Kopie van `Regieraad`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.


Regieraad
Categorie: Arbeid gerelateerd > Kwaliteit van Zorg
Datum & Land: 06/06/2013, NL
Woorden: 950


Aangifteplicht
Verplichting tot melding van bepaalde besmettelijke ziekten – namelijk de A-, de B- en de C-ziekten – aan de GGD. Dit geldt onder andere voor polio, kinkhoest, meningokokkenziekte en legionellose. De GGD geeft de melding door aan de landelijke inspectie. Sinds de inwerkingtreding van de Infectieziektewet op 1 april 1999 is de aangifteplicht voor hepatitis B verbreed van acute, symptomatische gevallen naar alle nieuw gediagnosticeerde infecties, dus ook subklinische en chronische infecties. Ook is een aangifteplicht ingevoerd voor nieuw gediagnosticeerde gevallen van hepatitis C. Tegelijkertijd is het aantal te registreren gegevens per aangifte gereduceerd omdat surveillance van infectieziekten geen primair doel meer is van de aangifteplicht. Om surveillance toch mogelijk te maken en te bevorderen heeft het RIVM, op verzoek van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ), een systeem van vrijwillige registratie opgezet. In dit systeem verzamelt het RIVM aanvullende gegevens van bij IGZ aangegeven gevallen. Als de actualiteit erom vraagt, is er soms een tijdelijke aangifteplicht, bijvoorbeeld bij H1N1.

Aanbodgestuurde zorg
Zorg die zó is ingericht dat professionele zorgverleners en zorginstellingen bepalen welke zorg daadwerkelijk wordt verleend.

Aanbodgeïnduceerde vraag
Het verschil tussen de door zorgverleners verstrekte hoeveelheid zorg en de door een even goed geïnformeerde patiënt gewenste hoeveelheid zorg.

Aansprakelijkheid
Tot schadevergoeding aangesproken kunnende worden, vooral na het maken van een fout die tot aantoonbare schade heeft geleid, zoals een gemiste diagnose, een fout bij een operatie of het toedienen van verkeerde medicijnen. Aansprakelijkheid heeft diverse dimensies, zoals een juridische, een professionele en een financiële.

Aanstellingskeuring
Keuring in verband met het aangaan en-of wijzigen van een arbeidsverhouding, indien binnen de functie zogenaamde bijzondere functie-eisen aanwezig zijn die bijzondere eisen stellen op het punt van de medische geschiktheid van de werknemer – bijzondere belastbaarheidseisen. De keuring mag alleen een bedrijfsarts uitvoeren.

Aangifteplicht
Het – weer – gaan werken door mensen met een uitkering of vanuit een ziekteverzuimsituatie mensen terugbrengen in het arbeidsproces.

Abstract
Samenvatting van een wetenschappelijk onderzoek ten behoeve van een publicatie of een presentatie op een wetenschappelijk congres.

Accreditatiebureau Sociale Geneeskunde
(ABSG) Samenwerkingsverband van de Nederlandse vereniging voor verzekeringsgeneeskunde (NVVG), de Nederlandse vereniging voor arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde (NVAB) en de Koepel artsen maatschappij en gezondheid (KAMG). Het Accreditatiebureau sociale geneeskunde (ABSG) verzorgt de accreditatie van deskundigheidbevorderende activiteiten ten behoeve van de herregistratie van sociaal geneeskundigen door de SGRC.

Acceptatieplicht
Wettelijke plicht van alle zorgverzekeraars om iedereen tegen dezelfde voorwaarden te accepteren voor de basisverzekering ongeacht geslacht, leeftijd of gezondheid. De acceptatieplicht geldt niet voor de aanvullende verzekeringen.

Accreditatie
Erkenning, door middel van een systematisch en onafhankelijk onderzoek, van het kwaliteitssysteem in de instelling of dienst-afdeling, gebaseerd op geaccepteerde normen van het Nederlands Instituut voor Accreditatie in de Zorg (NIAZ). De term ‘accreditatie’ wordt ook wel gebruikt voor het toetsen van certificerende instanties door de Raad voor Accreditatie. Daarnaast kan accreditatie de erkenning betekenen van na- en bijscholing van medisch specialisten, huisartsen, verpleegkundigen en andere groepen zorgverleners.

Accreditatieovereenkomst
De schriftelijke overeenkomst tot deelname aan het accreditatieprogramma van het NIAZ, gesloten voor onbepaalde tijd tussen de instelling en het NIAZ. De overeenkomst die standaard is per soort accreditatie die het NIAZ uitvoert, beschrijft de belangrijkste wederzijdse rechten en verplichtingen. Voorbeeld: de standaard accreditatieovereenkomst voor de accreditatie van een gehele zorginstelling.

Accreditatieprocedure
Een beschrijving van de stappen die de zorginstelling en het NIAZ moeten doorlopen voor het verkrijgen van een accreditatiestatus. De jaarlijks opnieuw vast te stellen procedure geeft aanwijzingen voor onder meer termijnen en noodzakelijke documenten.

Accreditatiepunten
Systematiek gehanteerd bij gecertificeerde nascholing. Aan die nascholing worden ‘punten’ toegekend, al naar gelang het ‘gewicht’ van de inhoud van de nascholing. Elke professionele zorgverlener is verplicht jaarlijks een minimumaantal accreditatiepunten te behalen, om de registratie als zorgverlener te behouden.

ActiZ
Landelijke organisatie van zorgondernemers. ActiZ zet zich in voor een succesvol ondernemerschap in de markt van zorg, wonen, welzijn, preventie en daaraan verwante diensten. ActiZ discussieert mee in landelijke debatten en is spreekbuis voor de achterban in gesprekken met onder meer ministeries, zorgverzekeraars, gemeenten en cliëntenorganisaties. Als werkgeversorganisatie onderhandelt ActiZ met de vakorganisaties over een cao voor de 400.000 mensen die in verzorging, verpleging en thuiszorg werken.

ADAPTE
Methodiek om bestaande richtlijnen aan te passen voor specifieke doelgroepen. Het ADAPTE-proces is ontwikkeld door de ADAPTE Collaboration, een internationaal samenwerkingsverband van onderzoekers, richtlijnontwikkelaars en personen die bij de implementatie van richtlijnen zijn betrokken. Het doel van het samenwerkingsverband is om waar mogelijk dubbel werk te voorkómen en de ontwikkeling en het gebruik van richtlijnen aan de hand van reeds bestaande richtlijnen te stimuleren. De belangrijkste missie van de ADAPTE Collaboration is om een generiek aanpassingsproces te ontwikkelen dat leidt tot valide en kwalitatief hoogwaardige aangepaste richtlijnen. De richtlijnen moeten zo goed aan de doelgroep worden aangepast dat de eindgebruikers het gevoel hebben dat het hier een volwaardige en eigen evidence-based richtlijn betreft.

ADEPD
Adequate dossiervorming Elektronisch Patiënten Dossier (tot 2008 ADEMD). Een richtlijn door het NHG opgesteld om de registratie van patiëntgegevens door huisartsen in het elektronisch patiënten dossier van hun HIS te uniformeren. Kern hiervan is het episodegericht registreren. Daarnaast vormen de registratie in SOEP-regels (Subjectief, Objectief, Evaluatie, Plan) en de ICPC-codering de belangrijkste elementen van de richtlijn ADEPD.

ADL-beperkingen
Maatstaf voor beperkingen in de algemene dagelijkse levensverrichtingen, waar men moeite heeft met of alleen met hulp van anderen in staat is tot het verrichten van dagelijkse activiteiten.

Advies- en Meldpunt Kindermishandeling
(AMK) Instelling voor vragen of meldingen van (seksuele) kindermishandeling. Geeft advies en onderzoekt – vermoedelijke – situaties van kindermishandeling en brengt zo nodig de juiste hulp op gang.

Advanced nursing practice
(ANP) Verpleegkundige praktijkvoering waarin academische competenties zijn geïntegreerd en worden verleend door de advanced practice nurse (APN). De centrale deskundigheid van de APN is het geven van hooggekwalificeerde zorg in zeer complexe zorgsituaties bij een specifieke categorie patiënten.

Adequaat
Voldoet aan eisen van doeltreffendheid, doelmatigheid en veiligheid.

Adherentie
(Adherence) 1. Mate waarin adviezen uit een richtlijn of protocol worden opgevolgd. 2. Mate waarin een behandelend arts de adviezen opvolgt die in een intercollegiaal consult gegeven worden. 3. Verzorgingsgebied van een zorginstelling.

Adverse event
(‘ongewenste gebeurtenis’) Incident met schade. Onbedoelde uitkomst die is ontstaan door het handelen (error of commission) of niet handelen (error of omission) van een zorgverlener en-of door het zorgsysteem met ernstige schade voor de patiënt, zoals een tijdelijke of permanente beperking of zelfs overlijden. Men spreekt van een ‘vermijdbare adverse event’ als na systematische analyse van de gebeurtenis(sen) blijkt dat bepaalde maatregelen het incident hadden kunnen voorkomen. Bij een ‘verwijtbare adverse event’ is de zorgverlener in ernstige mate tekortgeschoten en-of onzorgvuldig geweest in vergelijking met wat van een gemiddeld ervaren en bekwame beroepsgenoot in gelijke omstandigheden verwacht had mogen worden. In medicatietrials, waarbij de werking van het geneesmiddel onderwerp van studie is, wordt vaak van ‘(serious) adverse events’ gesproken als het om (ernstige) bijwerkingen gaat waarvoor iemand bijvoorbeeld in het ziekenhuis moet worden opgenomen.

AGREE-instrument
Appraisal of Guidelines for Research and Evaluation (AGREE). Instrument, bestaande uit 23 criteria in zes domeinen, om de kwaliteit van zorgrichtlijnen te beoordelen en evalueren, ontwikkeld door een internationaal samenwerkingsverband van onderzoekers uit dertien landen. De criteria geven ook aan welke elementen in het richtlijndocument moeten worden vermeld. Derhalve kan het AGREE-instrument ook als leidraad worden gebruikt bij het ontwikkelen en schrijven van richtlijnen.

AIRE-instrument
Appraisal of Indicators through Research and Evaluation (AIRE). Instrument bestaande uit twintig criteria om de kwaliteit van indicatoren te beoordelen en evalueren. De criteria geven ook aan welke elementen in het indicatordocument zouden moeten worden vermeld. Daardoor kan het AIRE-instrument ook als leidraad worden gebruikt bij het opstellen van indicatoren.

Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten
(AWBZ) Wet die voor alle burgers de verplichte verzekering regelt van de langdurige zorg en de risico’s die niet verzekerd kunnen worden, gefinancierd uit inkomensafhankelijke bijdragen. Via de AWBZ kunnen patiënten hulp of zorg krijgen als dat door ziekte of een beperking nodig is: verpleging, verzorging, begeleiding of behandeling. De verschillende soorten hulp of zorg worden ‘zorgfuncties‘ genoemd. Voor welke zorgfunctie(s) men in aanmerking komt, bepaalt het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) via een zogenoemd indicatiebesluit. Sinds 2009 worden stapsgewijs veranderingen doorgevoerd in de AWBZ.



Alfahulp
Beperkte huishoudelijke hulp zoals ramen wassen, stofzuigen en dergelijke voor maximaal twaalf uur per week, verdeeld over twee dagen. Deze hulp kan voorkomen dat langdurig zieken of ouderen in een verzorgings- of verpleeghuis moeten worden opgenomen. Alfahulpen zijn in loondienst of werkzaam voor de cliënt zelf. Een thuiszorginstelling kan bemiddelen bij vraag en aanbod. Via de Wmo wordt alfahulp deels gefinancierd.

Algoritme
(klinisch) Expliciete beschrijving van een systematisch zorgproces van opeenvolgende stappen waarbij elke stap afhangt van de uitkomst van de vorige, vaak weergegeven in een stroomdiagram.

Ambulancezorg Nederland
Branche-organisatie die zich primair richt op de Regionale Ambulance Voorzieningen (RAV) in Nederland. Voor deze RAV’en voert Ambulancezorg Nederland verschillende taken uit, zoals belangenbehartiging, informatie- en serviceverlening en beleidsontwikkeling. Daarbij gaat het om thema’s zoals sociale zaken en werkgelegenheid, kwaliteitsbeleid, financiering en sturing.

Ambulante begeleiding
Begeleiding die vanuit een instelling thuis, op school of op het werk wordt gegeven, waarbij de cliënt niet bij de instelling, die deze begeleiding geeft, woont of de dagbesteding heeft. Te denken valt onder andere aan: ADL-hulp (hulp bij algemene dagelijkse levensverrichtingen), begeleiding binnen regulier onderwijs, begeleiding bij vrijetijdsbesteding, financiële-administratieve ondersteuning-begeleiding, gezinsondersteuning, huishoudelijke ondersteuning, hulp bij bezoeken instanties, hulp bij netwerkontwikkeling en integrale vroeghulp. Het betreft dus niet-medische en niet-paramedische begeleiding.

Ambulante instelling voor de verslavingszorg
Regionale voorziening voor opvang, verzorging en-of behandeling van verslaafden, voornamelijk gelokaliseerd in de grote steden. Het betreft enerzijds voorzieningen die verslaving min of meer als gegeven accepteren en proberen te voorkomen dat de verslaafde verder achteruitgaat in lichamelijk en sociaal opzicht. Daarnaast betreft het hulpverleningsinstellingen die meer op behandeling gericht zijn. Hiertoe behoren de Consultatiebureaus voor Alcohol en Drugs (CAD’s). De vestigingen kunnen onderling verschillen in het type verslavingshulp dat geboden wordt, de doelgroep, soorten opvang en-of werkgebied.

Ambulantisering
Streven om mensen met een beperking zo ‘normaal’ mogelijk te laten participeren en de benodigde hulp aan huis te bieden. De geboden hulp aan huis kan variëren van een of twee contacten per week tot elke dag intensieve thuishulp, crisisopvang aan huis of intensieve gedragskundige begeleiding.

Anamnese
Voorgeschiedenis van een ziekte, zoals de patiënt die op vragen van zijn-haar arts vertelt over de periode voorafgaande aan de ziekte (welbevinden, klachten, symptomen) en eerdere doktersbezoeken; met andere woorden: de ziektegeschiedenis. Een anamnese kan ook tot stand komen via informatie verstrekt door mensen uit de directe omgeving van de patiënt (heteroanamnese). Het betreffen algemene vragen omtrent naam, sekse, leeftijd, adres, beroep, medische voorgeschiedenis, geneesmiddelengebruik, intoxicaties, overgevoeligheid e.d.

APZ
Algemeen psychiatrisch ziekenhuis.

Appraisal & assessment
Letterlijk ‘waarderen en vaststellen’; systeem waarmee het functioneren van de medisch specialisten wordt beoordeeld. Volgens het reglement gaat de ene medisch specialist in gesprek met een andere specialist. Tijdens de gesprekken wordt vastgelegd wat goed gaat en wat verbeterpunten zijn, en afgesproken hoe de verbeterpunten daadwerkelijk tot verbetering leiden. De medisch specialist draagt deze punten niet alleen zelf aan, ook de medewerkers met wie hij dagelijks samenwerkt doen dat. Dit systeem stimuleert tot continue verbetering van de medisch specialisten.

Arbeids- en bedrijfsgeneeskunde
Wetenschappelijk onderzoeksterrein waarbij men zich richt op de invloed die arbeid en arbeidsomstandigheden uitoefenen op de gezondheid, en de eisen die de gezondheid stelt aan omvang en aard van het werk. ‘Bedrijfsgeneeskunde’ is de toepassing van de geneeskunde in arbeidssituaties, rekening houdend met de resultaten van arbeidsgeneeskundig onderzoek.

Arbeidshygiëne
Toegepaste wetenschap gericht op het geheel van belastende factoren dat in of door de werksituatie kan ontstaan en dat de gezondheid of het welzijn van de werkende mens beïnvloedt. Deze wetenschap is gebaseerd op het herkennen, evalueren en beheersen van vooral fysische, chemische en biologische factoren. Arbeidshygiëne is één van de vier kerndisciplines die in het Arbobesluit worden genoemd.

Arbeidsinspectie
Overheidsinstantie die door overleg, voorlichting, toezicht en handhaving bevordert dat de wetgeving over veiligheid en gezondheid op het werk wordt nageleefd. Bovendien bestrijdt ze illegale tewerkstelling en oneerlijke concurrentie. Daarbij geeft de Arbeidsinspectie prioriteit aan de aanpak van ernstige schendingen van de wet. Het motto luidt: ‘hard waar het moet en zacht waar het kan’. Dit betekent dat zij bij haar inspecties rekening houdt met de wijze waarop afzonderlijke sectoren en bedrijven zelf hun verantwoordelijkheid nemen.

Arbeidsomstandighedenwet
(Arbowet) Wet die tot doel heeft dat de arbeidsomstandigheden bij alle werkgevers in Nederland, ongeacht het aantal werknemers, gelijkwaardig en veilig zijn. Werkgevers zijn primair verantwoordelijk voor de arbeidsomstandigheden in hun bedrijf-organisatie. Werkgevers en werknemers werken samen aan het verbeteren van de arbeidsomstandigheden. De Arbeidsinspectie ziet erop toe dat werkgevers de Arbowet naleven. De taken van de werkgever waarvoor hij zich moet laten bijstaan door de bedrijfsarts zijn: indien van toepassing het uitvoeren van aanstellingskeuringen, risico-inventarisatie en -evaluatie, het houden van een arbeidsomstandighedenspreekuur, het uitvoeren van arbeidsgeneeskundig onderzoek, de begeleiding van zieke werknemers, verzuimbeleid, preventie van ongevallen en beroepsziekten, plus voorlichting aan de werknemers.Een aanscherping van de Arbowet is de Wet Verbetering Poortwachter. Uitgangspunt daarvan is dat werknemers geen arbeidsongeschiktheidsuitkering krijgen voordat alle mogelijkheden tot re-integratie zijn uitgeput. Bij de aanvraag van een uitkering, toetst de overheid het doorlopen re-integratietraject daarom streng (de zogenoemde Poortwachterstoets).

Arbeidsongeschikt
De mate waarin iemand niet productief is in het arbeidsproces. In Nederland bestaan meerdere definities van arbeidsongeschiktheid. De Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wia) maakt onderscheid tussen volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid: ‘volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is hij die als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling duurzaam slechts in staat is om met arbeid ten hoogste 20% te verdienen van het maatmaninkomen per uur‘ en gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid: ‘gedeeltelijk arbeidsgeschikt is hij die als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling slechts in staat is met arbeid ten hoogste 65% te verdienen van het maatmaninkomen per uur, doch die niet volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is‘.

Arbeidsongeschiktheidsverzekering
Verzekering die een zelfstandige ondernemer – inclusief zzp’er en freelancer – kan afsluiten om bij ziekte of beperking teruggelopen inkomsten uit arbeid – deels – op te vangen. De arbeidsongeschiktheidsverzekering keert een vooraf afgesproken bedrag uit voor iedere dag dat de verzekerde door medisch vast te stellen gevolgen van ongeval en-of ziekte geheel of gedeeltelijk ongeschikt is tot het verrichten van arbeid. Dit bedrag is veelal gebonden aan een bepaalde termijn van arbeidsongeschiktheid en een percentage afhankelijk van de mate van arbeidsongeschiktheid.

Arbocuratieve zorg
Zorg die, zowel vanuit de arbozorg als door de curatieve gezondheidszorg, wordt toegepast voor een werknemer met een aandoening die, al dan niet veroorzaakt door het werk, in alle gevallen het functioneren op het werk nadelig beïnvloedt. Het doel van de zorg is om tijdige terugkeer naar het werk mogelijk te maken.

Arbodienst
Dienst voor bedrijfsgezondheidszorg, geregeld in de Arbowet, die gericht is op het beschermen en bevorderen van de gezondheid van werknemers. Bestaat ten minste uit een bedrijfsarts, arbeidshygiënist, veiligheidsdeskundige en arbeids- en organisatiedeskundige. Daarnaast zijn er ook vaak werkzaam: arboverpleegkundigen, klinisch psychologen, ergonomen, maatschappelijk werkers, fysiotherapeuten en personeels- en organisatiefunctionarissen.

Arbozorg
Het geheel van voorzieningen (technisch en organisatorisch) dat helpt bij het op verantwoorde wijze uitvoeren van het arbeidsomstandighedenbeleid van een onderneming.

Arts-assistent
Afgestudeerd arts die in het ziekenhuis wordt opgeleid tot specialist. Hij of zij is verbonden aan een bepaalde afdeling. Vaak is hij-zij de behandelend arts, echter altijd onder eindverantwoordelijkheid van de specialist.

Artsen zonder Grenzen
(Médecins Sans Frontières) Onafhankelijke, van oorsprong Franse, internationale medische noodhulporganisatie die wereldwijd mensen helpt, ongeacht hun afkomst, religie of politieke overtuiging. Voorop staat het redden van levens en het verlenen van medische hulp aan slachtoffers van rampen, oorlogen en epidemieën. Door eigen teams te sturen kan Artsen zonder Grenzen snel en effectief handelen. Samen met medewerkers uit de landen zelf, geven zij ter plaatse directe steun aan de bevolking, waarbij onder steun ook verstaan wordt hulp bij wederopbouw en het inrichten van bijvoorbeeld vaccinatieprogramma’s.

Artseneed
Een beroepscode, vroeger vooral bekend als de eed van Hippocrates, die van oudsher bij het afleggen van het artsexamen aan de meeste Nederlandse medische faculteiten wordt voorgelezen. Het is een persoonlijke verklaring van toewijding en houding tegenover de patiënt en verantwoording tegenover de maatschappij. De code bevat ook een aantal elementen die aansluiten bij huidige discussies rond de beroepsethiek, zoals de toetsbare opstelling van de arts (transparantie over prestatiegegevens, openheid inzake klachten en fouten) en de erkenning van de eigen beperkingen (op tijd doorverwijzen).

Aselecte steekproef
Steekproef waarbij elk element uit een populatie op basis van toeval dezelfde kans heeft om in de steekproef te worden opgenomen.

Assessment
Het systematisch verzamelen, ordenen en interpreteren van informatie over een persoon en diens situatie met het oog op een eventuele behandeling. Vast onderdeel van een assessment is het verzamelen van ziektesymptomen.

At risk
Een populatie ‘at risk voor een bepaalde aandoening’ loopt het risico een bepaalde aandoening te krijgen.

Audit
Toetsing waarmee op basis van expliciete criteria, bijvoorbeeld ontleend aan (evidence-based) richtlijnen, het zorgproces wordt geanalyseerd om vast te stellen en te beoordelen of wordt voldaan aan bepaalde eisen en om risico’s voor de kwaliteit en verbetermogelijkheden te inventariseren. Een audit wordt uitgevoerd door (deskundige) personen die zelf niet bij de uitvoering zijn betrokken of daarvoor verantwoordelijkheid dragen en kan leiden tot accreditatie of certificatie. Het biedt zorgprofessionals gestructureerde en systematische feedback over de feitelijk verleende zorg en aanknopingspunten voor verbetering. Men onderscheidt wel interne audit (door de eigen organisatie) en externe audit (door een andere organisatie). Een andere indeling onderscheidt vijf verschillende vormen: opleidingenvisitatie, kwaliteitsvisitatie door beroeps-wetenschappelijke verenigingen, interne kwaliteitsaudit, certificerende audit en interne klinische audit. Een audit door collega’s wordt ook wel ‘peer review’ (intercollegiale toetsing) genoemd.

Auditor
Een meestal gecertificeerde of speciaal opgeleide functionaris die een audit uitvoert.

Autonome ontwikkeling
Ontwikkeling in de maatschappij, die een (veronderstelde) invloed heeft op het gezondheidsbeleid, de determinanten van gezondheid en-of de gezondheidszorg en waarop de bij het gezondheids(zorg)beleid betrokken actoren niet of slechts in beperkte mate kunnen sturen.

Autonomie, patiënt
Beginsel in geneeskunde en medische ethiek. Autonomie (of zelfbeschikking) betekent letterlijk ‘jezelf’ (het Griekse ‘autos’) de wet (‘nomos’) stellen. Het zelfbeschikkingsrecht ligt verankerd in de Grondwet. Het verwijst allereerst (negatief) naar niet-inmenging, vrij van bemoeienis en controle door anderen, en impliceert uiteenlopende noties zoals zelfbestuur, vrijheidsrechten, privacy, individuele keuze en eigen wilsbeschikking. Daarnaast verwijst autonomie nog naar een tweede (positieve) notie: het vermogen (de capaciteit) tot zelfbepaling. Sommige mensen, zoals baby’s en demente mensen, missen immers in belangrijke mate capaciteiten die nodig zijn om autonoom te handelen, terwijl anderen daarbij ondersteund moeten worden om autonomer te worden (‘empowerment’).

Autonomie, professionele
Verantwoordelijkheid en daaraan verbonden bevoegdheid van een professional om in een organisatie zelfstandig en onafhankelijk van personen te handelen of te besturen, overeenkomstig de bestaande professionele normen en richtlijnen. In de zorg bestaat professionele autonomie alleen in het individuele contact tussen professional en zijn patiënt-cliënt met wie hij-zij de behandelopties doorneemt en vaststelt. Nauw gekoppeld aan professionele autonomie is de vanzelfsprekende noodzaak om hierover wel verantwoording af te leggen aan collega’s en verantwoordelijke bestuurders.

Autorisatie
Formele bekrachtiging van een richtlijn

Balanced scorecard
(BSC) Model om multidisciplinair de prestaties van een instelling te meten, door deze te projecteren in vier domeinen: innovatie-leren, organisatie, klant en financieel. Ten behoeve van het meten van de kwaliteit van de geleverde zorg zijn deze domeinen geoperationaliseerd in: doelstellingen, metingen, streefcijfers en initiatieven.

Balansmodel
Model waarmee verschillende (omgevings)factoren – die van invloed kunnen zijn op de ontwikkeling van een kind – tegen elkaar afgewogen kunnen worden. Vervolgens kan beoordeeld worden of die factoren met elkaar in evenwicht zijn.

Basisbehoeften
De behoefte van een mens aan eten-drinken, woonruimte, kleding maar ook psychosociale behoeften, onderdak, bescherming en seks.

Basisgezondheidszorg
Gezondheidszorg die in principe vrij toegankelijk, kosteloos en goed bereikbaar is. Kent vooral preventieve taken, zoals de opsporing en de bestrijding van (besmettelijke) ziekten. De basisgezondheidszorg heeft de volgende kenmerken: populatiegericht (gericht op de hele bevolking of groepen daaruit), permanent (continu of intermitterend, bijvoorbeeld jeugdgezondheidszorg, bevolkingsonderzoek), programmatisch (planmatig en doelgericht) en professioneel (gespecialiseerde professionele activiteit). De uitvoering van dit alles ligt in handen van de Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD).

Basispakket
Standaardpakket, door de overheid vastgesteld, van noodzakelijk geachte zorg (verplichte verzekering) dat een zorgverzekeraar aanbiedt. Aard en omvang van het pakket zijn dynamisch. Verwante termen: basiszorgverzekering, basisgezondheidszorg.

Basiszorgverzekering
Verplichte zorgverzekering voor iedereen die in Nederland woont tegen ziektekosten, bestaande uit een door de overheid vastgesteld standaardpakket van noodzakelijk geachte zorg (basispakket). De Zorgverzekeringswet laat de keuze voor een naturapolis of een restitutiepolis. Er wordt een vaste (nominale) premie geheven die verzekerden zelf moeten betalen en een via de belastingen geheven en procentuele premie die voor werknemers wordt betaald door de werkgever. Zelfstandigen en ouderen met pensioen betalen deze premie zelf.

Bedbezetting
Quotiënt van de bezette capaciteit van het aantal bedden in een periode en de beschikbare capaciteit in die periode (bezettingsgraad). Graadmeter voor de mate van functionaliteit van het ziekenhuisbed.

Bedrijfsarts
Arts die zich – bij voorkeur preventief – bezighoudt met de veiligheid, gezondheid en het welzijn van zowel de werkende mens als de organisatie. In die hoedanigheid geeft hij adviezen aan werkgevers en werknemers, verricht (periodieke) keuringen en analyseert hij het ziekteverzuim. De titel ’bedrijfsarts’ is voorbehouden aan de medisch deskundigen die (in vier jaar na de artsenopleiding) zijn opgeleid op het terrein van arbeid en gezondheid, en die geregistreerd zijn in het Register van Sociaal Geneeskundigen. De titel ‘bedrijfsarts’ is wettelijk beschermd.

Bedrijfsgezondheidszorg
Zorg met als doel de bescherming en bevordering van de gezondheid van werknemers in relatie tot hun werk en werkomstandigheden. Hierbij dient rekening te worden gehouden met het feit dat deze werknemers hun werk verrichten binnen autonome organisaties die primair een ander doel hebben en waar de realisering van de bedrijfsgezondheidskundige doelstelling alleen mogelijk is via functionarissen en organen van die organisaties. De bedrijfsgezondheidszorg staat onder toezicht van de Arbeidsinspectie.

Bedrijfshulpverlening
Hulp verleend door bedrijfshulpverleners (BHV’ers) wanneer de veiligheid-gezondheid van de werknemers en-of andere aanwezigen wordt bedreigd. BHV’ers zijn werknemers die, naast hun reguliere werk, een specifieke scholing hebben gevolgd. Ze hebben als taak maatregelen te nemen die de schade zoveel mogelijk beperken, dit in afwachting van professionele hulpverleningsdiensten. De overheid heeft vastgelegd over welke kennis en vaardigheden een bedrijfshulpverlener minimaal moet beschikken.

Bedrijvenpoli
Polikliniek waar werkgevers hun werknemers met voorrang kunnen laten onderzoeken en behandelen om werknemers bij ziekteverzuim weer eerder aan het werk te kunnen krijgen. De bedrijvenpoli is omstreden vanwege het risico dat deze commerciële instellingen specialisten aan de reguliere zorg onttrekken en dat mede daardoor een tweedeling ontstaat in de zorg voor werkenden en niet-werkenden.

Behandelplan
Beleid van diagnostiek en therapie zoals de patiënt die kiest. In overleg met en op basis van door de zorgverlener verstrekte informatie kiest de patiënt voor een bepaalde behandeling. In het behandelplan liggen vast: de behandeldoelen, de wijze waarop deze te bereiken en afspraken over deze behandeling.

Belastbaarheid
De (werk)last die een individu of een gedeelte van het individu kan dragen, zowel op het geestelijke als lichamelijke vlak. Wanneer de ervaren last groter is dan de belastbaarheid, is er sprake van overbelasting. Belastbaarheidsonderzoek speelt een centrale rol in duurzame re-integratie van mensen na arbeidsuitval. De focus ligt daarbij niet op de (medische) beperkingen van een cliënt, maar op zijn of haar mogelijkheden op de arbeidsmarkt.

Belasting
Last die op iemand rust, zoals de zwaarte van een inspanning, het gewicht dat op iemand rust en-of psychische druk die iemand ervaart. Last is te kwantificeren door middel van ergometrie of meting van de zuurstofopname tijdens inspanning. Psychische druk is moeilijker in eenheden uit te drukken.

Beleids- en beheercyclus
Weerkerende keten van beleids- en beheeracties in de beleidsvoorbereiding (planning en begroting), de beleidsuitvoering (monitoring en bijsturing) en de beleidsevaluatie (evaluatie en audit).

Bemoeizorg
Alle activiteiten op het gebied van de volksgezondheid die niet worden uitgevoerd op geleide van een vrijwillige en individuele hulpvraag. Het gaat om de ongevraagde bemoeienis van hulpverleners met sociaal kwetsbaren die hulp nodig hebben, maar daar zelf niet om vragen of deze hulp niet willen accepteren. Dit is in de praktijk ‘bemoeizorg’ gaan heten. De mensen aan wie bemoeizorg wordt geboden, kampen veelal met complexe problemen op meerdere terreinen. Bij de uitvoering van bemoeizorg zijn dan ook meerdere partijen betrokken. Bemoeizorg is een verantwoordelijkheid van meerdere organisaties. De doelgroep wordt omschreven op basis van de volgende vijf kenmerken: • aanwezigheid van een psychiatrische stoornis – waaronder verslavingsproblemen – of ernstige psychosociale problemen; • met, tegelijkertijd, aanwezigheid van meerdere problemen op andere leefgebieden; • leidend tot het niet voldoende in staat zijn om in de eigen bestaansvoorwaarden te voorzien, zoals huisvesting, inkomen, sociale contacten en zelfverzorging; • gebrek aan mogelijkheden om de problemen zelf op te lossen; • afwezigheid van een adequate hulpvraag.

Benchmarking
Oorspronkelijke betekenis: jezelf vergelijken met de benchmark (= ‘best in class‘). Benchmarking is een gestructureerde meting van gegevens, afkomstig van processen, diensten of producten-resultaten van een organisatie of individu. Daarbij staat vergelijking met de prestaties van andere zorgorganisaties of zorgverleners (de benchmark) centraal. Het doel is jezelf te verbeteren. Het is dus meer dan meten en vergelijken. Benchmarking wordt vaak gebruikt in de betekenis van onderling vergelijken.

Beperking
Een stoornis of conditie – lichamelijk, zintuiglijk en-of geestelijk – die een normaal maatschappelijk functioneren belemmert en nadelige sociale gevolgen met zich meebrengt. In het bijzonder maakt de beperking het lastig om het voor dat individu normale levenspatroon volwaardig te kunnen vervullen.

Beroepsgeheim
Plicht tot geheimhouding door de arts van (medische) informatie (zwijgplicht). De arts kan dit beroepsgeheim doorbreken na afweging van alle factoren door zich te beroepen op het verschoningsrecht (recht tot spreken). Centraal in die afweging moet staan: het belang van de patiënt, het belang van het vertrouwen in de medische stand en het voorkómen van ernstige gevolgen (bijvoorbeeld herhaling van een misdrijf). Hierbij dient de arts de beginselen van subsidiariteit en proportionaliteit te betrekken. Subsidiariteit wil zeggen dat de arts van het beroepsgeheim is ontheven als direct gevaar (een acute en levensbedreigende situatie) voor personen dreigt. Met proportionaliteit wordt bedoeld dat de schade als gevolg van de schending van het geheim in verhouding staat tot het voordeel dat de schending met zich brengt. De zwijgplicht geldt tegenover iedereen, het verschoningsrecht tegenover de rechter, de rechter-commissaris en de politie.

Beroepsorganisatie
Georganiseerde groep mensen met eenzelfde beroep, bijvoorbeeld medisch specialistische verenigingen en paramedische verenigingen.

Beroepsziekte
Ziekte die veroorzaakt wordt door schadelijke invloeden, verbonden aan beroepsarbeid. Bij de klassieke beroepsziekte is er een duidelijk, vaak min of meer eenduidig verband tussen de arbeidsgebonden oorzaak en de aandoening, zoals contacteczeem bij kappers, organisch psychosyndroom (OPS) bij schilders en versleten knieën bij stratenmakers.

Beschut wonen
Woonvorm waarbij een aantal zelfstandige wooneenheden samen in een woongebouw is ondergebracht. Het is bedoeld voor diegenen die wel begeleiding en-of assistentie nodig hebben, maar geen 24-uurstoezicht.

Beslisboom
Stroomdiagram waarin de diagnostische of therapeutische mogelijkheden van een klinisch probleem en de daarmee samenhangende kansen en beslissingen op logische wijze en in chronologische volgorde zijn gerangschikt. Daarbij worden ook de verschillende mogelijke uitkomsten weergegeven. Dit maakt het mogelijk om via een beslisboom uitsluitsel te krijgen over de te kiezen strategie (gelet op de gegeven kansen en uitkomsten).

Best practice
Succesvol gebleken zorgpraktijk die zodanige verbeteringen in de zorg heeft opgeleverd dat deze als voorbeeld dient voor andere praktijken. Een best practice is vaak te danken aan een aantal bevlogen mensen die ook bereid zijn extra tijd en energie in te zetten voor wat zij willen bereiken. Dat, en andere factoren, maken dat een best practice, evenals goed onderbouwde zorgvernieuwingen, niet zonder meer tot navolging leiden. Daarnaast kan een best practice alleen breed worden ‘uitgerold’ als er concrete zichtbare resultaten zijn, als deze toekomstbestendig is en als er geen grote financiële en organisatorische belemmeringen zijn bij overname. Een best practice hoeft niet altijd ook de beste praktijk te zijn. Daarom is het eigenlijk beter om te spreken van ‘voorbeeldpraktijk’.

Betrouwbaarheid
Mate waarin een bij een meting gevonden waarde in overeenstemming is met de werkelijke waarde. Synoniem: Reproduceerbaarheid. De maat voor de nauwkeurigheid van de betrouwbaarheid wordt in een cijfer uitgedrukt: het betrouwbaarheidsinterval (BI).

Bevolkingsonderzoek
Geneeskundig onderzoek van personen dat wordt verricht ter uitvoering van een aan de hele bevolking of een categorie daarvan gedaan aanbod voor onderzoek, gericht op de opsporing van een of meer ziekten of risico-indicatoren, bijvoorbeeld bevolkingsonderzoek op borstkanker.

Bewaartermijn
Termijn gedurende welke bepaalde persoonsgegevens worden bewaard. De Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) regelt dat persoonsgegevens niet langer bewaard mogen worden dan noodzakelijk is voor de doeleinden waarvoor zij zijn verzameld of worden gebruikt. Een bedrijf of instelling-organisatie bepaalt aan de hand van het doel hoelang gegevens bewaard moeten worden. Als men van mening is dat bepaalde gegevens niet meer nodig zijn en er is voor die gegevens geen wettelijke bewaartermijn, dan kan een organisatie ze verwijderen. De Wbp geeft dus geen concrete bewaartermijn voor persoonsgegevens. De bewaartermijn van patiëntengegevens is geregeld in de Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WGBO). Hierin staat dat de zorgverlener de gegevens die onder de geneeskundige behandelingsovereenkomst vallen, gedurende 15 jaar moet bewaren (volwassenen en kinderen). Van uitzonderingen op de algemene bewaartermijn van 15 jaar is sprake bij: wettelijke plicht, verzoek van de patiënt, anonieme gegevens en-of belang van anderen. De patiënt kan ook verzoeken om vernietiging van zijn dossier.

Bezettingsgraad
Percentage van het werkelijke gebruik van bedden in een zorgvoorziening, afgezet tegen het aantal beschikbare bedden (meestal uitgedrukt per maand of jaar).

Bezoeker
De natuurlijke persoon (M-V) die, anders dan als medewerker of patiënt, op legale gronden daadwerkelijk in een instelling verblijft. Hiertoe behoren onder anderen ambulancemedewerkers, overige patiëntenvervoerders, familieleden, partners, vrienden, mantelzorgers, mentoren en begeleiders van de patiënt.

Bezwaarsysteem
(= geenbezwaarsysteem) Systeem waarbij iedereen potentieel donor is, tenzij hij of zij daartegen bezwaar heeft laten aantekenen. Dit in tegenstelling tot een toestemmingssysteem.

BIG-register
Register van alle zorgverleners in Nederland. Dat zijn apothekers, artsen, fysiotherapeuten, gezondheidszorgpsychologen, psychotherapeuten, tandartsen, verloskundigen en verpleegkundigen. De Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG) regelt de zorgverlening door beroepsbeoefenaren. Alleen wie in het register is ingeschreven, mag de door de wet beschermde titel voeren. Het register wordt bijgehouden door het CIBG en is voor iedereen te raadplegen via een website. Via registratie en herregistratie is de deskundigheid van de beroepsbeoefenaren voor iedereen herkenbaar.

Bio-Wetenschappen en Maatschappij
(BWM) Onafhankelijke stichting met als doel het in brede kring bevorderen van inzicht in actuele en toekomstige ontwikkeling en toepassing van de biowetenschappen, in het bijzonder met het oog op de betekenis en gevolgen voor mens, dier en maatschappij. Het voornaamste instrument daarvoor zijn de zogenoemde ‘cahiers’, themaboekjes die steeds één actueel thema van alle kanten belichten.

Bias
(vertekening) Vertekening van gegevens bij statistische verrichtingen. Wanneer bias of vertekening optreedt, wijken de onzuivere resultaten af van de werkelijkheid door een systematische fout. Vertekening kan optreden als gevolg van een fout bij de opzet van een studie, bij het verzamelen van de gegevens, het analyseren, het interpreteren van de resultaten en het publiceren.

Bijwerking
Iedere schadelijke, niet-bedoelde werking van een geneesmiddel dat in de gebruikelijke dosering is toegediend voor preventieve, diagnostische of therapeutische doeleinden. Het betreft dus niet-verwachte effecten van voedings- of genotmiddelen. Bij het optreden van een bijwerking speelt niet alleen de farmacologische werking van het geneesmiddel een rol, maar ook de zogenaamde patiëntgebonden factoren. Vandaar dat twee typen onderscheiden worden: • type A-bijwerking: een ongewenst effect, veroorzaakt door een geneesmiddel in therapeutische dosering, dat voortvloeit uit de farmacologische werking en dat voorspelbaar en dosisafhankelijk is; • type B-bijwerking: een ongewenst effect, veroorzaakt door een geneesmiddel in therapeutische dosering, dat samenhangt met een verhoogde gevoeligheid van een individu en daarmee onvoorspelbaar en meestal dosisonafhankelijk is.

Biologicals
Geneesmiddelen die bestaan uit antilichamen, cytokines, fragmenten van eiwitten of synthetische peptides en via biotechnologie kunnen worden geproduceerd. Door heel specifieke signaaleiwitten uit te schakelen beïnvloeden zij het immuunsysteem. Als geneesmiddel zijn zij in staat de activiteit van het afweersysteem te verminderen en ontstekingreacties te onderdrukken. Zij worden o.a. gebruikt bij reumatoïde artritis, psoriasis, ziekten van Crohn en uveïtis.

Blindering onderzoek
Procedure waarin de onderzoekers, effectbeoordelaars en-of patiënten in vergelijkend onderzoek niet op de hoogte zijn van de toegewezen behandeling. Dit om te voorkomen dat de uitkomst van het onderzoek wordt beïnvloed.

Blokkeringsrecht
Recht dat iemand heeft als eerste kennis te nemen van de uitslag van een onderzoek, bijvoorbeeld van een keuring (inzagedeel) en het doorsluizen te blokkeren. Betrokkene heeft daarmee het recht op basis van de verkregen inzage te besluiten dat het rapport niet ter kennis wordt gebracht van anderen (blokkeringsdeel).

Borging
Geheel van geplande en systematische acties, nodig om in voldoende mate het vertrouwen te geven dat een dienst voldoet en blijft voldoen aan de gestelde kwaliteitseisen. Niet te verwarren met ‘garantie’ (waarborg): een soort belofte waarbij de producent (bijvoorbeeld van een heupprothese) ervoor instaat dat het materiaal voldoet aan de eisen die men daaraan kan stellen.

Bron- en contactopsporing
Identificatie van personen (of dieren) die in contact zijn gekomen met een geïnfecteerd individu, dier of besmette omgeving waarbij mogelijk sprake is van infectietransmissie. Algemeen geaccepteerde maatregel bij de bestrijding van soa.

Budget-impactanalyse
(BIA) Economische analyse waarbij zichtbaar wordt gemaakt wat de gevolgen zijn van alle berekende kosten en opbrengsten en voor wie bij een interventie in de zorg. Onderscheiden worden onder andere: individuele specialist, maatschap-vakgroep, instelling, zorgverzekeraar en overheid. Interventies betreffen bijvoorbeeld de introductie van een nieuw medicament of interventies in de organisatie van de zorg en-of het zorgproces.

Business process redesign
(BPR) Herontwerp van zorgprocessen, zijnde een radicale benadering om de cruciale bedrijfsprocessen in de organisatie te vernieuwen. Het doel is het realiseren van een aanzienlijke verbetering van het prestatieniveau op het gebied van kwaliteit, kosten, doorlooptijd, enzovoort. Daarbij staat de optimale logistiek van het patiëntenproces centraal.

Burgerservicenummer
(BSN) Persoonsgebonden nummer dat sinds 2007 het sofinummer vervangt. Hiermee kunnen overheidsorganisaties bestaande gegevensuitwisselingen eenvoudiger uitvoeren. Vanaf 1 januari 2010 is legitimatie via het BSN verplicht bij het gebruik van gezondheidszorgvoorzieningen.

Buddyzorg
Zorgverlening in de vorm van sociale, emotionele en praktische ondersteuning voor mensen met een ernstige, chronische en-of levensbedreigende ziekte. De ‘buddy’s’ zijn betrokken en deskundige vrijwilligers die helpen met het verwerkingsproces en mensen leren omgaan met hun ziekte. Buddy’s zijn vaak actief naast familie, vrienden en zorgverleners.

Bundel
Bij elkaar horende serie maatregelen die in een gegeven situatie automatisch wordt uitgevoerd als één geheel, zonder dat er voor elk onderdeel apart een opdracht wordt gegeven. Door deze groep maatregelen als één geheel uit te voeren in plaats van elke maatregel apart kan dit een gunstig effect hebben op een bepaalde uitkomst. Bijvoorbeeld een ventilatiebundel: aantal interventies die effectief zijn om het risico op een longontsteking te verlagen bij patiënten die beademd worden, zoals 1. verhoging van het beddenhoofd, 2. dagelijkse onderbreking van de sedatie, 3. profylaxe van diepe veneuze trombose, 4. bescherming tegen maagbloedingen via maagzuurremmers.

Calamiteit
Iedere niet-beoogde of onverwachte gebeurtenis die betrekking heeft op de kwaliteit van de geleverde zorg en die heeft geleid tot de dood van, of een ernstig lichamelijk of psychisch schadelijk gevolg voor een patiënt of cliënt. Calamiteiten dienen wettelijk aan de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) te worden gemeld. Er bestaat onderscheid tussen VIM-meldingen en calamiteitenmeldingen (VIM van ‘veilig incident melden’). Elke calamiteitenmelding is ook een VIM-melding. De resultaten van het interne onderzoek naar een calamiteit dienen aan de IGZ te worden gegeven ten behoeve van haar toezichthoudende rol. Resultaten van onderzoek van VIM-meldingen blijven vertrouwelijk en worden nooit door de IGZ opgevraagd.