Kopie van `Aquo-lex - het waterwoordenboek`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.


Aquo-lex - het waterwoordenboek
Categorie: Milieu > water
Datum & Land: 20/02/2012, NL
Woorden: 7818


berekende waarde
Syn.: berekend Def.: de waarde is het resultaat van een berekening

berekende overstortfrequentie lozingspunt
Def.: het theoretisch gemiddeld aantal keren dat per jaar een overstorting plaatsvindt bepaald op basis van een hydraulisch modelberekening met een meerderjarige (37) regenreeks van Kuipers Toelichting: De overstortfrequentie beperkt zich tot riooloverstorten. Wat deze werken betreft is het de doelstelling een overstortfrequentie van gemiddeld maximaal zes maal per jaar binnen een bepaald rioolbemalinggebied te bereiken.

bereikbaarheid
Def.: bereikbaarheid is één van de vier thema†™s binnen Wegbeheer. De mate waarin een bepaald gebied bereikbaar is vanuit andere gebieden. De voornaamste kenmerken hebben betrekking op de verplaatsingen (relaties) tussen de gebieden, de snelheid en betrouwbaarheid van die relaties en de toegankelijkheid. De kwaliteit van de bereikbaarheid wordt bepaald met het criterium trajectsnelheid.

bereidheid tot betalen
Def.: een financiële maatstaf voor de waarde die een consument, producent of de maatschappij bereid is te betalen om te kunnen beschikken over een specifieke hoeveelheid of kwaliteit van een zeker goed of dienst. Toelichting: Zoals water

beregening
Syn.: besproeiing Def.: irrigatiemethode waarbij het veld wordt besproeid.

beplanting
Def.: natuurlijke vastgoedobjecten in lijnvormig en-of puntvormig voorkomen Toelichting: Onder natuurlijke vastgoedobjecten wordt verstaan het gewas waarmee de grond beplant is.

beperkt certificaat maritieme radiocommunicatie
Afk.: Marcom-B Def.: het basiscertificaat, uitgebreid met een GMDSS-module.

bepalingsgrens
Def.: laagste of hoogste waarde van de grootheid waarvan het meetresultaat met een bepaalde nauwkeurigheid kan worden vastgesteld. Toelichting: Besluit bodemkwaliteit: Laagste kwantificeerbare gehalte van een parameter, dat voor bouwstoffen overeenkomt met drie maal de aantoonbaarheidsgrens en voor bodem, grond en baggerspecie is opgenomen in bijlage L.

bepaling vergunning
Def.: een bepaling geeft de relatie aan tussen vergunningen, objecten - administratieve gebieden (ten behoeve van kadastraal. perceel.) en relevante bepalingen Toelichting: In geval van een bijzondere bepaling kan een specifieke waarde voor de parameter per bepaling worden opgeslagen. In deze koppeltabel wordt per vergunning aangegeven welke relaties er zijn met de verschillende objecten (of administratieve gebieden: kadastraal. perceel.) en welke bepalingen van wetten, regelgevingen en verordeningen hierop van toepassing zijn. Bij bijzondere bepalingen kan tevens een parameterwaarde worden opgeslagen.

beoordelingsspoor
Def.: het geheel van te toetsen object (waterkering-kunstwerk), toetsaspect en belasting van het object. Toelichting: Een beoordelingsspoor resulteert per dwarsprofielsegment in een toetsresultaat.

beoordelingsschema
Def.: opeenvolging van stappen waarmee voor een beoordelingsspoor het toetsingsresultaat kan worden bepaald.

beoordelingsspoor
Def.: eén van de aspecten aan de hand waarvan de toetsing op veiligheid van de waterkering wordt uitgevoerd.

beoordelingsniveau
Def.: moeilijkheidsniveau van een toetsingsstap ten aanzien van rekenregels of gegevensinwinning.

beoordelingsprofiel
Def.: denkbeeldig minimum profiel van gedefinieerde afmetingen dat binnen het werkelijk aanwezige profiel van een dijk moet passen. Toelichting: Dit profiel wordt gebruikt ten behoeve van het beoordelen van de veiligheid van bestaande dijken op de aanwezigheid van niet-waterkerende objecten. Het mag in het algemeen niet worden doorsneden door verstoringzones van niet-waterkerende objecten.

benutting
Def.: infrastructurele maatregelen die zijn gericht op een beter gebruik van het bestaande hoofdwegennet. Toelichting: Voorbeeld: spitsstrook.

benzeen
Afk.: C6H6 Def.: organische-chemische vluchtige verbinding (C6H6), die behoort tot de aromatische koolwaterstoffen

benutten (van regenwater)
Syn.: benutting Def.: benutten is het mechanisme waarbij regenwater wordt gebruikt als spoelwater voor toiletten, koelwater voor productieprocessen, gietwater voor gewassen, bluswater Toelichting: Benutting van regenwater draagt bij aan de reductie van afvoerpieken. Benutting van regenwater kan voor laagwaardige toepassingen van drinkwater tevens bijdragen aan drinkwaterbesparing. U kunt het regenwater benutten voor de tuin of in het huishouden voo

bentoniet
Def.: kleimineraal Toelichting: hoog zwel- en absorptievermogen en een zeer lage doorlatendheid

bentivoor
Def.: benthoseter

benthos
Def.: dierlijk leven op bodem van wateren

benthos
Def.: de zeebodem.

benthisch
Def.: op of in substraat levend Toelichting: Substraat is veelal de waterbodem

Benelux middengebied
Afk.: BMG Def.: Toelichting: Benelux Middengebied (BMG) is de benaming voor een Vlaams-Nederlandse Euregio. Het omvat de Vlaamse provincies Antwerpen, Vlaams-Brabant en Limburg, en de Nederlandse provincies Noord-Brabant en Limburg. Deze Euregio kent ruim zes miljoen inwoners.

Benelux economische unie
Afk.: BEU Def.: Toelichting: een vrij verkeer van personen, goederen, kapitaal en diensten tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden, als mede de coördinatie van het economische, financiële en sociale beleid en het aanvaarden en voeren van een gemeenschappelijk beleid in de economische betrekkingen met derde landen en inzake de daarmee verband houdende betalingen.

benedenrivierengebied
Def.: een gebied waar de waterstand van de rivier wordt bepaald door de waterstand op zee en de rivierafvoer Toelichting: Voor Nederland: Het door Rijn en Maas gevoede rivierengebied ten westen van de lijn Schoonhoven - Werkendam - Dongemond, inclusief Hollands Diep en Haringvliet, zonder de Hollandse IJssel. Tijdens grote afvoergolven ondervinden de waterstanden een significante invloed van de waterstand op de Noordzee als gevolg van een zware storm. De getijhoogwaterstijging is hier van belang.

benedenrivier
Def.: het gedeelte van een rivier met een constante stroomrichting dat een verticale getijbeweging heeft.

benedenpand
Def.: deel van een rivier dat door het lage gedeelte van het stroomgebied stroomt en uitmondt in een andere rivier of in zee. Dit gedeelte staat onder invloed van eb en vloed.

benedenloop
Def.: het gedeelte van een rivier (waterloop) in het lage deel van het stroomgebied. Toelichting: Doorgaans vindt hier overwegend sedimentatie plaats.

benedengrens
Def.: de minimale waarde waar iets aan moet voldoen

benedenbeloop
Def.: deel van het talud tussen teen en buitenberm.

beneden de wind
Def.: aan de kant waar de wind naartoe blaast.

bemonsteringsinterval
Def.: afstand (in ruimte of tijd) tussen 2 metingen (=monsters) van een continu signaal. Toelichting: 1 - meetdichtheid. Interval uitgedrukt in een eenheid, bijvoorbeeld 4 meter.

bemonsteringsmethode
Syn.: bemonsteringswijze Def.: wijze waarop een monster genomen is, ten behoeve van een later uit te voeren analyse. Toelichting: Vaak is dit de verwijzing naar een document, bijvoorbeeld een NEN-norm, voorschrift of protocol, waarin de toegepaste methode is beschreven

bemonsteringshoogte
Def.: hoogteligging van een sensor of een monstername ten opzichte van een vergelijkingsvlak. Toelichting: In DONAR uitgedrukt in centimeters.

bemonsteringsapparaattype
Syn.: monsternameapparaat Def.: apparaat voor het nemen van monsters (waarmee een bemonstering van een parameterreeks uitgevoerd wordt) Toelichting: Deelverzameling van veldapparaattype. Bij voorbeeld een Steekbuis met een lengte van 200 cm en een diameter van 5 cm of een Van Veenhapper met een oppervlak van 0.0910 m2

bemanning
Def.: op een koopvaardijschip alle opvarenden die een arbeidsovereenkomst met de reder hebben en geen passagier zijn.

bemonsteren
Def.: het verkrijgen van een representatief monster ten behoeve van het analyseren van het afvalwater of slib

bemalingleiding
Def.: buis of samenstel van buizen waardoor water onder druk wordt getransporteerd

bemalinggebied planningsmodel
Def.: type model gebruikt voor het geven van een overzicht van een specifiek afwateringsgebied. Toelichting: Kan een enkel stroomgebied zijn of onderdeel van een groter stroomgebied.

bemalinggebied
Def.: een gebied waaruit het overtollige water door middel van een gemaal wordt verwijderd.

beluchtingelement
Def.: apparaat dat zorgt voor de verdeling van lucht in fijn verdeelde vorm in afvalwater

bemalen
Def.: het verwijderen van overtollig water door middel van een gemaal.

beluchtingcircuit
Def.: aëratietank in de vorm van een omloopreactor

beluchten
Syn.: aeratie Def.: het op het juiste moment met, de juiste hoeveelheid lucht of zuurstof in aanraking brengen van actief slib

beloodsing
Def.: voor de kust van Oostende en Westkapelle zijn opstapplaatsen voor zeeloodsen. Bij Vlissingen nemen rivierloodsen het roer over. Loodsplicht geldt voor schepen langer dan 80 meter. Via een walraderketen langs de Westerschelde is †˜loodsen op afstand†™ mogelijk. Loodsen hebben kennis van getijden, stromingen, vaargeulen en communicatieprocessen in de havens. Toelichting: Voor de Belgische havens geldt geen loodsdwang. Loodstarieven worden in overleg met de ministeries (NL en Be) bepaald. Tarieven en loodsplicht staan tegenwoordig ter discussie (2001).

bellenscherm
Def.: een installatie over de bodem van een waterloop om twee soorten van met elkaar in open verbinding staande oppervlaktewateren te scheiden of om de waterkwaliteit van een oppervlaktewater te verbeteren door middel van luchtbellen

beleidsvoorbereiding en -evaluatie
Def.: werksoort die de ondersteuning bij de beleidsvoorbereiding, de voorbereiding van strategische beleidskeuzen en beleidsevaluaties betreft. Het gaat hierbij o.a. om bijdragen aan de voorbereiding van de grote nota's als Structuurschema Verkeer en Vervoer (SVV), 4e Nota Waterhuishouding (NW4) en Meerjarenplan Verkeersveiligheid (MPV).

beleidsvisie recreatietoervaart nederland
Afk.: BRTN Def.: beleidsvisie uitgebracht door de SRN, Stichting Recreatietoervaart Nederland in 1997 en in 2000.

beleidsplannen
Def.: document, waarin (landelijk) vastgesteld beleid met haar doelen en benodigde middelen is opgenomen.

beleidsteam
Def.: orgaan, waarbinnen onder voorzitterschap van de burgemeester of Commissaris der Koningin besluitvorming, beleidsbepaling en beleidscoördinatie plaatsvindt.

beleidsplan drink- en industriewatervoorziening
Afk.: BDIV Def.: Toelichting: een beleidsplan, omvattende de hoofdlijnen en beginselen van het beleid ter verzekering van een goede drink- en industriewatervoorziening. Het beleidsplan geeft inzicht in de ruimtelijke aspecten van het beleid inzake de drink- en industriewatervoorziening, voor zover dat is gericht op het tot stand brengen van de nodige watervoorzieningswerken. Het beleidsplan wordt aangemerkt als een structuurvisie als bedoeld in artikel 2.3, tweede lid, van de Wet ruimtelijke ordening betreffende het aspect drink- en industriewatervoorziening van het nationale ruimtelijk beleid.

beleidsoptie
Def.: een set maatregelen op basis waarvan modellen berekeningen uitvoeren.

beleidsanalyse
Def.: methodiek waarmee systematisch alternatieve oplossingen worden ontwikkeld en afgewogen

beleidsdoelprogrammering
Def.: het opstellen van een compleet programma van maatregelen op basis van het vastgestelde beleid, zonder dat rekening wordt gehouden met de financiële randvoorwaarden.

Beleids Ondersteunend Team Milieu Incidenten
Afk.: BOT-mi Def.: Toelichting: Het BOT-mi is een interdepartementaal team van deskundigen dat adviezen verstrekt bij milieu-incidenten (ingesteld door VROM: 2002-Nr. VI-CM-783).

beleid
Def.: wijze van behandeling van een zaak met betrekking tot de gevolgde of te volgen beginselen of gedragslijn

beleid
Def.: het geheel van gemaakte bestuurlijke keuzen

belboei
Syn.: klokboei Def.: verankerde boei of ton, die ten gevolge van de golfbeweging van het water voortdurend een belgeluid laat horen.

belastingjaar
Def.: jaar waarvoor het uitgereikte aanslagbiljet geldt, dit komt overeen met een kalenderjaar en loopt van 1 januari t-m 31 december van een jaar..

belastingtrap
Def.: een periode waarbij in de veldproefprocedure de verticale belasting gelijk blijft of in de triaxiaalproefprocedure de celspanning gelijk blijft.

belastinggevallenmethode
Def.: de methode voor het vaststellen van de dijktafelhoogte uit de bepalende belastingscombinaties - waterstand Hoek van Holland, rivierafvoer en windsnelheid.

belasting toetsing
Def.: de belasting die de profielverdediging van een dwarsprofiel ondergaat in het kader van toetsing

belasting
Def.: de totale hoeveelheid van een stof die in een watersysteem terecht komt. Toelichting: Afkomstig vanuit alle mogelijke bronnen, zoals directe lozingen, atmosferische depositie, aanvoer via rivier, polderspui en-of oceaan.

belasting
Def.: op een constructie (een waterkering) uitgeoefende in- en uitwendige krachten, ofwel de mate waarin een constructie door in- en uitwendige krachten wordt aangesproken, uitgedrukt in een fysische grootheid die voor het bezwijkmechanisme typerend kan zijn.

belasting
Def.: druk door een last uitgeoefend

belanghebbende
Def.: de geïnteresseerde partijen, ofwel zij die een belang hebben in een water management aangelegenheid waarbij de interesse is gelegen in ofwel de exploitatie of in de bescherming van de hulpbron. Toelichting: Tot de belanghebbenden behoren de volgende groepen: - bevoegd gezag voor de hulpbron ; - belangengroepen ; - algemene publiek ; De water manager behoort in de regel tot een van de eerste twee groepen.

belang-betaling-zeggenschap
Def.: trits die de bestuurlijke wijze van waterschappen weergeeft. Toelichting: Dit rijtje wordt trits genoemd: wie belang heeft bij het waterschap betaalt daarvoor evenredig aan dat belang. Hiervoor krijgt de betaler zeggenschap terug door zich verkiesbaar te stellen voor het algemeen bestuur van het waterschap.

beladingsgraad
Def.: het percentage van het beschikbare laadvermogen dat wordt gebruikt voor het vervoer van passagiers, vracht en-of post.

beladingcoëfficiënt
Def.: getal dat de verhouding aangeeft van de inhoud van het schip (tussen lege en geladen lastlijn) tot de belaadbare ruimte.

bekleidingsconstante
Def.: een evenredigheidscoëfficiënt tussen de door de grondslag geleverde tegendruk en de verplaatsing van een oppervlak onder een verticale belasting. De beddingconstante kan worden bepaald met behulp van een plaatbelastingproef. De bekledingsconstante is een veerconstante die de stijfheid van de ondergrond uitdrukt bij een bepaalde grootte van het belaste oppervlak.

bekledingsconstructie
Syn.: Bekledingssysteem Def.: geheel van lagen die tot doel hebben de dijkkern te beschermen tegen erosie door de waterbeweging, bestaande uit een toplaag met daaronder (eventueel) uitvul-, filter- en kleilagen.

bekledingtype
Def.: een object dat het dijklichaam moet beschermen tegen golfaanval en stroming. Toelichting: Voorbeeld van gebruik: basalt, ingegoten met gietasfalt.

bekleding waterkering
Def.: de bovenlaag eventueel in combinatie met een filter en de onderlaag van de waterkering ter hoogte van en onder het maatgevende hoogwaterpeil Toelichting: Aangezien de totale bekleding van een waterkering een aantal segmenten kan behelzen, wordt, volgens de definitie, hier alleen gedoeld op het segment dat zich bevindt ter hoogte van en onder het maatgevende hoogwaterpeil. Het gaat hier dus om het belangrijkste segment. De bekleding is de bedekking van de waterkering. Daar waar aan de voet van de waterkering zich een waterloop bevindt is er sprake van een overlap met de subentiteit 'Profielverdediging' (waterloop). Het is aan het waterschap om te bepalen of men in die gevallen ook langs en onder de waterlijn blijft spreken van 'Bekleding waterk.' of dat daar het begrip 'Profielverdediging' wordt gehanteerd.

bekleding
Def.: dat waarmee iets bekleed is

bekkencomité (in vlaanderen)
Def.: het bekkencomité verenigt vertegenwoordigers van de bestuursniveaus actief binnen het bekken en heeft de goedkeuring van de dossiers als taak Toelichting: Het grondgebied van het Vlaamse Gewest wordt ingedeeld in deelstroomgebieden of rivierbekkens. Er is sprake van 11 bekkens: het IJzerbekken het Bekken Brugse Polders, het Bekken Gentse kanalen, het Leiebekken, het Bovenscheldebekken, het Benedenscheldebekken, het Denderbekken, het Bekken Dijle en Zenne, het Demerbekken, het Netebekken en het Maasbekken. Van deze 11 bekkens, behoren enkel het IJzerbekken het Bekken Brugse Polders en het Maasbekken niet tot het Scheldestroomgebied.

bekken voor hoogwaterbeheersing
Def.: bekken wat alleen gebruikt wordt voor de tijdelijke opslag bij hoogwater die vervolgens zo snel als mogelijk met in achtneming van de benedenstroomse omstandigheden afgelaten wordt.

bekendmaking
Def.: een schriftelijke of mondelinge mededeling aan derden.

bekken
Def.: massa water, natuurlijk of kunstmatig, die gebruikt wordt voor opslag en regulering van waterbronnen.

behuizing
Syn.: doseerpompenkast ; pompschacht ; omkasting Def.: civiele of bouwkundige constructie als bescherming tegen weersinvloeden en-of afscherming van emissie

behoudopgave
Def.: opgave om de instandhoudingsdoelstellingen zoals die in een aanwijzingsbesluit voor Natura 2000 zijn gegeven te behouden.

behouden-varen-verzekering
Def.: scheepsverzekering op het casco, waarbij slechts de schade is gedekt die is ontstaan door het niet arriveren van het schip in de bestemmingshaven Toelichting: bijvoorbeeld doordat het schip onderweg vergaat of wordt afgekeurd.

behoud
Def.: afstand over de grond.

behouddoel
Def.: instandhoudingsdoelstelling waarbij het doel zich richt op het behouden van de staat van instandhouding van soorten en habitats. Toelichting: Behouddoelen zijn vooral geformuleerd voor soorten en habitats die al in een gunstige staat van instandhouding verkeren.

beherende instantie
Def.: organisatorische eenheid, verantwoordelijk voor de zorg en het gebruik van een gebied of locatie of verantwoordelijk voor het beheren van basisinformatie.

beheersregister
Def.: het geheel van activiteiten dat noodzakelijk is om te waarbogen dat de functies van de waterkering blijven voldoen aan de daarvoor vastgestelde eisen en normen.

beheersregister
Syn.: technisch beheersregister Def.: register van de beheerder, waarin de feitelijke toestand van het beheerde staat aangegeven. Toelichting: Document met de beschrijving van de feitelijke toestand van de waterkering, met de voor het behoud van het waterkerend vermogen kenmerkende gegevens van de constructie.

beheersplan procedure
Def.: procedure die gevolgd moet worden bij het vaststellen van het beheersplan

beheersmaatregel
Def.: maatregel die de beheerder naar aanleiding van de toetsing treft om het waterkerend vermogen weer op peil te brengen (voorziening).

beheersgebied
Def.: gebied waarvoor geldt dat één organisatie dit beheert. Toelichting: De organisatie kan bijvoorbeeld een gemeente, provincie of waterschap zijn.

beheersaccent
Def.: accenten van waaruit het waterbeheer binnen Rijkswaterstaat vorm wordt gegeven.

beheers- en onderhoudsplan.
Afk.: BOP Def.: Toelichting: plan met maatregelen voor herstel, inrichting en onderhoud van een object

beheerplan
Syn.: bekkenbeheersplan ; stroomgebiedbeheerplan Def.: een strategisch plan voor een watersysteem waarop de wijze waarop beheerd wordt inzichtelijk gemaakt wordt, zowel voor de eigen organisatie als voor derden Toelichting: Bestaande uit:- Een omschrijving van de scenario's, strategieën en voorzieningen, die moeten worden uitgevoerd om de in het beleidsplan neergelegde doelstellingen en eisen te verwezenlijken - - Een aanduiding van de perioden waarbinnen de maatregelen worden getroffen - - Een aanduiding van de kosten van de maatregelen, en een overzicht van de wijze waarop deze kosten worden gedekt. Voor RWS: Beheerplannen worden zowel op landelijk (droog) als regionaal (droog en nat) niveau opgesteld. De landelijke organisatie bestaat uit Wegbeheer en BPN. Als voorbeeld als bedoeld in artikel 13 van de kaderrichtlijn water

beheerderoordeel
Def.: beoordeling van de veiligheid op basis van eigen inschatting van de beheerder.

beheerder
Def.: publiekrechtelijke instantie of (rechts) persoon die toeziet op de instandhouding o.a. van een waterstaatswerk.

beheer slibverwerkingsinstallaties
Def.: het beheren van slibverwerkingsinstallaties waardoor het bij het zuiveringsproces vrijkomende slib alsmede het van derden ontvangen slib wordt ontwaterd, gebufferd en bewerkt.

beheer- en ontwikkelplan Rijkswateren
Afk.: BPRW Def.: overgang tussen de in vrij abstracte termen gestelde Nota Mobiliteit en Nota Waterhuishouding en het concreet geformuleerde uitvoeringsplan dat elke dienst van Rijkswaterstaat jaarlijks moet opstellen Toelichting: Wettelijke basis is de Wet op de Waterhuishouding

beheer en onderhoud
Def.: werksoort waarbij het er om gaat de bestaande functionaliteit van het hoofd­wegennetwerk en het functioneren van de watersystemen in kwalitatieve en kwantitatieve zin in stand te houden en de handhaving van wet- en regelgeving voor de instandhouding daarvan (klassieke waterstaatswetgeving). Toelichting: Al het handelen dat erop gericht is te zorgen dat een (water) systeem aan de toegekende functies voldoet of gaat voldoen.

Beheer
Def.: de overheidszorg met betrekking tot een of meer afzonderlijke watersystemen of onderdelen daarvan, gericht op de in artikel 2.1 van de waterwet genoemde doelstellingen.

beheer
Def.: het beheren van, de zorg en verantwoording voor eigendommen van derden

beheer
Def.: administratie, bestuur