Kopie van `Nederlands Instituut voor Animatiefilm`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.


Nederlands Instituut voor Animatiefilm
Categorie: Sport, welzijn en vrije tijd > Televisie
Datum & Land: 16/10/2012, NL
Woorden: 43


Animare
Het Latijnse woord voor bezielen. Hiervan is de term animatie afgeleid. Met de animatietechniek komen dode en levenloze voorwerpen tot leven.

Animatie
Een verzamelnaam voor films die beeld voor beeld gemaakt worden. Geen onderscheid in techniek maar omvat alle beeld-voor-beeldtechnieken.

Animatietechnieken
De animator kan kiezen waarmee hij of zij de animatiefilm gaat maken bijvoorbeeld met tekeningen, maar ook met klei of de computer. Of men kan kiezen voor een combinatie hiervan.

Art direction
De beeldende vormgeving van een film zoals die wordt geregistreerd tijdens de opnamen decors, rekwisieten, belichting, kostuums en make-up van de acteurs.

Cartoon
Stijlkenmerk voor animatiefilms volgens vaste normen met vereenvoudigde karakters en vormgeving. Synoniem geworden voor tekenfilms en series uit de grote en bekende Amerikaanse studio†™s. Pratende dieren, humor en actie domineren dit genre.

Cel
Transparant tekenvel waarop de animatie getekend wordt. Een werk besparende methode omdat de achtergronden niet steeds opnieuw getekend hoeven te worden.

CGI
Computer-Generated Imagery. Staat voor alles dat helemaal digitaal is vormgegeven.

Close-up
Algemene filmterm voor opname van zeer dichtbij. Vestigt sterk de nadruk op het onderwerp of detail en kan zo worden in gezet.

Codec
Bestandsindeling dat wordt gebruikt om bij compressie de omvang van het bestand te verkleinen (compressie), en bij weergave weer te vergroten (decompressie).

Compressie
Manier van wegschrijven van digitaal beeld zodat de bestandsomvang kleiner wordt of het beter te kunnen transporteren of af te spelen.

Cut
Algemene filmterm

Cut-out
Ook wel collagetechniek. Maakt gebruik van uitgeknipte foto†™s of tekeningen.

Decor
Met het decor wordt de omgeving bedoeld waarin de personages zich bewegen. Dit vormt de achtergrond van de film, denk bijvoorbeeld aan een huiskamer waarin het verhaal zich afspeelt.

Exposure-sheet
de volgorde van de tekeningen in een soort van boekhouding genoteerd.

Fade
Als in live-action

Flash
Techniek met software die speciaal voor internet is ontwikkeld.

Genre
Algemene filmterm voor filmvormen op basis van herkenbare uiterlijke inhoudelijke stijlkenmerken.

Interactiviteit
Dit is één van de kenmerken van computeranimatie de toeschouwer of speler kan invloed uitoefenen op wat er gebeurt op het scherm (een film is bijvoorbeeld niet interactief, want je kunt niets veranderen aan wat je ziet). En natuurlijk eenbelangrijk element in het spelen van computergames. De speler bepaalt doorhandelingen het verloop van het spel.

Key drawings
Belangrijkste houdingen in de beweging die karakteristiek zijn voor het karakter. Worden als eerste gemaakt.

Kikkerperspectief
Algemene filmterm voor laag camerastandpunt.

Live-action
bewegend beeld waarbij acties (bewegingen, gebeurtenissen) uit de werkelijkheid geregistreerd worden. Op de film zie je terug wat zich letterlijk voor de camera heeft afgespeeld, bijvoorbeeld acteurs die een rol spelen.

Manga
Populaire beeldcultuur in Japan in de vorm van strips maar wordt nu ook gebruikt voor een genre Japanse animatiefilms.

Medium shot
Algemene filmterm

Mise-en-scène
Alle elementen zoals ze zijn geplaatst voor de camera om te worden opgenomen decor, karakters, rekwisieten, de bewegingen van de acteurs en de resultaten van het geplaatste licht. In de 2D-animatiefilm moet de mise-en-scène geheel wordenovergebracht naar papier of cel.

Modelling
Het digitaal bouwen van karakters en objecten.



Modelsheet
Afbeeldingen van een karakter in verschillende houdingen poses en vanuit verschillende perspectieven. Belangrijk als verschillende animators hetzelfde karakteranimeren. Anders zou het karakter in verschillende scenes er verschillend uit kunnen zien.

Montage
Algemene filmterm voor het aan elkaar verbinden van verschillende beeldreeksen (shots, takes, opnamen uit één stuk). Door montage worden de verschillende scenes in de juiste volgorde geplaatst.

Motion capture
Dit is een van de hulpmiddelen voor het maken van animatie. Bewegingen in het echt (bijvoorbeeld van een mens) worden gekoppeld aan een computer. Zo kan de animator een beweging heel natuurgetrouw eruit laten zien. Dit kan dan weergebruikt worden voor het maken van een film.

Pan
Algemene filmterm voor een camerabeweging langs een horizontale as.

Personage
Een personage speelt een bepaalde rol in het verhaal. Het kunnen getekende mensen zijn, of poppen, maar ook dieren.

Pixillatie
Animatietechniek met echte acteurs en niet met levenloze dingen of poppen.

Props
Algemene filmterm voor rekwisieten in de film.

Scenario
Het verhaal van de film, uitgewerkt op papier.

Software
Dit zijn computerprogramma†™s die je kunt installeren op de computer. Deze programma†™s hebben allerlei functies waarmee je bijvoorbeeld kunt tekenen in jecomputerscherm of dingen in kunt kleuren.

Storyboard
Het verhaal in beelden (een soort stripverhaal), dat het verloop aangeeft van de film. Er wordt bijvoorbeeld op aangegeven wanneer er wat gebeurt.

Texturing
Digitaal voorzien van structuur van de gemodelleerde digitale karakters en objecten.

Tilt
Algemene filmterm voor een camerabeweging langs en verticale as. Kan van boven naar beneden maar ook van beneden naar boven zijn.

Totaalshot
Algemene filmterm voor opname die het totaal van de scène laat zien. Veelal als eerste shot gebruikt om de plaats van handeling te tonen (establishing shot).

Transformatie
Voor animatie unieke montagevorm door de vrijheid overgangen beeld voor beeld te animeren. Karakters maar ook decors kunnen in andere karakters of decors veranderen via elke gewenste vorm.

Virtual reality
Hiermee wordt een door de computer gemaakte †˜wereld†™ mee bedoeld. Er bestaan speciale brillen en zelfs hele pakken die gekoppeld kunnen worden aan een computer. Als je de bril opzet of het pak aantrekt lijkt het net of je in een andere wereld bent (die door de computer is gemaakt).

Vogelperspectief
Algemene filmterm voor hoog camerastandpunt, als vanuit een hijskraan of een vliegende vogel.

Voice over
Een stem die buiten beeld is commentaar geeft op wat er in het beeld te zien is. Deze stem kan een van de personages maar ook van een alwetende buitenstaander.

Zoom
Algemene filmterm voor verschuiving in één beweging van groothoeklens naar telelens of andersom.