Kopie van `Assink Lyceum Haaksbergen`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.


Assink Lyceum Haaksbergen
Categorie: Taal en literatuur
Datum & Land: 28/02/2007, NL
Woorden: 41


ab ovo
term uit de verhaalanalyse; wanneer een verhalende tekst begint met een inleiding, een voorgeschiedenis, waarna de eigenlijke handeling op gang komt, spreekt men van een compositie ab ovo.

amfibrachys
bepaalde versvoet, bestaande uit resp. een onbeklemtoonde,een beklemtoonde en weer een onbeklemtoonde lettergreep.

anapest
bepaalde versvoet,bestaande uit achtereenvolgens twee onbeklemtoonde en een beklemtoonde lettergreep.

anti-climax
bepaalde stijlfiguur: een opsomming waarbij de delen in kracht afnemen, of die aan het eind niet het verwachte hoogtepunt brengt.
Een voorbeeld van anti-climax:

antimetrie
een afwijking van het metrum, meestal van het jambisch metrum. Antimetrie komt het meeste voor (en is het opvallendst) aan het begin van een versregel, wanneer een jambe plaats maakt voor een trocheus.

antithese
bepaalde stijlfiguur: naast elkaar plaatsing van tegenstellingen.

apokoinou
bepaalde stijlfiguur: een woord(groep) aan het einde van de versregel kan op twee manieren worden gelezen: of als een zelfstandig zinsdeel of als een deel van een zinsdeel waarvan de rest in de volgende versregel staat.

assonantie
bepaald soort rijm; klinkerrijm: alleen de klinkers van de beklemtoonde lettergrepen rijmen op elkaar, niet de daaropvolgende medeklinker(s).Assonantie is een soort halfrijm, net als acconsonatie. Assonantie komt zowel voor aan het eind van de versregel (eindrijm met assonantie) als binnen de versregel (binnenrijm met assonantie).

asymmetrie
opsomming van ongelijkwaardige elementen;deze opsomming heeft een humoristisch effect. Als de asymmetrie onbedoeld is,voortvloeit uit slordigheid of onvermogen,dan is er uiteraard sprake van een stijlfout.

asyndetische vergelijking
beeldspraak die berust op overeenkomst; net als bij de als-vergelijking wordt niet alleen het beeld genoemd, maar ook het bedoelde,het object. Alleen worden beeld en object niet verbonden door (`zo`)`als` of een werkwoord als schijnen of lijken.

asyndeton
term die aangeeft dat er tussen de delen van een opsomming (enumeratie) geen verbindingswoord als `of` of `en` staat.

climax
bepaalde stijlfiguur: een opsomming waarvan de delen in kracht toenemen. Climax is dus stijging naar het hoogtepunt; na het hoogtepunt kan een anticlimax volgen, zoals in het onderstaande gedicht.

dynamisch vers
(of het vrije vers) gedicht zonder vaste strofenlengte en zonder eindrijm en metrum.Ook de lengte van de versregels varieert sterk. Dynamische verzen werden veel geschreven door expressionisten als Marsman en experimentelen als Lucebert en Elburg.

elegie
klaaglied; het hoofdmotief van de meeste klaagliederen is de dood of het einde van de vreugde der liefde. Bekende elegieën zijn Vondels Kinder-lyck (n.a.v. de dood van zijn zoontje) en het middeleeuwse Egidius-lied. Een 20ste-eeuwer die een aantal elegieën schreef is J.C. Bloem.

elisie
uitstoting van een onbeklemtoonde lettergreep ter wille van het metrum.

ellips
een stijlfiguur: een zin zonder onderwerp en persoonsvorm, vaak geplaatst aan het begin van een tekst. Meestal geeft de ellips kort en bondig de plaats en/of sfeer van de handeling.

epenthesis
toevoeging van een onbeklemtoonde lettergreep ter wille van het metrum, bijv. onherberregzame verrukkingen (A.Roland Holst),wellekom (Geerten Gossaert)

epiek
literatuur waarin het verhaal centraal staat. Tot de bekendste epische genres behoren de roman, de novelle en het epos (=heldendicht)

epigram
puntdicht; een kort,puntig,kernachtig gedichtje. Het genre werd tijdens de Renaissance veel beoefend (Hooft,Huygens); later o.a. door de 19e-eeuwer Staring. Ook in de moderne poëzie kan men het aantreffen.

epiloog
nawoord,uitleiding; zowel een roman als een toneelstuk kan na afloop van de eigenlijke handeling een nawoord hebben; vgl. het slot van de abele spelen, het slot van De familie Kegge en het einde van de roman Vanwege een tere huid.

eufemisme
bepaalde stijlfiguur: een term of uitdrukking die in een bepaalde situatie kwetsend kan zijn of minder aangenaam om te horen, wordt vervangen door een term of uitdrukking die minder hard aankomt doordat hij vager is. Het ligt voor de hand dat er veel eufemismen zijn voor dood en ziekten en voor allerlei zaken die (nog) in de taboesfeer liggen.Politici verhullen vaak de onaangename waarheid voor hun kiezers en verzinnen telkens nieuwe eufemismen ,d.w.z. nietszeggende termen voor bijv. werkloosheid (`krapte op de arbeidsmarkt`) en bezuinigingen van de overheid (`beleidsombuigingen`) Een eufemisme lijkt op een understatement; het verschil is dat een understatement niet wordt gekozen om iets onaangenaams te verhullen; een understatement is een originele en vaak grappige `onderdrijving`. Het is juist niet de bedoeling de onaangename we rkelijkheid te maskeren; die werkelijkheid komt juist door het understatement scherp `in beeld`.

hyperbool
bepaalde stijlfiguur:een opzettelijke overdrijving. Vaak staat de hyperbool in dienst van de ironie.

ik-perspectief
term uit de verhaalanalyse; het verhaal of de roman wordt verteld door een ik-verteller die tevens de hoofdpersoon van het verhaal is.De ik-vertelsituatie verschilt duidelijk van de auctoriale vertelsituatie :bij de auctoriale vertelsituatie komt soms ook een `ik` voor, maar deze is slechts de verteller van het verhaal waar hij a.h.w. `boven` of `buiten` staat; de `ik` bij de ik-vertelsituatie staat midden in het verhaal, is de hoofdpersoon .Deze `ik` heeft niet als de auctoriale `ik` overzicht en inzicht in de handeling en de personages.

ironie
bepaalde stijlfiguur met de bedoeling op milde wijze te spotten. Vaak bedoelt de spreker of schrijver het tegenovergestelde van wat hij zegt of schrijft.

Italiaans sonnet
zie onder sonnet.



octaaf
de beide kwatrijnen van een sonnet

ode
bepaald genre in de lyriek: een loflied, waarbij de gene wie de lof gold,rechtstreeks wordt toegesproken.Het genre werd in de renaissance veelvuldig beoefend,o.a. door Jan van der Noot en Joost van den Vondel. In deze tijd wordt het genre nauwelijks nog beoefend,of het moest zijn om juist met iemand de draak te steken. Dan wordt de ode in feite een parodie. De stijlfiguur die zowel in de serieuze ode als in de parodistische ode opvalt is die van de hyperbool. In de onderstaande ode is uiteraard ook sprake van de stijlfiguur ironie.

omarmend rijm
Bepaald rijmschema: a b b a

oogrijm
bepaald soort rijm; er lijkt als je alleen maar kijkt naar de woorden sprake te zijn van volrijm; als je ze uitspreekt, `verdwijnt` het rijm.

Oosters kwatrijn
een vierregelig gedicht (rijmschema a a b a) met een levenswijsheid. De grote meester was de Perzische dichter Omar Khayyam (ca. 1050); zijn gedichten zijn-via het Engels- vertaald door J.H.Leopold.)

sextet
de beide terzinen van een sonnet

Shakespeare-sonnet
zie onder sonnet.

slagrijm
bepaald rijmschema: a a a a etc.

slepend rijm
zie vrouwelijk rijm

thema
dat waar het literaire werk wezenlijk over gaat; het thema moet in éen zinsdeel, bestaande uit een kernwoord en bepalingen kunnen worden weetgegeven. Een voorbeeld: Een leeg huis van Marga Minco gaat over een jonge joodse vrouw die na de bevrijding wordt geconfronteerd met de leegte van het bestaan, daar zij van haar familie de enige overlevende is. Zij en een lotgenote staan voor het probleem verder te moeten leven in een wereld die voor hen voorgoed veranderd is. Haar vriendin blijkt uiteindelijk t.o. de problemen niet opgewassen. Dat is de inhoud, die je natuurlijk uit kunt breiden, door veel meer over de personages te vertellen. Bij de themaduiding moet je echter zo beknopt mogelijk en algemeen mogelijk zijn. Je zou het thema aldus kunnen omschrijven: de problematiek van joden die de oorlog hebben overleefd. (Maar natuurlijk valt de thematiek ook enigszins anders te omschrijven; uiteindelijk bepaalt elke lezer zelf wat hij de essentie van een literair werk vindt.)

volksballade
een langer strofisch gedicht,eenvoudig van taalgebruik en romantisch van inhoud. Kenmerken van de volksballade:
-het verhaal gaat sprongsgewijs vooruit;
-details worden verwaarloosd;
-tijd en plaats der handeling worden zelden vermeld;
-er komen veel herhalingen in voor.
Een bekend voorbeeld van een volksballade is Het lied van heer Halewijn.

volrijm
de beklemtoonde klinkers plus de daarop volgende medeklinkers rijmen op elkaar: deur/geur; komen/dromen. Volrijm kan worden onderverdeeld in mannelijk, rijm,vrouwelijk rijm en glijdend rijm.

vrije vers
zie onder dynamisch vers

vrouwelijk rijm
bepaald soort rijm; de beklemtoonde lettergreep en de volgende onbeklemtoonde lettergreep van een woord rijmen op die van een ander woord.

zelfcorrectie
bepaalde stijlfiguur: een opzettelijk verkeerd gebruikt woord of een opzettelijk verkeerd geformuleerde gedachte wordt daarna onmiddellijk verbeterd.

zeugma
bepaalde stijlfiguur: hetzelfde woord wordt grammaticaal verbonden met twee andere woorden in verschillende betekenissen. In wezen is er sprake van een foutieve samentrekking.