Kopie van `TU Delft`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.


TU Delft
Categorie: Milieu > Waterbouw
Datum & Land: 27/06/2013, NL
Woorden: 177


aanplempen
laag gelegen terrein, sleuven, enz. ophogen of aanvullen door materiaal in het water te storten

aanwassen
aangroei van land door sedimentatie

achterhar
verticale balk in sluisdeur (puntdeur) aan de kant van de sluiswand

achterloopsheid
verschijnsel dat grondwater om een constructie (bijv. een sluis) heen loopt, en kwel veroorzaakt

afkalven
beschadiging van een aarden beloop of het afnemen van een oeverrand door golfslag of stroom

afschuiving
het verplaatsen van een deel van een grondlichaam door overschrijding van het evenwichtsdraagvermogen

afstoppen
het met puin en kleine stukken steen vol slaan van de openingen tussen de stenen van een steenglooiing

ballasthok
vak gemaakt van tuinen waarin ballast voor afzinken komt

bandijk
rivierdijk, dijk van het winterbed

bedijking
gebied dat natuurlijk al vrij hoog is komen te liggen (bijv. door aanslibbing) en beschermd wordt tegen stormvloeden door een dijk

bekrammen
een aarden beloop met een dunne laag stro of riet bedekken en dit laagje met beugels van stro aan de grond bevestigen ter bescherming van de grond tegen golfslag en stroom

beloop
schuine kant (talud) van een ophoging (bijv. een dijk) of uitgraving

bemalen
waterstand in een polder regelen door een gemaal

benedenrivierengebied
het door Rijn en Maas gevoede rivierengebied the westen van de lijn Schoonhoven - Werkendam - Dongemond, inclusief Hollands Diep en Haringvliet, zonder de Hollandse IJssel

beslag
bodembescherming bestaande uit een laag rijshout of riet, bezet met tuinen, of soms met ijzerdraden aan paaltjes

beteugelingsdam
ter beperking van de stroom door een geul, slenk, sluitgat, enz. gelegde dam

binnenberm
extra verbreding aan de landzijde van de dijk om het dijklichaam extra steun te bieden en-of om zandmeevoerende wellen te voorkomen

blees
dat deel van een stuk rijshout waar de bladeren gezeten hebben

bleeslaag
oeverbeschermingsconstructie van dun rijswerk dat in continu proces gemaakt en gezonken kan worden (kan dus heel lang zijn)

blinde palen
palen die niet boven het zetwerk uitsteken

bloksteen
Voor steenglooiing geschikte stenen, die vrij regelmatig rechthoekig zijn gehakt op ongeveer gelijke afmetingen

boezem
gebied in een polder dat gebruikt wordt voor (tijdelijke) opslag van water

boezemkade
waterkering langs een boezem

bres
gat in waterkering, waarna het dijklichaam faalt

debiet
hoeveelheid doorgestroomd water per tijdseenheid (dus in m3-s)



dekzerk
natuurstenen afdekplaat op metselwerk

dijkleger
de gezamenlijke arbeiders, die langs een dijk worden ingezet als er gevaar voor een doorbraak is

dijkring
stelsel van waterkeringen, of hoge gronden, dat een dijkringgebied omsluit en beveiligt tegen overstromingen

dijkringgebied
gebied dat door een stelsel van waterkeringen, of hoge gronden, beveiligd moet zijn tegen overstroming, in het bijzonder bij hoge stormvloed, bij hoog opperwater van één van de grote rivieren, bij hoogwater van het IJsselmeer of een combinatie daarvan

dijkval
plotseling bezwijken van een dijk door een zettingsvloeiing in de oever

dobbe
komvormige uitholling in de grond, al dan niet omringd door een kade, voor het verzamelen en bewaren van zoet water

doodtij
tweewekelijks voorkomende getijsituatie waarbij het verschil tussen eb- en vloed snelheden minimaal is, en het verschil ussen HW en LW minimaal is

droogmakerij
uitgeveende plassen of meer, na omkading drooggemalen en verkaveld

duiker
ondergrondse waterdoorlaat van beperkte afmetingen

duinvoet
overgang van strand naar duinen

dwarsraai
meetlijn dwars op de kust of as van de rivier

elevator
machine, die met brede emmerbakken aan een ketting zonder eind, grond om hoog kan brengen

elevatorbak
vaartuig (bak), meestal zonder aandrijving, geschikt om grond te transporteren en geleegd te worden door een elevator

giertij
ander woord voor springtij

gors
(mv. gorzen) intergetijdegebied dat alleen bij springvloed nog onderloopt (term uit Zuid Holland, in Zeeland schorren, in het waddengebied kwelders)

griend
(mv. grienden) laaggelegen (intergetijde-) gebied dat veelvuldig onder loopt

griendhout
ander woord voor rijshout

groene dijk
dijk zonder steen- of asfaltbekleding

haalgolf
golf die langs de oever loopt als op enige afstand ongeveer evenwijdig aan die oever een vaartuig voorbij vaart

hangstuk
zinkwerk dat op de oever ligt, en met en verankering vastgelegd is om de voorkomen dat het naar beneden glijdt

har
verticale balk in sluisdeur, zie ook achterhar en voorhar

ijsgang
het afdrijven van grote hoeveelheden drijfijs op de rivier

inklinken
het dichter ineenpakken door eigen gewicht van een grondpakket

inlaagdijk
dijk die achter een bestaande dijk gelegd wordt om bij het optreden van een dijkval inundatie van de achterliggende polder te voorkomen

inpeiling
opmeting van de bodem voor aanvang van de werkzaamheden

inscharing
afbrokkelen van een oever door uitschuring door de stroming

intergetijdegebieden
slikken, gebieden die bij laag water droog vallen

inundatie
overstromen van een gebied

inwassen
zand, grond of mortel met veel water in ander materiaal of in voegen doen dringen, bijv. in rijswerk, steenzettingen, en dergelijke

jaagpad
pad dat vroeger langs een kanaal liep t.b.v. paarden de een schip voorttrokken

jokdorpel
natuurstenen dorpel aan het einde van een sluiskolk

kentering
moment van omkering van de getijstroom

kesp
draagbalk over een rij palen van een paalfundering

kieltuin
de tuin op het diepste deel van het zinkstuk

kloeteling
kubusvormige, aan een zijde met dicht gras begroeide spit klei, gestoken van een rijpe schor

knip
een zeer taaie kleisoort

korengrond
zanderige, kruimelige klei in Zeeuwse polders

kraagstuk
zinkwerk dat zowel de oever als een deel van de bodem beschermt

krammat
dunne laag van samengebonden rietstengels, met beugels van stro aan de grond vastgehecht

kreukelberm
beneden hoog water gelegen, met stenen bestorte berm langs de teen van een dijk

krib
dwarsdam in rivier of zee om een stroming uit de oever te houden

kruien
losgaan van drijfijs dat vervolgens met de stroom afdrijft en omhoog komt tegen een oever

kunstwerk
een civieltechnisch werk of installatie rond de natte en-of droge infrastructuur dat één of meer functies vervult

kwel
uittredend grondwater

kwelder
intergetijdegebied dat alleen bij springvloed nog onderloopt (term uit het waddengebied, in Zeeland schorren, in Zuid Holland gorzen)

kwelkade
een achter de bandijk gelegen ongeveer een halve meter hoge kade die het kwelwater opvangt

kwellengte
afstand, die het water door de grond moet afleggen om aan de binnenkant van een waterkering uit de grond te kunnen stromen

kwelscherm
een ondoorlatende, in de regel verticale, constructie voor de verlenging van de kwelweg

kwelsloot
een sloot aan de binnenzijde van de dijk die tot doel heeft kwelwater op te vangen en af te voeren

kwelweg
een mogelijk pad in de grond die het kwelwater aflegt, van intreepunt tot uittreepunt

langskrib
ander woord voor strekdam

langsraai
meetlijn evenwijdig aan de kust of aan de as van de rivier

maaiveld
de oppervlakte van een terrein

magere grond
grond met een hoog zandgehalte

molentocht
hoofdtocht van een polder, waar aan het eind een gemaal ligt

nol
resterend einde van een overigens door de zee weggeslagen dijk

oeverval
plotseling bezwijken van een oever door een zettingsvloeiing

onderloopsheid
verschijnsel dat grondwater onder een constructie door loopt, en kwel veroorzaakt

onderlosser
bak of schip met deuren in de bodem om materiaal te kunnen storten

opbarsten
het bezwijken van de grond, door het ontbreken van verticaal evenwicht in de grond, onder invloed van wateroverdrukken

opdijk
dwarsdijk, dijk die van de landzijde naar de zeedijk loopt en de scheiding vormt tussen twee polders

opdrijven
het opdrukken van het afdekkend (grond)pakket door het bereiken van de grenspotentiaal

opkisten
een kist aanbrengen rond een zandmeevoerende wel

oplosser
speciaal soort onderlosser, waarbij de bodemdeuren niet onder het schip uit komen

opperwater
water dat van elders de rivier af komt stromen (dus niet afkomstig is van lokaal hemelwater)

overdijken
een dijk hoger maken dan die aan de overzijde van de rivier

overhoogte
de extra hoogte die aan een dijk gegeven wordt ter compensatie van de klink

overlaat
gedeelte van een waterkering, opzettelijk lager gemaakt om bij hoog water te kunnen overstromen

pakwerk
oeververdediging van rijshout, door beperkte houdbaarheid niet meer toegepast

pand
deel van een kanaal tussen twee sluizen

perkoen
gepunte paal, meestal van vuren- of grenenhout

piket
klein paaltje, te gebruiken als tijdelijk meetpunt in het veld

piping (pijpvorming)
het verschijnsel dat onder een waterkering een holle, pijpvormige ruimte ontstaat doordat het erosieproces van een zandmeevoerende wel niet stopt

plakzode
dunne graszode

plasberm
met stenen bestorte berm lang de teen van een dijk ter hoogte van laag water