Kopie van `COLO Vereniging kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.


COLO Vereniging kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven
Categorie: Onderwijs
Datum & Land: 28/02/2007, NL
Woorden: 46


Assistentopleiding
Er zijn vier niveaus waarop MBO-opleidingen worden aangeboden. Niveau 1 is de assistentopleiding. Er gelden in beginsel geen toelatingseisen en de opleiding duurt minimaal een half jaar en maximaal één jaar. De assistent moet onder toezicht een reeks routinematige, eenvoudige werkzaamheden kunnen verrichten die een operationeel, uitvoerend karakter hebben en een beperkt deel van de totale productiecyclus vormen.

Basisberoepsopleiding
Er zijn vier niveaus waarop MBO-opleidingen worden aangeboden. Niveau 2 is de basisberoepsopleiding. De opleiding duurt twee tot drie jaar. De basisberoepsbeoefenaar moet praktisch werk kunnen verrichten dat zelfstandig wordt uitgevoerd binnen de grenzen van aangeleerde of door ervaring verkregen technieken. Een basisberoepsbeoefenaar is een medewerker die vooral uitvoerend werkzaam is op productie-technisch niveau.

Beroepsbegeleidende leerweg (bbl)
Mbo-opleidingen worden aangeboden in twee varianten: de beroepsopleidende leerweg (bol) en de beroepsbegeleidende leerweg (bbl). Een opleiding in de bbl-variant bestaat uit een praktijkdeel van minimaal 60%. Dit praktijkdeel wordt leerbaan genoemd. Voor een leerbaan kan een leerling terecht bij een erkend leerbedrijf.

Beroepscompetentie
Alle mbo-opleidingen staan in de kwalificatiestructuur beroepsonderwijs. De kwalificatiestructuur is een geordend en samenhangend geheel van kwalificaties. Die kwalificaties zijn gebaseerd op kerntaken, kernopgaven en competenties. Er wordt gebruik gemaakt van verschillende soorten compenties. Beroepscompetenties zijn de ontwikkelbare vermogens van mensen om in hun voorkomende beroepssituaties op adequate, doelbewuste en gemotiveerde wijze proces- en resultaatgericht te handelen.

Beroepscompetentieprofiel (bcp)
De (geformaliseerde en gestandaardiseerde) beschrijving van een op de directe beroepspraktijk gerichte set kerntaken, kernopgaven en beroepscompetenties met succescriteria van een volwassen beroepsbeoefenaar.

Beroepskwalificatie
Een beroepskwalificatie is een samenhangend geheel van kennis, vaardigheden en houdingen, dat aantoonbaar ontleend is aan concrete handelingen en-of taken die voorkomen in de beroepsuitoefening.

Beroepsonderwijs
Informatie over het beroepsonderwijs is beschikbaar onder het kopje Beroepsonderwijs (in het menu aan de linkerkant van het scherm).

Beroepsopleidende leerweg (bol)
Mbo-opleidingen worden aangeboden in twee varianten: de beroepsopleidende leerweg (bol) en de beroepsbegeleidende leerweg (bbl). Een opleiding in de bol-variant bestaat uit een praktijkdeel van minimaal 20% en maximaal 60%. Dit praktijkdeel wordt stage genoemd. Voor een stage kan een leerling terecht bij een erkend leerbedrijf.

Beroepsopleiding
Een beroepsopleing richt zich op de kwalificatie voor verschillende niveaus van beroepsuitoefening. De assistentopleiding is gericht op het eerste niveau; de basisberoepsopleiding op het tweede; de vakopleiding op het derde en de middenkader- en specialistenopleiding op het vierde en hoogste niveau van beroepsuitoefening.

Beroepspraktijkvorming (bpv)
Iedere mbo-opleiding bevat een praktijkdeel. Dat praktijkdeel wordt in de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB) beroepspraktijkvorming (BPV) genoemd. Tegenwoordig wordt vaak gebruik gemaakt van de term praktijkleren.

Beroepsprofiel
Een beroepsprofiel geeft de essentie aan van een beroep en een omschrijving van de belangrijkste en meest voorkomende activiteiten in de beroepsuitoefening. Het beroepsprofiel bevat een gestructureerde verzameling uitspraken over: de essentie van een beroep of groep van beroepen; de centrale beroepsactiviteiten; de taken en handelingen die als regel in de uitoefening van het beroep voorkomen; de mate van verantwoordelijkheid, complexiteit en transfer. In het beroepsprofiel moet voldoende breedte tot uitdrukking komen. Dat wil zeggen: duurzaamheid, in meerdere bedrijven uit te voeren en in meerdere functies uit te oefenen. Een beroepsprofiel moet zijn gelegitimeerd door de sociale partners van de desbetreffende bedrijfstak. Beroepsprofielen (of andere gelegitimeerde documenten) liggen ten grondslag aan de kwalificaties.

Burgerschapscompetentie
Alle mbo-opleidingen staan in de kwalificatiestructuur beroepsonderwijs. De kwalificatiestructuur is een geordend en samenhangend geheel van kwalificaties. Die kwalificaties zijn gebaseerd op kerntaken, kernopgaven en competenties. Er wordt gebruik gemaakt van verschillende soorten compenties. Burgerschapscompetenties zijn de ontwikkelde vermogens van mensen om in voorkomende maatschappelijke situaties op adequate, doelbewuste en gemotiveerde wijze proces- en resultaatgericht te handelen. Burgerschapscompetenties hebben betrekking op het vermogen met individueel verantwoordelijkheidsbesef te kunnen functioneren in het publieke domein, dat wil zeggen om in de maatschappij te participeren als actief burger en daarbij zelfstandig en verantwoord te handelen.

Certificeerbare eenheid
Voor de arbeidsmarkt herkenbare en relevante set van competenties, vormgegeven rond één of meer kerntaken. Aan een certificeerbare eenheid is een certificaat verbondenals bewijsstuk met civiele waarde.

Competentie
Competenties zijn ontwikkelbare vermogens van mensen om in voorkomende situaties op adequate, doelbewuste en gemotiveerde wijze proces- en resultaatgericht te handelen, dat wil zeggen passende procedures te kiezen en toe te passen om de juiste resultaten te bereiken. Competenties zijn samengesteld van karakter, verwijzen naar onderliggende vaardigheids-, kennis- en houdingsdomeinen en worden in een context toegepast en ontwikkeld. De inhoud van competenties kent verschillende dimensies. Het zijn: de vakmatig-methodische dimensie (VM), de bestuurlijk-organisaorische en strategische dimensie (BOS), de sociaal-communicatieve dimensie (SC) en de ontwikkelingsgerichte dimensie. Een nadere toelichting is in de begrippenlijst te vinden onder de eerste letter van afkorting. Zie ook: -Beroepscompetentie -Burgerschapscompetentie -Leercompetentie

Complexiteit
Dit is een van de drie criteria die het niveau van de kwalificatie bepalen. Het geeft de mate aan waarin (beroepsmatige) handelingen gebaseerd zijn op de toepassing en het bedenken dan wel het combineren van (routinematige en standaard-)procedures. De complexiteit van de beroepssituatie wordt hier getypeerd naar de mate waarin routinematige of niet-routinematige procedures en van nieuwe oplossingsprocedures sprake is. De andere twee criteria zijn transfer en verantwoordelijkheid.

Deelnemer
In de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB) wordt niet gesproken over mbo-leerlingen of studenten, maar over deelnemers. Een deelnemer is een persoon die zich met het oog op het gebruik van de onderwijsvoorzieningen laat inschrijven bij een onderwijsinstelling.

Diploma
Een diploma is een krachtens de wet erkend document waarmee is aangetoond en vastgelegd dat de bezitter een omschreven kwalificatie behaald heeft.

Governance
Waarborgen van samenhang en transparantie in het bestuur en toezicht van een organisatie, met het oog op een efficiënte en effectieve realisatie van beleidsdoelstellingen. De kenniscentra hebben een code voor good governance ontwikkeld. Die code is een instrument om: -de kwaliteit en deugdelijkheid van de taakuitoefening van kenniscentra te bevorderen door goed bestuur en toezicht -de transparantie over de inrichting, het functioneren en de prestaties van kenniscentra te vergroten -het vertrouwen van overheid en stakeholders in kenniscentra te behouden en waar nodig te versterken

Kernopgave
Een kernopgave is een kritische beroepssituatie waarmee een beroepsbeoefenaar regelmatig te maken heeft, die kenmerkend is voor het beroep en waarbij van de beroepsbeoefenaar een aanpak en een oplossing wordt verwacht. Een dergelijke situatie stelt de beroepsbeoefenaar voor keuzes, problemen, dilemma`s, spanningsvelden en kansen en is daarmee complex van aard. De kernopgaven refereren aan beroepssituaties die kerntaakdoorsnijdend zijn, dan wel verwijzen naar meerdere of alle kerntaken die aangepakt moeten worden binnen een of meerdere specifieke organisatorische en sociaalcommunicatieve context(en). De kernopgaven behoren bij het beroep in zijn geheel.

Kerntaak
Een set van inhoudelijk samenhangende beroepsactiviteiten die door een belangrijk deel van de beroepsbeoefenaren wordt uitgeoefend. De kerntaken geven de kenmerkende werkzaamheden van de beroepsbeoefenaar weer, zo mogelijk geordend in logische volgorde van het beroep.

Kwalificatie
Een kwalificatie is een samenstel van deelkwalificaties in het geheel van kennis, inzicht, vaardigheden en houdingen, dat voor de uitvoering van een beroep (beroepskwalificering), verdere studie (doorstroomkwalificering) en-of het maatschappelijk functioneren (maatschappelijke-culturele kwalificering) vereist wordt.

Kwalificatiedossier
Een dossier met daarin opgenomen het kwalificatieprofiel en alle overige documenten die van belang zijn om het daaruit af te leiden beroepsonderwijs inclusief de toetsing en afsluiting (examinering) vast te stellen en te ontwikkelen.

Kwalificatieniveau
Een kwalificatieniveau is een aanduiding van het niveau van beroepsuitoefening, gebaseerd op de mate van verantwoordelijkheid, complexiteit en transfer. Onderscheiden wordt de assistent beroepsbeoefenaar (niveau 1), de basisberoepsbeoefenaar (niveau 2), de vakfunctionaris (niveau 3), de middenkaderfunctionaris en de specialist (niveau 4). De kwalificatieniveaus zijn geordend in een hiërarchische indeling parallel aan de Europese indeling van kwalificatieniveaus. Het geeft aan op welke niveaus gediplomeerde uitstroom mogelijk is.

Kwalificatieprofiel
De geformaliseerde en gestandaardiseerde beschrijving van de startpositie van de beginnende beroepsbeoefenaar op de arbeidsmarkt en in de maatschappij. Een kwalificatieprofiel wordt bepaald en omschreven op basis van een of meer beroepscompetentieprofielen en het brondocument leren en burgerschap.

Kwalificatiestructuur
De kwalificatiestructuur secundair beroepsonderwijs is een geordend en samenhangend geheel van op kerntaken, kernopgaven en competenties gebaseerde kwalificaties die voor het secundair beroepsonderwijs worden onderscheiden. Kwalificaties worden per bedrijfstak of groep van bedrijfstakken geordend.

Leerbaan
Mbo-opleidingen worden aangeboden in twee varianten: de beroepsopleidende leerweg (bol) en de beroepsbegeleidende leerweg (bbl). Een leerling die zijn opleiding in de bbl-variant volgt, werkt vier dagen per week en gaat één dag per week naar school. Zijn baan wordt een leerbaan genoemd.

Leerbedrijf
Een leerbedrijf is een bedrijf waar een (v)mbo-leerling terecht kan voor het praktijkdeel van zijn opleiding. Een bedrijf moet erkend zijn door één van de achttien kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven voordat het leerbedrijf kan zijn. De gegevens van alle 180.000 leerbedrijven staan op www.stagemarkt.nl.

Leercompetentie
Alle mbo-opleidingen staan in de kwalificatiestructuur beroepsonderwijs. De kwalificatiestructuur is een geordend en samenhangend geheel van kwalificaties. Die kwalificaties zijn gebaseerd op kerntaken, kernopgaven en competenties. Er wordt gebruik gemaakt van verschillende soorten compenties. Leercompetenties zijn de ontwikkelbare vermogens van mensen om in voorkomende leersituaties op adequate, doelbewuste en gemotiveerde wijze proces- en resultaatgericht te handelen, dat wil zeggen passende procedures te vinden en toe te passen om de juiste resultaten te bereiken.

Leerweg
Mbo-opleidingen worden aangeboden in twee varianten: de beroepsopleidende leerweg (bol) en de beroepsbegeleidende leerweg (bbl). Een opleiding in de bol-variant bestaat uit een praktijkdeel van minimaal 20% en maximaal 60%. Dit praktijkdeel wordt stage genoemd. Een opleiding in de bbl-variant bestaat uit een praktijkdeel van minimaal 60%. Dit praktijkdeel wordt leerbaan genoemd.

Middenkaderopleiding
Er zijn vier niveaus waarop MBO-opleidingen worden aangeboden. De middenkaderopleiding is het vierde niveau van beroepsuitoefening. De opleiding duurt 3 tot 4 jaar. De opleiding is gericht op beroepen waarbij het nemen van verantwoordelijkheid voor planning en-of administratie en-of beheer op een zelfstandige en onafhankelijke wijze aan de orde komen. De kwalificatie biedt perspectief voor zelfstandige ontwikkeling en het snel analyseren van een hoog niveau van vakvaardigheid.

Onderwijs- en examenregeling
De onderwijs- en examenregeling is het document waarin de belangrijkste kenmerken van de opleiding, waaronder inhoud en inrichting, de studieduur voor een groep of groepen van deelnemers en de toetsing en examinering, worden vastgelegd. Ook wordt in de onderwijs- en examenregeling vastgelegd welke opleidingstrajecten voldoen aan de eisen van de Wet Studie Financiering of de eisen voor tegemoetkoming van de studiekosten voor studerenden tot 18 jaar.

Onderwijsinstelling
De instelling die op basis van de Wet Educatie en Beroepsonderwijs is erkend voor het verzorgen van onderwijs in de vorm van (beroeps)opleidingen en waarvan het bevoegd gezag de deelnemers de gelegenheid geeft een examen af te leggen. Er zijn regionale opleidingencentra (ROC`s), agrarische opleidingencentra (AOC`s) en vakinstellingen. Meer informatie is beschikbaar op www.mboraad.nl.

Onderwijsovereenkomst
De onderwijsovereenkomst is de overeenkomst tussen de deelnemer en bevoegd gezag. De overeenkomst regelt de rechten en verplichtingen tussen instelling en deelnemer. In de overeenkomst worden per deelnemer zaken zoals de inhoud van het onderwijs, de examens en de studiebegeleiding overeengekomen.

Opleidingsadviseur
Kenniscentra hebben opleidingsadviseurs in dienst die verantwoordelijk zijn voor het werven en accrediteren van leerbedrijven. Met andere woorden: ze beoordelen of bedrijven geschikt zijn om als leerbedrijf te kunnen functioneren. Opleidingsadviseurs kunnen deze bedrijven ook adviseren op het gebied van het opleiden en begeleiden van leerlingen.

Paritaire Commissie
Een paritaire commissie beroepsonderwijs bedrijfsleven is per kenniscentrum het structurele ontmoetingsplatform tussen het georganiseerde bedrijfsleven en het georganiseerde beroepsonderwijs. De doelstelling van een paritaire commissie is overeenstemming te bereiken over de inhoud van kwalificatiedossiers.

Praktijkdeel
Dat deel van de beroepsopleiding dat in de praktijk van het beroep wordt uitgevoerd, de zogeten beroepspraktijkvorming. Deze kan bestaan uit een of meer praktijkperioden, met of zonder een arbeidsovereenkomst, al dan niet in een reëel loondienstverband.

Praktijkopleider
De praktijkopleider is verantwoordelijk voor de begeleiding en opleiding ofwel de beroepspraktijkvorming (bpv) van leerlingen binnen het bedrijf. Hiertoe organiseert hij de bpv, onderhoudt hij contacten met betrokken partijen, administreert hij de gegevens van de leerling, begeleidt hij de leerling, verzorgt hij de praktijkopleiding van de leerling binnen het bedrijf en beoordeelt hij de leerling.

Praktijkovereenkomst
De praktijkovereenkomst is de overeenkomst die de onderwijsinstelling, de leerling en het leerbedrijf met elkaar afsluiten. De overeenkomst regelt de rechten en verplichtingen van partijen en omvat bepalingen over eindtermen, begeleiding en beoordeling.

Publieke verantwoording
Het in het openbaar, aan uiteenlopende betrokkenen, rekenschap geven van het gevoerde beleid en de kwaliteit van de dienstverlening. De kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven hebben wettelijke taken. Daarover leggen ze verantwoording af aan alle partijen in hun omgeving, waaronder het ministerie van OCW en de sociale partners.

Regionaal Opleidingencentrum (ROC)
Een onderwijsinstelling die beroepsonderwijs verzorgt. Meer informatie is beschikbaar op www.mboraad.nl.

Stage
Mbo-opleidingen worden aangeboden in twee varianten: de beroepsopleidende leerweg (bol) en de beroepsbegeleidende leerweg (bbl). Een leerling die zijn opleiding in de bol-variant volgt, gaat gedurende minimaal 20% en maximaal 60% van zijn opleiding naar een leerbedrijf. Dit deel wordt stage genoemd.

Transfer
Dit is een van de drie criteria die het niveau van de kwalificatie bepalen. Het geeft de mate aan waarin (kennis en) beroepsvaardigheden in andere (beroepsmatige) situaties toegepast kunnen worden. Beroepsbeoefenaren beschikken over kennis en vaardigheden die functie- en beroepsspecifiek zijn, maar ook over kennis en vaardigheden die meer beroepsonafhankelijk zijn. De verwachting is dat functiespecifieke vaardigheden geen of weinig transfer tot gevolg hebben en dat beroepsonafhankelijke vaardigheden in een breder vaardigheidsgebied toepasbaar zijn. De andere twee criteria zijn complexiteit en verantwoordelijkheid.

Vakman (-vrouw)
De vakman draagt uitdrukkelijk een hiërarchische ver-antwoordelijkheid: hij of zij controleert en begeleidt het toepassen van geautomatiseerde routines en het toepassen van standaardprocedures door anderen. Voorts combineert of bedenkt de vakman, in het licht van werkvoorbereiding- en beheers-activiteiten, procedures.

Vakopleiding
Er zijn vier niveaus waarop MBO-opleidingen worden aangeboden. Niveau 3 is de vakopleiding. De vakman draagt uitdrukkelijk een hiërarchische verantwoordelijkheid: hij of zij controleert en begeleidt het toepassen van geautomatiseerde routines en het toepassen van standaardprocedures door anderen.

Verantwoordelijkheid
Dit is een van de drie criteria die het niveau van de kwalificatie bepalen. Het geeft de mate aan waarin beroepsbeoefenaren aanspreekbaar zijn op hun (beroepsmatig) handelen en op de gevolgen daarvan voor het (beroepsmatig) handelen door anderen. Van de beroepsbe-oefenaar wordt geëist dat hij-zij de beroepsmatige handelingen met zorg en toewijding uitvoert en daarover verantwoording kan afleggen. De verantwoordelijkheid kan beperkt zijn tot het functioneren binnen het eigen takenpakket, maar kan zich ook uitstrekken tot (het werk van) anderen. De andere twee criteria zijn complexiteit en transfer.

Vrije ruimte
De ruimte binnen de totale opleidingstijd die bedrijven en scholen naar eigen behoefte kunnen invullen met activiteiten die niet gericht zijn op het realiseren van de landelijk vastgelegde eindtermen. Onderdelen in de vrije ruimte worden niet landelijk erkend. De vrije ruimte biedt mogelijkheden voor onderdelen zoals regionale toespitsingen, technische ontwikkelingen, experimentele onderdelen voor de opleiding en bedrijfsspecifieke onderdelen. De vrije ruimte bestaat uit minimaal 10 procent van de bruto studiebelasting ofwel op jaarbasis minimaal 160 uur. Maximaal mag dit 20 procent zijn.