Kopie van `TNO - Grondsoorten en Delfstoffen bij Naam`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.


TNO - Grondsoorten en Delfstoffen bij Naam
Categorie: Aardrijkskunde > Grondsoorten en Delfstoffen
Datum & Land: 05/04/2009, NL
Woorden: 187


amber
Fossiele3 hars (~C12H20O; zie ook barnsteen). amfibool Zie zware mineralen tabel 12; zie ook mineraal tabel 11.

anthraciet
Zie steenkool.

andalusiet
Zie zware mineralen tabel 12. anhydriet Watervrije gips1 (CaSO4; syn. gips pp). anorthiet Zie veldspaat.

apatiet
Veel voorkomend fosfaat; zie verder fosforiet. aquariumgrind Fijn grind voor toepassing in aquariumbodems. aquariumturf Turf1 gebruikt in aquaria, waarmee de zuurgraad en waterhardheid worden gereguleerd (syn. pp filterturf). aquariumzand Zand (incl. materialen als koraalgruis) voor toepassing in aq…

asfaltzand
Zand gebruikt voor de productie van asfalt2. Zie ook industriezand kader 3.

asfalt
1 Het vrijwel vaste residu dat ontstaat door verdamping van vluchtige componenten in aardolie (syn. aardpek, bitumen pp, pek pp). 2 In de wegenbouw: granulaire1 materialen (steenslag of grind, zand en vulstoffen) vermengd met bitumen2 als bindmiddel (syn. asfaltbeton).

cementzand
1 Vormzand2 gebruikt voor de vervaardiging van gietvormen in de metaalgieterij, waarbij cement2 wordt gebruikt als bindmiddel. 2 Weinig courant (en foutief) synoniem voor metselzand. chalcedoon Microkristallijne (zeer fijn verdeelde) vorm van kwarts1. Zie ook kiezelsinter.

cellenbetonzand
Wit, kwartsrijk zand, qua korrelopbouw vergelijkbaar met kalkzandsteenzand, gebruikt voor de productie van cellenbeton.

clastisch
Spellingsalternatief voor klastisch. CO2-zand Vormzand2 gebruikt voor de vervaardiging van gietvormen in de metaalgieterij, waarbij waterglas wordt gebruikt als bindmiddel. De waterglas hardt uit door reactie met CO2. concretie Knolvormig aggregaat, ontstaan door lokale verkitting van sediment door…

CUR-zand
CUR 0-2 zand of CUR 0-4 zand. cyaniet Zie zware mineralen tabel 12.

CUR 0-4 zand
Informele benaming: het fijnste zand 0-4 dat volgens de CUR (Civieltechnisch Centrum Uitvoering Research en Regelgeving, Gouda) nog te gebruiken is voor de bereiding van betonmortels, met als cumulatieve zeefresten (zie korrelgrootte kader 4) C8: 0% , C4: 4%, 2 mm: 8%, 1 mm: 15%, 500 µm: 34%, 250 µ…

cunetzand
Zand voor toepassing in een cunet. Een cunet wordt gegraven en vervolgens met zand gevuld voor een stabiele ondergrond voor bouwwerken en infrastructuur in zettingsgevoelige gebieden. Afhankelijk van de mate waarin het cunetzand dient te draineren wordt fijn aanvulzand of grover drainagezand gebru…

DG-horizont
(DG-horizont, D-horizont) Zie bodem kader 1. diabaas Dieptegesteente (zie gesteente) met een samenstelling vergelijkbaar met gabbro, maar met een fijnere kristalstructuur (syn. doleriet, microgabbro). Diabaas komt in Nederland voor als zwerfsteen.

dy
In Nederland gangbare Zweedse term: zwart, amorf sediment dat bestaat uit in voedselarm water neergeslagen humuszuren.

edelsplit
Hoogwaardige split, met een hoge slijtvastheid, vervaardigd uit harde gesteenten. ? basaltedelsplit, edelsplit 2-8, edelsplit 4-16, gabbro-edelsplit, graniet-edelsplit, grauwacke-edelsplit, kwartsiet-edelsplit, moräne-edelsplit, porfieredelsplit. edelsplit 2-8, edelsplit 4-16, etc. Edelsplit behor…

eerdmergel
Kalkhoudende löss. eerdveengrond Zie veengrond. E-horizont Zie bodem kader 1. eiersteen Zie kiezeloöliet. eindmorene Zie morene.

eerdlaag
Humeuze bovengrond in een bodemprofiel ofwel Ahorizont (zie bodem kader 1; zie eerdgrond; syn. zode pp). Met 'eerd' wordt geduid op aarde.

eluvium
Verweringsresidu, uitgespoelde bodem. ? Vuursteeneluvium.

elzenveen
Bosveen met resten van elzen. Zie ook broekveen en moerasbosveen.

eolisch
Door de wind aangevoerd en afgezet (spellingsalternatief: aeolisch).

epidoot
Zie zware mineralen tabel 12.

erraticum
Zwerfsteen.

ertsmineraal
Zie erts1. ertsvoorkomen Zie erts2.

erfgrind
Grind, goed gesorteerd en vaak wit van kleur, gebruikt als erfverharding.

erts
1 (Potentieel) economisch interessant mineraal (syn. ertsmineraal). 2 Exploiteerbare concentratie van ertsmineralen (syn. ertsvoorkomen). ? blauw ijzererts, bruinijzererts, bruin ijzererts, ijzererts, moddererts, moeraserts, moerasijzererts, poelerts, roodijzererts, velderts, weide-erts.



esgrond
Enkeerdgrond (zie eerdgrond). esskool Zie steenkool.

euroklei
Klei, gerijpt uit baggerspecie uit het westelijk deel van het Rotterdamse havengebied, o.m. gebruikt voor ophogingen en afdichtingen.

fenolharszand
Vormzand2 gebruikt voor de vervaardiging van gietvormen in de metaalgieterij, waarbij fenolhars wordt gebruikt als bindmiddel.

fossiele bodem
Paleosol.

fosfogips
(fosfogips, fosforgips) Gips vrijkomend uit de fosforindustrie (fosforzuur- en kunstmestproductie); o.h.a te weinig zuiver om in aanmerking te komen voor nuttige toepassing.

fosforgips
(fosfogips, fosforgips) Gips vrijkomend uit de fosforindustrie (fosforzuur- en kunstmestproductie); o.h.a te weinig zuiver om in aanmerking te komen voor nuttige toepassing.

fossiel
1 Versteende c.q. in een gesteente aangetroffen rest of afdruk van een dier of plant. 2 (ss) Bij dieren en planten: tot fossiel1 geworden. 3 (sl) Niet-recent, gevormd in het geologische verleden, e.g. fossiele brandstof, fossiele bodem (zie paleosol) en fossiel strand.

fosforiet
Een vezelvormige variant van het mineraal apatiet (Ca5(PO4)3(F,Cl,OH)), die algemeen voorkomt in mariene afzettingen. In de kleien van de Boven-Oligocene (zie fig. 1) Rupel Formatie in Gelderland komen fosforietknollen voor, die gedurende beide wereldoorlogen als fosforerts zijn gedolven.

formatie
Karteerbare gesteente-eenheid, waarvan de ervan deel uitmakende gesteenten en de begrenzingen eenduidig zijn gedefinieerd op basis van macroscopische kenmerken, welke zijn vastgesteld op een zgn. typelocatie. Een formatie wordt evt. onderverdeeld in laagpakketten2 en/of lagen2. Opeenvolgende formati…

fusiet
Houtskool2.

fulguriet
Een puntige, holle steen, ontstaan als gevolg van een blikseminslag in zand, dat daardoor geheel of gedeeltelijk is verglaasd (syn. bliksembuis; zie ook dondersteen).

funderingszand
1 (sl) Ophoogzand. 2 (ss) Zand voor wegfunderingen (syn. plaatsingszand, straatzand, zand voor zandbed pp). furaanzand Vormzand2 gebruikt voor de vervaardiging van gietvormen in de metaalgieterij, waarbij furaanhars wordt gebruikt als bindmiddel.

gipsmeel
Gipspoeder.

gipskalk
Pleisterkalk / pleistergips. gipsmarmer Albast.

gieterijzand
(gieterijzand, gietijzerzand) 1 Vormzand2. 2 Vormzand2 of kernzand.

gietijzerzand
(gieterijzand, gietijzerzand) 1 Vormzand2. 2 Vormzand2 of kernzand.

gips
1 (ss) Calciumsulfaat (CaSO4 · 2H2O). 2 (sl) Idem, inclusief de waterarme en watervrije varianten (resp. CaSO4 · 0,5H2O en CaSO4, syn. anhydriet). 3 Chemisch afzettingsgesteente, bestaand uit in water neergeslagen gips1 (syn. natuurgips; zie ook

gipspoeder
Fijnverdeelde, gebrande en daardoor waterarme of watervrije gips2, m.n. gebruikt voor pleister- en metselmortels, kunstsculpturen en in de orthopedie en de tandtechniek. Zie gipskalk, kalkgips, pleistergips, pleisterkalk, steengips, stucgips (syn. gips pp, gipsmeel, poedergips).

gneis
Zeer hard metamorf1 gesteente, bestaand uit kwarts1, muscoviet (zie glimmer), biotiet (zie glimmer), cordieriet (Mg2Al4Si5 O18), veldspaten en sillimaniet (Al2SiO5), en gekenmerkt door een afwisseling van (grijs)zwarte en (grijs)witte laagjes. Gneis komt in Nederland als zwerfsteen voor.

goethietzand
Bruin zand, rijk (> 30%) aan het mineraal goethiet.

goethiet
IJzerhydroxide (FeO(OH)), de belangrijkste ijzerverbinding in ijzeroer1.

goudzand
1 Goudhoudend zand. 2 Zand, goudglanzend door de aanwezigheid van verweerde biotiet. 3 Kalligrafische term: Goudgekleurd fijn zand om over nog natte inkt te strooien. gradering Korrelverdeling.

guaniet
Struviet.

gulleem
Goed gelaagde leem.

guano
Natuurlijke accumulatie van dierlijke uitwerpselen, vooral van zeevogels. Guano heeft een hoog gehalte aan fosfor en wordt gebruikt als meststof, vroeger ook voor de fabricage van springstoffen.

gyttja
In Nederland gangbare Zweedse term: modderige humusvorm, afgezet op de bodem van voedselrijke wateren, bestaand uit micro-organismen (zoals diatomeeën), plantenresten en de resten en excrementen van waterdieren (syn. bagger pp, bodemslik pp). ? algengyttja, detritusgyttja, fijne detritusgyttja, gro…

ijzerglans
Hematiet.

ijzerkies
Pyriet. ijzerkiezel Jaspis.

ijssteen
Kryoliet (Na3AlF6). ijzerband Oerbank1.

ijzeroersteen
(Brok, of bouwsteen van) ijzeroer. ijzerspaat Sideriet.

ijzersteen
(Brok, of bouwsteen van) ijzeroer. ijzervitriool In veen voorkomend ijzersulfaat (FeSO4 · 7H2O); is in vochtig veen macroscopisch niet waarneembaar maar vormt bij indroging een wit-gele korst.

ijzeroer
(syn. bruinijzersteen, pp ijzeroersteen, pp ijzersteen, pp roodijzersteen) 1 (ss) Moerasijzererts. 2 (sl) Elke duidelijke accumulatie van ijzermineralen in bodems2: e.g. moerasijzererts, ijzerzandsteen, oerbank1.

ijzerzandsteen
Roodbruine zandsteen, voorkomend in oostelijk Vlaanderen, ontstaan uit glauconietzand en verkit met ijzerhydroxiden die bij de omzetting van glauconiet ontstonden. IJzerzandsteen is gebruikt als bouwsteen en als ijzererts.

ijzererts
1 IJzerhoudend ertsmineraal (e.g. goethiet, hematiet, limoniet, sideriet). 2 Winbare concentratie van ijzerhoudende ertsmineralen. ? blauw ijzererts, bruinijzererts, bruin ijzererts, moerasijzererts, wit ijzererts, roodijzererts.

illiet
Zie kleimineralen.

kiezelsteen
1 Grindkorrel. 2 Kwartsietische grindkorrel (zie

kiezelsinter
Chalcedoon, chemisch afgezet rond geisers of warmwaterbronnen.

kienhout
Stobben (stompen, wortelstronken) aan de basis van veenpakketten.

kiezelgoer
(kiezelgoer, kiezelgoor) Diatomeeënaarde. kiezellei Diatomiet of radiolariet.

kiezelgoor
(kiezelgoer, kiezelgoor) Diatomeeënaarde. kiezellei Diatomiet of radiolariet.

kiezelgrond
(Weinig courante term) 1 Kwartshoudende grondsoort (syn. kiezelaarde pp). 2 Grindgrond.

kiezelslag
Steenslag geproduceerd door het breken van grind (zie ook Nederlandse steenslag en moräne-steenslag.

kiezelzand
1 Grindig zand. 2 Kwartsrijk zand. kiezelzandsteen Weinig courante term: harde zandsteen zoals grès2 of grauwacke.

kiezelbank
Grind- of conglomeraatlaag (syn. kiezelbed pp). kiezelbed Grindlaag, zowel natuurlijk (syn. kiezelbank) als kunstmatig.

KIWA-grind
Filtergrind met een kwaliteitsverklaring afgegeven door het KIWA (Keuringsinstituut voor Waterleidingartikelen, Rijswijk).

KIWA-zand
Tank- en leidingenzand of filterzand met een kwaliteitsverklaring afgegeven door het KIWA (Keuringsinstituut voor Waterleidingartikelen, Rijswijk).

kiezeloöliet
Een afzetting (voornamelijk) bestaand uit verkiezelde oöiden, i.e. kleine, ronde, concentrisch dan wel radiaal gelamineerde kalkkorreltjes (oöliet = eiersteen).

kiezel
1 Grind. Met deze term kan overigens ten onrechte de suggestie worden gewekt dat grind per definitie kwartsrijk is 2 Kwarts1. 3 Verouderd: silicium (Si). ? bergkiezel, ijzerkiezel, maagkiezel, witte kiezel.

kiezelaarde
1 Kwarts1. 2 Diatomeeënaarde. 3 (sl) Uit kwarts1 bestaande of kwartsrijke grondsoort (zoals diatomeeënaarde en zilverzand; syn. kiezelgrond pp). kiezelcement Cement1 van kwarts1 (of opaal), waarmee detritische afzettingsgesteenten zijn verkit.

klei-ijzersteen
Kleisteen of kleiige concretie verkit door sideriet.

klien
Laag gelegen veen. klipzout Steenzout. klot Sapropeel.

klei-gyttja
Kleiige gyttja.

kleidek
Kleiige deklaag. kleifractie Lutumfractie, zie klei3.

kleveneerd
(kleveneerd, klevenseerd) Zuid-Limburgse synoniemen voor kleefaarde.

klevenseerd
(kleveneerd, klevenseerd) Zuid-Limburgse synoniemen voor kleefaarde.

klappersteen
Limoniet-concretie met een losse kern die bij schudden geluid maakt.

kleisteen
Gesteente ontstaan door de compactie en/of verkitting van klei (zie ook schalie en leisteen).

kleigrond
Kleiige bodem. Zie ook: lichte klei, magere klei, schrale klei, vette klei, zware klei, zavel(grond).

kleefzand
Zand, vastgehouden op een vochtig oppervlak. 2 Zand vermengd met was, gebruikt voor zandsculpturen (syn. sculptuurzand pp).

kleischelpen
Natuurlijk mengsel van klei en schelpkleppen (bij voorkeur met een hoog percentage kokkelschelpen), gebruikt voor padverhardingen.

klapklei
Klei die in buitendijkse veengebieden uit getijdenwater wordt afgezet tussen twee veenlagen, waarvan de bovenste bij vloed wordt opgelicht.

kleipoeder
Droge, poedervormige klei die met water wordt aangelengd om vervolgens te worden verwerkt in keramische producten (syn. toonaarde pp, poederklei).

klapzand
1 sl Fijn zand4. 2 Ophoogzand, m.n. wanneer uit een vrachtwagen of bak 'geklapt', in tegenstelling tot spuitzand. 3 Straatzand. 4 Drijfzand, loopzand.

klast
Korrel; verkregen door verwering (zie detritus1), ontstaan door biologische productie (bioklast) of uitgeworpen door een vulkaan (vulkanoklast). ? bioklast, vulcanoklast.

kleigesteente
Algemene aanduiding voor vaste gesteenten (zie gesteente) bestaand of ontstaan uit klei. Zie kleisteen, schalie, leisteen. kleigraszodengrond Speciale potgrond, voor de kweek van

kleimineralen
Overwegend plaatvormige, waterhoudende aluminiumsilicaten, o.h.a. verkregen door chemische verwering van gesteentevormende mineralen zoals glimmers en veldspaten (syn. klei pp). Kleimineralen vormen een belangrijke mineraalgroep (~5 vol.% van de continentale aardkorst; zie mineraal tabel 11). De b…

niet mergelige kalkstenen
(syn. kalkmergel pp, mergelkalk pp, mergelkalksteen, pp, tufsteen pp; zie ook tufkalk1). ? eerdmergel, keimergel, kalkmergel.

nucula klei
Klei met fossielen1 van de schelp Nucula spp. -O

oergrond
1 Onveranderde bodem1. 2 In de (vertaalde) Griekse filosofie: ` (archi), de stof waaruit materie en leven gevormd is. oerklei Pottenbakkersklei.

oerbank
1 Verkitte ijzerinspoelingshorizont in een podzolprofiel (zie bodem kader 1 en podzol; syn. fleis, fleist, flens, flins, ijzerband). 2 IJzeroer.

ombrogeen
V.w.b. de vorming afhankelijk van regenwater; term wordt o.m. gebruikt voor de beschrijving van veen- en bodemvorming.

ooigrond
Grond die door een hoge grondwaterstand niet geschikt is voor bebouwing.

oostelijk grind
(Rivier)grind dat naar Nederland vanuit het oosten is aangevoerd, als zodanig herkenbaar op basis van fragmenten van heldere blauwgrijze, lichtgrijze en kleurloze kwarts, porfieren (uit het stroomgebied van de Weser en het Thüringerwald), zwarte kwartsieten (uit het Duitse Jura; zie fig. 1) en velds…

organogeen
(Hoofdzakelijk) opgebouwd uit de resten van flora en/of fauna. Vaak wordt de term alleen betrokken op organische resten, in de brede definitie omvat organogeen echter ook bioklastische materialen (syn. biogeen pp).

otte
Darg.