Kopie van `Aquo-lex - het waterwoordenboek`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.


Aquo-lex - het waterwoordenboek
Categorie: Milieu > water
Datum & Land: 20/02/2012, NL
Woorden: 7818


actieprogramma ruimte en cultuur, architectuur- en belvederebeleid
Afk.: ARC Def.: met dit actieprogramma versterkt de overheid de ruimtelijke kwaliteit van Nederland, door architectuur- en cultuurhistorisch beleid beter in te brengen in het ruimtelijk beleid

actiefslib installatie
Def.: type zuiveringsinrichting waarbij de zuiverende micro-organismen -het actief slib- zijn vermengd met afvalwater

actief slib
Def.: zuiverende biomassa in vlokvorm Toelichting: Dit is het slib, waarin bacteriën en beestjes voorkomen, die de (opgeloste) verontreinigingen in het rioolwater als voedsel gebruiken, waardoor deze uit het rioolwater worden verwijderd.

actief peilbeheer
Def.: peilaanpassing ten gevolge van peilbesluit actief realiseren Toelichting: niet wachten totdat gewenste drooglegging door maaivelddaling ontstaat.

actief kool
Def.: dit is het meest gebruikte adsorptiemedium, dat geproduceerd wordt door koolstofbevattende stoffen of celluloselagen zonder lucht te verhitten. Toelichting: Het heeft een heel erg poreuze structuur en wordt vaak gebruikt om organische materie en opgeloste gassen uit het water te verwijderen. Het ziet er hetzelfde uit als kool of turf. Het is beschikbaar in de vorm van korrels, poeder of blokken. In poedervorm heeft het de grootste adsorptiecapaciteit.

actief bodembeheer
Def.: met actief bodembeheer wordt beoogd nieuwe verontreiniging te voorkomen en waar nodig de bodemkwaliteit te verbeteren om de bodem geschikt te maken voor het gewenste gebruik. Toelichting: Het is aan gemeenten en provincies om invulling te geven aan actief bodembeheer. Om dit op een goede wijze te kunnen doen, dienen zij bodembeleids- en beheersplannen op te stellen. Ook kan bodemkartering zijn dienst bewijzen om tot een efficiënt bodemgebruik en grondtransport (met eventuele tijdelijk opslag bij een grondbank) te komen.

actief biologisch beheer
Def.: actief (door de mens) ingrijpen in een ecosysteem. Toelichting: Het wordt toegepast om een ecosysteem sneller te laten herstellen dan alleen via het uitdunnen van het brasembestand en uitzetten van jonge snoek, terwijl ook het uitzetten van natuurlijke processen mogelijk is.

actief beheer
Def.: het uitvoeren van werken als de aanleg van een infrastructuur en het bouwen van een zuiveringsinstallatie

actiecentrum cras
Def.: (actiecentrum voor) een taakgroep schade-experts die zich door actief en passief informatie vergaren richt op het verkrijgen van een totaaloverzicht van ontstane schade Toelichting: de schaderegistratoren bevinden zich in het actiecentrum CRAS

actiecentrum
Def.: de plaats van waaruit een dienst of organisatie de eigen bijdrage aan de rampbestrijding regelt Toelichting: het actiecentrum is gevestigd bij de grote kerk.

acrylonitril butadieen styreen
Afk.: ABS Def.: kunststof materiaal dat onder andere wordt gebruikt voor de fabricage van surfplanken.

acoustic doppler current profiler
Afk.: ADCP Def.: akoestisch meetinstrument dat gebruikmaakt van het dopplereffect om een stromingsprofiel (stroomsnelheid en -richting) op elke diepte) van de waterkolom op te maken.

achterschip
Def.: deel van het schip achter de grootste breedte Toelichting: doorgaans achter de mast.

achterpiek
Def.: de ruimte tussen achtersteven of spiegel en het achterste waterdichte schot.

achterloopsheid
Def.: lekstroom achter een constructie om Toelichting: Bij een strandhoofd treedt achterloopsheid op als tussen de landwaartse beëindiging van het strandhoofd en het duin of de duinvoetverdediging relatief gemakkelijk water kan stromen.

achterlandverbinding
Def.: de transportverbinding tussen havens en regio†™s in het achterland.

achterland
Def.: het gebied dat materiaal levert waarmee elders een nieuw pakket van afzettingsgesteenten wordt opgebouwd.

achterland
Def.: het gebied aansluitend aan de landzijde van de waterkering.

achtergrondwaarde
Syn.: achtergrondconcentratie Def.: in het kader van bodemverontreiniging meestal het van nature in de bodem aanwezige gehalte aan verontreinigende stoffen. Toelichting: In Vlaanderen is de achtergrondwaarde aan de hand van het Bodemdecreet vastgelegd. In Nederland wordt de achtergrondwaarde veelal door lokale en provinciale overheden vastgelegd, voor zover deze boven de streefwaarde ligt. Achtergrondwaarden zijn gedifferentieerd naar type substraat

achtergrondvertroebeling
Def.: vertroebeling buiten invloed van de baggeractiviteit als gevolg van plaatselijk sedimenttransport, hydrologische- en meteorologische omstandigheden, passerende schepen, het aan- en afmeren van beunbakken e.d.

accumulatie
Def.: ophoping Toelichting: Wanneer een opname van (gif)stoffen groter is dan de afbraak of uitscheiding, treedt accumulatie op. Dit kan ook optreden als de bodem meer van een stof ontvangt dan dat er verdwijnt door uitspoeling, afbraak of opname door gewassen.

accord européen relatif au transport international des marchandises dangereuses par voie de navigation du rhin
Afk.: ADNR Def.: reglement voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de Rijn

accommodatie
Def.: benaming van de ruimten aan boord van het schip uitsluitend ten behoeve van de opvarenden.

academische titel
Def.: een formeel via het staatsblad gepubliceerde aanduiding van een wetenschap gelijke of andere graad van opleiding welke bij aanschrijving vooraf gaat aan de voornamen (dan wel de daarvan afgeleide naamgegevens) dan wel volgt op de achternaam.

actualisatie-onderzoek
Def.: onderzoek dat wordt uitgevoerd om te controleren of oudere gegevens van de kwaliteit van de waterbodem nog geldig zijn.

actualiteit
Def.: datum laatste update in verhouding tot aantal wijzigingen per tijdseenheid (of mate van wijzigingen). Toelichting: BV: Gegevens zijn 1 jaar geleden opgenomen, er zijn 100 wijzigingen in een jaar, dus op 1 juli ongeveer 50 incorrecte coderingen óf Hoogtebestand is 5 jaar oud, bodemdaling is ongeveer 1 mm per jaar dus de hoogtes zijn ongeveer 0.5 cm te hoog.

actueel grond- en oppervlaktewaterregime.
Afk.: AGOR Def.: Toelichting: het AGOR beschrijft de actuele stand van situatie op een bepaalde plek. Het betreft een inventarisatie van de hydrologische toestand in relatie met de omgeving.

actuele evapotranspiratie
Syn.: verdamping (totale actuele) Def.: combinatie van de werkelijke verdamping uit bodem en wateroppervlak en de werkelijke transpiratie uit de vegetatie. Toelichting: De actuele evapotranspiratie is per definitie kleiner of gelijk aan de huidige evapotranspiratie. De actuele evapotranspiratie varieert met de bodemomstandigheden, bodemvocht en vegetatie.

actuele gebruiksfunctie
Def.: wijze waarop een gebied door de mens is aangewend. Toelichting: - voorzien in leefomgeving ; - voorzien in grondstoffen voor drinkwater-landbouw-industrie ; - voorzien in bodemvruchtbaarheid ; - voorzien in genenmateriaal ; - voorzien in recreatiemogelijkheden

actuele hoogte bovenkant leiding
Def.: de meest recent ingewonnen hoogte van de buitenzijde van de bovenkant van de leiding in meter ten opzicht van het normaal amstersdam peil op de locatie waar monitoring plaatsvindt middels een zakbaken terhoogte van de vervangende damwand.

actuele risico's
Def.: de daadwerkelijk optredende risico†™s van een aanwezige verontreiniging voor mens en milieu, waarbij rekening wordt gehouden met het feitelijk gebruik van de locatie door de mens, de aanwezige soorten in het ecosysteem en lokaal optredende verspreidingsprocessen met betrekking tot het grond- en oppervlaktewater.

actuele sterkte
Def.: huidige werkelijke sterkte

actuele sterkte
Def.: sterkte op moment van beoordeling

actuele sterkte
Def.: verantwoorde schatting van de werkelijk ter plaatse van dijk en directe omgeving aanwezige schuifsterkte, ontleend aan voorkennis omtrent gedrag van dijk tijdens hoogst gemeten belastingomstandigheden., lab. onderzoek. aan lokaal gestoken monsters en-of terreinonderzoek.

acute toxiciteit
Def.: giftigheid van een stof na eenmalige toediening

acute toxiciteittoets
Def.: toets waarbij de mogelijke gevolgen van de blootstelling aan hoge concentraties of de toediening van hoge doseringen van een toxische stof binnen een kort tijdsbestek ten opzichte van de levensduur van de soort worden onderzocht. Toelichting: De maat waarin acute-toxiciteit wordt uitgedrukt, is meestal de LC50 of de LD50.

adsorptiecomplex
Def.: het totaal van de klei- en humusdeeltjes in de bodem die betrokken zijn bij het adsorptie-desorptieproces.

adsorptiefilter
Def.: een afscheider die zorgt voor adsorptie van verontreinigingen aan reactieve deeltje Toelichting: Voorziening waarbij het water door filtermateriaal met goede absorberende eigenschappen stroomt. Bij absorptie neemt het filtermateriaal de verontreinigingen op en houdt deze vast. Absorptie in het substraat bepaalt de zuiverende werking van absorptiesystemen. Bij een fijnkorrelig absorptiemateriaal kunnen ook zwevende delen in het filter achterblijven. De kans op verstopping is dan groot. Om verstopping van het absorptiemateriaal te voorkomen, moet het door het absorptiemateriaal stromende water zo min mogelijk zwevende delen bevatten. Stoffen die absorptiefilters kunnen afvangen zijn: - minerale oliën en vetten ; - aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xyleen) ; - koolwaterstoffen waaronder PAK ; - zware metalen ; - bestrijdingsmiddelen

adsorptie
Def.: de hechting van verbindingen in oplossingen aan het oppervlak van vaste stoffen. Toelichting: Vastlegging van stoffen aan grensvlak.

adres
Def.: de gegevens over een adres Toelichting: De bovengenoemde opbouw van het adres is gebaseerd op het GBA, het Besluit Standaard adressering en het STUF-WOZ.

admiralty charts
Def.: zeekaarten uitgegeven door het Britse Hydrographic Department of the Admiralty.

admiraalzeilen
Def.: manoeuvre van eskaders zeiljachten onder aanvoering van een gekozen `admiraal'. Toelichting: Vroeger een beveiligende konvooieringsmaatregel voor koopvaardijschepen. Wordt door tal van watersportverenigingen in ere gehouden als sportief evenement.

administratief voorschrift
Def.: een administratieve eis, vermeld in de wvow-vergunning

administratief verslag
Def.: vastlegging (handmatig of geautomatiseerd) over overschrijdingen van termijnen die in vergunningen of in algemene regels opgenomen zijn.

administratief stuurgegeven
Def.: een administratieve eis vastgelegd in een bij een algemene regel behorend eisenpakket Toelichting: Dit betreft altijd een rapportageverplichting.

administratief gebied
Afk.: Administratief geb. Def.: een niet tastbaar begrensd grondoppervlak dat als eenheid geldt voor bestuurlijke verantwoordelijkheid, voor bedrijfsvoering, waarbinnen een specifieke rechtsverhouding te onderscheiden is of waarvoor een specifieke functie of bestemming geldt. Toelichting: Het begrip administratief gebied wordt derhalve gebruikt als verzamelterm voor vele verschillende soorten gebieden. In de praktijk zal men vooral geïnteresseerd zijn in de ligging van de verschillende gebieden op de kaart (geometrie). Heeft een relatie in Rol subject.

administratief beheer
Def.: het verwerken van bedrijfsgegevens, het registreren en documenteren van correspondentie, financieel beheer en de administratieve organisatie van deze bedrijfsfunctie

adenovirussen
Def.: virussen met een dubbele DNA-streng Toelichting: Ze infecteren in de eerste plaats kinderen en veroorzaken luchtweginfecties als kroep en bronchitis, longontsteking, ooginfecties en gastro-enteritis. Mensen met een slecht werkend immuunsysteem krijgen vaak last van de ernstiger symptomen van deze infectie. Er zijn 49 virussen bekend. De virussen worden allen overgedragen door middel van direct contact, en uitgescheiden via de ontlasting. Een aantal wordt via het water overgedragen. Niet alle besmette personen vertonen symptomen en het kan jaren duren voordat het virus actief wordt. Adenovirussen zijn minder gevoelig voor behandeling met chemische of fysische desinfectiemiddelen of een verandering van pH. Hierdoor kunnen ze gedurende langere tijd overleven buiten het lichaam van een gastheer.

adellijke titel - predikaat
Syn.: predikaat Def.: een niet tot de naamgegevens behorende aanduiding die de persoon erfrechtelijk krijgt toegekend of anderszins verkrijgt Toelichting: Van de bovengenoemde termen zijn 'jonkheer' en 'jonkvrouw' predikaten, terwijl de andere adellijke titels zijn. Het logische ontwerp van de GBA geeft de volgende definitie: 'Een tot de naam (bij adellijke titel geslachtsnaam, bij predikaat voornaam) behorende omschrijving die voorkomt in tabel 38 (Adellijke titels en predikaten) van de Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens (GBA)'.

additionele berging
Def.: extra berging t.o.v. het verhard oppervlak. Vaak toegepast bij berekening volgens de 5 minuten analyse.

adult
Syn.: volwassen dier Def.: volwassen of geslachtsrijp dier

advectie
Def.: transport van opgeloste stof door meevoering met de grondwaterstroming.

advectie
Def.: het proces waarbij een atmosferische grootheid wordt getransporteerd door de horizontale beweging in de atmosfeer (wind). Toelichting: Ook de verandering per tijdseenheid in de waarde van een zekere grootheid X op een zeker punt, waarbij u en v de windcomponenten zijn in x- en y-richting

adventiefwortels
Def.: wortels die ontstaan aan bovengrondse plantedelen, onder invloed van bijzondere omstandigheden Toelichting: Bijzondere omstandigheden zijn bv overstroming. Door middel van deze wortels kunnen planten voedingsstoffen en zuurstof opnemen uit het water. De opbouw van deze wortels verschilt dan ook sterk van gewone wortels

adventus
Def.: standaard met afspraken over de opslag en definitie van de gegevens over water. Is opgevolgd door Aquo.

advies
Def.: datgene wat men tegen een ander zegt om hem te helpen. Ook: raad, raadgeving, aanbeveling

adviesaanvraag
Def.: de aanvraag van een advies met als doel te komen tot een beslissing ter ondersteuning van de gebruiksfuncties van een watersysteem

adviesdienst verkeer en vervoer
Afk.: AVV Def.: Toelichting: De adviesdienst Verkeer en Vervoer (AVV) is een van de zes specialistische diensten van het Directoraat-generaal Rijkswaterstaat van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat. De AVV zorgt voor deskundige en tijdige inbreng van kennis bij de ontwikkeling en uitvoering van het rijksbeleid voor het verplaatsen van personen en goederen.

adviesgroep
Afk.: AVM Def.: orgaan samengesteld uit alle betrokken overheden en belangengroep dat de dijkbeheerder (initiatiefnemer in MER-procedure) adviseert over verbeteringsproject. De adviesgroep neemt geen besluiten.

adviseur
Def.: organisatorische eenheid of derde die advies geeft op grond van specifieke kennis

afvoergebied
Def.: een cluster van peilgebieden met als gemeenschappelijk kenmerk dat ze via een gemeenschappelijk punt hun water lozen op een hoofdsysteem. Toelichting: wat men vroeger, in bemalen Nederland, een polder noemden. Voert af op bv boezem, rivier of kanaal. STONE-mensen stellen afvoergebied synoniem aan afwateringseenheid. Dit is niet juist.

afvoerend oppervlak per inwoner
Def.: per inwoner aanwezig afvoerend oppervlak (m2 - inwoner) binnen een rioleringsgebied

afvoerfrequentie
Syn.: afvoeroverschrijdingfrequentie Def.: het aantal keren dat een bepaalde afvoer in een zekere periode wordt bereikt of overschreden.

afvoeren (van regenwater)
Def.: afvoeren is het mechanisme, waarbij regenwater via goten, leidingen en-of waterlopen buiten de gebiedsgrenzen wordt gebracht. Toelichting: IBOS maakt onderscheid in afvoer naar oppervlaktewater en afvoer naar een rwzi.

afvoeren
Def.: het door middel van een werk of langs natuurlijke weg brengen of laten stromen van water uit een oppervlaktewater naar een ander oppervlaktewater.

afvoerduurlijn
Def.: grafische weergave waarin de afvoer is afgezet tegen het aantal dagen per jaar dat de betreffende afvoer wordt bereikt of overschreden.

afvoercoëfficiënt
Def.: coëfficiënt die bij de berekening van de afvoer over en door kunstwerken de gevolgen van onvolkomenheden in de schematisatie van de waterbeweging compenseert.

afvoercapaciteit
Def.: de hoogste afvoer die onder bepaalde omstandigheden een waterloop of kunstwerk kan passeren.

afvoerbare neerslag
Syn.: overtollige neerslag ; effectieve neerslag Def.: deel van de netto neerslag dat oppervlakkig of ondergronds tot afvoer komt in het oppervlaktewater.

afvoer tussen de oevers
Def.: afvoer bij de hoogste waterstand tussen de oevers.

afvoer
Afk.: Q ; AFVR Def.: debiet uit een gebied.

afvloeiingscoéfficient
Def.: berekeningsfactor waarmee de berekende verharde oppervlakken moeten worden vermenigvuldigd. De factor is afhankelijk van het type verharding. Toelichting: De factor is afhankelijk van het type verharding

afvalwatertransportwerk
Syn.: aansluitleiding Def.: een verbinding met dezelfde diameter (segmenten) tussen gemeentelijke riolen en rioolwaterzuiveringsinstallaties alsmede zuiveringswerken niet zijnde rioolwaterzuiveringsinstallaties (persleidingen c.a., ontluchtingspunten, overstortpunten en rioolgemalen). Toelichting: In dit kader wordt onder afvalwater tevens verontreinigd hemelwater verstaan.

afvalwaterkelder
Def.: kelder of put voor de verzameling van rioolwater in een rioolgemaal

afvalwaterstroom
Def.: een volgens het lozingsschema afzonderlijke stroom van afvalwater die al dan niet een lozingsobject verlaat en die bij verlaten van het lozingsobject valt onder een lozing als bedoeld onder artikel 1 van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren Toelichting: De afvalwaterstromen worden onderscheiden en genummerd of gecodeerd op het lozingsschema zoals dat voor het lozingsobject is samengesteld. Onderscheiden worden ondermeer de volgende soorten afvalwaterstromen: huishoudelijk afvalwater, procesafvalwater, koelwater, bedrijfsafvalwater en verontreinigd hemelwater. Dit kenmerk wordt overigens bij de entiteit lozing.punt vastgelegd (zie gegevenselement soort geloosd water).

afvalwaterbehandeling door derden
Def.: het laten verwerken van afvalwater afkomstig uit het beheersgebied van andere beheerders van afvalwaterzuiveringsinstallaties.

afvalwater kwaliteitsmodel
Def.: model wat de stroming en concentratie van diverse indicatoren van de vervuilingvracht in afvalwater kan simuleren zoals dit door de riolering stroomt.

afvalwater
Def.: water dat wordt geloosd door huishoudens, bedrijven en instellingen.

afvalwater
Def.: vloeibare afvalstoffen die via het riool of per as aangevoerd worden. Toelichting: Verontreinigd, ongezuiverd water.

afvalwater
Def.: water dat na gebruik overblijft en biologisch, chemisch of thermisch is verontreinigd

afvalstof
Def.: restproduct van een proces

afvalstroomformulier
Def.: formulier waarmee toestemming wordt verleend voor het ontdoen van bedrijfsafval of gevaarlijk afval.

aftuigen
Def.: de tuigage van de boot afnemen. Toelichting: Ook wel gebruikt voor afslaan, dus alleen de zeilen afnemen.

aftapput
Def.: put waarin een leiding of vat kan worden afgetapt

aftapafsluiter
Def.: het afsluiten van aftapleiding

afstromingdiepte
Def.: het afstromingvolume uit een stroomgebied, gedeeld door de oppervlakte over een specifieke tijd.

afstromingdiagram
Def.: een grafische weergave van de hydrologische situatie in een gebied.

afstemming
Def.: de wijze waarop sector en facetplannen in overeenstemming met elkaar worden gebracht, zowel horizontaal als diagonaal.

afstroming
Def.: het transport van water uit een bepaald (stroom-)gebied.

afstandsbediening
Def.: bediening waarbij technische hulpmiddelen nodig zijn om zicht te hebben op het te bedienen object omdat het personeel niet direct bij het object is gehuisvest

afstandsaanduiding overige punten
Syn.: Afstandsaanduiding lozing--onttrekking--afvoer--aanvoerpunt ; Afstandsaanduiding meetlocatie ; Afstandsaanduiding meetpunt Def.: de langs het hart van een water in lengterichting gemeten afstand tussen het in het hart van het water gelegen getransponeerde punt, enerzijds en anderzijds het vastgestelde nulpunt van dit water

afstandsaanduiding knooppunt
Def.: de langs het hart van een water in lengterichting gemeten afstand tussen het in het hart van het water gelegen virtuele knooppunt enerzijds en anderzijds het vastgestelde nulpunt van dit water Toelichting: De lengte van een vak kan worden berekend op grond van de afstandsaanduiding van het bovenstrooms en benedenstrooms knooppunt van dit vak. De lengte van een vak is de absolute waarde van de berekende afstandsaanduiding. Wanneer er echter sprake is van een netwerkstructuur, kan het zijn dat het bovenstroomse knooppunt niet overeenkomt met het beginpunt (oorsprong) van de waterloop. De feitelijke lengte wordt dan fout berekend.

afstandsaanduiding dijkpaal
Def.: de langs de referentielijn van een waterkering gemeten afstand tussen locatie van het object enerzijds en anderzijds het vigerende referentiepunt Toelichting: Het vigerende referentiepunt voor een afstandsaanduiding betreft het vastgestelde nulpunt van een waterkering of het in de referentielijn gelegen getransponeerde punt van de dijkpaal die het dichtst bij het snijpunt van de referentielijn met het dwarsprofiel is geplaatst

afstandhouder
Def.: kunststof of metalen element dat tussen toplaagelementen wordt aangebracht om het open-ruimtepercentage te vergroten.

afstandaanduiding meetpunt
Def.: de langs het hart van een water in lengterichting gemeten afstand tussen het in het hart van het water gelegen getransponeerde centrale punt van het meetpunt enerzijds en anderzijds het vastgestelde nulpunt van dit water.

afstandaanduiding kabel - leiding
Def.: de langs de referentielijn van een oppervlaktewater of een waterkering gemeten afstand tussen het in de referentielijn gelegen getransponeerde punt van de kabel of leiding enerzijds en anderzijds het vigerende referentiepunt Toelichting: De richting van de (oplopende) hectometrering die op het oppervlaktewater of de waterkering van toepassing is, is bepalend voor het benoemen van de begrenzing van een kabel of leiding. Bij de bedoelde benoeming wordt aangeduid wat het beginpunt van een kabel of leiding is. Het vigerende referentiepunt voor een afstandsaanduiding betreft bij een waterkering het vastgestelde nulpunt of het in de referentielijn gelegen getransponeerde punt van de dijkpaal die het dichtst bij het beginpunt van een kabel of leiding is geplaatst.

afstand tot obstakel
Def.: afstand van het obstakel tot de binnenkant van de kantstreep (bij afwezigheid van een kantstreep: de afstand van het obstakel tot de kant van de verharding)

afstand tot nulpunt waterkering
Def.: de langs de referentielijn van een oppervlaktewater of een waterkering gemeten afstand tussen het in de referentielijn gelegen getransponeerde centrale punt van de dijkpaal enerzijds en anderzijds het als zodanige vastgestelde nulpunt van de waterkering

afsnijding
Def.: direct kanaal, natuurlijk of kunstmatig, die twee punten langs een stroom verbindt, zodat de lengte van de verbinding korter wordt en het verhang toeneemt.

afsnijden
Def.: beëindigen van de teelt door het wegtrekken van de vis. Toelichting: rood-voor-afsluitingsfase of RVA-fase