Kopie van `Jongerenbijbel`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.


Jongerenbijbel
Categorie: Religie en filosofie > Bijbel
Datum & Land: 28/05/2013, NL
Woorden: 55


Agrippa
Bestuurder van een gebied ten noorden van het Meer van Galilea en ten oosten van de Jordaan van ongeveer 50 tot 100 na Christus.

Amen
Een Hebreeuwse formule aan het eind van een gebed die betekent: 'ja, zo is het ...' of 'moge het zo zijn'.

Ammon
Een koninkrijk aan de oostkant van de Jordaan.

Amorieten
Een aanduiding van de oorspronkelijke bewoners van Kanaän, vooral van de bewoners van het bergland.

Apostel
Een aan het Grieks ontleend woord, dat 'gezondene' betekent.

Asjera
Anaänitische vruchtbaarheidsgodin.

Asjerapaal
Bewerkte houten paal of beeld ter verering van de godin Asjera.

Assur, Assyrië
De naam van een stad en een koninkrijk in het noorden van Mesopotamië met als hoofdstad Nineve.

Astarte
Een godin van de vruchtbaarheid in het oude Syrië.

Byssus
Zeer fijn linnen.

Centurio
Officier in het Romeinse leger, bevelhebber over honderd man.

Cistushars
Aangenaam geurende hars.

Claudius
Keizer van het Romeinse Rijk van 41 tot 54 na Christus.

Edom
Een koninkrijk ten zuiden en zuidoosten van Juda.

Eed
Een formule ter bekrachtiging van een gedane belofte.

Eerstgeborene
Zie Erfenis*.

Eeuwig leven
Aanduiding van het nieuwe bestaan in Gods nabijheid. Het wordt ook wel kortweg aangeduid met 'het leven'.

Efraïm
Naam van een zoon van Jozef en vaak aanduiding van een deel van Israël of van het noordelijke koninkrijk als geheel.

Egypte
Een grootmacht in het oude Nabije Oosten en vaak de politieke tegenspeler van de Assyriërs en de Babyloniërs.

Epicureeërs
Volgelingen van de filosoof Epicurus (341-270 v.Chr.), voor wie het hoogste ideaal het welbevinden van het individu was.

Erfenis
Het totaal aan bezittingen en geld dat een overledene naliet, waarin in principe alleen de zonen deelden. De eerstgeboren zoon had bijzondere rechten en plichten en kreeg een dubbel deel.

Eunuch
Hofdienaar, vaak een gecastreerde man.

Evangelie
Een aan het Grieks ontleend woord dat 'goed nieuws' betekent.

Feesten
In het Oude Testament zijn de feesten gekoppeld aan een feestkalender. Men kende de viering van de wekelijkse sabbat*, het maandelijkse feest van nieuwe maan*, de jaarlijkse pelgrimsfeesten (zo genoemd omdat men op pelgrimsreis naar Jeruzalem ging) namelijk: Pesach* en het feest van het Ongedesemde brood*, het Wekenfeest, het Loofhuttenfeest en d...

Felix
Romeins gouverneur (procurator*) van de provincie Palestina, in de jaren 52-60 na Christus.



Festus
De opvolger van Felix. Hij oefende zijn ambt uit in de jaren 60-62 na Christus.

Klanktaal
Bidden en/of profeteren in onverstaanbare klanken.

Nieuwemaan
De dag waarop het nieuwemaan is, waarop speciale offers werden gebracht.

Nubië
Het gebied ten zuiden van Egypte.

Offer
Een geschenk aan God dat in verschillende vormen en om verschillende redenen aangeboden kan worden zoals het brandoffer (Lev. 1), het graanoffer (Lev. 2) en het vredeoffer (Lev. 3). Verder kende men het reinigingsoffer, het wijdingsoffer, het hersteloffer, wijnoffers en reukoffers. Zie ook voor een overzicht De offers.

Offerhoogte
Een aanduiding van een heiligdom op een (soms hooggelegen) plaats, waar een altaar* stond.

Offermaal(tijd)
Maaltijd bij het vredeoffer (offer*): de aanwezigen mochten het vlees grotendeels zelf opeten.

Ofir
Een streek in Zuidwest Arabië, bekend om de goudvondsten.

Orakelstenen
Voorwerpen die gebruikt werden om God te raadplegen.

Oudsten
De hoofden van de voornaamste families. Zij vertegenwoordigden hun familie en hadden een leidinggevende positie in Israël.

Sela
Rustteken in Hebreeuwse poëzie.

Septuaginta
Oudste Griekse vertaling van de boeken van het Oude Testament.

Sion
Oorspronkelijk de naam van het oudste deel van Jeruzalem, later een aanduiding van de stad of de berg met de tempel.

Slaaf
Een vreemdeling die was aangekocht of tijdens een oorlog buitgemaakt, of iemand van het eigen volk die óf door zijn familieleden was verkocht, óf zichzelf vanwege hoge schulden had moeten verkopen.

Synagoge
Gebouw waar de Joden hun godsdienstige bijeenkomsten houden.

Syrië
Gebied ten noorden en noordoosten van Palestina.

Uur
Een twaalfde deel van de dag. Men begon uren te tellen bij het aanbreken van de dag, om ongeveer zes uur in de morgen (het eerste uur), en telde door tot zons- ondergang, tot omstreeks zes uur 's avonds (het twaalfde uur).

Vreemdeling
Een buitenlander in het algemeen of een in de Israëlitische gemeenschap geïntegreerde vreemdeling. De positie van de tweede wordt door bijzondere regels beschermd.

Vrijkopen
Een maatregel ter bescherming van de armen die zich vanwege schulden hadden moeten verkopen.

Vrijplaats
Een stad waar iemand die zonder opzet een ander had gedood, naartoe kon vluchten. Bloedwraak mocht dan niet worden toegepast.

Vulgata
Oude Latijnse bijbelvertaling, gemaakt door Hiëronymus aan het eind van de vierde en begin van de vijfde eeuw na Christus.

Wet en Profeten
Een aanduiding van het hele Oude Testament of van twee van de drie hoofddelen daarvan (de eerste vijf boeken (Tora) en de profetische boeken).

Wetgeleerden
Zie Schriftgeleerden*.

Zee
Benaming voor het grote bronzen bekken bij de tempel.

Zegel
Een zegelafdruk met de naam van de eigenaar. Een zegel had de functie van een handtekening.

Zegenen
Verbinden met het goede in het vertrouwen dat God mens en dier in zijn goedheid laat delen.

Zeloten
Joodse groepering die in de Romeinse tijd de bevrijding van Israël nastreefde.

Zeus
De Griekse oppergod.

Zonde
Begrip dat aangeeft dat iemand fout staat tegenover God en tegenover medemensen.

Zoon van God
Een aanduiding van Jezus Christus waarmee zijn hechte relatie met God wordt uitgedrukt.