Kopie van `Sv KoKo Maastricht `

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.


Sv KoKo Maastricht
Categorie: Medisch
Datum & Land: 30/04/2012, NL
Woorden: 31


Amyloïde plaques (opeenhopingen)
[DEMENTIE] Een van de kenmerken van de ziekte van Alzheimer is de opeenhoping van amyloïde plaques tussen de zenuwcellen in de hersenen. Amyloïde is een algemene term voor eiwitfragmenten die het lichaam normaal aanmaakt. Beta-emyloïde is een eiwitfragment van het veel grotere APP-eiwit (Amyloïd Precursor Protein, ofwel Amyloïd Voorloper Eiwit). In gezonde hersenen worden deze eiwitfragmenten afgebroken en verwijderd. In hersenen van een Alzheimerpatiënt stapelen deze fragmenten zich op en vormen stevige, onoplosbare plaques.

Apraxie
[DEMENTIE] Onvermogen tot het uitvoeren van doelbewuste handelingen of bepaalde samengestelde bewegingen, terwijl er geen sprake is van spierverlammingen of sensorische stoornissen. De oorzaak is gelegen in beschadiging van bepaalde hersengedeelten (voorhoofdskwab, wandbeenkwab of balk), waardoor de coördinatie ontbreekt die voor het uitvoeren van de doelgerichte handeling of beweging noodzakelijk is. Apraxie kan zich beperken tot een ledemaat of een lichaamshelft. In lichte gevallen kan de patiënt slechts een stuntelige indruk maken, in ernstige gevallen kan hij de indruk maken van 'in de war' te zijn.

aspirine
[REUMA] Aspirine, waarvan de werkzame stof in de bast van de wilg wordt aangetroffen, is 's werelds meest bekende pijnstiller. Aspirine wordt bereid uit salicylzuur (de systematische naam is 2-hydroxybenzeencarbonzuur) en azijnzuur-anhydride (zie figuur hieronder). Aspirine wordt toegepast ter bestrijding van pijn (hoofdpijn, kiespijn, menstruatiepijn, spit, spierpijn, zenuwpijn, reumatische pijn en acute en chronische gewrichtsreuma), van koorts en pijn bij griep, verkoudheid en vaccinatie. De werking van aspirine berust op de onomkeerbare remming van het prostaglandinevormend enzym (Cyclo-oxygenase). Prostaglandines zijn chemische verbindingen die in het menselijke lichaam een belangrijke functie hebben, zoals het stimuleren van sensorische zenuwcellen bij pijnprikkels, verwijding en vernauwing van de bloedvaten, regulatie van de lichaamstemperatuur en de stimulatie van de werking van het maag- en darmslijmvlies.

Atheroom
[HART- EN VAATZIEKTEN] Een talgcyste of atheroom (ather = brij) is een pijnloze, onder de huid gelegen cyste ter grootte van een erwt tot een ei, vaak gedeeltelijk met de huid vergroeid. Door de spanning in de bovenliggende huid treedt atrofie op, wat plaatselijke haaruitval ten gevolge heeft. De cysten voelen elastisch aan en fluctueren soms. Bij punctie of incisie komt een stinkende, vettige brij tevoorschijn. Atheromen komen op alle plaatsen voor waar zich talgklieren bevinden, zoals op het behaarde hoofd, rond de ogen, de oorlelletjes, het scrotum en de grote schaamlippen. De oorzaak van deze cysten zou gelegen zijn in het aanwezig zijn van tijdens de embryonale ontwikkeling geïsoleerde epidermiscellen.

Atherosclerose
[HART- EN VAATZIEKTEN] Verharding (= sclerose = 'verkalking') van de vaatwand van de slagaders (= arteriën) door een vettige aanslag op de binnenwand. De slagaders worden hierdoor nauwer en minder elastisch. Hierdoor wordt de doorbloeding belemmerd en bestaat een grotere kans op afsluiting (= occlusie) van de vaten door bloedstolsels, die ter plekke zijn ontstaan (= trombose) of van elders uit lichaam worden aangevoerd (= embolie). Mogelijke verschijnselen (o.a.) Pijn en-of krampen in de benen (= claudicatio) en pijn of kramp op de borst bij inspanning (= angina pectoris, 'hartkramp'). Mogelijke complicaties (o.a.) Claudicatio (= etalagebenen), hartinfarct en herseninfarct (= grote beroerte). Veroorzaakt door: Geleidelijk dichtslibben van de binnenwand van de slagaders met een halfzachte, kazige substantie (= atherosclerotische plaques = atheroom), die bestaan uit cholesterol en spier- en bindweefselcellen van de vaatwand. De plaques ontstaan vooral bij vertakkingen van de bloedvaten. Arteriosclerose kan worden bevorderd door: - erfelijke aanleg - (te) weinig lichaamsbeweging - roken - abnormale cholesterolgehalten: (te) veel onverzadigde vetten, verlaagd HDL-cholesterol en-of verhoogd LDL-cholesterol - overgewicht (= obesitas) - hoge bloeddruk (= hypertensie) - suikerziekte (= diabetes mellitus)

attributie
[DEMENTIE] Het toekennen of verlenen van betekenis aan bepaalde situaties.

B-cel
[REUMA] Witte bloedcel die verantwoordelijk is voor de aanmaak van antistoffen. De afweer die door B-cellen en antistoffen wordt verzorgd wordt humorale immuniteit genoemd.

Classificatie met DSM-IV
[DEPRESSIE] Classificatie voor psychische stoornissen. De DSM-IV bestaat uit vijf assen: As 1 Klinische stoornis (bijv. depressie) As 2 Persoonlijkheidsstoornissen (bijv. afhankelijke persoonlijkheidsstoornis) As 3 Lichamelijke aandoeningen (relevant voor het begrijpen of behandelen van een psychische stoornis) (bijv. migraine) As 4 Psychosociale en omgevingsfactoren (bijv. scheiding, werkeloosheid ) As 5 Algehele beoordeling van het functioneren (Global Assement of Functioning Scale, GAF) uitgedrukt op een schaal van 0 tot 100

CVA (Cebrovasculair accident)
[HART- EN VAATZIEKTEN] Plotseling optreden van neurologische uitvalsverschijnselen die vermoedelijk het gevolg zijn van circulatiestoornissen in de hersenen en die langer dan 24 uur aanhouden of leiden tot eerder overlijden. Worden veroorzaakt door een geknapt bloedvat of een propje in het bloedvat in de hersenen.

dysthymie
[DEPRESSIE] Vorm van depressie, waarbij ten minste gedurende twee jaar langdurige perioden van depressieve stemming bestaan. Het belangrijkste kenmerk van dysthymie is volgens de DSM-IV1 een chronisch depressieve stemming die het grootste deel van de dag aanwezig is, op meer dagen wel dan niet, gedurende tenminste 2 jaar.- Personen die lijden aan dysthymie omschrijven hun stemming als: verdrietig of terneergeslagen. - Bij kinderen uit dysthymie zich meer in irritatie dan in een depressieve stemming. Van dysthymie wordt gesproken als tenminste 2 van de volgende symptomen lange tijd aanwezig zijn, gedurende 2 jaar voor volwassenen en 1 jaar voor kinderen. De symptomen mogen nooit langer dan 2 maanden afwezig zijn:- Slechte eetlust of juist te veel eten - Slaapgebrek of juist te veel slapen - Gebrek aan energie of vermoeidheid - Gering gevoel van eigenwaarde - Slecht kunnen concentreren of besluiteloos zijn - Gevoelens van hopeloosheid 3 typen dysthymie worden onderscheiden:- Vroege dysthymie: de 1e symptomen van dysthymie treden op voor het 21e jaar. Deze mensen hebben een grotere kans om later een depressieve episode te krijgen. - Late dysthymie: de 1e symptomen treden op na het 20e jaar. - Dysthymie met atypische kenmerken: de afgelopen 2 jaar reageerde de stemming op gebeurtenissen, of tenminste 2 van de volgende kenmerken zijn aanwezig: - Flinke toename van het gewicht of de eetlust - Langdurig slapen (hypersomnie) - Zwaar gevoel in de ledematen - Een langdurige gevoeligheid voor afwijzing met negatieve gevolgen voor het sociaal of maatschappelijk functioneren.

embolus
[HART- EN VAATZIEKTEN] Bij een longembolie wordt een slagader in de longen plotseling afgesloten door een klein klontje vreemd materiaal, een embolus. Een embolus is meestal een bloedstolsel, maar kan ook bijvoorbeeld een vetbolletje zijn.

epidemie
[INFECTIE] het aantal nieuwe ziektegevallen binnen een bepaalde periode, en het aantal zieken dat men normaal zou verwachten voor die periode. Indien het aantal nieuwe gevallen het normaal geachte aantal overtreft, dan mag het woord 'epidemie' uit de kast worden gehaald.

epidemiologie
[INFECTIE] De wetenschap die zich bezig houdt met het voorkomen, de verdeling en de controle van een ziekte binnen een populatie, bijvoorbeeld de populatie van alle Nederlanders. Ze bestudeert dus aspecten van een ziekte op een veel ruimer niveau dan dat van de individuele patiënt. Op basis van epidemiologisch onderzoek kunnen ambtenaren en politici rationele besluiten nemen die moeten leiden tot de preventie of de beheersing van een bepaalde ziekte. De pro-condoomcampagnes ten behoeve van de aids-preventie vormen hiervoor een mooi voorbeeld.

Epithelialisatie
[INFECTIE] Epithelialisatie is de migratie van epitheelcellen over de wonde. Epithelialisatie sluit het wondoppervlak hermetisch af en beschermt de wonde tegen dehydratatie en contaminatie door micro-organismen. De epitheelcellen vermeerderen door mitose en migreren van de wondrand naar het centrum van de wonde. Dit afdichten start bij een gehechte wonde binnen de 24 uur. Grotere wonden vereisen collageenvorming en de vorming van granulatieweefsel vooraleer de migratie van epitheelcellen kan plaatsvinden. Haarfollikels, sebumklieren en zweetklieren zijn afgelijnd met epitheelcellen. Wanneer er haarfollikels in een wonde aanwezig zijn worden er door het uitgroeien van de epitheelcellen eilandjes epiderm in de wonde gevormd. Deze eilandjes groeien naar elkaar. Bij contact met ander epitheelweefsel stopt de celproliferatie. De epithelialisatie verloopt snel bij gezond weefsel. Bij chronische wonden, zoals decubituswonden, kan een uitgestelde fibroblastenformatie en epithelialisatie worden vastgesteld. De ideale omstandigheid voor epithelialisatie is een vochtig, beschermd milieu, vrij van necrotisch weefsel. Is er een wondkorst, dan wordt deze door het regenererende epitheel van de onderliggende weefsels gescheiden waardoor de korst loskomt.

epidemiologie van dementie
[DEMENTIE] - Op dit moment lijden ongeveer 180.000 Nederlanders aan een vorm van dementie. In ruim 70% van de gevallen wordt dementie veroorzaakt door de ziekte van Alzheimer. Hiermee komt het aantal Alzheimerpatiënten op ongeveer 130.000. Dat is één op de 123 Nederlanders. In het jaar 2050 zal het aantal dementerenden waarschijnlijk zijn toegenomen tot 420.000. Tegen die tijd zal het aantal Alzheimerpatiënten de 300.000 zijn gepasseerd. - In meer dan 95% van de ziektegevallen zijn de patiënten ouder dan 55 jaar. Geschat wordt dat 11% van de Nederlanders in de leeftijd 75-84 jaar en 35% van 85 jaar en ouder lijden aan de ziekte van Alzheimer. - In ons land zijn circa 75.000 mensen opgenomen in een verpleeghuis. Hiervan lijdt 45% aan een vorm van dementie. Onder de ongeveer 34.000 dementerenden bevinden zich naar schatting 24.000 Alzheimerpatiënten. Dit betekent dat ruim 80% van alle Alzheimerpatiënten in ons land in de thuissituatie verzorgd worden. Hierbij is de partner meestal de verzorger. - Het is bekend dat erfelijkheid een rol kan spelen bij de ontwikkeling van de ziekte van Alzheimer. In hoeverre erfelijke factoren daadwerkelijk tot de ziekte leiden, is echter nog niet bekend. Na de ziekte van Alzheimer komt vasculaire dementie het meest voor. Circa 16% van de dementerenden lijdt aan deze vorm van dementie, die wordt veroorzaakt door kleine hersenbloedingen. De derde belangrijke oorzaak van dementie is de ziekte van Parkinson; hier geldt een percentage van 6%.

erfelijkheid van kanker
[KANKER] Er zijn een aantal kenmerken die wijzen op een mogelijke erfelijke oorzaak van kanker. Enkele van die kenmerken zijn: - de kanker wordt op relatief jonge leeftijd vastgesteld (vaak vóór het 50e levensjaar) - de kanker komt voor bij meerdere familieleden in verschillende generatie - het gaat vrijwel altijd om 1 bepaalde soort kanker (of soorten kanker die met elkaar samenhangen) Soms komt een bepaalde soort kanker vaker in 1 familie voor zonder dat het om erfelijkheid gaat. Toeval kan bijvoorbeeld een rol spelen bij het ontstaan ervan. Of verscheidene familieleden kunnen er een gewoonte op nahouden die het risico op een bepaalde soort kanker verhoogt (bijvoorbeeld roken verhoogt de kans op longkanker). Erfelijke kanker Deze soorten kanker kunnen erfelijk zijn: - borstkanker, soms in combinatie met eierstokkanker - dikke darmkanker (soms in combinatie met baarmoeder-, maag- of eierstokkanker of in combinatie met kanker van de urinewegen) - prostaatkanker - melanoom (een vorm van huidkanker) - zeer weinig voorkomende erfelijke typen van maag- en nierkanker maar ook het retinoblastoom (een tumor van het netvlies van het oog) Daarnaast is er een aantal zeldzame erfelijke aandoeningen waarbij zowel goed- als kwaadaardige tumoren kunnen ontstaan, zoals: M.E.N. syndroom Von Hippel Lindau syndroom. Of er sprake is van erfelijke kanker kan worden onderzocht bij een Klinisch Genetisch Centrum of een Polikliniek Erfelijke Tumoren (met een verwijskaart van de huisarts). Allereerst zal een deskundige de familiegeschiedenis in kaart brengen. Bij sommige soorten kanker is daarna DNA-onderzoek mogelijk.

EST
[PSYCHOTHERAPIEEN] Elektroconvulsietherapie (ECT) of elektroshocktherapie (EST) Is een behandeling waarbij een epileptisch insult (convulsie) wordt opgewekt. Dit insult heeft voor bepaalde patiënten een heilzame uitwerking op de depressie. Het opwekken van het insult gebeurt door twee elektroden op het hoofd te plaatsen en hierdoor ongeveer vier à zes seconden elektrische stroom te geleiden.

ethanol
[ALCOHOL] Een alcohol, en tevens het bekendste alcohol. Dit is namelijk het alcohol dat in alcoholische dranken zit. In het dagelijkse spraakgebruik heet ethanol simpelweg 'alcohol'. Ethanol, ook wel ethylalcohol genoemd, is een scheikundige benaming voor de alcohol

hippocampus
[DEPRESSIE] Is betrokken bij het gedragspatroon van het individu. Ze is vooral het hersendeel dat een belangrijke rol speelt bij stress en is gevoelig voor cortisol. De hippocampus is onderdeel van het limbisch systeem, ook wel de emotionele hersenen genoemd en heeft een dubbelfunctie. De hippocampus speelt een rol in het geheugen in het algemeen, maar specifiek in het geheugen voor stress-situaties. Hierdoor herken je direct of een bepaalde situatie mogelijk bedreigend is en kun je snel beslissen wat je er aan kunt doen. Verder regelt de hippocampus dat er niet teveel of te weinig cortisolhormoon in het lichaam wordt aangemaakt. Dit gebeurt via het zogenaamde feedback-mechanisme. Zodra cortisol de hippocampus bereikt, gaat er een signaal naar de bijnieren dat de productie kan worden gestaakt. Als dit feedbackmechanisme voortdurend in actie moet komen, raakt het ongevoelig voor die signalen. Het gevolg hiervan is dat het cortisolgehalte in het bloed te hoog of juist te laag wordt.

HPA-as
[DEPRESSIE] (=hypothalamus-pituitary-adrenocortex as) Hypothalamus Hypofyse Bijnierschors as Het stress response systeem hier bedoeld, is de hypothalamus-pituitary-adrenocortex as, ofwel de HPA-as. Dit stress systeem wordt actief bij de aanpassing aan langdurige stress situaties. Het houdt de stress reactie in stand en voorkomt tegelijkertijd het uit de hand lopen van de stress reactie. Wanneer lichamelijke of psychische stress wordt waargenomen, reageert de hypothalamus met afgifte van CRH (corticotropinevrijmakend hormoon). Deze stimuleert de hypofyse tot vrijmaken van ACTH (adrenocorticotroop hormoon). Deze geeft weer een signaal aan de bijnierschors om cortisol af te scheiden. De afgifte van deze hormonen maakt een vecht-, vlucht-, of vreesreactie mogelijk. Bij depressieve patienten zijn de hypofyse en bijnieren vergroot en de bijnieren produceren overmatig veel cortisol. Normaliter wordt de afgifte van cortisol gereguleerd door een negatief feedbacksysteem met de hypofyse en hypothalamus. Cortisol werkt remmend op CRH en ACTH. Depressieve mensen hebben een disfunctioneel feedbacksysteem.

hypertensie
[HART- EN VAATZIEKTEN] (Ver)ho(o)g(d)e bloeddruk. In de volksmond staat hypertensie (hyper = in zeer sterke mate, tensie = druk) bekend als 'hoge bloeddruk'. Als de bloeddruk bij meerdere metingen verhoogd is, spreken we van hypertensie. Daarbij kunnen zowel de bovendruk (systolische waarde) als de onderdruk (diastolische waarde) verhoogd zijn. Ook wanneer alleen de systolische bloeddruk of de diastolische bloeddruk verhoogd is spreken we van hypertensie. De bekendste risicofactoren zijn overgewicht, diabetes mellitus (suikerziekte), een stoornis in de vetstofwisseling (bijv. een te hoog cholesterolgehalte), roken, een zittend bestaan met te weinig lichaamsbeweging en het voorkomen van hart- en vaatziekten in de familie. Ook als er een stoornis in de nierfunctie is geconstateerd, is het belangrijk de bloeddruk regelmatig te laten controleren, omdat een dergelijke stoornis kan bijdragen tot verhoging van de bloeddruk.

hypothalamus
[DEPRESSIE] (lett. Onder de thalamus). Deze piepkleine stukjes van de hersenen zijn ontzettend belangrijk. Behalve de lichaamstemperatuur regelen ze een hoop van het gedrag en gevoelens, zoals dorst, slaap (dag en nacht ritme), agressie, plezier en (seksueel) genot. Zet ook aan tot de produktie van hormonen, waaronder het groeihormoon. Naast het groeihormoon produceert de hypofyse andere hormonen en stimuleert het bepaalde organen tot hormoonproduktie. Beschadiging van een van beide hersendelen kan tot verminderde groeihormoon produktie leiden.

hypofyse
[DEPRESSIE] De hypofyse is een klier die onder de hypothalamus hangt. Deze geeft in opdracht van de hypothalamus allemaal hormonen af, bijvoorbeeld voor de voortplanting. Ook melanine is een hormoon van de hypofyse. Het zorgt voor de besturing van de biologische klok.

Ideationele apraxie
[DEMENTIE] Onvermogen tot het uitvoeren van doelbewuste handelingen of bepaalde samengestelde bewegingen, terwijl er geen sprake is van spierverlammingen of sensorische stoornissen. De stoornis heeft vooral betrekking op het onvermogen om voorwerpen op de juiste wijze te hanteren.

Ideatoire apraxie
[DEMENTIE] Stoornis in de bewegingsactiviteit door een hersenfunctiestoornis. Bij deze apraxievorm is het plan van de opeenvolgende bewegingen verloren gegaan, hoewel de samenstellende delen van het bewegingsmechanisme als zodanig wel zijn uit te voeren. Er ontstaat een onsamenhangende opeenvolging van bewegingen of onderdelen van een bewegingsmechanisme.

Ideomotorische apraxie
[DEMENTIE] Stoornis in de bewegingsactiviteit waarbij de patiënt niet in staat is op verzoek bewegingen uit te voeren, veroorzaakt door een hersenfunctiestoornis. Het bewegingsplan is aanwezig maar de patiënt kan om dit te realiseren niet de verschillende bewegingen uitvoeren. De patiënt maakt een onhandige indruk, maar kan wel bepaalde reflexmatige bewegingen uitvoeren.

immuunafweer
[INFECTIE] Het immuunsysteem van ons lichaam is een afweersysteem dat ervoor zorgt dat het organisme niet steeds wordt overstroomd door lichaamsvreemde stoffen zoals bacterieën, schimmels, en virussen. Zonder deze afweer zouden wij niet kunnen leven en zou geen genezing mogelijk zijn. Je kan er twee systemen in onderscheiden: een specifiek en een niet-specifiek.

LDL
[HART- EN VAATZIEKTEN] Low Density Lipoproteïne-Cholesterol: cholesterol dat voor transport door het bloed gekoppeld is aan LDL; dit type cholesterol geeft met name aanleiding tot arteriosclerose

occipitaalkwab
[DEPRESSIE] Het achterste deel van de grote hersenen. Achterhoofdskwab, het aan de achterkant gelegen deel van de grote hersenen, onder meer van belang voor de verwerking van de informatie die ons via de ogen bereikt.

zuurstofbehoefte van het hart
[HART- EN VAATZIEKTEN] Het hart heeft zuurstof nodig om goed te kunnen werken. Zuurstof zit in het bloed en wordt door de kransslagaderen naar de hartspier gebracht. Hoe meer zuurstof een hart nodig heeft, hoe harder het moet werken, hoe groter de schade kan worden.

Zung zelfbeoordelingschaal
[DEPRESSIE] of Self-rating Depression scale (SDS) De SDS bestaat uit een lijst met 20 uitspraken, die elk betrekking hebben op een specifiek kenmerk van depressie. Aan elke uitspraak is een waarde van 1 tot en met 4 toegekend. Nadat alle uitspraken doorlopen zijn, worden de punten opgeteld en gedeeld door 0,8.