- en persleiding.

hydramodellen
Def.: waterkering reken modellen Toelichting: Hydra-M, Hydra-B

hydrant
Syn.: Tappunt Def.: tappunt voor bedrijfswater

hydromorfe kenmerken
Def.: kenmerken in de grond veroorzaakt door bodemvocht en grondwaterbeweging. Toelichting: 1. Voor de podzolgronden: een moerige bovengrond, of een moerige tussenlaag, en/of geen ijzerhuidjes op de zandkorrels onmiddellijk onder de Bh of Bws ; 2. Voor de brikgronden: in een grijze E en in de Bt komen roestvlekken en mangaanconcreties voor ; 3. Voor de eerdgronden en de vaaggronden: een Cr-horizont binnen 80 cm diepte beginnend, en/of een niet-gerijpte ondergrond, en/of een moerige bovengrond, en/of een moerige laag binnen 80 cm diepte beginnend, bij zandgronden met een A dunner 50 cm: geen ijzerhuidjes op de zandkorrels onder de A-horizont, bij zavel- en kleigronden met een A dunner dan 50 cm: roest- en/of reductievlekken beginnend binnen 50 cm diepte. ; Volgens dit concept worden de hydrogronden onderscheiden van hun tegenhanger de xerogronden.

hydromorfologie
Def.: beschrijving van de structuur van bodems en oevers van wateren.

hydromorfologische maatregelen
Def.: ingrepen in de waterhuishouding of fysische vorm van een waterlichaam t.b.v. essentiële maatschappelijke functies. Toelichting: Voorbeelden: aanleg van sluizen, stuwen en gemalen, vast streefpeil, oeverbeschoeiing, kanalisatie/normalisatie van beken, 4 / 8 aanleg van waterkrachtinstallaties, vastleggen van de bodem d.m.v. gestorte of gezette stenen of bitumen, kunstmatige verdieping/verondieping van de waterbodem, vaargeulen e.d.

hydropeaking
Def.: onnatuurlijke afvoervariaties als gevolg van Start-stop-bedrijf van een waterkrachtcentrale.

hydroplaan
Syn.: glijboot Def.: een door luchtschroeven voortbewogen vaartuig met zeer weinig diepgang. Toelichting: Wordt veel gebruikt in moerasgebieden en mangroven, bijvoorbeeld de Everglades.

hydroserie
Def.: een reeks van elkaar zowel in ruimte (naast elkaar) als in tijd (na elkaar) opvolgende vegetaties in het vochtige duin onder invloed van het grondwater

hydrosfeer
Def.: dat deel van de aarde die bedekt is met water en ijs.

hydrostatisch
Def.: betrekking hebbend op de leer van het evenwicht van de vloeistoffen

hydrostatische druk
Def.: isotrope druk uitgeoefend door water in rust.

hydrostatische waterspanning
Def.: (Grond)waterspanning in een punt in de (onder)grond die overeenkomt met de waterspanning als gevolg een kolom water vanaf de vrije waterspiegel tot aan dat punt.

hydrostratigrafische eenheid
Def.: een formatie of deel daarvan of groep formaties die gelijke hydrologische eigenschappen hebben en daardoor het groeperen in aquifers of afsluitende lagen mogelijk maken.

hydrozoa
Def.: poliepachtigen Toelichting: bijvoorbeeld kwallen

hypertroof
Def.: overmatig voedselrijk.

hypochloriet
Def.: een anion dat producten als calcium en sodiumhypochloriet vormt. Toelichting: Deze producten worden vaak gebruikt voor desinfectie en bleken.

hypolymnion
Def.: de stagnante onderste waterlaag in diepe meren, door het epilymnion afgesloten van contact met de lucht

hypoxische wateren
Def.: wateren met opgeloste zuurstofconcentraties van minder dan 2 mg/L Toelichting: het niveau dat algemeen geaccepteerd wordt als het minimumpeil dat vereist is voor het leven en de reproductie van waterorganismen.

hysterese
Syn.: hysteresis Def.: bij debieten de variabiliteit van de waterstand / afvoer relatie ter plaatse van een waterstandmeter die onder invloed staat van een variabel verhang waarbij, voor dezelfde waterstand, de afvoer bij toenemende waterstand groter is dan bij afnemende waterstand.

hysteresis van de bodemwaterkarakteristiek
Syn.: hysteresis van de bodemvochtkarakteristiek ; waterdruk hysteresis Def.: het verschijnsel dat de bodemwaterkarakteristiek verschillend is al naar gelang er bevochtiging of uitdroging optreedt. Toelichting: Bij bevochtiging is de zuigspanning lager dan bij uitdroging uitgaande van dezelfde vochtgehalten.

iawm-code
Afk.: IAWM Def.: codering voor taxa in het leven geroepen door de 'Interprovinciale Ambtelijke Werkgroep Milieu-inventarisatie'

ibc-criteria
Def.: criteria opgesteld ter voorkoming van de verspreiding van bodembedreigende stoffen bij het gebruik, opslaan of storten van dergelijke stoffen op of in de bodem, gericht op isoleren, beheersen en controleren.

iba-inrichtingen
Def.: alle activiteiten van het waterschap die verband houden met de aanleg, het beheer en onderhoud van inrichtingen van individuele behandeling van afvalwater in het buitengebied.

ichthyologie
Def.: discipline binnen de dierkunde en is toegewijd aan de studie van vissen. Toelichting: Zowel de Beenvissen, de Kraakbeenvissen (haaien, roggen), als de Kaaklozen (zoals de prikken) worden in de ichthyologie bestudeerd.

identificatie
Def.: kalibratie met als doel eenduidige waarden van alle parameters en andere kalibratiefactoren te bepalen.

Identificatie code voor een gemeente
Afk.: OSWOP Def.: Toelichting: Samen met de Numind-code vormt dit een unieke identificatie van een zwemwaterlocatie voor rapportage naar de EC.

ideale vrije distributie
Afk.: IFD Def.: dit is een van de belangrijkste ecologische modellen voor de habitatkeuze van dieren. Toelichting: Het is een optimaal voedingsmodel ontwikkeld om de evenwichtige verdeling van organismen tussen hulpbronnen of habitats die verspreid voorkomen te beschrijven.

Identificatie code voor een zwemwaterlocatie
Afk.: Numind Def.: Toelichting: Vormt samen met de OSWOP-code een unieke identificatie van de zwemwaterlocatie voor rapportage naar de EC.

identificatie entiteit
Def.: een uniek identificerend administratienummer conform de specificatie van het waterschap ter identificatie van een in de administratie opgenomen entiteit.

ijsdek
Def.: iJs op het oppervlak van een open waterlichaam. Toelichting: Bijvoorbeeld meer of rivier, in het bijzonder met referentie aan de dikte van het ijsdek.

ijsbunkerschip
Def.: schip waar in de ruimen door middel van ammoniak ijs wordt geproduceerd, voor het conserveren van vis op vissersschepen.

ijsbreker
Def.: schip met zware motoren en versterkte boeg, dat speciaal is gebouwd om het ijs te breken en opzij te schuiven.

ijsbreker
Def.: losse bekleding van planken om een schip heen, om het tegen de botsingen van de ijsschotsen te beschermen.

ijsbezetting
Def.: mate waarin een vaarweg of ander water is bezet met ijs. Toelichting: Wordt in tienden uitgedrukt.

ijsbank
Syn.: ijsdam Def.: massa opeengestapelde ijsschotsen die de doorvaart van een zee of rivier belemmert. Toelichting: Gebeurt dit in een rivier dan belemmert dit de doorstroming van het water.

ijs
Def.: vaste vorm van water die in de natuur gevormd wordt door: - het bevriezen van water ; - het direct condenseren van atmosferische damp in kristallen ; - het samenpakken van sneeuw met of zonder de beweging van een gletsjer ; - impregnatie van poreuze sneeuwmassa's met water en het gevoegelijk bevriezen daarvan

ijken
Def.: het afregelen van reken- of fysische modellen

ijkglas
Def.: het aflezen van het verbruik

ijken
Def.: een meetwerktuig toetsen aan de gestelde eisen

ijkdrempel
Def.: constructie die onderwater wordt geplaatst en daarna exact wordt ingemeten met als doel het vormen van een referentie voor de controle van de meetconfiguratie, inclusief de toepassing van kalibratieparameters. Toelichting: Dit is in de regel de enige mogelijkheid om de totale meetconfiguratie te controleren. De ijkdrempel heeft niet tot doel de uitvoering van kalibraties te faciliteren.

ijsemmer
Def.: deel van de vroegere Zuiderzee, tussen de huidige dijk Enkhuizen - Lelystad en de Afsluitdijk. Toelichting: Oorspronkelijke oppervlakte 3500 km², na inpoldering nog maar 1200 km². De gemiddelde diepte is 3,5 meter.

ijsgang
Def.: beweging van ijsvlakten of ijsvelden in meren en bassins veroorzaakt door wind of stroming.

ijswaleffect
Def.: verticale barrière van ijs

ijzer
Afk.: Fe2+ ; Fe3+ Def.: twee- en driewaardig ijzer-ion (opgelost)

ijzerchloride
Afk.: Fe(Cl)3 ; Fe(Cl)2 Syn.: Ferrochloride Def.:

ijzeroer
Def.: zand dat sterk verkit is door ingespoelde ijzerverbindingen

ijzersulfaat
Afk.: FeSO4 Syn.: Ferrosulfaat Def.:

imo-nummer
Def.: internationaal erkend 7-cijferig identificatienummer, onverbrekelijk verbonden met het schip.

immobilisatie
Def.: een technische ingreep waarmee de chemische en fysische eigenschappen van materialen zo kunnen worden gewijzigd dat de zich erin bevindende verontreinigende stoffen zijn vastgelegd.

immobilisaat
Def.: de geïmmobiliseerde bodem inclusief de zich daarin bevindende bodemverontreinigende stoffen.

immissie
Def.: doordringing van een stof in een andere stof. Toelichting: Immissie wordt in het bijzonder gebruikt bij doordringing van verontreinigde stoffen.

immiscibiliteit
Def.: de onmogelijkheid van twee of meer vaste stoffen of vloeistoffen om gemakkelijk in een andere op te lossen.

imago
Def.: volkomen ontwikkeld insect.

imhoffkegel
Def.: een doorzichtige, kegelvormige container die gebruikt wordt om het volume van bezinkbare vaste stoffen in een specifiek watervolume te meten.

impermeabel
Def.: niet makkelijk doordringbaar door water.

implementatie kaderrichtlijn water
Afk.: IKW Def.:

impliciete benadering
Def.: een numerieke methode voor de simulatie van een tijdsafhankelijk proces, waarbij elke nieuwe toestand iteratief wordt bepaald door terugkoppeling tussen de nieuwe en de oude toestand.

ionensterkte
Afk.: IONSTE Syn.: ionsterkte Def.: gewogen som van de concentraties van alle ionen die aanwezig zijn waarbij gewogen wordt met het kwadraat van de ionlading Toelichting: De ionensterkte is een maat die in de fysische chemie gebruikt wordt om aan te geven hoe sterk een oplossing afwijkt van een ideaal verdunde oplossing

ionenratio
Def.: maat voor de kationverhoudingen in het water. Toelichting: De ionenratio wordt bepaald via chemische analyses van watermonsters, waarin in elk geval de concentraties Ca2+ en de CI- bepaald moeten worden. De ionenratio wordt vervolgens bepaald met de volgende formule: Ionenratio = (0,5 *[Ca2+]) / (0,5 *[ Ca2+] + [CI- ]) waarin de Ca2+ en de CI- concentraties zijn gegeven in mol per liter. De ionenratio wordt uitgedrukt in milli-equivalenten per liter (meq/I).

ionenbalans
Def.: de som van alle positief geladen ionen in relatie tot de som van alle negatief geladen ionen in een hydrologisch systeem of wateranalyse.

ion
Def.: geladen deeltje - ontstaan door verwijdering of toevoeging van elektronen aan een deeltje, onder andere door chemische reacties of inwerking van straling - ionen bewegen in een elektrisch veld naar de tegengesteld geladen elektrode toe.

ionenuitwisseling
Def.: de vervanging van ongewenste ionen met een bepaalde lading door gewenste ionen met dezelfde lading in een oplossing, door middel van een ionendoorlatende absorbeerder.

ionische binding
Def.: de binding die het gevolg is van de elektrische aantrekking tussen kationen en anionen.

irrigatierendement
Afk.: E Syn.: irrigatie-efficiëntie Def.: de verhouding van de hoeveelheid water verbruikt door het gewas tot de totaal aangevoerde hoeveelheid water.

irreversibel
Def.: niet-omkeerbaar

irrigatie
Def.: de aanvoer en verdeling van water en toediening hiervan aan land, in het algemeen ter bevordering van de gewasgroei.

isopycne
Def.: lijn die punten met eenzelfde waterdichtheid verbindt

isophypsenkaart
Def.: kaart met lijnen van gelijke stijghoogte

isoleren, beheersen en controleren.
Afk.: IBC Def.:

isoleren
Def.: inrichtingsprincipe gericht op het realiseren van een goede waterkwaliteit met als karakteristiek dat gebieden met een bijzondere (positieve of negatieve) waterkwaliteit geheel van hun omgeving worden afgezonderd.

isohypse
Def.: meetkundige verzameling van punten (hoogtelijn) met gelijke grondwaterstand of stijghoogte.