
Audio en opnameInterface250 begrippen gerelateerd aan audio-opname
Audio en opname van Interface maakt deel uit van encyclo's gebruikerswoordenboeken. Het is op 01/09/2010 geplaatst in de categorie Kunst, muziek & cultuur. Het woordenboek heeft 252 woorden. Laatst gewijzigd op 01/09/2010.
|
|
Actief - Voorzien van ingebouwde elektronica/versterker die externe voedingsspanning nodig heeft: een actieve luidspreker heeft ingebouwde actieve scheidingsfilters en versterkers en wordt aangestuurd door de lijnuitgang van voorversterker of mengpaneel.
Active Sensing - Methode waarbij continue korte signalen worden verzonden via een midi connectie om te controleren of de verbinding nog functioneert
AD Converter - (ADC) Chip die analoge signalen (audio) in digitale gegevens omzet.
Adat - Digitale multitrack recorder van Alesis. De term wordt meestal gebruikt voor de aansluiting via glasvezelkabel, waardoor acht kanalen digitale audio verzonden kunnen worden. Ook aangeduid als ‘Lightpipe’.
Additieve synthese - Synthese methode waarbij door het combineren van elementaire sinustonen complexe golfvormen worden opgewekt.
ADSR - Klassieke vorm van een envelope generator om het volumeverloop van een klank te simuleren. De letters staan voor Attack, Decay, Sustain en Release.
AES/EBU - Professioneel digitaal aansluitsysteem dat werkt met XLR pluggen. De professionele tegenhanger van s/p-dif.
Aftertouch - (pressure) Midi commando dat door het drukken op de toets na het aanslaan wordt verzonden. Althans als het gebruikte keyboard aftertouch kan genereren. Er bestaan twee varianten: channel of mono aftertouch, waarbij alle gespeelde noten identiek beïnvloed worden en key (poly) aftertouch waarbij voor elke noot aparte data wordt verstuurd.
Aiff - Audio Interchangeable File Format Standaard bestandssysteem voor audio op de Mac.
Akoustiek - De wijze waarop het geluid door een ruimte wordt verbreid en voortgeplant.
Algoritme - Software formule (‘model’) om bepaalde klankeigenschappen op te wekken, bijvoorbeeld in FM synthese (dx-7) of effectapparatuur. In die gevallen beschrijft het algoritme de volgorde van en de verbindingen tussen diverse bewerkingen.
Aliasing - Digitale storing die ontstaat als een signaal een meer dan twee maal zo hoge frequentie heeft als de gebruikte samplefrequentie. Aliasing uit zich als een hoog geknisper of ring modulator achtige geluiden.
Ambience - Variatie op galm, die geen lange doorklinkende galmstaart heeft, maar de klankbron het karakter van een kleine ruimte geeft.
Analoog - Geluidsregistratie/weergave in de vorm van een elektrische signaal met oneindig veel waarden dat direct hoorbaar gemaakt kan worden. Dit in tegenstelling tot digitaal, waarbij het signaal met digitale cijfers wordt uitgedrukt en pas hoorbaar gemaakt kan worden na omzetting met een digitaal naar analoog converter.
Arpeggio - Oorspronkelijk: Gebroken akkoord, waarbij de noten niet tegelijkertijd, maar na elkaar worden aangeslagen. In elektronische muziek: repeterende notenreeks die gegenereerd wordt door de aangeslagen of geprogrammeerde noten volgens een ritmisch patroon te herhalen. Een arpeggiator is een stukje software of hardware wat deze functie vervult.
Asio: Audio Streaming Input Output - Door Steinberg ontwikkelt driver type voor geluidskaarten. Lage latency en bijzonder geschikt voor meersporen gebruik. Asio wordt op zowel het Mac alsook het Windows platform door heel veel fabrikanten ondersteunt.
Athlon - Cpu lijn van de firma AMD en de enige echte concurrent van de Intel Pentium reeks.
Attack - Beginfase van een klank: snelheid waarmee de hoogste signaalsterkte bereikt word. Percussie heeft een snelle attack, een viool een langzame. Te vinden in de envelope van een synthesizer of in een compressor waar het de snelheid van ingrijpen aangeeft.
Audio editor - Programma waarmee opgenomen geluid kan worden bewerkt.
Automatisering - De mogelijkheid om bewegingen van faders of draaiknoppen op mengpanelen of synthesizers op te nemen en weer af te spelen.
Aux return - Ingang op een mixer, die speciaal is bedoeld om de output van effectapparaten aan te sluiten. Deze input heeft wel een draaiknop voor het level, maar meestal geen eq of andere voorzieningen.
Aux send - Uitgang op een mixer waarmee een effectapparaat van signaal kan worden voorzien. Elk kanaal heeft een draaiknop (meestal eveneens aux send genoemd) waarmee bepaald wordt van hoeveel effect het bewuste kanaal wordt voorzien.
AVI - Bestandsformaat voor digitale video op Windows platform.
Back-up - (safety copy) Veiligheidskopie van gegevens, die gebruikt kan worden als de originele gegevens verloren gegaan of onleesbaar zijn geworden.
Balance - (balans) Mengverhouding van twee signalen. Verhouding van droog en effectsignaal in een effectprocessor.
Bandbreedte - (band width) De afstand in Herz tussen de laagste en de hoogste weer te geven frequentie
Bandpass filter - Filter (in bijv. een synthesizer) waarbij een bepaald instelbaar frequentiegebied (red. met onder én bovengrens) wordt doorgelaten.
Basreflex - Constructiemethode voor luidsprekerkasten waarbij via een opening in de behuizing (de baspoort) de lage tonen worden versterkt.
Beta versie - Testversie van een apparaat of software die dient voor verdere tests (door beta testers) en niet bedoeld is voor verkoop.
Bios: Basic Input/Output System - Chip in een computer die bij het opstarten de hardware inventariseert en controleert en de benodigde gegevens doorgeeft aan het besturingssysteem.
Bit - Eenheid waarin digitale gegevens worden uitgedrukt (een bit kan de waarde 0, of 1 hebben). We kennen het woord bit ook als getal waarmee de ‘kwaliteit’ van bijv. een geluidssample wordt aangegeven. Hoe meer bits (bijvoorbeeld 16 of 24 bit) des te nauwkeuriger het geluid (in theorie) wordt geregistreerd en weergegeven.
Bit length - (woordlengte) Een 24 bit opname of sample heeft bijv. een woordlengte van 24.
Bouncen - Het samenvoegen van meerdere sporen naar een nieuw (stereo)spoor om zo vrije sporen voor nieuwe opnames te realiseren. De samengevoegde mix noemt men bounce of tussenmix.
BPM - (Beats Per Minute) Het aantal kwartnoten per minuut. Met deze waarde wordt het tempo van een muziekstuk aangegeven.
Buffer - (reservoir) Tijdelijke geheugenopslagplaats van gegevens, die dient om de aanvoer gelijkmatig en gecontroleerd te laten verlopen. Valt de toevoer stil, dan kan er geput worden uit gegevens die al in de buffer zitten.
Bug - Programmeerfout in een softwareprogramma, die in sommige gevallen kan leiden tot het vastlopen van een programma of computer.
Buizen - (valve of tube) Voorgangers van de transistor, die nog steeds gebruikt worden in sommige dure apparaten vanwege de prettige, warme klank.
Bus - Knooppunt waar verschillende soorten data worden samengevoegd en verder gestuurd. Voorbeelden zijn de PCI bus in de computer, maar ook een aux bus in een mixer, waar de diverse aux send signalen van de kanalen samengevoegd worden en naar de aux out worden verstuurd.
Bypass - De werking van een bepaald apparaat uitschakelen terwijl er signaal doorheen blijft lopen. Op die manier kan men goed beoordelen wat het bewuste apparaat eigenlijk voor invloed heeft.
Byte - Geheugeneenheid voor digitale gegevens. Een Byte bestaat uit acht bits. (Let op, Byte is met hoofdletter, bit zonder. Dit geeft tevens het verschil aan tussen MB en Mb (Megabyte vs. Megabit).
Cardbus - (Pcmcia) Uitbreidingsslot op laptop computers (en heel soms handhelds), waarop ook bepaalde geluidskaarten kunnen worden aangesloten.
Cardiode - (nierkarakteristiek) Openingshoek van een microfoon min of meer in de vorm van een nier. Alleen vanuit dit gebied worden signalen optimaal opgepikt
Cartridge - Uitwisselbare uitbreiding, vaak een datadrager in de vorm van een kaart of kleine harde schijf, zoals een Zip drive
Channel strip - (vocal channel) Een kanaal van een mengpaneel in een behuizing. Meestal van hoge kwaliteit en voorzien van eq, compressor en soms digitale output. Vaak gebruikt om analoge signalen op hoge kwaliteit om te zetten naar een digitale recorder of computer.
Chipset - Tweetal chips op het moederbord, die de communicatie tussen cpu, geheugen en pci-bus regelen.
Chorus - Effect waarbij van de kopie van een signaal constant de vertraging wordt gevarieerd, waarna het wordt gemengd met het origineel. De klank wordt daardoor ‘smeuïg’ en breed.
Click - (track) Electronische metronoom, voor het aangeven van het tempo.
Clock - (wordclock) Een standaard periodiek signaal dat gebruikt wordt om meerdere signalen in een digitale installatie te synchroniseren.
Coaxkabel - Een kabel waarbij de binnengeleider is afgeschermd tegen storing van buitenaf door een om de isolatie van de binnengeleider aangebracht geleidend scherm.
Compressor - Apparaat om een hoger gemiddeld volume te realiseren door signaalpieken tegen te gaan. Oorspronkelijk om harder op te nemen zonder vervorming, maar ook vaak als creatief effect gebruikt.
Condensatormicrofoon - Hoge kwaliteit microfoon waarin het geluid wordt omgezet via een condensator i.p.v. met magneet en spoel. Om een condensatormicrofoon te laten werken is een voedingsspanning nodig, de zogenaamde fantoomvoeding (phantom power).
Controller - (speelhulp) Midi-gegevens waarmee bepaalde extra eigenschappen aan een geluid kunnen worden toegevoegd, zoals tremolo, vibrato of sustain.
Cpu - (processor, rekeneenheid) Central Processing Unit. Belangrijkste chip in een computer, die het zware rekenwerk verricht.
Crash - Het vastlopen van een software-gestuurd apparaat
Crossfade - Geleidelijke overgang tussen twee verschillende stukken audio, waarbij het volume van het eerste stuk wordt weggedraaid terwijl tegelijkertijd het volume van het tweede stuk wordt opengedraaid.
Cut-off - Begrenzingfrequentie van een filter. Bij een low-pass filter worden alle frequenties boven de cut-off tegengehouden.
CV/Gate - Pre-midi systeem om een synthesizer vanaf een andere synthesizer te bespelen. De Control Voltage bepaalt de toonhoogte, het Gate signaal het moment waarop de noot klinkt.
Cycle of Loop - Continue weergave van een bepaald stuk audio of mididata.
D.I. box - (direct Injection) Kastje waarmee de aansluiting van een gitaar of keyboard op een mixer of geluidskaart geoptimaliseerd wordt.
DA Converter - (DAC) Chip die digitale gegevens omzet in een analoog signaal (geluid).
Dat - (Digital Audio Tape) Digitale stereo recorder die vergelijkbaar is met een videorecorder en werkt met kleine magnetische cassettes (DAT tapes).
Datacompressie - Het “compacter” maken, d.m.v het intelligent weglaten/coderen van data, zoals bij mp3 files.
DAW - (Digital Audio Workstation) Elk software/hardware systeem waarbij de computer gebruikt wordt bij het creeeren, editen en weergeven van digitale audio. De harde schijf van de computer is dan het opname medium.
dB - (decibel) Een eenheid die geen absolute , maar relatieve waarde heeft en waarmee onder meer de (logaritmische) verhoudingen tussen geluidssterkten worden aangegeven. De onderste gehoordrempel wordt als 0 dB aangegeven, de maximaal verwerkbare geluidssterkte bedraagt 120 dB (pijngrens)
Decay - De tijd die verloopt tussen het maximale attack niveau en het moment dat een klank zijn stabiele fase (sustain) bereikt.
De-esser - Speciale vorm van een compressor, waarmee storende S en T klanken kunnen worden onderdrukt.
Defragmenteren - Het opnieuw ordenen van de gegevens op een harde schijf, om zo de lees en schrijf snelheid te verbeteren.
Delay - (echo of vertraging) 1. Effect waarbij een of meerdere echo’s van een signaal worden opgewekt.
2. Het naar achteren schuiven van een geluidsspoor in een sequencer of recorder.
Desktop - (bureaucomputer) Vorm van een computer in een grote kast met een los beeldscherm. De term wordt gebruikt als tegenhanger van de laptop.
Destructive - (destructief) Handeling die niet meer teruggedraaid kan worden. Ingreep die daadwerkelijk de golfvorm verandert en niet slechts de afspeelparameters. Het tegengestelde is non-destructive.
Digitaal - Gegevens uitgedrukt in binaire getallen, zodat ze door computerchips kunnen worden bewerkt. Digitaal heeft betrekking op discrete gegevens, waarbij tussen twee willekeurige waarden slechts een beperkt aantal waarden mogelijk is. Digitaal staat tegenover analoog. Ook gebruikt voor apparaten die geluid in digitale vorm bewerken, zoals delays etc.
Direct-X, Direct-X driver - Onderdeel van Windows dat zich met beeld en geluidsweergave bezighoudt. Voor geluidskaarten een communicatiemethode tussen software en hardware, die echter alleen weergave van een stereo signaal mogelijk maakt. Verder een standaard voor het gebruik van plug-ins (effecten en sinds Cakewalk’s Sonar 1.0 ook voor instrumenten).
Distortion - (vervorming) Effect waarbij extra boventonen in een signaal worden opgewekt, waardoor een agressief, knarsend geluid ontstaat. Bij onzorgvuldig afstellen van opnameniveaus kan het effect ook onbedoeld optreden. Men noemt het dan vaak oversturing of clipping.
Dithering - Methode om bij het omzetten van digitale audio naar minder bits (bijv. 24 naar 16 bit) toch iets van de informatie uit de weggehaalde bits te bewaren. Het zonder meer weghalen van de hoogste bits noemt men ‘truncating’.
Dolby - 1. En systeem van ruisonderdrukking bij analoge bandopnamen. Er zijn verschillende varianten: Dolby A, B, C en SR.
2. Onvolledige benaming van Dolby Surround. Er zijn verschillende variaties, zoals: Dolby Pro Logic, een analoog systeem waarbij het signaal voor de achterspeakers gecodeerd is opgenomen in het stereosignaal. Wordt veel toegepast op VHS-videotapes en sommige tv uitzendingen. Dolby Digital, ook wel Dolby 5.1 genoemd - een digitaal systeem waarin de kanalen voor alle speakers afzonderlijk (discrete) zijn opgeslagen. Wordt toegepast op DVD en heeft een veel hogere kwaliteit dan Dolby Pro Logic.
Driver - (stuurprogramma) Klein softwareprogramma dat ervoor zorgt dat het besturingssysteem en verdere software bepaalde hardware herkent en er gegevens mee kan uitwisselen.
Drop-out - Korte onderbreking in het geluid vanwege foutjes in de apparatuur of het opnamemedium.
Drumloop - Kort fragment met een ritme dat bij het herhalend afspelen als nieuw ritme kan worden gebruikt. Een loop is een lus en de term komt uit de tijd van analoge tapes.
DSD - (Direct Stream Digital) Technologie die wordt gebruikt voor het opnemen voor SACD discs. DSD is een 1-bit representatie van het audio-signaal met een sampling frequentie van 2.8224 Mhz. Hierdoor zijn er in tegenstelling tot PCM (gebruikt voor CD en DVD-Audio, beiden met een veel minder hoge samplingfrequentie) minder steile digitale filters nodig voor het uitfilteren van signalen boven de sampling frequentie, wat een van de redenen is van de superieure geluidskwaliteit van DSD, naast de enorme dynamiek en grote bandbreedte.
DSP Chip - Anders dan een cpu, een chip die speciaal bedoeld is voor een specifieke taak. Veel effectapparatuur, digitale synths en ook sommige geluidskaarten maken gebruik van DSP’s.
Dump - Het versturen van de geheugeninhoud van een synthesizer of effectapparaat via midi.
DVD - (Digital Versatile Disk) Opslagmedium met een hoge capaciteit die vaak wordt gebruikt voor video met surround sound, maar ook voor audio en computerdata kan worden gebruikt.
Dynamiek - (dynamic range) Het verschil tussen de zachtste en de hardste passage in een muziekstuk. Ook gebruikt om de signaal/ruisverhouding van een apparaat uit te drukken. Eenheid: Decibel, of dB.
Dynamische microfoon - Microfoon waarin het geluid wordt opgewekt middels de beweging van een spoel in een magneetveld.
Edit - Actie waarbij bepaalde instellingen veranderd worden in een audiofile of midibestand. Ook het veranderen van de voorgeprogrammeerde instellingen van synthesizer of effectapparaat.
Editor - Onderdeel van een software sequencer, waarin opgenomen gegevens (midi of audio) kunnen worden bijgewerkt of veranderd. De term wordt ook vaak voor Audio editors gebruikt. Het gaat dan om een zelfstandig programma waarin geluidsopnamen diepgaand bewerkt kunnen worden.
Envelope - Verloop van een waarde over een bepaalde periode. Meest bekend als het onderdeel van een synthesizer dat het volumeverloop simuleert. Een envelope bestaat meestal uit attack, decay, sustain en release stadia.
Equalizer of eq - (toonregeling) Apparaat waarmee bepaalde frequenties kunnen worden versterkt of verzwakt.
Exciter - (enhancer) Effect waarmee men kunstnatig extra hoge en soms ook lage frequenties opwekt om de klank te op te frissen.
Expander - Apparaat dat de dynamiek van een signaal vergroot. Het tegengestelde van een compressor.
Fader - (schuifregelaar) Soort rechte potmeter, waarmee een instelling kan worden veranderd.
Faderbox - Kastje met diverse faders en knoppen, waarmee (midi) commando’s naar keuze kunnen worden verstuurd, om zo comfortabeler te kunnen editten of programma’s te bedienen.
Fase - (phase) Positieve of negatieve deel van een golfvorm uitgedrukt in graden. Meestal gebruikt in de uitdrukking ‘uit fase’, waarmee men bedoelt dat een kant van een stereosignaal aan de negatieve cyclus bezig is en de andere kant aan de positieve cyclus. Het resultaat is dat de twee signalen elkaar tegenwerken en zelfs kunnen uitdoven als het faseverschil 180 graden is.
Feedback - (rondzingen) 1. Situatie waarbij de uitgang van een apparaat weer naar de ingang wordt gestuurd. Het resultaat is een enorm luide piep of brom. Bekend is de feedback van een microfoon voor een luidspreker of een gitaar en een versterker.
2. Het aantal keer dat een delay-effect (bijvoorbeeld echo) zich herhaalt.
File - (bestand) ij elkaar behorende gegevens, die op een harde schijf opgeslagen of door software bewerkt kunnen worden.
Filter - Proces waarbij specifieke elementen uit een collectie worden geselecteerd of juist weggegooid. Met het filter van een synth of sampler worden bepaalde frequenties verwijderd.
FireWire - Aansluitsysteem dat op de Mac wordt gebruikt voor branders, harddisks en geluidskaarten. Op de pc blijft de toepassing meestal beperkt tot handycams.
Flanger - Effect waarbij van de kopie van een signaal constant de vertraging wordt gevarieerd, waarna het wordt gemengd met het origineel. De klank wordt dan getekend door een filterachtig effect dat men vroeger wel het ‘straaljagereffect’ noemde. Lijkt enigszins op chorus, maar is extremer.
Frequentie - Het aantal trillingen per seconde in Hertz (Hz). Geeft de toonhoogte van een geluid aan.
Frequentiebereik - (Frequency range) Het gebied tussen de hoogste en laagste frequentie die weergegeven of waargenomen kan worden. Een (grafische) weergave hiervan noemt men een frequentiekarakteristiek
G4 - cpu van Motorola, die in de laatste lichting Macs gebruikt wordt. De voorloper heet G3.
Gain - (voorversterking) Regelt de instelling van de voorversterker. De eerste instelling in een kanaal van een mengpaneel.
Gate of noise-gate - Apparaat dat alleen geluid doorlaat als de sterkte van dat signaal boven een instelbare waarde komt. Op die manier kunnen ruis of andere stoorgeluiden in stille stukken worden onderdrukt.
Gebalanceerd - (balanced symetrisch) Kabel aansluitsysteem met twee aders plus afscherming, dat veel minder gevoelig is voor storingen. Werkt met XLR pluggen of stereo jackpluggen.
General Midi of GM - Onderdeel van de midi standaard, waarin diverse instellingen gestandaardiseerd zijn. Op die manier klinken bestanden gemaakt op het ene GM apparaat, ongeveer zoals bedoeld op een ander GM apparaat.
Grafische equalizer - Equalizer met vele, qua werkingsgebied vast ingestelde banden, meestal per heel, half of 1/3 octaaf. In het laatste geval spreekt men van terts equalizer (thirds equalizer). De bediening met faders geeft een grafisch beeld van de instellingen.
Harddisk - (harde schijf) Sneldraaiende, metalen schijf, waarop gegevens en software kunnen worden opgeslagen en uitgelezen. Harddisks van tegenwoordig beschikken echter over een aantal verschillende schijven (platters).
Harddiskrecorder - Zelfstandig apparaat, dat meerdere sporen audio kan opnemen en afspelen op een harde schijf. Feitelijk een soort computer die enkel voor geluidsopname gebruikt kan worden.
Hardware - Fysieke apparatuur of inbouwkaarten. In tegenstelling tot software.
Hertz - (Hz) Eenheid van frequentie, aantal trillingen per seconde
Hi - (gh-pass (hoog doorlaat) Filtertype (bijv. in een synthesizer) waarbij alleen frequenties boven de ingestelde frequentie worden doorgelaten. Een low-cut filter is feitelijk identiek aan een high-pass filter.
IDE bus - Communicatiesysteem op pc en Mac, waarop harde schijven en cd spelers kunnen worden aangesloten.
Insert - (insertiepunt) Methode waarbij de loop van een signaal binnen een apparaat/software wordt onderbroken/aangevuld met een ander apparaat of plug-in. Op die manier wordt het hele signaal bewerkt, bijvoorbeeld met een compressor, gate of equalizer. Op een mixer vindt men achter de voorversterker vaak een insertplug waar bijv. een compressor kan worden aangesloten.
Installeren - Het kopiëren van gegevens naar de harde schijf van een computer, zodat een programma gebruikt kan worden.
Interface - 1. Deel van het apparaat (in het geval van een computer: software) dat de communicatie met de gebruiker regelt.
2. Hardware die gegevens tussen een computer en de buitenwereld uitwisselt (bijv. een midi-interface).
3. Meest toonaangevende tijdschrift over muziek en –technologie in de Benelux.
IRQ - (Interupt Request) Communicatielijn tussen cpu en hardware, waarmee een apparaat aangeeft een actie te willen ondernemen. Vanwege het kleine aantal (16 of eigenlijk 8) vaak een bron van problemen met PC hardware.
Jitter - Onregelmatige variatie in afspeelsnelheid/klokfrequentie in digitale apparatuur. Leidt tot vervorming en verslechtering van het stereobeeld.
Joystick - Pookje dat gebruikt wordt voor het bedienen van spelletjes. De Joystick poort (aansluiting), wordt vaak (met een converter/-kabel) gebruikt voor de aansluiting van midi kabels.
Kanaal - (channel) 1. Een input plus bijbehorende knoppen op een mengpaneel.
2. ‘Label’ aan een midiboodschap waaraan de ontvanger kan herkennen of die boodschap voor hem bedoeld is.
Kilobyte, of kB - Ongeveer duizend bytes. In de digitale wereld rekent men echter in stappen van: 8, 16, 32, 64, etc. Daarom is een kB niet 1.000, maar 1.024 Bytes.
Kilohertz - (kHz) Eenheid van frequentie/trillingen per seconde. Een kilohertz is 1.000 Hertz, dus 1.000 trillingen/sec.
Laptop of notebook - (schootcomputer) Compacte, draagbare computer met ingebouwd beeldscherm, die op batterijen kan werken.
Latency - Vertraging. De tijd die verloopt tussen het aanslaan van een toets en het klinken van geluid bij bijvoorbeeld software synthesizers. Hangt af van de cpu-snelheid, het stuurprogramma en de grootte van de gebruikte buffers.
Layer - 1. Het over elkaar leggen van meerdere klanken die dezelfde partij spelen. Identiek aan dubbelen.
2. Twee of meer klanken die als één programma in een synthesizer of sampler zijn geprogrammeerd.
LCD - (Liquid Crystal Display) Een venstertje met numerieke of grafische informatie om de bediening te vergemakkelijken. De display is gemaakt van materiaal wat op basis van een electrisch veld van kleur verandert.
Lead - (solo) Hoofdelement (meestal monofoon) in een compositie, dus hoofdmelodie of leadvocal. De term wordt ook gebruikt voor geluiden die zich goed lenen voor deze toepassing.
LED - (Light Emitting Diode) Klein controlelichtje om aan te geven of een bepaalde functie is geactiveerd of niet.
lfo - (Low Frequency Oscillator) Oscillator om bepaalde regelmatige veranderingen in een geluid te besturen, zoals vibrato, tremolo of autopan. De frequentie ligt meestal tussen de 1 en 75 Hz.
Limiter - (begrenzer) Speciale vorm van een compressor die ervoor zorgt dat het geluidsniveau niet boven de ingestelde grens kan komen.
Line in/out - Geluids in- of uitgang, die geschikt is voor aansluiting op een versterker/recorder (in het geval van een output), of apparatuur als een cd speler (in).
Low-pass - (laag doorlaat) Filter (bijv. in een synthesizer) waarbij alleen frequenties onder de ingestelde frequentie worden doorgelaten. Een High-cut filter is feitelijk identiek aan een low-pass filter.
Mapping - Het toewijzen van bepaalde klanken aan specifieke toetsen op het toetsenbord, bijv. om een drumkit of multisample samen te stellen.
Master - 1. Instelling of bedieningsknop die de uiteindelijke instelling bepaalt, zoals een masterfader op een mixer.
2. Apparaat dat het tempo bepaalt voor andere aangesloten apparaten, de ‘slaves’.
3. Aanduiding voor een kant en klare mix: de mastertape.
Mastering - Het achteraf bewerken van een eindmix met equalizers, compressie etc. De speciale studio’s die zich daar mee bezig houden, noemt men mastering studio’s.
Masterkeyboard - Keyboard, meestal zonder klankbron, dat dient om andere synths, modules etc. te bespelen.
Megabyte - (MB) Eenheid waarmee de grootte van bestanden wordt aangeduid. Een Megabyte is ongeveer een miljoen bytes (1024 kB, om precies te zijn).
Megahertz - Eenheid waarmee onder meer de snelheid van een processor wordt aangeduid. Een Megahertz is een miljoen Hertz. (De snelheid van processoren in meer recente computers wordt overigens al in Gigahertz/GHz aangeduid).
Midifile - Bestandsvorm voor muziek met midigegevens, die uitwisselbaar is tussen diverse computers en apparatuur.
Midikanaal - Soort label aan mididata waardoor ontvangende apparatuur ziet of die gegevens voor hem bedoeld zijn. Er zijn zestien kanalen per midi-aansluiting mogelijk.
Mini-jack - Soort plug die vaak wordt gebruikt bij (voornl. goedkopere) geluidskaarten. Dezelfde plug in een stereoversie wordt gebruikt voor de hoofdtelefoon aansluiting op bijna alle draagbare audio apparatuur.
Mix of mixdown - Het balanceren en van effecten voorzien van alle elementen in een compositie tot een kant en klaar eindresultaat.
Mixer of mengpaneel - Een apparaat of software programmamet een verzameling regelaars voor het bepalen van het niveau en het samenvoegen van geluid uit verschillende bronnen voordat ze naar een versterker of opname apparaat geleid worden.
Modeling - Digitaal model waarmee men een analoog proces probeert te simuleren. Voorbeelden zijn analog modeling (analoge synthese) en guitar-amp modeling (digitale simulatie van een gitaarversterker).
Modulatie - Het beïnvloeden van een bepaalde muzikale eigenschap met controlesignalen, zoals een lfo of midi controller boodschappen. Modulatie van volume noemt men bijv. tremolo, van frequentie vibrato etc.
Moederbord - Grote printplaat, waarop vrijwel alle centrale computeronderdelen bevestigd zijn.
Monitor - 1. Computerbeeldscherm.
2. Een luidspreker van hoge kwaliteit die bedoeld is voor in de muziekstudio.
3. Een aparte mix van een stuk muziek, bedoeld om een muzikant zijn partij optimaal te laten spelen, vaak ook monitormix genoemd.
4. Een hulpprogramma dat een specifieke in- of uitvoer kan laten zien (bijvoorbeeld een midi-monitor, die laat zien wat er nu precies bij de midi-ingang binnenkomt).
Mono - Eenkanaals audio, als tegenstelling tot stereo.
Monofoon - In staat om slechts een noot tegelijk voort te brengen.
Monotimbraal - In staat om slechts een klank tegelijk te produceren. In tegenstelling tot multitimbraal. (Hoeft niet per sé monofoon te zijn).
Mp3 - Bestandsformaat voor geluid, dat met een trucje (compressie) tot zo’n 90% minder ruimte inneemt dan het originele bestand. De prijs die je betaalt is een iets lagere geluidskwaliteit.
MPEG - (Motion Picture Experts Group) Speciale (ISO/IEC) standaard voor het coderen van Audio en Video.
MTC - (Midi Time Code) Synchronisatiemethode met behulp van midi messages.
Multiband compressor - Compressor waarin het signaal in drie of meer frequentiegebieden wordt verdeeld die elk door een afzonderlijke compressor worden behandeld.
Multiclient - Door meerdere programma’s gelijktijdig bruikbaar (bijvoorbeeld een audiokaart of midi-interface).
Multisample - Een klank die opgebouwd is uit meerdere samples die over het toetsenbord zijn verdeeld, om zo een natuurlijker sound te realiseren.
Multitasking - Eigenschap van een besturingssysteem: in staat om meerdere taken tegelijk uit te voeren.
Multitimbraal of multimode - In staat om meerdere klanken (timbres) gelijktijdig voort te brengen. Een specificatie die je vooral tegenkomt bij synthesizers en samplers.
Mute - Het volledig uitschakelen van (bijv.) een kanaal in een mixer.
Native - Bewerkingen die uitsluitend gebruik maken van de computer processor. In tegenstelling tot systemen die een insteekkaart gebruiken voor bewerkingen, zoals Protools, PowerCore en Pulsar.
Normaliseren - (normalize) Digitale functie waarbij het gehele signaal evenredig wordt versterkt tot het niveau waarbij de pieken in het signaal het maximaal toegestane niveau bereiken.
Offline - Niet realtime. Wordt gebruikt bij effecten en digitaal mixen. Een effect of de mix wordt berekend met de snelheid die de computerprocessor aan kan. Daarna kun je het resultaat pas horen. Op deze wijze voorkom je overbelasting van de computer. Tegengestelde van Online of realtime.
Optisch, Optische kabel - Verbindingskabel van glas of plastic die middels optische signalen digitale informatie transporteert. De aansluitplug heet Toslink.
Oscillator - Elektronische of digitale schakeling om (muzikale) trillingen op te wekken. De basis van analoge synthese.
Overdub - Het achteraf toevoegen van een partij aan een reeds eerder opgenomen muziekstuk.
Pan - (panorama) De positie die een geluid inneemt in het stereobeeld, dus ergens tussen links en rechts.
Parallelle poort - (printerpoort) Computeraansluiting die wordt gebruikt om gegevens naar een printer te sturen. Overigens ook vaak gebruikt voor het (stabiel) aansluiten van een midi interface.
Parameter - Instelling die invloed heeft op de opgewekte klank en die door de gebruiker gewijzigd kan worden.
Parametrische eq - Equalizer met beperkt aantal banden, waarbij de gebruiker de werkingsfrequentie en breedte (Q) zelf kan bepalen. Als de breedte niet kan worden bepaald spreekt men van semi-parametrische eq.
Patch bay - (steekveld) Centraal punt waarbij alle ins en outs van studioapparatuur of modulaire synthesizers samenkomen en men met korte kabels (patch cords) bepaalt welke signalen waar naartoe gaan, zoals bij een ouderwetse telefooncentrale.
PCI - (Personal Computer Interface) Gestandaardiseerd aansluitsysteem voor computerkaarten die bepaalde extra functionaliteit aan die computer verlenen, zoals een geluidskaart of een netwerk kaart.
Pentium - Naam van de meest bekende Intel cpu’s. Er bestaan diverse types: Pentium, Pentium Pro, Pentium II, Pentium III en de laatste versie, Pentium IV. Vaak ook aangeduid als P-III, P-IV etc.
Phaser - Effect waarbij een kopie van de input in fase verschoven wordt. Door die fasedraaiing in de tijd te variëren wordt een ‘psychedelisch’, bewegend soort filtereffect gecreëerd.
Physical modeling - Computerprogramma waarbij het gedrag van een muziekinstrument wordt geïmiteerd door de elementen die van belang zijn voor de klankopwekking en hun interactie, digitaal te simuleren.
Pitchbend - Midi-commando voor het buigen van noten, zoals we dat van de gitaar kennen. Ook vaak gebruikt voor het wiel waarmee dat commando opgewekt wordt (pitchbend wheel of pitch bender).
Plug-in - Klein stukje software dat niet zelfstandig werkt, maar extra mogelijkheden aan bestaande software toevoegt.
Polyfonie - Maximale hoeveelheid stemmen/noten die een apparaat gelijktijdig kan voortbrengen.
Portamento of glide - Speeltechniek waarbij de toonhoogte van een toon naar de andere glijdt. Tevens de naam van een midicontroller om die functie aan te zetten. Met ‘portamento time’ kan de ‘glijsnelheid’ worden ingesteld.
Potmeter - (draai potentiometer) Draaiknop waarmee een bepaalde waarde, zoals volume, wordt ingesteld. Functioneel vergelijkbaar met een fader.
Pre-delay - Instelling waarmee een galm met een bepaalde tijd wordt vertraagd ten opzichte van het originele signaal. Op die manier simuleert men een grotere ruimte en wordt het originele geluid niet gemaskeerd door zijn eigen galm.
Preset of factory preset - Voorgeprogrammeerde geheugenbank met een klank of effectinstellingen, die meestal niet door een veranderde versie kan worden vervangen.
Pro Tools - 1. audio opname en editting software van Digidesign
2. geluidskaarten met ingebouwde DSP van Digidesign die de Pro Tools software ondersteunen, maar die ook gebruikt kunnen worden in combinatie met andere software.
Processor - 1. Identiek aan cpu: de grote rekenchip in een computer.
2. Processoren kom je ook in andere apparaten tegen (soms waar je ze niet verwacht), of op uitbreidingskaarten, zoals high-end geluidskaarten.
3. Het woord Processor wordt ook gebruikt voor effect apparaten of de effectafdeling in bijvoorbeeld een synthesizer.
Program change - Midi commando waarmee een ander geluid of instelling kan worden gekozen.
Quantiseren of quantizen - Het verschuiven van gegevens, zoals noten naar vastgelegde gelijkmatige verdelingen (zoals kwartnoten), om de timing strak te maken.
RAM - (Random Access memory) Geheugen dat van inhoud veranderd kan worden door de gebruiker, applicaties of het besturingssysteem. In het geval van een computer verliest het zijn instellingen/inhoud na uitschakeling van de computer, in synthesizers of randapparatuur blijven deze behouden.
Randapparatuur - Apparaten die gebruikt worden om geluid te bewerken, zoals effecten, equalizers en compressors.
Ratio - Aanduiding voor hoe sterk een compressor werkt. Een ratio van bijv. 3:1 betekent dat de output van een compressor met een dB toeneemt voor elke drie dB toename van het inputsignaal.
Realtime - Exact zoals de gebeurtenissen verlopen zijn in de tijd: live.
Release - (uitsterftijd) De tijd die nodig is tot een geluid niet meer hoorbaar is. Komen we tegen bij galm en synthesizers, waar de tijd tussen loslaten van de toets en het niet meer hoorbaar zijn van de klank als release wordt aangeduid.
Renderen - Het omzetten van een soundfile en de bewerkingen die daarop moeten worden uitgevoerd, zoals eq, compressie en effecten, in een nieuwe soundfile
Resonantie - 1. Versterking van de afsnijfrequentie (cut-off) van een filter, waardoor bij hoge resonantiewaarden zelfs een sinustoon op die frequentie kan ontstaan.
2. Afwijkingen van een rechte frequentiekarakteristiek die veroorzaakt worden door grootte, vorm of constructie van een ruimte of behuizing.
Return - Inputs van een mixer die bedoeld zijn om de output van apparaten die hun input van de mixer ontvangen, zoals effecten en taperecorders op aan te sluiten.
Reverb - (galm) Algemene term voor het effect van galmende ruimten of de elektronische variant daarvan.
Rippen - (grabben) Het omzetten van tracks van een audio cd naar een Wave of Aiff file voor verdere bewerking op de computer.
ROM - (Read Only Memory) Geheugen dat niet door de gebruiker kan worden gebruikt voor het vastleggen van zijn eigen instellingen, maar bijvoorbeeld wordt gebruikt voor presets.
Routing - De wijze waarop een geluidssignaal door diverse apparaten of onderdelen van apparaten wordt geleid. Bij grotere mengpanelen of modulaire synthesizers gebeurt dit met patchkabels op een patchbay.
Sample - Een digitale opname van een, meestal kort, stukje geluid.
Samplefrequentie - (samplerate) Het aantal malen per seconde dat de sterkte van een geluidssignaal gemeten wordt. Hoe hoger de samplefrequentie, hoe hoger de kwaliteit van het eindresultaat. Cd’s hebben een samplefrequentie van 44,1 kHz (44.100 metingen per seconde).
Sampleplayer - (software) Synthesizer waarmee je samples gestemd over een toetsenbord kunt afspelen, maar niet kunt opnemen. Ook wel rom-players genoemd.
Sampler - Apparaat of softwareprogramma waarmee je samples kunt opnemen en afspelen en gestemd over een toetsenbord kunt verdelen.
Send - Draaiknop en output op een mixer waarmee men bepaalt hoeveel van welk kanaal naar een output gestuurd wordt. Meestal gebruikt om effecten van signaal te voorzien (aux send, effect send).
Sequencer - Hard- of Software, waarmee midi commando’s kunnen worden opgenomen, bewerkt, opgeslagen en afgespeeld. Software sequencers bieden die mogelijkheden ook voor geluid. Voorbelden zijn Cubase VST, Sonar en Logic Audio. In een sequencer kunnen meerdere sporen (tracks) worden gecombineerd, zoals bij een meersporen recorder.
Sinusgolf - (Sinewave) De simpelste golfvorm bestaande uit een grondtoon zonder boventonen
Slots - (uitbreidingsslots) Connectors in een computer, waarop uitbreidingskaarten kunnen worden aangesloten. De meeste moderne computers hebben zes of zeven slots, waarvan een ‘n AGP slot is (voor de videokaart) en de rest PCI.
Soft Knee - Werkingskarakteristiek van een compressor, waarbij de werking niet vanaf een bepaald signaalniveau (treshold) begint, maar over een gebied onder en boven de treshold langzaam naar de ingestelde ratio oploopt. Op die manier kan de werking van een compressor minder storend zijn.
Software - (programmatuur) Programma’s die een computer (of ander apparaat) een bepaalde taak laten vervullen. Software is niet alleen een tegenpool voor ‘Hardware’. Het is de nodige aanvulling om überhaupt iets met die hardware te kunnen doen.
Solo of Solo in Place - Knop op elk mixerkanaal waarmee alle andere inputs uitgeschakeld worden en men het ‘solokanaal’ afzonderlijk kan beluisteren.
Song Position pointer - (SPP) Midi synchronisatiesignaal waarmee diverse apparaten synchroon kunnen lopen.
Sound Manager - Onderdeel van het Apple besturingssysteem dat het opnemen en afspelen van geluid regelt.
Soundfont - (SF2) Type sample dat met veel geluidskaarten (voornamelijk SoundBlaster) kan worden gebruikt. Ontwikkeld door Creative Labs. Veel samplersoftware kan ook met dit bestandsformaat overweg.
Split - Verdelen van een keyboard in twee helften, waardoor men twee geluiden onafhankelijk kan spelen.
Stand-alone - Zelfstandig werkend. Gebruikt voor software (tegenovergestelde van plug-ins) of voor digitale apparatuur die niet afhankelijk is van een computer, zoals een harddiskrecorder.
Stepsequencer - Sequencer die niet live, maar uitsluitend door het invoeren van toonhoogte en lengte commando’s kan worden geprogrammeerd. Vaak kan dat via een ‘matrix’ van knoppen en lampjes, zoals op veel drumcomputers.
Surround - Algemene en wat verwarrende term voor alle weergavesystemen met meer dan twee luidsprekers/kanalen.
Sustain - 1. Stabiele fase in een volume- of filtercurve (envelope) waarin het niveau niet verandert tot de toon wordt beëindigd.
2. De mate waarin een aangeslagen snaar blijft doorklinken.
Symmetrisch - Professioneel aansluitsysteem voor audio met een negatieve en een positieve versie van een signaal. Met een trucje worden zo storingen tegengegaan. Werkt meestal met XLR pluggen of stereojacks.
Synchronisatie - Het in de pas laten lopen van twee apparaten zodat ze tegelijk starten, hetzelfde tempo aanhouden en tegelijk aan het einde van een liedje aankomen. Dat kan met SMPTE, Midi-Clock, Midi time code of Wordclock.
Synthesizer - Elektronisch muziekinstrument met kunstmatige klankopwekking. Meestal is de klank met diverse regelaars te beïnvloeden.
System-exclusive of Sys-ex - Mididata die gegevens voor een specifiek apparaat of instrument versturen en die ook alleen kunnen worden verwerkt door gelijksoortige apparaten. Meest gebruikt om klanken te archiveren/kopiëren.
Take - één opname uit een serie opnames van dezelfde partij, waarbij wordt getracht door herhaaldelijk of meermalen opnemen de beste uitvoering te realiseren..
TDM - (Time Division Multiplexing) Softwarealgoritme dat de basis vormt van de Pro Tools geluidskaarten van Digidesign. Een TDM-systeem is een computer met bijbehorende Digidesign Pro Tools kaarten.
TDM plug-ins - Plug-ins die speciaal geschreven zijn voor gebruik op TDM-systemen.
Tijdcode - (Timecode of TC) Klok/positie informatie in de vorm van uren:minuten:seconden:frames:subframes. Meestal in de vorm van SMPTE tijdcode, maar ook als midi messages (MTC).
Track - (spoor) Een spoor/partij in een meersporen omgeving, zoals een basspoor of een zangspoor. Wordt zowel voor audio als midi gebruikt. De term is ontstaan vanuit het gebruik van tapes met meerdere ‘sporen’ naast elkaar, die decennia lang in professionele en homestudio’s werden gebruikt.
Transistor - Een transistor is een klein elektronisch onderdeel, waarmee men een signaal kan versterken.
Tremolo - Regelmatige variatie van het volume, vaak met behulp van een lfo.
Treshold - (drempelwaarde) Signaalniveau waaronder of waarboven een bepaalde bewerking wordt gestart, zoals een compressor die begint te werken,of een noisegate die open gaat.
Trigger - Elektrisch signaal dat een bepaalde gebeurtenis start.
Tube - (ook valve of (radio-buis) Voorgangers van de transistor, die nog steeds gebruikt worden in sommige dure apparaten vanwege de prettige warme klank. De term wordt ook vaak gebruikt voor software die het geluidskarakter van buizen probeert te benaderen.
Tulpplug - (cinch) Kleine, ronde plug die wordt gebruikt om hifi componenten aan te sluiten, maar die ook bij geluidskaarten en bijv. dj mixers voorkomt.
Unisono - Hierbij worden alle beschikbare stemmen van een synthesizer gebruikt om dezelfde noot weer te geven, eventueel met een subtiele ontstemming (detune). Op die manier bereikt men een rijk en ‘vet’ geluid.
Update - Vernieuwde versie van een programma of besturingssysteem, waarin bepaalde problemen zijn verholpen en/of nieuwe mogelijkheden worden toegevoegd.
Usb - Aansluitsysteem waarmee hardware via een kabeltje op de computer kan worden aangesloten, zoals een muis, maar ook midi interfaces of geluidskaarten.
Utility - Klein programma of programmaonderdeel dat bepaalde handige, meestal niet-essentiële functies kan uitvoeren.
Vca - (Voltage Controlled Amplifier) Analoge schakeling waarmee volumes kunnen worden geregeld met behulp van een stuurspanning: eigenlijk een geautomatiseerde volumeknop dus. Wordt gebruikt in synthesizers (bestuurd via een envelope generator), compressors/gates en voor mixer automatisering.
Vcf - (Voltage Controlled Filter) Analoge schakeling waarmee een filter kan worden afgesteld met behulp van een stuurspanning. De stuurspanning wordt meestal geleverd door een envelope generator.
Vco - (Voltage Controlled Oscillator) Analoge klankopwekker, waarvan de stuurspanning (Control Voltage) de toonhoogte bepaalt.
Velocity - (aanslaggevoeligheid) Midi data die aangeeft hoe hard een toets is aangeslagen. Deze gegevens worden meestal gebruikt om volume en/of filterstand te variëren.
Vervorming - (distortion) Elke afwijking van de originele golfvorm. Vaak doelbewust opgewekt om een geluid een apart karakter te geven.
Vibrato - Regelmatige variatie in toonhoogte.
Vocoder - Schakeling waarmee men het karakter van de ene klank (modulator, bijvoorbeeld een stem of drumloop) dynamisch op een andere klank (carrier, bijvoorbeeld een strings- of brassklank) kan projecteren. De carrier lijkt te kunnen praten of de modulator lijkt te kunnen zingen.
VST - (Virtual Studio Technology) Steinberg’s term voor de studio in de computer, tevens een algemene standaard voor audio plug-ins.
Wah-wah - Effect waarbij een bandpassfilter met een lfo of een voetpedaal wordt bestuurd.
Wav, of Wave - Standaard bestandsformaat voor audio op de pc.
Wavetable - Synthesizerchip die werkt met een verzameling geluidssamples. De term slaat in principe op de manier waarop dit type synth het geluid opwekt, of eigenlijk de verzameling samples zelf.
WDM - (Windows Driver Model) Nieuw soort driver voor hardware, welke voor Windows XP gebruikers noodzakelijk is.
Wordclock - Digitaal synchronisatiesignaal, nodig om meerdere signalen digitaal samen te voegen zonder storingen.
Workstation - Combinatie van synthesizer, drumcomputer en sequencer plus effecten in een apparaat.
XLR of Cannon plug - Professionele, stevige connector met drie pinnen. Wordt gebruikt voor gebalanceerde analoge signalen en AES/EBU digitale signalen.