Kopie van `Sv KoKo Maastricht `

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.


Sv KoKo Maastricht
Categorie: Medisch
Datum & Land: 30/04/2012, NL
Woorden: 52


ABCDE
[INFECTIE] Volgorde controle=> A(airway) luchtweg en cervicale wervels B(breathing)ademhaling C(circulatie) en stopping bloeding D(disability)neurolgische status E(exposure and environment) ontkleding patient, voorkomen hypothermie (te lage temp.)

Agnosie
[HART- EN VAATZIEKTEN] (lett: geen inzicht) Het als gevolg van hersenbeschadiging(en) zintuiglijke informatie nog wel kunnen opnemen, maar niet meer kunnen herkennen. Dit kan beperkt zijn tot bijvoorbeeld het gezichtsvermogen (visuele agnosie) of het gehoor (auditieve agnosie). Agnosie is verwant aan afasie.

Amyloïde plaques (opeenhopingen)
[DEMENTIE] Een van de kenmerken van de ziekte van Alzheimer is de opeenhoping van amyloïde plaques tussen de zenuwcellen in de hersenen. Amyloïde is een algemene term voor eiwitfragmenten die het lichaam normaal aanmaakt. Beta-emyloïde is een eiwitfragment van het veel grotere APP-eiwit (Amyloïd Precursor Protein, ofwel Amyloïd Voorloper Eiwit). In gezonde hersenen worden deze eiwitfragmenten afgebroken en verwijderd. In hersenen van een Alzheimerpatiënt stapelen deze fragmenten zich op en vormen stevige, onoplosbare plaques.

Antibiotica
[INFECTIE] Geneesmiddel dat bacteriën bestrijdt en koortsverlagend werkt. Door de ontwikkeling van steeds meer en verschillende soorten antibiotica ontwikkelt men sneller een resistentie.

antistof
[REUMA] Door B-cellen geproduceerde stof die een ziekteverwekker onschadelijk kan maken. Een ander woord voor antistof is antilichaam.

antistof
[REUMA] Lichaamsvreemde stof (meestal eiwitten), waartegen het lichaam antistoffen opbouwt. Vaak zijn antigenen (delen van) bacteriën of virussen.

angina pectoris
[HART- EN VAATZIEKTEN] Angina pectoris is een pijnlijk, drukkend gevoel op de borst dat optreedt bij inspanning en weer verdwijnt bij rust. De pijn kan naar de hals, kaak, schouder of arm trekken. Angina pectoris ontstaat als het hart even iets te weinig zuurstof krijgt. Het hart heeft zuurstof nodig om goed te kunnen werken. Zuurstof zit in het bloed en wordt door de kransslagaderen naar de hartspier gebracht. De belangrijkste oorzaak van angina pectoris is een vernauwing van de kransslagaderen. Er stroomt dan minder bloed en zuurstof naar de hartspier. Vooral als het hart hard moet werken, kunnen door het zuurstoftekort klachten ontstaan. Bijvoorbeeld bij inspanning, stress of heftige emoties, na een zware maaltijd of bij de overgang van warmte naar kou.

Antihypertensiva
[HART- EN VAATZIEKTEN] Verzamelnaam voor bloeddrukverlagend middelen. Anti = tegen, hypertensie = verhoogde (slagaderlijke) bloeddruk.

antidepressiva
[DEPRESSIE] Antidepressiva zijn medicijnen die de stemming kunnen verbeteren en angsten kunnen doen afnemen. Ze werden oorspronkelijk alleen maar gebruikt tegen depressies maar tegenwoordig worden ze ook voorgeschreven tegen verschillende angststoornissen. Dat komt omdat een mogelijke oorzaak van zowel depressies als angststoornissen wordt gezocht in een tekort aan Serotonine (en Noradrenaline). Dit zijn twee zogenaamde neurotransmitters die zorgen voor de prikkeloverdracht tussen hersencellen. Antidepressiva zorgen ervoor dat het niveau van Serotonine (en bij sommige nieuwe antidepressiva ook Noradrenaline) wordt hersteld. Er zijn twee soorten Antidepressiva te onderscheiden: de klassieke (vnl. de zgn. tricyclische) en de moderne (vnl. de zgn. SSRI's). Het belangrijkste verschil is dat de medicijnen uit de laatste groep selectiever werken en daardoor over het algemeen wat minder bijwerkingen hebben. Meestal wordt tegenwoordig dan ook steeds meer in eerste instantie een modern antidepressivum voorgeschreven. Toch zijn er ook nog erg veel artsen die een klassiek middel voorschrijven.

Apraxie
[DEMENTIE] Onvermogen tot het uitvoeren van doelbewuste handelingen of bepaalde samengestelde bewegingen, terwijl er geen sprake is van spierverlammingen of sensorische stoornissen. De oorzaak is gelegen in beschadiging van bepaalde hersengedeelten (voorhoofdskwab, wandbeenkwab of balk), waardoor de coördinatie ontbreekt die voor het uitvoeren van de doelgerichte handeling of beweging noodzakelijk is. Apraxie kan zich beperken tot een ledemaat of een lichaamshelft. In lichte gevallen kan de patiënt slechts een stuntelige indruk maken, in ernstige gevallen kan hij de indruk maken van 'in de war' te zijn.

aspirine
[REUMA] Aspirine, waarvan de werkzame stof in de bast van de wilg wordt aangetroffen, is 's werelds meest bekende pijnstiller. Aspirine wordt bereid uit salicylzuur (de systematische naam is 2-hydroxybenzeencarbonzuur) en azijnzuur-anhydride (zie figuur hieronder). Aspirine wordt toegepast ter bestrijding van pijn (hoofdpijn, kiespijn, menstruatiepijn, spit, spierpijn, zenuwpijn, reumatische pijn en acute en chronische gewrichtsreuma), van koorts en pijn bij griep, verkoudheid en vaccinatie. De werking van aspirine berust op de onomkeerbare remming van het prostaglandinevormend enzym (Cyclo-oxygenase). Prostaglandines zijn chemische verbindingen die in het menselijke lichaam een belangrijke functie hebben, zoals het stimuleren van sensorische zenuwcellen bij pijnprikkels, verwijding en vernauwing van de bloedvaten, regulatie van de lichaamstemperatuur en de stimulatie van de werking van het maag- en darmslijmvlies.

Atheroom
[HART- EN VAATZIEKTEN] Een talgcyste of atheroom (ather = brij) is een pijnloze, onder de huid gelegen cyste ter grootte van een erwt tot een ei, vaak gedeeltelijk met de huid vergroeid. Door de spanning in de bovenliggende huid treedt atrofie op, wat plaatselijke haaruitval ten gevolge heeft. De cysten voelen elastisch aan en fluctueren soms. Bij punctie of incisie komt een stinkende, vettige brij tevoorschijn. Atheromen komen op alle plaatsen voor waar zich talgklieren bevinden, zoals op het behaarde hoofd, rond de ogen, de oorlelletjes, het scrotum en de grote schaamlippen. De oorzaak van deze cysten zou gelegen zijn in het aanwezig zijn van tijdens de embryonale ontwikkeling geïsoleerde epidermiscellen.

Atherosclerose
[HART- EN VAATZIEKTEN] Verharding (= sclerose = 'verkalking') van de vaatwand van de slagaders (= arteriën) door een vettige aanslag op de binnenwand. De slagaders worden hierdoor nauwer en minder elastisch. Hierdoor wordt de doorbloeding belemmerd en bestaat een grotere kans op afsluiting (= occlusie) van de vaten door bloedstolsels, die ter plekke zijn ontstaan (= trombose) of van elders uit lichaam worden aangevoerd (= embolie). Mogelijke verschijnselen (o.a.) Pijn en/of krampen in de benen (= claudicatio) en pijn of kramp op de borst bij inspanning (= angina pectoris, 'hartkramp'). Mogelijke complicaties (o.a.) Claudicatio (= etalagebenen), hartinfarct en herseninfarct (= grote beroerte). Veroorzaakt door: Geleidelijk dichtslibben van de binnenwand van de slagaders met een halfzachte, kazige substantie (= atherosclerotische plaques = atheroom), die bestaan uit cholesterol en spier- en bindweefselcellen van de vaatwand. De plaques ontstaan vooral bij vertakkingen van de bloedvaten. Arteriosclerose kan worden bevorderd door: - erfelijke aanleg - (te) weinig lichaamsbeweging - roken - abnormale cholesterolgehalten: (te) veel onverzadigde vetten, verlaagd HDL-cholesterol en/of verhoogd LDL-cholesterol - overgewicht (= obesitas) - hoge bloeddruk (= hypertensie) - suikerziekte (= diabetes mellitus)

attributie
[DEMENTIE] Het toekennen of verlenen van betekenis aan bepaalde situaties.

B-cel
[REUMA] Witte bloedcel die verantwoordelijk is voor de aanmaak van antistoffen. De afweer die door B-cellen en antistoffen wordt verzorgd wordt humorale immuniteit genoemd.

Cellulaire afweer
[REUMA] het deel van het immuunsysteem dat door ziekteverwekkers geïnfecteerde cellen herkent en kan opruimen. Hiertoe behoren de CD8-cellen (CTL's), macrofagen en monocyten.

Classificatie met DSM-IV
[DEPRESSIE] Classificatie voor psychische stoornissen. De DSM-IV bestaat uit vijf assen: As 1 Klinische stoornis (bijv. depressie) As 2 Persoonlijkheidsstoornissen (bijv. afhankelijke persoonlijkheidsstoornis) As 3 Lichamelijke aandoeningen (relevant voor het begrijpen of behandelen van een psychische stoornis) (bijv. migraine) As 4 Psychosociale en omgevingsfactoren (bijv. scheiding, werkeloosheid ) As 5 Algehele beoordeling van het functioneren (Global Assement of Functioning Scale, GAF) uitgedrukt op een schaal van 0 tot 100

CVA (Cebrovasculair accident)
[HART- EN VAATZIEKTEN] Plotseling optreden van neurologische uitvalsverschijnselen die vermoedelijk het gevolg zijn van circulatiestoornissen in de hersenen en die langer dan 24 uur aanhouden of leiden tot eerder overlijden. Worden veroorzaakt door een geknapt bloedvat of een propje in het bloedvat in de hersenen.

dysthymie
[DEPRESSIE] Vorm van depressie, waarbij ten minste gedurende twee jaar langdurige perioden van depressieve stemming bestaan. Het belangrijkste kenmerk van dysthymie is volgens de DSM-IV1 een chronisch depressieve stemming die het grootste deel van de dag aanwezig is, op meer dagen wel dan niet, gedurende tenminste 2 jaar.- Personen die lijden aan dysthymie omschrijven hun stemming als: verdrietig of terneergeslagen. - Bij kinderen uit dysthymie zich meer in irritatie dan in een depressieve stemming. Van dysthymie wordt gesproken als tenminste 2 van de volgende symptomen lange tijd aanwezig zijn, gedurende 2 jaar voor volwassenen en 1 jaar voor kinderen. De symptomen mogen nooit langer dan 2 maanden afwezig zijn:- Slechte eetlust of juist te veel eten - Slaapgebrek of juist te veel slapen - Gebrek aan energie of vermoeidheid - Gering gevoel van eigenwaarde - Slecht kunnen concentreren of besluiteloos zijn - Gevoelens van hopeloosheid 3 typen dysthymie worden onderscheiden:- Vroege dysthymie: de 1e symptomen van dysthymie treden op voor het 21e jaar. Deze mensen hebben een grotere kans om later een depressieve episode te krijgen. - Late dysthymie: de 1e symptomen treden op na het 20e jaar. - Dysthymie met atypische kenmerken: de afgelopen 2 jaar reageerde de stemming op gebeurtenissen, of tenminste 2 van de volgende kenmerken zijn aanwezig: - Flinke toename van het gewicht of de eetlust - Langdurig slapen (hypersomnie) - Zwaar gevoel in de ledematen - Een langdurige gevoeligheid voor afwijzing met negatieve gevolgen voor het sociaal of maatschappelijk functioneren.

Elektroconvulsietherapie
[PSYCHOTHERAPIEEN] Elektroconvulsietherapie (ECT) of elektroshocktherapie (EST) Is een behandeling waarbij een epileptisch insult (convulsie) wordt opgewekt. Dit insult heeft voor bepaalde patiënten een heilzame uitwerking op de depressie. Het opwekken van het insult gebeurt door twee elektroden op het hoofd te plaatsen en hierdoor ongeveer vier à zes seconden elektrische stroom te geleiden.

elektroshocktherapie
[PSYCHOTHERAPIEEN] Elektroconvulsietherapie (ECT) of elektroshocktherapie (EST) Is een behandeling waarbij een epileptisch insult (convulsie) wordt opgewekt. Dit insult heeft voor bepaalde patiënten een heilzame uitwerking op de depressie. Het opwekken van het insult gebeurt door twee elektroden op het hoofd te plaatsen en hierdoor ongeveer vier à zes seconden elektrische stroom te geleiden.

embolus
[HART- EN VAATZIEKTEN] Bij een longembolie wordt een slagader in de longen plotseling afgesloten door een klein klontje vreemd materiaal, een embolus. Een embolus is meestal een bloedstolsel, maar kan ook bijvoorbeeld een vetbolletje zijn.

epidemie
[INFECTIE] het aantal nieuwe ziektegevallen binnen een bepaalde periode, en het aantal zieken dat men normaal zou verwachten voor die periode. Indien het aantal nieuwe gevallen het normaal geachte aantal overtreft, dan mag het woord 'epidemie' uit de kast worden gehaald.

epidemiologie
[INFECTIE] De wetenschap die zich bezig houdt met het voorkomen, de verdeling en de controle van een ziekte binnen een populatie, bijvoorbeeld de populatie van alle Nederlanders. Ze bestudeert dus aspecten van een ziekte op een veel ruimer niveau dan dat van de individuele patiënt. Op basis van epidemiologisch onderzoek kunnen ambtenaren en politici rationele besluiten nemen die moeten leiden tot de preventie of de beheersing van een bepaalde ziekte. De pro-condoomcampagnes ten behoeve van de aids-preventie vormen hiervoor een mooi voorbeeld.

Epithelialisatie
[INFECTIE] Epithelialisatie is de migratie van epitheelcellen over de wonde. Epithelialisatie sluit het wondoppervlak hermetisch af en beschermt de wonde tegen dehydratatie en contaminatie door micro-organismen. De epitheelcellen vermeerderen door mitose en migreren van de wondrand naar het centrum van de wonde. Dit afdichten start bij een gehechte wonde binnen de 24 uur. Grotere wonden vereisen collageenvorming en de vorming van granulatieweefsel vooraleer de migratie van epitheelcellen kan plaatsvinden. Haarfollikels, sebumklieren en zweetklieren zijn afgelijnd met epitheelcellen. Wanneer er haarfollikels in een wonde aanwezig zijn worden er door het uitgroeien van de epitheelcellen eilandjes epiderm in de wonde gevormd. Deze eilandjes groeien naar elkaar. Bij contact met ander epitheelweefsel stopt de celproliferatie. De epithelialisatie verloopt snel bij gezond weefsel. Bij chronische wonden, zoals decubituswonden, kan een uitgestelde fibroblastenformatie en epithelialisatie worden vastgesteld. De ideale omstandigheid voor epithelialisatie is een vochtig, beschermd milieu, vrij van necrotisch weefsel. Is er een wondkorst, dan wordt deze door het regenererende epitheel van de onderliggende weefsels gescheiden waardoor de korst loskomt.



epidemiologie van dementie
[DEMENTIE] - Op dit moment lijden ongeveer 180.000 Nederlanders aan een vorm van dementie. In ruim 70% van de gevallen wordt dementie veroorzaakt door de ziekte van Alzheimer. Hiermee komt het aantal Alzheimerpatiënten op ongeveer 130.000. Dat is één op de 123 Nederlanders. In het jaar 2050 zal het aantal dementerenden waarschijnlijk zijn toegenomen tot 420.000. Tegen die tijd zal het aantal Alzheimerpatiënten de 300.000 zijn gepasseerd. - In meer dan 95% van de ziektegevallen zijn de patiënten ouder dan 55 jaar. Geschat wordt dat 11% van de Nederlanders in de leeftijd 75-84 jaar en 35% van 85 jaar en ouder lijden aan de ziekte van Alzheimer. - In ons land zijn circa 75.000 mensen opgenomen in een verpleeghuis. Hiervan lijdt 45% aan een vorm van dementie. Onder de ongeveer 34.000 dementerenden bevinden zich naar schatting 24.000 Alzheimerpatiënten. Dit betekent dat ruim 80% van alle Alzheimerpatiënten in ons land in de thuissituatie verzorgd worden. Hierbij is de partner meestal de verzorger. - Het is bekend dat erfelijkheid een rol kan spelen bij de ontwikkeling van de ziekte van Alzheimer. In hoeverre erfelijke factoren daadwerkelijk tot de ziekte leiden, is echter nog niet bekend. Na de ziekte van Alzheimer komt vasculaire dementie het meest voor. Circa 16% van de dementerenden lijdt aan deze vorm van dementie, die wordt veroorzaakt door kleine hersenbloedingen. De derde belangrijke oorzaak van dementie is de ziekte van Parkinson; hier geldt een percentage van 6%.

erfelijkheid van kanker
[KANKER] Er zijn een aantal kenmerken die wijzen op een mogelijke erfelijke oorzaak van kanker. Enkele van die kenmerken zijn: - de kanker wordt op relatief jonge leeftijd vastgesteld (vaak vóór het 50e levensjaar) - de kanker komt voor bij meerdere familieleden in verschillende generatie - het gaat vrijwel altijd om 1 bepaalde soort kanker (of soorten kanker die met elkaar samenhangen) Soms komt een bepaalde soort kanker vaker in 1 familie voor zonder dat het om erfelijkheid gaat. Toeval kan bijvoorbeeld een rol spelen bij het ontstaan ervan. Of verscheidene familieleden kunnen er een gewoonte op nahouden die het risico op een bepaalde soort kanker verhoogt (bijvoorbeeld roken verhoogt de kans op longkanker). Erfelijke kanker Deze soorten kanker kunnen erfelijk zijn: - borstkanker, soms in combinatie met eierstokkanker - dikke darmkanker (soms in combinatie met baarmoeder-, maag- of eierstokkanker of in combinatie met kanker van de urinewegen) - prostaatkanker - melanoom (een vorm van huidkanker) - zeer weinig voorkomende erfelijke typen van maag- en nierkanker maar ook het retinoblastoom (een tumor van het netvlies van het oog) Daarnaast is er een aantal zeldzame erfelijke aandoeningen waarbij zowel goed- als kwaadaardige tumoren kunnen ontstaan, zoals: M.E.N. syndroom Von Hippel Lindau syndroom. Of er sprake is van erfelijke kanker kan worden onderzocht bij een Klinisch Genetisch Centrum of een Polikliniek Erfelijke Tumoren (met een verwijskaart van de huisarts). Allereerst zal een deskundige de familiegeschiedenis in kaart brengen. Bij sommige soorten kanker is daarna DNA-onderzoek mogelijk.

EST
[PSYCHOTHERAPIEEN] Elektroconvulsietherapie (ECT) of elektroshocktherapie (EST) Is een behandeling waarbij een epileptisch insult (convulsie) wordt opgewekt. Dit insult heeft voor bepaalde patiënten een heilzame uitwerking op de depressie. Het opwekken van het insult gebeurt door twee elektroden op het hoofd te plaatsen en hierdoor ongeveer vier à zes seconden elektrische stroom te geleiden.

ethanol
[ALCOHOL] Een alcohol, en tevens het bekendste alcohol. Dit is namelijk het alcohol dat in alcoholische dranken zit. In het dagelijkse spraakgebruik heet ethanol simpelweg 'alcohol'. Ethanol, ook wel ethylalcohol genoemd, is een scheikundige benaming voor de alcohol

Goedaardig en kwaadaardig
[KANKER] Goedaardige tumoren groeien over het algemeen langzaam, rukken zich niet los uit hun oorspronkelijke omgeving en groeien er niet in door, zoals kwaadaardige tumoren. Goedaardige tumoren zijn abnormaal, maar zelden gevaarlijk, behalve een goedaardige hersentumor. Die kan het omliggende hersenweefsel platdrukken. Een goedaardige tumor is GEEN kanker. Een kwaadaardige tumor groeit snel, de cellen groeien door in de omgeving en verspreiden zich naar andere weefsels. Cellen kunnen losraken en via het bloed en/of de lymfe elders in het lichaam terechtkomen. Als ze daar uitgroeien tot tumoren, is er sprake van uitzaaiingen (metastasen=kankercellen die zich ergens anders in het lichaam bevinden dan in de oorspronkelijke tumor).

hippocampus
[DEPRESSIE] Is betrokken bij het gedragspatroon van het individu. Ze is vooral het hersendeel dat een belangrijke rol speelt bij stress en is gevoelig voor cortisol. De hippocampus is onderdeel van het limbisch systeem, ook wel de emotionele hersenen genoemd en heeft een dubbelfunctie. De hippocampus speelt een rol in het geheugen in het algemeen, maar specifiek in het geheugen voor stress-situaties. Hierdoor herken je direct of een bepaalde situatie mogelijk bedreigend is en kun je snel beslissen wat je er aan kunt doen. Verder regelt de hippocampus dat er niet teveel of te weinig cortisolhormoon in het lichaam wordt aangemaakt. Dit gebeurt via het zogenaamde feedback-mechanisme. Zodra cortisol de hippocampus bereikt, gaat er een signaal naar de bijnieren dat de productie kan worden gestaakt. Als dit feedbackmechanisme voortdurend in actie moet komen, raakt het ongevoelig voor die signalen. Het gevolg hiervan is dat het cortisolgehalte in het bloed te hoog of juist te laag wordt.

HPA-as
[DEPRESSIE] (=hypothalamus-pituitary-adrenocortex as) Hypothalamus Hypofyse Bijnierschors as Het stress response systeem hier bedoeld, is de hypothalamus-pituitary-adrenocortex as, ofwel de HPA-as. Dit stress systeem wordt actief bij de aanpassing aan langdurige stress situaties. Het houdt de stress reactie in stand en voorkomt tegelijkertijd het uit de hand lopen van de stress reactie. Wanneer lichamelijke of psychische stress wordt waargenomen, reageert de hypothalamus met afgifte van CRH (corticotropinevrijmakend hormoon). Deze stimuleert de hypofyse tot vrijmaken van ACTH (adrenocorticotroop hormoon). Deze geeft weer een signaal aan de bijnierschors om cortisol af te scheiden. De afgifte van deze hormonen maakt een vecht-, vlucht-, of vreesreactie mogelijk. Bij depressieve patienten zijn de hypofyse en bijnieren vergroot en de bijnieren produceren overmatig veel cortisol. Normaliter wordt de afgifte van cortisol gereguleerd door een negatief feedbacksysteem met de hypofyse en hypothalamus. Cortisol werkt remmend op CRH en ACTH. Depressieve mensen hebben een disfunctioneel feedbacksysteem.

hypertensie
[HART- EN VAATZIEKTEN] (Ver)ho(o)g(d)e bloeddruk. In de volksmond staat hypertensie (hyper = in zeer sterke mate, tensie = druk) bekend als 'hoge bloeddruk'. Als de bloeddruk bij meerdere metingen verhoogd is, spreken we van hypertensie. Daarbij kunnen zowel de bovendruk (systolische waarde) als de onderdruk (diastolische waarde) verhoogd zijn. Ook wanneer alleen de systolische bloeddruk of de diastolische bloeddruk verhoogd is spreken we van hypertensie. De bekendste risicofactoren zijn overgewicht, diabetes mellitus (suikerziekte), een stoornis in de vetstofwisseling (bijv. een te hoog cholesterolgehalte), roken, een zittend bestaan met te weinig lichaamsbeweging en het voorkomen van hart- en vaatziekten in de familie. Ook als er een stoornis in de nierfunctie is geconstateerd, is het belangrijk de bloeddruk regelmatig te laten controleren, omdat een dergelijke stoornis kan bijdragen tot verhoging van de bloeddruk.

hypothalamus
[DEPRESSIE] (lett. Onder de thalamus). Deze piepkleine stukjes van de hersenen zijn ontzettend belangrijk. Behalve de lichaamstemperatuur regelen ze een hoop van het gedrag en gevoelens, zoals dorst, slaap (dag en nacht ritme), agressie, plezier en (seksueel) genot. Zet ook aan tot de produktie van hormonen, waaronder het groeihormoon. Naast het groeihormoon produceert de hypofyse andere hormonen en stimuleert het bepaalde organen tot hormoonproduktie. Beschadiging van een van beide hersendelen kan tot verminderde groeihormoon produktie leiden.

hypofyse
[DEPRESSIE] De hypofyse is een klier die onder de hypothalamus hangt. Deze geeft in opdracht van de hypothalamus allemaal hormonen af, bijvoorbeeld voor de voortplanting. Ook melanine is een hormoon van de hypofyse. Het zorgt voor de besturing van de biologische klok.

Ideationele apraxie
[DEMENTIE] Onvermogen tot het uitvoeren van doelbewuste handelingen of bepaalde samengestelde bewegingen, terwijl er geen sprake is van spierverlammingen of sensorische stoornissen. De stoornis heeft vooral betrekking op het onvermogen om voorwerpen op de juiste wijze te hanteren.

Ideatoire apraxie
[DEMENTIE] Stoornis in de bewegingsactiviteit door een hersenfunctiestoornis. Bij deze apraxievorm is het plan van de opeenvolgende bewegingen verloren gegaan, hoewel de samenstellende delen van het bewegingsmechanisme als zodanig wel zijn uit te voeren. Er ontstaat een onsamenhangende opeenvolging van bewegingen of onderdelen van een bewegingsmechanisme.

Ideomotorische apraxie
[DEMENTIE] Stoornis in de bewegingsactiviteit waarbij de patiënt niet in staat is op verzoek bewegingen uit te voeren, veroorzaakt door een hersenfunctiestoornis. Het bewegingsplan is aanwezig maar de patiënt kan om dit te realiseren niet de verschillende bewegingen uitvoeren. De patiënt maakt een onhandige indruk, maar kan wel bepaalde reflexmatige bewegingen uitvoeren.

immuunafweer
[INFECTIE] Het immuunsysteem van ons lichaam is een afweersysteem dat ervoor zorgt dat het organisme niet steeds wordt overstroomd door lichaamsvreemde stoffen zoals bacterieën, schimmels, en virussen. Zonder deze afweer zouden wij niet kunnen leven en zou geen genezing mogelijk zijn. Je kan er twee systemen in onderscheiden: een specifiek en een niet-specifiek.

occipitaalkwab
[DEPRESSIE] Het achterste deel van de grote hersenen. Achterhoofdskwab, het aan de achterkant gelegen deel van de grote hersenen, onder meer van belang voor de verwerking van de informatie die ons via de ogen bereikt.

Oorzaken kanker
[KANKER] Er kunnen verschillende soorten kanker in één familie voorkomen. Die hebben meestal niets met elkaar te maken. Soms heeft iemand echter wel aanleg om een bepaalde soort kanker te krijgen, doordat hij al bij zijn geboorte een verandering in zijn erfelijk materiaal (DNA) heeft meegekregen. Dit geldt voor ongeveer 5% van alle mensen met kanker. Sommige mensen denken dat kanker hoofdzakelijk door het milieu wordt veroorzaakt. Toch blijkt milieuverontreiniging maar een kleine rol te spelen: niet meer dan zo'n 1% van alle gevallen van kanker wordt veroorzaakt door milieuverontreiniging. Een ongezonde leefstijl is de belangrijkste oorzaak voor het ontstaan van kanker. Met een gezonde leefstijl kun je zelf veel doen om het risico op kanker te beperken. Maar een manier van leven die kanker gegarandeerd voorkómt, is er helaas niet. Vaak is kanker het gevolg van een samenloop van omstandigheden. Naast aanleg of leefgewoonten kan toeval een rol spelen. Iemand die altijd gezond heeft geleefd, kan tóch kanker krijgen. En andersom kan iemand die altijd heeft gerookt, oud worden zónder kanker te krijgen. Meestal zijn er op individueel niveau geen oorzaken aan te wijzen.

serotonine
[DEPRESSIE]Zorgt via de hypothalamus dat we te maken krijgen met seks, dorst, honger en temperatuur. Via de amygdala beinvloedt deze stof onze emoties. Bij onderdrukking van deze stof is pijn heel hevig. Een chemische stof die in bepaalde delen van de hersenen nodig is voor het overbrengen van impulsen van de ene zenuw op de andere en waarvan een tekort onder andere kan leiden tot depressie, angst en dwangverschijnselen.

seniele plaques
[DEMENTIE] De seniele plaques in de hersenen van Alzheimer-patiënten met een kern van amyloïd worden, omgeven door eiwitten die karakteristiek, zijn voor een lokale ontstekingsreactie. In het serum van Alzheimer-patiënten zijn verhoogde concentraties van deze eiwitten aangetoond. Door genetische verschillen komt in de populatie een natuurlijke variatie van deze ontstekingseiwitten voor. Ouderen die drager zijn van ontsteking-gerelateerde genen zullen waarschijnlijk vatbaarder zijn voor de ziekte van Alzheimer dan degenen die dergelijke genen missen. Hoge concentraties van ontstekingseiwitten stimuleren immers de productie van amyloïd, en daarmee het ontstaan van seniele plaques.

shigella
[INFECTIE] Bacillaire dysenterie (shigellose) Ernstige ziekte van de dikke darm (= colon). Dysenterie is een uitheemse tropische ziekte, die slechts zelden inheems voorkomt(= inheemse dysenterie) . Er zijn twee vormen van bacillaire dysenterie: - bacillaire dysenterie (= shigellose) - amoeben-dysenterie (= amoebiasis) Mogelijke verschijnselen bij bacillaire dysenterie (o.a.) - volwassenen: toenemende diarree, buikpijn, soms koorts, na enige dagen pijnlijke vaak (tot 20 x per dag) persingen (= tenesmi) met kleine hoeveelheden bloed, braken, pus en slijm afkomstig van darmzweren, uitdroging (= dehydratie). - kinderen: plotselinge koorts, sufheid of irritatie, misselijkheid, buikpijn, gezwollen buik, braken, toenemende diarree, pijn tijdens ontlasting, uitdroging (= dehydratie) en gwichtsverlies. Chronisch zieke, verzwakte patiënten en kinderen jonger dan 2 jaar kunnen ernstig gevaar (o.a. shock en dood) lopen bij bacillaire dysenterie. Mogelijke oorzaken (o.a.) Besmetting met de bacterie Bacillus dysenteriae (= shigella-bacterie) via oraal-anaal contact met dysenterie-patiënten of met besmet voedsel, water, vliegen of voorwerpen en dan vooral in dicht-bevolkte gebeiden met slechte sanitaire voorzieningen. Mogelijke behandelingen (o.a.) - dysenterie gaat bij gezonde personen na ca. 1 week spontaan over - zo nodig aanvullen van het vochtverlies met water en zouten (= rehydratie) om uitdroging te voorkomen - antibiotica, zoals amoxicilline (Clamoxyl®) en co-trimoxazol (Bactrimel®, Eusoprim®, Sulfotrim®) (voornamelijk bij jonge kinderen en bij ernstige ziekte of dreigende besmetting van andere

subklinische depressie
[DEPRESSIE]Depressie waarvan de symptomen nog niet direct waarneembaar zijn. Personen met subklinische depressieve klachten hebben een verhoogd risico op het ontwikkelen van een depressie.

sympathisch zenuwstelsel
[HART- EN VAATZIEKTEN] Deel van het autonoom zenuwstelsel dat stimulerend werkt op hart en longen. Deel van het autonome zenuwstelsel dat vooral regulerend en stimulerend werkt op activiteit en prestatie (capaciteit hart, longen en verbranding neemt toe), een bloedsuikerverhogend effect heeft en de hersenactiviteit stimuleert. Het remt gedeeltelijk de activiteit van het andere deel van het autonome zenuwstelsel.

thalamus
[DEPRESSIE] Deze stuurt signalen 'van onder' door naar de goede gebieden in de cortex, en bepaalt van welke prikkels uit het lichaam bewust worden voor het individu.

Ziekte van Bechterew
[REUMA] (spondylitis ankylopoietica) Geleidelijke verstijving en vergroeiing van de wervelkolom door verbening van wervels en tussenwervels. De ziekte ontstaat meestal rond het 25e levensjaar en verloopt bij mannen meestal ernstiger dan bij vrouwen. Mogelijke verschijnselen (o.a.) Rugpijn, stijfheid in de rug en schouder (krom lopen), bewegingsbeperking. Mogelijke oorzaken (o.a.) Waarschijnlijk is Bechterew een auto-immuunziekte, waarbij het lichaam antistoffen tegen lichaamseigen weefsels aanmaakt. Mogelijke behandelingen (o.a.) - fysiotherapie - kuren - pijnstillers

ziekte van Reiter
[REUMA] (reactie arthritis)Ontstekingen van o.a. urineleider, nagels, mond, ogen en gewrichten met een onbekende oorzaak en zweren op handpalmen en voetzolen.

ziekte van Alzheimer
[DEMENTIE] Hersenziekte waarbij door vooralsnog onbekende oorzaak een versneld verouderingsproces in de hersenen optreedt, gepaard gaand met verschijnselen van dementie, zoals vergeetachtigheid, afname van aangeleerde vaardigheden (zoals het juiste gebruik van taal en voorwerpen) en toenemende problemen met het zelfstandig functioneren.

zuurstofbehoefte van het hart
[HART- EN VAATZIEKTEN] Het hart heeft zuurstof nodig om goed te kunnen werken. Zuurstof zit in het bloed en wordt door de kransslagaderen naar de hartspier gebracht. Hoe meer zuurstof een hart nodig heeft, hoe harder het moet werken, hoe groter de schade kan worden.

Zung zelfbeoordelingschaal
[DEPRESSIE] of Self-rating Depression scale (SDS) De SDS bestaat uit een lijst met 20 uitspraken, die elk betrekking hebben op een specifiek kenmerk van depressie. Aan elke uitspraak is een waarde van 1 tot en met 4 toegekend. Nadat alle uitspraken doorlopen zijn, worden de punten opgeteld en gedeeld door 0,8.