Kopie van `VROM dossier verzuring`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.


VROM dossier verzuring
Categorie: Milieu > Verzuring
Datum & Land: 15/02/2007, NL
Woorden: 14


ammoniak (NH3)
Ammoniak is een scherpriekend gas, een verbinding tussen stikstof en waterstof. Ammoniak is een restproduct bij de verbranding van eiwitten. Het zit onder andere in urine en daarom ruikt bijvoorbeeld kattenpis naar ammoniak.
Ruim 90 procent van de ammoniakemissie in Nederland komt vrij uit mest van vee. Het komt ook vrij bij industriële processen en uit huishoudelijke producten. De uitstoot van ammoniak is de afgelopen jaren gedaald. Dat komt door de inkrimping van de veestapel en de bouw van stallen waar minder ammoniak uit vrijkomt (zogenaamde ammoniakvrije stallen). Ook door mest in de grond te injecteren en hem niet langer op het land uit te rijden komt minder ammoniak vrij.
Ammoniak slaat ook neer op natuurgebieden, waar het de biodiversiteit aantast (door vermesting en verzuring). Daarnaast spoelt ammoniak, nadat het in de bodem is omgezet in nitraat,onder andere uit naar het grondwater onder akkers. Hierdoor wordt denitraatgezondheidsnorm (50 milligram per liter of mg-l) voor drinkwater op veel plaatsen overschreden. Voor meer info, zie dossier Stikstof, ammoniak, nitraat.

depositie
In het verleden richtte het beleid voor verzuring en grootschalige luchtverontreiniging zich vooral op zure regen. De term zure regen dekte de lading niet. Het gaat immers niet louter om regen met een hoge zuurgraad. Bij verzuring en grootschalige luchtverontreiniging gaat het om:
natte, zure neerslag (natte depositie): zure regen, hagel, sneeuw, mist of dauw
droge, zure neerslag (droge depositie): verzurende stoffen die als minuscuul kleine deeltjes of als gassen neerslaan
fotochemische luchtverontreiniging: onder invloed van zonlicht wordt ozon gevormd uit NOx en VOS.

eutrofiëring
Vermesting of overbemesting verrijkt het milieu met voedingsstoffen, met name met fosfor en stikstof. Dit wordt ook wel eutrofiëring genoemd. Teveel voedingsstoffen in de bodem tast de soortenrijkdom van planten en bomen aan. Vooral arme of schrale bodems zoals heidegronden en de bodems van vennen, zijn gevoelig voor eutrofiëring. Een teveel aan stikstof leidt ertoe dat plantensoorten die goed gedijen op arme gronden worden verdrongen door soorten die meer stikstof nodig hebben. Daardoor is een groot deel van de heidevelden in Nederland al `vergrast`. Grassen die veel stikstof gebruiken, hebben de andere plantensoorten verdrongen. In bossen sterven hierdoor mossen, planten en paddestoelen uit.
Bovendien kunnen de voedingsstoffen terechtkomen in (`uitspoelen naar`) het oppervlakte- en grondwater. Daardoor ontstaat overmatige algengroei. Teveel stikstof (in de vorm van nitraat) in het water is schadelijk voor de gezondheid. Het water zal dus moeten worden gereinigd, voordat het als drinkwater kan worden gebruikt.

fijn stof
Fijn stof is een verzamelnaam voor uiteenlopende deeltjes die door de lucht zweven: roetdeeltjes, opstuivend zand, uitlaatgassen, zeezout, plantmateriaal en bijvoorbeeld cementdeeltjes. Fijn stof wordt soms aangeduid als PM10. PM staat voor de particulate matter, de Engelse benaming voor fijn stof. Het getal 10 staat voor 10 micron. PM10 bestaat uit deeltjes die kleiner zijn dan 10 micrometer (een duizendste millimeter).
Fijn stof bestaat uit primaire en secundaire deeltjes:
Primaire deeltjes (primair fijn stof) ontstaan door wrijving, bijvoorbeeld het malen van stoffen in de industrie (bijvoorbeeld mengvoerder- of chemiebedrijven) of door de wind (die deeltjes langs gebouwen of rotsen schuurt) en bij de verbranding van fossiele brandstoffen als kolen, olie en gas.
Secundair fijn stof ontstaat als moleculen van verzurende stoffen als stikstofoxiden (NOx), zwaveldioxide (SO2) en ammoniak (NH3) zich verbinden tot zouten. Deze kunnen zich ook aan primaire deeltjes hechten.
De inademing van fijn stof kan leiden tot verminderde longfuncties, meer luchtwegklachten, extra medicijngebruik bij mensen met luchtwegaandoeningen en tot spoedopnames in het ziekenhuis (naar schatting ongeveer 1000 per jaar). Op basis van een beperkt aantal Amerikaanse studies wordt geschat dat gevoelige mensen als gevolg van langdurige blootstelling aan fijn stof 1 tot 2 jaar korter te leven hebben.

koolmonoxide (CO)
Koolmonoxide (CO) ontstaat bij onvolledige verbranding van koolstofhoudende stoffen door een gebrek aan zuurstof. Bij volledige verbranding ontstaat kooldioxide (CO2). Onder andere fossiele brandstoffen als aardolie, steenkolen en aardgas, en hout bevatten koolstof. De concentraties CO in de buitenlucht dalen langzaam door emissiebeperkende maatregelen in de industrie en de invoering van de driewegkatalysator en andere technische verbeteringen aan auto`s.
Koolmonoxide wordt snel in het lichaam opgenomen en bindt zich 300 maal sneller met het bloed dan zuurstof. Daardoor ontstaat zuurstofgebrek in vitale organen en kunnen slachtoffers van een koolmonoxidevergiftiging overlijden. Deze vergiftiging treedt alleen op in slecht geventileerde ruimten. Bij de huidige concentraties van CO in de buitenlucht zijn de risico`s voor de gezondheid gering.

ozon (O3)
Ozon (O3) ontstaat als stikstofoxiden (NOx) en vluchtige organische stoffen (VOS) onder invloed van zonlicht chemisch reageren. Dit leidt tot zomersmog, een vorm van luchtverontreiniging. Omdat stikstofoxiden en vluchtige organische stoffen vrij langzaam met elkaar reageren, zijn ozonconcentraties het hoogst tussen 12.00 en 20.00 uur. Dit soort ozon wordt wel ozon op leefniveau genoemd.
Ozon bevindt zich in de troposfeer, de luchtlaag die het dichtst bij het aardoppervlak ligt (0-20 km). Ozon zit ook in de volgende luchtlaag, de stratosfeer, op zo`n 10 tot 50 km boven het aardoppervlak. In een luchtlaag in de stratossfeer wordt onder invloed van de ultraviolette straling van de zon voortdurend ozon gevormd uit zuurstof (O2
De ozon in deze laag beschermt de aarde tegen schadelijk ultraviolette straling van de zon. Teveel van deze straling kan tot huidkanker leiden. Deze ozonlaag wordt juist bedreigd door onder andere cfk`s en hcfk`s (zie dossier Cfk`s). Voor mensen is een teveel aan ozon en smog ongezond. Het kan leiden tot luchtwegklachten, extra ziekenhuisopnames en vervroegde sterfte bij gevoelige bevolkingsgroepen. Ozon op leefniveau is schadelijk voor landbouwgewassen en planten, wat kan leiden tot lagere oogsten en waardoor plantensoorten kunnen verdwijnen.

PAK
PAK`s staat voor polycyclische aromatische koolwaterstoffen. Zoals alle koolwaterstoffen bestaan ze uit koolstof (C) en waterstof (H). PAK`s zijn teerachtige stoffen die ontstaan bij onvolledige verbranding van koolstofhoudende stoffen zoals fossiele brandstoffen, hout, tabak en voedsel. De belangrijkste bronnen zijn de industrie, de consumenten (onder andere via openhaarden), het verkeer en de landbouw.
Er zijn honderden PAK`s. De meeste PAK`s zijn giftig en kankerverwekkend, al is de kans op kanker door blootstelling aan PAK`s klein (roken uitgezonderd). PAK`s zijn persistent: ze worden in de natuur slechts langzaam afgebroken. Ongeveer 90 procent van de PAK`s ontstaat door menselijk handelen. Vooral bij de productie van cokes en aluminium komen PAK`s vrij. Voor meer info, zie dossier POP`s.

POP
POP staat voor persistent organic pollutants of persistent organische stoffen. Het is een verzamelnaam voor vaak giftige (toxische) chemische verbindingen. Persistent betekent `blijvend, volhardend`. POP`s zijn biologisch niet of zeer slecht afbreekbaar en hopen zich op in het vetweefsel.
Er zijn honderden verschillende POP`s. Er zijn 3 groepen:
-bestrijdingsmiddelen (bijvoorbeeld endosulfen, lindaan, atrazine en DDT)
-industriële chemicaliën (gehalogeneerde koolwaterstoffen en de polychloorbifenylen of PCB`s)
-stoffen die vrijkomen bij verbranding. Hieronder vallen dioxinen en poliaromatische koolwaterstoffen (PAK`s).
De gevolgen van blootstelling aan POP`s kunnen ernstig zijn. POP`s kunnen het immuunsysteem, de stofwisseling, het zenuwstelsel en de hormoonhuishouding van mensen en dieren aantasten. Ook kunnen ze leiden tot aangeboren afwijkingen, gedragsstoornissen en kanker. Voor meer info, zie dossier POP`s.

stikstofoxide (NOx)
Stikstofoxiden (NOx) is de verzamelnaam voor verbindingen tussen zuurstof en stikstof. De voornaamste zijn stikstofmonoxide en stikstofdioxide. Stikstofoxiden ontstaan net als zwaveldioxide bij de verbranding van fossiele brandstoffen. Stikstof zit ook voor een deel in de brandstof (zoals zwavel). Het grootste deel van de stikstofoxiden ontstaat echter als gevolg van de verbranding van de stikstof in de bij de verbranding gebruikte lucht. Lucht bestaat voornamelijk uit stikstof (N2) en zuurstof (O2). Bij ieder verbrandingsproces - van lucifer tot vuilverbrandingsinstallatie - verbinden ze zich tot stikstofoxiden. Hoe hoger de temperatuur, hoe makkelijker die verbindingen ontstaan. Stikstofoxiden zijn zeer schadelijk voor het milieu, zeker als ze zich binden met water. Dan ontstaat salpeterzuur (HNO3) (Zie ook dossier Emissiehandel)

vermesting
Vermesting of overbemesting verrijkt het milieu met voedingsstoffen, met name met fosfor en stikstof. Dit wordt ook wel eutrofiëring genoemd. Teveel voedingsstoffen in de bodem tast de soortenrijkdom van planten en bomen aan. Vooral arme of schrale bodems zoals heidegronden en de bodems van vennen, zijn gevoelig voor eutrofiëring. Een teveel aan stikstof leidt ertoe dat plantensoorten die goed gedijen op arme gronden worden verdrongen door soorten die meer stikstof nodig hebben. Daardoor is een groot deel van de heidevelden in Nederland al `vergrast`. Grassen die veel stikstof gebruiken, hebben de andere plantensoorten verdrongen. In bossen sterven hierdoor mossen, planten en paddestoelen uit.
Bovendien kunnen de voedingsstoffen terechtkomen in (`uitspoelen naar`) het oppervlakte- en grondwater. Daardoor ontstaat overmatige algengroei. Teveel stikstof (in de vorm van nitraat) in het water is schadelijk voor de gezondheid. Het water zal dus moeten worden gereinigd, voordat het als drinkwater kan worden gebruikt.

vluchtige organische stoffen
Vluchtige organische stoffen (VOS) komen vrij bij verdamping van aardolieproducten en andere organische stoffen en bij onvolledige verbranding. Voorbeelden zijn benzine, verf, oplos- en schoonmaakmiddelen, boenwas, cosmetica en nagellakremover. Belangrijke `producenten` van VOS zijn de aardolie-industrie, benzinestations, metaalindustrie, verkeer, schildersbedrijven en huishoudens.
Benzeen is een van de beruchtste VOS. Het is een vluchtig bestanddeel van benzine en diesel en kan leiden tot leukemie. Bij de huidige concentraties van benzeen in de buitenlucht is het risico op kanker zeer klein. VOS reageren onder invloed van zonlicht met onder andere stikstofoxiden. Daarbij komt het voor mens, plant en dier zeer schadelijke ozon (O3) vrij. Bij zonnig en windstil weer leidt dit tot smog.

zuurgraad
De zuurgraad wordt uitgedrukt met de pH-waarde. De pH-waarde is een zogenaamde negatieve logaritmische waarde. Dat wil zeggen: als de zuurgraad 10 keer zo hoog is, daalt de pH-waarde met 1. Zo is zeer zure regen (pH 4) 100 maal zuurder dan natuurlijke regen (pH 6). Regen in Nederland is gemiddeld 20 maal zo zuur als natuurlijke regen. Soms vallen er buien die 50 tot 80 keer zuurder zijn. In andere Europese landen worden soms nog grotere hoeveelheden zuur gemeten.
De pH is de maat voor de relatieve sterkte van zuren en basen. De pH-schaal loopt van 0 tot 14. Een pH-waarde onder 7 geeft aan dat een stof zuur is. Een vloeistof met een pH-waarde van 7 is neutraal. Stoffen met een pH-waarde hoger dan 7 zijn basisch of alkalisch.
pH 7: zuiver water (neutraal)
pH 6: natuurlijke regen
pH 5: licht zure regen
pH 4: zeer zure regen, tomatensap
pH 3: azijn
pH 2: citroensap
pH 1: maagzuur

zware metalen
Zware metalen zijn metalen met een relatief grote dichtheid, zoals lood, kwik, zink, arseen en cadmium. Ze komen in de natuur voor en zijn vaak nodig voor bepaalde natuurlijke processen. In hogere concentraties zijn ze meestal giftig. Zware metalen komen vrij bij de verbranding van fossiele brandstoffen en bij industriële processen (raffinaderijen en metaalindustrie). Ook zitten zware metalen bijvoorbeeld in vuurwerk, verfpigment (cadmium), batterijen, of dakbedekking (zink). De metalen zijn meestal gebonden aan kleine stofdeeltjes, waardoor ze makkelijk in de longen doordringen.
De gevolgen van blootstelling aan zware metalen kunnen ernstig zijn. Zware metalen tasten het immuunsysteem, de stofwisseling, het zenuwstelsel en de hormoonhuishouding aan. Ook kunnen ze leiden tot aangeboren afwijkingen en gedragsstoornissen. De concentraties zware metalen in de lucht dalen. Met name de loodconcentratie is na invoering van loodvrije benzine drastisch afgenomen: met meer dan 92% sinds 1984.

zwaveldioxide (SO2)
Zwaveldioxide (SO2) ontstaat bij de verbranding van fossiele brandstoffen (onder andere aardolie, diesel en steenkolen bevatten zwavel) en bij een aantal chemische processen. Kolen- en oliegestookte elektriciteitscentrales, verkeer (met name scheepvaart en verkeer dat op diesel rijdt), raffinaderijen en de industrie zijn de voornaamste producenten van zwaveldioxide. Een deel van de zwaveldioxide slaat rechtstreeks neer op de aarde. Een ander deel lost op in de wolken en komt met regen, mist of sneeuw naar beneden. Zwaveldioxide dat zich bindt met water (grondwater of water van meren en rivieren) wordt omgezet in zwavelzuur (H2SO4).