Kopie van `IVF centrum Düsseldorf `

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.


IVF centrum Düsseldorf
Categorie: Medisch > Gyneacologie
Datum & Land: 31/05/2013, DE
Woorden: 123


Abortus imminens
opkomende miskraam, verlies van bloed of vruchtwater, infectie, weeënactiviteit en miskraam. De kans op een miskraam is ongeveer 0,5 procent. Voordeel van een vruchtwaterpuctie ten opzichte van een vlokkentest is dat het risico op een miskraam kleiner is en dat ook een neuraalbuisdefect kan worden opgespoord of uitgesloten.

Acrosoom
Kop van de zaadcel waarin zich stoffen (enzymen) bevinden die noodzakelijk zijn om in de eicel binnen te dringen.

Adenomyose (uteri)
is endometriose in het spierweefsel van de baarmoeder. Bij endometriose komt baarmoederslijmvlies voor buiten de baarmoeder. Als het baarmoederslijmvlies zich in de spierwand van de baarmoeder bevindt dan spreekt men wel van van adenomyose (adenomyosis uteri). Ook in het septum rectovaginale kan adenomyose voorkomen. Strikt genomen is adenomyose geen endometriose. Alleen bij adenomyose vind je bijna altijd spierweefsel in de biopten. Adenomyose kan ook bestaan zonder dat er sprake is van endometriose (en omgekeerd).

Adhäsiolyse
Operative verwijderen van vergroeingen, meestal door middel van een laparoscopie.

Amenorrhoe
Uitblijven van de menstruatie.

Amniocentese
vruchtwaterpunctie (amniocentese) is een onderzoek waarbij een beetje vruchtwater van een zwangere vrouw wordt afgenomen voor onderzoek. Een vruchtwaterunctie kan vanaf 15 weken zwangerschap tot aan de uitgerekende datum. Bij het onderzoek wordt met een holle naald door de buikwand, onder echoscopische geleide, de vruchtzak aangeprikt en vruchtwater opgezogen. Dit kan gebeuren onder al dan niet onder lokale verdoving. Complicaties welke kunnen optreden zijn

Andrologie
Wetenschap betrekking hebbend op het mannelijke voortplantingssysteem.

Androgene
Mannelijke hormonen.

Anamnese
Oudgrieks (anamnêsis) betekent 'herinnering', en kan zijn wat een patiënt zijn arts aan medische voorgeschiedenis kan vertellen.

Anovulation
Uitblijven van een eisprong.

Antilichamen
Speciale eiwtitten gemaakt door het immuunsysteem tegen lichaamsvreemde stoffen; een vrouw kan bijvoorbeeld antilichamen tegen sperma maken.

Aspermie
Orgasme zonder zaadlozing (ejakulaat).

Asthenozoospermie
Geringe beweeglijkheid van de zaadcellen.

Autoantilichamen
Zie antilichamen; echter hierbij gericht tegen lichaamseigen stoffen. Een man kan bijvoorbeeld autoantilichamen maken tegen zijn eigen zaadcellen.

Azoospermie
geen zaadcellen in het ejaculaat.

Bevruchting
In de voortplantingsgeneeskunde het proces van versmelten van ei- en zaadcel.

Biopsie
Het verkrijgen van een stukje weesfel. Bij TESE bijvoorbeeld wordt een stukje (bipot) van de testis weggenomen en onderzocht op de aanwezigheid van zaadcellen.

Blastocyste
Een embryo dat 5 dagen een celdeling heeft ondergaan.

Cardiolipin-Antilichamen
Auto-antilichamen, waarbij een samenhang met het optreden van een miskraam is aangetoond.

Cervix
baarmoederhals

Chromosoom
Drager van het erfelijkmateriaal. De mens heeft 46 chromosomen waarvan 2 geschlachtschromosomen zijn; bij de man gekenmerkt als X en Y, bij der vrouw als X en X.

Clomiphen
Medicament gebruikt voor lichte ovariumstimulatie

Corpus luteum
Geellichaam gevormd na de eisprong.

Downregulation
het onderdrukken van de eigen hormoonproductie.

Ectopische zwangerschap
(extrauterine zwangerschap) een zwangerschap buiten de baarmoeder, meestal in de eileider.

Eierstok
(ovairum). Orgaan, waarin de eicellen rijpen.

Eileider
een deel van de geslachtsorganen van de vrouw. Het is een trechtervormig orgaan dat zich met het brede eind over de eierstokken heen buigt, en met het smalle uiteinde in de baarmoeder uitkomt.De functie van de eileider is het vervoer van de eicel of embryo naar de baarmoeder. De epitheelcellen die het oppervlak van de eieleider bedekt hebben trilharen die de eicel of embryo voortbewegen naar de baarmoederholte. In de eileider kan de bevruchting plaatsvinden.De medische naam voor de eileider (tuba uterina), Tuba Falloppi, is afkomstig van de ontdekker van de eileiders, de 16e eeuwse Italiaanse anatoom Gabriele Falloppio.

Ejaculatie
zaadlozing. Het ejaculaat bevat onder andere de zaadcellen alsmede de secretie vloeistoffen uit de prostaat.

Electrostimulatie
methode voor het verkrijgen van een ejaculatie. Wordt toegepast als de ejakulatie op grond van een zenuw probleem niet mogelijk (bijvoorbeeld bij diabetes of een dwarslaesie) is.

Embryotransfer
het terugplaatsen in de baarmoeder van de door IVF ontstane embryos.

Endometrium
het endometrium of baarmoederslijmvlies is de bedekkende laag van de binnenzijde van de baarmoeder wat elke maand wordt opgebouwd en afgebroken bij uitblijvende zwangerschap (menstruatie)

Endometriose
is het vóórkomen van endometriumweefsel ofwel baarmoederslijmvlies buiten de baarmoederholte.

Endocrinologie
de leer van de secretie vloeistoffen zoals de hormonen.

Endogeen
lichaamseigen, in het lichaam onstaand.

Endoscopie
een endoscopie (letterlijk binnenin kijken) is een onderzoek van het inwendige van de mens, om te kijken wat er aan de hand is, een biopsie te nemen of een operatie uit te voeren. Dit gebeurt met een instrument genaamd de endoscoop waarmee een arts via een flexibele slang in het lichaam kan kijken.

Estradiol
estrogeen, vrouwelijk hormoon.

Eumenorrhoe
normale Lengte van de menstruatie cyclus.

Fertiliteit
vruchtbaarheid.

Follikel
eiblaasje welke zich in de eierstokken bevinden. Deze follikels worden bij de IVF behandleing aangeprikt om de daarin aanwezige eicel te verkrijgen. Niet alle follikels bevatten een eicel.

Foetus
een foetus is een ongeboren vrucht in het stadium waarin gelijkenis met het volwassen stadium gaat optreden, dus een ouder embryo. Bij mensen spreekt men van een foetus vanaf de 8e week van de zwangerschap tot de geboorte. Deze is dan ongeveer 2,5 cm groot en weegt maar een paar gram. In de dertiende week is de foetus acht centimeter en weegt 30 gram.

Follikelstimulerend hormoon
een hormoon dat de productie van follikels stimuleert. Wordt als medicament gebruikt bij de IVF behandeling.

Galactorrhoe
Melkproduktion zonder zwangerschap. Vaak een sypmtoom bij hyperprolactinaemie.

Gameten
vrouwelijke of mannelijke kiemcellen, eicellen en zaadcellen.

Genetiek
leer van de erfelijkheid.

Globozoospermie
de afwezigheid van een acrosoom bij alle zaadcellen. In dit geval zijn de zaadcellen niet in staat om de eicel natuurilijk te bevruchten. ICSI is de enig mogelijke behandelmethode; de bevruchtingskans is lager dan met normale zaadcellen.

GnRH-Antagonisten
een stof dat de omgekeerde werking heeft als GnRH. Wordt gebruikt in de IVF behandeling voor de downregulatie.

Gonadotropin releasing hormone (GnRH )
hormoon uit de hypothalamus, dat de afgifte van LH en FSH reguleert.

Gonaden
weefsel dat de gameten produceerd (bij de vrouw de eierstokken, bij de man de testis).

Gonadotropine
hormoon uit de hypophyse dat de functio van de eierstokken reguleert (eicelrijping en eisprong). Er zijn twee gonadotropines, het LH en het FSH.

Graviditeit
zwangerschap.

Gynaecologie
vrouwengeneeskunde.

Habituele abortus
het herhaaldelijk optrden van een miskraam.

Hartactie
Bij een echografie is de hartaktie van het kind herkenbaar vanaf de 6de zwangerschapsweek.

Hatching
Het uitreden van het embryo uit de eicelschil. Dit proces kan worden gestimuleerd door met behulp van een laser een klein gaatje te maken in de eicelschil. Hierdoor ontstaat een zwak plekje in de eicelschil en kan het embryo eenvoudiger uittreden. Deze techniek heet Assisted Hatching (het assisteren bij het uittreden van het embryo).

Heterologe inseminatie
inseminatie met donorsperma.

Hirsutisme ( ICD-10 L68.0)
mannelijke overbeharing bij een vrouw en kan op het gehele lichaam als zowel in het gelaat voorkomen. De belangrijkste oorzaken van Hirsutisme zijn hormonale factoren, medicamenten en erfelijkheid. Bij hormonaal hirsutisme worden de androgene steroïden als oorzaak gezien. Overproductie van deze hormonen kan plaats vinden in de bijnierschors en het ovarium. De eerste symptomen beginnen in de puberteit.

hMG
humaan menopauzaal gonadotropine dat wordt gebruikt voor de stimulatie van de eierstokken.

Homologe Insemination
Inseminatie met gebruik van het sperma van de partner.

Humaan choriongonadotrofine (hCG)
is een hormoon dat wordt geproduceerd tijdens een zwangerschap door het embryo. Vanaf de innesteling gaat het chorion (één van de drie vruchtvliezen van embryonale herkomst) hCG produceren. In de urine van de vrouw is dit soms al 2 weken na de bevruchting aantoonbaar (1 dag overtijd). Zwangerschapstesten zijn hierop gebaseerd. De organisatie Moeders voor Moeders zamelt urine van zwangere vrouwen in om de hCG te gebruiken voor de productie van Pregnyl, een medicijn dat onder andere wordt gebruikt bij vruchtbaarheidsbehandelingen, zoals IVF.

Hysteroscopie
inspectie van de baarmoederholte met behulp van een speciaal daarvoor ontwikkelde endoscoop. Dit kan diagnostisch danwel therapeutisch van opzet zijn.De hysterocoop is aangesloten op een videosysteem, een lichtbundel, een wateraanvoer- en afvoersysteem, en eventueel een speciaal kanaal voor het inbrengen van instrumentarium (schaartjes of tangetjes). De hysteroscoop wordt via de schede en baarmoedermond de baarmoederholte ingebracht. Omdat de wanden van de baarmoederholte normaliter tegen elkaar aanliggen, moet er vloeistof in de holte gebracht worden om de holte te inspecteren.

Hypothalamus
een onderdeel van de hersenen dat de hypofyse reguleert.

Hysterosalpingographie
Dit onderzoek wordt vaak toegepast in het kader van onvruchtbaarheidsonderzoeken om de baarmoeder en eileiders nader te bekijken. Een hysterosalpingogram (HSG) is een röntgenfoto die de baarmoeder (hystero) en de eileiders (salpingo) zichtbaar kan maken. Door de combinatie van röntgentechnologie met een röntgen contrast vloeistof die in de vrouwelijke voortplantingsorganen wordt ingespoten, biedt HSG een optimaal waarnemingsveld.

Hyperstimulatiesyndroom
een complex syndroom dat ontstaat na het stimuleren van de eierstokken. Zie LINK

Hypophyse
De hypofyse, oftewel hersenaanhangsel, is een klier midden in het hoofd, onder de hersenen, die vele hormonen afscheidt. De hypofyse vervult een belangrijke rol bij de regulering van een groot aantal hormonen. De klier is ongeveer zo groot als een doperwt (doorsnede circa één centimeter).

ICSI
Intra-Cytoplasmatische Sperma Injectie. Het injecteren van 1 spermacel in de eicel.

Idiopathische steriliteit
onverklaarbare steriliteit.

Implantatie
het innestelen van het embryo in het baarmoederslijmvlies (endometrium).

In vitro fertilisatie (IVF)
Letterlijk, bevruchting in glas.

Infertiliteit
onvnruchtbaarheid.

Kiemcellen
Gameten - Eicellen en zaadcellen.

Klinefelter-Syndroom
Het Syndroom van Klinefelter of Klinefelter-syndroom is een genetische aandoening bij de man waarbij hij in zijn cellen tenminste een X-chromosoom teveel heeft. Het syndroom komt in meer varianten voor, waarvan de eenvoudigste 47,XXY-karyotype heeft, dat wil zeggen dat er 47 chromosomen per cel zijn waarvan XXY de geslachtshormonen zijn.

Laparoscopie
is in de heelkunde de inspectie van de buikholte op een minimaal invasieve methode.

Leydig-Zellen
speciale cellen van de testis die het hormoon Testosteron maken.

LH
Het luteïniserend hormoon (LH) is een geslachtshormoon dat bij de vrouw de eirijping en de eisprong (ovulatie) stimuleert. Na de eisprong stimuleert het de verdere ontwikkeling van het Graafse follikel tot het gele lichaam (corpus luteum). Het gele lichaam ontwikkelt zich tot een hormoonklier, dat vrouwelijke hormonen gaat produceren. Deze hormonen zijn progesteron en de oestrogenen (oestradiol en oestron).

Luteale Fase
Tweede helft van de cyclus, tussen eisprong en menstruatie De luteale fase duurt normaal circa 10-16 dagen. Tijdens deze fase van de cyclus wordt progesteron afgegeven, wat noodzakelijk is voor een eventuele innesteling van de bevruchte eicel

LUF-Syndrom
Hierbei kommt es ohne eine medikamentöse Hilfe nicht zur Ovulation. Die Eizelle verlässt also nicht den Follikel und eine Befruchtung kann nicht stattfinden.

Luteale Fase Defect (LPD)
De binnenbekleding van de baarmoeder ontwikkelt zich niet op de juiste manier en wordt daardoor ongeschikt voor innesteling.

Menstruatie
het gedeelte van de menstruatiecyclus waarin de verdikte wand van de baarmoeder, het endometrium, dat klaargemaakt was om een embryo op te vangen, wordt opgeruimd om voor de volgende ovulatie opnieuw te kunnen worden opgebouwd. Het woord menstruatie is afkomstig van mensis, Latijn voor maand; menstruatie treedt ongeveer elke maand op.

Menopause
De menopause of wel Climacterium (Grieks

MESA
Engelse afkorting voor

Morula
Embryo 4 dagen na bevruchting.

Motiliteit
beweeglijkheid van de zaadcellen. Progressieve motilieit

Myoom
een goedaardige tumor van het spierweefsel. Spierweefsel is te onderscheiden in gladspierweefsel en skeletspierweefsel. Een goedaardig gezwel van het gladde spierweefsel heet een Leiomyoom, terwijl een goedaardig gezwel van het skeletspierweefsel een Rhabdomyoom wordt genoemd. Het bij het algemene publiek meest bekende myoom is wel de vleesboom, een leiomyoom in de gladde spieren van de baarmoeder (leiomyoma uteri).

Necrozoospermie
onbeweeglijkheid (zonder leven

Oestrogenen
een groep steroidhormonen die meestal vrouwelijke hormonen genoemd worden, omdat ze een belangrijke rol spelen bij de ontwikkeling van de vrouwelijke geslachtskenmerken, het reguleren van de menstruele cyclus en bij zwangerschap. Maar oestrogenen komen ook wel in lage concentraties voor in het mannelijk lichaam. De belangrijkste oestrogenen zijn estriol, estradiol en estron.

OHSS
Ovarian Hyperstimulation Syndroom.

Oligomenorrhoe
cyclus die langer dan zes weken duurt.

Oligozoospermie
minder dan normaal aantal zaadcellen per ml in het ejaculaat.

Oocyte
vrouwelijke kiemcel.

Ovarium
eierstok.

Ovulatie
De ovulatie of eisprong is het vrijkomen van een eicel uit de eierstok. Dit proces vindt bij de vrouw één maal per menstruatiecyclus plaats, in het midden van de cyclus. Daarbij komt er in één van de twee eierstokken een eicel tot rijping. Het moment dat de eicel door de eierstok wordt afgestoten, heet de eisprong. Dit wordt zo genoemd omdat de ovaria niet rechtstreeks aan de eitrechter en dus de eileider (of het oviduct) vastzitten, maar met een vlies onder de trechter 'hangen'. Het rijpe eicelletje moet dus bij de ovulatie een kleine 'sprong' maken om in de eileider terecht te komen. De eicel wordt via de eileider naar de baarmoeder (of de uterus) getransporteerd. Na de ovulatie moet de eicel binnen enkele uren bevrucht worden door een zaadcel om tot de ontwikkeling van een embryo te komen. Omdat zaadcellen in het lichaam van de vrouw meerdere dagen kunnen blijven leven, is het niet noodzakelijk op de dag van de ovulatie geslachtsgemeenschap te hebben om een bevruchting te laten plaatsvinden.

Pathologisch
afwijkend.

PID
Preimplantatiediagnostik. Genetisch onderzoek in een vroeg stadium van de bevruchting.

Placenta
De placenta of moederkoek is het orgaan dat bij zoogdieren tijdens de zwangerschap aangemaakt wordt door het embryo in de baarmoeder. De placenta vormt een tussenstation tussen de bloedsomloop van de moeder en de bloedsomloop van het embryo. Voedingsstoffen gaan van de moeder naar het embryo via de placenta. Afvalstoffen gaan dezelfde weg terug. Ook worden hormonen en antistoffen via de placenta uitgewisseld. Er is echter geen direct contact tussen de twee bloedsomlopen van moeder en kind. Als de bloedgroep van de moeder verschilt met dat van het kind, kan dit namelijk een fataal gevolg hebben.De placenta is via de navelstreng met het kind verbonden.

Polyploïdie
het verschijnsel dat er in de celkern meer exemplaren van hetzelfde chromosoom aanwezig zijn. Organismen die zich geslachtelijk voortplanten hebben veelal één set chromosomen van hun vader en één set chromosomen van hun moeder ontvangen. De chromosomen horen twee aan twee bij elkaar omdat ze dezelfde genen bevatten maar zijn niet helemaal identiek (genen kunnen voor verschillende allelen coderen). Deze toestand noemt men diploïde. Ei- en zaadcellen zijn haploïde, dat wil zeggen bevatten maar één exemplaar van ieder chromosoom. Bij versmelting ontstaat dan weer een diploïde nieuw individu.

Polymenorrhoe
een te korte menstruatie cyclus.

Polycysteus-ovariumsyndroom ( PCOS)
een aantal samenhangende afwijkingen, waarbij vaak (kleine) cysten op de eierstokken aanwezig zijn. De afwijking wordt waarschijnlijk veroorzaakt en of gaat gepaard met hormonale afwijkingen. Hierdoor ontwikkelen er in de eierstokken (ovarium) meerdere (poly) cystes. De eicellen groeien niet of onregelmatig, waardoor er geen of onregelmatig een eisprong optreedt en vrouwen onregelmatig of niet menstrueren. Naar schatting heeft ongeveer tien tot vijftien procent van de vrouwen PCOS. Doordat de eisprong onregelmatig of geheel niet plaatsvindt zijn deze vrouwen verminderd vruchtbaar. Een hormoonbehandeling kan dit verhelpen

Postcoitumtest
Samenlevingstest. Hierbij wordt op het moment van de ovulatie en na geslachtsverkeer het baarmoederhalsslijmvlies onderzocht op de aanwezigheid van beweeglijke zaadcellen.

Progesteron
is een geslachtshormoon dat door het corpus luteum (gele lichaam in de eierstok) in de tweede fase (luteale fase) van de menstruatiecyclus en in grotere hoeveelheden tijdens de zwangerschap door de placenta wordt geproduceerd..

prostaat
is een klier die onder de blaas zit bij de man. Deze klier produceert een aantal hulpstoffen die aan het sperma worden toegevoegd. De prostaat voorkomt dat er sperma in de blaas kan stromen. Een andere naam voor de prostaat is voorstanderklier.