Kopie van `Faculteiten Konvent Gent`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.


Faculteiten Konvent Gent
Categorie: Geschiedenis en volkskunde > Wijsbegeerte
Datum & Land: 13/06/2013, BE
Woorden: 211


Abnegatie
Een van de nadelen aan systemen als de openbaringsgodsdiensten, (vooral in de gedogmatiseerde vorm) die de zoektocht naar betrouwbare kennis in de weg staan.

Abstractie-procédé (Aristoteles)
De vorming van het begrip 'volmaakte cirkel' in onze geest na talloze onvolmaakte benaderingen van cirkels te hebben gezien.

Afzondering van de wereld
De mate waarin de handelingen en gebruiken afwijken van die van de omgeving of van het eigen verleden, afzondering van de familie en vroegere vrienden, werkkring, enz.

Antropologie
(Feuerbach)Buigt de filosofie van het Absolute (theologie) om tot een filosofie van de mens =antropologie.

Anarchisme
Gaat van de opvatting uit dat de mens in wezen goed is en dat een staatsapparaat, verre van de moraliteit van de mensen te verheffen, de mens in feite slechter maakt. Het feit dat men schijnbaar een staatsstructuur nodig heeft, is enkel het gevolg van de onrechtvaardigheid en de ongelijkheid tussen de mensen, die ontstaat uit eigendoms- en klassenverschillen. Worden deze uitgeroeid, dan zullen de mensen vanzelf komen tot een verantwoordelijke vorm van vrijheid en samenwerking met anderen.

Anti-positivisme
Het niet aanvaarden dat de werkelijkheid door een enkele wetenschappelijke methode gekend kan worden.Een reactie op de nieuwe visies in de logica en de wiskunde, de vooruitgang in de methodologie van de wetenschappen en de problemen gesteld door het ontstaan van de menswetenschappen.

Archimedes
Derde eeuw v.C. Wiskundige, natuurkundige en ingenieur en heeft op alle terreinen baanbrekend werk gepresteerd. Hij werd als ingenieur bekend door de uitvinding van de 'archimedische schroef' en militaire apparaten. Ook vond hij een takelsysteem uit om schepen vanuit het dok de zee in te trekken. Van al deze technische verwezenlijkingen stelde hij echter niets op schrift en dit wel omdat hij zijn werk als onbelangrijke handenarbeid beschouwde. Als wiskundige schreef hij o.a. over de berekening van het getal pi, de eigenschappen van krommen en de oppervlakten die ze omsluiten, over de methode om de inhoud en het oppervlak van de piramide, kegel, cilinder en bol te berekenen en over het vraagstuk hoeveel zandkorrels men nodig heeft om het heelal op te vullen. Zijn natuurkundig werk behandelt de statica en hydrostatica en illustreert de 'archimedische werkwijze'. Oorspronkelijk was zijn bedoeling het uitbreiden van de wiskundige aanpak van de meetkunde naar andere gebieden van de werkelijkheid waarvan men de mathematische eigenschappen evident vindt.

Aristoteles
384-322v.c.Leerling van Plato en beschouwd als de eerste grote systematicus van de wijsbegeerte. Hij had een grote invloed op het filosofie-onderwijs in de Oudheid en de Middeleeuwen. Aristoteles is van de overtuiging dat vormen enkel in de dingen zelf bestaan wat gepaard gaat met een geringer vertrouwen in de strikt wiskundige methode. Hij is van overtuiging dat men beroep moet doen op ervaring om de wezenskenmerken van de vormen te kennen. Hieruit volgt dat deze kennis niet gebeurt door een constructie-procédé, maar door een abstractie-procédé. Dit maakt dat Aristoteles als eerste de logica ontwierp. Het denkproces moet immers volgens strenge regels verlopen aangezien de strikt wiskundige methode niet meer voldoet.

Archimedische werkwijze
De neiging van wiskundigen om hun wiskundige, dat wil zeggen kwantitatieve en axiomatiserende, werkwijze toe te passen op fysische problemen die zich daartoe lenen. Het wiskundig analyseren van natuurkundige problemen.

Arbeidswaardetheorie (Marx)
De kwantitatieve maatstaf voor de waarde van het economische goed.Als de productiviteit toeneemt in de loop der tijden, dan wordt ook de waarde van de goederen kleiner (rekening houdend met de arbeidstijd die erin bevat is, dit betekent de minimumtijd die arbeiders nodig hebben om dit goed te produceren, rekening houdend met de normale voorwaarden waarin dit in een gegeven maatschappij kan gebeuren). De uitwerking van de grondslag van dit systeem noemt men de arbeidswaardetheorie.

Archeologie
De studie van de menselijke maatschappij in het verleden op basis van materiële bronnen.

Atomisme
Of de materialistische leer, 5e eeuw BC, door Leukippos en Demikritos.Probeert het probleem van de verhouding tussen het eeuwige en het tijdelijk of het veranderlijke en het onveranderlijke op te lossen door te stellen dat alles wat bestaat is opgebouwd uit kleine, ondeelbare deeltjes, die daarom atomen genoemd worden.

Attributen
(Spinoza)Het oneindig aantal zijnswijzen waarin de substantie zich uitdrukt, waarvan wij er twee kennen: het denken en het uitgebreide (de materiële wereld).

bezweringen
Stereotiepe handelingen of uitspraken die men gebruikt om bepaalde doeleinden (reinigen van bezoedeling, om moeilijkheden te overwinnen, …) te realiseren, steunend op wetmatigheden die volgens de rationeel denkende mens totaal onbestaand zijn. De stereotiepe handelingen noemt men veelal riten, de formules bezweringen. Maar deze worden in ook nog in een bredere context gebruikt, men kan 3 functies onderscheiden: (1) afweermagie (gevaar gepaard met taboe-overtreding afwenden), (2) productieve magie (menselijke noden bevredigen), (3) destructieve magie (kwaad berokkenen aan de vijand) (2) en (3) = tovenarij, witte en zwarte magie

Berkeley
1684-1753.Filosoof en later bisschop die beweerde dat alles wat wij waarnemen en kennen, slechts waargenomen en gekend wordt als bewustzijnsfenomeen. Wanneer men dus beweert dat iets bestaat, kan men enkel zeggen dat dit in zijn bewustzijn bestaat. Of dit ook in de realiteit zo is, is onzeker. Voor deze aanduiding van 'bestaan' moeten we eerst ervaringen hebben gehad. Hierin volgt hij de stelling van Locke. Berkeley wil echter aantonen dat alle kennis kan worden beschouwd als kennis van secundaire kwaliteiten. Het bestaan geldt enkel indien het kan worden waargenomen.

Behoud van energie
Er is een meetbare grootheid die zich onder veel verschillende vormen kan voordoen (mechanische, chemisch, elektro-magnetische,…) maar die binnen een afgesloten ruimte steeds even groot blijft: energie.

Bijzondere metafysica
Vanaf de 18e eeuw hield de metafysica zich bezig met de meest fundamentele vragen in alle wetenschappelijke gebieden. Hierbij onderscheidde men ontologie van de bijzondere fysica.

Causaliteit (Hume)
Het leggen van verbanden tussen oorzaken en gevolgen, een neiging van onze psychische natuur.

Categorisch imperatief
Een vorm voor het handelen, een plicht, geldt op zichzelf, de tegenhanger van de conditionele imperatief (eis-bevel).

Charismatische leider
De macht kan ook volledig in handen zijn van een figuur die door iedereen als de 'verlichte', de Messias wordt beschouwd.

Closed mind
Deze oppositie vindt men ook in de psychologie terug onder closed en open mind. (ieder systeem dat handelt na rationeel onderzoek van voor en tegen, moet steeds een compromis zoeken tussen twee extremen.)

Closed society
Onderscheid in de politieke filosofie sinds Popper tussen open en closed society. (ieder systeem dat handelt na rationeel onderzoek van voor en tegen, moet steeds een compromis zoeken tussen twee extremen)

Copernicus
Zestiende eeuw.Introduceert het heliocentrisch systeem, maar werkt nog steeds met volmaakt cirkelbewegingen en eenparigheid van de planeten.

Conservatief
De meer pragmatisch gerichten, zoals Aristoteles, geloven niet dat er een ideaaltype van de maatschappij bestaat waarvan wij een blauwdruk zouden kunnen maken. We kunnen alleen reflecteren over de bestaande maatschappijvormen en die verbeteringen aanbrengen die haalbaar zijn. Deze stroming is eerder conservatief

Communisme
De productiemiddelen worden door samenwerkende gemeenschappen beheerd. De staat wordt opgeheven en geen enkel mens is nog aan een vreemde macht verslaafd. De productie staat in dienst van de mens, en de natuurlijke samenwerking tussen mensen zal nu spontaan naar boven komen. Men zal vrij de arbeid kunnen kiezen en de distributie zal gebeuren volgens het principe dat iedereen presteert naargelang zijn capaciteiten en ontvangt overeenkomstig zijn behoeften. Op deze manier zal iedereen zijn lichamelijke en intellectuele gaven volledig kunnen ontplooien.



Communistische maatschappij
Een verzameling van kleine gemeenschappen waarbinnen volledige samenwerking bestaat op het gebied van landbouw en industrie, en waarvan de winsten op gelijke of bijna gelijke wijze worden verdeeld. Tussen deze gemeenschappen onderling is een vrije interactie en coöperatie mogelijk. De rol van de centrale autoriteit of staatsgezag wordt tot een minimum gereduceerd.

Communistische ideologie
Men hecht waarde aan een sterke maatschappijdiscipline, niet alleen binnen de afzonderlijke partijen, maar ook in de communistische internationale (Komintern), waarin de Russische communistische partij een leidende rol speelde. Was eerst een scheldwoord.

Collectivistisch anarchisme
Niet het individu is het basiselement van de maatschappij, maar deze is opgebouwd uit groepen van arbeiders die een eenheid vormen door collectieve verantwoordelijkheid. Ook wordt het belang van de revolutionaire middelen om de staatsstructuur omver te werpen, beklemtoond.

Cultuurwetenschappen
(filologie, literatuurwetenschap, kunstwetenschap, rechtwetenschap, archeologie en geschiedenis) Onderzoeken de producten van de menselijke creativiteit (kunst en literatuur)

Cultureel relativisme
Wijst erop dat de denkwijzen en normen afhangen van de cultuur.

Deductieve wetenschappen
(logica en wiskunde). De uitspraken of stellingen worden bekomen zonder gebruik te maken van de ervaring. Men beperkt zich tot het onderzoek naar en het gebruik van een aantal denkwetten, en maakt bijvoorbeeld logische afleidingen van stellingen uit axioma's volgens vooraf vastgelegde regels. Deze wetenschappen leren ons niets over de realiteit, maar verschaffen ons wel symboolsystemen of vormen, die bruikbaar zijn om de werkelijkheid uit te drukken. Daarom noemen we deze wetenschappen formele wetenschappen.

Deductie
De redenering dat indien alle naar voor gebrachte argumenten kloppen de conclusie ook correct moet zijn.Afleiden van conclusies uit bepaalde premissen.

De christelijke leer
Het heil van Jezus, bedoeld voor de joden en voor al diegenen die zich via het jodendom tot Jezus bekeren.

De christelijke boodschap
(het kerygma, het evangelie)Vertelt het leven en de boodschap van Jezus en formuleert morele voorschriften.

Descartes
1596-1650. Deze Franse filosoof introduceerde het rationalisme, dat in de 17de eeuw op het vasteland succes kende. Hij was opgevoed in de scholastieke traditie. Hij was ook de grondlegger van de analytische meetkunde. Hieruit heeft hij de opvatting gehaald dat, wanneer men over de totaliteit van de wereld ware kennis wil hebben, men een beroep moet doen op de methodes van de wiskunde. Dit betekent dat men geen dogmatische vooropstelling mag hebben, maar moet vertrekken van begrippen en axioma's die duidelijk, klaar en eenvoudig zijn.

De Aufklärung
= Verlichting, gedachtenstroming in de 18de E, die een redelijk inzicht zocht in mens en maatschappij. Men moet loskomen uit de onmondigheid waar de mens zelf schuld aan heeft. Een grote inspiratiebron in het Engels empirisme. Een aantal aspecten: vertro

Deïsme
Het streven naar een 'natuurlijke godsdienst', dat zal leiden tot een conflict met de bestaande kerken en uiteindelijk bij sommigen omslaan in atheïsme.

Diesseits
Manier waarop de openbaringsgodsdiensten het geluk van de boze oplossen. De Diesseits- Jenseits-oplossing wordt de kern van het hele systeem.

Dialectisch materialisme
Dialectiek speelt een decisieve rol in de evolutie van de werkelijkheid, die op zich geen continue evolutie kent, maar ook discontinue overgangen meemaakt die het resultaat zijn van de conflictwerking tussen contradictorische krachten.

Dogmatisme
Dogma's zijn stellingen die men moet aannemen om als gelovige van een godsdienst te worden beschouwd (= toetreding volk bij mythen).Door het goddelijke karakter en het neerschrijven van de leer komt de basis van de geloofswaarheden vast te liggen. Variaties op de dogma's geven aanleiding tot het ontstaan van diverse sekten.

Dogma
Dogma's zijn stellingen die men moet aannemen om als gelovige van een godsdienst te worden beschouwd (= toetreding volk bij mythen).

Dogmatisme
Door het goddelijke karakter en het neerschrijven van de leer komt de basis van de geloofswaarheden vast te liggen.

Dogmatische sekten
In het algemeen kan gezegd worden dat een beweging des te meer als een 'sekte' kan worden betiteld, en een des te meer dogmatiserende en verstarrende invloed heeft op zijn aanhangers naarmate de karakteristieken (inpalming, groepsvorming, hiërarchie, charismatische leider, afzondering van de wereld, uitverkiezing, geslotenheid voor informatie, irrationalisme van geloofsovertuiging, proselitisme) sterker aanwezig zijn.

Drogredeneringen
verschillende soorten: ad hominem argument, gezagsargument, 'bad company en good company'-drogredenering, 'iedereen doet het'-drogredenering, anekdotiekdrogredenering, 'begging the question'-drogredenering, cirkelredenering, valse tegenstelling, drogredenering van het 'hellend vlak'

Dualistisch wereldbeeld
Gehanteerd door Zarathoestra. Verklaart het ontstaan van goed (Ahura Mazda, rijk Ormuzd) en kwaad (Angra Mainyu, rijk Ahriman) door te verwijzen naar twee oerprincipes: de bron van het goed en de bron van het kwade. Tussen de krachten woedt een onophoudelijke strijd en ieder mens moet kiezen tot wat hij zal behoren, op het einde zal het goede het kwade overwinnen.

Dualisme
De opvatting dat er twee gebieden, of 'substanties' bestaan in de werkelijkheid. Enerzijds het domein van het stoffelijke of uitgebreide, waar alles verloopt volgens de wetten van de meetkunde en de mechanica, en anderzijds het domein van de geest, van het denken of het bewustzijn. (In geval van Descartes kan men stellen dat hij drie substanties aanvaarde: de materie, het denken en God. Volgens hem bestaat de mens uit twee delen: een stoffelijk lichaam en een denkende geest.)

Economie
De studie van de productie en de transactie van goederen in de mate waarin die een ruilwaarde hebben.

Een wetenschap
Het resultaat van deze bedrijvigheid in een bepaald gebiedGeheel van uitspraken, wetten of theorieën betreffende een enigszins samenhangend probleemgebied, die aan de volgende eisen beantwoorden: communicatie, geordend karakter, falsificatie (controle op de betrouwbaarheid)Systematische kennisverwerving waarin met rationele middelen geargumenteerd wordt.

empirische wetenschappen
Waarin wordt onderzocht hoe de werkelijkheid (de totaliteit van alle dingen) in mekaar zit. Er wordt aangenomen dat betrouwbare kennis over de werkelijkheid slechts bereikbaar is door een beroep te doen op ervaring. In het bijzonder ervaringsgegevens of 'empirische data' die we via de zintuigen bekomen. Deze ervaringswetenschappen worden in drie groepen onderverdeeld: (1) natuurwetenschappen, (2) sociale wetenschappen, (3) cultuurwetenschappen.

Empirisme
Tegenhanger van het rationalisme. De overtuiging dat de mechanica de weg naar de goede methode had getoond, maar men meent dat het essentiële ervan is dat ze een beroep doet op de directe ervaring (empirie).

Emotivisme
Waardeoordelen kunnen niet uit feiten afgeleid worden, dan zijn ze volkomen betekenisloos.Ethische uitspraken drukken enkel de emotieve houding van de spreker uit.

Epistemologie
Wijsgeren blijven zich de totaliteit van de vragen stellen, maar deze houding heeft 3 basisproblemen: (1) factische of speculatieve vraag naar de aard van de werkelijkheid, (2) ethisch-politieke vraag naar het reguleren van het menselijk handelen, (3) de epistemologische of kentheoretische vraag: namelijk de eerste twee vragen kunnen beantwoorden, of we betrouwbare kennis kunnen verwerven en zo ja hoe?

Epicurisme
Het pogen een optimale gelukstoestand te bekomen over een zo lang mogelijke tijd door zoveel mogelijk te genieten van het leven, zonder overdaad te doen. Het einddoel is onverstoordheid of 'ataraxia'.

Ervarings wetenschappen
Waarin wordt onderzocht hoe de werkelijkheid (de totaliteit van alle dingen) in mekaar zit. Er wordt aangenomen dat betrouwbare kennis over de werkelijkheid slechts bereikbaar is door een beroep te doen op ervaring. In het bijzonder ervaringsgegevens of 'empirische data' die we via de zintuigen bekomen. Deze ervaringswetenschappen worden in drie groepen onderverdeeld: (1) natuurwetenschappen, (2) sociale wetenschappen, (3) cultuurwetenschappen.

Esthetica
Is de leer over het schone en de kunst. Ze heeft een enigszins apart statuut, maat hoort wellicht toch het best thuis in de theorie over woorden en normen.

Ethisch-politieke problemen
Volgens traditionele indeling, situatie in de 18e eeuw. Naast deze indeling ook nog factische problemen en kennistheoretische problemen. (stadium ontwikkeling filosofie)

Ethica
= moraalfilosofie.Bestudeert de normen en de waarden (het goede, de plicht ed.)

Eudoxos van Knidos
Eerste helft 4e eeuw.Eerste (wiskundig) model voor de beweging van planeten in het heelal (geocentrisme), die voor de waarnemer en een onregelmatige baan bewegen.

Evolutietheorie
De mens wordt beschouwd als een uitloper van een lange evolutieketting die tot zijn huidig stadium gekomen is door een proces van toevalsmatige veranderingen waarbij de minst aangepaste vormen ten onder gaan in een struggle for life.

Excommunicatie
Een van de nadelen aan systemen als de openbaringsgodsdiensten, (vooral in de gedogmatiseerde vorm) die de zoektocht naar betrouwbare kennis in de weg staan.

Experimentele methode
Grondlegger: Galilei, ontstaan door de tekortkoming van de archimedische werkwijze bij de mechanica, door het belang van de technologie, door een nieuwe bloeiperiode in de wiskunde.

factische problemen
Volgens traditionele indeling, situatie in de 18e eeuw. Naast deze indeling ook nog ethisch-politieke problemen en kennistheoretische problemen. (stadium ontwikkeling filosofie)

Fabian Society
Bevatte leden als Sidney Webb en George Bernard Shaw. Ze pleitten voor progressieve hervormingen, ondermeer door nationalisatie van de industrieën, en voor het omvormen van de staat tot een welvaartsstaat. Hadden een grote invloed.

Finalisme (Aristoteles)
#NAAM?

Filologie
Studie van de literaire producten van de mens.

Francis Bacon
Verwoordde als eerste de idee dat wetenschap en filosofie zich dienen bezig te houden met onze ervaarbare wereld en dat ze middelen aan de hand moeten doen om op de wereld in te grijpen en die te veranderen. Hij publiceerde 'Novum Organum' wat aantoonde dat Bacon vond dat het tijd werd om Aristoteles' werk te actualiseren, maar zijn opvattingen vertoonden veel leemten doordat de nieuwe mechanica nog niet ontwikkeld was.

Galilei
(1564-1642) Ging uit van de gedachte dat de wereld een fundamenteel wiskundige structuur had en paste dit toe op de mechanica.

Gedragswetenschap
(Menswetenschappen: psychologie, economie, sociologie, culturele antropologie) onderzoekt het gedrag van de mens als individu of in groep.

Gesloten houding
Ieder systeem dat handelt na rationeel onderzoek van voor en tegen moet steeds keizen tussen twee extremen: open en gesloten houding.

Geslotenheid voor informatie
De mate waarin het contact met de media en met kritische of alternatieve informatie wordt verbroken.

Gesloten wereldbeeld
De idee dat het heelal een bol is waarbinnen zich concentrisch andere bollen bevinden, die de verschillende hemellichamen dragen. Alles in deze wereld heeft zijn vaste plaats en de mens bevindt zich in het centrum, namelijk op de aarde.

Geschiedenis
De studie van de menselijke maatschappij in het verleden op basis van geschreven bronnen.

Giordano Bruno
Breekt de theorie van een gesloten wereldbeeld in zijn werk 'De l'infinito universo e mondi' (1584). Hij beweert dat het heelal oneindig is en een oneindig aantal zonnestelsels bevat (open wereldbeeld). Bij Bruno wordt voor het eerst oneindigheid, vrijheid en veranderlijkheid als positief aangevoeld. Ook ontkende hij de goddelijkheid van Christus, oordeelde dat de bijbel geen goede bron was om natuurwetenschappelijke kennis op te doen en pleitte voor de vredevolle samenwerking tussen de verschillende godsdiensten. Dit leed er uiteindelijk toe dat hij als ketter bestempeld werd en in 1600 op de brandstapel belandde.

Groepsvorming
De mate van wederzijdse controle die de groepsleden o elkaar uitoefenen.

Henotheïsme
Het vereren van één god zonder het bestaan van meerdere goden te loochenen.

Hermeneutiek
De studie van het begrijpen van teksten.

Hiërarchie
De mate van macht die de leidende figuren op de volgelingen kunnen uitoefenen, inclusief de mogelijkheid tot straffen en het verwekken van angst.

historische mythe (Strauss)
Deze heeft als oorsprong een bepaald feitelijk gebeuren dat in het religieus enthousiasme is opgenomen en vermengd werd met mythologische concepties.

Historisch relativisme
Wijst erop dat kennis en moraal afhangen van het tijdperk waartoe men behoort.

Hugo De Groot
(1583-1645) Dichter, latinist, historicus en jurist. Publiceerde 'De iuri belli ac pacis' (1625). Hierin zette hij de seculariserende tendens door op het gebied van het volkenrecht. Het werk wordt beschouwd als de basis van het moderne internationaal recht. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen enerzijds het goddelijk recht (alleen op de Kerk van toepassing) en anderzijds het menselijk recht (op alle mensen toepasbaar, gelijk van welke godsdienst). Binnen het menselijk recht maakt hij een onderscheid tussen het natuurrecht (voortkomende vanuit de natuur van de mens) en burgerlijk recht (mensenwerk en dus verschillend van staat tot staat). Natuurrecht is een geheel van principes die volstrekt rationeel zijn, duidelijk toegankelijk voor redelijk inzicht en dus voor individuen en staten, en zelfs voor God bindend zijn. Hier wordt dus een basis gelegd om op volstrekt rationele wijze, dus zonder theologische interventie, het recht te funderen.

Humanisme
Het godsidee: een projectie van de menselijke natuur.

Humanitaire ondertoon (Marx)
Beschrijving van de ontwikkeling in de richting van de proletarische revolutie en de klasseloze maatschappij als een intrinsieke noodwending die men op de grond van wetenschappelijke analyse kan detecteren. Marx keurt echter de ellende van het proletariaat ook op morele gronden af. Zijn toekomstbeeld van de klasseloze maatschappij heeft een waardegeladen ondertoon. De filosofische fundering van deze waardebelevingen komt naar voren in de theorie van de vervreemding of aliënatie.

Hypocrisie
Een van de nadelen aan systemen als de openbaringsgodsdiensten, (vooral in de gedogmatiseerde vorm) die de zoektocht naar betrouwbare kennis in de weg staan.

Hydrostatica
De studie van jet gewicht van lichamen in vloeistof.

Idées claires et distinctes
(Descartes)Heldere en duidelijke ideeën waarover we beschikken over de ruimtelijke, of 'uitgebreide' wereld rondom ons.

Idealisme (Berkely)
Een geloofsovertuiging: de idee dat er ook buiten ons bewustzijn een reële wereld bestaat.

Ideologie
(begrip) Min of meer samenhangende verzameling van overtuigingen betreffende de wijze waarop de menselijke maatschappij moet worden georganiseerd. Dit veronderstelt ondermeer opties betreffende de organisatie van de economie, de opvoeding, de rechtspraak en de staatsstructuur. Men spreekt slechts van ideologie wanneer minstens een zekere groep van mensen een analoog systeem van opvattingen hierover hebben. Eigenschappen: niet noodzakelijk op expliciete systematische wijze geformuleerd, voor brede lagen van de bevolking toegankelijk, meestal niet ingebouwd in het algemeen kennistheoretisch en metafysisch kennissysteem.

inductieve wetenschappen
Waarin wordt onderzocht hoe de werkelijkheid (de totaliteit van alle dingen) in mekaar zit. Er wordt aangenomen dat betrouwbare kennis over de werkelijkheid slechts bereikbaar is door een beroep te doen op ervaring. In het bijzonder ervaringsgegevens of 'empirische data' die we via de zintuigen bekomen. Deze ervaringswetenschappen worden in drie groepen onderverdeeld: (1) natuurwetenschappen, (2) sociale wetenschappen, (3) cultuurwetenschappen.

Inpalming
De mate waarin men een meer of minder belangrijk deel van zijn leven, denken en handelen door de wereldbeschouwing laat bepalen.(men kan bijvoorbeeld driemaal in het leven naar de Kerk gaan of in een slotklooster treden, met alle varianten daartussen)

Inductie
Het trekken van een algemeen besluit uit een bepaald aantal bijzondere gevallen. Vb.: Na het zien van honderd zwarte raven concluderen dat alle raven zwart zijn.

Irrationalisme van geloofsovertuigingen
De mate waarin de groepsleden overtuigingen hebben die in strijd zijn met algemeen aanvaarde of wetenschappelijk onderbouwde opvattingen. Vb: complottheorieën, geloof in aliens, …

Irrationeel
Bij de niet-rationele (niet-wijsgerige en niet-wetenschappelijke benaderingen van problemen) kan men een onderscheid maken tussen irrationele en a-rationele houdingen.

Isaac Newton
Zorgde met zijn werk 'Philosophiae naturalis principa mathematica' (1687) voor de eerste grote synthese op gebied van de mechanisering van het wereldbeeld. Hij kon zowel de aardse als de hemelse verschijnselen met dezelfde wetten verklaren en toonde aan dat zowel op aarde als in het heelal dezelfde krachten verantwoordelijk zijn voor de beweging van voorwerpen.

Jenseits
Manier waarop de openbaringsgodsdiensten het geluk van de boze oplossen. De Diesseits- Jenseits-oplossing wordt de kern van het hele systeem.

Jean Jacques Rousseau
1712-1778.Hij is een paradoxaal product van de verlichting. Veel van zijn opvattingen behoren tot het typische van het Aufklärungs-denken, maar tegelijkertijd is hij er ook de meest genadeloze criticus van. Hij dacht dat de mens het beste leven kon leidden in een 'natuurtoestand', dat wil zeggen een leven waarin nog geen maatschappelijke structuren bestaan. Hij denkt dat de ontwikkeling en het gebruik van de rede de mens tot een 'ontaard' wezen heeft gemaakt, dat permanent zijn gevoelens moet onderdrukken, zijn 'natuurlijke' vrijheid verloren heeft en alles nodeloos gecompliceerd maakt.

John Locke
1632-1704.Publiceerde in 1689 'An Essay Concerning Human Understanding'. Zijn uitgangspunt is dat men, wil men aan filosofie doen, allereerst grondig onderzoek moet doorvoeren van de wijze waarop het menselijk verstand werkt. Hij stelt dus de epistemologische vragen centraal hoe wij kennis kunnen verkrijgen en hoe de zekerheid van deze kennis kan worden aangetoond. Locke is ervan overtuigd dat de ziel geen aangeboren intuïties heeft, dat ze bij de geboorte als het ware een tabula rasa is waarin alle ervaringen worden gegrift. De indrukken die men opdoet, zijn voorstellingen, alle zaken waarvan we ons bewust zijn. Ze zijn dus terug te voeren naar alle indrukken die we opdoen via onze zintuigen.

Judaïsme
De godsdienst van het volk van Israël, dat na een aanvankelijk polytheïsme was geëvolueerd naar een henotheïsme.

Kennis
Elke voorstelling, denkbeeld of overtuiging waarvan we aannemen dat die met een zekere 'werkelijkheid' overeenkomt. (al dan niet uitgesproken). Dit overeenkomen van overtuigingen met de werkelijkheid kan onder meer hierin bestaan dat zij ons toelaten goede voorspellingen te maken over wat zal gebeuren en dus met succes onze handelingen te plannen.

Kennistheoretische problemen
Volgens traditionele indeling, situatie in de 18e eeuw. Naast deze indeling ook nog factische problemen en ethisch-politieke problemen. (stadium ontwikkeling filosofie)

Kepler
Begin Zeventiende eeuw.Vertrok van het idee van volmaakte cirkelbewegingen en eenparigheid van de planeten (dus een fundamenteel wiskundige structuur van de wereld), maar de realiteit dwingt hem ertoe om over te stappen naar ellipsvormige bewegingen. (beweging die het dichtst bij de cirkel aansloot)