Kopie van `Aquo-lex - het waterwoordenboek`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.


Aquo-lex - het waterwoordenboek
Categorie: Milieu > water
Datum & Land: 20/02/2012, NL
Woorden: 1655


isohalien
Def.: lijn die punten met eenzelfde zoutgehalte verbindt

isogonen
Def.: lijnen die punten van gelijke variatie met elkaar verbinden.

isofase licht
Afk.: iso Def.: het met dezelfde sterkte schijnende licht wordt regelmatig onderbroken door een plotseling intredende en evenzo eindigende verduistering. waarvan de duur gelijk is aan die van het schijnsel. Toelichting: `Iso 4s' betekent dus een lichtsignaal van 4 seconden, na 4 seconden gevolgd door een volgend lichtsignaal van 4 seconden, enzovoort.

isobath
Syn.: dieptelijn Def.: lijnen op een zeekaart die de diepte van het water aangeven.

isobaren
Afk.: Iso Syn.: isobaar Def.: lijnen die alle plaatsen met dezelfde atmosferische druk met elkaar verbinden.

iso
Def.: gelijk. Voorvoegsel van veel samengestelde termen

isotherm
Def.: lijn die punten met gelijke temperatuur verbindt.

isotropie
Def.: conditie van een medium dat in alle richtingen dezelfde eigenschappen heeft.

isovel
Def.: lijn met gelijke snelheid

iteratie
Def.: onderdeel van een berekeningsmethode waarbij een algoritme herhaald (iteratief) wordt toegepast.

jetting
Def.: bij natte reiniging: met een hoge drukstraal deagglomereren van verontreinigde grond.

jettison
Def.: het overboord zetten van lading op zee, voor de veiligheid van schip en bemanning.

jetski
Def.: soort waterscooter met hoog motorvermogen Toelichting: Vaarbewijs verplicht.

jenkins-mudsampler
Def.: metalen statief waarin een perspex monsterbuis is bevestigd. Toelichting: De monsterbuis kan met kleppen aan beide zijden worden afgesloten.

jig
Syn.: Pulseerzeef ; deinmachine Def.: scheidingsmachine die scheidt op basis van verschil in dichtheid tussen verschillende materialen.

joon
Def.: grote dobber die rechtop in het water staat en het vistuig draagt.

jodide
Afk.: I- Syn.: jood ion Def.: een door opname van één elektron negatief geladen jood atoom.

jood
Afk.: I Syn.: jodium Def.: chemisch element uit de reeks halogenen van het periodiek systeem met atoomnummer 53

joon
Def.: soort drijver aan een reddingsboei, die automatisch uitklapt wanneer de reddingsboei wordt gebruikt en met een vlaggetje of elektronisch lichtsignaal de plaats van de boei markeert

journaal
Def.: verzamelnaam voor diverse dagboeken met reisaantekeningen Toelichting: zoals het scheepsjournaal, het machinejournaal, het radiojournaal, het oliejournaal, het kompasjournaal, het tijdmeterjournaal en het meteojournaal.

k-minuutsom
Def.: de waarde van een grootheid (meestal neerslag) te verkrijgen door sommatie over een periode van k opeenvolgende minuten.

k-daagsesom
Def.: de waarde van een grootheid (b.v. verdamping, neerslag), te verkrijgen door sommatie over een periode van k opeenvolgende dagen.

kimkielen
Syn.: slingerkielen Def.: twee ter hoogte van de kimmen aangezette kielen, om het verlijeren en slingeren tegen te gaan. Toelichting: Wanneer het schip droogvalt blijft het jacht bovendien recht staan.

kimduiking
Def.: het verschil tussen de zichtbare en de wezenlijke gezichtseinder voor een waarnemer die zich een eind boven het zeeoppervlak bevindt.

kim
Syn.: Bilge Def.: de einder of horizon.



kilometerraai
Def.: een officieel vastgestelde, relatieve plaatsaanduiding langs de vaarweg, welke de afstand tot een bepaald nulpunt weergeeft Toelichting: Het nulpunt is vaak het officiële begin van de vaarweg. Door wijzigingen in de vaarweg kan het voorkomen dat de afstand tussen kilometerraaien niet meer gelijk is aan 1000 meter.

kilometerhok
Def.: een locatie met afmeting één kilometer bij één kilometer.

kil
Def.: diepe vaargeul tussen twee zandbanken in.

kiezelzuur
Def.: algemene naam voor een zuur afgeleid van silicium.

kikker
Def.: houten of metalen klamp met twee uitsteeksels om een schoot e.d. op vast te zetten.

kieuwnet
Def.: enkelwandige visnet met een bepaalde maasgrootte, dat verticaal in het water drijft en waarin vissen verstrikt raken met hun kieuwen. Toelichting: Dit soort drijfnetten veroorzaken tevens vaak de dood van vele zeezoogdieren.

kiemgetal
Syn.: koloniegetal Def.: een schatting van het aantal levensvatbare micro-organismen (zowel bacteriën als gisten en schimmels) in een gegeven watervolume Toelichting: De schatting wordt verkregen uit het aantal koloniën dat zich in of op een bepaald cultuurmedium vormt onder precies opgegeven omstandigheden.

kielzog
Syn.: kielwater ; zog ; hekgolf Def.: een streep schuimend water door een varend schip achtergelaten

kielvlak
Def.: het kielvlak is het denkbeeldige horizontale vlak dat raakt aan het diepst, onderwater stekende deel van het schip

kielrichting
Syn.: kiellijn Def.: midscheepslijn tussen spiegel en boeg.

kielspeling
Afk.: UKC Def.: kleinste afstand tussen de onderkant van het kielvak van een schip en de bovenkant van de drempel of vloer van een sluis of bodem van de vaarweg Toelichting: Deze fluctueert al naar gelang de diepte van het water en hoe zwaar van het schip beladen is en daardoor inzakt.

kielmidzwaard
Def.: een combinatie van een kiel en een midzwaardsysteem. Toelichting: Het midzwaard is hier van metaal, waardoor het ook meehelpt aan de stabiliteit.

kiellichter
Def.: breed, zwaar, vierkant vaartuig met platte bodem, waarmee zeer zware lasten worden vervoerd en waarmee schepen kunnen worden gekield.

kiellinie
Def.: vlootformatie waarbij de kielen van de schepen in één lijn achter elkaar liggen. Toelichting: Bij een dubbele kiellinie zijn twee evenwijdige lijnen gevormd.

kiellegging
Def.: het leggen van de kiel bij het begin van de bouw van een schip.

kieljacht
Def.: jacht met een kiel

kielen
Def.: een schip overzij halen, om er van onderen het nodige werk aan te kunnen verrichten.

kiel
Def.: een zwaar balkvormig stuk hout over de gehele lengte van de boot.

kiel
Def.: uitstekende rib onder de boot aangebracht om te voorkomen dat de boot verlijert - dient tevens als ballastmiddel. Toelichting: We onderscheiden de vinkiel, de bulbkiel en de kimkiel.

kinematische golf methode
Def.: methode voor het berekenen van een gegradeerd variërend debiet in pijpleidingen waarin alleen wrijving- en zwaartekracht wordt beschouwd. Toelichting: De methode kan daarmee geen rekening houden met het berekenen van opzet of stagnatie. The method cannot therefore be used to correctly calculate backwater or surcharge.

kinetische energie
Syn.: bewegingsenergie Def.: de energie die bewegend water bezit.

kinetische hoogtecoëfficiënt
Def.: een getal dat de hoogte beschrijft waarbij een bestanddeel van het water zoals het BZV of gehalte aan opgeloste zuurstof stijgt of daalt.

kinetose
Def.: medische benaming van bewegingsziekten, veroorzaakt door abnormale beweging van het lichaam of organen in het lichaam Toelichting: bijvoorbeeld zeeziekte.

kink
Def.: een valse slag waardoor er een knoop in het touw of de kabel ontstaat. Toelichting: Vooral bij staaldraad lastig bij het opschieten

kistdam
Def.: een kistdam is een grond- en/of waterkerende constructie bestaande uit twee gekoppelde damwanden, waartussen zich grond of een andere vulmassa (meestal granulair materiaal) bevindt.

kjeldahl-stikstof
Def.: de som van organische stikstof enammoniakale gebonden stikstof,bepaald onder voorgeschrevenomstandigheden volgens Kjeldahl(na zwavelzuurdestructie). Toelichting: Nitriet- en nitraatstikstof worden hierbij niet meebepaald.

klein vaarbewijs
Def.: bewijs dat in Nederland sinds 1 april 1992 verplicht is voor de watersport, voor schepen met een lengte van 15 meter of meer en motorboten van minder dan vijftien meter, die sneller kunnen varen dan 20 kilometer per uur. Toelichting: Het Klein vaarbewijs I geldt voor het varen op kanalen, meren en rivieren, met uitzondering van de Eems, de Dollard, het IJsselmeer, de Oosterschelde, de Westerschelde en de Waddenzee. Het Klein vaarbewijs II geldt voor het varen op alle binnenwateren, waaronder bovengenoemden.

klein schip
Def.: volgens het BPR een schip met een lengte van minder dan 20 meter, uitgezonderd een sleepboot, duwboot of vissersschip.

klein gevaarlijk afval
Afk.: KGA Def.: Toelichting: klein gevaarlijk afval is afkomstig van huishoudens en bedrijven en te verdelen in de catogerieën chemicaliën van laboratoria, resten van amalgaam van tandartsen, resten van verven, lakken en bijvoorbeeld beitsen, fotografisch gevaarlijk afval (onder andere fixeer, ontwikkelaar en spoelwater), zuur-, loog, galvanische- en etsbaden bij metaalbewerking, afgewerkte olie

kleimineraal
Def.: door verwering en ontleding van gesteenten en de mineralen waaruit deze bestaan, vallen vooral door de invloed van water, deze uiteen in elementaire zouten, hydroxiden en kiezelzuur. Toelichting: Deze producten kunnen samen weer z.g. secundaire mineralen vormen, aangeduid als kleimineralen. Door hun kristalvorm hebben kleideeltjes een relatief groot oppervlak en kunnen veel water vasthouden. De deeltjesgrootte ligt veelal beneden de 0.002 mm. Sommige uit klei ontstane gesteenten vallen na ontleding in de oorspronkelijke gesteenten uiteen. Kleimineralen hebben een grote invloed op de eigenschappen van de grond waarvan ze deel uitmaken

kleidam
Def.: kering gemaakt van klei Toelichting: zijn er kleidammen bedreigd

kleilens
Def.: lensvormige keiafzetting in of tussen zandlagen.

klei
Def.: natuurlijk door of in water afgezet materiaal dat is ontstaan door verwering van gesteenten, behorende tot de fijnste groep afzettingsgesteenten - Toelichting: volgens de NEN 5104 bestaat het voor 25-100% uit lutumfractie en voor 0-70% uit siltfractie. De zandfractie zal in de praktijk 0-50% bedragen. Klei heeft plastisch-cohesieve eigenschappen, die sterk afhankelijk zijn van vochtgehalte, pakking, korrelgrootteverdeling en soort kleimineralen.

kleefgrens
Def.: de overgangstoestand, in de consistentie van een grondmonster, waarbij het vochtgehalte van de grond zodanig is dat de grond niet meer aan metalen voorwerpen blijft kleven.

kleef (positieve)
Def.: wrijvingskracht tussen een funderingspaal en de grond die een bijdrage kan leveren aan het draagvermogen van een paal

kleef
Def.: wrijving tussen de grond en een meet- of constructie-element. Toelichting: Bij sonderingen de wrijving tussen de grond en de kleefmantel

kleef (negatieve)
Def.: omlaaggerichte wrijvingskracht op een paal door zetting van omringende grond, waardoor het nuttig draagvermogen van een paal wordt verkleind.

kleedruimte
Def.: ruimte in bedrijfsgebouw waar de mensen hun werkkleding aan- en uittrekken

klasserelatie
Def.: samenstelling van samengestelde klassen

kleedhout
Def.: beplanking op het raamwerk van een sluis.

klasse grens van / tot
Def.: waarden groter / kleiner dan de hier opgegeven waarde behoren tot de klasse

klassenindeling
Syn.: Waardeklasse-indeling Def.: indeling in klassen van de mogelijke waarden van een parameter

klasse
Def.: groep van meetwaarden, ingedeeld naar hun soort en/of kwaliteit. Toelichting: bv rechtsdraaiend, vrouw, met haren, anorganisch, waterbodem 0 t/m 4

klaringsvaartuig
Def.: vaartuig ten dienste van de ambtenaren die zijn belast met het in- en uitklaren van schepen.

klasse
Def.: verzameling objecten met overeenkomstige eigenschappen (†˜kenmerken, associaties en gedrag†™). Toelichting: Bij schepen bijvoorbeeld een indeling naar gelijke soort schepen ('wedstrijdklasse')

klaring
Def.: handeling om zwevende deeltjes in een vloeistof te laten zinken om ze te verwijderen of de vloeistof te zuiveren.

klaren
Def.: het verwijderen van kinken en knopen in kabels, trossen en kettingen.

klaren
Def.: het compenseren van de druk door het dichtknijpen van de neus en tegelijkertijd druk op de neusgaten (en oren!) uitoefenen.

klaplong
Def.: longbeschadiging door overdruk van uitzettende lucht in de longen tijdens het opstijgen van een duiker, omdat hij zijn adem heeft ingehouden. Toelichting: Kan worden voorkomen door zuurstof te delen met je buddy, of door een vrije opstijging.

klapbrug
Def.: brug draaibaar om een horizontale as.

klant
Def.: persoon of instantie die pleegt te kopen of geregeld koopt.

klamp
Def.: een stuk beslag dat dient om er een lijn op te beleggen.

klachten coördinator
Def.: functionaris die de opname en afhandeling van klachten coördineert

klager
Def.: persoon of instantie die een klacht indient.

klacht/melding voorval
Syn.: incident gebeurtenis Def.: een ingediende klacht of melding waarin mededeling wordt gedaan over een gebeurtenis of een omstandigheid met betrekking tot aangelegenheid die verband houdt met een bepaalde situatie of organisatie Toelichting: Onder een klacht verstaan we in dit kader: 'Een bericht van een subject waarin onvrede wordt geuit ten aanzien van een bepaalde situatie'. Onder een melding verstaan we in dit kader: een bericht van een subject waarin een voorval met een hieraan direct of indirect verbonden, onvoorzien- bare verandering van een bepaalde situatie met betrekking tot de waterschapstaken bekend wordt gemaakt.Ter controle van de melding kan een soort meting worden uitgevoerd. Verdere afhandeling in de cluster metingen, het resultaat komt als reekswaarde beschikbaar en kan basis zijn voor verdere (handhaving)actie.

klacht
Def.: uiting, het te kennen geven van ontevredenheid over iets.

klaarzak
Def.: zakvormig net dat in de bun wordt gehangen en waarin men vis bewaart Toelichting: meestal aal

klaarmeester
Def.: een medewerker van een rioolwaterzuiveringsinstallatie die belast is met het zuiveren (klaren) van afvalwater.

kleine (handels)vaart
Syn.: Kustvaart Def.: schepen begrensd door een laadvermogen van 4000 Gross Tonnage. Toelichting: Vroeger schepen met een laadvermogen van minder dan 500 bruto-registerton en een lengte van minder dan 75 meter.

kleine drukverliezen
Def.: een element van een modelnetwerk die verband houdt met de toegevoegde turbulentie die zich voordoet in bochten, splitsingen, sensoren en afsluiters.

kleine watersport
Def.: watersport waarbij gebruik wordt gemaakt van relatief kleine vaartuigen Toelichting: Kano's, roeiboten, zeilplanken en zeil- en motorboten korter dan 5 m.

klemming
Def.: bijdrage aan de weerstand tegen toplaaginstabiliteit doordat naast elkaar liggende toplaagelementen onderlinge beweging onmogelijk maken.

klep
Def.: klep in een stuw

klepelmaaier
Def.: maaiwerktuig, bevestigd aan een tractor, dat met behulp van ronddraaiende messen (de klepels) de begroeiiing van een talud verwijdert.

kleppenregister
Def.: van kleppen voorzien rooster voor de regeling van aan- of afvoer van lucht

kleur (van water)
Def.: puur water is kleurloos, transparant en helder, maar water kleurt zodra dit verschillende opgeloste stoffen bevat. Toelichting: Kleur wordt uitgedrukt ten opzichte van een standaard oplossing.

kleur licht
Def.: de kleur van een lichtopstand langs de vaarweg Toelichting: Er wordt geen onderscheid gemaakt in de volgorde van de kleuren

klimaat
Def.: de gemiddelde weersituatie van een bepaalde streek gedurende een lagere periode (meestal minstens 30 jaar). Toelichting: Met name afwisseling warme en koude perioden (glacialen en interglacialen) zijn van betekenis voor de ontwikkeling van het Schelde-estuarium.

klimaatbestendig
Def.: zodanig ingericht dat de effecten van de klimaatverandering opgevangen kunnen worden.

klimaatscenario
Def.: voorspelling van een mogelijk toekomstig klimaat, gebaseerd op de ontwikkeling van klimaatfactoren zoals de uitstoot van broeikasgassen, temperatuur veranderingen en stijging van de zeespiegel.

klimmateriaal
Syn.: draagbaar klimmateriaal Def.: draagbare ladders, trappen, enzovoort

klink
Def.: dikteafname van een grondconstructie of -laag ten gevolge van autonome verdichting van het materiaal

klinker
Def.: hardgebakken straatsteen Toelichting: Wordt gebruikt als toplaagtype

klinkhout
Def.: hout dat in het water terecht gekomen is, verzadigd is met water en het habitat vormt voor organismen

kloon
Def.: groep organismen die uit één enkele ouder is ontstaan door vegetatieve voortplanting Toelichting: Is dus genetisch identiek