Kopie van `Leuven Lung Cancer Group`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.


Leuven Lung Cancer Group
Categorie: Medisch > Longkanker
Datum & Land: 15/02/2007, BE
Woorden: 383


aam
oude inhoudsmaats voor vloeistoffen zoals bier en wijn.

adjoint
admitteren toelaten, bijvoorbeeld tot de ridderschap.

admoneren
vermanen, waarschuwen, berispen.

admordicatie
overgaan in de dode hand.

adolescent
jongeling, jongeman.

akkerman
oude benaming voor landbouwer.

aliëneren
vervreemden, (zonder toestemming) overdragen of verkopen.

allodiaal
vrij, niet leenroerig; zie ook feodaal.

allodium
vrij, eigen erfgoed.

annalen
geschiedwerk waarin de gebeurtenissen in chronologische volgorde zijn opgetekend.

anniversarium
jaardienst voor een overledene.

annotatie
verklarende aantekening.

Annunciaten
kloosterorde waartoe o.a. het klooster Maria Weide te Venlo behoorde.

apostille
kort begeleidend briefje; kanttekening.

appellant
degene die in beroep gaat tegen een uitspraak.

appellatie
hoger beroep.

appelleren
in hoger beroep gaan.

appointement 1
bezoldiging 2 rechtsbescheid, beschikking.

approbatie
goedkeuring door de (kerkelijke) overheid.

armengeld
een geldelijke belasting, verschuldigd door de aankoper bij aankoop van onroerend goed. Uit een akte van 19-4-1792 blijkt dat het armengeld 1% bedroeg.

armenjager
de gemeenten benoemden eind 18e eeuw iemand om onvermogende personen weg te jagen, zoals blijkt uit rekening d.d. 29-12-1789.

arrest
1 beslaglegging 2 hechtenis 3 uitspraak van een gerechtshof. Een beslaglegging moest conform pagina 290 artikel 10 met tussenpozen van veertien dagen driemaal in de kerk worden afgekondigd (zie 17-2-1663).

attest
verklaring.

attesteren
een verklaring afleggen.

baent
hooiland, grasland; vaak laag gelegen in nat gebied.

bankgoed
onroerende bezittingen vallend onder de schepenbank.

beenhouwer
of beenhakker slager; in Swalmen pas als zelfstandig beroep vermeld op het einde van de 18e eeuw (zie 1-6-1786).

begrafenis
in de oude registers is het veelal het begraven dat wordt genoteerd, pas later ook het overlijden. In Belfeld worden vanaf 1785 beide vermeld, terwijl de pastoor dan voortaan ook de leeftijd opschrijft. Na de geboorte overleden baby`s werden, ook als ze in nood waren gedoopt, veelal slechts vermeld in het begraafboek. Kinderen onder de twaalf jaar werden aanvankelijk slechts bij uitzondering genoteerd.

bemd
zie baent.

beneficie
inkomsten uit kerkelijke goederen (1462); zie ook: prebende.

beschudden
zie naasten.

beschudrecht
zie naasting.

besloten bank
zitplaats in de kerk, enkel bestemd voor de eigenaar ervan. O.a. de eigenaren van Hillenraad, Nieuwenbroek en Waterloo hadden eigen banken, soms voorzien van het familiewapen.

blauwmuyser.
oude munt

boender
of bunder

boenderboek
register van landerijen en hun eigenaren.

borgtocht
overeenkomst waarbij een derde zich ten behoeve van de schuldeiser verbindt aan een verbintenis van een schuldenaar te voldoen, indien deze niet zelf daaraan voldoet; daarbij kan deze zich persoonlijk borg stellen, maan hij in de praktijk saat hij vooral borg met geld of onroerend goed als onderpand.

brandende kaars
een klein stompje werd bij een openbare verkoop aangestoken zodra het bieden begon; het laatste bod was voor degene die had geboden net voordat de kaars doofde. Soms werd er een tweede kaars aangestoken.

brandmeester
hoofd van de groep inwoners die hielp bij de brandbestrijding; hij werd betaald uit de gemeentekas. Zie 21-12-1789.

breuk
boete waarmee een overtreding, vastgesteld op een inspectie of beleid, werd bestraft.

brevet
oorkonde waarbij iemand een gunst, een titel, een pensioen enz. wordt toegestaan.

broederschap
kerkelijk goedgekeurde vereniging van leken met een godvruchtig doel, zoals het beoefenen van bijzondere werken van vroomheid of naastenliefde; op het platteland meestal: de schutterij. In 1533 kenden Beesel en Swalmen al de broederschappen van St.-Antonius, St.-Gertrudis en Onze Lieve Vrouwe.

broek
moerasland.

buytinge
erfruil.

cachetteren
dichtlakken, verzegelen; gecachetteerde zegels, meestal bedekt met papier (cachet), vinden we vooral in de 17e en 18e eeuw. Ook diverse hier beschreven akten waren voorzien van een dergelijk zegel.

cancelleren
(veelal traliegewijs) doorhalen of schrappen.

canon
bedrag jaarlijks voor een erfpacht te voldoen.

cederen
afstand doen van, overlaten.

champetter
veldwachter (ca. 1795-1815).

charter
akte, vaak op perkament maar vanaf ongeveer 1400 ook wel op papier, waarbij rechten worden toegekend aan of vastgelegd voor aan personen of lichamen.

chirograaf
vorm van oorkonde waarbij de tekst tweemaal op één blad werd geschreven en de beide teksten van elkaar werden gesneden, nadat op de scheidingslijn letters werden geplaatst.

chirurgijn
heelmeester, voorloper van onze huisarts.

cijns
1 schatting, belasting 2 grondrente of erfpacht.

cijnsregister
register waarin cijnzen worden bijgehouden; ook wel tijnsregister genoemd.

codicil
schriftelijke onderhandse beschikking van erflating, bijvoorbeeld als toevoegsel aan een testament.

collatierecht
voordracht van pastoor of kapelaan; gewoonlijk werd deze voordracht door de kerk overgenomen, zodat men ook wel spreekt van een benoemingsrecht; zie ook: patronaat. In oude akten ook wel `leenware` genoemd.

collationeren
het vergelijken van een afschrift met het oorspronkelijke document, boekwerk etc. Ook bij afschriften waarvan de notaris etc. heeft genoteerd dat dit gecollatineerd is, blijkt vaak vrij te worden omgegaan met spelling etc.

collegiale kerk
kerk die door een kapittel van kanunniken wordt bediend en geen bisschopszetel heeft.

comparant
hij die (bijvoorbeeld voor het gerecht of voor een notaris) verschijnt.

compareren
verschijnen, bijvoorbeeld voor het gerecht of een notaris.

compe
of kom kist, vaak bewaard in de kerk, meestal voorzien van meerdere sloten waarvan de sleutels bij verschillende personen berustten, waarin belangrijke documenten werden bewaard. Zie o.a. 1652 (z.d.), 10-1-1683 en 21-7-1761.

congregatie
vereniging van personen die de drie kloostergeloften (kuisheid, gehoorzaamheid, armoede) hebben afgelegd en overeenkomstig bepaalde, door de paus of plaatselijke bisschop goedgekeurde regels leven.benaming van later ontstane kloosterorde.

conscriptie
verplichte inschrijving voor de krijgsdienst. De Franse conscriptielijsten bevatten talloze namen van mensen uit onze regio. Sommigen (vaak van welgestelde ouders) lieten zich vervangen door een remplaçant.

constituant
volmachtgever

constitutie
volmacht

convent
klooster.

copia copiae
afschrift van een kopie; hierdoor neemt de kans op verschillen en fouten natuurlijk toe. Bij gebruik van een computer loert vooral bij cijfers het gevaar van typfouten om de hoek.

cum annexis
met toe- en bijbehoren; vaak afgekort tot c.a.; in oude akten ook vaak: `ab- en dependentieën`.

cum suis
met de zijnen; vaak afgekort tot c.s. In de 15e en 16e eeuw wordt vaak gesproken over `metgedelingen`, in latere akten over `consorten`.

curatele
toestand waarin aen een meerderjarige persoon het beheer en de beschikking over zijn goederen is ontnomen.

curator
beheerder; hij die belast is met de zorg voor een onder curatele gestelde of het toezicht heeft op de vereffening van een failliete boedel.

daghuurder
ander woord voor dagloner. In Franstalige akten: journalier.

dagloner
arbeider die tegen dagloon kan worden ingehuurd; vaak keuterboer die alle baantjes aannam die zich voordeden.

decreet
bevel van de overheid.

deken
1 priester, belast met het toezicht over een dekenaat (ook: decanaat), een onderdeel van een bisdom 2 voorzitter van de schutterij.

denier
oude Franse munt.

deservitor
geestelijke die aan het hoofd staat van een hulpkerk; waarnemend pastoor.

diaken
geestelijke die de vier lagere en twee van de drien hoogste wijdingen heeft ontvangen.

dijk
in deze regio meestal een kunstmatige, veelal rechte en hogergelegen weg; zelden wordt een waterkering bedoeld.

dingbank
oude benaming voor rechtbank, plaats waar recht werd gesproken; in Beesel was dit gewoonlijk iedere twee weken op dinsdag.

diocees
bisschoppelijk ambtsgebied, bisdom.

disenterie
besmettelijke ziekte met veelal dodelijke afloop, gepaard gaand met hevige pijnen en buikloop; wegens het bloed bij de ontlasting ook wel `rode loop` genoemd. Onze omgeving kende meerdere uitbraken van deze en vergelijkbare ziekten, die het leven kostten aan een groot gedeelte van de bevolking (zie o.a. 1676).

dispensatie
vrijstelling, bijvoorbeeld van anders reguliere verplichtingen of verboden bij een huwelijk. Zie o.a. gesloten tijd, roep en verwantschap.

dobbelken
muntstuk ter waarde van 2 ½ stuiver (zie 30-8-1704)

domicilie
woonplaats, vaste verblijfplaats, wettelijk (of wettig) verblijf, bijvoorbeeld bij het opstellen van een notariële akte.

donatie
schenking.

doop
de kerkelijke doop vond zo snel mogelijk na de geboorte plaats, veelal nog dezelfde dag. Opvallend is dat de vaders vaak afwezig zijn, mogelijk omdat zij elders werkzaam waren. De akte werd geregeld pas dagen of weken later ingeschreven (zie o.a. 13-3-1788) en het zal ongetwijfeld zijn voorgekomen dat een doop niet werd genoteerd. Deze kroniek bevat alle informatie uit de doopregisters, dus ook de plaatsvervangende getuigen en, indien genoteerd, hun beroep of woonplaats. Bij sommige dopen werd het kind gedoopt door de vroedvrouw, dit heette een nooddoop.

dorsaal
op de achterkant (van een akte) werden vaker aanvullende of beperkende aantekeningen gemaakt.

dorso
achterkant (van een akte). Zie ook: endorsement.

dote
of dotatie s

douairiere
adellijke weduwe.

draakschutten
genoemd in een akte van 6-9-1781. Zie ook: draaksteken.

draaksteken
volksspel, uitgevoerd door elden van de schutterij, waarbij in een gevecht tussen Sint Joris en de draak de strijd tussen goed en kwaad wordt uitgebeeld. Voor het eerst vermeld in 1734 maar vermoedelijk ouder.

drie roepen
 zie: roep.

drossaard
of drost titel van een voormalig rechterlijk en bestuursambtenaar op het platteland

DTB-registers
verzamelnaam voor de registers van dopen, trouwen en begraven, die door de kerk werden bijgehouden vanaf het begin van de 17e eeuw. Op het einde van de 18e eeuw ontving de pastoor voor deze registratie een vergoeding van de gemeente. Zie 8-4-1789.

ducaton
oude munt.

duivenspijker
onderkomen voor duiven, als gedeelte van de dakconstructie of als zelfstandig gebouw; het recht om duiven te houden was voorbehouden aan grootgrondbezitters zoals de eigenaren van Nieuwenbroek, Waterloo (13-3-1786) en Wilde Hoeve.

dupliek
tweede verweerschrift, antwoord op een repliek.

dwangmolen
molen waarop de laten of lijfeigenenen verplicht hun granen moesten laten malen; zie ook maaldwang.